CConstaterende datenschede
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Energievisie

Raadsvergadering 20 december 2021, gemeente enschedeBij agendapunt: Vaststelling Energievisie (nieuw raadsvoorstel)19.515 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Klimaat neutrale en circulaire afspraken

Mobiliteit als dienst: - deelconcepten - combineren vervoersystemen - slim parkeren, laadpalenoverzicht

Emissie vrije zones in de stad - inzet cargo bikes voor distributie - optimale bevoorrading buiten de stad

Opzetten laadinfrastructuur: - plaatsen laadpalen - ontwikkeling sneller laden

Stimuleren deelmobiliteit - auto delen - scooter delen

MOBILITEIT 37

Mobiliteit

Beleidskeuzes

1

2

3 We onder­steunen bij duurzaam mobiliteits­ management

We stimuleren lopen, fietsen en OV-gebruik

4

5 We voegen Park & Ride- en Park & Bike-locaties toe

We zetten in op mobipunten en deelvervoer

We faciliteren de versnelde uitrol van laadinfrastructuur

Pijlers

6

1

7 We zetten in op zero emissie openbaar vervoer en stadslogistiek

38

We zetten in op de bouw van een waterstof­tank­ station

2 Verminderen van vervoers­­ bewegingen

3 Het verkeers­gedrag verduurzamen

Verschonen van vervuilende voertuigen

Mobiliteit

Beleidskeuzes

1

2 We stimuleren lopen, fietsen en OV-gebruik

3 We ondersteunen bij duurzaam mobiliteits­ management

We zetten in op mobipunten en deelvervoer

1. We stimuleren lopen, fietsen en OV-gebruik

2. We ondersteunen bij duurzaam mobiliteitsmanagement

3.We zetten in op mobipunten en deelvervoer

Om het aantal autobewegingen in de stad te verminderen, zetten we in op stappen, trappen, openbaar vervoer en dan pas de personenauto. Hiervoor breiden wij het voetgangersgebied in het centrum uit, verbeteren wij onze fietsinfrastructuur en stimuleren we het gebruik van de Fietsstad-app.

We ondersteunen bedrijven bij het invoeren van duurzaam mobiliteitsmanagement. Hiervoor zetten we Twente Mobiel met haar kennis en ervaring in. Ook het thuiswerken speelt hierbij een belangrijke rol.

Mobipunten zijn knooppunten waar reizigers kunnen overstappen van het ene vervoersmiddel naar het volgende. Dit kunnen stedelijke mobipunten zijn, zoals rondom station Enschede, maar ook plekken aan de stadsrand, zoals een Park & Ride aan de Zuiderval. Mobipunten in de wijk richten zich voornamelijk op inwoners, met bijvoorbeeld deelfietsen en een pakketkluis (een beveiligde pakketautomaat). Door een betrouwbaar aanbod van (elektrisch) deelvervoer daalt het autobezit. Inwoners kunnen door middel van de MaaS-app (Mobility as a Service) vloeiend hun reis zoeken en boeken.

39

Mobiliteit

Beleidskeuzes

4

40

5

6

7

We voegen Park & Ride- en Park & Bike-locaties toe

We faciliteren de versnelde uitrol van laadinfra­­ structuur

We zetten in op zero emissie openbaar vervoer en stadslogistiek

4. We voegen Park & Ride- en Park & Bikelocaties toe

5. We faciliteren de versnelde uitrol van laadinfrastructuur

6.We zetten in op zero emissie openbaar vervoer en stadslogistiek

7.We zetten in op de bouw van een waterstoftankstation

Langs de invalswegen van de stad voegen we Park & Ride- en Park & Bike-locaties toe. Op deze locaties kunnen bezoekers en werknemers van het centrum­gebied over­ stappen op hoogwaardig openbaar vervoer of de fiets. We zorgen voor een aantrekkelijk en sociaal veilig mobiliteitsknooppunt. Zo komen er minder auto’s naar het centrumgebied. Daarnaast willen we het aantal zoek­bewegingen binnen het centrumgebied beperken door automobilisten te verleiden onze parkeergarages te benutten.

In 2020 hebben we onze 100e openbare laadpaal geopend. Dit doen we via het ‘paal-volgt-autoprincipe’. In de Regionale Agenda Laadinfrastructuur (GO-RAL) staat dat er behoefte is aan 1.000 laadpunten in 2025. Om dit doel te halen, stellen we nieuw beleid op.

In 2023 wordt het openbaar vervoer in de regio Twente opnieuw aanbesteed. Vanuit de gemeente Enschede zetten wij in op emissieloos busvervoer. Daarnaast willen wij dat de spoorlijn Enschede – Münster geëlektrificeerd wordt. Conform de Greendeal Zero Emissie Stadslogistiek werken wij aan een ZE-zone binnen het centrumgebied.

Om het gebruik van waterstof voor emissieloos vrachtverkeer te stimuleren, zetten we in op de komst van een waterstoftankstation in Enschede.

We zetten in op de bouw van een waterstof­tank­ station

Mobiliteit

2

1

Pijlers

3

Verminderen van vervoers­ bewegingen

Pijler 4.1 Verminderen van vervoersbewegingen Wat is de opgave?

Hoe komen we daar?

Wat gaan we doen?

De eerste stap om de CO2-uitstoot op het gebied van mobiliteit te verminderen, bestaat uit een vermindering van het aantal vervoersbewegingen, met name autoritten.

Werkgevers met meer dan 100 werknemers moeten vanaf 2022 op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving hun zakelijk en woon-werkverkeer verminderen en verduurzamen. De gemeente Enschede heeft deze stap al gezet en kan ondersteuning bieden door haar ervaringen te delen.

• We bieden ondersteuning bij de normering van werkgebonden personenmobiliteit. • We stimuleren het gebruik van de kennis bij Twente Mobiel. • We bieden ondersteuning bij thuiswerken. • We zetten in op pakketkluizen.

Daarnaast kunnen bedrijven en instellingen in Enschede gebruik maken van de kennis van projectorganisatie Twente Mobiel voor het invoeren van duurzaam mobiliteitsmanagement. Door corona hebben veel werknemers ervaring op kunnen doen met thuiswerken. We willen het duurzaam mobiliteitsmanagement bij bedrijven en instellingen verder ondersteunen. Tot slot willen we het aantal ritten van pakket­ bezorgers verminderen door het toevoegen van pakketkluizen in de openbare ruimte. Kortom: • Kennis delen en inzetten • Alternatieven stimuleren

41

Mobiliteit

1

Pijlers

2

3 Het verkeers­ gedrag verduur­zamen

Pijler 4.2 Het verkeersgedrag verduurzamen Wat is de opgave?

Hoe komen we daar?

Wat gaan we doen?

Het gebruik van de auto voor vervoersbewegingen onder de 15 km willen we verminderen door inwoners, bezoekers en werknemers te laten kiezen voor duurzame vervoerwijzen, zoals lopen, fietsen en het openbaar vervoer. Hiermee vergroten we ook de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de stad.

Door het uitbreiden van het stadserf, het verbeteren van de fietsinfrastructuur en het vergroten van het aanbod aan duurzame vervoersmiddelen kunnen inwoners, bezoekers en werknemers gemakkelijker kiezen voor duurzaam verkeersgedrag.

• We breiden het voetgangersgebied in het centrum uit. • We investeren in fietsinfrastructuur. • We stimuleren het gebruik van de EnschedeFietsstad-app. • We ontwikkelen Park & Ride- en Park & Bike-locaties. • We vergroten het aanbod van deelmobiliteit. • We ontwikkelen Mobipunten. • We stimuleren het gebruik van de MaaS-app.

Met behulp van de EnschedeFietsstad-app (voorheen SMART-app) en de MaaS-app worden gebruikers gestimuleerd vaker te kiezen voor duurzame vervoersmiddelen. Werknemers en bezoekers die met de auto naar de stad komen, willen we opvangen in nieuwe Park & Ride- en Park & Bike-locaties langs de invalswegen. Als gemeente Enschede zijnde kunnen wij het goede voorbeeld geven door onze auto­ gebruikende werknemers op deze Park & Rideen Park & Bike-locaties te laten parkeren. Kortom: • Meer keuze bieden • Gedragsbeïnvloeding • Bezoekers en werknemers afvangen

42

Mobiliteit

1

2

Pijlers

3 Verschonen van vervuilende voertuigen

Pijler 4.3 Verschonen van vervuilende voertuigen Wat is de opgave?

Hoe komen we daar?

Wat gaan we doen?

De vervoersbewegingen die overblijven, willen we verschonen door middel van emissieloze voertuigen. Hierbij geven we de voorkeur aan elektriciteit voor scooters, auto’s, openbaar v ervoer en vrachtverkeer en aan waterstof voor openbaar vervoer en vrachtverkeer. Hiermee vergroten we ook de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de stad.

In de aankomende jaren groeit onze laadinfra­ structuur door naar 1.000 laadpunten in 2025, zie ook de GO-RAL. Om daar te komen, passen we ons beleid aan en faciliteren we de uitrol van nieuwe laadinfrastructuur. Daarnaast onderzoeken we een stimuleringsmaatregel voor elektrische brom- en snorfietsen.

• We faciliteren de uitbreiding van de laadinfrastructuur conform GO-RAL. • We onderzoeken een stimuleringsmaatregel voor elektrische scooters. • We voeren een Zero Emissie-zone in voor de stadslogistiek. • We zetten in op emissieloos openbaar vervoer. • We stemmen met Enexis onze plannen voor verduurzaming van het openbaar vervoer en de uitbreiding van de laadinfrastructuur af. • We ondersteunen bij de realisatie van een waterstoftankstation. • We bevorderen de elektrificatie van de spoorverbinding Enschede – Münster. • We verduurzamen het eigen wagenpark.

Voor het centrumgebied voeren we in 2025 een Zero Emissie-zone in voor stadslogistiek. Daarnaast wordt in 2023 het openbaar vervoer duurzaam aanbesteed door emissieloze bussen te eisen. Om het gebruik van waterstof voor emissieloos vrachtverkeer te stimuleren, zetten we in op de komst van een waterstoftankstation. Daarnaast kunnen we als gemeente Enschede het goede voorbeeld geven door ons eigen wagenpark en die van Enschede Onderhoud en Twente Milieu te verduurzamen. Kortom: • Stimuleren van emissieloze voertuigen • Faciliteren van laad- en tankinfrastructuur • Het goede voorbeeld geven

43

Landbouw en landgebruik Enschede kent een kleine agrarische sector. Toch vragen we ook die – net als andere sectoren – naar vermogen bij te dragen aan de energietransitie. De mogelijkheden op de agrarische bedrijven, zoals hernieuwbare elektriciteit en groen gas, willen we goed benutten. Ook willen we ze laten bijdragen aan het sluiten van de kringlopen en stimuleren we duurzaam landgebruik, zoals het vastleggen van koolstof in de bodem. Tot slot is net als in alle andere sectoren energiebesparing een logische keuze. 44

Landbouw en landgebruik Het buitengebied van Enschede heeft een oppervlakte van circa 10.000 hectare. De grootste grondgebruiker is de landbouw met circa 4.700 hectare cultuurgrond. Het landelijk gebied kent daarnaast ook veel bos (circa 2.200 hectare). De cultuurgrond is in gebruik bij 327 agrarische bedrijven. Daarvan zijn 56 hoofdberoepsbedrijven. Het gaat hierbij om 52 melkveehouderijen en 4 intensieve veehouderijen. De grond die zij gebruiken bestaat in hoofdzaak (80 %) uit grasland en wordt voor het overige vooral gebruikt voor de teelt van mais.

De betekenis van de landbouw voor het klimaatbeleid bestaat niet alleen uit het energieverbruik van agrarische bedrijven en de vastlegging van CO2 in gewassen als gras en mais. De meest omvangrijke bijdrage aan het broeikaseffect komt voort uit de uitstoot van methaan uit de magen van de runderen en de uitstoot van lachgas uit bemeste bodems. De in het Klimaatakkoord beschreven aanpak voor reductie van de uitstoot aan broeikasgassen door de sector landbouw en landgebruik bestaat in hoofdzaak uit: • vermindering van de uitstoot aan broeikasgassen door aanpassingen in de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven;

• een warme sanering van de varkenshouderij door de Rijksoverheid; • de opslag van CO2 in bomen, bossen en natuur. De Energievisie richt zich op de vermindering van de uitstoot aan CO2 die vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen. Dit hoofdstuk beschrijft wat we in Enschede aan mogelijkheden zien om binnen de sector landbouw en landgebruik daaraan bij te dragen. De Visie landelijk gebied gaat in op de verduur­ zaming van de landbouw. Die verduurzaming draagt ook bij aan het verminderen van het vrijkomen van broeikasgassen.

45

Landbouw en landgebruik

Afspraken over Landbouw en landgebruik uit het Klimaatakkoord

Afspraken klimaatakkoord Landbouw en Landgebruik Landbouw Andere diervoeding: Vermindering methaan- en ammoniakuitstoot

Glastuinbouw

Duurzame emissiearme stallen: reductie van ammoniak, geur en fijnstof

Duurzaam energiegebruik: Gebruik van restwarmte uit industrie

Hergebruik van CO2 uit industrie naar kassen

Geothermie

Landgebruik CO2 vasthoudende technieken in landgebruik:

Meer bomen, bos en natuur:

Gebruik andere gewassen

“Boom eruit, boom erin”

Meer permanent gras

Vermindering ontbossing

Klimaatslim bosbeheer

Ontwikkelen slimmere en lichtere machines

Klimaatgerichte aanpak veenweidegebieden: Pilots op gebied van verhoging waterpeil, onderwaterdrainage en andere teelten Minder bemesting door precisielandbouw

46

Meer groene meststoffen

Minder varkens

Energiebesparende technieken in kassen

Maatregelen afgestemd op toekomstperspectief van de boer

Versterken Natura2000 gebieden

Vergroten van de productie van biomassa

Landbouw en landgebruik

Beleidskeuzes

1

2

3 We stimuleren de verduur­zaming in de agrarische sector

We bevorderen duurzaam landgebruik

4 We zetten in op energiebesparing op de agrarische bedrijven

We benutten de mogelijkheden voor duurzame opwek op agrarische bedrijven

Pijlers

1

2 Verduurzamen van het landgebruik

4

3 Bijdragen aan het verduur­ zamen van het bedrijfs­­­systeem – kringloop­ landbouw

Stimuleren van de productie van duurzame energie

Stimuleren van energiebesparing

47

Landbouw en landgebruik

Beleidskeuzes

1

2 We bevorderen duurzaam landgebruik

1. We bevorderen duurzaam landgebruik Het bevorderen van het behoud en de uitbreiding van bos (van houtwal en bosje tot aaneengesloten bos) in landelijk gebied én in de stad draagt bij aan het voor langere tijd vastleggen van CO2. Bij de verduurzaming van de landbouw past ook het vastleggen van koolstof (humus) in de bodem. De verhoging van het humusgehalte draagt tevens bij aan de bio­ diversiteit, het opbrengend vermogen voor de landbouw en het vasthouden van water.

48

3 We stimuleren de verduurzaming in de agrarische sector

2. We stimuleren de verduurzaming in de agrarische sector Elke sector dient naar vermogen bij te dragen aan de vermindering van de uitstoot aan CO2. Daarom vragen we ook van de landbouw om te verduurzamen. De Visie landelijk gebied benoemt het streven naar het sluiten van kringlopen, de verbreding van de bedrijfsdoelen naar onder meer wateropgaven, natuur en educatie, en het verkorten van de keten tussen productie en afzet. Dat streven loopt in grote lijnen parallel aan de verbetering van de energiebalans op de bedrijven. De gemeente heeft hierbij een stimulerende en randvoorwaardenscheppende rol.

4 We benutten de mogelijkheden voor duurzame opwek op agrarische bedrijven

3. We benutten de mogelijkheden voor duurzame opwek op agrarische bedrijven Op de landbouwbedrijven zijn diverse mogelijkheden om op duurzame wijze energie op te wekken (hernieuwbare elektriciteit en groen gas). Een aantal maatregelen is inpasbaar in de bedrijfsvoering en kan op termijn bijdragen aan het businessmodel, waaronder zonnepanelen op landbouwschuren. Daarmee zijn bedrijven veelal energieneutraal voor elektriciteit of leveren ze netto aan het netwerk. Andere maatregelen (vooral zonnevelden) gaan ten koste van de agrarische productie. Elk bedrijf moet afwegen of die vermindering past in het businessmodel

We zetten in op energiebesparing op de agrarische bedrijven

van het bedrijf. De gemeente wil met de betrokkenen en in gebiedsprocessen zoeken naar nieuwe oplossingen, waarin de duurzame opwek van elektriciteit en agrarische productie elkaar niet in de weg zitten maar naast elkaar bestaan en waar dat kan elkaar versterken.

4. We zetten in op energiebesparing op de agrarische bedrijven. De Nederlandse praktijk laat grote verschillen zien tussen de bedrijven in hoeveelheid elektriciteit per eenheid geproduceerde melk. Het is waarschijnlijk dat die verschillen ook voor de andere energiedragers (diesel en gas) gelden. Besparing van energie brengt op termijn vaak ook kostenreductie met zich mee.

Landbouw en landgebruik

2

1

Pijlers

3

4

Verduur­zamen van het land­ gebruik

Pijler 5.1 Verduurzamen van het landgebruik Wat is de opgave?

Hoe komen we daar?

Wat gaan we doen?

We zetten in op het langjarig vastleggen van CO2 (koolstof) in de bodem, landbouwgewassen, wilde planten en struiken. De opgave omvat ook het verhogen van het humusgehalte van de bodem.

De Visie landelijk gebied bevat opgaven voor het beheer van houtwallen en bosjes en voor de aanplant van bomen. Bij het beleid gericht op een natuurlijke, rijkere bodem past het streven naar het verhogen van het humusgehalte. Dat komt de landbouwproductie en de biodiversiteit ten goede en zorgt ook voor het beter vasthouden van water. Ook het duurzaam grondgebruik op de land­ goederen en natuurgebieden draagt bij aan het langjarig vastleggen van koolstof.

• We hebben de ambitie om in de periode 20212030 170.000 bomen te planten in stedelijk en landelijk gebied, zie daarvoor de opgave in de Visie landelijk gebied. • We willen het aandeel houtwallen en kleine landschapselementen in het landelijk gebied, dat onder structureel beheer valt, verhogen van nu rond 25% naar 50%, zie de opgave in de Visie landelijk gebied. • We stimuleren de kringlooplandbouw, waarbij het humusgehalte in de bodem toeneemt, zie de opgave in de Visie landelijk gebied.

49

Landbouw en landgebruik

1

Pijlers Pijler 5.2 Bijdragen aan het ver­ duurzamen van het bedrijfssysteem kringlooplandbouw

3

4

Bijdragen aan het verduur­ zamen van het bedrijfs­systeem kringloop­landbouw

Wat is de opgave?

Hoe komen we daar?

Wat gaan we doen?

Een regulier melkveebedrijf dat voor de wereldmarkt produceert kent een intensieve bedrijfsvoering met import van krachtvoer en gebruik van kunstmest. Het streven is om op de bedrijven de kringloop meer te sluiten. Dat brengt ook met zich mee dat de energiebalans op deze bedrijven meer in evenwicht komt. De import van energie, verstopt in krachtvoer en kunstmest, gaat omlaag en de bedrijfsvoering zal extensiever zijn, bijvoorbeeld door minder beregening. Daarmee kan ook het directe energieverbruik lager uitvallen.

De Visie landelijk gebied volgt het beleid van de EU en de nationale overheid. Dat beleid is gericht op kringlooplandbouw.

• We steunen bedrijven met hun aanpassing, onder meer door versterking van de rol van Stawel in het Enschedese buitengebied. Stawel is de Stichting Duurzame Plattelandsontwikkeling Enschede, voorheen Stichting Agrarisch Welzijn. • In de gebiedsaanpak nemen we de landbouw volwaardig mee. • Gemeentelijke grond zetten we gericht in voor verduurzaming in de agrarische sector.

Het verkorten van de ketens tussen productie en afzet draagt ook bij aan de vermindering van transport met producten.

50

2

Wij ondersteunen de bedrijven die streven naar het sluiten van kringlopen en die innoveren, bijvoorbeeld door hun producten meer direct bij de Twentse consument af te zetten.

Landbouw en landgebruik

1

2

Pijlers

3

4 Stimuleren van de productie van duurzame energie

Pijler 5.3 Stimuleren van de productie van duurzame energie Wat is de opgave?

Hoe komen we daar?

Wat gaan we doen?

Onze ambitie is dat agrarische bedrijven in hun bedrijfsvoering mogelijkheden benutten voor duurzame opwek van elektriciteit en de productie van groen gas.

Agrarische bedrijven hebben in de meeste gevallen ruimte voor zonnepanelen op het dak en een kleine windturbine op het erf.

• We bevorderen de plaatsing van zonnepanelen op daken en de plaatsing van kleine turbines op agrarische erven. Waar mogelijk worden de werkzaamheden uitgevoerd in combinatie met asbestsanering. Dat doen we door ruimtelijke mogelijkheden te bieden via het bestemmingsplan en vergunningen en indirect via gemeentelijke steun aan maatschappelijke organisaties die actief zijn in de energietransitie. • We bevorderen mestvergisting op (samen­ werkende) agrarische bedrijven door ruimtelijke mogelijkheden te bieden via het bestemmingsplan en vergunningen en indirect via gemeen­ telijke steun aan maatschappelijke organisaties die actief zijn in de energietransitie. • We bevorderen innovatie via Mineral Valley Twente. • We faciliteren de opwek van hernieuwbare elektriciteit op landgoederen waar de kwaliteit van het landschap daar mogelijkheden voor biedt.

Op landgoederen moeten inkomsten uit energieprojecten bij gaan dragen aan de continuïteit van het beheer en onderhoud.

Mest kan worden gebruikt voor verrijking van de bodem, maar ook voor de productie van biogas. Bedrijven moeten daarvoor vaak wel samen­ werken.

51

Landbouw en landgebruik

1

2

3

Pijlers

4 Stimuleren van energie­ besparing

Pijler 5.4 Stimuleren van energiebesparing Wat is de opgave?

Hoe komen we daar?

Wat gaan we doen?

Wat je bespaart aan energie, hoeft ook niet duurzaam opgewekt te worden. Energiebesparing is daarom ook voor agrarische bedrijven belangrijk. Voor melkveehouders bestaat de opgave uit de vermindering van het elektriciteitsverbruik naar circa 30 kWh per 1.000 liter geproduceerde melk.

Energiebesparing is op de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de ondernemer zelf. Ook initiatieven vanuit de branche zelf kunnen aan de aanpak van het energieverbruik bijdragen, zoals het ‘On the way to planet proof’-keurmerk.

• We ondersteunen maatschappelijke organisaties die in de energietransitie actief zijn. • We kijken of het mogelijk is om het energieloket uit te breiden met informatie voor ondernemers (met een focus op het MKB), zie ook pijler 2.1. • We benutten de mogelijkheden die het college in de rol van vergunningverlener en handhaver heeft, zie ook pijler 2.1.

We stimuleren en ondersteunen bedrijven die energie willen besparen. Daarnaast oefenen we invloed uit via onze rol als vergunningverlener en handhaver.

52

Innovatie Samen op zoek naar de lokale bijdrage aan innovatie, dát is onze ambitie. De innovatieopgave richt zich vooral op het beter benutten van onze vier ‘werkpaarden’ zon, wind, biomassa en geothermie. We willen kansrijke innovatiepaden voor de verschillende energievormen graag stimuleren. Dat doen we door pilots mogelijk te maken en door de samenwerking met ketenpartners te intensiveren. 53

Innovatie De energietransitie wordt qua uitdaging vergeleken met de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Het is een transformatie van ongekende omvang en het is onvermijdelijk. Het akkoord van Parijs is goedgekeurd, ons Klimaatakkoord is getekend. Er is geen free ride, geen easy way. Het is groots, ongelofelijk duur en complex. Maar we zien ook lichtpunten: er zijn al verschillende nieuwe technieken en materialen ontwikkeld en in gebruik die een positieve bijdrage leveren aan de aanpak van deze opgave. De noodzaak tot verandering zal de vraag om nieuwe, goede en betaalbare technieken en materialen vergroten en zo de energietransitie versnellen. Het biedt daarmee ook kansen voor bestaande en nieuwe bedrijven en zal tot veel werkgelegenheid leiden.

De afgelopen 30 jaar zijn er veel veranderingen geweest. Veranderingen die telkens door nieuwe technologieën zijn geïnitieerd. Denk aan de doorbraak van het internet of de ontwikkeling van het mobieltje. Ook de opwarming van de aarde heeft geleid tot innovaties. De introductie van de hoogrendementsketel, de warmtepomp, de slimme meter en de slimme thermostaat zijn daar voorbeelden van. Daarnaast is huishoudelijke apparatuur vele malen zuiniger geworden. Innovaties en de impact daarvan laten zich niet altijd even gemakkelijk voorspellen. Toch is het belangrijk om

5

te weten wat er op ons afkomt. Zo willen we voorkomen dat we maatregelen nemen, die zich op een later moment tegen ons keren. Ook willen we in ons beleid ruimte laten voor nieuwe technieken en oplossingen. Innovaties komen in een nationale en internationale setting tot stand. De invloed van een lokale overheid daarop is beperkt, maar niet verwaarloosbaar.5 In dit hoofdstuk staan we stil bij de mogelijkheden die we voor de gemeente Enschede zien om innovatieve ontwikkelingen te steunen en het lokale bedrijfsleven daarvan te laten profiteren.

Energy Technology Perspectives 2020. Internationaal Energieagentschap 2020

Innovatie

Beleidskeuzes

1

2 We gaan nu aan de slag met be­ wezen technieken en wachten dus niet op toekom­stige oplossingen

3 We stimuleren samenwerking tussen onderwijs, onderzoek en bedrijfsleven

4 We treden op als launching customer

5 We sturen op innovaties in projecten

We gaan op zoek naar nieuwe effectieve vormen van samenwerking

Pijlers

1

2 Samenwerking stimuleren tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid

3 Optreden als launching customer

Sturen op innovaties bij projecten in de gebouwde omgeving

55

Innovatie

Beleidskeuzes

1

2 We gaan nu aan de slag met bewezen technieken en wachten dus niet op toekomstige oplossingen

We stimuleren samenwerking tussen onderwijs, onderzoek en bedrijfsleven

1. We gaan nu aan de slag met bewezen technieken en wachten dus niet op toekomstige oplossingen

2. We stimuleren samenwerking tussen onderwijs, onderzoek en bedrijfsleven

We verwachten in de periode tot 2030 geen grote doorbraken rondom opslag of de grootschalige productie van energie. Voor meer informatie daarover verwijzen we op deze plaats naar bijlage 4. Om de opwarming van de aarde af te remmen, moeten we nu maatregelen treffen. Wachten op nieuwe en betere technieken is geen optie. We zullen het de komende jaren moeten doen met de werkpaarden die we nu hebben: zon en wind.

Innovaties ontstaan vooral bij kennisinstellingen; het bedrijfsleven zorgt vervolgens voor het marktrijp maken van deze nieuwe technieken. Samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijfsleven kan dit proces versnellen. Er zijn al verschillende samenwerkingsverbanden tussen bedrijven onderling en soms met de kennisinstellingen. Versterkte focus op de energietransitie is wenselijk.

Uiteraard ontslaat dit ons niet van de verplichting om tegelijkertijd, samen met onze partners, de implementatie van nieuwe technieken, zoals de toepassing van ultradiepe geothermie, voor te bereiden.

56

3 We treden op als launching customer

3.We treden op als launching customer Bij de inkoop van producten en diensten wenden we onze inkoopkracht aan om de ontwikkeling en toepassing van nieuwe oplossingen te stimuleren.

Innovatie

Beleidskeuzes

4

5 We sturen op innovaties in projecten

1. We sturen op innovaties in projecten Bij gebiedsontwikkelingen in onze stad vragen we om innovatieve oplossingen op het gebied van energie. Denk daarbij aan het toepassen van nieuwe vormen van warmte- of elektriciteitsvoorziening.

We gaan op zoek naar nieuwe effectieve vormen van samen­werking

5. We gaan op zoek naar nieuwe effectieve vormen van samenwerking De energietransitie kan alleen slagen als iedereen mee kan en wil doen. Dit vraagt om nieuwe samenwerkingsvormen met stakeholders, bedrijven en inwoners.

57

Innovatie

3

Samenwerking stimuleren tussen bedrijfs­ leven, kennis­ in­stellingen en overheid

Pijler 6.1 Samenwerking stimuleren tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid

58

2

1

Pijlers

Wat is de opgave?

Hoe komen we daar?

Wat gaan we doen?

De opgave hier is om de verschillende deelopgaven van de energietransitie sneller, goedkoper en makkelijker uit te voeren. Door het lokale bedrijfsleven te betrekken, profiteren we allemaal van de banengroei die door de energietransitie ontstaat. Het is belangrijk om ook aandacht te hebben voor het aanbod op de arbeidsmarkt: we moeten tijdig inspelen op een dreigend tekort aan arbeids­ krachten. Daarom is het betrekken van het onderwijs ook noodzakelijk.

We zorgen voor nauwe samenwerking tussen onderwijs, kennisinstellingen en bedrijfsleven. Daarbij richten we ons op concrete vraagstukken die voortvloeien uit de energietransitie.

• We stellen een Adviesraad duurzaamheid in. • We betrekken bestaande samenwerkings­ verbanden, zoals Pioneering, EnschedeLab en Beon steviger bij de energietransitie in Enschede. • We zetten extra in op de samenwerking met het Midden- en Kleinbedrijf. • We gaan samen met het ROC van Twente, Saxion, Universiteit Twente en Artez een gezamenlijke onderzoeksagenda met vraag­ stukken op het gebied van energietransitie opzetten.

Innovatie

1

Pijlers Pijler 6.2 Optreden als launching customer

2

3 Optreden als launching customer

Wat is de opgave?

Hoe komen we daar?

Wat gaan we doen?

Innovaties vinden plaats bij kennisinstellingen en bedrijven. Van idee tot marktrijp product komen, is vaak een langdurig traject. Door als gemeente opdracht te geven tot het uitvoeren en inpassen van veelbelovende nieuwe ontwikkelingen kan hier versnelling optreden.

Door bij onze inkoop speciaal aandacht te vragen voor inbreng van nieuwe ideeën en producten en dit mee te wegen bij de uiteindelijke gunning van opdrachten.

• We vragen bij onze aanbestedingen gericht naar het aanbieden van nieuwe, innovatieve oplossingen.

59

Innovatie

1

2

Pijlers

Sturen op innovaties bij projecten in de gebouwde omgeving

Pijler 6.3 Sturen op innovaties bij projecten in de gebouwde omgeving

60

3

Wat is de opgave?

Hoe komen we daar?

Wat gaan we doen?

De komende jaren wordt er niet alleen veel gerenoveerd, er staat ook nog de nodige nieuwbouw op stapel. Daarvoor nemen we soms het initiatief. Vaker zal die betrokkenheid verband houden met onze rol als regisseur bij de warmtetransitie of als bevoegd gezag in de zin van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht of de Wet ruimtelijke ordening (Omgevingswet). De invloed die we daarbij kunnen uitoefenen, zetten we in om innovaties te stimuleren.

We onderzoeken bij ruimtelijke ontwikkelingen welke warmtevoorzieningen haalbaar zijn en kijken daarbij ook naar nieuwe en innovatieve opties voor energieopwekking en gebruik.

• Als onze invloed beperkt is, moedigen we de toepassing van innovatieve technieken aan, zover wettelijke normen daarvoor de ruimte bieden. • Als we zelf aan de basis van een gebieds­ ontwikkeling staan, en onze invloed dus groter is, zoeken we samen met de markt naar innovatieve oplossingen, kijken we naar de (on)mogelijkheden die de locatie biedt en bepalen en implementeren we de oplossing die voor deze locatie het meest passend is.

Communicatie en participatie Samen de juiste keuzes maken, zodat iedereen zijn of haar steentje bij kan dragen aan de energietransitie. Dat vraagt om eerlijke en duidelijke communicatie en mogelijkheden om mee te denken en mee te praten. We nemen daarbij de wensen en zorgen van inwoners serieus. Maar we realiseren ons ook dat als we resultaten willen boeken, het individueel belang soms moet wijken voor het algemeen belang. 61

Communicatie en participatie Met de vaststelling van de Energievisie verduidelijken we aan inwoners, ondernemers en andere partners hoe we in Enschede de verduurzamingsopgave voor onze woningen, bedrijfspanden en mobiliteit willen invullen in de periode 2021-2030. Ook bieden we aan initiatiefnemers en inwoners duidelijkheid over locaties die we kunnen benutten voor het opwekken van duurzame energie. Bij het opstellen van de Energievisie is gebruik gemaakt van ideeën en opvattingen die inwoners en andere partners op verschillende momenten met ons hebben gedeeld.

Ook na vaststelling van de Energievisie blijft communicatie en participatie belangrijk. Niet alleen bij de realisatie van plannen voor het opwekken van hernieuwbare elektriciteit, maar ook bij bijvoorbeeld het ontwikkelen van Wijkuitvoeringsplannen voor het verduurzamen van wijken of de ontwikkeling van nieuw beleid voor de plaatsing van laadpalen. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe en wanneer inwoners en partners hebben

meegedacht over de inhoud van deze visie. Daarnaast gaan we in op de relatie tussen participatie en draagvlak en lichten we toe hoe Enschede communicatie en participatie in de komende jaren vorm wil geven. Hierbij gaat veel aandacht uit naar projecten voor het opwekken van energie. Ook de totstandkoming van buurt­ energieplannen komt hierbij aan bod. Maar eerst blikken we terug.

Communicate en participatie

Terugblik Op de hieronder genoemde momenten dachten inwoners mee over het toekomstige energiebeleid in Enschede: •  2016: Via de campagne ‘Enschede wekt op’ nodigden we inwoners uit om mee te helpen zoeken naar locaties voor zonne- of windenergie in Enschede. Zij konden hun ideeën, voorstellen en meningen via bijeenkomsten en enquêtes naar voren brengen. Het verslag van deze campagne kan hier worden geraadpleegd. •  Eind 2017 - begin 2018: De Notitie reikwijdte en detailniveau lag ter inzage. 102 inwoners en partners dienden hierop een zienswijze in. Zij noemden ruimtelijke kwaliteit en zuinig en meervoudig ruimtegebruik als belangrijke uitgangspunten. Het zienswijzeverslag kan hier worden ingezien. •  8 mei 2019: Tijdens een stadsbrede participatiebijeenkomst gingen vertegenwoordigers van inwoners, bedrijven en (andere) organisaties met elkaar in gesprek over de ontwikkeling van het landelijk gebied en over duurzame energie. De aanwezigen wilden zich graag sterk maken voor de doelstellingen rond energiebesparing en het lokaal opwekken van duurzame energie. Zon op daken gold voor iedereen als goede oplossing, terwijl vanuit de bedrijven ook een aantal hindernissen werd aangegeven. Meningen over zonnevelden en windturbines liepen uiteen. Voor de gemeente zagen de deelnemers heel nadrukkelijk een rol weggelegd, namelijk het creëren van draagvlak.

Lees hier het verslag van deze bijeenkomst.

• In 2019 hebben we partners betrokken bij de totstandkoming van de Mobiliteitsvisie Enschede. Eén van de uitkomsten was dat Enschede voorop wil lopen met slimme en schone mobiliteit. •  24 februari 2020: De Raadscommissie omgevingsbeleid vroeg aan bedrijven en andere organisaties hoe zij aan de uitvoering van de Energievisie invulling willen geven. Insprekers lichtten toe hoe zij kunnen bijdragen door de aanleg van zonnevelden, het vergroten van de netcapaciteit, het organiseren van publieksparticipatie en de versterking van het landschap.

Inwoners gaven aan vooral op de kosten te letten, zelf het aardgasvrije alternatief te willen kiezen en graag een duurzame oplossing te willen

•  September 2020: Met een enquête vroegen we inwoners naar hun zorgen over en hun ideeën en input voor de warmtetransitie in Enschede. De uitkomsten vormen belangrijke input voor de Transitievisie Warmte. We ontvingen 1.314 reacties. Inwoners gaven aan vooral op de kosten te letten, zelf het aardgasvrije alternatief te willen kiezen en graag een duurzame oplossing te willen. Mensen zijn divers in hun wens hoe en wanneer ze betrokken willen worden door de gemeente. Duidelijk is dat er veel verschillen zijn in hoe inwoners van de gemeente Enschede naar de warmtetransitie kijken. Lees hier de resultaten van deze enquête • Medio 2020 Medio 2020 is samen met onder­ nemersverenigingen een traject gestart om gebiedsprofielen, gebiedsagenda’s en duurzaamheidsscans te maken voor verduurzaming van de Enschedese werklocaties.

63

Communicatie en participatie

Beleidskeuzes

1

We bieden aan initiatiefnemers en bewoners dui­ delijkheid over de voorwaarden waaronder zij her­ nieuwbare energie kunnen opwekken

2

3 We scheppen condities die gunstig zijn voor het ontstaan van draagvlak voor energieprojecten

4 We hebben een duidelijke opvatting over participatie en daarmee over het creëren van draagvlak

5

6 We onderscheiden heldere rollen voor initiatiefnemers, de gemeente en omwonenden

Het individueel belang moet soms wijken voor het algemeen belang

We wegen de reacties van de omgeving mee bij de besluitvorming

Pijlers

7

We dagen bewoners­­ organisaties en ondernemers­ verenigingen uit om plannen te maken waarmee zij een bijdrage leveren aan de energietransitie

64

8

1

9 We willen jongeren een stem geven

We ondersteunen de uitvoering van de energievisie met eerlijke en duidelijke communicatie

2 Stimuleren en faciliteren van bewoners­ initiatieven

2 Het inrichten van een energieloket voor bewoners en ondernemers

Betrokkenheid via inwoners­ participatie

Communicatie en participatie

Beleidskeuzes

1

We bieden aan initiatiefnemers en bewoners dui­ delijkheid over de voorwaarden waaronder er her­ nieuwbare energie kan worden opgewekt

1. We bieden aan initiatiefnemers en bewoners duidelijkheid over de voorwaarden waaronder er hernieuwbare energie kan worden opgewekt Met de Energievisie en de daarbij behorende beleidsregels voor het opwekken van zonne- en windenergie leggen we vast onder welke voorwaarden we in Enschede hernieuwbare elektriciteit opwekken. De ‘wat kan er’-vraag is daarmee beantwoord. Over de ‘hoe dan’-vraag moet de initiatiefnemer in een vroegtijdig stadium het gesprek met de omgeving aangaan. Daarbij kunnen vragen aan de orde zijn over bijvoorbeeld de begrenzing en de inrichting van de projectlocatie, de wijze waarop de projectlocatie wordt ingepast in het landschap en de exploitatie van de installatie.

2

3 We scheppen condities die gunstig zijn voor het ontstaan van draagvlak voor energieprojecten

We hebben een duidelijke opvatting over participatie en daarmee over het creëren van draagvlak

2. We scheppen condities die gunstig zijn voor het ontstaan van draagvlak voor energieprojecten

3.We hebben een duidelijke opvatting over participatie en daarmee over het creëren van draagvlak

De Enschedese gemeenteraad hecht aan draagvlak. Voor het creëren daarvan is het belangrijk dat er voor de omgeving ruimte bestaat om invloed op het plan uit te oefenen en dat het participatieproces open en transparant plaatsvindt. Daarbij moeten we de wensen en zorgen van de omgeving serieus nemen. Dit kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de inrichting van een terrein of de hoogte van installaties voor de opwek van hernieuwbare energie. Het kan ook leiden tot compensatie van schade, extra investeringen in het landschap of winstdeling.

Participatie is het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden bij het besluitvormingsproces. De manier waarop we een participatieproces vormgeven, heeft veel invloed op hoe belanghebbenden het proces ervaren. En dus op de mate van acceptatie van de uitkomsten van dat proces.

Bij de warmtetransitie in de wijken is het belangrijk dat er ruimte is voor eigen initiatief en keuze. Daarnaast zetten we in op eerlijke en duidelijke communicatie.

Omwonenden en belanghebbenden die participeren in een duurzaam energieproject kunnen hun zorgen laten horen, meedenken over aanpassingen van het plan, hun specifieke kennis inbrengen en besluiten over het doen van investeringen. In veel gevallen komt dit de kwaliteit van de besluitvorming ten goede. De bereidheid om te participeren ontstaat meestal pas als er een verandering op komst is.

65

Communicatie en participatie

Beleidskeuzes

4

5 We wegen de reacties van de omgeving mee bij de besluitvorming

Vaak gaat het daarbij om een voorgenomen besluit van de overheid dat partijen willen beïnvloeden. Belangen kunnen verenigbaar zijn en naast elkaar bestaan. Dat vraagt wel om een relatie tussen de partijen die zicht biedt op ieders belangen en de bereidheid opties te verkennen die tegemoetkomen aan meerdere belangen.

66

Het individueel belang moet soms wijken voor het algemeen belang

4.We wegen de reacties van de omgeving mee bij de besluitvorming

5. Het individueel belang moet soms wijken voor het algemeen belang

De gemeente beoordeelt de reacties die bij planologische procedures voor de realisatie van een zonneveld of windturbine binnenkomen en neemt deze mee in de belangenafweging. Daarbij wordt ook getoetst of een initiatiefnemer zich voldoende heeft ingezet bij het overleg met de omwonenden en of gerechtvaardigde wensen in het plan zijn verwerkt.

De bouw van een zonnepark of een windturbine kan de leefomgeving van omwonenden ingrijpend veranderen. In de beleving van veel inwoners meestal niet in positieve zin. Zo kan de aanleg van een zonnepark leiden tot klachten over de aantasting van het uitzicht. En bij de bouw van een windturbine tot bezwaren over slagschaduw en geluids- en lichtoverlast. Deze en andere bezwaren zullen altijd inhoudelijk worden beoordeeld, maar niet altijd worden gehonoreerd.

Communicatie en participatie

Beleidskeuzes

6

7 We onderscheiden heldere rollen voor initiatiefnemers, de gemeente en omwonenden

6.We onderscheiden heldere rollen voor initiatiefnemers, de gemeente en omwonenden De rol die we een initiatiefnemer, omwonende en de gemeente toedichten bij een project voor het opwekken van elektriciteit hebben we uitgebreid beschreven in de bijlagen 1 en 2: Beleidsregels zonne-energie en Beleidsregels windenergie. In het kort komt het op het volgende neer. De initiatiefnemer of ontwikkelaar van een energieproject is verantwoordelijk voor het op gang brengen van een gesprek met de omwonenden. Deze dialoog moet leiden tot concrete afspraken over het project, de inpassing in de omgeving, compensatie en/of financiële participatie. Anders gezegd, gerechtvaardigde wensen van omwonenden moeten zij verwerken in het plan. De gemeente houdt hierbij de vinger aan de pols en bemiddelt zo nodig tussen partijen. Een open

en transparant participatieproces en het idee dat alle betrokkenen de uitkomst daarvan hebben kunnen beïnvloeden, kan bijdragen aan een positief oordeel. Ook is het mogelijk dat bewoners door het proces een beter zicht krijgen op de belangen en de waarden van anderen.

We dagen bewoners­ organi­saties en onder­nemersver­ enigingen uit om plannen te maken waarmee zij een bijdrage leveren aan de energietransitie

7. We dagen bewonersorganisaties en ondernemersverenigingen uit om plannen te maken waarmee zij een bijdrage leveren aan de energietransitie We stimuleren en faciliteren initiatieven van inwoners en ondernemers om tot energie­ plannen te komen. Daarin staat hoe een straat, buurt(schap) of bedrijventerrein een bijdrage denkt te kunnen leveren aan de energietransitie. Zo’n buurtenergieplan kan verschillende vormen aannemen en bijvoorbeeld bestaan uit een initiatief van bewoners om samen zonne­panelen in te kopen, maar ook meeromvattend zijn, zoals de in pijler 2.2 beschreven plannen voor bedrijven­terreinen. Een buurtenergieplan voor het landelijk gebied kan ook in de plaats komen van de beleidsregels voor zonne-energie. Dat kan alleen als het wordt voorbereid volgens nog nader vast te stellen

67

Communicatie en participatie

Beleidskeuzes

8

9 We willen jongeren een stem geven

spelregels en na vaststelling door het college van burgemeester en wethouders. In het Stadsdeel West wordt hiermee al geëxperimenteerd. De hiervoor genoemde energieplannen moeten worden onderscheiden van de in hoofdstuk 1 beschreven Wijkuitvoeringsplannen. In de Wijkuitvoeringsplannen heeft de gemeente een regisserende taak en geen stimulerende of faciliterende. Ook het beoogde resultaat is in die plannen anders, namelijk de beëindiging van het gebruik van aardgas.

68

8. We willen jongeren een stem geven We willen jongeren een stem geven bij de uitvoering van ons energiebeleid. Niet alleen omdat juist deze generatie het hardst geraakt wordt door de gevolgen van de klimaatverandering, maar ook omdat uit onderzoek blijkt dat 41 procent van de Twentse tieners (12 – 18 jaar) en maar liefst 66 procent van de Twentse jongvolwassenen (19 – 30 jaar) geïnteresseerd is in duurzame energie. Uit dit onderzoek blijkt ook dat tieners bij voorkeur via school of via sociale media worden benaderd. Dat doen we ook nu al. Zo is er op dit moment al een samenwerkingsrelatie met het Bonhoeffer college en met Saxion. Verder consulteren we met regelmaat het Jongerenberaad om van hen te horen hoe zij tegen bepaalde kwesties aankijken.We onderzoeken de mogelijkheid om jongeren ook in een andere context te betrekken bij de energietransitie. Bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van Wijkuitvoeringsplannen of buurtenergieplannen.

We ondersteunen de uitvoering van de energievisie met eerlijke en duidelijke communicatie

9. We ondersteunen de uitvoering van de energievisie met eerlijke en duidelijke communicatie Participatie, communicatie en gedragsverandering zijn essentieel om onze klimaatdoelen te bereiken. In onze communicatie hebben we aandacht voor diverse doelgroepen (volwassen inwoners, jongeren en ondernemers), de verschillende onderdelen van de energietransitie, de rol van de gemeente (wel of geen wettelijke verplichtingen) en concrete projecten. We communiceren duidelijk over het nut en de noodzaak van de energietransitie, over de (on)mogelijkheden, de kosten en baten en over het tijdspad en de planning. We zijn daarin eerlijk en duidelijk en maken gebruik van bestaande en nieuwe communicatiekanalen. Zo biedt vanaf 2021 ons digitale Energieloket inwoners inspiratie en antwoorden op alle vragen over de verduurzaming van de eigen woning. Alles gebeurt op een zo laagdrempelig en toegankelijk mogelijke manier.

Communicatie en participatie

2

1

Pijlers Pijler 7.1 Stimuleren en faciliteren van

3

Stimuleren en faciliteren van bewoners­ initiatieven

bewonersinitiatieven Wat is de opgave?

Hoe komen we daar?

Wat gaan we doen?

We willen in zo veel mogelijk buurten, wijken en dorpen de bewoners uitdagen om energieplannen te maken. Dat geldt ook voor de verenigingen van bedrijfsterreinen.

We stimuleren en faciliteren initiatieven van bewoners en verenigingen van bedrijfsterreinen.

• We maken een rondgang langs bewoners­ organisaties en bedrijfsterreinverenigingen. • We bieden ondersteuning vanuit de gemeente. • We leggen spelregels vast voor het opstellen van buurtenergieplannen voor het landelijk gebied. • We maken het aantrekkelijk om mee te doen.

Voor het landelijk gebied kunnen buurtenergie­ plannen de beleidsregels voor zonne-energie vervangen. Dat kan pas na vaststelling door het college.

69

Communicatie en participatie

1

Pijlers Pijler 7.2 Het inrichten van een energieloket voor bewoners en ondernemers

70

2

3 Het inrichten van een energieloket voor bewoners en ondernemers

Wat is de opgave?

Hoe komen we daar?

Wat gaan we doen?

We zetten een Energieloket op, dat als spil fungeert tussen de verschillende stakeholders in de wijkgerichte aanpak.

Een externe partij zet namens bijna alle gemeenten in Overijssel een regionaal Energieloket op. Het gaat daarbij om een website en een klantcontactcentrum. Alle deelnemende gemeenten vullen dit naar behoefte aan.

• We gaan het lokale gedeelte van het regionale energieloket vullen. • We zetten een adviesdienst op voor bewoners. • We kijken of het mogelijk is om het energieloket uit te breiden met informatie voor ondernemers (met een focus op het MKB). • We stellen het Communicatieplan Energieloket op.

Communicatie en participatie

1

2

Pijlers

3 Betrokkenheid via inwoners­ participatie

Pijler 7.3 Betrokkenheid via inwonersparticipatie

Wat is de opgave?

Hoe komen we daar?

Wat gaan we doen?

Met het Enschede Akkoord roept de raad de samenleving op actief mee te doen aan het mooier maken van Enschede. De raad geeft aan dat zij de invloed van inwoners wil uitbouwen en wil inzetten op heldere communicatie. In het Enschede Akkoord spreekt de raad de overtuiging uit dat dit kan leiden tot een grote kwaliteitsimpuls, aangezien er in de stad veel energie, kennis en expertise zit.

We gebruiken de kaders uit de Nota Inwonersparticipatie ‘Enschede beslist!’. Door het uitvoeren van concrete projecten met nieuwe manieren om inwoners te betrekken, leren we wat wel en niet werkt en hoe we het beste kunnen samenwerken. We laten ons inspireren door voorbeelden uit Enschede, de regio en binnen- en buitenland. Na uitvoering van een project volgt een evaluatie, waarbij we kijken of we lessen uit het project kunnen trekken die kunnen leiden tot een verbetering van onze manier van werken (werkprocessen).

We denken vroeg in alle beleidsprocessen na over de bestuursstijl die het meeste maatschappelijke waarde oplevert en welke participatiegraad deze waarde maximaliseert. We onderscheiden daarbij de vijf rollen die inwoners kunnen hebben in besluitvormingsprocessen: A. Informeren: Inwoners/stakeholders worden geïnformeerd. B. Raadplegen: Inwoners/stakeholders worden geraadpleegd. C. Adviseren: Inwoners/stakeholders adviseren het gemeentebestuur. D. Co-produceren: Inwoners/stakeholders en gemeente beslissen samen. E. Inwoners beslissen: Inwoners mogen beslissen binnen kaders.

71

Uitvoering De uitvoering van de Energievisie vraagt om een forse inzet van de gemeentelijke organisatie, leidt tot oplopende maatschappelijke kosten en vraagt om grote investeringen. Het zoeken naar dekking voor deze kosten maakt onderdeel uit van de enorme opgave die de energietransitie is. De aard, omvang en complexiteit van de opgave die de energietransitie voor de gemeente met zich meebrengt, vraagt om een integrale, programmatische aanpak. 72

Uitvoering De Energievisie is een structuurvisie in de zin van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro). Artikel 2.1 van de Wro bepaalt dat een structuurvisie die in ontwikkelingen voorziet, ook in moet gaan op de wijze waarop de gemeente zich de realisatie van die ontwikkelingen voorstelt.

Tegen die achtergrond gaan we in dit hoofdstuk in op de mate waarin de Energievisie een beroep doet op de beschikbaarheid van mensen, middelen en instrumenten. Ook staan we stil bij de aansturing van de energietransitie in Enschede. Dit hoofdstuk sluiten we af met een beschrijving van de manier waarop we de voortgang van de realisatie van de doelen monitoren.

73

Uitvoering

Beleidskeuzes

1

2

3 10% van de investeringen en budgetten zijn bedoeld voor de inzet van ‘het duurzame alternatief’

Geen geld, geen inzet

4 We gaan actief op zoek naar aanvullende financierings­ bronnen

6

5 We zien voor onszelf verschillende rollen weggelegd

We zetten de juridische instrumenten van de Omgevingswet gericht in voor het behalen van onze doelen

De verduurzaming van de gebouwde omgeving en ons verkeersgedrag vraagt om slimme ruimtelijke keuzes

Pijlers

7

8 We stellen een Adviesraad duurzaamheid in

74

We kiezen voor een integrale programmatische aanpak

1

10

9 We rapporteren over de resultaten van de energietransitie via de jaarrekening en gemeentebegroting

We evalueren periodiek het in deze nota opgenomen beleid

Zoeken naar additionele middelen en lobbyen voor aanvullende instrumenten

Uitvoering

Beleidskeuzes

1 Geen geld, geen inzet

1. Geen geld, geen inzet De uitvoering van het Klimaatakkoord brengt extra taken voor gemeenten, provincies en water­ schappen met zich mee. In een onderzoeks­ rapport dat onderzoeksbureau AEF in opdracht van de Raad voor Openbaar Bestuur opstelde, worden 28 nieuwe of sterk geïntensiveerde taken van gemeenten genoemd.6 Volgens dit rapport vragen de extra werkzaamheden bij een G40gemeente, waar ook de gemeente Enschede toe behoort, om de inzet van 39 tot 43 extra werk­ nemers (fte’s). En het rapport raamt de totale jaarlijkse extra kosten voor alle gemeenten te­zamen (exclusief kosten samenhangend met inves­ teringen in fysieke projecten) op € 479 tot € 522 miljoen in 2022, oplopend € 771 tot € 953 miljoen in 2030. De ervaring leert dat circa 1 procent van de landelijk berekende kosten toe te schrijven zijn aan een gemeente met de omvang van die van de gemeente Enschede.

Omdat we met de Energievisie een lokale invulling geven aan de uitvoering van het Klimaatakkoord, vormen de hiervoor genoemde getallen een goede referentie voor de gevolgen van de uitvoering van de Energievisie voor de gemeente Enschede. De Gemeentebegroting voor de periode 20212024 bevat voor de jaren 2021 en 2022 voor duurzaamheid geoormerkte middelen. Voor het jaar 2021 gaat het daarbij om een bedrag van circa € 510.000 en in 2022 om nog eens € 380.000.7 Bij de vaststelling van de gemeentebegroting 2021 – 2024 is bovendien voor het jaar 2021 € 200.000 opgenomen voor versterking van de organisatiecapaciteit van de warmtetransitie en nog eens tweemaal € 300.000 voor de wijk­ aanpak in Twekkelerveld en De Posten. Die middelen zijn bedoeld voor de dekking van verplichtingen die al zijn aangegaan of voor al ingeplande maatregelen en activiteiten.

6

Ehrisman, M., Van der Burg, D., Lustermans, G. e.a., Uitvoeringskosten voor decentrale overheden in 2022 – 2030, 22 september 2020.

7

Daarvoor wordt er in totaal € 500.000 aan de duurzaamheidsreserve onttrokken. Het restant bestaat uit incidentele middelen.

Met die middelen bekostigen we onder meer: • onderzoek; • personeelslasten; • regie op de ontwikkeling van een transformatiegebied in het landelijk gebied; • communicatie, waaronder strategieontwikkeling en de communicatie rondom de Energievisie. We plegen in de periode 2021-2030 geen inzet, als daarvoor via de begroting of anderszins geen middelen beschikbaar zijn.

75

Uitvoering

Beleidskeuzes

3

2 10% van de investeringen en budgetten zijn bedoeld voor de inzet van ‘het duurzame alternatief’

2. 10% van de investeringen en budgetten zijn bedoeld voor de inzet van ‘het duurzame alternatief’ De gemeenteraad heeft in mei 2015 het Actieplan duurzaamheid vastgesteld. Zij gaf daarbij aan dat we de geformuleerde duurzaamheidsdoelstellingen moesten financieren met middelen die via de begroting aan de betrokken programma’s zijn toebedeeld. Daarbij gold de richtlijn dat 10% van de investeringen en budgetten gericht is op het inzetten van ‘het duurzame alternatief’. Die beleidslijn zetten we in de Energievisie.

We gaan actief op zoek naar aanvullende financierings­ bronnen

3. We gaan actief op zoek naar aanvullende financieringsbronnen De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om financiële middelen beschikbaar te stellen voor de uitvoering van taken van de gemeente. Dat geldt dus ook voor maatregelen die we in deze Energievisie beschrijven. We voorzien echter dat die middelen, als de raad ze al ter beschikking stelt, bij lange na niet toereikend zijn voor de uitvoering van alle beschreven maatregelen. Om die reden krijgt de zoektocht naar financieringsbronnen van buiten de gemeente, zoals subsidies en kredieten, een hoge prioriteit. Er is reden om over de slagingskans daarvan optimistisch te zijn. De Raad voor Openbaar Bestuur adviseert in januari 2021 het kabinet over de wijze waarop de extra uitvoeringslasten het best kunnen worden bekostigd.

76

Ook in Brussel kunnen we waarschijnlijk subsidies en kredieten ophalen. In december 2019 zette de Europese Commissie namelijk haar plannen voor een Green Deal uiteen. De Europese Green Deal is een routekaart om de economie van de EU duurzaam te maken. Voor de uitvoering van de warmtetransitie verwachten we de komende jaren om die reden zowel structurele als incidentele bijdragen vanuit het Rijk. Deze middelen moeten gezien de grootte van de opgave over de jaarschijven heen meegenomen kunnen worden. Hiervoor is een reserve warmtetransitie een optie die we verder gaan verkennen. Dit loopt mee in de gemeentebrede verkenning hoe om te gaan met reserves.

Uitvoering

Beleidskeuzes

4

5 We zetten de juridische instrumenten van de Omgevingswet gericht in voor het behalen van onze doelen

We zien voor onszelf verschillende rollen weggelegd

4. We zien voor onszelf verschillende rollen weggelegd Wij zijn als gemeente op vele manieren betrokken bij de energietransitie. Soms volgt onze rol direct uit een wet of een bestuurlijke afspraak. Zo zijn we verplicht om toe te zien op de naleving van energiebesparingsvoorschriften door bedrijven. Ook is in het Klimaatakkoord afgesproken dat we regie voeren op de uitfasering van aardgasverbruik in de gebouwde omgeving.

keling op de omgeving groot is, er gemeentelijke regie vereist is om subdoelen te realiseren of wanneer er grote financiële belangen van de gemeente in het geding zijn. Bijvoorbeeld wanneer we gronden beschikbaar stellen voor het opwekken van hernieuwbare elektriciteit.

5. We zetten de juridische instrumenten van de Omgevingswet gericht in voor het behalen van onze doelen De Omgevingswet telt zes kerninstrumenten, namelijk de omgevingsvisie, het programma, decentrale regelgeving, algemene regels, de omgevingsvergunning en het projectbesluit. In deze paragraaf beschrijven we op hoofdlijnen hoe we van die instrumenten gebruik gaan maken.

In andere gevallen hebben we ruimte om weloverwogen voor een rol te kiezen. Dat is bijvoorbeeld aan de orde bij de afgifte van een omgevingsvergunning voor de aanleg van een zonneveld. Wij kunnen ons daarbij als facilitator opstellen, maar ook de rol van regisseur of uitvoerder aannemen.

De Omgevingswet verplicht gemeenten tot het opstellen van een omgevingsvisie. Dit is een visiedocument waarin Rijk, provincies en gemeenten hun strategische keuzes voor de fysieke leefomgeving vastleggen. Een van de bouwstenen van de Enschedese Omgevingsvisie, bestaat uit de Energievisie. De Omgevingsvisie gaan we nog opstellen.

Uitgangspunt daarbij is dat we kiezen voor de rol van facilitator, tenzij de impact van een ontwik-

Bij het meetbaar maken en het realiseren van de doelen uit de Energievisie spelen programma’s

77

Uitvoering

Beleidskeuzes

6 De verduurzaming van de gebouwde omgeving en ons verkeersgedrag vraagt om slimme ruimtelijke keuzes

een belangrijke rol. Denk daarbij aan de ontwikkeling van buurtenergieplannen, waarin voor een bepaald gebied het beleidskader voor zonne-energie verder wordt uitgewerkt. Uitgangspunt in de Omgevingswet is dat decentrale overheden hun regels over de fysieke leefomgeving bundelen in één gebiedsdekkende regeling. Voor gemeenten gaat het daarbij om het omgevingsplan. Het omgevingsplan voor Enschede bevat op termijn regels voor bijvoorbeeld de plaatsing van zonnepanelen en windturbines en de aanleg van een energie-infra­ structuur. Door een wijziging van het omgevingsplan, bepalen we bovendien wanneer en hoe een wijk van het aardgas afgaat en voor welk duurzaam alternatief voor aardgas we kiezen. Net als onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kunnen onder de Omgevingswet verschillende activiteiten vergunningsplichtig zijn. Zo is er voor de aanleg van een zonneveld in beginsel toestemming nodig voor de bouwactiviteit

78

(technische aspecten van het bouwen) en de omgevingsplanactiviteit die bestaat uit het bouwen, het in stand houden en gebruiken van een bouwwerk. Voor windturbines met een rotor­ diameter van meer dan 2 meter geldt dat daarbovenop nog een vergunning is vereist voor een milieubelastende activiteit. Als de regels van het omgevingsplan de aanleg van een zonneveld of de bouw van een wind­ turbine niet toestaan, dan moet het college van burgemeester en wethouders bekijken of het mogelijk is om via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit alsnog toestemming te verlenen. Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit moeten zij toestaan als het gaat om ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. De Omgevingswet biedt de gemeenteraad de mogelijkheid om zichzelf hierbij als adviseur aan te wijzen met recht van instemming.

6. De verduurzaming van de gebouwde omgeving en ons verkeersgedrag vraagt om slimme ruimtelijke keuzes De energietransitie vraagt niet alleen in het landelijk gebied, maar ook in het stedelijk gebied om ruimte. In het stedelijk gebied gaat het daarbij om mobiliteitspunten (Park & Ride- en Park & Bike-locaties), laadpalen en voorzieningen die samenhangen met de uitbreiding en verzwaring van het elektriciteits- en warmtenet. Zowel die ruimtevraag als de fysieke verandering in de gebouwde omgeving zal in goede banen moeten worden geleid. We willen namelijk dat Enschede een leefbare en aantrekkelijke stad blijft, waar het goed wonen is. De keuzes die in dit verband gemaakt moeten worden, werken we uit in de nog op te stellen Omgevingsvisie of een daarop gebaseerd programma.

Uitvoering

Beleidskeuzes

7

8 We stellen een Adviesraad duurzaamheid in

We kiezen voor een integrale programmatische aanpak

7. We stellen een Adviesraad duurzaamheid in

8. We kiezen voor een integrale programmatische aanpak

We staan voor een immense en complexe opgave, die een langjarige inzet van ons, onze inwoners en onze ondernemers vraagt. Op onze route naar een klimaatneutraal Enschede zullen zich van tijd tot tijd nieuwe vragen aandienen. Bij de benadering en oplossing van die vraagstukken willen we gebruik maken van de kennis die er binnen onze eigen samenleving beschikbaar is. Daarom stellen we een Adviesraad duurzaamheid in, waarvoor we mensen op persoonlijke titel en op basis van hun specifieke kennis uitnodigen.

In de periode 2015-2018 boekten we bescheiden resultaten met het energiebeleid, zoals dat in het Actieplan duurzaamheid is beschreven. In de nota Evaluatie Actieplan Duurzaamheid wordt het uitblijven van succes onder meer toegeschreven aan de manier waarop de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het energiebeleid organisatorisch en bestuurlijk was ingebed: versnipperd over meerdere ambtelijke en bestuurlijke opdrachtgevers. Bij de uitvoering van de Energievisie kunnen we ons dat niet permitteren. De klimaatdoelen blijven uit zicht als iedere ambtelijke en bestuurlijke opdrachtgever zelf bepaalt of hij of zij prioriteit geeft aan de uitvoering van het energiebeleid. Bovendien kunnen we besluiten bij de verduurzaming van de gebouwde omgeving over energie-infrastructuur niet los zien

van uitbreidingen en verzwaringen van elektriciteitsnetten. Die hangen namelijk weer samen met de plaatsing van laadpalen en de aanleg en ontsluiting van locaties voor het opwekken van hernieuwbare elektriciteit. Deze besluiten moeten we in samenhang voorbereiden en uitvoeren. We kunnen en hoeven niet alles tegelijkertijd te doen. Maar in 2030 moet het in deze nota beschreven beleid wel zijn uitgevoerd. De omvang en complexiteit van de opgave en de noodzaak tot coördinatie vragen om een pro­grammatische aanpak en een uitvoerings­ programma. Ook vraagt het op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau om een heldere afbakening van taken en verantwoordelijkheden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=enschede&id=ce62dff9-1730-4417-8b93-ecd8c0a68f07