Agressieprotocol Politieke Ambtsdragers Enschede 2024
Tekst van het document
Protocol Emotie en Agressie voor politiek ambtsdragers Enschede 2024 Dit protocol is bedoeld voor burgemeester, wethouders, raadsleden en fractievertegenwoordigers. In dit protocol spreken we, om deze groep aan te duiden, over politieke ambtsdragers. Dit protocol is opgesteld zodat betrokkenen op een goede en uniforme manier omgaan met situaties waarin politieke ambtsdragers te maken hebben met agressie of intimidatie die gerelateerd is aan hun functie. Het betreft hierbij de voorbereiding, de handelwijze in situaties waarin zich grensoverschrijdend gedrag voordoet en de afhandeling en nazorg. Inleiding Voor politieke ambtsdragers is het belangrijk dat zij gemakkelijk benaderbaar zijn, open in de samenleving staan, het politieke debat vrij voeren, publieke taken vrij van dwang en drang uitoefenen en dat zij besluiten zonder druk kunnen nemen. Steeds vaker hebben politieke ambtsdragers, gerelateerd aan de uitvoering van hun publieke taak, te maken met normoverschrijdend gedrag van inwoners. Denk daarbij bijvoorbeeld aan belediging, persoonlijke bedreiging of bedreiging richting familie, stalken, fysiek geweld of vernieling. Omdat dit gedrag de besluitvorming kan beïnvloeden, raakt het aan de integriteit van het lokale bestuur en is het ondermijnend voor de democratie. Het maakt daarbij niet uit van wie het het gedrag afkomstig is.
Dat kan gaan over een individuele inwoner, een collectief, of een persoon die namens een bedrijf, organisatie of groepering handelt. Politieke ambtsdragers werken in een aantal gevallen samen met de ambtelijke organisatie. Het handelen van politieke ambtsdragers kan de werkwijze van de ambtelijke organisatie dan ook beïnvloeden. In relatie tot het voorkomen van en reageren op normoverschrijdend gedrag werken politieke ambtsdragers en ambtenaren daarom vanuit gezamenlijke uitgangspunten. Er is sprake van onderlinge afhankelijkheid en er is daarmee ook gezamenlijke verantwoordelijkheid. Goed samenspel is cruciaal. De organisatienorm zoals die wordt gehanteerd voor de ambtenaren geldt dus ook voor politieke ambtsdragers. Uitgangspunten De volgende uitgangspunten zijn leidend bij de preventie en aanpak van normoverschrijdend gedrag: • Inwoner(s) en politieke ambtsdragers zijn samen verantwoordelijk voor de interactie en zijn daarop aanspreekbaar. • In de interactie tussen de inwoner(s) en politieke ambtsdragers komen vormen van emotie/frustratie/ boosheid voor, eventueel geuit via sociale media. Het herkennen en erkennen hiervan, het onderzoeken van de oorzaak van de emotie en het samen met de inwoner zoeken naar een oplossing is onderdeel van de professionaliteit van politiek ambtsdragers.
• Als het gedrag van een inwoner over de grens gaat (organisatienorm), komt de politieke ambtsdrager als persoon in gevaar (fysiek en mentaal), komt de besluitvorming onder druk te staan en staat de integriteit ter discussie. Gedrag van inwoners dat over de grens gaat is nooit toelaatbaar. Dit principe staat los van oorzaken of verwijtbaarheid. • Op normoverschrijdend gedrag volgt een reactie vanuit de organisatie. Daarin staan hoor en wederhoor centraal. De inwoner wordt aangesproken op zijn/haar gedrag en krijgt, als deze aanspreekbaar is op gedrag, de gelegenheid zijn/haar kant van gedrag te belichten. Dat doet niets af aan de gestelde grenzen, maar kan voor politieke ambtsdragers wel aanleiding zijn om ook het eigen functioneren onder de loep te nemen. Op deze manier wordt invulling gegeven aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de interactie. Waar dat aan de orde is, legt de organisatie de inwoner een maatregel of sanctie op, die is afgestemd op de aard van het normoverschrijdende gedrag. • Goede samenwerking tussen de politieke ambtsdragers en ambtenaren verlaagt het risico op normoverschrijdend gedrag. Ook al kunnen we agressie niet in alle gevallen voorkomen, de kwaliteit van samenwerking is een belangrijk beïnvloedingsmechanisme..
Juli 2022
• • •
Politieke ambtsdragers en ambtenaren evalueren de kwaliteit van hun samenwerking, zijn aanspreekbaar op hun rol en helpen elkaar verbeteren. De aanpak van veilig en integer werken is geen statische, maar een lerende aanpak. Incidenten worden gebruikt om te leren en verder te professionaliseren. Om een goede basis voor omgaan met agressie en intimidatie te creëren voeren raad en college met enige regelmaat een gesprek over dit thema. Daarbij zijn de volgende onderwerpen aan de orde: gezamenlijke aanpak, cases, gezamenlijke norm, onderlinge omgangsvormen. Ook volgen de politieke ambtsdragers periodiek een training ‘omgaan met agressie/intimidatie’.
De organisatienorm In Enschede bepalen medewerkers en politieke ambtsdragers niet zelf wat ze wel of niet accepteren. De grens is de organisatienorm, zodat iedereen hetzelfde omgaat met agressief gedrag. Mensen hoeven zich dus niet bij de ene medewerker of politiek ambtsdrager anders te gedragen dan bij de andere. Iedereen reageert hetzelfde op agressief gedrag. De organisatienorm bepaalt dat boos zijn mag, maar persoonlijk worden niet, want dat noemen we agressie. Onder agressie wordt gedrag verstaan dat wordt gericht op de persoon van de politieke ambtsdrager met (in het algemeen) als doel om schade (emotioneel/ materieel/ fysiek) toe te brengen of een doel te bereiken (bijvoorbeeld besluitvorming beïnvloeden). Agressie heeft minder te maken met de intensiteit van het gedrag (hard roepen, wild bewegen) maar heeft alles te maken met de persoonlijke gerichtheid van het gedrag (“Jij bent een …!). Uitgangspunt van het beleid is dat agressie een ‘vorm van gedrag’ is. We vragen van politieke ambtsdragers te handelen op basis van dit feitelijke gedrag en niet op basis van hun persoonlijke beleving. Agressief gedrag wordt niet geaccepteerd, ook al heb je er als persoon geen last van. We hanteren in de basis het uitgangspunt dat grensoverschrijdend gedrag tegenover een individuele politieke ambtsdrager een aantasting van het collectief is.
Daarom is de aanpak van grensoverschrijdend gedrag een collectieve verantwoordelijkheid en overstijgt die aanpak het individuele of partijpolitieke belang. Door dit uitgangspunt te hanteren, kunnen we toewerken naar een eenduidige reactie en goed, veilig en integer vervullen van onze rol. In onderstaand schema wordt concreet gemaakt welk gedrag we wel en niet accepteren, welke voorvallen wel/niet gemeld moeten worden en wanneer een officiële reactie vanuit de gemeente volgt.
2
Emotie of agressie?
Emotioneel gedrag
Agressie (Non-)verbale
Agressie Bedreiging, intimidatie
Agressie Fysiek geweld
Gedrag
Gedrag gericht op zichzelf en de eigen situatie
Gericht op de politieke ambtsdrager
(Non-)verbaal dreigen met geweld, intimideren, seksuele intimidatie
Schoppen, slaan, spugen, beet pakken, trekken, vernielen, voorwerpen gooien
Vaak te herkennen aan het woord “ik” Uitzondering of begrip vragen, klagen, excuus verzinnen, beroep op redelijkheid doen, afhankelijk gedrag, claimen
Norm
Mensen mogen klagen en boos en geïrriteerd zijn. In de reactie is de politieke ambtsdrager aan zet.
Melden en afhandelen
Niet melden, tenzij het gedrag aanhoudt en er een patroon ontstaat.
Kritiek op regels, beleid en/of bestuurlijk orgaan Vaak te herkennen aan het woord “jullie”
Vaak te herkennen aan het woord “jij” Sarren, zuigen, treiteren, uitlokken, schelden, grof zijn, belachelijk maken
Gaat een stap verder dan verbale agressie. Het kan ook gaan om suggestie van of dreiging met geweld. Het gedrag is op de persoon gericht. En levert mogelijk ook gevaar op voor de persoon zelf of anderen. Mensen mogen politieke ambtsdragers niet bedreigen of intimideren.
In de reactie is de politieke ambtsdrager aan zet.
Mensen mogen niet persoonlijk worden richting politieke ambtsdragers. We gaan pas verder met elkaar in gesprek wanneer dit gedrag stopt. Als het gedrag niet stopt beëindigen we het gesprek en nemen we passende maatregelen.
Niet melden, tenzij het gedrag aanhoudt en er een patroon ontstaat.
Geen melding als de persoon zich positief herstelt na te zijn aangesproken op dit gedrag.
Altijd melden en afhandelen volgens het sanctiebeleid van de gemeente. Het doel is regie voeren op de interactie.
In discussie gaan, ter verantwoording roepen, beschuldigen, schande spreken, machtsstrijd, obstructie Mensen mogen kritiek hebben op het beleid en de regelgeving en mogen dit uiten en boos en geïrriteerd zijn.
Wel melding bij aanhoudend gedrag. Afhandeling volgens sanctiebeleid van de gemeente. Het doel is regie voeren op de interactie.
3
We beëindigen het gesprek en nemen passende maatregelen.
Gaat een stap verder dan intimidatie. Het gedrag is gericht op personen of zaken.
De veiligheid van politieke ambtsdragers gaat boven alles. Mensen mogen niet fysiek worden naar personen of zaken.
Altijd melden en afhandelen volgens het sanctiebeleid van de gemeente. Het doel is regie voeren op de interactie.
Rol van burgemeester, college, presidium Als een politieke ambtsdrager uit hoofde van zijn functie met agressie/normoverschrijdend gedrag te maken krijgt, meldt hij/zij dit direct bij de burgemeester en in afwezigheid van de burgemeester bij de griffier. Meldingen worden ook altijd doorgegeven aan het Kennispunt Agressie (agressie@enschede.nl) van de gemeente. De burgemeester organiseert de opvang en nazorg van politieke ambtsdragers die met agressie zijn geconfronteerd. Met dit protocol als uitgangspunt bepaalt de burgemeester de sanctie/reactie naar de dader(s). Binnen 48 uur na het incident stuurt de burgemeester een formele (schriftelijke) reactie naar de dader(s) als deze bekend zijn1. Als het gaat om agressie tegen de burgemeester, neemt de (loco)gemeentesecretaris diens rol als eerst aangewezene over. Gevallen van agressie tegen politieke ambtsdragers worden besproken in het college en/of het presidium met instemming van de getroffene. Doel hiervan is vooral het toetsen en (eventueel) bijsturen van het beleid en het kunnen nemen van preventieve maatregelen. Dit kan leiden tot aanpassing van dit protocol. Melding en/of aangifte doen De norm blijft: van alle gevallen van intimidatie en agressie wordt een melding gedaan. Na de melding volgt niet altijd een strafrechtelijke reactie. Bijvoorbeeld omdat er nog geen sprake is van een strafbaar feit.
Bij agressie tegen een politieke ambtsdrager doet deze zelf melding of aangifte bij de politie eventueel bijgestaan door de burgemeester (zie stappenplan). Bij het doen van aangifte wordt altijd het adres van het stadhuis opgegeven; het privé-adres van de politiek ambtsdrager blijft zodoende zoveel mogelijk beschermd. Het melden van intimidatie, bedreiging of andere misdragingen is belangrijk, omdat het een startpunt is voor hulp van de politieke ambtsdrager (zoals steun en nazorg). Ook helpt de melding bij de strafrechtelijke vervolging van de dader (dossieropbouw), het in kaart brengen van de problematiek binnen de gemeente en het op gang brengen van het gesprek over intimidatie en bedreiging. De griffier of burgemeester kan eventueel ook namens de melder aangifte of melding doen bij de politie. Een uitzondering hierop is de aangifte tegen belaging, stalking, of stelselmatige intimidatie. Dit zijn ‘klachtdelicten’, waarbij alleen tot vervolging kan worden overgegaan als het slachtoffer zelf daarom verzoekt.2 In geval van bedreiging vanuit het criminele circuit wordt samen met de politie een passend veiligheidsplan gemaakt. Over de aangifte wordt niet gecommuniceerd, tenzij de betreffende politieke ambtsdrager daarmee instemt ten behoeve van het onderzoek.
De betreffende politieke ambtsdrager wordt juridisch als benadeelde beschouwd en verleent als benadeelde volledige medewerking aan het politieonderzoek. Handelwijze bij acute dreiging Bij acute dreigementen is het belangrijk om gesprekken/bijeenkomsten met mogelijke veiligheidsrisico’s goed voor te bereiden. Op basis van de acute dreiging wordt een passende locatie gekozen, worden organisatorische maatregelen getroffen en wordt waar nodig beveiliging ingezet. De coördinator agressie en geweld kan, in overleg met de griffier ondersteunen bij het treffen van de juiste maatregelen. Organiseer geen 1-op-1 gesprek met de betreffende politiek ambtsdrager.
1 Afhankelijk van de aard/ernst van de situatie kunnen de volgende acties jegens veroorzaker worden
ingezet: schriftelijke waarschuwing, toegang tot het gemeentehuis ontzeggen, in samenhang daarmee de dienstverlening richting veroorzaker beperken, een ‘corrigerend’ gesprek met de burgemeester. 2 Strafbare feiten (niet-uitputtende lijst): bedreiging (mondeling, dreigbrief, sociale media), belaging/stalken/stelselmatige intimidatie (al dan niet via sociale media), fysiek geweld (als er sprake is van letsel en/of schade), belediging, laster en smaad, discriminatie, afpersing, diefstal, vernieling, dwang, openlijke geweldpleging, mishandeling, valse aangifte, opruiing, haatzaaien en aanzetten tot een misdrijf (bijv. op internet oproepen), identiteitsfraude (bijv. online profielen aanmaken).
4
Ordeverstoring tijdens een raads- of commissievergadering: • Bij ordeverstoring van een vergadering schorst de voorzitter de vergadering en verzoekt degene(n) die de orde verstoort/verstoren de ruimte te verlaten. Dit onder begeleiding van de in het stadhuis aanwezige beveiliging. • Indien dit wordt geweigerd, zal de voorzitter dit nog tweemaal doen (na drie vorderingen is er sprake van lokaalvredebreuk). • De politie wordt door de beveiliging gebeld. De aanwezigen passen geen fysieke maatregelen toe om personen uit de ruimte of het gebouw te verwijderen. Zij laten dit over aan de politie. • Alleen bij fysieke agressie naar een deelnemer of bezoeker van een vergadering is het toegestaan fysieke maatregelen toe te passen om de persoon in kwestie te ontzetten en/of te beschermen. • Tijdens een ordeverstoring wordt de livestream van de vergadering stopgezet. • De voorzitter besluit in samenspraak met de griffier en de coördinator agressie en geweld tot het doen van aangifte van de ordeverstoring. Nazorg Naast het regelen van praktische zaken is met name de emotionele ondersteuning van politieke ambtsdragers (en hun families) van groot belang voor het behoud van persoonlijk welzijn en voor adequaat functioneren in de toekomst. De impact van een incident kan groot zijn en daarom wordt altijd opvang en nazorg aangeboden.
Voor opvang en nazorg is zeker niet altijd een externe professional nodig. Effectieve ondersteuning na incidenten wordt vooral gekenmerkt door invoelend vermogen en kennis van de mogelijke effecten van bv. bedreiging. De burgemeester is de eerst aangewezen persoon om opvang en nazorg te verlenen aan de wethouders, de griffier aan de raads- en commissieleden. Afhankelijk van de aard van het incident kan er ook voor gekozen worden om het interne (ambtelijke) collegiale opvangteam een rol te geven in de emotionele ondersteuning. Als ondersteuning van het thuisfront nodig is is het in ieder geval raadzaam een externe professional in te schakelen. De gemeente kan hiertoe een lokale voorziening treffen (bv. via de arbodienstverlener, of een aan de gemeente verbonden vertrouwenspersoon). Voor acute gespecialiseerde psychosociale ondersteuning kan 24/7 een beroep worden gedaan op het Instituut voor Psychotrauma. De Vertrouwenslijn is voor politieke ambtsdragers een (vertrouwelijk) kanaal voor advies en een luisterend oor. Materiële én immateriële schade van gemeente én betrokkene wordt indien mogelijk verhaald op de veroorzaker. Eventueel vergoedt de gemeente de schade van betrokkene als deze niet op de veroorzaker verhaald kan worden. Externe expertise kan mogelijk deels vergoed worden door de zorgverzekeraar, aanvullend door de gemeente.
Betrokkene krijgt indien nodig juridische bijstand van de gemeente. Het OM wordt, voor zover nog niet betrokken in een eerdere fase, door de politie op de hoogte gesteld bij een dreigingsmelding en/of een aangifte. Bij dreiging tegen een persoon ligt de verantwoordelijkheid voor de beslissing over het treffen van beveiligingsmaatregelen, in het kader van de strafrechtelijke handhaving en het bewaken en beveiligen, bij de Hoofdofficier van Justitie en doet de politie voorstellen over de te nemen maatregelen (artikel 1 lid 2 Politiewet, aanwijzing beveiliging van personen, objecten en diensten). Als de burgemeester zelf onderwerp is van dreiging, blijft de Hoofdofficier van Justitie verantwoordelijk en kan worden overlegd met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Als de burgemeester slachtoffer is, wordt tevens de Commissaris van de Koning op de hoogte gesteld. De werkgever is, ook als sprake is van een “fictief dienstverband” verplicht de Inspectie SZW binnen 24 uur te waarschuwen als sprake is van een ernstig incident waarbij een politieke ambtsdrager lichamelijk of geestelijk letsel oploopt, in het ziekenhuis moet worden opgenomen, blijvende schade overhoudt aan de gezondheid of overlijdt aan de gevolgen.
5
Tot de nazorg door de burgemeester hoort het informeren van de andere politiek ambtsdragers van de gemeente. Communicatie De burgemeester is voor de gemeenteraad (al dan niet vertrouwelijk) woordvoerder als het gaat om agressie/intimidatie van een of meer politieke ambtsdragers. Daarbij vindt afstemming plaats met de betrokkene. De burgemeester kan zich laten bijstaan door de Gebiedsofficier van Justitie. Als de burgemeester direct betrokken is, wordt in overleg met hem/haar, de locoburgemeester en eventueel de Commissaris van de Koning, de handelwijze bepaald. Andere politieke ambtsdragers worden met instemming van het slachtoffer, op de hoogte gebracht. Daarbij wordt altijd vertrouwelijkheid in acht genomen. Als er een strafrechtelijk onderzoek is gestart wordt hierover gecommuniceerd door het OM. Communicatie en contacten met de pers worden overgelaten aan het OM in samenspraak met de burgemeester en politie. De adviseur van de gemeente stemt, over een eventuele communicatieboodschap bij een ernstige (be)dreiging, altijd af met de afdeling voorlichting van het OM. Getroffen politionele maatregelen in de publieke ruimte worden nooit naar de pers gecommuniceerd. Kennisgeving protocol Dit protocol maakt deel uit van het inwerk- en doorwerkprogramma van (nieuwe) raads- en collegeleden.
Raads- en collegeleden krijgen een speciale training in het omgaan met emotie en agressie tegen politiek ambtsdragers. Verder staat een regelmatig terugkerend gesprek over dit onderwerp op de planning.
6
Stappenplan melding/aangifte politie Als een politieke ambtsdrager of diens familie vanwege de uitoefening van het politieke ambt te maken krijgt met agressie en intimidatie: Stap 1 - Maak intern melding 1. Bepaal intern wie de melding begeleidt: griffier, burgemeester of gemeentesecretaris. 2. Doe intern melding van het incident via Kennispunt Agressie (agressie@enschede.nl). 3. Overleg met de melder over het doen van een melding of aangifte bij de politie. 4. Doe als organisatie melding of aangifte namens het slachtoffer bij de politie. 5. Neem contact op met het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur voor advies en ondersteuning. Stap 2 - Verzamel zoveel mogelijk feiten Adviseer het slachtoffer om zo veel mogelijk feiten te verzamelen. Gebruik daarvoor de 7 W’s: wie, wat, waar, waarmee, op welke wijze, wanneer en waarom? Maak foto’s (van de situatie, schade of verwondingen) en vraag camerabeelden op. Bewaar eventuele video-opnames, printscreens of berichten van de dader (op sociale media). Betrek hier een informatiedeskundige bij, om zo snel mogelijk eventuele metadata (zoals IP-adres afzender/dader) veilig te stellen. Verwijder deze bewijzen niet na het doen van de aangifte. Politie, officier van justitie en rechter moeten zich een goed beeld kunnen vormen van wat er precies is gebeurd. Laat zo nodig een arts of een getuige een verklaring opstellen.
Stap 3 - Maak een afspraak met de politie Maak een afspraak met de politie namens het slachtoffer. Zo ontzorgt de organisatie het slachtoffer en geeft ze een signaal af aan de samenleving dat zij agressie tegen haar ambtsdragers onder geen beding tolereert. Het slachtoffer zelf wordt gehoord als getuige. Een getuige kan altijd opgeroepen worden om de verklaring toe te lichten. Stap 4 - Doe een melding of aangifte bij de politie Laat de politieke ambtsdrager de politie vertellen wat er feitelijk is gebeurd: welke impact het heeft gehad (zoals angst of stress), welke gebeurtenissen zijn voorafgegaan en de gevolgen en impact voor de organisatie. Dit is van belang voor het vervolg van de zaak. Lever bewijsmateriaal aan als dat er is (zie stap 2). Neem een voorbeeld proces-verbaal mee en eventueel een kopie van de Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA). Als er sprake is van getuige(n), neem dan gegevens zoals naam en telefoonnummer mee. Stap 5 - Bescherm privégegevens Bij aangifte door de organisatie is het aan te raden dat de aangewezen vertegenwoordiger samen met het slachtoffer een schriftelijke, ondertekende verklaring opneemt over het incident en deze meeneemt naar de politie. Het slachtoffer en de aangewezen vertegenwoordiger kunnen ook samen aangifte doen.
Geef bij de aangifte het adres van de organisatie op als woonadres (het domicilie-adres), zodat het adres van het slachtoffer geheim blijft. Alle correspondentie loopt dan via het werkadres. Stap 6 - Meld dat je een publieke taak hebt De politie en het openbaar ministerie geven agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak hoge prioriteit. Ook worden er hogere straffen geëist. De politie moet aan de aangifte de VPT-code (VPT = Veilige Publieke Taak) toekennen. Vraag hierom tijdens de aangifte. Stap 7 - Controleer de melding of aangifte Gebruik hiervoor de volgende checklist: • Controleer de inhoud voordat deze ondertekend wordt. • Ga na of het juiste adres (geen privéadres) is vermeld en of de VPT-code is toegekend.
7
• Vraag hoe je op de hoogte wordt gehouden van het vervolg. • Loopt de correspondentie via de organisatie? Regel dan intern dat alle post op de juiste plek terecht komt en de post niet voor het slachtoffer wordt geopend. Het slachtoffer heeft recht op informatie over het strafproces. Stap 8 - Vervolg van de melding of aangifte Een melding wordt opgenomen in het dossier en wordt niet doorgestuurd naar de officier van justitie. Een aangifte wordt wel naar de officier van justitie gestuurd. Eerdere meldingen kunnen hierbij gevoegd worden. De officier van justitie beslist of hij tot vervolging overgaat en laat weten als in de zaak een verdachte is gevonden. Als dat zo is, wordt de zaak voorgelegd aan de rechter. De officier kan ook beslissen de zaak niet verder te vervolgen (te seponeren), bijvoorbeeld vanwege onvoldoende bewijs, de gezondheidstoestand van de verdachte, de verhouding tot het slachtoffer is langs andere weg geregeld of anders ingrijpen dan strafrechtelijk heeft de voorkeur. Als het slachtoffer wordt opgeroepen om zijn/haar verklaring toe te lichten, wordt eerst overlegd met de officier van justitie op welke wijze het verhoor kan plaatsvinden. Stap 9 - Nazorg (gefaciliteerd) vanuit de organisatie De eerste stap na confrontatie met agressie is directe steun en opvang waar nodig. De organisatie speelt daarin een belangrijke rol.
Stress is een normale reactie op een abnormale situatie. In veel gevallen gaat stress vanzelf weer weg. Gebeurt dat niet, dan is hulp nodig. Hoe eerder aanhoudende stressklachten herkend worden, hoe sneller een slachtoffer kan worden geholpen. Houd de vinger aan de pols door regelmatig gesprekken te voeren. Bied bij een trauma professionele psychosociale hulp aan en vergoed deze. Onderken dat het ook voor directe familie een grote impact kan hebben en biedt ook steun aan hen. Politieke ambtsdragers die te maken krijgen met intimidatie of agressie kunnen terecht bij het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur.
8