CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

2500014761 Reactie op Quick Scan GR Recreatieschap Twente

Stedelijke commissie - EWIO 23 juni 2025, gemeente enschedeBij agendapunt: Quick scan Gemeenschappelijke Regelingen1.253 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Datum

: 2 juni 2025

Aan

: Gemeenteraad van Enschede

Van

: GR Recreatieschap Twente, via gemeentelijke accounthouder

Corsanum : 2500014761 mer Onderwerp : Reflectie/antwoorden op vragen/opmerkingen in de Quick Scan over de IPC-stukken van de GR Recreatieschap Twente Toelichting Bijgevoegd de passages uit de Quick Scan inzake de GR Recreatieschap Twente die uitmonden in een concrete vraag/opmerkingen. Per passage en vraag presenteren we de antwoorden/reflecties daarop van de directeur/secretaris van de GR, de heer Bart-Jan Harmsen.

Vragen/opmerkingen en antwoorden Citaat pagina 14 van de quick scan “In de ontwikkelingenbrief staat een verwijzing naar vragen van gemeenten om recreatieve fietspaden door het Recreatieschap te laten onderhouden. Wellicht bent u als raad door uw college van B&W al geïnformeerd over dit onderwerp. Mocht dat niet het geval zijn, dan biedt de tekst van het Recreatieschap u de gelegenheid om daar vragen over te stellen.” VRAAG 1 RST Heeft het recreatieschap Twente de gemeenteraden en Staten hier al eerder over geïnformeerd? Zo ja, in welke stukken? Antwoord: Ambtelijk hebben wij al vaker de vraag ontvangen of het Recreatieschap Twente het onderhoud van aanvullende recreatieve fietspaden in Twente op zich kan nemen. Deze vraag is relevant en begrijpelijk, maar raakt direct aan de financieringssystematiek van het Recreatieschap. Daarom is besloten om deze vraag nadrukkelijk mee te nemen in het lopende onderzoek naar de financieringssystematiek. Zolang dit onderzoek nog niet is afgerond, kunnen wij niet zomaar extra fietspaden in beheer nemen. Het bestuur van de GR heeft afgesproken dat een eventueel besluit over het (al dan niet) overnemen van het onderhoud van aanvullende recreatieve fietspaden pas kan worden genomen ná afronding van dit onderzoek, in afstemming met de veertien Twentse gemeenten.

Dit onderwerp is als zodanig opgenomen in de bestuurlijke stukken van het Recreatieschap en maakt integraal deel uit van het lopende onderzoek. Het betreft op dit moment nog geen besluitvormingsvraagstuk voor de raden of colleges, waardoor er geen aparte communicatie richting de gemeenteraden of Provinciale Staten heeft plaatsgevonden. Bovendien begrijpen wij op dit moment niet goed in hoeverre van ons wordt verwacht dat wij de Provinciale Staten hierover zouden moeten informeren. Het overnemen van het onderhoud van recreatieve fietspaden is primair een gemeentelijke aangelegenheid en dient daarom in Twents verband te worden besproken en besloten. Mocht uit het onderzoek blijken dat er toch een rol voor de Provinciale Staten wordt voorzien, dan ontvangen wij hierover graag nadere duiding.

Citaat pagina 15 van de quick scan Op twee punten komen hoge ambities van het Recreatieschap in beeld. Zo staat in de ontwikkelingenbrief de wens (van bezoekers) om parkvoorzieningen op het niveau van Het Hulsbeek te krijgen. Daarnaast staat in de begroting (p. 12) ‘De lat hoger leggen in 2026’. Wat betekenen deze ambities voor de inspanningen van de organisatie, zowel in geld als in capaciteit? En daarnaast is er bij andere GRn nadrukkelijk aandacht voor kerntakendiscussies in het licht van de krapper wordende financiële ruimte bij gemeenten (Ravijnjaar). Alhoewel het begrip 'kerntaken' bij het Recreatieschap niet speelt, blijft de vraag hoe hoge ambities en krapper wordende financiële ruimte zich tot elkaar verhouden. VRAAG 2 RST Hoe verhouden de hoge ambities en de krapper wordende financiële ruimte zich tot elkaar? Antwoord vraag 2: We herkennen de spanning tussen enerzijds de ambities om de voorzieningen op Het Rutbeek en Het Lageveld naar een hoger niveau te tillen, en anderzijds de financiële en organisatorische ruimte die daarvoor beschikbaar is. Juist met het oog op deze ontwikkeling hebben wij de organisatie de afgelopen periode anders ingericht. Deze herschikking binnen de bestaande begroting levert enige ruimte op die we gericht inzetten voor noodzakelijke investeringen in Het Rutbeek en Het Lageveld.

Het zijn investeringen die bijdragen aan de aantrekkelijkheid en het toekomstbestendig houden van deze parken voor onze Twentse inwoners. Tegelijkertijd kijken we kritisch naar wat wél en niet (meer) bij ons als organisatie hoort. We doen dit nadrukkelijk met het oog op het vrijmaken van middelen om gericht te kunnen investeren in onze recreatieparken. Een concreet voorbeeld hiervan is de verkoop van het pand ‘Erve Huiskes’ op Het Hulsbeek. Deze stap ontzorgt ons enerzijds op het gebied van verhuur, onderhoud en de bijbehorende verantwoordelijkheid. Anderzijds levert het de financiële ruimte op die nodig is om juist op Het Lageveld en Het Rutbeek de juiste investeringen te doen. Kortom, we combineren realistische keuzes over onze rol en verantwoordelijkheden met gerichte investeringen om onze ambities waar te maken, binnen de mogelijkheden van een krapper wordende financiële context. We zijn een gemeenschappelijke regeling (GR) van maatschappelijke meerwaarde en geen commercieel bedrijf, maar willen wél ruimte houden om inwoners te blijven ontvangen die weinig of niets te besteden hebben. Tegelijkertijd vinden wij dat gezond en gedegen omgaan met gemeenschapsgeld ook betekent dat we op diverse fronten commercieel mogen denken en handelen, met als doel een zo hoog mogelijk rendement te behalen op onze recreatieparken.

Dat stelt ons in staat om de mooie voorzieningen gratis te kunnen blijven aanbieden. Citaat pagina 15 van de quick scan: “Tot slot drie meer financieel technische opmerkingen. Ten eerste blijkt uit de combinatie van gegevens op p. 17 en p. 13 van de begroting dat parkeergelden niet meer aan de recreatieparken worden toegerekend, maar worden verantwoord onder 'ondersteuning en leiding' (p. 13 begroting). “ VRAAG 3 RST Wat betekent dit voor inzicht in kostendekkendheid van recreatieparken of over het bezoek aan de verschillende parken? Antwoord vraag 3: Net zoals alle opbrengsten (o.a. evenementen, huren, erfpachten) worden de opbrengsten van de parkeergelden meegenomen in de totale begroting van het Recreatieschap. We maken een lastenbegroting voor de gehele GR waarbij dan ook op totaalniveau de opbrengsten zoals parkeergelden, evenementen, huren, erfpachten hierop in mindering worden gebracht. Wat resteert is dan de gemeentelijke bijdrage. Wij bekijken de begroting en jaarrekening als 1 geheel waarbij de opbrengsten integraal dienen als dekking van alle kosten van de gemeenschappelijke regeling. Kostendekkendheid van de parken maakt dan ook integraal onderdeel van de gehele begroting van recreatieschap en dient dan ook in zijn geheel te worden beoordeeld.

Citaat pagina 15 van de quick scan: “Ten tweede staat er in de jaarrekening 2024 (zie p. 34 begroting) een kleine renteopbrengst. Bij grotere GR-en was de rente-opbrengst in 2024 een belangrijke verklaring voor meevallers en wordt in de begroting 2026 rente meegenomen. Dat gebeurt hier niet en lijkt logisch gezien het bedrag. Het moet wel een bewuste keuze zijn omdat het aan het eind van het jaar een te verklaren verschil wordt. VRAAG 4 RST Waarom heeft het recreatieschap een kleine renteopbrengst geraamd? Antwoord vraag 4: Gezien de omvang van de te verwachten renteopbrengst in combinatie met het te verwachten rentebeleid van de ECB waarbij renteverlagingen te verwachten zijn, ramen we deze niet of amper in de begroting 2026. Door middel van een tussentijdse rapportage aan het bestuur zal een eventuele renteopbrengst hier worden ingebracht waarmee dan direct een potentieel verschil is verklaard. Citaat pagina 15 van de quick scan: “Ten derde is er een meerjaren investeringsplanning. De bedragen die daarin zijn genoemd zijn lager dan het niveau van de afschrijvingen.” VRAAG 5 RST Wat betekent dit op termijn voor de kwaliteit van het bezit van het Recreatieschap? Antwoord vraag 5: Het meerjarige investeringsplan is een momentopname waarbij de hierin aflopende boekwaarden worden opgenomen alsmede voorzienbare investeringen.

Door middel van aanvullende (her)investeringen, regulier onderhoud en groot onderhoud zal de kwaliteit van het bezit worden geborgd. Hierbij wordt expliciet aandacht besteed aan de veiligheid en toegankelijkheid van de voorzieningen, zodat een prettig en veilig verblijf voor onze gasten te allen tijde gewaarborgd is. -o-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=d717e998-2a17-4a26-a3e8-ef0fe70284ab