CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellen Ingezetenschap raadslid - raadsVOORSTEL

gemeenteraad 28 oktober 2025, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Vaststellen ingezetenschap raadslid1.441 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:

Vaststellen Ingezetenschap raadslid 708899

Commissie: Raadsvergadering: 28 oktober 2025 Portefeuillehouder: Programma:

J. Hoekstra-Sikkema 1: Bestuur en ondersteuning

Karakter:

Besluitvormend

Bijlagen:

1. Schriftelijke waarschuwing voorzitter aan raadslid dd. 29 augustus 2025. 2. Verzoek dd. 2 september 2025 van het raadslid de waarschuwing te onderwerpen aan het oordeel van de gemeenteraad. 3. Overzicht feiten.

Voorgesteld besluit: Vast te stellen dat het raadslid G. Mazereeuw niet voldoet aan het vereiste voor het lidmaatschap van de raad van Enkhuizen, zoals genoemd in artikel 10 lid 1 Gemeentewet, te weten ingezetene te zijn van de gemeente Enkhuizen, en daarmee het oordeel van de voorzitter van de raad, zoals verwoord in de op 29 augustus 2025 gegeven schriftelijke waarschuwing, te bevestigen. Inleiding en bestuurlijke context Om raadslid te kunnen zijn geldt een aantal vereisten. Eén hiervan is dat een raadslid ingezetene is van de gemeente waarin hij raadslid is. Eind augustus is geconstateerd dat het raadslid G. Mazereeuw hieraan niet voldeed en ook niet heeft voldaan aan zijn wettelijke informatieplicht om de gemeenteraad hierover te informeren. De burgemeester heeft vervolgens een formele waarschuwing o.g.v. de Kieswet afgegeven met de dagtekening 29 augustus 2025 (bijlage 1). Dit nadat op 28 augustus 2025 het raadslid is gehoord door de voorzitter van de raad en griffier. Op 2 september 2025 heeft het raadslid per email gereageerd op de gegeven waarschuwing (bijlage 2) en verzoekt hij deze aan het oordeel van uw raad te onderwerpen.

In dat verzoek geeft het raadslid aan een onschuldige fout te hebben gemaakt en heeft hij meegedeeld dat hij zich per 13 mei 2025 heeft laten uitschrijven uit de basisregistratie personen (BRP) in de veronderstelling dat het hanteren van een postadres zou volstaan voor het functioneren als raadslid. Zodra kenbaar werd gemaakt dat het niet daadwerkelijk hebben van een woonadres in de gemeente leidt tot het van rechtswege vervallen verklaren van het raadslidmaatschap, heeft hij zich per 26 augustus 2025 opnieuw laten inschrijven op een adres in Enkhuizen. Het verzoek van het raadslid om de waarschuwing aan uw oordeel te onderwerpen is aanleiding dit raadsvoorstel aan u voor te leggen. Beoogd effect Doel van het raadsbesluit is het oordeel van uw raad over het feit dat het raadslid Mazereeuw in de situatie verkeert dat hij niet voldoet aan het wettelijk vereiste van ingezetenschap in Enkhuizen. Beleidsvrijheid / -ruimte (wettelijk kader) Een van de vereisten van het raadslidmaatschap is dat een raadslid ingezetene is van de gemeente waarin hij raadslid is (artikel 10 lid 1 Gemeentewet). Onder ingezetenen wordt verstaan: “zij die hun werkelijke woonplaats in de gemeente hebben” (artikel 2 Gemeentewet).

Bij het onderzoek geloofsbrieven, voorafgaande aan het toelaten van een lid tot de raad (artikel V4 Kieswet), wordt het vereiste van ingezetene getoetst op basis van een inschrijving in de 1

basisregistratie personen. Het raadslid dat als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, wordt geacht werkelijke woonplaats in de gemeente te hebben, tenzij het tegendeel wordt bewezen (artikel 3 Gemeentewet). Als een raadslid niet voldoet aan de eis van het ingezetenschap houdt hij op raadslid te zijn. Dit niet voldoen aan de eis moet onherroepelijk vast te komen staan (artikel X lid 1 Kieswet). Voor deze vaststelling dient een aantal stappen te worden doorlopen. De eerste is dat als een raadslid in een dergelijke situatie komt te verkeren, hij de raad hierover dient te informeren (artikel X 5 lid 1 Kieswet). Als die kennisgeving niet is gedaan, geldt artikel X5 lid 2 Kieswet. Dit betekent dat als de voorzitter van de raad van oordeel is dat een raadslid in een dergelijke situatie verkeert, het raadslid schriftelijk wordt gewaarschuwd. Het staat het raadslid vrij om deze brief uiterlijk op de achtste dag na dagtekening aan het oordeel van de raad te onderwerpen (artikel X5 lid 3 Kieswet). Centraal staat de vraag of het raadslid op het moment van de waarschuwing nog voldeed aan artikel 10 Gemeentewet, in samenhang met de artikelen 2 en 3 Gemeentewet en de artikelen X1 en X5 Kieswet. De beoordeling vindt plaats binnen het wettelijk kader dat het begrip “ingezetene” koppelt aan de werkelijke woonplaats.

De Kieswet schrijft een dwingende, procedurele route voor: waarschuwing door de voorzitter, beoordeling door de raad en – in voorkomend geval – beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De beleidsvrijheid is gering. Uw raad oordeelt aan de hand van de feiten of in het concrete geval sprake is van het hebben van het woonplaatsvereiste in de gemeente. Argumenten De relevante feiten (bijlage 3) laten het volgende beeld zien. In de periode van 13 mei tot en met 26 augustus 2025 stond het raadslid niet met een woonadres in de basisregistratie personen ingeschreven, maar slechts met een briefadres (dat geen woonfunctie heeft) binnen de gemeente. Op 26 augustus 2025 volgde een snelle herinschrijving op een woonadres in de gemeente, kort nadat door de voorzitter en griffier op de consequenties van het woonplaatsvereiste was gewezen. Op 4 september 2025 werd opnieuw aangifte gedaan om terug te keren naar het briefadres; die aangifte is niet verwerkt. Ten tijde van het peilmoment, 29 augustus 2025, was het raadslid niet ingeschreven en verbleef feitelijk buiten de gemeente, namelijk in het buitenland, en gaf het raadslid aan langere periodes buiten de gemeente te hebben verbleven in verband met vakantie. Het adresonderzoek op grond van de Wet basisregistratie personen (BRP) is gestart en heeft inmiddels geresulteerd in een voorgenomen besluit.

Hieruit is gebleken dat, ondanks herhaalde verzoeken om duidelijkheid te geven over de werkelijke woon- en verblijfplaats, het raadslid niet heeft gereageerd. Dit is aanleiding geweest om hem kenbaar te maken, middels een voorgenomen besluit, dat hij zal worden uitgeschreven uit de basisregistratie personen per 16 oktober 2025. Jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak hanteert consequent een feitelijkheidsbenadering: uiteindelijk is doorslaggevend waar iemand werkelijk woont, niet louter de formele inschrijving. Er zijn uitspraken waarin de BRP-inschrijving is gepasseerd, omdat feiten wezen op een werkelijke woonplaats elders, inclusief situaties waarin de betrokkene zelf verklaarde elders te wonen. Er is ook rechtspraak, waarin het beroep tegen het raadsbesluit werd gehonoreerd bij gebrek aan bewijs; dit onderstreept dat de raad zorgvuldig moet motiveren en hoor en wederhoor moet borgen. Met verwijzing naar het feitenrelaas stellen wij vast dat ten tijde van de schriftelijke waarschuwing, te weten 29 augustus 2025, het raadslid vanaf 13 mei 2025 niet woonachtig was in de gemeente Enkhuizen. Ook heeft het raadslid zelf verklaard, tijdens het digitale gesprek op 28 augustus jl., dat hij geen woonadres in de gemeente heeft en op dat moment al geruime tijd in het buitenland verblijft.

Voorts heeft hij zich, naar aanleiding van het contact met de voorzitter en griffier, per 26 augustus 2025 weer laten inschrijven op een adres in Enkhuizen om hierna, op 4 september 2025, weer het verzoek te doen om naar een post- c.q. briefadres te gaan.

2

Door de combinatie van de langdurige periode zonder woonadres, het daadwerkelijke verblijf buiten de gemeente op 29 augustus 2025 en de daaropvolgende poging opnieuw naar een briefadres te gaan, geeft aan dat zijn feitelijke verblijfplaats niet de gemeente Enkhuizen is. Deze omstandigheden wijzen niet op louter tijdelijke afwezigheid, maar op het ontbreken van een werkelijke woonplaats in de gemeente op het peilmoment. Ook nadien blijkt dat het raadslid niet reageert op vragen vanuit de afdeling burgerzaken over zijn woon- c.q. verblijfstatus. Alles afwegend is het aannemelijk dat het woonplaatsvereiste op 29 augustus 2025 niet was vervuld. Uw raad moet daarom, met inachtneming van hoor en wederhoor, een declaratoir besluit nemen op grond van artikel X 5 Kieswet dat het raadslid op het peilmoment niet voldeed aan artikel 10 Gemeentewet. Op basis van artikel X 1 Kieswet eindigt het raadslidmaatschap van rechtswege, zodra dit oordeel onherroepelijk is. Kanttekeningen De raad oordeelt of de waarschuwing van de voorzitter van de raad terecht is afgegeven. De beoordelingsruimte die de raad bij zijn oordeel heeft, sluit aan bij het karakter van de Kieswet.

Hierin is de verkiezing vertrekpunt voor het te volgen proces en is de beoordelingsruimte van de raad marginaal, zowel bij het toelaten van een raadslid (onderzoek geloofsbrieven) als een uitspraak over het voldoen aan de toelatingseisen nadien. Daarbij geldt dat tegen het raadsbesluit rechtsmiddelen openstaan en deze kunnen desgewenst worden aangewend om uiteindelijk de rechter een oordeel te laten vellen. Financiën Dit voorstel heeft financiële gevolgen. De geschatte kosten zijn tussen de € 10.000 en € 20.000. De gemeente moet de Wet uitvoeren op een zorgvuldige wijze. In dit geval is sprake van dwingend recht. Er is hier geen keuzemogelijkheid. De kosten komen ten laste van het begrotingsresultaat. Enkhuizen, 23 oktober 2025. De griffier,

De voorzitter,

J. A. Ruimschoot-Egthuijsen

J. Hoekstra-Sikkema

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16131329/1