Advies cie omg aan stedcie - Energievisie 20210610.pdf
Tekst van het document
Advies Energievisie Van: Raadscommissie omgevingsbeleid Aan: Stedelijke commissie Behandelingsdatum: 24 juni 2021 De raadscommissie omgevingsbeleid sprak in de vergadering van 31 mei 2021 over de Energievisie. In deze nota staat hoe we in Enschede keuzes maken bij het opwekken van zonne- en windenergie. Bij de bespreking heeft de commissie de Meetlat commissie omgevingsbeleid (zie bijlage) gebruikt. In de meetlat is opgeschreven welke punten de commissie belangrijk vindt. In de vergadering heeft de commissie bekeken of de nota klopt met wat er in de meetlat staat. Leesbaar en begrijpelijk De commissie vindt de nota goed leesbaar en mooi vormgegeven. De commissieleden vinden de samenvatting waardevol. Op dit moment is de samenvatting geschreven op B2-niveau. Dat taalniveau is voor 40 % van de Nederlanders te begrijpen. De commissie adviseert in alle gevallen een samenvatting op B1-niveau. Dat taalniveau is te begrijpen voor 80% van de bevolking. Ondanks de goede leesbaarheid mist de commissie een uitleg van de aangekondigde “integrale programmatische aanpak”. Verbinding met Omgevingswet en andere beleidsvelden (integraliteit) De commissie mist de uitleg dat de oorsprong van de Energievisie ligt in het klimaatakkoord dat landelijk is afgesproken. Ook mist de commissie het antwoord op de vraag wat straks de rol van de raad nog is.
Verder vindt de commissie het niet duidelijk hoe de Energievisie past bij andere plannen, zoals bij de Regionale Energiestrategie Twente. De commissie vraagt zich af hoe de keuzes in de Energievisie invloed hebben op andere beleidsterreinen. Een voorbeeld is dat niet duidelijk is wat de invloed van keuzes in de Energievisie is op de ondergrond. Gaat wat we willen in de energievisie passen bij wat we willen met de ondergrond? Omdat de consequenties (voor de omgeving) niet duidelijk zijn vraagt de commissie zich af of we de doelen op andere terreinen, zoals leefomgeving, wel halen als we de keuzes maken die in de Energievisie staan. Ook wil de commissie weten hoe de instrumenten uit het omgevingsbeleid ons gaan helpen bij het realiseren van de doelen in de Energievisie. In de Energievisie staat niet waar de onzekerheden zitten en hoe we ermee omgaan als dingen toch anders blijken dan we in de Energievisie hebben vastgelegd. De commissie heeft al vaker gezegd dat in nota’s meestal niet duidelijk is hoe we omgaan met nieuwe ontwikkelingen, zoals waterstof en geothermie. Ook de mogelijkheid van voortschrijdend inzicht in de bestaande middelen komt niet aan bod in de visie. De commissie adviseert een kennisagenda om dit in beeld te brengen. Ook mist de commissie een beschrijving van hoe de visie doorwerkt in de Omgevingswet.
Wat komt straks in de omgevingsvisie en in het omgevingsplan? Is de Energievisie nog houdbaar onder de nieuwe Omgevingswet? De commissie pleit voor een uniforme oplegnotitie bij een visie. Die oplegnotitie geeft aan hoe de visie doorwerkt op de instrumenten van de Omgevingswet. Zo wordt de verbinding met de Omgevingswet duidelijker. Balans tussen beschermen en ontwikkelen De commissie vindt het niet duidelijk wat het college wil beschermen en waar het college juist inzet op ontwikkelen. Daarbij is het handig dat de Visie Landelijk Gebied tegelijk wordt behandeld, want daarin is de balans tussen beschermen en ontwikkelen juist wel duidelijk gemaakt. Dat geeft de commissie toch een beetje inzicht. Participatie De commissie wil aan de stedelijke commissie meegeven dat de participatie niet zondermeer vertrouwen opwekt. De vraag is hoe participatie en draagvlak zich tot elkaar verhouden. Goede participatie leidt tot draagvlak. Aan draagvlak ontbreekt het op dit moment nog. De commissie wijst erop dat participatie onder de nieuwe Omgevingswet dan wel vormvrij is, maar zeker niet vrijblijvend. Bij projectaanvragen moeten alternatieve ideeën van omwonenden op hun haalbaarheid beoordeeld worden. Het is nu aan de gemeente Enschede om richtlijnen voor participatie vast te stellen in een participatievisie/verordening.
Daaruit volgt of je als gemeente voldoende instrumenten hebt ingezet om draagvlak te bereiken, of er genoeg mensen zijn betrokken. Ook is bij participatie belangrijk of het mogelijk was om invloed uit te oefenen op het besluit en of de periode ruim genoeg is geweest.
Bijlage
Meetlat commissie omgevingsbeleid 1
Uitgangspunten van de Omgevingswet a. b. c. d.
Is de visie leesbaar en begrijpelijk? Wordt het principe van vermindering van regels toegepast? Wordt het 'ja, mits'-principe toegepast? Wordt in de visie voldoende verbinding gemaakt met de Omgevingswet en andere beleidsvelden (integraliteit)? e. Is aandacht besteed aan de balans tussen beschermen en ontwikkelen? 2
De samenleving voorop a. Wordt het nemen van initiatieven aangemoedigd en gefaciliteerd? b. Straalt het beleid vertrouwen uit in inwoners en andere stakeholders in de samenleving? c. Wordt expliciet ingegaan op participatie?
3
Rol van de raad a. Zijn in de aangeboden visie de leerpunten van de lopende visie c.q. het lopende beleid betrokken (heeft evaluatie plaatsgevonden)? b. Geeft de visie duidelijk weer wat de bestuurlijke afwegingsruimte is ( ‘maatwerk’*)? c. Maakt de visie duidelijk hoe deze wordt uitgevoerd?
*als de raad duidelijke kaders stelt, kan het college beter maatwerk leveren: waarom “hier” wel en “daar” niet.