CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toewijzingsverordening en Woonwagen- en standplaatsenbeleid Enkhuizen 2025 - raadsVOORSTEL

commissie Bestuur Openbare Orde en Veiligheid Erfgoed en Grondgebied 2 juni 2025, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Woonwagen- en standplaatsenbeleid en Toewijzingsverordening;1.423 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:

Woonwagen en standplaatsenbeleid 568437

2 juni 2025 Commissie : Raadsvergadering: 24 juni Portefeuillehouder: Programma:

J. Franx 7: Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Stedelijke vernieuwing

Karakter:

Besluitvormend

Bijlagen:

B1 – Woonwagen- en standplaatsenbeleid Enkhuizen 2025 B2 - Toewijzingsverordening woonwagenstandplaatsen Enkhuizen 2025 B3 - Beleidskader gemeentelijk woonwagen-en standplaatsenbeleid B4 - Wegwijzer gemeentelijk woonwagen-en standplaatsenbeleid B5 - Onderzoek-kosten-woonwagenstandplaatsen RB - Toewijzingsverordening en Woonwagen- en standplaatsenbeleid Enkhuizen 2025

Voorgesteld besluit: 1. Het Woonwagen- en standplaatsenbeleid Enkhuizen 2025 vast te stellen. 2. De Toewijzingsverordening woonwagenstandplaatsen Enkhuizen 2025 vast te stellen

Inleiding De gemeente Enkhuizen heeft als taak om te voorzien in passende huisvesting voor al haar inwoners, inclusief woonwagenbewoners. Jarenlang gold in veel gemeenten een zogenoemd 'uitsterfbeleid', waarbij vrijkomende standplaatsen niet werden vervangen. Dit heeft geleid tot een tekort aan standplaatsen en wachtlijsten. In Enkhuizen is momenteel één woonwagenlocatie aan de Kweekwal met zes standplaatsen, waarvan er één leegstaat. Uit een behoefte-inventarisatie in 2025 blijkt echter dat er behoefte is aan ten minste twaalf standplaatsen. In 2022 heeft de gemeenteraad unaniem de motie "Wensen Woonwagenbewoners" aangenomen, waarin werd verzocht om actief rekening te houden met de huisvestingsbehoefte van woonwagenbewoners. Daarnaast zijn er landelijke ontwikkelingen die het noodzakelijk maken om het beleid te herzien. Het Rijk heeft in 2018 het Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid vastgesteld, waarin gemeenten worden opgeroepen om een einde te maken aan het uitsterfbeleid en aantoonbare behoefte aan standplaatsen binnen een redelijke termijn in te vullen. Dit beleid is een directe invulling van deze opdracht. Parallel aan dit nieuwe beleid is ook een aparte toewijzingsverordening opgesteld. Hiermee wordt de toewijzing van standplaatsen juridisch verankerd.

Dit zorgt voor transparantie, rechtsgelijkheid en rechtszekerheid bij de verdeling van beschikbare standplaatsen. Beoogd effect Met dit beleid wordt beoogd: - Voldoende standplaatsen te realiseren zodat woonwagenbewoners in Enkhuizen gehuisvest kunnen blijven. - Woonwagencultuur en familieverbanden te behouden door te voorzien in standplaatsen die geschikt zijn voor de gemeenschap. - Transparantie te bieden in het toewijzingsbeleid, zodat objectieve en rechtvaardige toewijzing plaatsvindt.

1

Beleidsvrijheid / -ruimte (wettelijk kader) Op nationaal niveau is het beleidskader Woonwagen- en Standplaatsenbeleid (Ministerie BZK, 2018) van kracht. Hierin wordt benadrukt dat gemeenten de woonwagencultuur moeten respecteren en niet langer standplaatsen mogen verminderen zolang er behoefte bestaat. Gemeenten worden juist opgeroepen om in voldoende standplaatsen te voorzien en om woonwagenbewoning, ook in familieverband, mogelijk te maken. Eveneens relevant zijn diverse mensenrechtelijke uitspraken (o.a. van het College voor de Rechten van de Mens) die stellen dat woonwagenbewoners recht hebben op hun woonvorm. Discriminatie dient te worden voorkomen; een zekere voorrang voor deze groep (het afstammingsbeginsel) is geoorloofd mits anderen in beperkte mate ook kans kunnen maken, om uitsluiting te vermijden. Het voorliggende beleid volgt deze kaders door het afstammingsbeginsel toe te passen bij de toewijzing van standplaatsen, in lijn met jurisprudentie. Wat betreft wetgeving verplicht de Woningwet gemeenten tot een evenwichtig woonbeleid en vraagt de Huisvestingswet om aandacht voor bijzondere doelgroepen. Door dit beleid en de verordening vast te stellen, krijgt woonwagenhuisvesting een expliciete plaats in het gemeentelijk woonbeleid van Enkhuizen.

De gemeenteraad is bevoegd dit beleidskader vast te stellen in het kader van zijn volkshuisvestelijke taak en controlerende rol. Eerdere besluitvorming (zoals de genoemde motie uit 2022) heeft richting gegeven aan dit voorstel. Met dit raadsbesluit geeft de raad invulling aan zijn verantwoordelijkheid om te zorgen voor inclusiviteit in het woonbeleid, conform landelijke richtlijnen en lokale behoeften. De gemeenteraad is daarnaast op grond van artikel 149 van de Gemeentewet bevoegd om verordeningen vast te stellen. De Toewijzingsverordening woonwagenstandplaatsen Enkhuizen 2025 is een uitwerking van het beleidskader en geeft uitvoering aan artikel 2 van de Huisvestingswet 2014. Argumenten Het voorliggende beleid en verordening beschrijft op welke wijze Enkhuizen de komende jaren zal voorzien in voldoende standplaatsen voor woonwagens, hoe deze standplaatsen worden toegewezen, en onder welke voorwaarden dit gebeurt. Kort samengevat voorziet het beleid in: -

-

Uitbreiding van standplaatsen: op basis van de behoeftepeiling wordt uitgegaan van het realiseren van 12 nieuwe standplaatsen binnen een redelijke termijn. Deze uitbreiding vindt bij voorkeur plaats op één nieuwe locatie (maximaal 12 standplaatsen op één terrein, passend bij de schaal van Enkhuizen). De locatie De Gouw is in beeld als mogelijk geschikte plek, aangezien de gemeente daar zelf grondeigenaar is en dit terrein ruimte biedt voor genoemde uitbreiding. Het beleid legt vast dat afbouw van het aantal standplaatsen niet aan de orde is zolang er behoefte bestaat; integendeel, er wordt actief uitgebreid om aan de vraag te voldoen. Randvoorwaarden: het beleid somt tevens randvoorwaarden op voor de uitvoering. Zo mag een nieuwe locatie niet meer dan 12 standplaatsen omvatten (conform landelijk advies om kleinschaligheid te bewaren) en moeten locaties voldoen aan (brand)veiligheidsvoorschriften en stedenbouwkundige inpassing. Ook is vastgelegd dat periodiek de behoefte opnieuw wordt geïnventariseerd en het beleid daarop zo nodig wordt aangepast.

Kanttekeningen / alternatieven Bij het ontwikkelen van het voorgestelde beleid zijn verschillende alternatieven overwogen. Hieronder worden de meest relevante alternatieven benoemd, met argumentatie waarom deze niet zijn gekozen:

2

-

Geen nieuw beleid opstellen: dit zou betekenen dat de gemeente niets extra’s doet voor woonwagenstandplaatsen, behoudens het huidige beheer van de bestaande locatie. Dit is afgewezen omdat het in strijd is met landelijke richtlijnen en niet tegemoetkomt aan de lokale behoefte. Het uitsterfbeleid uit het verleden is niet langer geoorloofd; juist actief beleid is vereist. Handhaving van de status quo zou de huidige woonwagenbewoners in de kou laten staan en bovendien de motie van de raad naast zich neerleggen. Dit alternatief is daarom onacceptabel gebleken.

-

Erfpacht of huurkoop: in plaats van verkoop in volle eigendom kan de gemeente ook kiezen voor erfpacht (waarbij de grond eigendom van de gemeente blijft en de bewoner een erfpachtcanon betaalt) of voor een huur-koopconstructie (waarbij men via huur spaart naar eigendom). Er is echter gebleken dat erfpacht weinig draagvlak heeft bij de doelgroep; woonwagenbewoners hechten aan volledige eigendom en zien erfpacht niet als een volwaardige oplossing. Daarnaast verschillen erfpacht en directe koop juridisch niet veel als het gaat om het kunnen stellen van verkoopvoorwaarden – in beide gevallen moeten via contracten afspraken worden gemaakt om bijvoorbeeld ongewenste doorverkoop te voorkomen. Om die reden is ervoor gekozen direct voor koop te gaan in plaats van erfpacht, met het bedingen van voorwaarden in de koopakte. Ook een huur-koopvariant is bewust niet ingevoerd, omdat dit als complex en risicovol wordt beschouwd. Het beleid houdt de scheidslijn duidelijk: óf een standplaats is huur (blijft eigendom van de corporatie), óf de standplaats wordt verkocht (eigendom bewoner), zodat iedereen weet waar hij aan toe is en beheer en verantwoordelijkheid helder zijn.

Bij het aanbieden van standplaatsen in koop eigendom neemt de gemeente wel maatregelen om de doelgroepbinding te behouden. Zo wordt bekeken welke bedingen nodig zijn, bijvoorbeeld een regeling van eerste recht van terugkoop voor de gemeente als de eigenaar wil verkopen. Hoewel dergelijke afspraken niet waterdicht zijn, geven ze de gemeente een instrument om te voorkomen dat standplaatsen bij speculatie of verkoop “weglekken” naar niet-doelgroepbewoners. Draagvlak Vanaf de start is er overleg gevoerd met woonwagenbewoners en geïnteresseerden in standplaatsen. Hun input was van belang om inzicht te krijgen in de specifieke wensen en behoeften, zoals de voorkeur voor familiebinding op één locatie en een eerlijk en inzichtelijk toewijzingssysteem. Om de expertise van buitenaf te benutten, is tevens een externe specialist ingeschakeld die ervaring heeft met woonwagenbeleid in andere gemeenten. Dit heeft geleid tot een breed gedragen beleidsvoorstel dat niet alleen recht doet aan de doelgroep, maar ook praktisch uitvoerbaar is. Planning, evaluatie en verantwoording Na de vaststelling van het beleid en de toewijzingsverordening wordt het direct gepubliceerd en gecommuniceerd. De gemeente start vervolgens met de praktische uitvoering, waarbij de uitbreiding van standplaatsen wordt onderzocht in samenwerking met relevante partners.

Om te waarborgen dat het beleid blijft aansluiten op de behoeften van de doelgroep, zal er in 2030-2032 een nieuwe behoeftepeiling plaatsvinden. Op basis van de uitkomsten daarvan kan het beleid zo nodig worden herzien en geactualiseerd. Financiën Hoewel de vaststelling van dit beleid op zichzelf geen directe financiële consequenties heeft, zullen bij de uitvoering wel kosten gemoeid zijn. De realisatie van extra standplaatsen vereist investeringen in infrastructuur en (mogelijke) grondaankoop, en mogelijk samenwerking met externe partijen voor de daadwerkelijke bouw en exploitatie. In de vervolgfase zal worden

3

onderzocht hoe deze kosten het best kunnen worden gedekt en welke subsidiemogelijkheden hiervoor beschikbaar zijn. Ook zal de gemeente, indien de locatie Kweekwal wordt verlaten (na verhuizing bewoners naar de nieuwe locatie), een besluit nemen over de toekomst van de Kweekwal en mogelijk herbestemming in overweging nemen. Enkhuizen , 13 mei 2025. Burgemeester en wethouders van Enkhuizen De secretaris, De burgemeester,

R. van Reijswoud

J. Hoekstra-Sikkema

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15576951/2