CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststelling Verordening maatschappelijke ondersteuning 2025 - raadsBESLUIT

commissie Sociaal Domein, Financiën en Bedrijfsvoering 3 juni 2025, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Vaststelling Verordening WMO 2025 Enkhuizen11.727 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

de eigen bijdrage is verschuldigd tot en met de maand waarin het stopmoment valt. Artikel 6.6 Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen 1. Aan een persoon met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum en die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben wordt een tegemoetkoming verstrekt ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie als bedoeld in artikel 2.1.7 van de wet. 2. De tegemoetkoming wordt één keer per kalenderjaar op aanvraag toegekend. 3. De aanvrager moet in het kalenderjaar van aanvraag aan minstens één van de volgende voorwaarde voldoen: a. een bijdrage betalen voor een maatwerkvoorziening of pgb in het kader van de wet; of b. een bijdrage betalen in het kader van de Wlz; of c. in de voorafgaande twee kalenderjaren het volledig eigen risico van de zorgverzekering hebben betaald. 4. Een persoon die niet voldoet aan de inkomenseis zoals genoemd in het eerste lid, komt voor een tegemoetkoming in aanmerking indien hij in het betreffende kalenderjaar door de hoge zorgkosten beneden de inkomensgrens van 120% zakt. 5. Een persoon die niet voldoet aan de voorwaarden zoals genoemd in het derde lid, komt voor een tegemoetkoming in aanmerking als hij aantoonbare hoge zorgkosten heeft. 6.

Personen die in het desbetreffende kalenderjaar aanspraak kunnen maken op de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten van het UWV, komen niet in aanmerking voor de in dit artikel genoemde tegemoetkoming. 7. De tegemoetkoming wordt per jaar verstrekt en kan één keer per kalenderjaar worden aangevraagd. 8. Gehuwden of samenwonenden kunnen beiden in aanmerking komen voor deze tegemoetkoming. 9. Een aanvraag kan worden gedaan voor het geldende kalenderjaar. 10. De tegemoetkoming bedraagt € 250,00 per kalenderjaar.

Hoofdstuk 7 Toezichthouder en handhaving Artikel 7.1 Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen pgb's en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015

Pagina 17/21

Paraaf griffier:

1. Het college informeert cliënten of vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorzieningen of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2. Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet en/of een algemene voorziening zoals bedoeld in artikel 3.1 van deze verordening. 3. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet en/of een algemene voorziening zoals bedoeld in artikel 3.1 van deze verordening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de cliënt, of diens vertegenwoordiger/budgetbeheerder onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening, het pgb of algemene voorziening is aangewezen; c. de maatwerkvoorziening, het pgb of algemene voorziening niet meer toereikend is te achten; d.

de cliënt niet voldoet aan de maatwerkvoorziening, het pgb of algemene voorziening verbonden voorwaarden, of e. de cliënt de maatwerkvoorziening, het pgb of algemene voorziening niet of voor een ander doel gebruikt. 4. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 5. Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening, algemene voorziening of het ten onrechte genoten pgb. 6. Als het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken, kan het college deze voorziening terugvorderen. 7. Als het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan het college deze voorziening terugvorderen. 8. Het college kan periodiek onderzoek doen, al dan niet steekproefsgewijs, of: a. de cliënt nog op de maatwerkvoorziening is aangewezen; b. de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb nog toereikend is; c.

de cliënt nog voldoet aan de voorwaarden van de maatwerkvoorziening of het pgb; d. de verstrekte voorzieningen worden gebruikt dan wel besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze verstrekt zijn. 9. Teneinde uitvoering te geven aan de toezichthoudende taak als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wmo2015 verwerkt het college persoonsgegevens, waaronder mogelijk bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 9 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Artikel 7.2 Opschorting betaling uit het persoonsgebonden budget Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting van ten hoogste dertien weken van betalingen uit het pgb als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e van de wet. Artikel 7.3 Tegengaan van oneigenlijk gebruik en fraude Het college treft de nodige maatregelen om oneigenlijk gebruik van maatwerkvoorzieningen tegen te gaan en fraude te bestrijden. Tot deze maatregelen behoren in ieder geval: a. Het college zoekt waar mogelijk de samenwerking met organisaties die zich ook bezighouden met het tegengaan van oneigenlijk gebruik en fraude op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen; b.

Het college verricht zo nodig onderzoek bij zorgverleners van maatwerkvoorzieningen die een subsidie- of contractrelatie hebben met de gemeente of die ondersteuning verlenen op grond van een persoonsgebonden budget aan inwoners van de gemeente;

Pagina 18/21

Paraaf griffier:

c.

Het college maakt afspraken met aanbieders van voorzieningen over de facturatie, resultaatsturingen, accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties; d. Het college controleert, al dan niet steekproefsgewijs, of de gemaakte afspraken zoals genoemd in het voorgaande lid worden nagekomen; e. Het college kan nadere regels stellen. Artikel 7.4 Toezichthouder 1. Het college wijst met inachtneming van artikel 6.1 van de wet personen aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet. 2. Aanbieders verlenen alle medewerking aan de toezichthouder, die hij redelijkerwijs kan vragen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. 3. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de door het college gecontracteerde aanbieders en aanbieders die via een pgb worden betaald. 4. De toezichthouder adviseert aan het college, die vervolgens besluit over vervolgacties. 5. De toezichthouder informeert het college via een jaarverslag. 6. De toezichthoudend ambtenaar doet structureel onderzoek en onderzoek naar calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.

Hoofdstuk 8 Kwaliteit en Klachten Artikel 8.1 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning en c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken of een extern deskundig getoetst kwaliteitsmanagementsysteem. 2. Het college kan nadere regels stellen over verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen (waaronder persoonsgebonden budgetten), eisen met betrekking tot deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. 4.

Het college neemt in de contracten en subsidieafspraken met aanbieders op aan welke kwaliteitseisen de maatschappelijke ondersteuning moet voldoen. Hierbij sluit het college zoveel als mogelijk aan bij artikel 3.1 van de wet en de kwaliteits- en deskundigheidseisen die in de desbetreffende branche gelden. Artikel 8.2 Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden 1. Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst, stelt het college vast: a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met derde; of b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor: i. een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde, en ii. de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. 2. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a. overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c van de wet, en

Pagina 19/21

Paraaf griffier:

b. rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. 3. Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. de kosten van de beroepskracht; b. redelijke overheadkosten; c. kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d. reis en opleidingskosten; e. indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; f. overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. 4. Het college kan het eerste lid, onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een reële prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is in het tweede en derde lid. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad. Artikel 8.3 Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1. Het college hanteert het Regionaal Calamiteitenprotocol Wmo Westfriesland 2024 voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. 2.

Het college attendeert de aanbieder hierop en verwijst hierbij naar de toezichthoudend ambtenaar. 3. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. 4. De toezichthoudende instantie, bedoeld in artikel 6.1 van de wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. 5. Zowel gecontracteerde aanbieders als aanbieders die vanuit een pgb zorg leveren doen altijd melding van calamiteiten en geweld bij de toezichthouder. De verantwoordelijkheid van de aanbieder blijft om passende maatregelen te treffen ten aanzien van de melding en van het voorkomen van meldingen in de toekomst. 6. Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening. Artikel 8.4 Klachtregeling 1. Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van alle voorzieningen. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek en indien gewenst in overleg met de cliëntenraden.

Hoofdstuk 9 Inspraak Artikel 9.1 Betrekken van inwoners bij het beleid 1. Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend. 2. Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid over maatschappelijke ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 3. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de juiste informatie en ondersteuning om adequaat te kunnen deelnemen aan het overleg.

Hoofdstuk 10 Privacy

Pagina 20/21

Paraaf griffier:

Artikel 10 Privacy protocol Op de vastlegging en verwerking van persoonsgegevens op grond van deze verordening is het Privacy protocol Wmo Enkhuizen van toepassing, mits vastgesteld door het college.

Hoofdstuk 11 Slotbepalingen Artikel 11.1 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt of mantelzorger afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van de verordening tot bijzondere en onvoorziene nadelige gevolgen leidt. Artikel 11.2 Voorwaarden Het college kan aan het verstrekken van een voorziening voorwaarden verbinden, die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde voorziening. Artikel 11.3 Financieel besluit en nadere regels Het college stelt een financieel besluit en nadere regels vast. Hierin wordt de uitvoering van deze verordening, de omvang van verstrekking en de omvang van de eigen bijdrage meegenomen. Artikel 11.4 Indexering Het college kan jaarlijks per 1 januari een indexatie uitvoeren op de bedragen die zijn gebaseerd op deze verordening en het financieel besluit. In deze verordening en in het financieel besluit gemeente Enkhuizen is opgenomen voor welke bedragen dit geldt, welk prijsindexcijfer gehanteerd wordt en over welke periode van 12 maanden de index berekend wordt. Artikel 11.5 Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Enkhuizen 2020 wordt ingetrokken. 2.

Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Enkhuizen 2020, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. 3. Meldingen die zijn gedaan vóór 1 juli 2025 onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Enkhuizen 2020 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Enkhuizen 2025. 4. Van het in lid 3 gestelde kan ten gunste van de cliënt worden afgeweken. 5. Beslissing op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Enkhuizen 2020, geschiedt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Enkhuizen 2020 die ten aanzien van de desbetreffende zaak zijn rechtskracht behoudt. 6. Van het in lid 5 gestelde kan ten gunste van de cliënt worden afgeweken. Artikel 11.6 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2025. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Enkhuizen 2025 Aldus besloten door de raad van de gemeente Enkhuizen in zijn openbare vergadering van 24 juni 2025 . De raad voornoemd, de griffier,

de voorzitter,

J.N.M. Commandeur

J. Hoekstra-Sikkema

Pagina 21/21

Paraaf griffier:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15574168/2