Woonprogramma Enkhuizen 2025-2029 - raadsVOORSTEL
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:
Woonprogramma Enkhuizen 2025-2029 576315
12 mei 2025 Commissie : Raadsvergadering: 26 mei 2025 Portefeuillehouder: Programma:
J. Franx 7: Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Stedelijke vernieuwing
Karakter:
Besluitvormend
Bijlagen:
B1 - Enkhuizen Woningmarktverkenning; B2 - Woonprogramma Enkhuizen 2025-2029; B3 – Nota inspraak Woonprogramma Enkhuizen 2025-2029.
Voorgesteld besluit: De raad wordt voorgesteld om geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten aanzien van het Woonprogramma 2025-2029 Enkhuizen. Inleiding De gemeente Enkhuizen staat voor grote uitdagingen op de woningmarkt. De druk op de markt is hoog en de vraag naar specifieke woonvormen (zoals voor ouderen, jongeren en andere doelgroepen) groeit, terwijl ook de verduurzaming van woningen urgent is. De bestaande woonvisie is uit 2014 en is verlopen, waardoor een nieuw beleidskader nodig is om te voldoen aan wettelijke verplichtingen vanuit de Omgevingswet en de Woningwet. Het Woonprogramma Enkhuizen 2025-2029 biedt richting voor het lokale woonbeleid in de komende vijf jaar en sluit aan op regionale en nationale doelstellingen, zoals de Woondeal 2.0 Noord-Holland Noord. Dit woonprogramma is opgesteld op basis van de Woningmarktverkenning en een participatietraject. Inwoners en belanghebbenden zijn betrokken bij de voorbereiding: zo is er intern overleg geweest en zijn externe partijen geraadpleegd. Om nog meer draagvlak te creëren en het programma verder te kunnen verfijnen is het concept gedurende drie weken ter inzage gelegd voor inspraak. Tijdens deze inspraakperiode kon iedereen een inspraakreactie indienen ten aanzien van het concept.
Beoogd effect Met de vaststelling van het Woonprogramma 2025-2029 wordt beoogd een positief effect te bereiken op de lokale woningmarkt en de woonvoorzieningen voor inwoners. Dit programma schetst de toekomst van de Enkhuizer woningbouwplannen en zorgt voor: -
-
Meer woningen en betere doorstroming: Er worden voldoende passende woningen gerealiseerd om zoveel mogelijk aan de vraag te voldoen. Hiermee krijgen bijvoorbeeld starters, doorstromers en gezinnen meer kans op een geschikte woning, wat de doorstroming op de woningmarkt verbetert. Passende huisvesting voor doelgroepen: Specifieke doelgroepen – zoals senioren, jongeren, mensen met zorgbehoefte en andere aandachtsgroepen – krijgen passende huisvesting. Dit betekent dat er in de plannen rekening wordt gehouden met bijvoorbeeld levensloopbestendige woningen en zorgwoningen, zodat inwoners in alle levensfasen in Enkhuizen kunnen blijven wonen. Duurzame en toekomstbestendige woningvoorraad: De bestaande en nieuwe woningen worden duurzamer en energiezuiniger gemaakt. Dit draagt bij aan lagere woonlasten voor inwoners (door energiebesparing) en aan klimaatdoelstellingen.
Door de combinatie van deze maatregelen ontstaat een programma dat breed is afgestemd op zowel lokale behoeften als regionale afspraken. Deze balans tussen lokale en regionale belangen zorgt voor een breed gedragen aanpak die bijdraagt aan een gezonde toekomstbestendige woningmarkt in Enkhuizen. In de praktijk betekent dit dat inwoners profiteren van een ruimer, betaalbaarder en kwalitatief beter
1
woonaanbod in de komende jaren. Met het woonprogramma kan de gemeente sturen op de transformatie van de bestaande voorraad en op nieuwbouwontwikkelingen. Daarnaast is het woonprogramma de basis voor de gemeente om prestatieafspraken te kunnen maken met woningbouwcorporaties en huurdersvertegenwoordigingen Beleidsvrijheid / -ruimte (wettelijk kader) Het woonprogramma past binnen de geldende wettelijke kaders en de beleidsruimte van de gemeente. Volgens de Omgevingswet en de Woningwet is de gemeente verplicht om actueel woonbeleid te voeren dat inspeelt op de lokale woonbehoefte. Het Woonprogramma Enkhuizen 2025-2029 dient als uitwerking van deze verplichting en vormt een onderdeel van het onderdeel van het beleid van de fysieke leefomgeving. De gemeenteraad heeft op basis artikel 3.1, lid 1 van de Omgevingswet de bevoegdheid tot het vaststellen van een omgevingsvisie. Het college heeft op basis van artikel 3.4 van de Omgevingswet de bevoegdheid tot het vaststellen van de onderliggende programma’s, zoals het woonprogramma. Gegeven het voorgaande wordt de gemeenteraad gevraagd geen wensen en bedenkingen kenbaar te maken aan het college ten aanzien van dit woonprogramma. Daarnaast sluit het programma aan op regionale en provinciale afspraken.
Enkhuizen neemt deel aan de Woondeal 2.0 Noord-Holland Noord, waarin gemeenten en het Rijk afspraken hebben gemaakt om voldoende betaalbare woningen te realiseren. Het woonprogramma vertaalt de opgaven uit deze Woondeal naar de lokale situatie, zodat de ambities uit de Woondeal binnen Enkhuizen uitgevoerd kunnen worden. Hiermee is het programma in lijn met zowel nationale volkshuisvestingsdoelen als regionale woningbouwopgaven, terwijl het is toegespitst op de lokale context en behoeften. Argumenten - Noodzakelijk beleidskader en wettelijke plicht: Zonder nieuw woonprogramma zou Enkhuizen geen actueel beleidskader voor wonen hebben, terwijl het vorige programma is verlopen. Het opstellen en vaststellen van een woonprogramma is geen vrijblijvende keuze maar een wettelijke noodzaak; conform de regelgeving zijn er feitelijk geen alternatieven, aangezien een actueel woonprogramma vereist is. Door het programma vast te laten stellen door het college, voldoet de gemeente aan haar plicht en beschikt zij over een strategisch plan om de woningnood aan te pakken. -
Inhoudelijke meerwaarde voor inwoners: Het programma adresseert de dringende woningbehoeften in de gemeente en biedt oplossingen voor knelpunten. Het voorziet in meer betaalbare woningen, betere doorstroom en aandacht voor speciale woondoelgroepen, wat direct ten goede komt aan de leefbaarheid voor onze inwoners. Ook draagt het bij aan duurzaamheidsdoelen in de woonsector. Deze inhoudelijke focus maakt het programma tot een essentieel instrument om de woonkwaliteit en beschikbaarheid te verbeteren.
-
Draagvlak door participatie (geen bezwaren): Het woonprogramma is tot stand gekomen met intensieve betrokkenheid van inwoners en stakeholders. Via onder andere de Avond van het Wonen en een online vragenlijst zijn wensen en zorgen opgehaald en verwerkt. Dit participatieproces heeft gezorgd voor een plan dat aansluit bij de behoeften in de samenleving. Tijdens de inspraakperiode is er één inspraakreactie binnengekomen en zijn er aantal ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. De inspraakreactie die binnen is gekomen geeft geen aanleiding tot grote inhoudelijke aanpassingen van het stuk. Het uitblijven van verdere (negatieve) inspraakreacties duidt erop dat er geen wezenlijke bezwaren leven tegen het voorgestelde beleid, wat de acceptatie en uitvoerbaarheid ten goede komt.
-
Consistentie met bestaand beleid en regionale afspraken: Het programma bouwt voort op eerder vastgesteld beleid zonder lopende projecten te doorkruisen. Bestaande grote woningbouwprojecten (zoals Gommerwijk West-West en Nijevoert) worden gerespecteerd en behoeven geen herziening van bijvoorbeeld afgesproken percentages voor betaalbare woningen. Tevens is het plan afgestemd op regionale samenwerking (Woondeal 2.0), wat betekent dat het gemeentelijk beleid in de pas loopt met regionaal beleid en provinciaal beleid.
Kanttekeningen / alternatieven
2
Hoewel het nodig is om te bevestigen dat er geen wensen en bedenkingen ten aanzien van het woonprogramma zijn, zijn er enkele aandachtspunten en risico’s bij de uitvoering te benoemen: Veranderende wetgeving: Mogelijk treden tijdens de looptijd nieuwe regels of wetten in werking (bijvoorbeeld de voorgenomen Wet regie op de volkshuisvesting) die van invloed kunnen zijn op het woonbeleid. Het programma heeft daarom enige flexibiliteit ingebouwd om in te kunnen spelen op zulke wijzigingen. Desondanks moet worden bewaakt dat het beleid up-to-date blijft als regelgeving verandert. Beperkte uitvoeringscapaciteit: De gemeente beschikt over beperkte personele middelen en expertise om alle ambities uit het woonprogramma waar te maken. Dit kan een uitdaging vormen bij de uitvoeringstempo. Ter mitigatie kan, waar nodig, externe expertise ingezet worden en wordt samengewerkt binnen de regio om kennis en capaciteit te delen. Naast deze punten is het goed te benadrukken dat het woonprogramma een richtinggevend document is. De daadwerkelijke realisatie van woningen hangt mede af van factoren buiten het programma (zoals marktontwikkelingen, medewerking van ontwikkelaars en woningcorporaties, en provinciale planningskaders). Die externe factoren kunnen de uitvoering beïnvloeden en vergen continue aandacht en bijsturing waar nodig.
Draagvlak Er is sprake van breed draagvlak voor het Woonprogramma 2025-2029 dankzij de uitgebreide participatie gedurende de voorbereiding. Bij het opstellen van het conceptprogramma zijn diverse belanghebbenden en inwoners betrokken. Zo is een “Avond van het Wonen” georganiseerd, waarbij circa 45 stakeholders (waaronder inwoners, corporaties, zorgpartijen en andere betrokkenen) actief hebben meegedacht over thema’s als duurzaamheid, woningbouw en zorgwoningen. Daarnaast is een digitale vragenlijst uitgezet via samen.enkhuizen.nl, die ruim 150 reacties opleverde met waardevolle inzichten in de woonwensen van inwoners. De input uit deze sessies en enquêtes is verwerkt in het programma, wat heeft bijgedragen aan de kwaliteit en legitimiteit van het beleid. Ook intern is afgestemd met relevante afdelingen en is rekening gehouden met eerder vastgelegd beleid en raadsmoties (bijvoorbeeld omtrent woonwagenstandplaatsen). Door deze aanpak is het conceptprogramma bij de terinzagelegging al breed gedragen. Tijdens de formele inspraakperiode hebben inwoners en organisaties de mogelijkheid gehad om inspraakreacties in te dienen. Zoals vermeld, is er één inspraakreactie ontvangen die zeer beperkte aanpassingen vereist.
Planning, evaluatie en verantwoording Het college heeft het nieuwe woonprogramma vastgesteld onder voorwaarde dat de raad bevestigt dat er geen wensen en bedenkingen ten aanzien van het woonprogramma zijn. Indien uw raad dit bevestigt zal het woonprogramma op de dag na de raadsvergadering in werking treden. Indien er wijzigingen in het document worden voorgesteld zal het document wederom langs het college moeten ter afweging van de voorgestelde wijzigingen en eventueel ter gewijzigde vaststelling. De uitvoering ervan beslaat de periode 2025-2029. Evaluatie en monitoring zijn essentieel om de voortgang te bewaken en verantwoording af te leggen. De voortgang van het Woonprogramma 2025-2029 wordt daarom actief gemonitord. Hierbij hanteert de gemeente duidelijke prestatie-indicatoren, zoals: het aantal gerealiseerde (nieuwe) woningen en de mate van doorstroming op de woningmarkt (mb.t. sociale huurwoningen). De resultaten van deze monitoring zullen periodiek worden geëvalueerd. Het college van B&W rapporteert de voortgang aan de gemeenteraad, onder andere via periodieke raadsbrieven. Op deze manier kan de raad haar controlerende rol blijven uitoefenen gedurende de looptijd van het programma. Na afloop van de periode (2029) wordt een eindevaluatie uitgevoerd. De inzichten uit deze evaluaties zullen worden gebruikt om successen te identificeren en knelpunten aan te pakken.
Tevens vormen zij de basis voor het opstellen van een opvolgend woonprogramma of het bijwerken van het woonbeleid onder de Omgevingswet. Zo is geborgd dat het gemeentelijk woonbeleid een lerend karakter heeft en zich kan aanpassen aan nieuwe ontwikkelingen.
3
Financiën Dit voorstel heeft geen directe financiële consequenties voor de gemeente. Het programma vormt een beleidskader en brengt op zichzelf geen nieuwe uitgaven met zich mee. Eventuele kosten voor uitvoering van specifieke projecten of maatregelen (zoals woningbouwprojecten, onderzoeken, etc.) vloeien voort uit afzonderlijke besluiten en worden gedekt binnen de daarvoor beschikbare budgetten of middels samenwerking met externe partners (bijvoorbeeld woningcorporaties of ontwikkelaars). Uiteraard zullen bij de uitvoering per project of maatregelen de financiële aspecten worden afgewogen en voorgelegd aan de raad indien aanvullende kredieten of investeringen benodigd zijn. In dit raadsvoorstel zelf volstaan we met de constatering dat het vaststellen van het beleidskader geen apart krediet vergt en binnen de reguliere ambtelijke werkzaamheden kan worden uitgevoerd Enkhuizen , 8 april 2025 . Burgemeester en wethouders van Enkhuizen De secretaris, De burgemeester,
R. van Reijswoud
J. Hoekstra-Sikkema
4