CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

2025.06.24_PVV_Technische Vragen Zomernota 2025 (Volledig)

Stedelijke commissie - BESTUUR EN MIDDELEN 30 juni 2025, gemeente enschedeBij agendapunt: Oordeelsvormend: Zomernota 20253.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische Vragen Zomernota 2025 Naam raadsfractie

PVV Enschede

Datum inzending vragen

24-06-2025

(Deadline indienen technische vragen vrijdag 27 juni 2025 om 10:00 uur i.v.m. beantwoording vóór commissievergadering zomernota op maandag 30 juni 2025)

Willen wij de beantwoording van onze vragen delen met de rest van de gemeenteraad?

Ja

Vragen en antwoorden (Raadslid schrijft vragen hieronder in het zwart) (Ambtenaar beantwoordt vragen hieronder per vraag in het rood) Vraag 1: Gemeentefonds hoofdstuk 2.2: U noemt dat het BZK meldt dat er nog een reparatie in de meicirculaire zit. Wat is de aard van deze reparatie en wat is de geschatte financiële impact hiervan op de begroting? Antwoord 1: In de raadsbrief van 18 juni 2025 met een toelichting op het resultaat van de meicirculaire 2025 is dit opgenomen. Zie de onderstaande tabel:

Vraag 2: Gemeentefonds hoofdstuk 2.2: Welke beleidsmatige of organisatorische maatregelen zijn specifiek genomen naar aanleiding van de structurele korting op het gemeentefonds per 2026? Antwoord 2: Er zijn geen specifieke beleidsmatige of organisatorische maatregelen genomen naar aanleiding van de structurele korting op het gemeentefonds. Deze korting betekent een daling van de algemene inkomsten en zorgt daarmee voor een algemeen tekort op de gemeentebegroting die mede de aanleiding was om het BOB-traject te starten. Vraag 3: Gemeentefonds hoofdstuk 2.2: Hoe heeft Enschede binnen de begroting methodologisch omgegaan met de onzekerheden en datagebreken in jeugdzorgramingen? Antwoord 3: Enschede baseert haar begroting voor Jeugdhulp op basis van enerzijds de autonome ontwikkeling uit jaar t-1 (in dit geval het jaar 2024) en anderzijds de eigen beleidsontwikkeling. Zo zijn de financiële effecten van de maatregelen in de strategienota Onze Jeugd Onze Zorg verwerkt in de begroting als lagere uitgaven. De dekking voor de begroting van Jeugdhulp komt uit de algemene middelen en is weer gebaseerd op de rijksontwikkelingen. Hierin zitten onzekerheden omdat het Rijk de groei van Jeugdhulp slechts incidenteel compenseert en vanuit de landelijke hervormingsagenda ervan uitgaat terug te kunnen dringen.

In alinea 4 van paragraaf 2.2 – 2 Jeugdzorg hebben we aangegeven hoe we met deze onzekerheden omgaan in de begroting.

Vraag 4 Methodiek en berekeningen hoofdstuk 2.3: De beschikbare stelpost bedraagt 32 milj. voor 2026-2028, maar er is al een aansprak gedaan op deze middelen door eerdere hoge inflatie. Wat is het exacte restbedrag dat nog daadwerkelijk beschikbaar is? Antwoord 4:

Hierboven is per jaar te zien wat beschikbaar is en wat benodigd is voor de stelpost. De 32,1 mln. Is pas in 2028 bereikt, terwijl dan 39,7 mln. benodigd is. Vandaar dat de negatieve saldo's onderaan te tabel meegenomen zijn in de Zomernota alsnog te bekostigen. Vraag 5: Methodiek en berekeningen hoofdstuk 2.3: Waarom wordt er geen scenarioanalyse uitgevoerd met verschillende percentages [bv pessimistisch, realistisch, optimistisch] in plaats van alleen het 20-jarig gemiddelde te hanteren. Antwoord 5: De reden om een stelpost te hebben is juist om fluctuaties op te kunnen vangen. Dan past het meer om de stelpost voor de jaren die niet door een CAO worden afgedekt (2027 en verder) een meerjarig gemiddelde te nemen. Vraag 6: Gevolgen voor belastingbetaler: Zijn alternatieven onderzocht om de structurele tekorten op te vangen zonder verhoging van lokale lasten, zoals organisatieversobering of taakverlichting? Antwoord 6 : jazeker, naast beleidsmatige- en financieel-technische maatregelen is er een behoorlijke post opgenomen voor organisatieontwikkeling (oplopend tot 7,6 miljoen euro) Dit betreft onder andere centraliseren inkoop- en aanbesteding, AI-toepassing, etc.

Vraag 7: Organisatieontwikkeling hoofdstuk 2.6: Hoe wordt de formatiereductie van 30 fte concreet vormgegeven? en Welke nieuwe functies worden er gecreëerd en waarom zijn deze nodig? Op welke afdelingen of taken heeft dit impact? Antwoord 7: Tussen 2026 en 2030 komt naar verwachting 50fte aan werk te vervallen. Dat gebeurt verspreid over meerdere jaren en op verschillende plekken in de organisatie. De grootste krimp (ca 30fte) ontstaat door de inzet van Ai en robotisering. We verwachten dat daarmee routinetaken verdwijnen, processen efficiënter worden en functies veranderen. Deze krimp is op dit moment nog niet één op één te herleiden naar specifieke taken of functies maar is een overkoepelend effect van digitalisering. Om concreet inzicht te krijgen waar dit effect zich voordoet doen we op vier plekken in de organisatie met verdiepend onderzoek; bij Werk & Inkomen (W&I), Financiën & Control (F&C), Dienstverlening (DV) en Omgeving & recht (OMR). De overige ca. 20 fte structurele formatiereductie is gerelateerd aan:

Minder beleidscapaciteit (ca. 10 fte) door het slimmer organiseren van beleid, onder meer door betere prioritering, vereenvoudiging van beleidsprocessen en anders samenwerken binnen beleid en uitvoering. De resterende formatiereductie komt door het vervallen van uiteenlopende taken of functies verspreid over de organisatie. Naast het krimpeffect dat we hebben als gevolg van de gemaakte keuzes is het ook nodig gebleken om de komende jaren 20fte aan extra functies in te vullen om urgente knelpunten op te lossen in de uitvoering, (financiële) sturing of ondersteuning. Een groot deel daarvan (ca. 15 fte) is gerelateerd aan het op orde krijgen van Informatiebeheer/Zaakgericht werken.

Vraag 8: Organisatieontwikkeling hoofdstuk 2.6: Wat zijn de exacte kosten voor begeleiding van werk naar werk en hoeveel medewerkers hebben deze begeleiding nodig? Antwoord 8: De exacte kosten hiervoor kunnen we nog niet aangeven. Het vervallen van

naar verwachting 50fte aan werk gebeurt verspreid over meerdere jaren en op verschillende plekken in de organisatie. Op dit moment stellen de betrokken managers per maatregel een uitvoeringsplan op. Per maatregel wordt bepaald wanneer het effect optreedt en hoe we dat begeleiden. Daarbij kijken we altijd of het effect kan worden opgevangen via natuurlijke verloop (zoals pensioen, 234 fte in de periode 2026 tm 2030), herplaatsing of interne mobiliteit. Het begeleiden van werk naar werk vindt zoveel mogelijk plaats met onze intern loopbaanadviseurs (2 fte) waarbij o.a. gebruik wordt gemaakt van het bestaande opleidingsprogramma van de gemeente.

Vraag 9: 0zb bedrijven - structurele meevaller hoofdstuk 2.7: Is deze meevaller daadwerkelijk structureel, of bestaat het risico dat bedrijven de gemeente verlaten vanwege [te] hoge lasten? Welke monitoring vindt hierop plaats? Antwoord 9:Deze meevaller is structureel. In de praktijk blijkt dat bedrijven een gemeente niet verlaten als gevolg van de OZB. Doorgaans liggen daar hele andere, bedrijfseconomische, afwegingen aan ten grondslag. Dat heeft weer te maken met het aandeel van de OZB in de totale bedrijfsvoeringskosten van een onderneming. Vraag 10: Publieksbijdrage evenementen dubbele belasting hoofdstuk2.7 Wat zijn de administratieve kosten van deze nieuwe heffing? Weegt de opbrengst van 1000.000 op tegen de bureaucratie? Antwoord 10: Voor de invoering hiervan moet nog nader onderzoek worden uitgevoerd, waarbij ook de uitvoeringskosten worden meegenomen. Vraag 11: Democratische legitimiteit en transparantie hoofdstuk 2.7: Is er een evaluatiemoment gepland om te beoordelen of deze verhogingen daadwerkelijk nodig blijken en of de negatieve effecten beperkt blijven?

Antwoord 11: Er is geen sprake van een specifiek evaluatiemoment. Bij de leges is veelal sprake van een wettelijke aftopping, bijvoorbeeld als gevolg van maximaal 100% kostendekkend. Bij de invoering van ‘publieksbijdrage voor evenementen wordt dit expliciet meegenomen. Vraag 12: Implementatie en timing hoofdstuk 2.7: welke administratieve lasten brengen al deze nieuwe heffingen en verhogingen met zich mee voor de gemeentelijke organisatie? Antwoord 12 (DFB): Daar waar sprake is van verhoging, leidt het niet tot extra administratieve lasten. Bij nieuwe heffingen wordt in de uitwerking kritisch gekeken naar de opbrengsten in relatie tot de uitvoeringskosten. Vraag 14: Implementatie en timing hoofdstuk 2.7: Hoe wordt de handhaving en inning van al deze verhoogde en nieuwe heffingen georganiseerd? Antwoord 14 (DFB): Het opleggen én innen van gemeentelijke belastingen en hefffingen is ondergebracht bij het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente. Vraag 15: Risico lage loonindexatie in relatie tot inkoop zorg hoofdstuk 2.11 Welke escalatieclausules staan er in de huidige contracten bij overschrijding van begrotingsruimte? Antwoord 15: Er bestaan geen escalatieclausules in de huidige contracten irt

begrotingsruimte. Er is sprake van een regionale zorginkoop voor Jeugdhulp (exclusief de lokale inkoop voor de Onderwijsjeugdhulp arrangementen) met daarbij voor het grootste deel een inspanningsgerichte bekostiging. Vraag 16: Novell-t hoofdstuk 2.11: Welke escalatieclausules staan er in de huidige contracten bij overschrijding van begrotingsruimte? Antwoord 16 (FYS):

Er is geen sprake van contracten met Novel-T. Novel-T ontvangt een jaarlijkse zgn. Foundersbijdrage. De grondslag daarvoor ligt in een met Novel-T en de Founders (Saxion Hogeschool, Provincie Overijssel, Twente Board en Universiteit Twente) gesloten convenant. Die bijdrage bedraagt in 2025 € 313.000. Daar moet Novel-T het, samen met bijdragen van de andere founders mee doen. Als Novel-T de begroting overschrijdt lost ze dat zelf op door een beroep te doen op haar weerstandsvermogen. Vraag 17: Algemene technische vragen: Waarom staan bedragen voor risico 1 en 3 op p.m terwijl er wel concrete schattingen zijn genoemd? Antwoord 17: Risico 1 staat op p.m. omdat de betreffende indexen nog niet bekend zijn, risico 3 is wel een bedrag voor opgenomen. Vraag 18: Vragen over monitoring en bijsturing: Welke maatregelen worden als eerste bijgesteld indien de geraamde besparingen niet worden gerealiseerd? Antwoord 18: Vooralsnog zetten we in op al deze maatregelen. Dit betreffen bijstellingen van beleid. Voor bijstellingen op deze bijstellingen is het nu te vroeg, dit volgen we in de reguliere p & c cyclus. Vraag 19: Vragen over monitoring en bijsturing: Hoe en op welke wijze wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang van de 47 afzonderlijke maatregelen?

Antwoord 19: Met de Raad is afgesproken om 2x per jaar de Raad te informeren op de stand

van zaken m.b.t. de 47 maatregelen met een separate voortgangsrapportage. De eerste rapportage is u op 28 januari aangeleverd en de eerstvolgende rapportage volgt eind oktober/november 2025. Vraag 20: Jeugdzorg en kostenstijgingen Kunt u exact toelichten hoeveel van de geraamde €9,6 miljoen aan stelposten voor jeugdzorg gebaseerd is op reële zorgvraag, en welk deel voortkomt uit beleid dat door het Rijk wordt doorgeschoven naar gemeenten zonder structurele dekking? Antwoord 20: De geraamde stelposten hebben geen betrekking op feitelijke jeugdzorgkosten

maar op de vergoeding van het Rijk voor de jaren 2028 en verder. Volledigheidshalve verwijs ik u naar de meicirculaire waarin onderstaande tabel is opgenomen. Het gaat om de 3 geel gearceerde regels die tezamen het bedrag van 9,6 miljoen euro vormen. Tegenover het bedrag van de eigen bijdrage staat een nog te ontvangen bate binnen het product Jeugdhulp (moet dus gedekt worden door nog te ontvangen bijdragen van inwoners), tegenover de maatregel “beperken trajectduur” staat een opgenomen bate vanuit de hervormingsagenda (binnen het product Jeugdhulp) en voor het indexeren van de opbrengst van de hervormingsagenda staat een gelijke stelpost in het Middelenkader (in de tabel hieronder de laatste regel) vanuit de verwachting dat het Rijk nog met aanvullende compensatie komt voor de autonome groei voor de komende jaren.

Vraag 21: Groen & Duurzaam blijft buiten schot Waarom wordt er binnen het bezuinigingspakket nauwelijks gesneden in de energietransitie en het Groenambitieplan, terwijl dit beleid nauwelijks tot directe verlichting van bestaansonzekerheid leidt? Antwoord 21: Ambtelijke beoordeling van deze vraag is dat deze politiek van aard is. En daarmee niet technisch te beantwoorden. Advies deze vraag alsnog in de commissiebehandeling aan het college te stellen. Vraag 22: Subsidies aan ideologische clubs Welke concrete instellingen vallen onder subsidies voor antidiscriminatie (zoals Vizier), citymarketing, of andere ideologisch geladen initiatieven? Kunt u per instelling het subsidiebedrag en het meetbaar effect overleggen? Antwoord 22: Antidiscriminatie – Vizier

▪

Vizier ontvangt voor 2025 € 97.042,80 subsidie voor de uitvoering van een wettelijke taak.

(FYS): Subsidies: • Subsidie 2025-2028 - 2.114.225,74 euro (vierjarensubsidie voor citymarketing en promotie van Enschede) o De ambities en doelstellingen zijn als volgt: 1. Enschede geniet bekendheid als TIC-stad: (nulmeting 2025 - 2028: >65%) 2. Inwoners voelen en tonen hun stadstrots: (nulmeting 2025 - 2028: 50% NPS 8) 3. Enschede heeft een groter en divers aanbod van vrijetijdsbestedingen afgestemd op de doelgroepen: (jaarlijks +5%) 4. Het aanbod VTE spreekt een bredere doelgroep aan: (2028: +8% bezoekers) 5. Cultureel Enschede heeft groot publiekelijk bereik door geclusterde promotie: (5% meer kaartverkoop) 6. Enschede geeft betekenis aan het begrip Bruisende stad: (nulmeting 2025 2028:>65%) 7. Evenementen werken allen samen aan het uitdragen van ons imago 8. Enschede herbergt originele en innovatieve evenementen • Enschede Lights up (2025-2028) – 30.660,- euro (evenementensubsidie voor de organisatie van Enschede Lights Up) • Street Art Festival (2025-20280 - 34.815,00 euro (evenementensubsidie voor de organisatie van het Street Art festival Enschede) • Bruisende Binnenstad (organisatie binnenstadsprogramma ism muziekkwartier, ondernemersfonds, vhse) Hieronder vallen o.a. Koningdag, de IJsbaan en Summer Sounds.

Vraag 23: Inhuur en ambtenaren Wat is het totaal aantal fte aan externen dat nu werkzaam is binnen de gemeente Enschede? Hoeveel hiervan zouden geschrapt kunnen worden als bezuinigingsmaatregel? En wat is het totaal aantal FTE ambtenaren van de gemeente Enschede Antwoord 23: In ons sociaal jaarverslag en in de personeelsmonitor A&O-fonds gemeenten, waaraan wij jaarlijks rapporteren, zijn cijfers over de bezetting en externe inhuur opgenomen. Het sociaal jaarverslag 2024 en de personeelsmonitor 2024 zijn aan uw Raad aangeboden na behandeling in het College op 10 juni a.s. Op 30 juni kan hierop aan uw Raad toelichting worden gegeven in de inloopsessie. Daarop vooruitlopend kunnen we aangeven dat de bezetting eind 2024 1.839 fte (incl. gedetacheerden) was en de omvang van de externe inhuur op 31 december 2024 84 fte bedroeg. Daarmee is zo'n 10% van onze personele inzet inhuur, waarbij dit bij andere 100.000+ gemeenten op 18% zit. Externe inhuur zetten we in wanneer tijdelijk specialistische kennis nodig is, snel kortdurende inhuur of ziektevervanging noodzakelijk is of wanneer door de krappe arbeidsmarkt reguliere invulling niet lukt. We sturen er in de afgelopen jaren succesvol op om langdurige inhuur (langer dan een jaar) waar mogelijk te vervangen door eigen contracten.

We schatten in dat van de huidige externe inhuurschil nog circa 10 fte om te zetten is naar rechtstreekse arbeidsovereenkomsten met de gemeente.

Vraag 24: De gemeente belegt steeds meer taken bij verbonden partijen, hier is dus sprake van een verborgen overheid zonder of slecht democratische controle op het personeelsbestand de werkdruk of de kosten. In de tabel zijn het aantal fte’s en de totale loonkosten opgenomen vanuit de jaarrekeningen 2024 van de verbonden partijen.

Overigens zijn in de afgelopen geen nieuwe verbonden partijen opgericht en zijn geen aanvullende grote taken overgedragen naar de verbonden partijen Bij het vaststellen van het beleidskader in 2021 was de bijdrage aan alle verbonden partijen 16,9% van het begrotingstotaal van de Gemeentebegroting 2022. De bijdrage aan alle verbonden partijen bedraagt 13% op basis het begrotingstotaal van de Gemeentebegroting 2025. B: Wat zijn hun totale loonkosten? Zie antwoord op vraag A. C: Waarom telt de gemeente deze externe FTE niet mee in haar eigen personeelsbeleid en HRkaders? De verbonden partijen zijn eigenstandige bedrijven/organisaties die zelf moeten rapporteren conform de voor hen geldende verantwoordingsregels. Daarom zijn deze geen onderdeel van het eigen personeelsbestand van de gemeente. Zo geldt het BBV voor de gemeenschappelijke regelingen waarmee zij moeten voldoen aan dezelfde regelgeving als de gemeente zelf. Voor de deelnemingen gelden diverse RJ-richtlijnen al naar gelang de branche waarin zij werken of de omvang van de onderneming. D: Is er zicht op dubbele functies of overlap tussen personeel van de gemeente en verbonden partijen? Nee, in principe is geen sprake van dubbele functies tussen de gemeente en de verbonden partijen. Wij verwachten dat de verbonden partijen efficiënt werken en geen overbodige functies hebben ingevuld.

Goed voorbeeld hiervan is GBTwente die samenwerkt met Stadsbank Oost Nederland op ICT-gebied. Daarnaast wordt veelal gebruikt gemaakt van de expertise bij de gemeente door de verbonden partijen zoals bij inkoop en personeel. Hiervoor heeft de verbonden partij dan geen personeel in dienst.

Vraag 25: Prioriteiten bij sociale voorzieningen Waarom worden budgetten voor ondersteuning van kwetsbare inwoners (zoals Slachtofferhulp en aanvulling op jongvolwassenen onder de P-wet) afgebouwd, terwijl er wel miljoenen beschikbaar blijven voor niet-wettelijke groenprojecten of evenementenbeleid? Antwoord 25:

Zowel deze budgetten bij sociale voorzieningen die genoemd worden als de budgetten voor groenbeleid zijn niet wettelijk. Zowel voor groenprojecten worden scherpe keuzes gemaakt (zie maatregelen 22 en 28) Als voor evenementen (zie maatregelen 23 en 24) Dan is de weging van hoe de keuzes worden gewaardeerd geen technische maar een politieke kwestie. Vraag 26: Loon- en prijsontwikkeling (2026–2029) Kunt u per sector aangeven hoe de loon- en prijsindexatie verschilt tussen gemeentelijke diensten en de gesubsidieerde instellingen? Welke cao’s liggen hieraan ten grondslag? Antwoord 26: Vorig jaar zomer hebben wij onderzoek gedaan naar de CAO-indexeringen over de afgelopen 10 jaren die voor onze maatschappelijke partners van toepassing zijn (zie Excel bijlage). Daaruit blijkt dat we in de eerste jaren over gecompenseerd hebben en afgelopen paar jaren onder gecompenseerd. Overigens hebben we vorig jaar wel diverse partners extra gecompenseerd met transitievergoedingen of via knelpunten bij de zomernota 2024.

Vraag 27: Besparing organisatieontwikkeling Hoe is de structurele besparing van 7,6 miljoen euro binnen de organisatieontwikkeling opgebouwd? Is hier sprake van taakverschuiving of taakvermindering? Antwoord 27: De onderbouwing van de 7,6 miljoen euro bezuiniging op de organisatie is als volgt. Het gaat om maatregelen zowel om taken anders en slimmer of geheel niet meer uit te voeren. Programma Titel scherpe keuze

S/I

2026

2027

2028

2029

4.FO

Netto rendement generieke inzet AI

4.FO

Verder centraliseren van gemeentebrede inkoop

S

20

830

1.490

1.550

S

760

760

1.260

1.260

4.FO

S

-

200

500

800

4.FO

Scherpe keuzes P&C-functie; investering BI-tooling en AI Algemene taakstelling bedrijfsvoering IT-Bedrijf

S

750

750

750

750

Alle

Slimmer organiseren beleid

S

140

350

490

700

4.FO

Verhoogde opbrengsten door uitbreiding dienstverlening IT aan derden Trap af budget areaal bedrijfsvoering a.g.v. evt. krimp

S

500

500

500

500

S

-

-

195

455

S

100

200

300

400

S

300

300

300

300

2.DWLW

Anticiperen op pensioenuitstroom en verjonging in loongebouw Sturen op vervangen externe inhuur door mensen in dienst Bestuurlijke boete

S

200

200

200

200

4.FO

Het reduceren van het aantal fysieke poststukken

S

60

80

100

120

4.FO 4.FO 4.FO

4.FO

Optimalisatie bedrijfsbureau's gemeentebreed

S

4.FO

Besparing op kosten van IT-werkplekmiddelen

S

3.SB

De bezetting in stembureaus en tijdens het tellen bestaat uit minimaal 50% ambtenaren. Inzet drones

S S S

4.FO

Stoppen met /sterk terugbrengen productie communicatiemiddelen in eigen huis voor interne communicatie Optimalisatie werkprocessen JZ/SD in bezwaar proceskosten omlaag Management beperken met 0.4FTE maximaal door andere taakverdeling (coördinator rol) Versoberen catering bij vergaderingen college en raad Verlagen budget overige kosten

4.FO 4.FO

4.FO 4.FO 3.SB 4.FO 3.SB

100

100

100

50

50

100

100

80

80

80

80

-

-

80

80

-

60

60

60

S

50

50

50

50

S

34

34

34

34

S

25

25

25

25

S

20

20

20

20

Drempelbedrag BNG Bank verlagen

S

9

9

9

9

licentiekosten PAUW voor Losser in DVO onderbrengen Totaal organisatie

S

6

6

6

6

3.104

4.604

6.649

7.599

Vraag 28: Herijking gemeentefonds Wat betekent de uitgestelde actualisering van het verdeelmodel gemeentefonds tot 2027 concreet voor Enschede in euro’s? Antwoord 28: Op basis van de herijking van het verdeelmodel zou Enschede nog € 6,50 per inwoner moeten ontvangen. Dat zou een verwachte opbrengst geven van nog ruim 1,073 miljoen euro. Echter het verdeelmodel wordt nog herijkt op basis van de data over baten en lasten van gemeenten in 2025. Dat leidt mogelijk nog tot een aanpassing in de gewichten van maatstaven waarmee het gemeentefonds wordt verdeeld. Ook worden mogelijk nog de uitkomsten verwerkt van een aantal aanvullende onderzoeken die nog lopen, bijvoorbeeld naar uitgaven bij centrumgemeenten en studentensteden. We verwachten dat hier in 2026 meer duidelijkheid over komt. Vraag 29: Digitalisering en Europese regelgeving Welke concrete investeringen zijn nodig om te voldoen aan de RTTI-verplichting voor verkeersborden? Wordt hierbij intergemeentelijke samenwerking overwogen? Antwoord 29 (FYS): De benodigde investeringen zijn als hoofdlijn opgenomen in het overzicht van de begroting ca. 50 k euro structureel.

Dit bedrag is opgebouwd uit: • Licentiekosten van het systeem inclusief jaarlijkse data actualisatie en ontsluiting van data naar NDW • Inspectie buiten in Enschede • Inzet op data science en selecties en analyses rond de data Daarnaast aanvulling van de dataset met straatnaamborden. Dit betreft een eenmalige investering van 10 k euro. Met behulp van deze digitalisering kunnen we ook het beheer en onderhoud van onze ruim 25000 verkeersborden verder optimaliseren.

We zetten standaard in op samenwerking, waar dit kan. Dat is hier nu nog niet het geval. Het gaat voornamelijk om gemeente specifieke data, inspectie en (verkeers)besluiten. We blijven hierin wel de mogelijkheden verkennen om breder samen te werken, zoals via de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Vraag 30: Zaakgewijs werken en informatiebeheer Hoeveel ambtenaren worden er specifiek ingezet op de implementatie van het Digitaal Stelsel Omgevingswet en zaakgewijs werken? En wat is het verwachte effect op de werkdruk? Antwoord 30 (FYS):

De Omgevingswet legt de nadruk op digitalisering en standaardisering van processen om de processen te versnellen en de dienstverlening te verbeteren. Zaakgewijs werken helpt hierbij door processen te structureren en te digitaliseren, wat zorgt voor een efficiëntere en transparantere afhandeling van zaken zoals vergunningaanvragen en meldingen. In Enschede werkt het cluster Omgeving en Recht (BVTH-taken) met de applicatie Centric Leefomgeving (CLO). Aanvragen, meldingen en informatieplichten die via het DSO (omgevingsloket) binnenkomen, worden in CLO gezet en afgehandeld. Dagelijks werken hier circa 60 medewerkers mee. Omdat de DSO en CLO nog in ontwikkeling zijn, hebben we regelmatig te maken met storingen die vertragend werken en de werkdruk verhogen. We verwachten dat dit de komende jaren nog zal voortduren. In basis verwachten we dat we op de langere termijn door zaakgewijs werken beter en efficiënter kunnen gaan werken, wat een positief effect zal hebben op de kwaliteit van ons werk en vermindering van werkdruk.

Vraag 31: Stichting Enschedese Speeltuinen A: In de zomernota wordt specifiek SES genoemd als organisatie, maar hoe zit het met vergelijkbare partijen zoals Sportaal, Inclusio en Alifa? Wordt bij deze gesubsidieerde instellingen eveneens gekeken naar de verhouding tussen uitvoerende krachten en het management, met name waar het gaat om extern ingehuurde managers en hoge salariskosten? B: Als er in de toekomst bezuinigd wordt op deze organisaties, hoe wordt dan geborgd dat niet de hulpvragers of uitvoerende medewerkers de dupe worden, maar dat juist wordt gekeken naar het terugbrengen van managementlagen en overhead? Is het college bereid hier actief op te sturen en dit ook op te nemen in subsidievoorwaarden of prestatieafspraken? C: In de zomernota wordt aangegeven dat er bij SES. mensen werken die ver van de arbeidsmarkt staan. Om hoeveel personen gaat dit concreet? Via welk traject zijn deze personen bij SES. terechtgekomen, en worden zij op structurele wijze ingezet binnen de organisatie of betreft het tijdelijke trajecten zoals via participatiebanen of leerwerkplekken? Antwoord 31: Ad A en B: Uiteindelijk is de bedrijfsvoering en de verhouding

management/overheid aan de instelling zelf, maar hier kijken wij wel kritisch op mee bij de subsidieaanvraag en waar nodig voeren wij het gesprek daarover. Als puntje bij paaltje komt hebben we er niks over te zeggen maar het heeft zeker wel onze aandacht. Verder hebben veel instellingen (ook de SES) vorig jaar al kritisch naar de bedrijfsvoering gekeken vanwege de achterblijvende loonprijscompensatie. Waar bezuinigd kon worden op de bedrijfsvoering is dat veelal dus al gebeurd. Ad C) In 2024 ging het bij de SES om 26 medewerkers met afstand tot de arbeidsmarkt (15 vanuit Werk en Inkomen (WSW) en 11 mbv loonkostensubsidie).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=517fb8d1-e54b-4d78-b768-0ad4b79c5c57