9_Energievisie_zienswijzeverslag.pdf
Tekst van het document
De gemeente kan het ontstaan van draagvlak niet afdwingen, maar ze kan er wel voor zorgen dat de condities voor het ontstaan van draagvlak gunstig zijn. Dat betekent dat omwonenden in een vroegtijdig stadium bij de planvorming moeten worden betrokken, dat er voor de omgeving ruimte bestaat om invloed op het plan uit te oefenen en dat het participatieproces open en transparant plaatsvindt. Dit kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de inrichting van een terrein of de hoogte van installaties voor de opwek van hernieuwbare energie. Het kan ook leiden tot compensatie van schade, extra investeringen in het landschap of winstdeling. 78
In de door ons opgestelde beleidsregels hebben we hiervoor regels opgenomen. Als een plan, ondanks het voorgaande, toch bezwaren blijft oproepen bij omwonenden, dan zal de gemeente deze serieus bekijken en meenemen in de uiteindelijke belangenafweging. 3.12
Heeft de gemeente bij de aanwijzing van het transformatiegebied in de Broekheurne wel afgewogen dat dit gebied een hoog gehalte aan organische stof kent (10 – 15 %), dat zal wegspoelen/afnemen door de plaatsing van zonnepanelen? Inspreker: 311 Het plan in gebied Broekheurne is niet representatief voor toekomstige plannen. Dit vanwege vervuilde grond. Inspreker: 269
3.13
In transformatiegebied Broekheurne zijn veel landelijke weggetjes, waar veel gerecreëerd wordt. Zonnevelden vallen dan echt op. Houd daar rekening mee als u zonneparken of windmolens langs wegen wilt realiseren
De waardering van het landschap is gebaseerd op de ontstaansgeschiedenis en op de huidige kwaliteit van het landschap. Het gehalte aan organische stof speelt daarbij geen directe rol. De aanduiding als transformatiegebied betekent overigens niet dat daar zonnepanelen worden geplaatst, maar dat grootschalige transformatie van het landschap mogelijk is. Daarbij zijn tal van functies mogelijk, waaronder landbouw, recreatie, waterbeheer en ook zonnevelden. De mogelijkheden voor hernieuwbare opwek van elektriciteit in dit gebied worden via een gebiedsgerichte aanpak verkend. De bodemkwaliteit in dit gebied zou de ontwikkeling van een zonneveld in deze omgeving kansrijk kunnen maken. Of dat daadwerkelijk zo is, zal nog moeten blijken In de Broekheurne is net de Verkenning gestart van een integrale gebiedsaanpak. In die Verkenning kunnen de gebiedspartijen op tal van kenmerken van het gebied wijzen, waaronder de vruchtbaarheid dan wel vervuiling van de grond. Zie hiervoor ook punt 3.11 Zie het antwoord bij punt 3.11
Inspreker 325, 326 3.14
Zonnevelden tasten woongenot en recreatiewaarde van een gebied aan
De voorgestelde beleidsregels voor zonneenergie bevatten allerlei waarborgen om 79
Inspreker: 65, 72, 166, 179, 180, 181, 182, 184, 193, 252, 312
3.15
Zonnepanelen leggen te veel beslag op kostbare grond, deze grond is nodig voor A). huizen Inspreker: 74 B). landbouw Inspreker: 166, 179, 180, 181, 182, 184, 201, 204, 207, 222, 224, 252, 254
aantasting van het woongenot en de recreatieve waarde van het landschap te voorkomen, zoals: - de voorwaarde dat verlies van ecologische en/of landschappelijke waarden moet in voldoende mate worden gecompenseerd (artikel 2); - de voorgeschreven strategieën bij landschappelijke inpassing van zonnevelden (artikel 3); - het voorgeschreven overleg met de omgeving (artikel 9). Grond is schaars. Met de beschikbare oppervlakte aan grond in Enschede moeten we daarom zorgvuldig omgaan. In de Energievisie en de Beleidsregels voor zonne-energie komt dit onder meer tot uitdrukking via de uitgesproken voorkeur voor het leggen van zonnepanelen op daken en de wens bij de aanleg van zonnevelden in de landelijke omgeving de energie-opgave te combineren met andere maatschappelijke opgaven. Uw visie dat zonnevelden een te groot beslag leggen op grond delen wij niet.
C). weidegrond
3.16
Inspreker: 193 Wat gebeurt er met de zonnevelden na 15-20 jaar. Blijft de agrarische bestemming erop zitten? Wordt alles weer opgeruimd? Na het einde van de levensduur van een zonneveld dient deze weer in oorspronkelijke staat teruggebracht te worden, met agrarische bestemming. Inspreker: 201, 204, 224, 241, 242, 251, 305, 311, 312 Nieuwe groenstructuren zouden moeten blijven bestaan. Advies is om hierbij maatwerk toe te passen,
Het uitgangspunt is dat de grond weer geschikt moet worden gemaakt voor het oorspronkelijke gebruik. Een uitzondering op dat uitgangspunt is aan de orde voor de groenstructuren die bij de aanleg van de zonnevelden tot stand zijn gebracht. Via de Beleidsregels voor zonne-energie dwingen we af dat de aanleg van een zonneveld per saldo leidt tot een verbetering van de landschappelijke en natuurwaarde van het gebied. Daarom ligt het niet voor de hand om landschapselementen die bij de aanleg van het zonneveld tot stand zijn gekomen, te verwijderen als de betreffende locatie niet langer meer voor energie-opwekking in gebruik is.
80
opstalovereenkomsten hierover sluiten Voor het panelenveld zal de agrarische tussen grondeigenaar en initiatiefnemer bestemming worden gehandhaafd. Inspreker: 315 3.17
Zonnevelden zijn schadelijk voor het leefgebied van dieren in de omgeving (wild rondom de kikkerpoel) Inspreker: 72, 207
Flora en fauna wordt in Nederland beschermd door de Wet Natuurbescherming (Wnb). Bepaalde ingrepen of projecten, zoals de aanleg van een zonneveld, kunnen gevolgen hebben voor beschermde flora en fauna en daarmee ook de planvorming. In bepaalde gevallen ligt er dan een opgave om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen en een ‘gunstige staat van instandhouding’ van beschermde flora en fauna te borgen. Daarom zal de gemeente, als zij overweegt om medewerking te verlenen aan een dergelijk verzoek en wanneer er mogelijk een effect wordt verwacht op beschermde soorten, om ecologisch onderzoek vragen. Dat onderzoek bestaat in eerste aanleg veelal uit een verkennend onderzoek op de planlocatie. Daarmee wordt vastgesteld of er op de betreffende locatie vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde natuurwaarden kunnen voorkomen en of er ecologische effecten kunnen optreden. In sommige gevallen kan een uitgebreider onderzoek vereist zijn met toepassing van beschermende, mitigerende en in het uiterste geval habitat compenserende maatregelen. Voor ingrepen in of bij natuurgebieden, zoals een Natura 2000 gebied, wordt een uitgebreider onderzoek of een Natuurtoets uitgevoerd.
3.18
Groene omsingeling: Het toepassen van houtwallen als groene omsingeling is niet toereikend om zonnevelden aan het oog te onttrekken.
De Beleidsregels voor zonne-energie zorgen voor de totstandkoming van robuuste houtwallen. Zo’n houtwal heeft een paar jaar nodig om tot wasdom te komen, maar onttrekt daarna het zonneveld wel aan het zicht.
Inspreker: 166
Het aan het zicht onttrekken van een zonneveld kan in veel gevallen een goede oplossing zijn, maar is wat ons betreft niet altijd aan de orde. Met de 20 %-norm hebben wij een (onder-)grens willen formuleren, die ruimte laat voor maatwerk.
De groene omsingeling moet voldoende hoog zijn, 10 – 20 m., de zonnevelden moeten volledig aan het zicht worden
81
onttrokken. Vat de norm hiervoor niet in een percentage. En hoe ziet de gemeente de combinatie met de wateropgave voor zich? Inspreker: 261 Groene omsingeling is niet altijd gewenst, bijvoorbeeld voor agrariërs of omwonenden die liever zichtlijnen/uitzicht houden
De ingezette klimaatverandering leidt in Nederland niet alleen tot hogere temperaturen en droogte in de zomers, maar ook tot een natter voor- en najaar en winter. De behoefte aan waterberging kan daardoor toenemen. En die functie kan dan wellicht weer worden gecombineerd met het opwekken van energie (drijvende zonnepanelen, of panelen op hoge poten).
Inspreker: 315 3.19
De prioritering in de “zonneladder” zou leidend moeten zijn voor de plaatsing van zonnepanelen. En de toepassing van de beleidsregels moet controleerbaar zijn en teruggekoppeld worden aan belanghebbenden. Inspreker: 105, 166, 212, 251, 254, 305, 311 ,316, 317 De Gemeente volgt de zonneladder niet, maar voor de weg van de minste weerstand en financiële middelen. De Gemeente moet de zonneladder en advies rijksadviseurs serieus nemen. Inspreker: 255
3.20
Zonnepanelen (in de vorm van zonnevelden) zorgen voor waardedaling, vermindering van woongenot en ondermijnen (toeristische) bedrijfsactiviteiten Inspreker: 179, 180, 181, 182, 184, 193, 207, 254
De voorkeur voor de in artikel 1 van de Beleidsregels zonne-energie genoemde locaties sluit het gebruik van andere, in de groene ruimte gelegen locaties niet uit. Ook impliceert het noemen van deze voorkeurslocaties niet een volgtijdelijkheid. De gemeenteraad heeft dit willen benadrukken, toen hij 7 september 2020 het amendement ‘Realiseren minimale ambitie duurzame energie per 2022’ aannam: de zonneladder is richtinggevend, niet leidend. De Handreiking zonnevelden van de provincie Overijssel kent een hiermee vergelijkbare aanpak. Uit artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht volgt dat de gemeente overeenkomstig de beleidsregel moet handelen. Wanneer er een formele aanvraag bij de gemeente binnenkomt, kan dat ook eenvoudig worden getoetst. De voorgestelde beleidsregels voor zonneenergie bevatten allerlei waarborgen om aantasting van het woongenot en de recreatieve waarde van het landschap te voorkomen, zoals: - de voorwaarde dat verlies van ecologische en/of landschappelijke waarden moet in voldoende mate worden gecompenseerd (artikel 2); - de voorgeschreven strategieën bij landschappelijke inpassing van zonnevelden (artikel 3);
82
-
het voorgeschreven overleg met de omgeving (artikel 9).
Met het voorgestelde beleid zet de gemeente bovendien in op een eerlijke verdeling van de lasten en de lusten. Bij een opgesteld vermogen van 2 MW of meer, is 50% eigendom voor de lokale omgeving het uitgangspunt. Het is niet uitgesloten dat een inwoner of een ondernemer, ondanks de hiervoor genoemde waarborgen, door de realisatie van een energieproject niettemin schade lijdt. Als die situatie zich aandient en daarbij vast komt te staan dat de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en een tegemoetkoming in die schade anderszins niet voldoende is verzekerd, dan kan er bij het college van burgemeester en wethouders een verzoek om tegemoetkoming in die schade worden ingediend. 3.21
Extra opnemen in Energievisie: we ontwikkelen juridisch instrumentarium om: - draagconstructie van daken van nieuwe bedrijfspanden voldoende stevig is. - om zon op dak te stimuleren (verlaging OZB, kosteloos aanpassen nieuwbouwplannen) Inspreker: 194, 200, 201, 204, 212, 224, 305, 311, 316
De eisen waaraan gebouwen moeten voldoen staan in het Bouwbesluit. De gemeente kan deze eisen niet op eigen initiatief aanscherpen. Maar de minister van Economische Zaken en Klimaat heeft in een brief aan de Kamer aangekondigd regelgeving te zullen voorbereiden, waarmee de gemeente de bevoegdheid krijgt initiatiefnemers voor de bouw van een bedrijfsopstal te verplichten tot de plaatsing van zonnepanelen. Wij zijn voornemens daarvan gebruik, zodra die regelgeving rechtskracht heeft gekregen. De gemeente mag de wettelijke voorschriften die betrekking hebben op de draagconstructie van daken niet zelf aanvullen. Ook niet met het oog op de wens om die gebouwen op een later moment van zonnepanelen te voorzien. De Rijksoverheid heeft al voorzien in financiële stimuleringsmaatregelen in de vorm van de SDE++-regeling en de salderingsregeling. De gemeente is van plan om ook zelf te onderzoeken of het zinvol en haalbaar is om daarnaast eigen financiële instrumenten in te zetten. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om sturing met OZB-middelen (korting als incentive, bijdrage
83
aan ondernemers-/bedrijventerreinenfonds), (groene) leges of een variabele grondprijs 3.22
3.23
Nog veel meer nadruk leggen op het belang van zon op dak en wel elk dak. Ook oost-west. Gemeente moet hier grotere rol pakken. Onderzoek de mogelijkheid om bij nieuwbouw zon op dak verplicht te stellen Inspreker: 309 Vragen/opmerkingen over bijlage 1, beleidsregels zonne-energie: Artikel 1: De noodzaak van aanleg zonnevelden in de groene ruimte is niet aangetoond.
We zijn ons ervan bewust dat daken zoveel mogelijk benut moeten worden voor het leggen van zonnepanelen. Met pijler 3.1 uit de Energievisie hebben we daar uitdrukking aan willen geven. Zie ook het antwoord onder 3.21
Bij de vaststelling van de nota Uitgangspunten Energievisie op 7 september 2020, heeft de gemeenteraad gekozen voor de ambitie om het aandeel hernieuwbare energie in de periode 2021 – 2030 met 8 procent te vergroten. Bij de voorbereiding van de Energievisie bleek dat de gemeente die opgave tot een goed eind kan brengen, door gebruik te maken van biomassa, windenergie en/of of zonne-energie. Mede op basis van de resultaten van het milieueffectrapport hebben we gekozen voor een energie-mix, waarbij de aanleg van zonnevelden in de groene ruimte wel noodzakelijk is.
Artikel 2: onduidelijk welke overwegingen zijn gebruikt om geen maximale grootte van zonnevelden in de buurt van gronden met hoge kwaliteit.
Artikel 2 van de Beleidsregels voor zonne-energie bepaalt inderdaad dat op gronden die volgens de Waarderingskaart buitengebied Enschede (bijlage H) over een hoge of zeer hoge kwaliteit beschikken, de kwaliteit van het landschap de maximale oppervlakte van het zonneveld bepaalt. Daarvoor is gekozen om maatwerkoplossingen mogelijk te maken.
Bij artikel 2 toevoegen:
Uit uw reactie spreekt de wens om de kwaliteit van landgoederen te behouden. En die wens delen wij. De toevoeging die u voorstelt, daarentegen, komt ons overbodig voor. Ze zijn namelijk van toepassing op iedere aanvraag waaraan de gemeente medewerking verleend.
..met de juiste maat, schaal, materiaalkeuze, landschappelijke inpassingen en medewerking van de eigenaar is het nemen van maatregelen voor energietransitie op landgoederen mogelijk.
84
Inspreker: 273 Artikel 3 / 4: Een rapport van HNS landschapsarchitecten wordt in de Beleidsregels van toepassing verklaard, maar is niet bijgevoegd. De eisen rond inpassen en aanpassen zijn onduidelijk. En blijven deze eisen ook in de periode 2025-2030 van kracht? Inspreker 194 Artikel 9: ook eigenaren die hun woning niet zelf gebruiken maar verhuren zijn belanghebbenden.
Artikel 10: 50% lokaal eigendom is uitgangspunt. Dit zou dwingend moeten worden voorgeschreven Inspreker: 194, 305 Vrijhouden 1/3 deel van de grond is niet goed doordacht. Beoordeel dit per project. En sta toe dat meer dan 50 procent van het wateroppervlak mag worden gebruikt voor zonnepanelen. Inspreker: 202
3.24
Er zijn alternatieven zoals waterstof, biogas (biovergisteres en monovergisters) en thorium kerncentrale. Inspreker:
Het is onjuist dat het rapport van HNS landschapsarchitecten van toepassing is verklaard. In de toelichting op de beleidsregels wordt eraan gerefereerd om de opgestelde beleidsregels te onderbouwen. We delen uw opvatting dat artikel 3 nog ruimte voor interpretatie biedt, maar zien dat niet als een nadeel. Het is inderdaad de bedoeling dat deze eisen ook in de periode 2025 – 2030 van kracht zijn. Dat is correct. Maar dit artikel beschrijft ook dat de initiatiefnemer het overleg start met omwonenden en gebruikers/eigenaren van aangrenzende percelen. De gemeente kan een initiatiefnemer juridisch niet verplichten om de omgeving financieel te laten participeren in de ontwikkeling of exploitatie van een energieproject. Met deze regeling hebben we de kwaliteit van de bodem en het water beogen te beschermen. De betreffende maatvoering is ontleend aan de Handreiking zonnevelden van de provincie Overijssel. En die handreiking is niet vrijblijvend, maar laat wel enige speelruimte. In de Beleidsregels zonne-energie staat nu dat een derde van de grond tussen de panelen vrij dient te worden gehouden. Deze formulering laat bij nader inzien onvoldoende ruimte voor maatwerk. Wij zullen de gemeenteraad voorstellen in de beleidsregels tot uitdrukking te brengen dat het hier om een uitgangspunt gaat, waar gemotiveerd van kan worden afgeweken.
De redactie van de beleidsregel die betrekking heeft op de bedekkingsgraad voor water, biedt die opening al. Waterstof is geen energiebron, maar kan een energiedrager zijn: een stof waarin energie is opgeslagen, die bij verbranding weer vrijkomt. Waterstof kan niet uit de natuur gewonnen worden, zoals aardgas of – olie. Het moet altijd eerst gemaakt worden. Daar zijn verschillende 85
200, 255
manieren voor. Om waterstof te maken is een grondstof nodig, bijvoorbeeld aardgas of water. In combinatie met energie (bijvoorbeeld aardgas of elektriciteit) kan waterstof worden gemaakt. Biogas is een belangrijke troef in het verduurzamen van onze energievoorziening. Het kan worden toegepast in warmtekrachtcentrales of opgewerkt worden tot groen gas dat wordt bijgemengd in het aardgasnet. We kunnen het ons echter niet permitteren om te kiezen, er zal en meer biogas moeten worden geproduceerd en we moeten meer duurzame elektriciteit produceren. Afwegingen over het gebruik van kernenergie worden op nationaal niveau gemaakt. Er zijn op dit moment geen plannen voor de bouw van een nieuwe kerncentrale. De kans dat een bedrijf vóór 2030 een nieuwe kerncentrale in Nederland bouwt, is klein, omdat: - het lang duurt om een kerncentrale te bouwen; - de bouw van een kerncentrale veel duurder is dan bijvoorbeeld installaties voor wind- of zonne-energie.
3.25
3.26
Wat gebeurt er na 2030? Als we naar 100% opwek willen hebben we 2950 hectare nodig voor de benodigde zonnepanelen. Dat is onhaalbaar.
Enschede wil in 2050 een klimaatneutrale stad zijn. Het ligt daarom voor de hand dat in de periode 2030 – 2050 nog meer hernieuwbare elektriciteit gaan opwekken.
Inspreker: 200
Omdat Enschede een groot energieverbruik kent en over relatief weinig mogelijkheden beschikt om op een duurzame wijze in die behoefte te voorzien, verwachten we dat we in 2050 voor een deel nog steeds afhankelijk zijn van elders geproduceerde duurzame energie.
Geef het goede voorbeeld met parkeerplaatsen en gemeentelijke daken. En stop met de verstrekking van subsidie aan vervuilende zaken als de MBS.
De gemeente is zich van haar voorbeeldrol bewust. In de Energievisie spreken we dit ook uit. En daarbij hebben we inderdaad onze parkeerplaatsen op het oog. En bij onze gebouwen gaan we nog een stap verder. Daarvan hebben we vastgelegd dat die in 2040 aardgasvrij en energieneutraal moeten zijn.
Inspreker: 200, 201, 204, 224
86
Het Museum Buurspoorweg (MBS) ontvangt van ons inderdaad subsidie. Dat doen wij om meerdere redenen, namelijk het belang van de MBS voor de toeristische sector, het in stand houden van een uniek stuk cultureel erfgoed, educatie, vanwege het grote vrijwilligersbestand en de beleving van Boekelo en Haaksbergen. Het is juist dat we daarmee, op kleine schaal weliswaar, het stoken van kolen in stand houden. Maar dat doen we ook vanuit de wetenschap dat MBS participeert in een landelijk netwerk waarin ze de mogelijkheden onderzoeken voor alternatieven voor kolen. 3.27
Waarom wordt Enschede-Noord ontzien? Inspreker: 200
3.28
Aan de Glanerveldweg moeten geen zonnevelden worden aangelegd, omdat: - vanwege negatieve effecten op flora en fauna; - dit ten koste gaat van de recreatieve functie van dit gebied; - dit ten koste gaat van het woongenot van de bewoners aan de Glanerveldweg; - dit tot waardevermindering van de eigen woning leidt. Inspreker: 225, 253
Voor windenergie geldt dat de Technology Base Twente een belemmerende factor vormt voor de plaatsing van windturbines in Enschede Noord. De mogelijkheden voor zonne-energie worden in het voorgestelde beleid in belangrijke mate afhankelijk gemaakt van de kwaliteiten van het landschap. In het stadsdeel Noord bevinden zich minder gebieden die zich lenen voor de grootschalige opwek van zonne-energie. Voor de nabije omgeving van de Glanerveldweg bestaan geen concrete plannen voor de aanleg van een of meer zonnevelden. De Glanerveldweg ligt wel in een gebied dat volgens de ‘Waarderingskaart buitengebied Enschede’ over een basiskwaliteit beschikt en om die reden zich leent voor transformatie. Daarbij zou, gelet op de inhoud van de Beleidsregels zonne-energie, een ontwikkeling richting een energielandschap aan de orde kunnen zijn. De voorgestelde beleidsregels voor zonneenergie bevatten allerlei waarborgen om aantasting van het woongenot en de recreatieve waarde van het landschap te voorkomen, zoals: - de voorwaarde dat verlies van ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate moet worden gecompenseerd (artikel 2); - de voorgeschreven strategieën bij landschappelijke inpassing van zonnevelden (artikel 3);
87
-
het voorgeschreven overleg met de omgeving (artikel 9).
Met het voorgestelde beleid zet de gemeente bovendien in op een eerlijke verdeling van de lasten en de lusten. Bij een opgesteld vermogen van 2 MW of meer, is 50% eigendom voor de lokale omgeving het uitgangspunt. Het is niet uitgesloten dat een inwoner of een ondernemer, ondanks de hiervoor genoemde waarborgen, door de realisatie van een energieproject niettemin schade lijdt. Als die situatie zich aandient en daarbij vast komt te staan dat de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en een tegemoetkoming in die schade anderszins niet voldoende is verzekerd, dan kan er bij het college van burgemeester en wethouders een verzoek om tegemoetkoming in die schade worden ingediend. 3.29
3.30
We hebben waardering voor het uitgangspunt dat zonnepanelen zoveel mogelijk op daken en parkeerplaatsen gelegd moeten worden. En wij hebben daarvoor nog een dak met een oppervlakte van 1100 m2 beschikbaar. De gemeente wordt uitgenodigd om daarover in gesprek te gaan. Inspreker: 239, 240 Kijk eerst naar oplossingen in het stedelijk gebied: - Verplicht zon op dak bij nieuwbouw van bedrijven en woningen; Benut eerst de oppervlaktes in het stedelijk gebied op reststukken en benut wateroppervlaktes - Benut meer ruimte op de Technology Base; Benut meer ruimte op het Vliegveld Twente - Zet in op benutting in groenstroken langs snelwegen. - Zet in op benutting langs de N18 (306)
Vriendelijk dank voor uw aanbod. De gemeente legt echter zelf geen zonnepanelen op daken van derden. Wellicht dat de Coöperatie Enschede Energie wat voor u zou kunnen betekenen.
De oplossingsrichtingen die u benoemt hebben we al in het vizier en komen ook in de beleidsregels voor zonne- en windenergie tot uitdrukking.
88
Inspreker: 242, 252 3.31
Zorg ervoor dat: - 80% van het gemeentelijke vastgoed in 2030 is voorzien van zonnepanelen, - het gemeentelijk wagenpark in 2030 volledig elektrisch is en deze energie wordt opgewekt op de Gemeentelijke locatie zelf; - uiterlijk in 2023 de volledige openbare ruimte in het volledige stedelijk gebied is onderzocht op geschiktheid voor de opwek van duurzame energie (incl. openbare gebieden, en parkeerplaatsen); - er subsidiemogelijkheden voor commerciële bedrijven bij de aanschaf van energiebesparende maatregelen komen; - Inwoners een extra stimulans krijgen om zonnepanelen op dak te leggen, bijvoorbeeld door een korting op de WOZ.
De gemeente is zich van haar voorbeeldrol bewust. In de Energievisie spreken we dit ook uit. En daarbij hebben we inderdaad onze parkeerplaatsen op het oog. En bij onze gebouwen gaan we nog een stap verder. Daarvan hebben we vastgelegd dat die in 2040 aardgasvrij en energieneutraal moeten zijn. Voor ons eigen wagenpark geldt dat dat in 2030 geheel duurzaam (elektrisch) moet zijn. We gaan bovendien onderzoeken welke financiële instrumenten een bijdrage kunnen leveren aan onze doelstellingen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om sturing met OZB-middelen (korting als incentive, bijdrage aan ondernemers/bedrijventerreinenfonds), (groene) leges of een variabele grondprijs.
Inspreker: 242 Grotere financiële stimulans voor installeren zonnepanelen en bedrijven verplichten.
3.32
Inspreker: 252 Zonnevelden leiden tot schittering en tot milieu-overlast (lood en cadmium kunnen uitspoelen, schoonmaakmiddel komt op de bodem terecht) en dus grondvervuiling. Inspreker: 252
Voor de plaatsing van zonnepanelen op daken voorzien wij geen problemen op het gebied van schittering. Voor grondgebonden systemen worden zogenaamde Antwoordstudies uitgevoerd met onder meer de Solar Glare Hazard Analysis Tool (SGHAT) van Sandia National Laboratories uit de VS om te voorkomen dat er hinderlijke of gevaarlijke situaties (verkeer) gaan optreden. Sommige zonnepanelen kunnen inderdaad de schadelijke stoffen lood en cadmium bevatten 89
maar bij de modernere zonnepanelen is het gebruik van dit soort stoffen daarvan al tot een minimum beperkt of nihil. Bij gewoon gebruik is een zonnepaneel veilig en uitspoeling van schadelijke stoffen is uitgesloten. Het is pas bij de ontmanteling en recycling van zonnepanelen dat er mogelijk risico’s ontstaan. De producenten van zonnepanelen zijn daarvan op de hoogte en bouwen voldoende veiligheidsmaatregelen in. In Nederland behartigt de Stichting Zonne-energie Recycling Nederland (ZRN) de belangen van producenten en importeurs bij hun wettelijke recycleverplichtingen. Zonnepanelen reinigen hoeft meestal niet: in ons land regent het regelmatig en dat zou genoeg moeten zijn. En als er toch aanleiding is voor een reinigingsbeurt, dan volstaan een zachte doek, spons en water. 3.33
Opwek van hernieuwbare elektriciteit op landgoed met inachtneming van kwaliteit van landgoed en omliggende omgeving is ok. Maar moet ook andersom gelden. Er wordt nu onvoldoende rekening gehouden met landgoederen, zoals de beleidsregels nu zijn is er een vrijbrief voor plaatsen van windturbines tot 25 meter en zonneparken nabij landgoederen. Inspreker: 246
3.34
Wij staan achter het uitgangspunt dat een zonneveld per saldo tot een verbetering van de landschappelijke en natuurwaarde van een gebied moet leiden.
In de beleidsregels voor zonne-energie worden de mogelijkheden voor het in het veld opwekken van zonne-energie afhankelijk gesteld van een strategie die is afgestemd op ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Deze aanpak geldt ook voor gronden die onderdeel uitmaken van een landgoed. Uw visie dat die beleidsregels onvoldoende rekening houden met landgoederen delen wij daarom niet. De ruimtelijke impact van een kleine windturbine is beperkt. Om die reden hebben wij gemeend om de aanvaardbaarheid daarvan alleen in gebieden met een zeer hoge kwaliteit van geval tot geval te beoordelen. Voor projecten die voorzien in de aanleg van een zonneveld, is uitgangspunt dat de investering in het landschap op de projectlocatie plaatsvindt. Alleen als dat niet mogelijk of zinvol is, vindt er een afdracht plaats aan een gebiedsfonds.
Borg in beleidsregels dat energieprojecten moeten bijdragen aan landschap en natuur.
90
Inspreker: 245 3.35
3.36
Inspreker benadrukt de volgorde van te nemen maatregelen: besparen, noregret (zonneladder: zon op dak, dan pas grootschalig, met regie, volgens groene ontwikkelprincipes zoals voorgesteld in "Wegwijzer energie" door Natuur en Milieu Overijssel, deze bijlage geeft handelingsprincipes voor landschap, inpassing en participatie. Werk artikel 3 van de Beleidsregels zonne-energie verder uit in kwantitatieve zin. Geef richtlijnen mee of werk met ontwerpvoorbeelden. Inspreker: 245 Leg in Beleidsregels voor zonne-energie vast dat de gemeente de nieuwe groenstructuren, die via de realisatie van zonnevelden tot stand komen, planologisch gaat beschermen via het bestemmingsplan. Inspreker: 245
Richtlijnen en inspiratievoorbeelden zijn al beschikbaar in de vorm van de Handreiking zonnevelden van de provincie Overijssel.
In de Beleidsregels zonne-energie hebben tot uitdrukking gebracht dat de groenstructuren die tot stand komen bij de aanleg van een zonneveld moeten worden gehandhaafd, als het zonneveld na de exploitatieperiode wordt ontmanteld. Hiermee voorkomen we dat verbeteringen in de landschappelijke structuren nadat het zonnepark is verwijderd, weer ongedaan worden gemaakt. Het ligt voor de hand dat die groenstructuren te zijner tijd onder een beschermd regime vallen. Daar nu al een oplossing voor vaststellen lijkt ons gezien het tijdsverloop wat voorbarig. Voor de goede orde merken we op dat de Omgevingswet op 1 januari 2022 waarschijnlijk zijn intrede doet. Vanaf dat moment moet het instrument bestemmingsplan plaats maken voor het omgevingsplan.
3.37
Produceer zoveel mogelijk elektriciteit op een hectare. Het is onacceptabel dat zonnepanelen maar 66% van een zonneveld mogen bedekken. Inspreker: 305
Met deze reactie brengt u een dilemma aan het licht. We hebben begrip voor uw visie dat de opwek van elektriciteit zo min mogelijk ten koste moet gaan van goede landbouwgrond. Maar daar staat tegenover dat bij navolging van uw advies de gevolgen voor het bodemleven en de vruchtbaarheid van de grond desastreus zijn. Met de Beleidsregels zonne-energie hebben we aansluiting gezocht bij de Handreiking 91
zonnevelden van de provincie Overijssel, die vanwege de binding met de regels uit de provinciale Omgevingsverordening voor de gemeente minder vrijblijvend is, dan de titel zou doen vermoeden. 3.38
3.39
3.40
Licht bij artikel 6 van de Beleidsregels zonne-energie nader toe dat de ruimte die tussen de zonnepanelen moet worden vrijgehouden, niet bedoeld is voor de invulling van de 20% ruimte voor groen of water zoals vermeld in artikel 5. Inspreker: 245 De doelstelling voor opwek van zon is niet helder. Op blz 2 vd beleidsregels: 147.000 MWH per jaar erbij? Inspreker: 246 Hoe dwing je af dat voorkeurslocaties voor zon eerst worden bebouwd met zonnevelden (dak en water)? Vraag is om duidelijk op te nemen dat er pas velden in het landelijk gebied worden gerealiseerd als voorkeurslocaties zijn gerealiseerd. Inspreker: 246
3.41
De aanleg van zonneparken moet in gebieden met een zeer hoge kwaliteit per definitie verboden worden. En in gebieden met een hoge kwaliteit kunnen slechts zonnevelden worden aangelegd, nadat de mogelijkheden in gebieden met een basiskwaliteit zijn uitgeput. Ook kan van de benutting van gebieden met een hoge kwaliteit slechts sprake zijn, als er sprake is van een verbetering van landschappelijke en natuurwaarden. Omdat van uitputting van de gebieden met een basiskwaliteit voor 2030 geen
Afbeelding 3 op bladzijde 9 voorziet daar reeds in.
Met deze tekst hebben we proberen aan te geven dat we ernaar streven dat de jaarlijkse productie aan zonne-energie in 2030 minimaal 147.000 MWh bedraagt. We zullen de tekst op dit punt verduidelijken. De voorkeur voor de in artikel 1 van de Beleidsregels zonne-energie genoemde locaties sluit het gebruik van andere, in de groene ruimte gelegen locaties niet uit. Ook impliceert het noemen van deze voorkeurslocaties niet een volgtijdelijkheid. De gemeenteraad heeft dit willen benadrukken, toen hij 7 september 2020 het amendement ‘Realiseren minimale ambitie duurzame energie per 2022’ aannam: de zonneladder is richtinggevend, niet leidend. Uitgangspunt in de Beleidsregels zonne-energie is dat de kwaliteit van het landschap bepalend is voor de maximale omvang van een zonneveld, c.q. de mate waarin zonnevelden geclusterd kunnen worden aangelegd. In gebieden die volgens de Waarderingskaart Buitengebied Enschede over een basiskwaliteit beschikken, kan meer dan in gebieden met een hoge kwaliteit, terwijl in gebieden met een hoge kwaliteit verhoudingsgewijs meer mogelijk is dan in de gebieden die volgens deze waarderingskaart over een zeer hoge kwaliteit beschikken. Clustering van zonnevelden is alleen mogelijk binnen gebieden met een basiskwaliteit. 92
sprake zal zijn, is het beter om in deze visie de andere gebieden voor nu uit te sluiten. Kortom: beleidsregel zon is onduidelijk en biedt alle kansen voor zonneboeren om binnen het gehele landelijke gebied met initiatieven te komen die dan ook moeten worden goedgekeurd. Dat van initatiefnemers wordt verwacht dat ze met de omgeving in overleg treden klinkt mooi maar zonder gevolg. Inspreker: 246
Zonnepanelen worden, als de inpassings- en compenserende maatregelen buiten beschouwing worden gelaten, over het algemeen als landschapsontsierende elementen gezien. Aan de beslissing om op gronden met een hoge of zeer hoge kwaliteit zonnevelden toe te staan liggen twee redenen ten grondslag, namelijk: a. de exploitatie van een zonneveld kan bijdragen aan het beheer en onderhoud van het landschap. De inkomsten die voortvloeien uit een zonneveld kunnen door particulieren gebruikt worden voor het beheer en onderhoud van het landschap. In dit verband wordt gewezen op het rapport ‘Inventarisatie van landgoederen in Enschede’, een rapportage van het Overijssels Particulier Grondbezit. Daarin staat dat het produceren van energie kansen biedt voor het in stand houden van en nieuwe ontwikkelingen op landgoederen. Maatregelen op dit gebied zorgen voor een daling van de energiekosten en daarmee dalen de exploitatiekosten. b. de wens gebruik te maken van de bestaande aansluit- en transportcapaciteit van HS/MSstations van Enexis. Vanuit een oogpunt van energiesysteemefficiëntie is het gewenst om gebruik te maken van de aansluit- en transportcapaciteit van de bestaande netwerkstations van Enexis. Deze stations bevinden zich allemaal binnen de bebouwde kom.
Als we de nog resterende aansluit- en transportcapaciteit van deze stations willen benutten, dan zullen er in de nabijheid van die stations mogelijkheden moeten worden geboden voor het aanleggen van een zonneveld. Als de afstand tussen een zonneveld en het dichtstbijzijnde punt waarop de energie op het netwerk kan worden ingevoed te groot is, drukken de aansluitkosten zo zwaar op de exploitatie van het zonneveld, dat het project onuitvoerbaar wordt. De in de stadsrand gelegen gronden hebben echter veelal een hoge, of zeer hoge kwaliteit. In de Beleidsregels voor zonne- en windenergie verplichten we een initiatiefnemer tot het voeren 93
van overleg met de omgeving. Wij zullen erop toezien dat dit overleg ook daadwerkelijk plaatsvindt. En als een initiatiefnemer dat nalaat, dan ligt het voor de hand dat de gemeente zijn initiatief op procedurele gronden afwijst. 3.42
Zon-PV op landbouwgrond is onnodig, maatschappelijk ongewenst en moet vooralsnog uitgesloten worden teneinde serieus werk te maken van de zonneladder. Inspreker: 249, 254, 255, 256, 285
3.43
De beleidsregels voor zonne-energie zijn niet consistent. Enerzijds predikt de gemeente de zonneladder, anderzijds wordt de grootschalige opwek van zonne-energie geprioriteerd. Inspreker: 249, 254, 255, 256, 285
3.44
3.45
De ontwikkeling van zonnevelden staat haaks op uw beleidskeuze 8 van hoofdstuk 3: ‘We zorgen voor een eerlijke verdeling van lasten en lusten’. Inspreker: 249, 254, 255, 256, 285 Zonnevelden werken negatief uit op de extensivering door wegnemen ontwikkelruimte en verspreide ligging in de landbouwstructuur. Inspreker: 48, 65, 201, 204, 206, 224, 242, 249, 254, 255, 256, 285
Om substantieel aan de gestelde energiedoelen bij te dragen, is het noodzakelijk om ook gronden in het landelijk gebied in te zetten voor de aanleg van zonnevelden. We sluiten agrarische gronden daarbij niet uit, maar hebben de voorkeur voor gronden die niet als natuur zijn ingericht of niet voor de landbouw in gebruik zijn, zoals grote wateroppervlakten, bermen van spoor- en autowegen en de luchthavenlocatie. Uw opvatting dat de Beleidsregels op dit punt niet consistent zijn, delen wij niet. Het landelijk gebied kent volgens de ‘Waarderingskaart buitengebied Enschede’, die als bijlage H aan de Beleidsregels zonne-energie is toegevoegd, meer gebieden met een basiskwaliteit, dan er op afbeelding 2 van de Beleidsregels zonne-energie zijn geaccentueerd. Het begrip prioritering in artikel 4 van de beleidsregels slaat dus niet op de verhouding met de locaties die volgens de zonneladder bij voorkeur voor het leggen van zonnepanelen moeten worden benut, maar legt een relatie met alle gebieden die volgens de hiervoor genoemde kaart over een basiskwaliteit beschikken. De zinsnede ‘eerlijke verdeling van de lasten en de lusten’ verwijst naar de mogelijkheden voor financiële participatie, waar ook agrarische ondernemers gebruik van kunnen maken.
We onderkennen dat het streven naar een meer circulaire landbouw tot een extensiever landgebruik leidt en dat dit tot een toenemende behoefte aan landbouwgrond leidt. We merken echter op dat de energietransitie agrariërs ook kansen biedt. De inkomsten uit een energieproject kunnen een agrarische ondernemer ook juist helpen de omslag te maken. 94
3.46
Landbouwgrond en natuurgrond zou niet gebruikt moeten worden voor zonnepanelen omdat hierdoor de bodem achteruit gaat. Deze bodem is juist belangrijk voor (kringloop)landbouw en verduurzaming Inspreker: 48, 65, 201, 204, 224, 242, 252, 255, 261, 305, 312
3.47
De zonnevelden zijn, hoe je het ook wendt of keert, welke bomen je er ook omheen plant, een aanslag op de natuur en het landschap. Uit allerlei onderzoeken blijkt dat het bodemleven in de grond uitsterft omdat er geen lichtinval is. Graag zie ik daarom een herziening/nadere toelichting met daarin een eerlijk en reëel verhaal.
Uit beschikbare literatuur blijkt dat er zowel negatieve als positieve effecten kunnen optreden door de plaatsing van zonnepanelen in een veldopstelling. Om ernstige of onomkeerbare schade te voorkomen schrijven de Beleidsregels zonne-energie voor dat er voldoende ruimte tussen de panelen moet worden gelaten (maximaal 2/3 bedekking).
Zie het antwoord onder 3.46
Inspreker: 312 3.48
Zonnevelden staan haaks op de ambitie rondom verduurzaming van het landgebruik en koolstofvastlegging in de bodem. Inspreker: 249, 252, 254, 255, 256, 285
3.49
Gebrek aan draagvlak voor zonnevelden op landbouwgrond bij boeren is niet meegenomen in de afweging. Dit is onzorgvuldig.
Wij merken op dat een ecologische inrichting van zonneparken met extensief beheerde vegetaties kan ook een positief effect hebben op de kwaliteit en de structuur van de bodem, vooral als de uitgangssituatie intensieve landbouwgrond was. Om de bodemkwaliteit te behouden zijn toetreding van lucht, licht en water essentieel. Vanuit dat perspectief is in de Beleidsregels zonne-energie vastgelegd dat een derde (1/3) van de grond tussen de rijen panelen vrij gehouden te worden. Wij zijn ons er echter terdege van bewust dat de maatregelen die in de Energievisie en de daarbij behorende stukken worden aangekondigd, in sommige gevallen ingrijpend zijn en aan het individueel belang van agrariërs raken.
Inspreker: 95
3.50
3.51
3.52
201, 204, 224, 249, 252, 254, 255, 256, 285
Draagvlak voor het beoogde beleid kan niet eenvoudigweg worden afgedwongen. De gemeente kan wel gunstige voorwaarden scheppen voor het ontstaan daarvan. In hoofdstuk 7 van de Energievisie hebben we daarvoor een aanpak uitgewerkt.
De resolutie van afbeelding 2 van de Beleidsregels zonne-energie is te laag, kunnen we geen oordeel over geven.
Wij zullen de resolutie van bijlage H van de Beleidsregels zonne-energie verhogen. Daardoor kan ook afbeelding 2 beter worden gelezen.
Inspreker: 249, 254, 255, 256, 285 Over de transformatiegebieden wordt opgemerkt: als de gemeente daar energie-initiatieven faciliteert, dan verwachten we van de gemeente een zorgvuldige belangenafweging en coherent beleid. Dat betekent dat nadrukkelijk gekeken moet worden naar de impact op omliggende bedrijven en hun mogelijkheden om te ontwikkelen en extensiveren. Inspreker: 249, 254, 255, 256, 285 Zonneparken hebben een industrieel karakter. Dit past niet bij agrarische gronden en natuur. Leg ze maar dichtbij of in stedelijk gebied aan. Inspreker: 252, 312
De belangen van agrarische ondernemers worden uiteraard bij de gebiedsaanpak op een adequate manier meegewogen.
Naar onze mening kan de aanleg van een zonneveld wel degelijk gecombineerd worden met de landschappelijke kwaliteiten van het landelijk gebied. Sterker nog, we zijn de mening toegedaan dat de aanleg van een zonneveld kan bijdragen aan de versterking van die kwaliteiten. Uitgangspunt in het voorliggende beleidskader is dat de kwaliteit van het landschap bepalend is voor de maximale omvang van een zonneveld, c.q. de mate waarin zonnevelden geclusterd kunnen worden aangelegd. In gebieden die volgens de Waarderingskaart Buitengebied Enschede over een basiskwaliteit beschikken, kan meer dan in gebieden met een hoge kwaliteit, terwijl in gebieden met een hoge kwaliteit verhoudingsgewijs meer mogelijk is dan in de gebieden die volgens deze waarderingskaart over een zeer hoge kwaliteit beschikken. Clustering van zonnevelden is alleen mogelijk binnen gebieden met een basiskwaliteit. 96
3.53
3.54
3.55
In pijler 5.2 wordt verwezen naar een enquête van Stawel die inmiddels gedateerd is en ook niet meer aansluit bij de beleving van het buitengebied bij zon en windenergie. Inspreker: 249, 254, 255, 256, 285 In de Beleidsregels voor zonne-energie wordt compensatie eenzijdig gezocht in ecologie en landschap. Denk ook hierbij aan agrarische sector. Inspreker: 249, 254, 255, 256, 285 De gestelde ambitie voor zon op dak voor 2030 is extreem laag. Inspreker: 254, 255 Verhoog de ambitie zon op dak naar 50%. Inspreker: 305, 311
3.56
De gemeente moet Enexis verplichten om capaciteit vrij te houden voor projecten, zoals zon op dak. Inspreker: 245, 255, 305, 311
3.57
Gebruik van landbouwgrond voor aanleg zonneparken is in strijd met een goede ruimtelijke ordening (gerelateerd aan specifiek bedrijf) Inspreker: 251
In Pijler 5.2 wordt niet verwezen naar een enquête van Stawel.
De aanleg van zonnevelden in het landelijk gebied zal door de regel plaatsvinden via een gebiedsgerichte aanpak. Belangen van agrarische ondernemers worden daarbij uiteraard ook op een adequate manier meegewogen.
Volgens de laatst bekende cijfers wordt op dit moment circa 9 procent van het potentieel aan energie benut, dat kan worden geproduceerd met zonnepanelen op daken. We mikken dus op een verdubbeling van het benutte dakoppervlak. En dat zal geen makkelijke opgave zijn, omdat de Rijksoverheid heeft aangekondigd, dat ze de salderingsregeling (een fiscale stimuleringsregeling) vanaf 2023 wil afbouwen. De salderingsregeling zal geleidelijk aan plaats gaan maken voor een subsidieregeling, die voor kleinverbruikers net even wat minder aantrekkelijk zal zijn. De Elektriciteitswet verzet zich hiertegen. Enexis is verplicht verzoeken om aansluiting op volgorde van binnenkomst in behandeling te nemen, en kan zodoende geen capaciteit vrijhouden. De gemeente kan dit ook niet zelf regelen bij de afgifte van een omgevingsvergunning. Het bedrijf van uw cliënt ligt in een gebied dat volgens de ‘Waarderingskaart buitengebied Enschede’ over een basiskwaliteit beschikt en zich om die reden zich leent voor transformatie. Daarbij zou, gelet op de inhoud van de Beleidsregels zonne-energie, een ontwikkeling richting een energielandschap aan de orde kunnen zijn. De voorgestelde beleidsregels voor zonneenergie bevatten allerlei waarborgen om ongewenste gevolgen te voorkomen. Voor uw 97
cliënt is daarbij misschien wel het belangrijkst dat voorafgaand aan de besluitvorming over grootschalige zonnevelden altijd een integrale gebiedsaanpak moet worden gevolgd, waarin de aanleg van zonnevelden naast andere mogelijke ontwikkelingen wordt gelegd. De eerste stap van de gebiedsaanpak is een verkenning om alle opgaven, wensen en belangen in beeld te brengen. De bedrijfsbelangen van uw cliënt zullen daarbij worden betrokken. De gemeente is op grond van de Wet ruimtelijke ordening verplicht om zorg te dragen voor een goede ruimtelijke ordening. Dit vraagt om een afweging van verschillende belangen. Het voorgestelde beleidskader voor zonne-energie voorziet daarin. Voor uw oordeel dat het gebruik van landbouwgrond strijdig zou zijn met een goede ruimtelijke ordening is geen grond. 3.58
3.59
Bedrijf van cliënte is gelegen binnen een zogenaamd transformatiegebied. Aanwijzing daarvan vormt reële bedreiging voor voortbestaan agrarisch bedrijf. Nadelige gevolgen van beoogde beleid wegen niet op tegen het doel, dus is er sprake van strijd met evenredigheidsbeginsel. Inspreker: 251 Aanleg zonnepark aan/in omgeving Hoge Boekelerweg past niet in landschap. Inspreker: 251
3.60
Wij zien liever windturbines dan zonnevelden tot stand komen. Iedere hectare die van zonnevelden
Uw conclusie dat de aanwijzing van het transformatiegebied een bedreiging vormt voor uw cliënt is voorbarig. De ‘aanwijzing’ gaat niet gepaard met rechtsgevolgen. Of er een ontwikkeling op gaat komen, die leidt tot een transformatie van dit gebied, is nu nog niet bekend. En als dat proces wel doorgang mocht vinden, dan zou dat proces ook in kansen voor het bedrijf van uw cliënt kunnen voorzien.
Het landschap rond de Hoge Boekelerweg wordt op een aantal plaatsen zeer hoog gewaardeerd en op een andere plek heeft het een waardering basis. Voor elk van deze waarderingen geld in de visie een passende handelingsstrategie voor ontwikkelingen die zich voor kunnen doen in het landschap, zoals de aanleg van een zonneveld. Als het tot ene formele aanvraag komt, speelt de kwaliteit van het landschap bij de beoordeling een grote rol. De Energievisie sluit op voorhand niet uit dat er in de omgeving Hoge Boekelerweg een zonne-energieveld zou kunnen passen. Wij zien windenergie ook als een goed alternatief voor de aanleg van een zonneveld. Tegelijkertijd constateren we dat wet- en regelgeving het 98
gevrijwaard kan worden is winst voor het landschap. Inspreker: 261, 269 3.61
3.62
3.63
Inspreker ziet zichzelf als relevante partner die bij de gebiedsgerichte aanpak betrokken moet worden, net zoals bij de totstandkoming van de Visie Landelijk gebied. Inspreker: 261 De verkenning moet bij de gebiedsgerichte aanpak door een onafhankelijk persoon plaatsvinden. Zoals dat ook bij de Visie Landelijke gebied gebeurt. Inspreker: 261 De gebiedsgerichte aanpak moet verplicht worden gehanteerd, ongeacht de oppervlakte van het zonneveld. Inspreker: 261
aantal potentiële locaties daarvoor sterk beperken. Voor een nadere onderbouwing van de keuzes die daarin gemaakt zijn, verwijzen wij kortheidshalve naar de bij artikel 1 gegeven toelichting in de Beleidsregels windenergie. Die opvatting delen wij. Wat ons betreft bent u dus een gesprekspartner bij de gebiedsgerichte aanpak.
Voor deze oplossingsrichting is in het buurtschap Broekheurne inderdaad gekozen. Of die aanpak navolging verdient, zal bij de evaluatie van dit proces moeten blijken.
We vinden participatie belangrijk bij dit soort processen. We hebben daarom in de beleidsregels vast laten leggen dat, ongeacht de omvang van het project, de initiatiefnemer overleg voert met de omgeving. De gebiedsgerichte aanpak is wat ons betreft meer dan dat. De extra inspanning die een gebiedsgerichte aanpak vraagt, moeten wel opwegen het resultaat dat daarmee kan worden geboekt. Vandaar dat we een ondergrens hebben geformuleerd voor projecten die aan de gebiedsgerichte aanpak worden onderworpen.
3.64
Volgens de Energievisie moeten energieprojecten op landgoederen gaan bijdrage aan beheer en onderhoud. Wat inspreker betreft, moet deze zin worden genuanceerd. Energieopwekking is wat haar betreft pas aan de orde, als blijkt dat alternatieven onhaalbaar zijn. Inspreker: 261
In de Beleidsregels zonne-energie hebben we de ontwikkeling van een zonneveld aan strikte voorwaarden verbonden. Zo is uitgangspunt bijvoorbeeld dat de realisatie van een zonneveld per saldo moet leiden tot een verbetering van de landschappelijke en natuurlijke waarden. De realisatie van een energieproject hoeft dan ook niet de laatste financiële strohalm van een landgoed te zijn, dat op zoek is naar een nieuwe financiële drager.
99
3.65
Op grond van de 80-20-regel moet bij de ontwikkeling van een zonneveld met een oppervlakte van 2 hectare of meer een koppeling worden gelegd met andere maatschappelijke opgaven, waaronder de extensivering van de landbouw. Hoe dan? Inspreker: 261
3.66
Neem ook bij de afgifte van een vergunning voor een woning de verplichting op om het dak met zonnepanelen te beleggen. En bij renovatie van daken moet leggen zonnepanelen op zijn minst worden overwogen. Inspreker: 261
3.67
T.a.v. de beleidsregels voor zonneenergie wordt opgemerkt dat onduidelijk blijft met wie de initiatiefnemer overleg moet voeren, omdat het begrip aangrenzende percelen onduidelijk is. Inspreker meent dat ook degenen met een economisch
Verschillende scenario's zijn denkbaar. Als de ontwikkeling van het project op grond van een agrarisch bedrijf plaatsvindt, zou dat ertoe kunnen leiden dat de betreffende ondernemer met de daaruit voortvloeiende inkomsten zijn bedrijf meer circulair kan inrichten. Ook valt te denken aan de situatie waarbij de ontwikkeling van een transformatiegebied leidt tot een grondruil, waarbij één of meer ondernemers hun bedrijf weten uit te breiden met vrijkomende gronden. En dan is er natuurlijk nog een scenario denkbaar waarbij de projectlocatie voor het opwekken van energie wordt ingericht, maar die grond voor een deel hun agrarische functie behouden, bijvoorbeeld door er schapen te weiden. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). De Minister van BZK werkt bovendien op dit moment aan een wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving (de opvolger van het Bouwbesluit 2012 onder de Omgevingswet). Hiermee krijgen gemeenten maatwerkmogelijkheden om het duurzaam gebruik van daken, van gebouwen die nog niet onder landelijke energieprestatie-eisen vallen, lokaal te verplichten.
Het duurzaam gebruik kan bereikt worden door het plaatsen van zon-PV, maar bijvoorbeeld ook een groen dak of wateropslag in het kader van klimaatadaptatie of een combinatie van maatregelen is mogelijk. De inwerkingtreding hangt samen met de Omgevingswet en is voorzien op 1 januari 2022. De Beleidsregels zonne-energie zullen op dit punt worden verduidelijkt.
100