2- Eschmarke - Dolphia_Regels
Tekst van het document
b.
c.
11.5
Bestaande bebouwing, voor zover van toepassing verklaard
Voor bestaande bebouwing met van de in Hoofdstuk 2 van deze regels genoemde minimaal voorgeschreven en/of maximaal toegestane maatvoeringen afwijkende goot- en bouwhoogten, afstands-, inhouds- en oppervlaktematen, gelden die afwijkende goot- en bouwhoogten, afstands-, inhouds- en oppervlaktematen als minimaal voorgeschreven, respectievelijk maximaal toegestaan.
11.6 Aanvullende bouwregels voor (vervangende) nieuwbouw voor hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken, voor zover van toepassing verklaard a.
b.
Bij het realiseren van (vervangende) nieuwbouw van een hoofdgebouw dienen voorzieningen voor het bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater te worden gerealiseerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 17.2. Het bepaalde onder a is van overeenkomstige toepassing op het gelijktijdig met een nieuw hoofdgebouwen op hetzelfde bouwperceel realiseren van (vervangende) nieuwbouw van bijbehorende en/of de (vervangende) nieuwbouw van een gebouw met een functieaanduiding.
32
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
Artikel 12
12.1
Algemene gebruiksregels
Algemeen gebruiksverbod
Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken, te laten gebruiken of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het plan aan de grond gegeven bestemmingen, tenzij voor dit afwijkende gebruik een omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met ruimtelijke regelgeving is verleend. Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a onder 2° van de Wet op de economische delicten.
12.2
Beroep of bedrijf aan huis
Voor de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis in samenhang met wonen, hieronder geen bed and begrepen, gelden de volgende regels: a.
b. c. d.
het maximum vloeroppervlak voor de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis bedraagt 30% van het totale vloeroppervlak van de woning, met inbegrip van de daarbij behorende bergruimten en bijgebouwen en met een maximum van 100 m 2; buitenopslag van goederen en bedrijfsmatige activiteiten in het openbaar toegankelijk gebied, anders dan laden en lossen, zijn niet toegestaan; horeca en detailhandel zijn niet toegestaan; er is geen sprake van bedrijfsactiviteiten die geheel of grotendeels zijn gebaseerd op het ontvangen van groepen klanten, tenzij wordt voldaan aan de hierna genoemde criteria: 1. tijdens de reguliere kantooruren is het ontvangen van groepen klanten van maximaal 5 personen gelijktijdig toegestaan; 2. buiten de reguliere kantooruren is het ontvangen van groepen klanten van maximaal 2 personen gelijktijdig toegestaan.
12.2.1
Afwijken van de geb ruiksregels voor een beroep of bedrijf aan huis
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. b.
12.3 a.
12.4
lid 12.2 onder a, voor het toestaan van een groter vloeroppervlak voor de uitoefening van een beroep of, tot een maximum van 49%; lid 12.2, aanhef, voor het toestaan van een bed and breakfast.
Verbod op verkoop, vervaardiging, verwerking en opslag van vuurwerk Voor zover dit in de regels van de in het plan voorkomende bestemmingen en aanduidingen niet reeds expliciet is genoemd, is het verboden om de in dit plan begrepen gronden en de daarop aanwezige bouwwerken te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken voor de verkoop, opslag, groothandel, verwerking en/of vervaardiging van vuurwerk.
Verbod op geluidzoneringsplichtige inrichtingen
Voor zover dit in de regels van de in het plan voorkomende bestemmingen en aanduidingen niet reeds expliciet is genoemd, is het verboden om de in dit plan begrepen gronden en de daarop aanwezige bouwwerken te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken als geluidzoneringsplichtige.
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
33
12.5
Verbod op risicovolle inrichtingen
Voor zover dit in de regels van de in het plan voorkomende bestemmingen en aanduidingen niet reeds expliciet is genoemd, is het verboden om de in dit plan begrepen gronden en de daarop aanwezige bouwwerken te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken als risicovolle inrichting.
34
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
Artikel 13
13.1
Overige zones
13.1.1 a.
b.
c.
d.
b.
c.
d.
archeologisch onderzoeksgeb ied b
Ter plaatse van de aanduiding "overige zone- archeologisch onderzoeksgebied b” mogen, in afwijking van het bepaalde elders in de regels van dit plan, geen bouwwerken worden gebouwd en/of werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden worden uitgevoerd die een bodemverstoring veroorzaken dieper dan 50 cm onder het maaiveld en met een bodemverstoringsoppervlakte meer dan 2.500 m². Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a voor de bouw van bouwwerken of uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden ten behoeve van de daar voorkomende bestemming(en), indien uit archeologisch vooronderzoek blijkt dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn dan wel indien daardoor geen onevenredige aantasting plaats vindt van de aanwezige archeologische waarden. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afzien van het laten uitvoeren van archeologisch vooronderzoek als bedoeld onder b indien zij van oordeel zijn dat door bodemingrepen het terrein ter plaatse reeds zodanig is verstoord dat er redelijkerwijs geen sprake meer is van mogelijke aantasting van archeologische waarden. Burgemeester en wethouders zijn op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd het plan te wijzigen door: 1.
de aanduiding “archeologisch onderzoeksgebied b” geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betreffende locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; 2. aan gronden de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" toe te kennen ter bescherming van de aanwezige archeologische waarden, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betreffende locatie archeologische waarden aanwezig zijn waarvoor op grond van de Erfgoedwet in het bestemmingsplan een beschermende bestemmingsregeling dient te worden opgenomen.
13.1.2 a.
Algemene aanduidingsregels
cultuurhistorische structuur
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorisch waardevolle structuur' is het niet toegestaan om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bouwkundige wijzigingen aan te brengen die zichtbaar zijn vanaf het openbaar toegankelijk gebied dan wel bebouwing geheel of gedeeltelijk te slopen voor zover de te slopen delen zichtbaar zijn vanuit het openbaar toegankelijk. Hieronder worden ook wijzigingen en sloop van tuinmuren en hekken begrepen, voorzover deze mee-ontworpen zijn met de overige bebouwing . Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorisch structuur' is het niet toegestaan om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit voeren, te doen of te laten uitvoeren, voor zover deze zichtbaar zijn vanaf het openbaar dan wel invloed hebben op bouwwerken en andere werken die zichtbaar zijn vanaf het openbaar : 1. het aanleggen, verleggen of verharden van wegen, paden of andere (half)verhardingen; 2. het vellen, rooien, of verwijderen van bomen, hagen en andere houtopstanden; 3. het graven en/of dempen van waterlopen; 4. het ontginnen, verlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; 5. alle overige werken of werkzaamheden die de aanwezige cultuurhistorische waarden kunnen aantasten. Het verbod onder a en b geldt niet voor werken en werkzaamheden: 1.
waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning is verleend; 2. die ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren; 3. die van geringe omvang zijn, dan wel het normale gebruik, onderhoud en beheer betreffen. De omgevingsvergunningen, zoals genoemd onder a en b, worden geweigerd, indien door de uitvoering van de daar genoemde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen de aanwezige 'cultuurhistorisch waardevolle structuur' in onevenredige mate wordt of kan worden aangetast, tenzij er een noodzaak bestaat vanuit zwaarwegende (andere)
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
35
e.
f.
maatschappelijke belangen en er in dat geval geen redelijke alternatieven voorhanden zijn. De omgevingsvergunningen als bedoeld onder a en b wordt in ieder geval verleend in de volgende gevallen: 1. de 'cultuurhistorische structuur' is niet langer aanwezig en kan niet zonder ingrijpende wijzigingen worden hersteld dan wel is in redelijkheid niet langer te handhaven; 2. het betreft delen van een bouwwerk of van de buitenruimte, die op zichzelf niet als een relevant onderdeel van de 'cultuurhistorische structuur' zijn aan te merken. 3. De aantasting van de 'cultuurhistorische structuur', als bedoeld onder d, wordt hersteld door bouwwerken of andere werken die de aantasting voldoende compenseren. Alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld onder a en b wordt verleend, vragen burgemeester en wethouders advies aan de cultuurhistorisch deskundige.
36
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
Artikel 14
14.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijkingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit plan: a. b. c.
d.
e.
f. g. h.
i. j. k. l.
14.2 a. b.
c.
voor het afwijken van de in het plan voorgeschreven maten, afmetingen en percentages met ten hoogste 10%; voor het in geringe mate aanpassen van het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling, indien de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit daartoe aanleiding geeft; voor het in geringe mate afwijken van de in het plan voorgeschreven maten, afmetingen, percentages, bouw- en bestemmingsgrenzen voor het realiseren van energie besparende en/of andere voorzieningen in het kader van de klimaatadaptatie; voor het uitvoeren van een bouwplan, indien op grond van de definitieve uitmeting van het bouwperceel of in verband met de verkaveling of situering blijkt dat aanpassing van het bestemmingsplan noodzakelijk zou zijn en de afwijking van de bouwgrens niet meer bedraagt dan 3 meter; voor het bouwen van antenne-installaties ten behoeve van mobiele telecommunicatie en overige antennes, zend- en sirenemasten, met uitzondering van antenne-installatie voor zendamateurs, tot een bouwhoogte van maximaal 15 meter; voor het bouwen van een antenne-installatie voor zendamateurs, tot een bouwhoogte van maximaal 15 meter; voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een bouwhoogte van maximaal 10 meter, met uitzondering van erf- en perceelsafscheidingen en antenne-installaties; voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken op aangekocht voormalig openbaar
groen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. het aangekochte terrein grenst aan het perceel waarop het hoofdgebouw is gesitueerd en is te beschouwen als 'erf'; 2. er wordt voldaan aan de bouwregels voor bijbehorende bouwwerken van de bestemming die geldt voor het hoofdgebouw. voor het bouwen van een ondergrondse voorziening voor het bergen van hemelwater in openbaar toegankelijk gebied; voor het realiseren van vlaggenmasten, tot een maximum bouwhoogte van 15 meter; voor het realiseren van een bouwwerk ten behoeve van beeldende kunst, met een maximum bouwhoogte van 10 meter; voor het in het achtererfgebied bouwen van overige bouwwerken, niet zijnde bouwwerken als bedoeld in de onderdelen j en met k, tot een maximum bouwhoogte van 7 meter. Toepassingscriteria Bij toepassing van de lid 14.1 genoemde afwijkingsbevoegdheid, dienen de regels in artikel 13.1.2, voor zover van toepassing, in acht te worden genomen. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14.1 onder e, wordt getoetst aan de criteria: 1. De installatie is noodzakelijk voor het kunnen (blijven) garanderen van 100% dekking; 2. Medegebruik van bestaande installaties is redelijkerwijs niet mogelijk; 3. Stedelijk gebied: Plaatsing op woongebouwen is alleen toegestaan indien er redelijkerwijs geen andere geschikte hoge gebouwen beschikbaar zijn; 4.
Buitengebied: plaatsing is alleen toegestaan nabij bestaande bebouwing en/of infrastructuur; 5. Een antennemast met bijbehorende installatie dient op een zorgvuldige wijze landschappelijk en stedenbouwkundig te worden ingepast; 6. Er wordt voor het overige voldaan aan de bepalingen in het Antenneconvenant 2010 dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een nieuw convenant, aan het gewijzigde respectievelijk nieuwe convenant. De onder a genoemde omgevingsvergunning wordt niet verleend voor plaatsing van een antennemast en/of antenne-installaties op de hierna genoemde locaties: 1. Op en/of nabij monumenten, indien daardoor (het zicht op) het monument wordt of kan worden geschaad; 2. In of nabij natuurgebieden;
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
37
d.
3. In landschappelijk waardevolle gebieden en open landschappen; 4. In of nabij historische stadsparken; 5. Op of nabij begraafplaatsen. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14.1 onder e wordt getoetst aan de beleidsregel 'Beleid Antenne Installaties Zendamateurs' dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel.
38
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
Artikel 15
15.1
Algemene wijzigingsregels
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd het plan te wijzigen: a. b.
c. d.
e.
15.2 a. b.
c.
d.
voor het wijzigen van de voorgeschreven maten, afmetingen en percentages met ten hoogste 20%; voor een wijziging in de situering van bestemmingsgrenzen en bouwvlakken, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken, dat verschuivingen in verband met ingekomen bouwplannen wenselijk of noodzakelijk zijn, mits de bestemmingsgrenzen of bouwgrenzen niet meer dan 5 meter worden verschoven; door het verwijderen van een in dit plan genoemde functieaanduiding; voor het bouwen van vrijstaande antenne-installaties ten behoeve van mobiele telecommunicatie en overige antennes, zend- en sirenemasten, met uitzondering van antenne-installaties voor zendamateurs, met een maximum bouwhoogte van 50 meter; door aan een gebouw de bouwaanduiding 'karakteristiek' toe te kennen, indien op basis van cultuurhistorisch onderzoek dan wel een wijziging van het cultuurhistoriebeleid is aangetoond dat het betreffende gebouw cultuurhistorische waarde heeft; Toepassingscriteria Bij toepassing van de lid 15.1 genoemde wijzigingsbevoegdheid dienen de regels in artikel 13.1.2, voor zover van toepassing, in acht te worden genomen. Aan de in lid 15.1 onder b genoemde wijzigingsbevoegdheid kunnen burgemeester en wethouders uitsluitend toepassing geven indien aan tenminste één van onderstaande criteria is voldaan: 1.
de betreffende activiteit ter plaatse is gedurende tenminste een jaar beëindigd en er zijn geen redenen om aan te nemen dat de activiteit zal worden voortgezet; 2. met de eigenaar overeenstemming bereikt over het beëindigen van de betreffende activiteit. Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 15.1 onder c. wordt getoetst aan de volgende criteria: 1. De installatie is noodzakelijk voor het kunnen (blijven) garanderen van 100% dekking; 2. Medegebruik van bestaande installaties is redelijkerwijs niet mogelijk; 3. Stedelijk gebied: Plaatsing op woongebouwen is alleen toegestaan indien er redelijkerwijs geen andere geschikte hoge gebouwen beschikbaar zijn; 4. Een antennemast met bijbehorende installatie dient op een zorgvuldige wijze landschappelijk en stedenbouwkundig te worden ingepast; 5. Er wordt voor het overige voldaan aan de bepalingen in het Antenneconvenant 2010 dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een nieuw convenant, aan het gewijzigde respectievelijk nieuwe convenant. De onder 15.1 onder c. genoemde wijzigingsbevoegdheid wordt niet verleend voor plaatsing van een antennemast en/of antenne-installaties op de hierna genoemde locaties: 1. Op en/of nabij monumenten, indien daardoor (het zicht op) het monument wordt of kan worden geschaad; 2. In of nabij natuurgebieden; 3.
In landschappelijk waardevolle gebieden en open landschappen; 4. In of nabij historische stadsparken; 5. Op of nabij begraafplaatsen.
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
39
Artikel 16
16.1
Algemene procedureregels
Procedureregels wijziging
Bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid, zoals bedoeld in deze regels, gelden de procedureregels zoals voorgeschreven in artikel 3.9a, lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening, met dien verstande dat: a.
indien het een besluit op aanvraag betreft, burgemeester en wethouders de aanvrager zo nodig in de gelegenheid stellen te reageren op de naar voren gebrachte zienswijzen; indien tegen het ontwerp-besluit zienswijzen naar voren zijn gebracht, het besluit tot het al dan niet vaststellen van het wijzigingsplan met redenen wordt omkleed; burgemeester en wethouders het besluit tot het al dan niet vaststellen van het wijzigingsplan bekend maken aan de aanvrager en eventuele indieners van zienswijzen.
b. c.
16.2
Afwegingskader voor afwijkingsregels en wijzigingsbevoegdheden
Bij toepassing van een afwijkingsbevoegdheid of een wijzigingsbevoegdheid zoals bedoeld in deze regels, geldt als voorwaarde dat geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van: het woon- en leefklimaat; het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de parkeersituatie in de openbare ruimte; de sociale veiligheid; de brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding; de milieusituatie; de cultuurhistorische waarde; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
40
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
Artikel 17
17.1
Parkeren
17.1.1 a.
b.
Overige regels
Parkeerregels algemeen
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en / of voor het wijzigen van het gebruik van een gebouw dan wel het wijzigen van het gebruik van een onbebouwd terrein wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw dan wel het onbebouwd terrein in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor: 1. het parkeren van auto's; 2. het stallen van fietsen. De onder a genoemde voorzieningen worden gerealiseerd en in stand gehouden op eigen terrein, in, op of onder het gebouw , dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort respectievelijk op of onder het onbebouwde terrein waarvan het gebruik wordt gewijzigd.
17.1.2
Afwijken van de parkeerregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 17.1.1: a. b.
indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of voor zover aantoonbaar op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
17.1.3
Beleidsregels
Bij de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in de leden 17.1.1 en 17.1.2 wordt getoetst aan de beleidsregel 'Parkeernormennota Enschede 2017' dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde respectievelijk vervangende beleidsregel.
17.2 a.
b. c. d.
e. f.
Bergen, vasthouden en afvoeren van hemelwater Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de oppervlakte van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in voorzieningen voor het bergen en/of in de bodem infiltreren van hemelwater afkomstig van bebouwing, bij voorkeur in combinatie met drainage. De onder a genoemde voorzieningen worden gerealiseerd en in stand gehouden op eigen terrein, in, op, aan of onder het gebouw , dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. de minimum bergingsopgave als bedoeld onder a bedraagt 0,02 m (bestaand stedelijk gebied) in aanvulling op het bepaalde onder c geldt voor vervangende nieuwbouw met een groter grondoppervlak dan de oorspronkelijke bebouwing de volgende bergingsopgave: 1. tenminste 0,02 m voor het te bebouwen oppervlak dat gelijk is aan het voorheen bebouwde oppervlak; 2. tenminste 0,04 m voor het ten opzichte van het voorheen bebouwde oppervlak aanvullend te bebouwen oppervlak.
de onder a bedoelde berging of infiltratie van hemelwater dient het (teveel aan) water af te wateren op een voorziening voor de ontvangst van hemelwater in het openbaar toegankelijk gebied; Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a indien berging of infiltratie van hemelwater op eigen terrein redelijkerwijs niet op doelmatige wijze mogelijk is.
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
41
Hoofdstuk 4 Artikel 18
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
18.1
Overgangsrecht bouwwerken
18.1.1
Overgangsbepaling
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
18.1.2
Afwijken
Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde in lid 18.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 18.1.3
Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken
Lid 18.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 18.2
Overgangsrecht gebruik
18.2.1
Overgangsbepaling
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 18.2.2
Strijdig geb ruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 18.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 18.2.3
Verboden geb ruik
Indien het gebruik, bedoeld in lid 18.2.1, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 18.2.4
Uitzondering op het overgangsrecht gebruik
Lid 18.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
42
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
18.3
Hardheidsclausule
Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan grond en bouwwerken gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kan met het oog op beëindiging op termijn van die met het plan strijdige situatie, ten behoeve van die persoon of personen bij een omgevingsvergunning van dat overgangsrecht worden afgeweken.
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
43
Artikel 19
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Eschmarke - Dolphia".
44
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
Colofon Dit is een uitgave van: Team Ruimtelijke Plannen Afdeling Omgeving & Recht Gemeente Enschede
© December 2020, gemeente Enschede
Bijlagen Regels Bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia
Status: Vastgesteld
Eschmarke - Dolphia
Inhoudsopgave
Bijlagen regels
3
Bijlage 1
4
2
achtererfgebied buurthuis
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
Bijlagen regels
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
3
Bijlage 1 achtererfgebied buurthuis
4
bestemmingsplan Eschmarke - Dolphia (vastgesteld)
Bijlage 1 behorende bij de regels van het bestemmingsplan “Eschmarke-Dolphia”
Bepaling voorerfgebied/achtererfgebied buurthuis aan de Christiaan de Wetstraat in Dolphia. Het achtererfgebied is het in geel aangeduide vlak in relatie tot een fictief aangeduide hoofdgebouw van een buurthuis.
Colofon Dit is een uitgave van: Team Ruimtelijke Plannen Afdeling Omgeving & Recht Gemeente Enschede
© December 2020, gemeente Enschede