CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsonderzoek Participatiewet Eindrapportage

gemeenteraad 28 september 2021, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Eindrapportage participatiewet5.807 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gebalanceerde dienstverlening Participatiewet Raadsonderzoek Participatiewet

Eindrapportage 21 december 2020 In opdracht van gemeenteraad Enkhuizen Onderzoeksteam RadarAdvies: Hannie Dekker & David Sondorp

Inhoud 1.

Inleiding

3

2.

Oriëntatie: De Enkhuizense situatie

5

3.

Bestandsanalyse cliënten

7

4.

Interviews cliënten en begeleiders

11

5.

Mogelijkheden raad - GR WerkSaam

15

6.

Conclusies en aanbevelingen

18

Bijlage 1: Planning beleidsvorming GR WerkSaam

20

2

1. Inleiding Voor u ligt de eindrapportage van het raadsonderzoek naar de uitwerking van participatiewet voor cliënten in Enkhuizen. De raad stelde de drie volgende vragen: 1.

Dient de gemeente – naast het huidige beleid, budget en landelijke wetgeving – extra te investeren om bijstandsgerechtigden beter te begeleiden naar (passend) werk en/of dagbesteding?

2.

Zijn er speciale investeringen nodig? Specifiek voor jongeren?

3.

Wat zijn de mogelijkheden om de beleidsvorming rondom de taken van WerkSaam terug naar de gemeente te brengen?

De eerste twee vragen gaan in op de kwaliteit van de huidige dienstverlening en de mogelijkheden tot verbetering van die kwaliteit. De laatste vraag gaat over de huidige (regionale) constructie van werk en participatie in Enkhuizen en wat de mogelijkheden zijn om die constructie aan te passen. Voor de raad is de kwintessens van dit onderzoek de mate waarin bijstandscliënten in Enkhuizen zo optimaal en effectief mogelijk worden ondersteund richting werk en participatie. Onderzoeksmodel Om de onderzoeksvragen goed te kunnen beantwoorden is hiernaast het onderzoeksmodel schematisch uitgewerkt. Allereerst is een oriëntatie noodzakelijk op de bestaande infrastructuur aangaande werk en participatie in Enkhuizen. Zo

Onderzoeksmodel Oriëntatie & documentenanalyse

Bestandsanalyse

Interviews

Analyse investeringsmogelijkheden gemeente

Analyse GR WerkSaam en mogelijkheden beleidsvorming richting gemeente ontstaat een (lokale) context waarbinnen de cliënt ondersteuning krijgt. Om vervolgens een beeld te krijgen van de effectiviteit van de ondersteuning is een bestandsanalyse uitgevoerd en zijn interviews gehouden met cliënten en hulp- en dienstverleners binnen Enkhuizen. De uitkomsten zijn gekoppeld aan mogelijke investeringsmogelijkheden voor de gemeente in de bijstandsdoelgroep.

3

1. Inleiding Het laatste onderdeel van dit raadsonderzoek is een analyse van de GR en een verkenning van mogelijkheden om beleidsvorming vanuit de GR terug te brengen naar de gemeente Enkhuizen. Structuur en proces

Het onderzoek is uitgevoerd door David Sondorp en Hannie Dekker van RadarAdvies (met ambtelijke ondersteuning van Dana Lancaster (SED)). Om het onderzoek optimaal aan te laten sluiten op de wensen van de raad is voor dit onderzoek een klankbordgroep met drie raads- en commissieleden in het leven geroepen bestaande uit: 1. Machteld Buit

2. Margreet Keesman 3. Jonna van der Steeg-Stechmann Op maandag 2 november 2020 heeft een raadsbijeenkomst plaats gevonden waar de uitkomsten van het onderzoek zijn gedeeld en besproken. Doel Het doel van dit raadsonderzoek is om inzicht te krijgen in de kwaliteit van dienstverlening die nu wordt geleverd aan bijstandscliënten uit Enkhuizen en welke mogelijkheden de raad heeft om deze kwaliteit te verbeteren.

Doelgroep De doelgroep van dit onderzoek betreft inwoners van Enkhuizen met een bijstandsuitkering vanuit de participatiewet. In lijn met de uitvraag vanuit de raad is extra aandacht gegeven aan jongeren (tot 27 jaar). Belangrijk om te benoemen is dat dit onderzoek zich focust op de bijstandscliënten die reeds voor de coronacrisis een uitkering ontvingen. Qua werk- en participatiepotentieel is dit wezenlijk een andere groep dan de instroom gedurende de coronacrisis. Werkwijze Initieel was de bedoeling de interviews en bijeenkomsten allen fysiek uit voeren. In de praktijk is dit niet gelukt vanwege de beperkende maatregelen die zijn genomen in ontmoetingen. Ook was het vinden van respondenten lastiger. Waar we die eerst zouden treffen op logische vindplaatsen zijn de respondenten voor dit onderzoek uiteindelijk geselecteerd en aangeleverd door consulenten samenleving en coaches van WerkSaam. Leeswijzer Deze rapportage volgt qua indeling het onderzoeksmodel en sluit af met conclusies en aanbevelingen. In bijlage 1 is een planning voor beleidsvorming voor de GR WerkSaam te vinden. Raads- of commissieleden kunnen zo direct zien op welk moment ze invloed hebben op de beleidsvorming.

4

2. Oriëntatie Een inwoner die een beroep doet op een bijstandsuitkering in Enkhuizen vraagt deze aan bij WerkSaam. Dit is een regionale organisatie van de zeven West-Friese gemeenten, die de taken rondom de participatiewet uitvoert. Dit is geregeld via een gemeenschappelijke regeling (GR-WerkSaam West-Friesland).1 WerkSaam beoordeelt de bijstandscliënt vervolgens op de mate waarin hij of zij in staat is te kunnen werken (op termijn). Indien dit wel het geval is krijgt de cliënt het predicaat “perspectief op werk” en zet WerkSaam coaches in om de cliënt direct op indirect richting werk te begeleiden. Naast deze classificatie maakt WerkSaam ook gebruik van de participatieladder (zie hieronder). Cliënten op trede 1 en 2 hebben meestal geen perspectief op werk. Cliënten op trede 3 t/m 5 wel.

Voor de begeleiding richting werk kan WerkSaam twee soorten coaches inzetten: de arbeidscoach (voor trede 4/5) en de ontwikkelcoach (voor trede 2/3/4). Waar de eerste voornamelijk inzet op bemiddeling richting (parttime) werk, richt de tweede zich in eerste instantie meer op participatie (creëren van dagstructuur en vrijwilligerswerk).

Een andere mogelijkheid is dat WerkSaam oordeelt dat de cliënt geen perspectief op werk heeft. In dat geval stuurt WerkSaam de cliënt door naar de consulenten Samenleving in dienst van de gemeente Enkhuizen. Dit kan bij aanvang van de uitkering zijn maar ook nadat in een periode van een jaar is gebleken dat uitstroom naar werk niet gelukt is. Naast ondersteuning bij directe

Uitstroom naar werk of anders

Perspectief op werk

Werk/ontwikkelcoach WerkSaam

Geen perspectief op werk

Consulenten Samenleving Enkhuizen

6 Betaald werk 5

Inzet voorzieningen/ dienstverlening richting werk Overheveling naar consulenten Samenleving

Betaald werk met ondersteuning

4 Onbetaald werk 3

Inzet trajecten richting participatie

Deelname georganiseerde activiteiten

2 Sociale contacten buitenshuis Uitstroom naar werk of anders 1. In hoofdstuk 5 wordt hier dieper op ingegaan

1

Geïsoleerd

5

2. Oriëntatie hulpvragen zetten zij ook in op ontwikkeling en participatie. Op termijn kan dit betekenen dat de cliënt uitstroomt naar werk. De consulenten samenleving hebben verschillende re-integratie-instrumenten tot hun beschikking om de cliënt richting werk en participatie te helpen. Op de vorige pagina is overzichtelijk gemaakt welke stappen de cliënt doorloopt. Naast de directe dienstverlening door WerkSaam of consulenten samenleving richting Werk & Participatie biedt de gemeente ook op

Contacten klant

OVERIG

andere manieren ondersteuning die bijdraagt aan werk en participatie. Zo kan de cliënt bij de SED een aanvraag doen voor minimaregelingen of bijzondere bijstand en zorg krijgen van het stadsteam. Niet te onderschatten is de rol van de (lokale) werkgever binnen het werk en participatieproces van de cliënt. Een werkgever die meedenkt en – beweegt met de klant kan een waardevolle bijdrage leveren aan de wijze waarop de cliënt kan meedoen in de samenleving. Hieronder is overzichtelijk weergegeven welke hulp- en dienstverleningscontacten een cliënt zoal heeft.

Inkomenscoach Ondersteunt cliënt met inkomensgerelateerde zaken. Over het algemeen weinig contact.

Arbeidscoach Ondersteunt cliënt trede (4), 5 & 6 bij het vinden of behouden van werk

Consulent samenleving Ondersteunt cliënt die is geclassificeerd als “geen perspectief op werk” richting participatie (en werk).

Stadsteam Ondersteunt cliënt met zorgvraag

Behandelaars Behandelt de cliënt op gebied van GGZ en zorg. FACT-wijkteam ook gericht op participatie en werk.

Re-integratie Trajecten die zijn ingezet vanuit WerkSaam of consulent samenleving richting werk/participatie. Bij externe partij

Ontwikkelcoach Ondersteunt cliënt trede (2) 3 & 4 bij de ontwikkeling, niet direct gericht op werk (op termijn wel)

Welwonen Biedt welzijns- en jongerenwerk aan

SED Aanvraag minimaregelingen en bijzondere bijstand

Werkgever (vrijwilligerswerk) Ondersteunt de cliënt gedurende zijn werkende leven. Uit de gesprekken kwam Overvest naar voren als een organisatie die vrijwilligerswerk faciliteert voor de doelgroep.

6

3. Bestandsanalyse Om inzicht te krijgen in de kenmerken en samenstelling van het bijstandsbestand zijn bij WerkSaam en bij de consulenten samenleving cliëntgegevens opgevraagd. Deze gegevens zijn geanalyseerd en bieden een (papieren) inkijk in het Enkhuizense bijstandsbestand. Opvallend aan de dataverzameling is het gemak waarmee opgevraagde gegevens beschikbaar zijn bij zowel WerkSaam als de consulenten samenleving. Hieruit kan worden afgeleid dat de cliënt goed in beeld is. Algemeen Rechts op deze pagina is overzichtelijk weergegeven hoe het klantenbestand er over het algemeen uitziet. Per peildatum 1 januari 2020 waren er 368 Enkhuizense bijstandscliënten. 60% had perspectief op werk, 40% niet. Dit is in lijn met de landelijke trend.

Wat in het algemeen opvalt is dat er relatief veel vrouwen in het bestand zitten. Met name binnen de groep ouder dan 27 jaar (54%) en binnen de groep geen perspectief op werk (67%) zijn vrouwen oververtegenwoordigd. Dit is in lijn met het landelijke beeld. Factoren die hierbij een rol spelen zijn institutionele en gendergerelateerde factoren zoals sociale normen over werk en zorg voor kinderen. Ook is de re-integratie minder vaak goed afgestemd op vrouwen2. Ook opvallend is het relatief grote aantal mannen tot 27 in het bijstandsbestand. Ook dit is in lijn met de landelijke trend. De meest genoemde oorzaak is psychische klachten die vaker

voorkomen bij jonge mannen3. Een mooie uitkomst uit de algemene analyse is dat jongeren zelden geclassificeerd zijn als “geen perspectief op werk”.

ALGEMEEN

Perspectief op werk 60%

Perspectief op werk (222 mensen)

40%

Geen perspectief op werk (146 mensen)

Leeftijd & geslacht (m/v) Perspectief op werk Geen perspectief op werk 14%

< 27 jaar

5%

<27 jaar

86%

>27 jaar

95%

>27 jaar

<27 jaar 36% v >27 jaar 54% v

64% m 46% m

<27 jaar 58% v >27 jaar 67% v

2. https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2020/01/01/re-integratie-van-vrouwen-met-een-afstand-tot-dearbeidsmarkt/319180_Kennissynthese_WEB.pdf 3. https://www.rivm.nl/sites/default/files/2019-05/011281_120429_RIVM%20Brochure%20Mentale%20Gezondheid_V7_TG.pdf

42% m 33% m 7

3. Bestandsanalyse Verdieping perspectief op werk Hieronder is de verdieping op de groep perspectief op werk schematisch weergegeven. Uit onderstaande komen een paar opvallende zaken. Ten eerste is zichtbaar dat 19% van de cliënten niet is ingedeeld in een trede. Hier zijn meerdere redenen voor. In de helft van de gevallen gaat het om partners van mensen Het is niet ongebruikelijk in Nederland dat partners van bijstandsgerechtigden minder aandacht krijgen omdat de focus in eerste instantie wordt gezet op degene die het kansrijkst is. Ook kan het zijn dat nieuwe klanten nog niet zijn gesproken en geclassificeerd. Het grootste deel van de cliënten is gecategoriseerd in trede 3. Dit sluit aan bij de landelijke trend (peildatum 1-1-2020). De groep die nog in

het bijstandsbestand zit is veelal niet direct bemiddelbaar richting werk. Vaak moet eerst ingezet worden op dagritme en vrijwilligerswerk (zonder veel druk op de klant te leggen). Ook valt op dat vluchtelingen relatief veel gebruik maken van de voorzieningen binnen WerkSaam (begeleiding arbeidscoach of begeleiding ontwikkelcoach) en relatief vaak parttime inkomsten hebben uit werk. Inkomsten uit werk komt minder vaak voor bij jongeren. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat jongeren vaker last hebben van (ernstige) psychische klachten. Ten slotte valt te lezen dat ongeveer een kwart van de mensen die inkomsten uit werk heeft ondersteuning krijgt in de vorm van loonkostensubsidie of beschut werk.

VERDIEPING PERSPECTIEF OP WERK | 222 MENSEN Tredes (19% niet ingedeeld) 5

Inkomsten uit werk Gebruik voorzieningen 19%

Betaald werk met ondersteuning

14%

4 Onbetaald werk Deelname georganiseerde 3 activiteiten Sociale contacten 2 buitenshuis

18% <27 jaar (6 jongeren) 29% >27 jaar (54 volw.)

40% 8%

loonkostensubsidie

Geen voorziening

70% <27 jaar 66% >27 jaar

45% Vluchtelingen (15 volw.) 81% Vluchtelingen 1 plek beschut werk en 13 maal

Soorten voorzieningen 8% 33% 33% 26%

Begeleiding arbeidscoach begeleiding ontwikkelcoach Anders

8

3. Bestandsanalyse Verdieping geen perspectief op werk Hieronder is de verdieping op de groep geen perspectief op werk schematisch weergegeven. Uit onderstaande komt naar voren dat ongeveer 2/3e langer dan 5 jaar een uitkering ontvangt. Over het algemeen kunnen we stellen dat mensen die al een tijd niet mee doen aan het arbeidsproces gebaat zijn bij een meer lokale persoonlijke aanpak (trajecten op maar) gericht op het hoogst haalbare (zoals de consulenten samenleving nastreven met deze doelgroep). Na een tijdje blijkt er dan meer mogelijk dan aanvankelijk gedacht.

Dit is ook goed te zien in de cijfers. Waar de meeste cliënten zijn ingedeeld op trede 1 en 2 blijkt dat bijna de helft van de klanten in beeld onbetaald werk (trede 4) of betaald werk (trede 5 uitvoert. Schatting is dat 30% van de klanten die terecht komen bij de consulent samenleving duurzaam uitstromen (naar werk of anders). Tegelijkertijd is opvallend dat sprake is van een liggend bestand van 23%. De consulenten samenleving gaven aan dat dit te maken had met de overdracht tussen WerkSaam en de gemeente die door de AVG werd bemoeilijkt.

VERDIEPING GEEN PERSPECTIEF OP WERK | 146 MENSEN

Tredes (NB. 3% overige treden) – indeling WerkSaam 2 Sociale contacten

buitenshuis

1

In beeld bij consulenten

Klanten in beeld (108) richting dienstverlening

74% In beeld (108 mensen)

10% In isolement of nog geen beeld mogelijkheden

23% Liggend bestand (34 mensen)

42% Niet in staat om traject richting (vrijwilligers)werk te volgen

84% 13%

Geïsoleerd

Duur uitkering 3% <3 jr 10%

3-5 jr 25%

5-10 jr 33%

>10 jr 32%

Onbekend (4)

38% Doet vrijwilligerswerk of volgt dagbesteding

10% Doet aan (gedeeltelijk) betaalde arbeid 9

3. Bestandsanalyse Concluderend en verdiepende analyse Uit de bestandsanalyse komen kort samengevat de volgende conclusies: • Zowel WerkSaam als de consulenten samenleving hebben hun klanten goed in beeld. Landelijk zetten regionale sociale diensten vaak in op het laaghangend fruit, de klant die snel bemiddelbaar is. Met name cliënten zonder perspectief op werk verdwijnen dan vaak uit beeld. De uitgebalanceerde trap van arbeidscoach, naar ontwikkelcoach, naar consulent samenleving voorkomt dit. • Het bijstandsbestand kent relatief veel vrouwen. Dit is in lijn met de landelijke trend, maar kan een aandachtspunt zijn bij de in te zetten re-integratiedienstverlening. • Voor jongeren geldt juist dat mannen oververtegenwoordigd zijn. Een mogelijke verklaring kan zijn dat jonge mannen meer last hebben van psychische klachten. • Vluchtelingen hebben vaker inkomsten uit werk en maken meer gebruik van voorzieningen dan niet vluchtelingen. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat vluchtelingen werkfitter zijn dan nietvluchtelingen (ruim 70% zit op trede 4 of 5) en om andere redenen in de bijstand terecht zijn gekomen. • Van het totale bestand zit bijna 70% in trede 1 t/m 3. Dit betekent dat 70% van de mensen op papier een flinke afstand heeft tot de arbeidsmarkt. Dit is in lijn met de landelijke trend.

Met de economische voorspoed van de afgelopen jaren konden steeds meer mensen richting werk begeleidt worden. Terwijl het

aantal vacatures gestaag toenam bleek de groep die overbleef in de bijstand te kampen met hardnekkige psychische of andere problemen Zowel WerkSaam als de gemeente Enkhuizen heeft hier (op papier) goed op ingespeeld door ontwikkelcoaches en consulenten samenleving in te zetten voor deze groep, waarbij de focus in eerste instantie niet ligt op werk, maar op het hoogst haalbare. En regelmatig kan deze insteek (toch) leiden tot duurzame uitstroom richting werk. • WerkSaam en de consulenten samenleving vullen elkaar goed aan. Cliënten die dicht tegen de arbeidsmarkt aan zitten kunnen het beste regionaal geholpen worden richting werk (via WerkSaam), cliënten die iets meer afstand hebben tot de arbeidsmarkt kunnen met een ontwikkelcoach de aandacht krijgen die nodig is in hun ontwikkeling richting de arbeidsmarkt (via WerkSaam). En ten slotte kunnen cliënten met een flinke afstand tot de arbeidsmarkt lokale gerichte ondersteuning richting participatie ontvangen van de consulenten samenleving. Bovenstaande betreft de bestandsanalyse. Het volgende deel van het onderzoek betreft een toetsing aan de praktijk.

10

4. Gesprekken cliënten & begeleiders In september en oktober 2020 zijn in totaal 13 gesprekken gevoerd met cliënten, medewerkers van WerkSaam, stadsteam, participatieraad en consulenten samenleving. In de factsheet hieronder zijn de gesproken mensen gespecificeerd. In verband met corona hebben we alle gesprekken (op één na) digitaal moeten uitvoeren. Hieronder zijn de conclusies, gelardeerd met quotes uit de gesprekken, om en om weergegeven.

Gesprekken 10 cliënten 5 perspectief op werk | 5 geen perspectief op werk 3 (<27) | 3 (27-35) | 1(35-45) | 3(>45) 3 met inkomsten uit werk 8 vrouwen | 2 mannen

6 hulp/dienstverleners 3 WerkSaam 2 Consulenten samenleving 1 Stadsteam

1 participatieraad Voorzitter participatieraad

1. Over het algemeen zijn de cliënten die wij gesproken hebben zeer tevreden over de dienstverlening die ze ontvangen vanuit zowel WerkSaam als de consulenten team samenleving

“[Consulent samenleving] heeft een hele menselijke benadering. Ze laat je echt in je waarde en denkt mee waar ontwikkeling en ontplooiing zit… Ik merk dat ik zo de rust krijg om iets te kunnen opzetten. Ik schrijf een boek. Dit is al stressvol voor mij, maar kan me helpen met verder te ontwikkelen. Dus dit wil ik.” (cliënt, vrouw) Uit de gesprekken komt vrijwel unaniem naar voren dat de cliënt over het algemeen zeer tevreden is met de dienstverlening die hij of zij ontvangt van de verschillende begeleiders. Uit de gesprekken zijn een aantal succesfactoren te destilleren die hier aan bij zouden dragen: 1. Persoonlijke stresssensitieve aandacht | de (ontwikkel)coaches en consulenten samenleving houden rekening met de cliënt zijn of haar situatie. Algemeen bekend is dat chronische stress grote effecten heeft op het gedrag van een cliënt. Uit de gesprekken kan worden opgemaakt dat coaches en consulenten hier rekening mee houden in hun contact. Cliënten gaven aan dat er naar ze geluisterd werd. Coaches en consulenten staan naast de cliënt, niet erboven. De druk op de cliënten is beperkt, maar geïnterviewden gaven wel vrijwel altijd aan dat dit niet betekende dat gemaakte afspraken tussen coach/consulent en cliënt vrijblijvend zijn.

11

4. Gesprekken cliënten & begeleiders 2. Realistische doelen en verwachtingen naar elkaar toe | Een doorslaggevende factor voor goede dienstverlening is dat er realistische doelen verwachtingen naar elkaar toe worden gesteld. Met name jongeren werden vaak getemperd in hun verwachtingen, terwijl dit bij anderen juist meer aangewakkerd werd. Cliënten gaven aan dat duidelijke en realistische doelen en verwachtingen hen rust en ruimte gaven voor ontwikkeling. 3. Dienstverlening gericht op (acute) hulp en ontwikkeling | Vrijwel alle cliënten gaven aan dat de coach of consulent hielp met het aanvragen van bijzondere bijstand of met acute problemen. Tegelijkertijd gaven de cliënten aan dat er altijd aandacht was voor hun ontwikkeling. Met name voor de doelgroep “geen perspectief op werk” is dit bijzonder. Gemeenten zetten voor deze doelgroep vaak voornamelijk in op zorg en te weinig of niet op participatie. Bij de consulenten samenleving staat participatie voorop. 2. Er is vaak sprake van psychische problematiek (bij jongeren vrijwel zonder uitzondering) “Ik ben 2 jaar geleden verhuisd naar Enkhuizen. WerkSaam is echt een verademing! Hiervoor werd ik continu onder druk gezet om te moeten werken binnen afzienbare tijd. Zeker voor mij met mijn psychische beperking werkt dat niet. Er komt veel stress bij kijken en dan klap ik dicht.” (cliënt jongere (<27), vrouw)

Opvallend in de gesprekken met cliënten was dat er vaak sprake is van psychische problematiek. Met name bij jongeren. Dit komt overeen met het landelijke beeld. Belangrijk is om niet te veel druk te leggen op deze doelgroep. Uit de gesprekken komt naar voren dat dit in eerste instantie soms wel gebeurd. Meestal vanuit is dit een wisselwerking tussen de jongere die zichzelf overschat en de coach die daarin meegaat en wordt dit gecorrigeerd zodra de jongere de druk niet aan blijkt te kunnen. In den lande zijn verschillende methodes ontwikkeld om goed met deze doelgroep om te gaan. Een beproefd concept wat ook in Enkhuizen (beperkt) wordt ingezet is IPS (Individuele Plaatsing en Steun). Ongeacht de behandelfase van de cliënt wordt ingezet op directe plaatsing bij een werkgever. Zo wordt werk ingezet (als een van de) medicijn(en) in plaats van doel. De behandelaar van de cliënt is nauw betrokken bij dit traject en kan vanuit zijn expertise op verschillende momenten in het traject meedenken en in z’n behandeling ook rekening houden met het traject. 3. Kinderopvang is een aandachtspunt. De eigen bijdrage binnen Enkhuizense kinderopvang is relatief hoog. “In Enkhuizen is de kinderopvang minder betaalbaar dan bijvoorbeeld in Hoorn. Dit schrikt klanten nog wel eens af of te gaan werken.” (ontwikkelcoach jongeren WerkSaam)

12

4. Gesprekken cliënten & begeleiders “Mijn kind moet vier keer per week naar de kinderopvang. Ik ben dan per maand €125 kwijt aan de eigen bijdrage. Dit is best een behoorlijk bedrag op de duizend euro die ik maandelijks ontvang aan loon en aanvulling [vanuit WerkSaam].” (cliënt Jongere (<27), Alleenstaande moeder) Uit de gesprekken kwam een paar keer naar voren dat de drempel om te werken met name voor alleenstaande moeders groot is door de hoge eigen bijdrage van de kinderopvang. Dit heeft deels te maken met de landelijke regels omtrent de kinderopvang. Met een bijstandsuitkering is de wettelijke eigen bijdrage al een flinke hap uit het maandelijkse budget van een bijstandsgerechtigde. Vanuit WerkSaam kwam op lokaal niveau echter wel het signaal dat de eigen bijdrage in Enkhuizen in vergelijking met andere gemeenten binnen het werkgebied van WerkSaam relatief hoog ligt. 4. Parttime werk loont niet, maar klanten werken niet primair om meer te kunnen verdienen

“Afgelopen jaar werkte ik 12,5 jaar bij de supermarkt. Daarom kreeg ik €250 euro extra. Ik vond het jammer dat ik dat direct weer moest inleveren via mijn uitkering. Ik snap dat dit zo werkt, maar het is jammer.” (cliënt, vrouw)

Drie van de gesproken cliënten hebben inkomsten uit werk. Bovenop hun inkomsten ontvangen zij een aanvulling tot bijstandsniveau. Alle drie gaven de cliënten aan niet primair te werken om geld te verdienen. Ze gaven aan het in eerste instantie te doen omdat het hen daginvulling geeft of als voorbeeld dient voor een kind. Geen van de drie kon zich verder herinneren de mogelijkheid te hebben gehad voor inkomensvrijstelling terwijl de mogelijkheid hiertoe wel staat beschreven in het beleidsplan “ Werkzaam West-Friesland 2018-2021 Iedereen laten participeren”.

5. Minimaregelingen en bijzondere bijstand zijn voor veel mensen ingewikkeld “Ik zie er tegenop om aan te vragen. Je moet zoveel gegevens doorgeven. Je moet telkens opnieuw aanvragen. Waarom niet gewoon toekennen wanneer iemand nog in de bijstand zit. Het is echt een doolhof. Hierin word ik begeleid door de consulent samenleving. Dat is fijn. Maar je wil het ook zelf doen” (cliënt, vrouw) “We krijgen vaak terug dat de doorlooptijden bij de SED voor bijzondere bijstand te hoog zijn” (participatieraad)

13

4. Gesprekken cliënten & begeleiders Bij het aanvragen van inkomensondersteuning kan iemand te maken krijgen met 27 verschillende regelingen en meerdere definities van inkomen of vermogen (https://www.divosa.nl/wanneer-rondkomen-nietvanzelfsprekend#bestaanszekerheid-in-nederland). Dat in combinatie met het feit dat veel mensen met een bijstandsuitkering vaak onder chronische stress zit en/of laaggeletterd is, maakt het voor mensen ingewikkeld om minimaregelingen of bijzondere bijstand aan te vragen. Op dit moment lossen begeleiders het vaak voor deze mensen op (als ze om hulp vragen), maar uit de interviews kwam naar voren dat cliënten het liefst hun eigen zaakjes regelen.

iedere Enkhuizense inwoner met een uitkering in beeld is bij en geholpen wordt door WerkSaam of de gemeente. Uiteraard is een sluitende conclusie lastig te trekken vanwege het verborgen karakter van deze doelgroep en het feit dat deze doelgroep niet expliciet is onderzocht in het kader van dit onderzoek. Het is daarom goed dat de participatieraad zich verdiept in deze doelgroep.

6. Er zijn zorgen dat inwoners buiten beeld zijn, de data geven echter geen indicatie dat dit daadwerkelijk zo is op het gebied van werk & participatie De participatieraad sprak zijn zorgen uit dat inwoners mogelijk buiten beeld zijn en gaf aan zich komend jaar actief in te zetten binnen het sociale veld van Enkhuizen om deze signalen te onderzoeken Dit onderzoek biedt geen aanknopingspunten voor deze bewering. Op basis van de aangeleverde gegevens vanuit WerkSaam en de consulenten samenleving alsmede de gesprekken met deze begeleiders vermoeden wij dat vrijwel

14

5. Beleidsvorming naar gemeente Het laatste onderdeel van dit onderzoek betreft een analyse van de GR en mogelijkheden om taken rondom beleidsvorming van WerkSaam terug te brengen naar de gemeente. Hieronder wordt eerst de huidige GR en de mogelijkheden daarbinnen om als Raad invloed uit te oefenen op het beleid behandeld. Vervolgens wordt ingegaan op meer ingrijpende governance wijzigingen om de invloed te vergroten, zoals wijziging van de GR en uittreding. Huidige GR en mogelijkheden binnen de GR In de Gemeenschappelijke Regeling WerkSaam West-Friesland (vastgesteld per 1 januari 2016) staan de taken beschreven die de gemeenten hebben overgedragen aan het openbaar lichaam. Het gaat om: de Participatiewet (muv. de bijzondere bijstand), de Wet Sociale Werkvoorziening, de IOAW, de IOAZ, de Bbz en WEB (alleen volwasseneducatie). Uit de toelichting bij artikel 5 blijkt dat het ontwikkelen van beleid bij WerkSaam is belegd. Er zijn binnen de huidige regeling van de GR een aantal momenten en manieren waarop de Raad invloed kan uitoefenen op het beleid wat gevoerd gaat worden door de GR. Hieronder sommen we de zeven manieren op waarop de Raad haar invloed kan uitoefenen op het beleid van de GR binnen de huidige mogelijkheden. 1. Door zitting te nemen in het Algemeen Bestuur. Elke gemeente is met 2 leden vertegenwoordigd in het Algemeen

Bestuur. In de regeling is opgenomen dat ook Raadsleden zitting kunnen hebben in het AB: De raad van iedere gemeente wijst twee leden uit het midden van de raad of uit de leden van het college aan (artikel 8). Door deelname van raadsleden aan het AB ontstaat ook de mogelijkheid om zitting te krijgen in het DB, want het DB wordt samengesteld uit leden van het AB. Het AB is het bestuursorgaan wat het beleidsplan, de begroting en de jaarrekening vaststelt. Door deelname raadsleden aan het AB komen Raden dichter op de GR WerkSaam te zitten. Zij geven dan mede vorm aan het bestuur van de GR. Wanneer raadsleden zitting nemen in het AB moet beseft worden dat de rol van Raadslid een andere is dan de rol van bestuurder van een GR. Dit geldt overigens evenzeer voor de wethouders die aan het bestuur deelnemen. Als bestuurder krijgt een ieder te maken met de regels die zijn vastgelegd over de besluitvorming. Besluiten door het AB worden genomen bij meerderheid van het aantal gemeenten dat ook een meerderheid van het aantal inwoners van de deelnemende gemeenten vertegenwoordigd. Er zijn ook een aantal besluiten, zoals bijvoorbeeld het uitvoeren van plustaken, die unaniem genomen moeten worden.

15

5. Beleidsvorming naar gemeente 2. Totstandkoming beleidsplan In de toelichting op de GR is te lezen dat: De wijze waarop het beleidsplan tot stand komt en de rol van de raden daarin wordt overgelaten aan het AB. Raden kunnen op elk moment een verzoek doen aan het AB om betrokken te worden bij de totstandkoming van het beleidsplan en een voorstel doen over de manier waarop ze betrokken willen worden. 3. Zienswijze geven op beleidsplan Het Algemeen Bestuur van WerkSaam is verantwoordelijk voor het vaststellen van het beleidsplan. Voorafgaand aan vaststelling is consultatie van de raden vereist en zijn de raden in de gelegenheid om een zienswijze te geven. Een reactie op de zienswijze komt van het Dagelijks Bestuur en wordt tezamen met de zienswijze, bij het beleidsplan, naar het AB gestuurd voorafgaand aan vaststelling (artikel 15). Eventuele wijzigingen op het beleidsplan kunnen op deze wijze tot stand gebracht worden. Eenzelfde route wordt gevolgd voor de jaarrekening en de begroting. Ook in deze gevallen zijn de raden in de gelegenheid om een zienswijze te geven. 4. Intensiveren van taak door GR De GR biedt de mogelijkheid om de huidige taken met een verhoogde intensiteit voor een individuele gemeente uit te

voeren. Zo kan een Raad een eigen accent aanbrengen in de uitvoering. Hier staat dan wel tegenover dat er ook extra “couleur locale”middelen voor het intensiever uitvoeren van de taak ter beschikking gesteld zullen moeten worden. 5. Plustaak laten uitvoeren door GR De GR biedt ook de mogelijkheid om werkzaamheden die niet binnen de GR vallen uit laten voeren door de GR in opdracht van één of meerdere gemeenten. Dit wordt een plustaak genoemd. Ook voor het uitvoeren van plustaken stelt de gemeente(n) extra middelen beschikbaar. Het AB besluit of de uitvoering van een plustaak geen verstorend effect heeft. 6. Beleid financieel sturen: hoogte gemeentelijke bijdrage De raden stellen de hoogte van de gemeentelijke bijdrage aan de GR WerkSaam vast (artikel 24). In artikel 27 is beschreven dat de gemeentelijke bijdrage bestaat uit dat deel van de integratieuitkering wat samenhangt met de overgedragen taken. In de toelichting op artikel 24 en artikel 27 is te lezen dat het instellen van een integratieuitkering sociaal domein betekent een ontschotting van de huidige middelen van het participatie- en WsW budget. Het is een keuze van de gemeenteraad welk deel van de integratieuitkering sociaal domein wordt besteed aan participatie. Als gevolg hiervan kunnen de gemeenten in het door het ontvangen budget (rijksbijdrage) individuele afwegingen maken.

16

5. Beleidsvorming naar gemeente 7. Beleid financieel sturen: zienswijze Op dezelfde manier bij het beleidsplan zijn de raden in de gelegenheid om een zienswijze te geven bij de jaarrekening en de begroting. Zienswijzen van de raden worden voorafgaand aan het vaststellen van de documenten gevraagd.

bedrijfsorganisatie geen geleed bestuur en uitsluitend college bevoegdheden kunnen worden overgedragen. De bedrijfsvoeringsorganisatie kent minder bestuurlijke drukte, een grotere beleidsvrijheid en de aansturing is eenvoudiger dan in een openbaar lichaam.

Wanneer er binnen de Raad de behoefte bestaat om het beleid volledig terug te halen naar de gemeente zijn er 2 routes: het omvormen van de huidige governance of uittreden.

Ook bij de uitvoering van de Participatiewet en de Wsw komen bedrijfvoeringsorganisatie gemeenschappelijke regelingen voor. Een voorbeeld hiervan is de gemeenschappelijke regeling ‘Bedrijfsorganisatie Participatiebedrijf Kempen plus’ en de ‘gemeenschappelijke regeling SW Fryslân’ die in 2019 is gewijzigd.

Wijziging van de GR

Het omvormen van de huidige governance geschiedt door een wijziging van de GR. In artikel 34 is beschreven dat voorstellen voor wijziging van de GR ook door de raad gedaan worden. Een verzoek om de beleidsvormende taak uit de regeling te halen en de regeling meer uitvoerend van karakter te maken wordt aan het AB gedaan. Er zou geopteerd kunnen worden voor een beleidsarme GR. Er kan als alternatief governancemodel gekeken worden naar de mogelijkheden van een bedrijfsvoeringsorganisatiegemeenschappelijke regeling. In de Wet op de gemeenschappelijke regelingen is in artikel 8, derde lid de bedrijfsvoeringsorganisatie gemeenschappelijke regeling geregeld voor sturing en beheersing van ondersteunende processen van uitvoeringstaken van de gemeenten. Anders dan de huidige regeling kent de

Uittreden Ook geeft de GR aan gemeenten de mogelijkheid om uit te treden (artikel 36). Een uittredingstraject is een omvangrijk traject waarin enerzijds afspraken gemaakt worden over schadeloosstelling van de andere GR deelnemers voor de kosten die ontstaan door het uittreden. Anderzijds moet een gemeente dan ook een alternatief vinden voor de uitvoering van de teruggehaalde taken. Dit alternatief kan bestaan uit: inkoop van de dienstverlening bij de GR op basis van een dienstverleningsovereenkomst. De verhoudingen tussen de GR en de gemeente verzakelijken hiermee. Een ander alternatief is een nieuwe uitvoeringsorganisatie vorm gaan geven of via een aanbesteding aan een andere partij de uitvoering gunnen. Gemiddeld duurt een uittredetraject 2 jaar.

17

6. Conclusies en aanbevelingen Uit dit onderzoek komt een aantal conclusies. Deze worden hieronder kort opgesomd. Indien nodig wordt onder de betreffende conclusie een aanbeveling geplaatst: • Coaches bij WerkSaam en de consulenten samenleving hebben over het algemeen inzicht in hun caseload en leveren dienstverlening die aansluit op de behoeften van de cliënten; • De inzet van consulenten samenleving vanuit de gemeente Enkhuizen maakt dat ook op het niveau “geen perspectief op werk” wordt ingezet op participatie. Aanbeveling 1: zet in op continuïteit van consulenten samenleving De inzet van consulenten samenleving is cruciaal voor de inzet op participatie en werk voor alle Enkhuizense bijstandscliënten. Vanwege de nieuw toegevoegde doelgroepen (Wajong en WSW) aan de Participatiewet is de verwachting dat de doelgroep van de consulenten samenleving de komende periode gaat toenemen. Tegelijkertijd gaat een van de consulenten binnenkort met pensioen. Zet in op continuïteit en schakel personeel bij als de caseload van de consulenten te hoog wordt.

• De minimaregelingen en bijzondere bijstand zijn voor veel inwoners te ingewikkeld. Aanbeveling 2: zet in op minder bureaucratie en duidelijkere communicatie naar cliënten Op dit moment kunnen gegevens vanuit WerkSaam niet vanuit privacyoverwegingen niet worden gedeeld met de SED. Het gevolg is dat cliënten jaarlijks apart moeten bewijzen dat ze recht hebben op de minimaregelingen. Zet in op jaarlijkse verlening van minimaregelingen. Zet daarnaast in op stresssensitieve en begrijpelijke communicatie naar de cliënt. • Kosten kinderopvang is voor alleenstaande ouders met een uitkering een obstakel om te gaan werken.

Aanbeveling 3: Goedkopere opvang in Enkhuizen Onderzoek (samen met kinderopvangorganisaties en het sociale veld) mogelijkheden waarop de kinderopvang goedkoper kan worden gemaakt voor bijstandscliënten.

• De trap van arbeidscoach, naar ontwikkelcoach, naar consulent samenleving maakt dat er voor elke cliënt op het juiste niveau dienstverlening plaats vindt.

18

6. Conclusies en aanbevelingen • Er is een mogelijkheid tot inkomensvrijlating vanuit WerkSaam. De gesproken respondenten konden zich niet herinneren hiervoor een aanbod te hebben gehad vanuit WerkSaam. Aanbeveling 4: onderzoek andere vormen van inkomstenvrijstelling Personen van 27 jaar of ouder mogen binnen WerkSaam 25% van de inkomsten uit werk voor 6 maanden zelf houden (met verlenging voor alleenstaande ouders en personen met medische urenbeperking). Het is de moeite waard te onderzoeken in hoeverre andere mogelijkheden van bijverdiensten kunnen bijdragen aan meer arbeidsparticipatie. Een recent voorbeeld is de inzet van premies voor uitkeringsgerechtigden in Wageningen. 2 jaar lang kunnen uitkeringsgerechtigden daar elk half jaar 25% van hun loon opsparen en dat met een premie in een keer uitbetaald krijgen. Dit kan als extra en ruimer instrument dienen voor WerkSaam. Er is wel meer onderzoek noodzakelijk naar de wenselijkheid van veranderingen op dit vlak. • Jongeren met een bijstandsuitkering (pre-corona) hebben vrijwel altijd achterliggend psychische problemen. De dienstverlening voor deze jongeren op dit moment afdoende

en er zijn voldoende mogelijkheden om deze jongeren richting werk te begeleiden (zoals IPS) Aanbeveling 5: continueer dienstverlening voor psychisch kwetsbare cliënten en speel in op kansen Zet de huidige lijn voort, maar onderzoek ook in hoeverre samen met behandelaars en het sociale veld een herstelnetwerk voor psychisch kwetsbare inwoners kan ontstaan van waaruit werk en participatie kan ontstaan.

• Er zijn met betrekking tot het terughalen van taken van de GR WerkSaam naar Enkhuizen twee mogelijkheden om dat te bewerkstelligen: wijziging van GR en Uittreden. Ook is er een zevental mogelijkheden om binnen de huidige situatie als raad invloed te hebben op het beleid. De raden in West-Friesland hebben daarmee ruimere beïnvloedingsmogelijkheden dan collega’s elders in het land. Aanbeveling 6: ga het gesprek aan over welke instrumenten de raad de komende jaren wil inzetten De raad heeft 7 instrumenten in handen die ze kan toepassen voor beleidsbeïnvloeding zonder dat hiervoor de taken terug gehaald hoeven worden. We raden de raad aan om met elkaar het gesprek te voeren welke van deze instrumenten ze de komende jaren willen inzetten.

19

Bijlage 1: Planning beleidsvorming GR WerkSaam

Februari: - Behandeling rapport in de Raad - Consultatie meerjarenbeleidsplan(2 022-2026) WerkSaam - Kadernota WerkSaam

Eind december: Eindrapportage

December

Januari

Februari

Juni: Jaarverslag & Begroting WerkSaam

Juni

*Plustaken kunnen door het jaar heen worden ingezet

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10567840/1