01_Ontwerp Wijzigingsverordening VKL
Tekst van het document
Verordening tot wijziging Verordening kwaliteit leefomgeving gemeente Enschede 2023 De raad van de gemeente Enschede, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 03 juni 2025, gelet op de artikelen 108, 147 en 149 van de Gemeentewet, besluit vast te stellen: de Verordening tot wijziging van de Verordening kwaliteit leefomgeving gemeente Enschede 2023. Artikel I Wijziging verordening De verordening kwaliteit leefomgeving gemeente Enschede 2023 wordt als volgt gewijzigd:
A Artikel 6.1 komt te luiden: Artikel 6.1 Activiteiten Dit hoofdstuk gaat over activiteiten die betrekking hebben op het kappen en snoeien van houtopstanden en over het beperken van overlast door dieren.
B Artikel 6.6 (Meldingsplicht) vervalt
C Artikel 6.8 komt te luiden: Artikel 6.8 Omgevingsvergunning Het is verboden zonder omgevingsvergunning een houtopstand te kappen als aangegeven in de tabel in 6.14 lid 4 van deze Verordening.
D Artikel 6.14 komt te luiden: Artikel 6.14 Omgevingsvergunning voor het kappen van bomen •
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een houtopstand te kappen of te doen kappen in de gevallen, zoals aangegeven in de in lid 4 opgenomen tabel.
•
2. De raad stelt de ''Bomenkaart'' vergunningplichtige houtopstanden vast [hyperlink kaart]. De criteria voor het aanwijzen van vergunningplichtige houtopstanden zijn als bijlage 6.14 opgenomen in deze VKL. Het betreft houtopstanden die een vergunningplicht hebben op basis van boomcriteria zoals de soort, standplaats, leeftijd of functie van de houtopstand. Het college is bevoegd, na vaststelling door de raad, wijzigingen op de kaart aan te brengen. De vergunningplichtige bomenlanen zoals op de bomenkaart aangegeven maken onderdeel uit van een pilot. Het college is bevoegd de pilot te verlengen, te wijzigen of te stoppen.
•
3. Het college stelt de ''kaart Boomkroonbedekking'' met gemeentelijke vergunningplichtige houtopstanden vast [hyperlink kaart]. De criteria voor het aanwijzen van vergunningplichtige houtopstanden zijn als bijlage 6.14 opgenomen in deze VKL. Het betreft houtopstanden die een vergunningplicht hebben op basis van de aanwezige hoeveelheid boomkroonbedekking binnen een buurt. Dit betreft een pilot. Het college is bevoegd de pilot te verlengen, te wijzigen of te stoppen.
•
4. Tabel van vergunningplichtige houtopstanden als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid:
Omschrijving
1
Vergunning vereist voor het kappen van een houtopstand
Binnen de bebouwingscontour houtkap als bedoeld in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) Artikel 5.165b
Het kappen van een Houtopstand, waarbij de bomen een stamomtrek hebben gelijk aan of groter dan 100 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld. Dit geldt niet als de houtopstand valt onder een van de uitzonderingen die genoemd worden in punt 5 van deze tabel.
JA
Het kappen van een Houtopstand waarvoor geldt dat de houtopstand een boom betreft die als individu is opgenomen op de Bomenkaart.
JA
Dit geldt niet als de houtopstand valt onder een van de uitzonderingen die genoemd worden in punt 5 van deze tabel.
Het kappen van een Houtopstand, waarbij de boom en/ of bomen een stamomtrek hebben gelijk aan of groter dan 50 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld waarvoor geldt: •
De houtopstand betreft een gemeentelijke boom/ bomen die deel uitmaakt van een bomenlaan langs de op de Bomenkaart opgenomen stadsstraten en wijkstraten op openbaar gebied, of
•
De gemeentelijke boom/ bomen bevindt zich conform de kaart Boomkroonbedekking in een rood gekleurde buurt op openbaar gebied met uitzondering van bomen in parken of groenvakken groter dan 1ha.
JA
Dit geldt niet als de houtopstand valt onder een van de uitzonderingen die genoemd worden in punt 5 van deze tabel.
2
Buiten de bebouwingscontour houtkap volgens het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) Artikel 5.165b en niet vallend onder de bevoegdheid van de provincie volgens Artikel 11.111. lid 2 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
Het kappen van een Houtopstand, waarbij de bomen een stamomtrek hebben van gelijk aan of groter dan 100 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld.
JA
Dit geldt niet als de houtopstand valt onder een van de uitzonderingen die genoemd worden in punt 4 en 5 van deze tabel.
Het kappen van een Houtopstand waarvoor geldt dat de houtopstand een boom betreft die als individu is opgenomen op de Bomenkaart op openbaar of privaat gebied. Dit geldt niet als de houtopstand valt onder een van de uitzonderingen die genoemd worden in punt 5 van deze tabel.
JA
Het kappen van een Houtopstand waarvoor geldt dat de houtopstand een houtwal/ houtsingel/ bosperceel betreft.
JA
Dit geldt niet als de houtopstand valt onder een van de uitzonderingen die genoemd worden in punt 4 en 5 van deze tabel.
Het kappen van een Houtopstand, waarbij de gemeentelijke boom en/ of bomen een stamomtrek hebben gelijk aan of groter dan 50 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld waarvoor geldt dat de houtopstand onderdeel uitmaakt van een bomenlaan langs de op de Bomenkaart opgenomen stadsstraten en wijkstraten op openbaar gebied.
JA
Dit geldt niet als de houtopstand valt onder een van de uitzonderingen die genoemd worden in punt 4 en 5 van deze tabel.
3
Buiten de bebouwingscontour houtkap volgens het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) Artikel 5.165b en tevens vallend onder de bevoegdheid van de provincie volgens Artikel 11.111. lid 1 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
Het kappen van een houtwal/ houtsingel/bosperceel, groter dan 1000m2, die zich op de Bomenkaart bevindt binnen een gebied met landschapswaardering zeer hoog
JA
Tenzij de houtopstand onder de genoemde zaken onder punten 4 en 5 in deze tabel valt.
Het kappen van een houtopstand van meer dan 20 bomen, waarbij de boom en/ of bomen een stamomtrek hebben gelijk aan of groter dan 50 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld, welke onderdeel uitmaakt van een bomenlaan langs de op de Bomenkaart opgenomen stadsstraten en wijkstraten op openbaar gebied Tenzij de houtopstand onder de genoemde zaken onder punten 4 en 5 in deze tabel valt.
JA
4
Uitzonderingen op de vergunningplicht buiten de bebouwingscontour houtkap
Populieren en/ of wilgen, die als wegbeplanting en eenrijige beplanting op of langs landbouwgronden zijn toegepast.
NEE
Vruchtbomen en windschermen om boomgaarden
NEE
Kweekgoed,
NEE
zoals kerstbomen, coniferen e.a.
5
Afzetten van een houtwal/ houtsingel/bosperceel bedoeld als verzorgingsmaatregel ter instandhouding of groei van het betreffende houtwal/houtsingel/bosperceel (bestendig beheer). Of het afzetten van hakhout als onderdeel van de instandhouding van dit hakhout.
NEE
Reguliere dunningswerkzaamheden tot 20% van de oppervlakte van de houtopstand bedoeld als verzorgingsmaatregel ter instandhouding of groei van de betreffende houtopstand. (bestendig beheer)
NEE
Uitzonderingen op de vergunningplicht zowel binnen als buiten de bebouwde kom van de bebouwingscontour houtkap
Het kappen van een houtopstand op grond van de Plantgezondheidswet of na een aanschrijving van het college.
NEE
Als er direct gevaar ontstaat voor de veiligheid en de burgemeester toestemming geeft tot direct kappen.
NEE
Houtopstanden die zijn aangeplant vanuit een herplantplicht. Ook als deze bestaat uit bomen met een omtrek van minder dan 100 cm.
JA
Het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud (bestendig beheer).
NEE
Houtopstanden van een soort die op de Unielijst Invasieve Exoten staan
NEE
E Artikel 6.15 komt te luiden: Artikel 6.15 Nadere eisen aanvraag; beoordelingsregels; voorschriften of beperkingen •
1. Het college kan nadere eisen stellen aan de gegevens en documenten, die de rechthebbende bij een aanvraag van een omgevingsvergunning tot het kappen van een boom/ houtopstand moet indienen.
•
2. Het college kan nadere regels vaststellen [hyperlink]. Hierin worden onder andere opgenomen: beoordelingsregels aan de hand waarvan zij beoordeelt of een omgevingsvergunning kan worden verleend en voorschriften.
•
3. Het college kan aan een omgevingsvergunning voorschriften of beperkingen verbinden, zoals het opleggen van een herplantplicht genoemd in art 6.16.
F Artikel 6.16 komt te luiden: Artikel 6.16 Herplantplicht •
•
1. Het college kan aan de rechthebbende een verplichting opleggen tot herplant, of tot het betalen van een vergoeding: o
a. als aanvullend voorschrift bij het verlenen van een vergunning;
o
b. als een vergunningplichtige houtopstand zonder vergunning is geveld.
2. Het college kan aan de rechthebbende: o
a. voorschriften stellen ten aanzien van het aantal, de soort en locatie van de herplant; Bijvoorbeeld via de nadere regels [hyperlink]
o
b. voorschriften stellen aan de termijn waarbinnen de herplant moet zijn uitgevoerd en waarbinnen niet aangeslagen beplanting vanuit de herplantplicht moet zijn vervangen;
o
c. een verplichting opleggen tot het betalen van een, door het college aan de hand van de boomwaarde te bepalen, vergoeding en deze te laten storten op de rekening van de gemeente, indien herplant in ruimtelijke zin niet mogelijk is of als
herplant de waarde van de gevelde houtopstand naar redelijkheid onvoldoende compenseert.
G Artikel 6.17 komt te luiden: Artikel 6.17 Vervaltermijn omgevingsvergunning De omgevingsvergunning mag uitsluitend worden verleend voor de termijn van één jaar. Na het verstrijken van deze termijn mag geen uitvoering meer worden gegeven aan de omgevingsvergunning.
H Artikel 6.18 (Verrichten van een melding) vervalt.
I Artikel 6.19 komt te luiden: Artikel 6.19 Bescherming bomen / houtopstanden •
1. Het is verboden om houtopstanden die zijn gelegen in de openbare ruimte: o
a. te beschadigen, te bekladden of te beplakken
o
b. daaraan snoeiwerk te verrichten, behalve als het gaat om snoeiwerk door of in opdracht van het college.
•
2. Het aanbrengen of bevestigen van één of meer voorwerpen in, op of aan een houtopstand in de openbare ruimte is verboden, tenzij hiervoor toestemming is verleend door het college.
•
3. Bij (ernstige) bedreiging van het voortbestaan van een houtopstand, of boom gelegen in de openbare ruimte, kan het college aan de rechthebbende de verplichting opleggen om deze bedreiging weg te nemen. Het college kan daarbij een termijn opleggen waarbinnen de bedreiging moet zijn weggenomen en maatregelen opleggen over de wijze waarop de bedreiging moet worden weggenomen.
•
4. Het college kan nadere eisen stellen aan de bescherming van bomen bij de uitvoering van projecten en (bouw)werkzaamheden nabij vergunningplichtige en gemeentelijke bomen.
J Artikel 6.20 wordt toegevoegd: Artikel 6.20 Overgangsrecht
•
1. Vergunningen voor het kappen van bomen die zijn verleend voordat de wijzigingsverordening die door de raad op [datum] is vastgesteld in werking is getreden, blijven van kracht totdat deze zijn vervallen of ingetrokken.
•
2. Vergunningen voor het kappen van bomen die zijn aangevraagd voordat de wijzigingsverordening die door de raad op [datum] is vastgesteld in werking is getreden, maar die nog niet zijn verleend worden beoordeeld volgens de regels zoals de golden voordat de wijzigingsverordening in werking is getreden.
•
3. Meldingen voor het kappen van bomen worden beoordeeld volgens de regels die golden voordat de wijzigingsverordening die door de raad op [datum] is vastgesteld in werking is getreden, mits deze 15 werkdagen voordat de wijzigingsverordening in werking is getreden zijn ingediend.
Artikel II Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking van deze verordening.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van [datum] te Enschede De Griffier,
de Voorzitter,
R.M. Jongedijk
R.W. Bleker