Advies BAS
Tekst van het document
BAS Advies Laaggeletterdheid Betrokken Hoe Afgegeven op Contact met
: : : :
Alle leden van de BAS Uitleg medewerkers gemeente, terugkoppeling in brainstormbijeenkomst 12 mei 2021 o.a. Huisarts, ROC, ervaringsdeskundigen, wijkcentra en buurthuizen, M-Pact, basisscholen, speciaal onderwijs, enquête werkgevers, uitzendbureaus, Humanitas – Thuisadministratie, Formulierenbrigade, Stichting Present, Stichting Leergeld.
Adviesvragen Laaggeletterdheid In onze gesprekken met inwoners en organisaties kwamen een aantal punten naar voren: • Mensen die laaggeletterd zijn ervaren dit zelf vaak niet als probleem. • Mensen die laaggeletterd zijn ervaren last als dingen anders gaan dan ze gewend zijn. • Laaggeletterdheid raakt alle delen van iemands leven. • We horen terug dat ontwikkelen op het werk lastiger is als je laaggeletterd bent. • Mensen hebben vaak een negatieve schoolervaring. • Wat opvalt is schaamte en faalangst. • Leren doen mensen graag in een veilige en bekende omgeving. • Werkgevers zijn overwegend tevreden over hun medewerkers die laaggeletterd zijn. • Op het werk ontstaan vaak problemen als processen wijzigen, het schrijven van een sollicitatiebrief, outplacement- of reintegratietrajecten. • Mensen die laaggeletterd zijn missen ook vaak digitale middelen in huis. • Ouderen laaggeletterden hebben vaak hun manieren en steun geregeld. Jongeren vallen vaak terug op hun netwerk.
Vraag 1
Waar moeten we accenten leggen in de aanpak en monitoring laaggeletterdheid?
1. Preventie: Voorkomen is beter dan genezen! a. Zet in op kinderen en hun ouders. b. Zorg voor een bereikbaar VVE aanbod met ruimte uren. c. Naast een aanbod voor kinderen is een parallel aanbod voor ouders belangrijk. d. Zet in op taal- en rekenontwikkeling van kinderen. e. Zorg voor voorleesactiviteit: thuis en op school. Voorlezen in het Nederlands of in de moedertaal is belangrijk voor de taalontwikkeling. f. Maak het gebruik van blaadjes als Taktoe bereikbaar voor alle kinderen. g. Zorg dat er oog is voor visuele- en gehoorbeperkingen bij kinderen. Hoe sneller dit herkend wordt, hoe beter. h. Leer kinderen op het voortgezet onderwijs ook praktische zaken zoals het invullen van formulieren en het bijhouden van de administratie. i. Zet in op kinderen en jongeren. Zorg dat op scholen taalachterstand wordt herkend en wordt opgepakt. Stel bijvoorbeeld een mentor aan voor deze jongeren.
2. Signaleren: zorg dat laaggeletterdheid herkend wordt! a. Train medewerkers van organisaties signaleren van laaggeletterdheid en leer hen doorverwijzen. Denk aan organisaties zoals woningcorporaties, schuldhulpverlening, formulierenbrigade, zorgaanbieders en welzijnsorganisaties. b. Herhaal deze training zodat nieuwe medewerkers ook bekend worden met signaleren en doorverwijzen van laaggeletterdheid. c. Leer professionals het aanbod voor mensen die laaggeletterd zijn.
3. Oplossen doe je samen! Praat niet over, maar praat met! a. Maak een werkgroep van mensen die laaggeletterd zijn. Laat hen meedenken in de aanpak en evalueer met hen. b. Betrek ook andere bij de aanpak zoals: de wijk, wijkcoaches, welzijnsmedewerkers, vrijwilligersorganisaties, UT, Saxion , ROC. c. Maak goede afspraken met de scholen over hoe zij actief betrokken zijn bij de aanpak. d. Betrek werkgevers door hen te faciliteren in het signaleren en bespreekbaar maken met werknemers. Zorg dat werkgevers bewust worden/zijn wat laaggeletterdheid betekent voor hun medewerkers. Biedt werkgevers de mogelijkheid om eigen ondersteuning te bieden of gebruik te maken van bestaande ondersteuning voor hun medewerkers. e. Stel een ambitieus doel en verdeel dit in kleine stapjes. Hoeveel procent minder laaggeletterden willen gemeente, partners en ervaringsdeskundigen bereiken? f. Breng prioriteit en focus aan. Bij welke doelgroep is de behoefte en vraag het grootst? Zet daar extra middelen in om resultaten te halen en zorg dat daarbij ieders focus komt te liggen. g. Maak een groeimodel voor lokale samenwerkingen. De universiteit van Utrecht heeft een dergelijk groeimodel. Het uitgangspunt is dat meer draagvlak in combinatie met slagkracht leidt tot meer resultaat.
Draagvlak wordt georganiseerd door professionals en vrijwilligers regelmatig te scholen in signaleren, kennis aanbod en doorverwijzen. Slagkracht door ambitie en focus te formuleren. h. Volg landelijke ontwikkelingen en maak gebruik van landelijke expertise.
Vraag 2
Hoe kunnen we laaggeletterden motiveren om hun basisvaardigheden te verbeteren?
1. Maak het aanbod toegankelijk! Ga versnippering tegen a. Zorg voor een coördinator of verschillende medewerkers die laaggeletterdheid als aandachtsgebied hebben. Het doel van deze medewerkers is dat het onderwerp steeds aandacht krijgt en dat het aanbod aan elkaar verbonden
wordt, ook op wijkniveau. We zien nu een versnipperd aanbod wat onduidelijk is voor mensen die laaggeletterd zijn. b. Een optie om versnippering tegen te gaan is te zorgen voor een organisatie die het aanbod uitvoert. Zorg in ieder geval voor verbinding waarbij de concurrentie tussen organisatie wordt weggehaald. Betrek ervaringsdeskundigen c. Betrek ervaringsdeskundigen om mee te kunnen denken en doen. Laat hen bijvoorbeeld informatie zien en lezen. Laat hen aangeven wanneer informatie duidelijk is. Dichtbij mensen organiseren d. Zorg dat het aanbod dicht bij inwoners wordt georganiseerd: in hun buurt en wijk. e. Laat het aanbod aansluiten bij de individuele interesses of de werkzaamheden van mensen. Het gaat om maatwerk zodat ieder persoon de taal direct in het dagelijks leven kan inzetten. f. Zorg voor plekken in de wijken en buurten waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. g. Zorg voor een uniform aanbod per wijk zodat dit voor mensen herkenbaar is. h. Gebruik de moedertaal van mensen, op deze manier is het makkelijker om mensen te bereiken en te enthousiasmeren. Zorg voor duidelijke communicatie i. Zorg dat het aanbod voor mensen in een oogopslag helder is. j. Gebruik de Belgische folder en pas deze aan naar de Enschedese situatie. k. Zorg voor vertaling van informatie materiaal in verschillende talen. l. Maak naast folders ook filmpjes. m.
Zorg voor brede verspreiding van informatiemateriaal aan o.a. inwoners, scholen, sportverengingen, de Wijkwijzers, huisartsen, het stadskantoor, hulpverleners, bij zorgverleners, moskeeën en kerken. n. Laat elke week in Huis aan Huis een artikel plaatsen over de projecten van Huis voor Taal en Meedoen. Laat mensen zich voorstellen. o. Zorg voor een gesproken versie van de Huis aan Huis krant. p. Zet informatie in de nieuwsbrief aan ouders op scholen. q. Zorg voor eenvoudige taal, weinig woorden, zeg wat je bedoelt en gebruik picto’s. r. Zorg voor simpele communicatie uitingen zoals een poster met een QR code. s. Kijk goed naar de websites van de aanbieders van ondersteuning: we denken dat die eenvoudiger kunnen. t. Let erop dat alle websites van de aanbieders toegankelijk zijn en een voorleesfunctie hebben. u. Veel mensen die laaggeletterd zijn hebben geen digitale middelen. Een digitale bank (net als een voedselbank) waar mensen digitale middelen kunnen krijgen zou kunnen helpen.
v. Leer met name ouderen digitale vaardigheden. Werken aan taal is leuk! w. Het werken aan taal is geen verplichting, doe dat wat maakt dat mensen intern gemotiveerd worden (dichtbij, aansluiten bij interesses, werk e.d.). Taalvaardigheden verbeteren moet iets zijn waar mensen plezier in hebben en wat mogelijk een succeservaring geeft. Doorlopende leerlijn x. Op dit moment is het aanbod versnipperd en is er geen doorlopende leerlijn. Mensen ronden graag iets af en behalen een certificaat. Daarna zou de volgende leerstap moeten komen. Zorg voor een doorlopende leerlijn. y. Zorg voor een groepsgericht aanbod en een individueel aanbod. z. Zorg voor een mentor voor ieder die deelneemt aan het taalaanbod, zo hou je mensen vast en help je mensen een stap verder te zetten. Kwaliteit verhogen aa. Nu wordt het aanbod vaak door vrijwilligers uitgevoerd. Wij denken dat vrijwilligers vooral ondersteunend zouden moeten zijn en adviseren om meer professionals in te zetten met vrijwilligers ter ondersteuning.
2. Taboe doorbreken a. Maak een goede campagne waarin mensen weten dat laaggeletterdheid bestaat en dat je je hier niet voor hoef te schamen. Richt je op zowel mensen die laaggeletterd zijn als mensen die dat niet zijn. Doe bijvoorbeeld de volgende dingen: i. Maak posters in bushokjes en zorg dat die overal in de stad zichtbaar zijn. ii. Hang affiches op in wijkcentra, buurthuizen, huiskamers in de buurt, gezondheidscentra, speeltuinen en sportgelegenheden. iii. Vertoon filmpjes bij apotheken, gemeentekantoor, huisartsen en andere plekken waar beeldschermen zijn. iv. Laat het onderwerp steeds terug komen in nieuwsuitingen. v. Kijk per doelgroep welke communicatie uitingen aansluiten. b. Zet in op het doorbreken van schaamte. Het ROC geeft bijvoorbeeld ook cursus om schaamte te doorbreken.