CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt Gedragscode integriteit Burgemeester en wethouders Enkhuizen 2017-2025

gemeenteraad 28 oktober 2025, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Actualisering Gedragscode Integriteit 202513.222 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Was-wordt Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders Enkhuizen 2025 In 2017 is een gedragscode opgesteld voor de burgemeester én een aparte gedragscode voor wethouders. In 2025 is er één gedragscode voor zowel de burgemeester als de wethouders. In bijgaande was-wordt lijst is de oorspronkelijke tekst gedragscode wethouders in zwart weergegeven. De tekst is in blauw aangevuld met de oorspronkelijke tekst uit de gedragscode burgemeester, voor zover er sprake was van een afwijkende/aanvullende tekst. Waar de oorspronkelijke teksten niet meer van toepassing zijn in de nieuwe gedragscode 2024 is de tekst doorgehaald. Wijzigingen zijn in rood aangegeven. Gedragscode Integriteit Wethouders Burgemeester burgemeester en wethouders Enkhuizen 2017 2025 De raad van de gemeente Enkhuizen; overwegende dat de raad op 1 november 2016 de Gedragscode Integriteit Raadsleden heeft vastgesteld overwegende dat deze gedragscode model heeft gestaan voor de Gedragscode Integriteit Wethouders gelet op artikel 41c lid 2 Gemeentewet en 69, lid 2 van de Gemeentewet gehoord het presidium van 18 maart 2024 gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 22 augustus 2017 2 april 2024 besluit:

Vast te stellen de navolgende gedragscode Gedragscode Integriteit burgemeester en wWethouders Enkhuizen 2025 Preambule Omwille van de leesbaarheid wordt in deze gedragscode de mannelijke vorm gebruikt; overal waar ‘hij’ staat, kan uitdrukkelijk ook ‘zij’ gelezen worden. Evenzo voor ‘hem’ en ‘haar’ en voor overige verwijzingen naar mannelijke/vrouwelijke persoonsvormen. Artikel 1 - onderzoek  1.Een kandidaat-wethouder dient, voordat tot benoeming tot wethouder wordt overgegaan, een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) te overleggen.  2.Een uitgebreider extern onderzoek kan deel uitmaken van de procedure, voorafgaande aan de benoeming van een kandidaat-wethouder tot wethouder. 1. Algemene bepalingen Artikel 1.1 De gedragscode geldt voor de burgemeester en voor de wethouders maar richt zich ook tot de bestuursorganen. Artikel 1.1.1 Bestuursorgaan: een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.

Neveninkomsten: andere inkomsten als bedoeld in artikel 66, zesde lid, of artikel 44, zesde lid, van de Gemeentewet. Artikel 1.2 De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar. Artikel 2 - belangenverstrengeling  1.Een wethouder/de burgemeester mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander(e organisatie) bij wie hij een persoonlijke betrokkenheid heeft. Een wethouder/ de brugemeester moet actief en uit zichzelf belangenverstrengeling en de schijn van belangen-verstrengeling, tegengaan.  2.Een wethouder / De burgemeester onthoudt zich alleen van deelname aan de stemming in het college van B&W als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling dreigt; het gaat dan om kwesties waar hij zelf een persoonlijk belang bij heeft, of om kwesties waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij hij een substantiële betrokkenheid heeft. Ook in het uitzonderlijke geval dat de stemmen in het college staken en de burgemeesters stem doorslaggevend is  3.Een wethouder/De burgemeester onthoudt zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling dreigt, niet alleen van stemming (zie lid 2) maar ook van de beïnvloeding van de besluitvorming in de andere fases van het besluitvormingsproces. 

Artikel 3 - nevenfuncties 1.Een wethouder /Een burgemeester mag de functies genoemd in artikel 36b lid 1 sub a tot en met r artikel 68 lid 1 sub a tot en met van de Gemeentewet niet uitoefenen. Bij de beoordeling hiervan wordt rekening gehouden met de uitzonderingen genoemd in artikel 36b, lid 2 en 3 van de Gemeentewet. 2.Een wethouder / een burgemeester mag de overeenkomsten en handelingen genoemd in artikel 41c lid 1 artikel 69 lid 1 van de Gemeentewet niet aangaan, tenzij het College van Gedeputeerde Staten / de commissaris van de Koning ontheffing verleent. 3.Een wethouder /de burgemeester maakt betaalde en onbetaalde functies die hij vervult naast zijn wethouderschap openbaar. Een wethouder /de burgemeester maakt tevens de inkomsten uit die functies openbaar als de wethouder niet in deeltijd werkt. 4.De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met functies van wethouders/de burgemeester. Op deze lijst wordt tevens vermeld of de werkzaamheden al dan niet bezoldigd zijn en – als de wethouder niet in deeltijd werkt – wat de inkomsten zijn uit die functies. De lijst ligt ter inzage bij de afdeling P. en O. en wordt gepubliceerd op de website van de gemeente.

5.Een wethouder /de burgemeester doet opgave van zijn financiële belangen in ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt als dat belang groter is dan 5% van het aandelenkapitaal; ook tussentijds ontstaan financiële belangen worden openbaar gemaakt. 6.De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met financiële belangen van wethouders. /de burgemeester De lijst ligt ter inzage bij de afdeling P. en O. en wordt gepubliceerd op de website van de gemeente. 7.Oud-wethouders /oud burgemeesters worden gedurende een jaar na het eind van de zittingstermijn uitgesloten van het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden bij de gemeente, met uitzondering van het raadslidmaatschap. 2. Voorkomen van belangenverstrengeling

Artikel 2.1.1 1. De burgemeester levert de gemeentesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de nevenfunctie en geeft de wijzigingen daarin door. 2. De informatie betreft in ieder geval a. de omschrijving van de nevenfunctie, b. de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, c. wat het (verwachte) tijdsbeslag is, d. en wat de inkomsten daaruit zijn. Artikel 2.1.2 1. Wethouders leveren de gemeentesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de nevenfunctie en geven hem de wijzigingen daarin door. 2. De informatie betreft in ieder geval a. de omschrijving van de nevenfunctie, b. de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, c. of het al dan niet een nevenfunctie uit hoofde van het ambt betreft, d. wat het (verwachte) tijdsbeslag is, e. of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is, f. dan wel – voor zover die openbaar gemaakt moeten worden – wat de inkomsten daaruit zijn. Artikel 2.2 1. De burgemeester en de wethouders handelen in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na aftreden. 2. De wethouder bespreekt het voornemen tot tussentijdse aanvaarding van een functie na aftreden met de burgemeester.

3. De burgemeester bespreekt de tussentijdse aanvaarding van een functie met de commissaris van de Koning. Artikel 2.3 1. Het college van burgemeester en wethouders sluit de burgemeester en wethouders na aftreden uit van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente. 2. De uitsluiting geldt niet bij aanvaarding van een dienstbetrekking bij de gemeente waar hij burgemeester dan wel wethouder was. Voor werving, selectie en indiensttreding bij de gemeente zijn de voor het ambtelijk personeel geldende regels ter zake van overeenkomstige toepassing. 3. Burgemeester en wethouders vragen meerdere offertes aan als bij een offerteaanvraag ook oud-bestuurders en bevriende relaties zijn betrokken. 4. Burgemeester en wethouders stellen een afwegingskader op voor selectie en benoemingen van externen en informeren de raad regelmatig over de toepassing in de praktijk. Artikel 2.4 1. Het college van burgemeester en wethouders draagt de burgemeester en de wethouder niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij. 2. Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. .

3. Informatie Artikel 3.1 De burgemeester respectievelijk de wethouder zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard. Artikel 3.2 De burgemeester respectievelijk de wethouder maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie. 4 Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en andere uitnodigingen Artikel 4 – geschenken Artikel 4.1 1.Een wethouder/De burgemeester mag zijn invloed en zijn stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld. 2.Een wethouder /De burgemeester moet actief en uit zichzelf elke schijn van corruptie tegengaan. 3.Een wethouder /De burgemeester neemt geen geschenken aan die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie worden aangeboden, tenzij: a)het weigeren, teruggeven of terugsturen de gever ernstig zou kwetsen of bijzonder in verlegenheid zou brengen; b)het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is; c)het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of fles wijn) waarbij er geen schijn van corruptie of belangenverstrengeling is.

4.Alle geschenken die om een van de in lid 3 genoemde redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van de wethouder /de burgemeester, worden gemeld aan de gemeentesecretaris. 5.Alle geschenken die om een van de in lid 3, met uitzondering van sub c genoemde redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van de wethouder /de burgemeester, worden alsnog teruggestuurd dan wel worden eigendom van de gemeente. 6.De gemeentesecretaris draagt zorg voor de registratie van giften en hun gemeentelijke bestemming. Dit register ligt ter inzage bij de afdeling P. en O. en wordt gepubliceerd op de website van de gemeente. 7.Een wethouder /De burgemeester accepteert geen faciliteiten en diensten van anderen die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie worden aangeboden, tenzij: a)het weigeren ervan het bestuurswerk onmogelijk of onwerkbaar zou maken en b)tegelijkertijd er geen schijn van corruptie of belangenverstrengeling is. 8.Een wethouder /De burgemeester gebruikt faciliteiten of diensten van anderen die uit hoofde of vanwege de bestuursfunctie worden aangeboden, niet voor privédoeleinden.

9.Een wethouder /De burgemeester accepteert lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, alleen als; a)dat behoort tot de uitoefening van het bestuurswerk, b)de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeente, uitnodiging met beschreven doel omtrent de wenselijkheid van de aanwezigheid), en c)tegelijkertijd er geen schijn van corruptie of belangenverstrengeling is.. 10.Een wethouder /De burgemeester accepteert werkbezoeken waarbij reis- en verblijfkosten door anderen betaald worden alleen bij hoge uitzondering. Een dergelijke invitatie dient altijd te worden besproken in het college van B&W. De invitatie mag alleen geaccepteerd worden als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente en de schijn van corruptie minimaal is. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd een verslag

gedaan aan het college. Bij buitenlandse werkbezoeken wordt schriftelijk verslag gedaan aan het college, met afschrift naar de raad. Artikel 4.1 1. De burgemeester respectievelijk de wethouder uit hoofde van zijn functie accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten aan als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. 2. De burgemeester respectievelijk de wethouder kan, tenzij het eerste lid van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen, behouden. 3. Geschenken die de burgemeester respectievelijk de wethouder uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, eigendom van de gemeente. Artikel 4.2 1. De burgemeester respectievelijk de wethouder accepteert geen lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van de functie en de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel. 2. Bij twijfel legt de burgemeester respectievelijk de wethouder de uitnodiging ter bespreking voor aan het college van burgemeester en wethouders. Artikel 4.3 Deelname aan excursies, evenementen en buitenlandse reizen, uit hoofde van de functie van resp.

burgemeester en wethouder voor rekening van anderen dan de gemeenten worden bij de griffie gemeld. Artikel 5 - conformeren aan beleid  1.Een wethouder/De burgemeester houdt zich aan het beleid dat is vastgesteld voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen.  2.Een wethouder De burgemeester houdt zich aan het beleid dat is vastgesteld voor het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals werkkamer, computerapparatuur met toebehoren, laptop, tablet, (mobiele) telefoon, fax en dergelijke.  3.Een wethouder/De burgemeester houdt zich aan de regelgeving en het beleid dat is vastgesteld met betrekking tot onkostenvergoedingen en declaraties. Artikel 6 - informatieverstrekking  1.Het college van Burgemeester & Wethouders/de burgemeester verstrekt alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. Het college/de burgemeester kan geheimhouding opleggen overeenkomstig de wet.  2.Een wethouder de burgemeester betracht maximale openheid als het gaat om zijn eigen beleid en beslissingen en om de beweegredenen daarvoor. Hij handelt in overeenstemming met de geldende openbaar-heidsregelingen zoals de Gemeentewet en de Wet openbaarheid van bestuur.

 3.Een wethouder /De burgemeester die de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het geheime of vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hem tot mededeling verplicht.

 

4.Een wethouder /De burgemeester maakt niet ten eigen bate of ten bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie. 5.Een wethouder /De burgemeester gaat zorgvuldig en correct om met aan hem gerichte brieven en e-mailberichten.

5. Gebruik van voorzieningen van de gemeente Artikel 5.1 1. De burgemeester respectievelijk de wethouder meldt het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe aan het college van burgemeester en wethouders. Hij geeft daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan. 2. De burgemeester, dan wel de wethouder meldt daarbij tevens als hij voornemens is om de buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden te verlengen. De extra kosten van de verlenging komen daarbij volledig voor eigen rekening. 3. Het college van burgemeester en wethouders betrekt alle aspecten in de besluitvorming over de noodzaak van de voorgenomen buitenlandse dienstreis en informeert de gemeenteraad zo spoedig mogelijk over het genomen besluit. Artikel 5.2 De burgemeester respectievelijk de wethouder legt verantwoording af over afgelegde buitenlandse dienstreizen.

Hij maakt in ieder geval openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse dienstreis is geweest en wat daarvan de kosten waren voor de gemeente Artikel 5.3 Voor de toepassing van de artikelen 5.1 en 5.2 wordt onder buitenlandse dienstreis niet verstaan een dienstreis naar een Europese instelling of een dienstreis naar een buurgemeente in het buitenland. Artikel 5.4 De burgemeester respectievelijk de wethouder declareert geen kosten die al op andere wijze worden vergoed. Artikel 5.5 Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is, tenzij dit wettelijk is geregeld, alleen toegestaan voor de uitoefening van de functie. Artikel 7 - onderling gedrag  1.Politici bejegenen elkaar correct in woord, gebaar en geschrift.  2.Politici bejegenen de griffie en andere ambtenaren correct in woord, gebaar en geschrift.  3.Politici houden zich tijdens de college- en raadsvergadering aan het reglement van orde en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op.  4.Politici onthouden zich in woord, gebaar en geschrift, inclusief elektronische berichten, van persoonlijke aanvallen op individuele ambtenaren in raads- en collegevergaderingen en in het openbaar. Artikel 8 - naleving van gedragscode en toezicht

 

1.De raad stelt in het eerste trimester van elke nieuwe raadsperiode de gedragscode vast voor elk van de bestuursorganen: de raad, het college (wethouders) en de burgemeester. 2.De raad ziet erop toe dat de gedragscodes worden nageleefd. 3.De raad ziet er in het bijzonder op toe dat de raad, de fracties en de individuele raads- en commissieleden de eigen gedragscode naleven. De griffier ondersteunt de raad hierbij. 4.Het college ziet er in het bijzonder op toe dat het college en de individuele collegeleden de gedragscode van de wethouders naleven. De gemeentesecretaris ondersteunt het college hierbij. 5.De burgemeester ziet er in het bijzonder op toe dat hij de gedragscode van de burgemeester naleeft. De gemeentesecretaris en de griffier ondersteunen de burgemeester hierbij. 6.De raad, het college en de burgemeester leggen jaarlijks een gezamenlijke verklaring af over het functioneren van de drie gedragscodes. De griffier en de gemeentesecretaris ondersteunen hen hierbij. 7.Een wethouder die/ Als de burgemeester twijfelt of een handeling die hij wil verrichten of nalaten een overtreding van de code zou kunnen zijn wint, hierover advies in bij de gemeentesecretaris. 8.Een wethouder die vermoedt dat een regel van de gedragscode wordt overtreden door een raads- of commissielid, een andere wethouder of de burgemeester, is gehouden hiervan melding te doen.

Indien het een raads- of commissielid of een andere wethouder betreft bij de burgemeester. Indien het de burgemeester betreft in eerste instantie bij de vicevoorzitter van de raad. In tweede instantie bij de commissaris van de Koning. 8.Als de burgemeester vermoedt dat een regel van de gedragscode wordt overtreden door een raads- of commissielid of een wethouder dan rust op hem de verplichting hier nader voor-onderzoek naar te verrichten. 9.In het geval er een concreet vermoeden is dat een raads- of commissielid, een wethouder of de burgemeester een regel van de gedragscode heeft overtreden, kan er opdracht gegeven worden een onderzoek hiernaar te verrichten. 10.In het geval is komen vast te staan dat er sprake is van overtreding van een regel van de gedragscode dan kan dit leiden tot een sanctie.

6. Uitvoering gedragscode Artikel 6.1 De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van de gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de gemeenteraad daarin. Artikel 6.2 1. .De burgemeester en gemeentesecretaris fungeren als contactpersoon inzake de onderwerpen gedragscode en integriteit. 2. de processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden van een integriteitschending door een politieke ambtsdrager van de gemeente zijn vastgelegd in een bijlage die onderdeel uitmaakt van de gedragscode. 3. In het geval van een integriteitsonderzoek door een extern bureau wordt alleen gebruik gemaakt van gecertificeerde onderzoeksbureaus. Artikel 6.3 1. Bejegening van anderen in welke vorm dan ook, gebeurt altijd met respect voor een ander. Ook bij gebruik van (social) media.

2. Politieke ambtsdragers onthouden zich in woord, gebaar en geschrift, inclusief elektronische berichten, van persoonlijke aanvallen op individuele ambtenaren of andere politieke ambtsdragers in raads- of collegevergaderingen en in het openbaar 3. Burgemeester en wethouders voeren tijdens een collegevergadering geen inhoudelijke discussie op (sociale) media over hetzelfde onderwerp als waarover op dat moment wordt gedebatteerd. 4. Tijdens vergaderingen wordt via (sociale) media geen commentaar geuit op het functioneren van de voorzitter en de overige deelnemers van de vergadering. 5. Gebruik van (sociale) media tijdens vergaderingen mag niet leiden tot verstoring van de vergadering. Het filmen door deelnemers van de vergadering vindt niet plaats zonder toestemming van de voorzitter. Artikel 9 - inwerkingtreding Deze gedragscode treedt in werking op de dag na de dag van openbare publicatie. 7 Citeertitel en inwerkingtreding Artikel 7.1 Deze gedragscode treedt in werking op de dag na bekendmaking Artikel 7.2 1. De “gedragscode Integriteit burgemeester Enkhuizen 2017”, zoals vastgesteld op 3 oktober 2017, wordt ingetrokken 2. De “gedragscode integriteit wethouders Enkhuizen 2017”, zoals vastgesteld op 3 oktober 2017, wordt ingetrokken. Artikel 7.3 Deze gedragscode wordt aangehaald als: “Gedragscode voor burgemeester en wethouders Enkhuizen 2025”.

Bijlage I behorende bij de gedragscode integriteit burgemeester en wethouders Enkhuizen 2025 De gehele bijlage is nieuw opgenomen in de gedragscode 2025 en stond niet in de eerdere gedragscode

Algemene toelichting, wettelijke kaders en artikelsgewijze toelichting Deze toelichting maakt integraal onderdeel uit van deze gedragscode Algemene toelichting Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de burgemeester en individuele wethouders als tot de bestuursorganen zoals het college. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die burgemeester en wethouders moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collegabestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische rechtsstaat dient een ieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels.

Deze plicht is voor een burgemeester of wethouder neergelegd in de eed of gelofte die bij de ambtsaanvaarding wordt afgelegd. De raad stelt zowel voor de eigen leden als voor de dagelijkse bestuurders (voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur) een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de Gemeentewet. De gedragscode is een richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Onderhavige gedragscode heeft betrekking op de dagelijkse bestuurders: de burgemeester en de wethouders. Veel bepalingen zijn voor dagelijkse bestuurders en volksvertegenwoordigers gelijk. Er zijn ook verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities en met de voor hen geldende wettelijke (integriteits)regels. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies.

Het voorschrijven van een gedragsregel die afwijkt of verder gaat dan een dwingendrechtelijke wettelijke regeling is niet mogelijk. Nemen gemeenten contra-legem constructies op in de gedragscode dan kunnen die gemakkelijk weer zelf aanleiding zijn voor integriteitsproblemen.

Een gedragscode heeft dus niet de juridische status van een algemeen verbindend voorschrift zoals een gemeentelijke verordening waaruit rechten en verplichtingen voortvloeien. Er is sprake van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de raad zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De burgemeester en wethouders kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en kan ook politieke gevolgen hebben. De gedragscodes bieden burgemeester en wethouders een handvat om andere politieke ambtsdragers aan te spreken op hun gedrag en hieruit wellicht (politieke) consequenties te trekken. Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om ‘doing the right thing, even when no one is watching’. Burgemeester en wethouders hebben een voorbeeldfunctie.

Een politiek ambt wordt verricht in een glazen huis. Een bestuurder gedraagt zich zoals een goed ambtsdrager betaamt. Een politieke ambtsdrager onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt gewetensvol vervullen gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer. In de huidige digitale wereld is zeker sprake van een dunne scheidslijn tussen werk en privé. Daarom is het in ieder geval het downloaden van illegale software, het bekijken, downloaden of verspreiden van pornografische, racistische, discriminerende, beledigende, aanstootgevende of (seksueel) intimiderende teksten en afbeeldingen, of het versturen van berichten die (kunnen) aanzetten tot haat en/of geweld uit den boze. Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang, met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van belang.

In de omgang met burgers, ambtenaren, externe partijen en andere politieke ambtsdragers wordt van een burgemeester of een wethouder correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag verwacht dat vrij is van ongewenste omgangsvormen en grensoverschrijdend en (seksueel) intimiderend gedrag zoals hinderlijk gedrag, intimidatie, dubbelzinnige opmerkingen, handtastelijkheden, agressie, pesten en discriminatie. Burgemeester en wethouders opereren vaak in diverse (boven)lokale netwerken. Deze netwerken dragen bij aan het geworteld zijn van de politieke ambtsdrager. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor het risico dat burgemeester en wethouders vanuit het gevoel van sympathie en loyaliteit, de belangen van de eigen netwerken vooropstellen ten koste van het algemeen belang. De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Dit maakt duidelijk dat het nadenken over de eigen integriteit verder gaat dan het beoordelen van individuele handelingen. Het vraagt ook dat burgemeester en wethouders zich bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken. En dat deze netwerken ‘onbewust’ een invloed kunnen hebben op de keuzes en acties van de politieke ambtsdrager, die mogelijk tot een schending leiden. Dit risico van ‘netwerkcorruptie’ kan de integriteit en de kwaliteit van het lokaal bestuur onder druk zetten.

Ondermijning Tot slot is er als de grenzen tussen de bovenwereld - waaronder het openbaar bestuur - en de onderwereld met elkaar verweven raken sprake van ondermijning. Criminelen kunnen de burgemeester of een wethouder benaderen voor criminele activiteiten. Dit hoeft niet altijd even duidelijk en zichtbaar te zijn. Met ondermijning van het openbaar bestuur wordt bedoeld dat criminelen of criminele organisaties zich mengen met of in het openbaar bestuur en daarmee de besluitvorming beïnvloeden. Onder ondermijning wordt ook criminaliteit verstaan die gebruik maakt van de overheid of het bevoegd gezag. Dit kan bijvoorbeeld zijn dat criminelen een vergunning of subsidie aanvragen voor een op het eerste gezicht normale activiteit maar die uiteindelijk bedoeld is om geld wit te wassen. Ongewild faciliteert het bevoegd gezag met het afgeven van de vergunning of subsidie de criminaliteit. Een ander voorbeeld is dat de burgemeester of een wethouder een toezegging doet aan een, op het eerste gezicht, keurige ondernemer, die zich achteraf met criminele activiteiten bezighoudt. Er kan vervolgens sprake zijn van wederkerigheid, waarna de burgemeester of een wethouder gemakkelijk ongewild betrokken raakt bij ondermijning via bijvoorbeeld bedreiging of omkoping.

Om te voorkomen dat de overheid met criminele ondernemers betrekkingen aangaat, is er de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Als er bij aanvragen van vergunningen, vastgoedtransacties of overheidsopdrachten twijfels bestaan over de integriteit van een ondernemer en/of derde partij dan kan op basis van de Wet Bibob de integriteit van worden gecontroleerd. Hierdoor kan het bevoegd gezag besluiten om de vergunning niet te verlenen of worden sommige gegadigden voor een overheidsopdracht uitgesloten. Het is voor de burgemeester en voor wethouders belangrijk om behoedzaam te zijn en signalen van ondermijning te melden. Als er sprake is van een strafbaar misdrijf, wordt er melding gemaakt en/of aangifte bij de politie gedaan. Artikelsgewijze toelichting

1 Algemene bepalingen Wettelijke kader De Gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor de voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur (artikelen 41c, tweede lid, en 69, tweede lid, Gemeentewet) 2 Voorkomen van belangenverstrengeling Wettelijk Kader Afleggen eed of belofte (artikelen 41a en 65 Gemeentewet) Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen legt, de burgemeester, en de wethouder de volgende eed (verklaring en belofte) af: Ik zweer (verklaar) dat ik om tot het ambt benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten uit het ambt naar eer en geweten zal vervullen

Persoonlijke belangen 1. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming over a. een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; b. de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort (artikel 58 jo artikel 28 Gemeentewet) 2. Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht). Incompatibiliteiten en nevenfuncties: 1. Verboden overeenkomsten/handelingen: bestuurders mogen in geschillen, waar de gemeente(bestuur)partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend. (artikelen 41c, eerste lid, en 69, eerste lid, jo artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet). 2. Onverenigbaarheid van functies: het zijn van een bestuurder sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikelen 36b en 68 Gemeentewet). 3. Op overtreding van de incompatibiliteitenregeling staat uiteindelijk de sanctie van ontslag (artikelen 46, tweede lid, en 47 Gemeentewet) 4.

Vervulling nevenfuncties: voor bestuurders is bepaald dat zij geen nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun ambt. Voor burgemeesters is daaraan toegevoegd dat zij evenmin nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. Bestuurders melden het voornemen tot aanvaarding van de nevenfunctie aan de volksvertegenwoordiging. Voor de de burgemeester geldt deze meldverplichting niet voor ambtshalve nevenfuncties (artikelen 41b en 67 Gemeentewet) 5. Openbaarmaking nevenfuncties: bestuurders maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. Voor burgemeesters zijn ambtshalve nevenfuncties daarvan uitgezonderd. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het gemeentehuis (artikelen 41b en 67 Gemeentewet). 6. Openbaarmaking inkomsten nevenfuncties: fulltime bestuurders maken hun inkomsten uit nevenfuncties openbaar; de opgave van neveninkomsten wordt ter inzage gelegd op het gemeentehuis, uiterlijk 1 april na het jaar waarin de inkomsten zijn genoten (artikelen 41b en 67 Gemeentewet) 7. Verrekening inkomsten nevenfuncties: bestuurders mogen geen vergoedingen ontvangen voor ambtshalve nevenfuncties; die worden in de gemeentekas gestort.

Voor fulltime bestuurders is geregeld dat de inkomsten uit andere nevenfuncties voor een deel worden verrekend, volgens dezelfde verrekenings-systematiek als voor leden van de Tweede Kamer( artikelen 44 en 66 Gemeentewet) Toelichting Artikelen 2.1.1 en 2.1.2 Zoals uit het opgenomen wettelijk kader blijkt zijn er enkele verschillen in de wetgeving ten aanzien van de openbaarmaking van (inkomsten uit) nevenfuncties tussen burgemeesters enerzijds en wethouders anderzijds. De nadere invulling daarvan in 2.1.1 en 2.1.2 is in lijn

hiermee dan ook niet exact gelijk. De bepalingen betreffen een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. De ambtsdrager is zelf verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan. Hoewel aan het ambt gerelateerde nevenfuncties (q.q.-functies) wettelijk niet openbaar gemaakt hoeven te worden, verdient het aanbeveling deze wel op te nemen in het overzicht van nevenfuncties. Artikelen 2.3 en 2.4 In deze bepalingen is de zogenaamde draaideurconstructie geregeld. De draaideurconstructie geldt niet bij aanvaarding van het raadlidmaatschap. In 2.3 gedurende 1 jaar na aftreden is de uitsluiting geregeld van betaalde werkzaamheden ten behoeve van de gemeente en in 2.4 de uitsluiting van benoeming als commissaris of bestuurslid van een ‘verbonden partij’, ofwel, kort samengevat, van een organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Het begrip ‘verbonden partij’ is ontleend aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Daarin staat dat een verbonden partij een privaatrechtelijk of publiekrechtelijke organisatie is waarin de provincie of gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft.

Een financieel belang wordt gedefinieerd als een aan de betrokken organisatie ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien die organisatie failliet gaat, dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de organisatie haar verplichtingen niet nakomt. En onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Hiermee wordt mogelijke vriendjespolitiek voorkomen en het risico op verstrengeling van persoonlijke en functionele belangen vermeden. Wees extra voorzichtig als je oudbestuurders/ bevriende relaties werft. Aanvaarding van een dienstbetrekking bij de voormalige gemeente, is niet uitgesloten. Dat kan van belang zijn in het kader van de re-integratie van de voormalige bestuurder en ter voorkoming van uitkeringslasten voor de gemeente. Uiteraard dienen daarbij de regels van werving en selectie en aanstelling te gelden die er voor iedereen zijn die bij de gemeenten gaat solliciteren. In het eerste jaar na aftreden kunnen in elk geval oud-bestuurders niet worden aangetrokken om tegen beloning activiteiten voor de eigen gemeente te verrichten.

Na één jaar verdient het aanbeveling om bij opdrachtverlening de gebruikelijke aanbestedingsvereisten met meerdere offertes te hanteren als een voormalige bestuurder of een relatie van de huidige bestuurders meedingt naar een opdracht. Een afwegingskader voor selectie en benoemingen van externen kan behulpzaam zijn. Transparantie over de afwegingen die zijn gemaakt bij het aantrekken van externen is daarbij van wezenlijk belang. Het bepaalde in 2.2, eerste lid, (vooruitlopen op een nieuwe functie na aftreden) geldt uiteraard evenzeer voor een functie bij de voormalige gemeente 3 Informatie Wettelijk kader Informatieplicht Burgemeester en wethouders en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang artikelen 169 en 180 Gemeentewet).

Geheimhouding 1. Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht). 2. Burgemeester en wethouders kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet open overheid, geheimhouding opleggen. Ook de burgemeester heeft die bevoegdheid. De geheimhoudingsplicht moet worden bevestigd door de volksvertegenwoordiging, als het stukken betreft die met de volksvertegenwoordiging worden gedeeld. Ook de gemeenteraad dan wel, (de voorzitter van) een commissie kunnen/kan geheimhouding opleggen (artikelen 25, 55 en 86 Gemeentewet). 3. De geheimhouding duurt voort totdat deze wordt opgeheven door het orgaan dat de geheimhouding oplegde, of – indien het aan de volksvertegenwoordiging is overgelegd – de volksvertegenwoordiging de geheimhouding opheft. 4. Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).

Toelichting Artikel 3.1 Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB sticks met vertrouwelijke/geheime informatie. 4 Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en andere uitnodigingen Wettelijk kader Afleggen eed of belofte De eed of belofte die op grond van de artikelen 41a en 65 van de Gemeentewet moet worden afgelegd heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder 2 voor de bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling. Toelichting Artikel 4.1 In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van de bestuurder kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door de bestuurder worden aanvaard, echter nooit op het huisadres.

Dit is een in de praktijk ontstaan gebruikelijk richtbedrag maar is geen scherpe grens.

Er zijn omstandigheden denkbaar waar elk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is. Duurdere geschenken worden in elk geval niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of worden eigendom van de gemeente die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. Artikel 4.2 Dit geldt ook voor werkbezoeken. Artikel 4.3 Het gaat hier om excursies en evenementen die betrokkene als burgemeester, dan wel als wethouder aanvaardt. Excursies en evenementen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier niet onder. Bij artikelen 4.2 en 4.3. dienen eveneens als afwegingskader voor de motieven van de uitnodigende partij beoordeeld te worden. Het mag er niet om gaan de onafhankelijke positie van de bestuurders te beïnvloeden.

5 Gebruik van voorzieningen van de gemeente Wettelijk kader Geen andere inkomsten Een bestuurder geniet geen andere vergoedingen ten laste van de gemeente dan die bij of krachtens de wet zijn toegestaan (artikelen 44 en 66 Gemeentewet) Procedure van declaratie (modelverordeningen rechtspositie VNG) Er zijn voor wethouders voorschriften opgenomen in de gemeentelijke verordening over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten bij de gemeente. Ook zijn in de gemeentelijke verordening voor wethouders voorschriften opgenomen over het (zakelijk) gebruik van een gemeentelijke creditcard. buitenlandse dienstreis voor burgemeester en wethouders (modelverordeningen VNG) 1. Als de burgemeester of wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt, worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed. 2. Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van het college vereist. 3. De gemeenteraad kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden. Toelichting Artikelen 5.1 en 5.2 Uitgangspunten zijn hier eigen verantwoordelijkheid, transparantie en bereidheid om verantwoording af te leggen.

De beoordeling van de noodzaak van de buitenlandse dienstreis ligt bij het college van burgemeester en wethouders. Ingevolge artikel 5.3 gelden de bepalingen van artikelen 5.1 en 5.2 niet voor de meer reguliere buitenlandse dienstreizen naar een Europese instelling of een dienstreis naar een

buurgemeente in het buitenland. Voor dergelijke buitenlandse reizen vormen deze bepalingen wel een belangrijk richtsnoer. buitenlandse reizen die worden gemaakt ten behoeve van de politieke partij zijn geen ‘dienstreizen’ en vallen dus niet onder artikelen 5.1 en 5.2 en komen niet ten laste van de gemeente. Artikel 5.5 Stelregel is dat privégebruik van gemeentelijke voorzieningen niet is toegestaan. Wel hebben organisaties mogelijk een specifieke regeling die privégebruik van bedrijfsmiddelen reguleert 6 Uitvoering gedragscode Toelichting Artikel 6.1 De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode en voor een eenduidige interpretatie daarvan. En voor wijziging/ aanvulling daarvan bij leemtes of onduidelijkheden. Artikel 6.2 De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen. Aanvullend op de wettelijke regels bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan burgemeester en wethouders zich committeren. De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar gemeente te bevorderen ( Art. 170 lid 2 Gemeentewet). Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd.

De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten. Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia besproken blijven en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking.. De burgemeester hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld de griffier) kan hier in relatie tot de gemeenteraad eveneens een belangrijke rol in spelen. Goed denkbaar is ook dat de gemeenteraad met de burgemeester nadere afspraken maakt over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incident of een vermoeden van een integriteitsschending voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld dient te worden. De gemeenteraad kan zelf onderling ook afspraken maken over hoe je elkaar aanspreekt. Al deze processuele en procedurele afspraken zijn terug te vinden in de bijlage die onderdeel uitmaakt van de gedragscode. De onderwerpen, genoemd in artikel 6.2, zijn niet uitputtend. Artikel 6.3 Hieronder wordt niet verstaan het contact via (sociale) media, zoals bijvoorbeeld whatsapp of sms, dat wordt gebruikt om tijdens de vergadering onderling productief en functioneel te overleggen over de aan de orde komende onderwerpen.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan een beleidsambtenaar op de publieke tribune die via whatsapp een antwoord geeft aan een

wethouder over een door een raadslid gestelde vraag, zodat de wethouder hier tijdens de vergadering al op kan reageren

Bijlage II, behorende bij artikel 6.2, lid 1c van de Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders Enkhuizen 2025:Stappenplan onderzoek en registratie integriteitsschendingen politiek ambtsdragers De gehele bijlage is nieuw opgenomen in de gedragscode 2024 en stond niet in de eerdere gedragscode Algemeen 1. Onder politiek ambtsdragers wordt verstaan: de burgemeester, de leden van het college, de raadsleden, de commissieleden en de fractievertegenwoordigers. 2. In gevallen waarin dit stappenplan niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking hierover plaats tussen de burgemeester en de griffier of tussen de burgemeester en de gemeentesecretaris. 3. Het stappenplan is openbaar en door derden te raadplegen. Melding Meldingen van vermeende integriteitsschendingen worden gedaan bij de burgemeester en/of de griffier, die deze in behandeling neemt. Vooronderzoek 1. Op basis van de ontvangen melding doet de burgemeester een vooronderzoek met toepassing van hoor en wederhoor. 2. Als de burgemeester na het vooronderzoek concludeert dat geen feitenonderzoek nodig is, stelt hij/zij een rapport op van zijn/haar bevindingen, en doet melding van zijn/haar conclusies aan degene die de melding heeft gedaan en aan de betrokken politieke ambtsdrager. 3.

De melder en de betrokken politieke ambtsdrager kunnen, via de griffier, het presidium verzoeken te besluiten dat wel een feitenonderzoek noodzakelijk is. 4. Als de burgemeester na het vooronderzoek concludeert dat een feitenonderzoek nodig is, stelt hij/zij een rapport op van zijn/haar bevindingen, dat ter bespreking wordt voorgelegd aan het presidium. 5. De burgemeester besluit of alsnog een feitenonderzoek wordt ingesteld. 6. De betrokken politiek ambtsdrager wordt over het doen van het vooronderzoek en van de uitkomst van het onderzoek zo spoedig mogelijk geïnformeerd. 7. De melder wordt enkel geïnformeerd als wordt besloten geen feitenonderzoek in te stellen, tenzij zijn/haar medewerking bij het feitenonderzoek nodig is. 8. Bij het vermoeden van een opzettelijk valse beschuldiging onderneemt de burgemeester actie tegen de melder in de vorm van een feitenonderzoek. De persoon tegen wie opzettelijk valse beschuldigingen zijn gedaan, kan daarvan aangifte doen bij de politie. Feitenonderzoek 1. De burgemeester geeft opdracht tot een feitenonderzoek aan een interne- of externe onderzoekscommissie, dan wel een daartoe toegerust onderzoeksinstituut. 2. Een interne onderzoekscommissie bestaat uit de burgemeester en een door hem/haar aanwezen lid van het presidium, die in deze optreedt als vertegenwoordiger namens het presidium. De commissie wordt ambtelijk ondersteund.

Aan deze commissie kunnen deskundigen worden toegevoegd. 3. Als de afstand tussen de interne onderzoekers en de betrokken politiek ambtsdrager te klein is om voldoende objectief onderzoek te garanderen, dan wordt een externe onderzoekscommissie ingesteld c.q. een onderzoeksinstituut ingehuurd. 4. Een externe onderzoekscommissie bestaat uit personen van buiten de organisatie.

5. De externe commissie stelt een multidisciplinair team samen, opdat de juiste kennis voor het doen van het feitenonderzoek aanwezig is. Opdrachtverstrekking De burgemeester komt, na overleg met het presidium, een schriftelijke onderzoeksopdracht met de onderzoeker(s) overeen. In de opdracht staan in ieder geval vermeld de aanleiding, de onderzoeksopdracht en de verwachte duur en kosten van het onderzoek. Kennisgeving aan betrokkene 1. De betrokken politiek ambtsdrager wordt over het instellen van een feitenonderzoek zo spoedig mogelijk na het besluit daartoe per brief geïnformeerd. 2. In de brief is in ieder geval opgenomen: a. een omschrijving van het handelen of nalaten dat aanleiding is tot het instellen van het onderzoek; b. de melding dat betrokkene en getuigen kunnen worden gehoord; c. de melding dat als andere feiten en omstandigheden bekend worden, die van belang kunnen zijn voor het bepalen van de omvang, aard en ernst van de integriteitsbreuk, het onderzoek zich kan uitstrekken tot die feiten en omstandigheden. Horen van betrokkenen en getuigen 1. De betrokken politiek ambtsdrager en getuigen kunnen worden gehoord. 2. De gesprekken worden gehouden door minimaal twee personen vanuit de interne of externe onderzoekscommissie. 3. Er wordt een gespreksverslag opgemaakt en ondertekend door de onderzoekers en de getuigen/betrokkene. 4.

De gehoorde krijgt de mogelijkheid om binnen vijf werkdagen schriftelijk te reageren op het verslag. 5. Als de gehoorde weigert te tekenen wordt daarvan melding gemaakt in het verslag. Als de gehoorde dat wil, wordt er een schriftelijke weergave van de afwijkende mening van de gehoorde bij het verslag gedaan. Aangifte 1. Als er een vermoeden is van een misdrijf doet de burgemeester, na overleg met het presidium, aangifte bij de politie. 2. Vanaf dat moment wordt alle informatie voorgelegd aan de politie, eventueel na overleg met de officier van justitie. Communicatie De burgemeester zorgt voor de interne en externe communicatie. Onderzoeksrapportage 1. Van het feitenonderzoek wordt een rapport opgesteld dat aan de burgemeester wordt aangeboden. 2. De rapportage bevat alle informatie die nodig is om een oordeel te kunnen vormen over het vermoeden van integriteitsschending. 3. De burgemeester biedt de onderzoeksrapportage aan de raad aan. 4. De rapportage wordt gelijktijdig aan de betrokken ambtsdrager aangeboden. 5. Wanneer de betrokken politiek ambtsdrager wethouder is, informeert de burgemeester ook het college over de onderzoeksrapportage. 6. De raad beoordeelt of het rapport aanleiding geeft om aangifte te doen of een motie in te dienen.

Besluitvorming Bij een vastgestelde schending van de integriteit kan tegen de betreffende politiek ambtsdrager of over de schending een motie worden aangenomen en/of aangifte bij de politie worden gedaan. Formulier registratie integriteitsschendingen 1. De vermoedens van schendingen, de aard van de daaropvolgende onderzoeken en de afdoeningen worden vastgelegd in het formulier 'registratie integriteitsschendingen'. 2. Jaarlijks wordt de raad schriftelijk geïnformeerd over het gevoerde integriteitsbeleid. Nazorg Het bestuur, de volksvertegenwoordiging en/of de politieke partij besteden aandacht aan de nazorg van de betrokken ambtsdrager en van het bestuursorgaan in brede zin. Toelichting stappenplan onderzoek en registratie integriteitsschendingen politiek ambtsdragers Algemeen Als u een vermoeden heeft, dat een collega politiek ambtsdrager zich mogelijk schuldig maakt aan een integriteitsschending, dan kunt u afwegen of u zelf contact opneemt met deze persoon. Er zou immers wellicht sprake kunnen zijn van een misverstand of onwetendheid. Mocht de gedraging zich daarvoor niet lenen, of u kiest er om andere redenen niet voor om het gesprek met de bestuurder aan te gaan, dan kunt u conform dit stappenplan een melding doen. In gevallen waarbij het gedrag van een politiek ambtsdrager aan de orde komt, vindt na een eerste screening door de burgemeester (d.m.v.

een vooronderzoek) in de meeste gevallen bespreking plaats in het presidium. In gevallen waarbij het gedrag van de burgemeester aan de orde komt, dan treedt een raadslid die door het presidium daartoe is aangewezen bijvoorbeeld de plaatsvervangend voorzitter van de raad - in de plaats van de burgemeester bij alle te zetten stappen in het stappenplan. Enkel als de burgemeester concludeert dat geen feitenonderzoek nodig is en de melder en betrokken politieke ambtsdrager zijn het daarmee eens, vindt geen verder vervolg plaats. Het is ook mogelijk te kiezen voor bespreking in de raad. Daarvoor is in casu echter niet gekozen. Om de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene zo veel mogelijk te waarborgen, en de kans op onnodige beschadiging daarvan te beperken, is het van belang de kring van ingelichte personen zo klein mogelijk te houden. Daarom wordt ervoor gekozen de kwestie eerst alleen vertrouwelijk in het presidium te bespreken. In een later stadium, bijvoorbeeld als is besloten tot het instellen van een feitenonderzoek en de uitkomst daarvan kan worden gedeeld, vindt wel bespreking in de raad plaats. Voor de algemeen directeur en de griffier geldt de ambtelijke gedragscode. Melding In dit stappenplan wordt ervan uitgegaan dat de burgemeester verantwoordelijk is voor het behandelen van de melding van integriteitsschendingen door politiek ambtsdragers.

De burgemeester kan door een melding, door eigen waarneming of door berichtgeving van buiten de organisatie kennis nemen van een vermeende integriteitsschending. In voorkomende geval zal hij/zij dienen te beslissen of de bij hem/haar bekend geworden informatie aanleiding is om:

- een vooronderzoek te (laten) verrichten; - een feitenonderzoek te (laten) verrichten; - aangifte te doen. Is sprake van een melding, waarneming of berichtgeving over een vermeende integriteitsschending door de burgemeester, dan vindt overleg plaats met de Commissaris van de Koning in de provincie Noord-Holland en wordt een aangepast stappenplan geformuleerd. Vooronderzoek Feiten en omstandigheden zoals die bekend worden aan de burgemeester, zijn niet altijd zonder meer aanleiding een feitenonderzoek in te stellen. Het starten van een feitenonderzoek heeft grote gevolgen voor zowel de betrokkenen als de organisatie. Daarom doet de burgemeester een eerste screening, een vooronderzoek, om het voorhanden zijnde feitenmateriaal te analyseren (de melder of betrokkene kan bijvoorbeeld worden gehoord), alvorens eventueel te concluderen of een feitenonderzoek wel of niet nodig is. Hiermee kan ondervangen worden, dat de melding gebaseerd blijkt te zijn op niet op waarheid gestoelde geruchten. Van het vooronderzoek wordt altijd een rapport van bevindingen opgesteld. Als de burgemeester vindt dat geen feitenonderzoek nodig is, meldt hij dat aan de melder en aan de betrokken politieke ambtsdrager. Deze zijn dan in de gelegenheid om een verzoek te doen aan bij het presidium.

Wanneer het vooronderzoek hiertoe aanleiding geeft, kan in aansluiting op het vooronderzoek een feitenonderzoek worden ingesteld of aangifte worden gedaan. Als het vermoeden bestaat dat opzettelijk een valse beschuldiging heeft plaatsgevonden (bijvoorbeeld uit rancune), kan de persoon die het betreft daarvan aangifte doen (laster/smaad). Feitenonderzoek Door eigen waarneming of door een signaal van binnen of buiten de organisatie kan er aanleiding zijn voor een vermoeden van een integriteitsschending. Naar aanleiding van een vermoeden van een integriteitsschending kan de burgemeester genoodzaakt zijn aan het presidium voor te leggen dat zijns inziens een feitenonderzoek ingesteld dient te worden. In een feitenonderzoek wordt het waarheidsgehalte van signalen en/of vermoedens beoordeeld door na te gaan of deze op redelijke grond zijn gebaseerd. Concreet betekent dit dat een onderzoek wordt ingesteld naar de handelwijze van betrokkene. Betrokkenen en/of getuigen kunnen gehoord worden en eventueel andere onderzoeksmethoden kunnen worden aangewend om alle relevante feiten omtrent het vermoeden van de integriteitsschending in kaart te brengen. Er is een verschil in de onderzoeksmethoden die door de gemeente en door justitie kunnen worden gehanteerd.

Interne onderzoekscommissie De burgemeester - het presidium gehoord hebbende - kan besluiten naar aanleiding van de integriteitsschending een interne onderzoekscommissie in te stellen. Een interne commissie bestaat uit minstens twee personen. Dat zijn de burgemeester en een vertegenwoordiger namens het presidium. De burgemeester en het presidium bepalen welke persoon of personen worden belast met de ambtelijke ondersteuning van de onderzoekscommissie. Hiervan maakt in ieder geval de griffier onderdeel uit, tenzij de griffier onderwerp van onderzoek is. De commissie kan een multidisciplinair team samenstellen waarin de benodigde kennis en expertise met het doen van feitenonderzoek aanwezig is. Hierbij kan worden gedacht aan

juridische, financiële of ICT-expertise van buiten de organisatie. Dit is ook zinvol in verband met de benodigde objectiviteit en onafhankelijkheid bij het doen van het feitenonderzoek. Het instellen van een interne onderzoekscommissie zal niet altijd mogelijk of wenselijk zijn. Met name als geen voldoende en/of geschikte mensen hiervoor te vinden zijn of als de afstand tussen de interne onderzoekers en de betrokkenen te klein is om een voldoende objectief onderzoek te garanderen. Dit kan immers leiden tot (politieke) spanningen en verstoorde verhoudingen in de toekomst. Externe onderzoekscommissie De burgemeester kan daarom in overleg met het presidium kiezen voor een externe onderzoekscommissie. Het laten verrichten van het onderzoek door een externe partij (zoals een forensisch accountant of een particulier recherchebureau) is een manier om voldoende onderzoekscapaciteit, kennis en expertise te verkrijgen. Wel moet rekening worden gehouden met de consequenties die de commerciële achtergrond van een externe partij met zich meebrengt. Procedures omtrent de wijze van onderzoek door een externe partij kunnen op sommige punten afwijken van relevante regelgeving binnen de overheid. Een forensisch accountant doet bijvoorbeeld geen onderzoek, wanneer de betrokkene niet mee wenst te werken.

Opdrachtverstrekking Het besluit wie het onderzoek naar de integriteitsschending zal uitvoeren, is afhankelijk van de aard integriteitsschending, de benodigde onafhankelijkheid, de benodigde objectiviteit en aanwezige kennis en expertise. Afhankelijk van deze factoren kan het feitenonderzoek worden uitgevoerd door een interne commissie, een externe commissie of een externe partij (bijvoorbeeld: een forensisch accountant of een particulier recherchebureau). In de opdrachtverstrekking met een externe partij dient aandacht te worden besteed aan de lengte en intensiteit van het onderzoek. Gedurende het proces dient dit te worden gecontroleerd en zo nodig worden bijgestuurd. Aandachtspunt hierbij is dat voor veel organisaties met weinig ervaring op het gebied van feitenonderzoek het moeilijk is in te schatten hoe lang een onderzoek zal duren en hoeveel mankracht hiervoor nodig is. Dit bemoeilijkt het maken van concrete afspraken tussen opdrachtgever en de externe partij. Een externe partij heeft minder zicht op de interne verhoudingen en ontwikkelingen binnen een organisatie. Voordeel van het inhuren van een externe partij is dat wellicht minder druk kan worden uitgeoefend op de onderzoeker. De burgemeester komt na overleg met het presidium schriftelijk een onderzoeksopdracht met de gekozen onderzoekers overeen. De opdrachtverstrekking bevat ten minste de volgende punten. a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16144036/1