CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststelling verordening GAC Enkhuizen 2022 - raadsVOORSTEL

gemeenteraad 21 december 2021, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Vaststelling verordening ruimtelijke kwaliteit Enkhuizen 2022 (akkoordstuk)1.511 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad Zaaknummer:

Vaststelling van de Verordening op de gemeentelijke Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Enkhuizen 2022 933925/Invoering Omgevingswet

Commissie: Raadsvoorstel:

7 december 2021. 9 november 2021.

Portefeuillehouder: Programma:

E. Heutink-Wenderich 7: Volkshuisvesting en ruimtelijke ontwikkeling

Karakter:

Besluitvormend

Onderwerp:

Bijlagen:

1. 2. 3. 4.

Verordening op de gemeentelijke Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Enkhuizen 2022 Toelichting op de verordening Ledenbrief VNG Implementatiehandleiding VNG

Voorgesteld besluit: 1. De Verordening op de gemeentelijk Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Enkhuizen 2022 vast te stellen. 2. De op grond van de Bouwverordening Enkhuizen, bijgewerkt t/m 14e wijziging 2010 en de Erfgoedverordening Enkhuizen 2010 benoemde leden worden geacht te zijn benoemd op grond van het onderhavige besluit. 3. De regels met betrekking tot de commissie in de Bouwverordening Enkhuizen, bijgewerkt t/m 14e wijziging 2010 en de Erfgoedverordening Enkhuizen 2010 komen te vervallen.

Inleiding De taken en bevoegdheden van de huidige monumenten- en welstandscommissies vervallen van rechtswege bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Om de advisering te kunnen continueren moet de gemeente vóór het inwerking treden van de Omgevingswet een nieuwe gemeentelijke adviescommissie instellen. Er is gekozen voor een commissie met een brede taak die zo vroeg mogelijk in ruimtelijke processen wordt geraadpleegd. Dit is in de lijn van de vrijwel unaniem aangenomen motie van de Tweede Kamer waarin wordt aangedrongen op een commissie met een brede adviestaak, die zoveel mogelijk aan de voorkant van ruimtelijke processen adviseert, en initiatiefnemers uitdaagt en inspireert. Mede naar aanleiding van deze motie is door de VNG in samenwerking met de betrokken ministeries, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit een Modelverordening opgesteld die bij het uitwerken van dit voorstel is gebruikt. Beoogd effect De verordening draagt bij aan de zorgplicht van de gemeente voor een gezonde, veilige leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Het beoogde maatschappelijke effect is een goede omgevingskwaliteit. Daarbij gaat het om het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap.

De verordening draagt bij aan de mogelijkheid om een initiatief op basis van integraal beleid te beoordelen. Hoe opener en uitnodigender de kaders en regels zijn, hoe meer behoefte er is aan interpretatie bij concrete ruimtelijke activiteiten. Bij interpretatieruimte is een zorgvuldige en deskundige motivering van de kant van de gemeente onontbeerlijk. Omdat de gemeente vaak ook als belanghebbend wordt gezien, is een onafhankelijk, deskundig kwaliteitsadvies in veel gevallen gewenst. Deskundigheid en onafhankelijkheid kunnen een rol spelen bij creëren van draagvlak en in procedures van bezwaar en beroep. De verwachting is dat een goede verankering van deze beginselen in de verordening – in lijn met de bestaande jurisprudentie over welstands- en monumentenadviezen – zal leiden tot een terughoudende toets van het commissieadvies in procedures van bezwaar en beroep.

1

-

De verschillende in de verordening onderscheiden adviesrollen kunnen worden ingezet om initiatiefnemers aan de voorkant van het proces te adviseren en uit te dagen om hun plannen met zo veel mogelijk kwaliteit en consensus te realiseren. Als het proces aan de voorkant goed wordt doorlopen is de verwachting dat de beoordelingsgerichte advisering als sluitstuk soepel zal verlopen. De werkwijze om vroeg in het proces te streven naar consensus, zal naar verwachting minder aanleiding geven tot bezwaar en beroep.

Beleidsvrijheid/ -ruimte (wettelijk kader) De wettelijke grondslag van deze verordening is te vinden in artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet en afdeling 17.2 van de Omgevingswet. Argumenten -

-

-

-

-

Beleidsneutraal: Deze verordening is een omzetting van de huidige situatie, gebaseerd op de bepalingen over de adviescommissie in de Bouwverordening en de Erfgoedverodening naar een situatie conform letter en geest van de Omgevingswet met betrekking tot de advisering over ruimtelijke kwaliteit (inclusief erfgoed). Het beleid op basis waarvan de advisering plaats zal vinden gaat vooralsnog ongewijzigd (beleidsneutraal) over bij invoering van de wet. Belang van erfgoed voor de gemeente Enkhuizen: Erfgoed is een kernwaarde van onze gemeente. We koesteren de ruimtelijke kwaliteit. Bij alle ontwikkelingen in de leefomgeving is het effect op erfgoed de eerste vraag. Daarom is deze commissie als adviseur van groot belang. Volgen VNG-modelverordening: Deze verordening volgt de Modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in samenwerking met de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit (FRK) en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Kern daarvan is dat de bestaande adviescolleges en eventuele andere adviseurs op het gebied van de omgevingskwaliteit in één samenhangend adviesstelsel worden opgenomen.

Belang van integraliteit: De Omgevingswet biedt de gemeente een kans om in het omgevingsplan te zorgen voor een betere en meer integrale inbedding en aansluiting van aspecten van ruimtelijke kwaliteit, zoals het uiterlijk van bouwwerken, het behoud van cultuurhistorische waarden, de identiteit van gebieden en de kwaliteit van het landschap. Het streven naar een goede omgevingskwaliteit moet worden gezien in samenhang met de andere doelen van de wet en andere aspecten van de fysieke leefomgeving. Om deze doelen te bereiken is het van belang dat de advisering door de commissie niet wordt beperkt tot ingrepen aan beschermde monumenten en het uiterlijk van bouwwerken. De commissie kan ook (zo nodig vroegtijdig) adviseren over de toepassing van beoordelingsregels in het omgevingsplan voor zover die te interpreteren open normen bevatten met betrekking tot de omgevingskwaliteit. Voortzetting samenwerking met MOOI Noord-Holland: In de verordening is opgenomen dat voor het secretariaat en de bemensing wordt samengewerkt met de Stichting MOOI Noord-Holland waarmee ook een dienstverleningsovereenkomst hiervoor is gesloten. De Stichting levert al geruime tijd diensten op het vlak van faciliteren, begeleiden, ondersteunen, coachen/opleiden van de gemeentelijke commissie(s). Deze samenwerking wordt gecontinueerd.

Kanttekeningen/ alternatieven Adviescommissie met alleen Rijksmonumententaak: Het is mogelijk om de adviestaken niet in één commissie onder te brengen maar in meerdere commissies of bij externe adviesorganen, waarbij de wettelijke gemeentelijke adviescommissie alleen de verplichte Rijksmonumententaak uitvoert. Hiervoor is niet gekozen omdat het niet in de geest is van de Omgevingswet en de hieruit voortvloeiende handreikingen van de VNG. Adviescommissie alleen bij beoordeling vergunningen: Ook is het mogelijk om de inzet en advisering door de commissie te beperken tot de laatste fase van het proces, namelijk de beoordeling van vergunningaanvragen. Hier is niet voor gekozen omdat dan de constructieve, vroege advisering door onafhankelijk deskundigen in de fase van opgaveformulering en ontwerpproces, bijvoorbeeld aan de Omgevingstafel, niet is geregeld. Adviesfunctie gemeenteraad bij vergunningen: Met deze verordening legt de gemeenteraad de taakstelling en de werkwijze van de commissie op hoofdlijnen vast. In een ander raadsbesluit legt de gemeenteraad vast voor welke vergunningplichtige buitenplanse activiteiten het college verplicht is om advies te vragen. De komende maanden zal de afstemming in de werkwijze nader vorm krijgen.

Afstemming met andere gemeenten in de regio: De huidige adviescommissie werkt samen met de adviescommissies van de gemeenten Stede Broec en Drechterland in één regionale

2

adviescommissie, gefaciliteerd door MOOI Noord-Holland. Deze werkwijze kan met deze nieuwe verordening gehandhaafd blijven. Draagvlak De verordening is tot stand gekomen in goed overleg met MOOI Noord-Holland met de intentie de huidige werkwijze te continueren. Er is dus geen bijzondere communicatie nodig, omdat de werkwijze niet zal veranderen. In de verordening (artikel 12) is opgenomen dat het door de commissie op te stellen Reglement van Orde zal worden gepubliceerd op de website van de gemeente. Op termijn is het van belang om initiatiefnemers te wijzen op de mogelijkheid om vroeg en breed advies te krijgen van de commissie. Dat zal gebeuren op de binnen de gemeente gebruikelijke manier. Planning, evaluatie en verantwoording Om de continuïteit van de werkzaamheden niet in gevaar te brengen wordt in dit voorstel uitgegaan van beleidsneutrale voortzetting. De op grond van de huidige Bouwverordening Enkhuizen en de Erfgoedverordening benoemde leden worden geacht te zijn benoemd op grond van dit besluit. De termijn van ten hoogste vier jaar loopt vanaf de datum van de benoeming op grond van de genoemde verordeningen (Bouwverordening Enkhuizen 2010 en de Erfgoedverordening Enkhuizen 2010). In de verordening is opgenomen dat de werkwijze van de gemeentelijke adviescommissie een keer in de vier jaar zal worden geëvalueerd.

Financiën Het overzetten van het bestaande adviesstelsel naar het regime onder de nieuwe wet levert naar verwachting geen toename op van de lasten voor de burger en de gemeente. De kosten van de vroege adviestaken, de opgavegerichte en de ontwerpgerichte advisering, zullen toenemen, maar er zijn inverdieneffecten te verwachten. De Tweede Kamer heeft zelfs de verwachting uitgesproken dat als de gemeentelijke adviescommissies erin slagen om initiatiefnemers aan de voorkant van het proces te adviseren en uit te dagen, het mogelijk wordt het klassieke beoordelingsgerichte welstandstoezicht geleidelijk af te bouwen. Het college beslist wanneer een adviesaanvraag wordt gedaan. De gemeente kan de advieskosten voor beoordelingsgerichte advisering beheersen door keuzes te maken wanneer advies aan de commissie wordt gevraagd. Zo kan bijvoorbeeld in geval in het omgevingsplan of in de beleidsnota criteria zijn opgenomen die voor één uitleg vatbaar zijn, afdoening zonder advies van de commissie plaatsvinden. Ook is ambtelijke afdoening bij niet-monumenten mogelijk bij plannen waar gelet op meer dan één vergelijkbaar geval de mening van de commissie als bekend mag worden verondersteld.

Enkhuizen, 9 november 2021 Burgemeester en wethouders van Enkhuizen De secretaris, De burgemeester,

Dhr. A.N. van den Bergh

Dhr. E.A. van Zuijlen

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10925728/1