Was Wordt document verordening
Tekst van het document
Was/Wordt document Verordening Woonlastenfonds Enkhuizen 2006 Was
Wordt
Toelichting
Artikel 1 lid 1 onder b
Artikel 1 lid 1 onder b
Het begrip zelfstandige huurwoning was niet gedefinieerd. Nu is de definitie uit het betreffende artikel in de Wet op de huurtoeslag toegevoegd.
b. rechthebbende: de persoon, die als huurder van een zelfstandige woning: Artikel 1 lid 1 onder b punt iii als rechthebbende met alle eventuele medebewoners ingeschreven staat in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente op het adres, waarvoor subsidie aangevraagd of ontvangen wordt. Artikel 1 lid 1 onder d d. vermogen: het vermogen zoals is vastgelegd in paragraaf 3.4 van de Wet werk en bijstand tot een voor het Woonlastenfonds bepaalde maximale hoogte.
b. rechthebbende: de persoon die: i. huurder van een zelfstandige woning zoals bepaald in artikel 1 onder k van de wet en; Artikel 1 lid 1 onder b punt iiii als rechthebbende met alle eventuele medebewoners ingeschreven staat in de Gemeentelijke basisadministratie (GBA) van de gemeente op het adres, waarvoor subsidie aangevraagd of ontvangen wordt. Artikel 1 lid 1 onder d d. vermogen: het vermogen zoals is vastgelegd in artikel 34 van de Participatiewet tot een voor het Woonlastenfonds bepaalde maximale hoogte.
Artikel 5 lid 1
Artikel 5 lid 1
Geen bijdrage in de huurlasten wordt toegekend als het rekeninkomen meer bedraagt dan 120% van het sociaal minimum.
Geen bijdrage in de huurlasten wordt toegekend als het rekeninkomen meer bedraagt dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm als genoemd in artikel 21, 22 en 22a van de Participatiewet.
Artikel 5 lid 2 Het college stelt jaarlijks het maximale rekeninkomen vast.
Dit lid is vernummerd. Daarnaast is de Gemeentelijke basisadministratie veranderd naar de Basisregistratie personen. Dit betreft hetzelfde systeem maar de benaming hiervoor is in januari 2014 al veranderd. De Wet werk en bijstand is per 1 januari 2015 veranderd naar de Participatiewet. De verwijzingen naar de artikelen van de Wet werk en bijstand zijn omgezet naar de desbetreffende artikelen van de Participatiewet. In de praktijk werd er al uitgegaan van de normen vanuit de Participatiewet. Door deze artikelen op te nemen is het duidelijker welke inkomensgrens er wordt bedoeld. Sociaal minimum kan verkeerd geïnterpreteerd worden. In de praktijk werd er al uitgegaan van de normen vanuit de Participatiewet. Dit artikellid is verwijderd. Het college stelt niet jaarlijks het maximale rekeninkomen vast. Dit
Artikel 6 lid 1 en 2
Artikel 6 lid 1 en 2
1. Geen bijdrage in de huurlasten wordt toegekend als het rekenvermogen meer bedraagt dan de van toepassing zijnde vermogensgrens zoals genoemd in de Wet werk en bijstand. 2. Deze zijn voor een: a. eenpersoonshuishouden: artikel 34 lid 3 sub a Wet werk en bijstand; b. meerpersoonshuishouden: artikel 34 lid 3 sub c Wet werk en bijstand; c. eenpersoonsouderenhuishouden: artikel 34 lid 3 sub a Wet werk en bijstand; d. meerpersoonsouderenhuishouden: artikel 34 lid 3 sub c Wet werk en bijstand.
1. Geen bijdrage in de huurlasten wordt toegekend als het rekenvermogen meer bedraagt dan de van toepassing zijnde vermogensgrens zoals genoemd in artikel 34 van de Participatiewet. 2. Deze zijn voor een: a. eenpersoonshuishouden: artikel 34 lid 3 sub a Participatiewet; b. meerpersoonshuishouden: artikel 34 lid 3 sub c Participatiewet; c. eenpersoonsouderenhuishouden: artikel 34 lid 3 sub b Participatiewet; d. meerpersoonsouderenhuishouden: artikel 34 lid 3 sub a of sub c Participatiewet.
Artikel 8 lid 3 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij controle gegevens omtrent het inkomen, het vermogen en de samenstelling van het huishouden op te vragen bij de Belastingdienst, de werkgever, uitkeringsinstantie en de GBA.
Artikel 8 lid 3 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij controle gegevens omtrent de samenstelling van het huishouden de GBA te raadplegen.
wordt vastgesteld door de Participatiewet. In de uitvoering werd dit ook niet gedaan. De Wet werk en bijstand is per 1 januari 2015 veranderd naar de Participatiewet. De verwijzingen naar de artikelen van de Wet werk en bijstand zijn omgezet naar de desbetreffende artikelen van de Participatiewet. In de praktijk werd er al uitgegaan van de normen vanuit de Participatiewet. Gezien de kostendelersnorm in 2015 zijn intrede in de Participatiewet heeft gedaan kan bij een meerpersoonshuishouden vanuit de wet op de huurtoeslag sprake zijn van de vermogensgrens voor een alleenstaande of van gehuwden/samenwonenden. Daarom zijn er bij lid 2 onder d twee opties. De mogelijkheid om gegevens op te vragen bij de werkgever, Belastingdienst en uitkeringsinstantie is uit dit artikel gehaald. Vroeger was dit mogelijk. Tegenwoordig heb je hier systemen voor waar deze gegevens in te zien zijn. Deze systemen mogen voor een gemeentelijke regeling, vanwege de nieuwe privacywetgeving, niet geraadpleegd worden. Informatie om de aanvraag te beoordelen
2/6
Artikel 10 lid 1 en lid 2 1. Als een aanvraag is ingediend tot en met 31 augustus, kan deze worden toegekend per 1 juli. 2. Als een aanvraag is ingediend op 1 september of later, kan deze worden toegekend op de eerste dag van de kalendermaand waarin de aanvraag is ingediend.
Artikel 10 lid 1
Artikel 10 lid 3
1. De toekenningsperiode loopt van 1 juli van het desbetreffende kalenderjaar tot en met 30 juni van het daarop volgende kalenderjaar. a. Als een aanvraag is ingediend voor 31 augustus, kan deze worden toegekend per 1 juli. b. Als een aanvraag is ingediend op 1 september of later, kan deze worden toegekend op de eerste dag van de kalendermaand waarin de aanvraag is ingediend. Artikel 10 lid 2
Om te bepalen of er recht bestaat op een bijdrage uit het Woonlastenfonds, is de situatie op 1 juli van het desbetreffende kalenderjaar bepalend.
Om te bepalen of er recht bestaat op een bijdrage uit het Woonlastenfonds, is de situatie op datum aanvraag bepalend.
Artikel 10 lid 4
Geschrapt
moet worden aangeleverd door de aanvrager zelf. Lid 1 en 2 zijn samengevoegd tot 1 lid. De formulering van dit lid is aangepast ter verduidelijking.
1 juli is veranderd naar datum aanvraag. De uitvoering komt dan overeen met de regels. Als de aanvraag wordt ingediend wordt op er gekeken wat op datum aanvraag de situatie is en of er recht bestaat. Wanneer er 1 juli blijft staan zou het zo zijn dat wanneer iemand in november een aanvraag indient en dan geen recht heeft, hij het alsnog wel kan krijgen omdat er op 1 juli recht bestond. Dit is niet de bedoeling van de regeling en komt ook niet overeen met de jaren lange uitvoeringspraktijk. Dit lid is naar aanleiding van de aanpassing van lid 3 overbodig.
Indien op 1 juli geen recht bestaat op een bijdrage uit het Woonlastenfonds, is de situatie op de eerste dag van de kalendermaand waarin wel recht is op een bijdrage uit het
3/6
Woonlastenfonds bepalend. Artikel 10 lid 5 Indien ingevolge het derde of vierde lid recht bestaat op een bijdrage uit het Woonlastenfonds, dan geldt dit recht tot en met 30 juni daaropvolgend. Artikel 10 lid 6 Lid 5 is niet van toepassing indien de aanvrager de woning waarvoor een bijdrage is toegekend, verlaat. Het recht op een bijdrage wordt beëindigd met ingang van de dag dat geen recht meer is op Huurtoeslag of woonkostentoeslag voor huurders of de dag dat aanvrager niet meer staat ingeschreven op het adres waarvoor een bijdrage wordt toegekend.
Geschrapt
Dit lid is overbodig geworden. Deze informatie is verwerkt in het nieuwe lid 1 van artikel 10.
Artikel 10 lid 3 Het recht op een bijdrage wordt beëindigd met ingang van de dag dat aanvrager niet meer voldoet aan de in deze verordening gesteld voorwaarden.
De eerste zin van dit lid is verwijderd. Deze zin leverde veel verwarring op en impliceerde dat het Woonlastenfonds alleen in specifieke gevallen kan worden beëindigd. Het lid is nu duidelijker omschreven met inbegrip van alle reden voor beëindiging. In de praktijk werd dit ook al zo uitgevoerd. In artikel 16 van de Wet op de huurtoeslag wordt niet verwezen naar de ministeriele regeling. Artikel 16 heeft ook geen lidnummers. Derhalve is dit uit artikel 11 gehaald. Het begrip ‘kwaliteitskortingsgrens’ wordt in dit artikel voor het eerst genoemd. Toegevoegd is waar de kwaliteitskortingsgrens in de wet op de huurtoeslag staat. Dit verduidelijkt wat er met dit begrip wordt bedoeld.
Artikel 11 Voor de vaststelling van de bijdrage wordt voor de hoogte van de basishuur dat bedrag genomen, dat gelijk is aan de basishuur voor de laagste inkomensklasse in de, op artikel 16 lid 2 van de wet gebaseerde, ministeriële regeling.
Artikel 11 Voor de vaststelling van de bijdrage wordt voor de hoogte van de basishuur dat bedrag genomen zoals omschreven in artikel 16 van de wet.
Artikel 12 lid 6
Artikel 12 lid 6
Ligt de rekenhuur boven de kwaliteitskortingsgrens dan wordt de bijdrage uit het woonlastenfonds verminderd met 10% van het verschil tussen de rekenhuur en de kwaliteitskortingsgrens.
Ligt de rekenhuur boven de kwaliteitskortingsgrens als genoemd in artikel 20 van de wet, dan wordt de bijdrage uit het woonlastenfonds verminderd met 10% van het verschil tussen de rekenhuur en de kwaliteitskortingsgrens. Artikel 13 lid 2 Indien de aanvraag is behandeld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enkhuizen wordt de bijdrage uit het Woonlastenfonds maandelijks uitbetaald aan de aanvrager.
Artikel 13 lid 2 Indien de aanvraag is behandeld door de gemeente Enkhuizen wordt de bijdrage uit het Woonlastenfonds maandelijks uitbetaald aan de rechthebbende.
Toegevoegd is: ‘het college van burgemeester en wethouders’ Het woord rechthebbende is veranderd naar aanvrager. Dit is dezelfde persoon als rechthebbende. Echter wordt er in de rest van de artikelen gesproken
4/6
Hoofdstuk 6 slotbepalingen
Artikel 14 Beëindiging Woonlastenfonds 1. Het Woonlastenfonds wordt over de periode van 1 juli 2023 tot 1 juli 2027 afgebouwd. 2. De te verstrekken bedragen uit het Woonlastenfonds zullen jaarlijks in gelijke delen worden verlaagd, waarbij inwoners het volgende ontvangen: a. 1 juli 2023 tot 1 juli 2024: 75% van de totale bijdrage; b. 1 juli 2024 tot 1 juli 2025: 50% van de totale bijdrage; c. 1 juli 2025 tot 1 juli 2026: 25% van de totale bijdrage; d. 1 juli 2026 tot 1 juli 2027: 0% van de totale bijdrage; 3. Inwoners die vóór 1 juli 2023 niet eerder het Woonlastenfonds hebben ontvangen kunnen na 1 juli 2023 geen beroep doen op een bijdrage vanuit het Woonlastenfonds. Hoofdstuk 7 slotbepalingen
over aanvrager. Dit is daarom gelijk getrokken. Dit artikel is toegevoegd. In dit artikel staat de afbouwregeling beschreven.
Door het toevoegen van artikel 14 zijn de navolgende hoofdstukken en artikelen vernummerd. Artikel 16 Artikel 16 Intrekking De oude verordening wordt De Verordening Woonlastenfonds gemeente Enkhuizen De Verordening Woonlastenfonds gemeente ingetrokken. De datums zijn 1999 wordt per 1 juli 2006 ingetrokken. Enkhuizen 2006 wordt per datum gewijzigd. inwerkingtreding Verordening Woonlastenfonds gemeente Enkhuizen 2022 ingetrokken. Artikel 17 Artikel 17 Het jaartal in de tenaamstelling is Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening Deze verordening kan worden aangehaald als gewijzigd. Woonlastenfonds 2006. Verordening Woonlastenfonds gemeente Enkhuizen 2022. Artikel 18 Artikel 18 De datum van inwerkingtreding van Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli Deze verordening treedt in werking met ingang de verordening is gewijzigd.
5/6
2015.
van de dag van publicatie. Artikel 19 Vervaldatum Deze verordening vervalt per 1 juli 2027 van rechtswege.
Artikel 19 is toegevoegd. Hiermee vervalt de verordening van rechtswege en hoeft de verordening bij beëindiging van het Woonlastenfonds niet officieel te worden ingetrokken.
6/6