Advies WMO Verordening bekostiging leerlingenvervoer
Tekst van het document
Correspondentieadres: Gemeente Enschede, Zorg en Welzijn Postbus 20, 7500 AA Enschede, Telefoon (053) 4818181, E-mail: info@wmoraadenschede.nl www.wmoraadenschede.nl Aan het College van B&W Enschede Postbus 20 7500 AA Enschede
Enschede, 10 februari 2021 Betreft: reactie ‘Verordening/beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer’
Geacht College, Op woensdag 27 januari heeft de Wmo-raad Commissie BJG een bespreking gevoerd met Stèphan en de dames Maaike Groenen en Mieke van Oort, consulenten leerlingenvervoer, naar aanleiding van de nieuw in te voeren ‘verordening/beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer’. Het college wil het graag voor het nieuwe schooljaar 2021-2022 van toepassing verklaren, vandaar dat er enige tijdsdruk is op het proces om dit mogelijk te maken. In december 2020 is door de VNG een landelijk model verordening opgesteld, die nagenoeg in zijn geheel is overgenomen. De verordening leidt tot het volgende:
Duidelijkere leesbaarheid
Meer ruimte voor zelfstandigheidsbevordering en gesprek erover met ouders
Meer aansluiting bij de Jeugdwet
Meer ruimte voor maatwerk
Alvorens artikelsgewijs de verordening wordt doorgelopen, eerst enige algemene opmerkingen. Naast het feit dat tijdsdruk het goed adviseren in de weg staat, had het meezenden van een overzicht van hetgeen in de nieuwe verordening wijzigt ten opzichte van de huidig vigerende, het becommentariëren aanzienlijk vergemakkelijkt. Ook het feit dat de
1
aangehaalde artikelen met nummering niet overeenkomen met de verordening bemoeilijkt het begrip van het een en ander. In Enschede gaat het om ongeveer ca. 800 kinderen die gebruik maken van een leerlingenvervoersvoorziening. 24 kinderen vallen onder de minimaregeling; 8 leerlingen maken gebruik van een tegemoetkomingsregeling. De consulenten geven aan zeer geholpen te zijn met een nieuwe verordening, aangezien de huidige, ook naar meerdere keren lezen, niet te begrijpen valt. Met name dat er beter aansluiting gevonden wordt bij de Jeugdwet en dat er meer ruimte komt voor maatwerk, is daarbij het meest in het oog springend. Overigens werd in de bespreking niet uitgediept op welke wijze de nieuwe verordening beter aansluit op de Jeugdwet – wellicht verdient dit nog wat extra aandacht! Voorts zij opgemerkt dat uit de verordening niet steeds blijkt dat de leerling centraal gesteld wordt. Rond de definitie ‘toegankelijke school’ is te voorzien dat veel discussie kan ontstaan – staat de leerling dan wel centraal?? In dit kader is het rapport van de Kinderombudsman uit augustus 2019: ‘Als de weg naar passend onderwijs niet passend is’ van belang! Voorkomen moet worden dat het toekennen van de voorziening = leerlingenvervoer en het beschikbare budget met elkaar gaan botsen. Zeker in deze tijd waarin als zoveel onvrede heerst rond het optreden en vertrouwen van de overheid.
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities in de opsomming bij scholen wordt het MBO gemist. tot welke leeftijd is de verordening van toepassing. maak concreter wat de opstapplaats is en benoem ook de uitstapplaats. de definitie van toegankelijke school kan makkelijk tot discussie leiden – geef aan dat de pedagogische-didactische visie van de school of voorkeur van ouders niet de aanspraak geeft, maar stel wel de leerling centraal!
Paragraaf 2. Aanvraag van de vervoersvoorziening
Artikel 4.6. bij dit punt wordt gedacht aan het project GoOV of vrijwilligers van Alifa die leerlingen leren om zelfstandig te reizen. Uit de verordening is niet te lezen of dit voor vergoeding is aanmerking komt.
Artikel 5. Op de vraag of de gemeente kan eisen dat een school dichterbij beter is voor een leerling, zij opgemerkt dat Samenwerkingsverbanden ( SWV ) een Toelaatbaarheidsverklaring ( TLV ) afgeven voor een bepaalde school: deze is bindend. In het overleg tussen gemeente en SWV kan de schoolkeuze worden toegelicht waarna meestal de vervoersvergunning wordt gegeven.
2
Artikel 6. Lid 4: Handelingsbekwaam: Wie bepaald dit? Er zijn hele goede contacten met scholen. Die geven advies qua handelingsbekwaamheid. Ook kan een periode zelfstandig reizen worden uitgeprobeerd (bijv. 2 dagen per week) met leerlingenvervoer op de achtergrond. Lid 6: Wat zijn nadere voorwaarden die een gemeente kan verbinden aan een toekenning van een vervoersvoorziening? Voorbeeld: in de winter gaat een leerling met een taxi naar school, in de zomer gaat de leerling met de fiets. Lid 7: Vervoer is van de woning naar de dichtstbijzijnde school. Hoe zit het met vervoer naar/van BSO (die soms aan de school verbonden is)? In overleg moet bekeken worden wie voor deze kosten gaat betalen. De Jeugdwet kent hiervoor jeugdvervoer. In principe zijn de ouders zelf verantwoordelijk voor het vervoer van en naar de BSO. Lid 8: Welke nadere regels kunnen B&W stellen t.b.v. de uitvoering van deze verordening? In beleidsregels dient vastgelegd te worden welke dit zijn.
Artikel 7. Bij wangedrag en onveilige situaties is het volgende opgemerkt: het gaat om relatief weinig gevallen. Er is in overleg met betrokken partijen maatwerk mogelijk. Individueel vervoer behoort in uitzonderlijke gevallen tot de mogelijkheid. Het opsplitsen van een taxibusje voor 8 leerlingen naar 2 x 4 biedt veelal soelaas door vermindering van prikkels. Als ouders zelf vervoer regelen kan ook een vergoeding verstrekt worden. Met taxibedrijven is afgesproken dat leerlingen zoveel mogelijk een vaste chauffeur hebben, waarbij de chauffeurs worden geschoold in het omgaan met moeilijk gedrag en de nodige kennis van stoornissen bij kinderen. Kortom, mooie voorbeelden van maatwerk!
Paragraaf 3. Beoordelingsfase: beoordeling van de aanspraak op vervoersvoorziening.
Artikel 8. Lid 1: Is schoolkeuze van de ouders leidend of het goedkoopste vervoer naar de dichtstbijzijnde school voor de gemeente? Wanneer de dichtstbijzijnde school goed passend onderwijs kan bieden dan is dat de school waarvoor een vervoersvoorziening wordt toegekend, niet de schoolkeuze van de ouders – zie ook de opmerking die bij definitie van toegankelijke school is gemaakt! Lid 2: ( Tekst in rood ) Er kan tijdsdruk ontstaan indien de schriftelijke bevestiging van toelating voor de school vertraagd is, waardoor de aanvraag voor leerlingenvervoer in het gedrang komt. Door goede contacten met de vervoerder enerzijds en het feit dat behandelperiode voor de aanname op een school en het aanvragen van een vervoersvoorziening synchroon lopen, anderzijds, geeft dit in de praktijk geen problemen.
3
Artikel 9. De gemeente Enschede hanteert gunstiger afstandscriteria in vergelijk met de landelijke VNG verordening. Lid 2: Wie is de onafhankelijke medische deskundigen die de gemeente om advies vraagt? Bij de toelichting op artikel 5 wordt hiervan een opsomming gegeven.
Artikel 13. Lid 2: Wachttijd van één of meerdere lesuren: is er een maximum? In de praktijk stuit dit niet op uitvoeringsproblemen. Bij een halve dag school wordt gekeken of er gecombineerd kan worden met andere scholen.
Artikel 15. In de toelichting op dit artikel wordt met het stageadres als de ‘school’ aangemerkt. Door deze verduidelijking op te nemen in het artikel, wordt de leesbaarheid van de rest van dit artikel vergroot. Lid 3b: de stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden. Er is evenwel maatwerk mogelijk! Maar dan is het onjuist dat dit niet in de verordening wordt aangegeven.
Paragraaf 4. Onderzoekfase: verstrekking aard en omvang van de vervoersvoorziening.
Artikel 17. Lid 1 en 2: de inhoud van deze beide artikelen is in tegen spraak met de in te voeren beleidsregel, waarbij gesteld wordt dat er in principe geen openbaar vervoersvoorziening of fiets toegekend wordt voor leerlingen die zelfstandig naar het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs reizen, terwijl in artikel 17 de bekostiging van openbaar vervoer ( lid 1 ) of een fiets ( lid 2 ) wel wordt toegekend voor leerlingen van primair of speciaal onderwijs. Dit is strijdig!
Artikel 22. In dit artikel ontbreekt duidelijkheid indien de leerling door de week enkele dagen verblijft in een internaat/ instelling/pleeggezin en de rest van de dagen van de week bij ouders thuis. Welke vervoersvoorziening is dan maatgevend?
4
Artikel 24. Gesteld wordt dat per gezin 1 x de eigen bijdrage in rekening wordt gebracht, ook al komen er 2 of meer kinderen in aanmerking voor een vervoersvoorziening. Dit feit wordt onvoldoende duidelijk bij lezing van dit artikel.
Er resteren nog een aantal vragen en opmerkingen die vanwege tijdsgebrek niet aan de orde zijn gekomen: -
Drempelbedrag per gezin is hoe hoog? 120% 130%
-
Beperking moet structureel van aard zijn en niet te verbeteren door medicatie. Lastig, bijv. epilepsie is bij het ene kind wel met medicatie te regelen en bij een andere kind niet: wie bepaald? De deskundige?
-
Opstapplaats 1 ½ km. van woning is redelijke afstand vastgesteld. Ook voor een 4 jarige ADHD’er?
-
Wachttijd langer dan 20 min. Bij combinatieritten: wie grijpt in bij overschrijding?
-
Vervoer van tijdelijke aard niet tijdens schooltijd vervoeren: maatwerk bieden bij zware operaties en bij chemokuren?
-
Beslistermijn is 8 weken: hoe om te gaan met crisisplaatsingen op een andere school van een leerling en bij een tijdelijk ander woonadres bij excessen in het gezin?
-
School is vol, wachttijd is opgelost. Hopelijk wordt er dan niet gelijk overgeplaatst maar gekeken naar wat het beste is voor de leerling. Een leerling overplaatsen 6 weken voor de zomervakantie is niet wenselijk, beter na de zomervakantie: Maatwerk en goed overleg met elkaar.
-
Klachten over vervoerder: ouders moeten klachten over het vervoer eerst zelf bespreken, oplossen met de vervoerder. Wat als zij er niet uitkomen: treedt gemeente dan op als bemiddelaar? Ouders hebben immers geen keuzemogelijkheid van vervoerder.
-
Is er een vast budget voor leerlingenvervoer en hoe verhoudt zich dit tot Jeugdwet en Wmo. Lukt het om over wettelijke grenzen – één Sociaal Domein – heen te reiken?
5
-
De beleidsregel om de regeling voor zelfstandig reizen ( versimpeling van de huidige minima- en tegemoetkomingsregeling ) te onderwerpen aan een overgangsrecht, blijft nog wat schimmig. Het is niet duidelijk geworden wat hiermee wordt opgelost.
-
Uiteraard zijn wij graag bereid ons advies nader toe te lichten. Met vriendelijke groeten, Namens de Wmo-raad Enschede
Frits Lagendijk, voorzitter
6