Najaarsnota 2024 SED organisatie
Tekst van het document
Najaarsnota 2024 SED
1
Inleiding Voor u ligt de najaarsnota 2024 van de SED organisatie. Deze najaarsnota bevat alleen technische mutaties (budgettair neutraal voor de gemeenten). In verband met de begrotingsrechtmatigheid moeten deze mutaties worden opgenomen in de begroting.
Overzicht baten en lasten Begroting 2024 voor NJN
Mutatie 2024
Begroting 2024 na NJN
Personeelslasten
38.785
739
39.524
Salarissen
35.481
562
36.043
Overige salariskosten
782
30
812
Kosten tijdelijke vervanging
504
Overige kosten personeel
2.018
147
2.165
Personele kosten, gedekt bij de gemeenten
1.395
5.411
6.806
Direct doorbelaste kosten
1.395
5.411
6.806
Facilitair
7.937
933
8.870
Faciliteiten
989
989
Huisvesting gemeentehuizen
243
243
Huisvesting werkplaatsen
1.085
1.085
ICT
5.620
933
6.553
Overig
159
0
159
Onvoorzien
52
52
Accountantskosten
60
60
Advieskosten
42
42
Overige exploitatiekosten
5
5
504
Bijdrage gemeenten aan SED
46.671
1.573
48.244
Bijdrage Stede Broec
15.555
523
16.078
Bijdrage Enkhuizen
17.198
580
17.778
Bijdrage Drechterland
13.918
470
14.388
Overige baten
1.604
5.510
7.114
Direct doorbelaste kosten
1.398
5.411
6.809
Diverse baten
206
99
305
Eindtotaal
0
0
0
2
Wijzigingen waarvoor in de gemeentebegrotingen reeds dekking is Gevolgen voorjaarsnota’s gemeenten (€ 844.000 structureel) In de voorjaarsnota's van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland zijn verschillende uitgaven opgenomen die nog moeten worden doorgevoerd in de begroting van de SED-organisatie. De drie gemeenten hebben hun eigen begrotingen 2024 hier al op aangepast, en de goedgekeurde budgetten worden via deze najaarsnota toegevoegd aan de SED-begroting. Voor 2024 gaat het om een bedrag van € 844.000. Voor de jaren 2025 en verder komt daar structureel € 1.039.000 bij. Het is belangrijk dat we deze financiële wijzigingen tijdig en correct in de SED-begroting verwerken, zodat de SED organisatie het financieel beheer rechtmatig kan blijven doen. Bijdrage SSC DeSom (€ 582.000 structureel) De bijdrage aan SSC DeSom wordt jaarlijks betaald door de gemeenten en 95% daarvan wordt doorbelast aan de SED. Gedurende het jaar kunnen er wijzigingen optreden in de bijdrage aan DeSom vanwege aanpassingen in hun eigen begroting. Deze wijzigingen moeten ook verwerkt worden in de SED-begroting. Voor 2024 is er een aanvullende bijraming van € 582.000 nodig, wat resulteert in een totale bijdrage van € 3.170.000.
Personeelslasten, gedekt door de gemeenten Voor een aantal specifieke taken die binnen de SED-organisatie worden uitgevoerd, hebben de gemeenten extra budgetten beschikbaar gesteld. Deze kosten worden direct doorberekend aan de gemeenten, buiten de normale verdeelsleutel om. In totaal gaat het om € 5.494.000, waarvan € 783.000 incidenteel en € 4.711.000 structureel. Deze uitgaven zijn gebaseerd op goedgekeurde voorstellen van de gemeenteraden. Overheadkosten In het kader van de afspraken die in de CUP’s 2022-2026 zijn gemaakt, is besloten om een deel van de personeelslasten te verantwoorden als overheadkosten. Deze kosten zijn neutraal voor de gemeenten, maar moeten technisch wel verwerkt worden in de SEDbegroting. Het gaat om een bedrag van € 147.000. Opbrengsten detacheringen De SED ontvangt vergoedingen voor het detacheren van medewerkers, en deze inkomsten worden opnieuw geïnvesteerd binnen de organisatie. In totaal gaat het om € 99.000, wat technisch moet worden verwerkt in de SED-begroting.
Investeringen waarvoor in de SED begroting reeds dekking is Investeringen in laptops en smartphones 2024 Voor de aanschaf van laptops en smartphones is een structurele verhoging van het budget nodig. In 2024 is er een extra krediet van € 20.000 nodig voor laptops en € 80.000 voor smartphones. Ook in 2025 en daarna worden hogere investeringskosten verwacht, die we in de voorjaarsnota van 2025 en de begroting van 2026 zullen verwerken. Deze kosten kunnen grotendeels worden opgevangen door de vrijval van afschrijvingen van eerdere investeringen. Bij de investering wordt uitgegaan van een afschrijvingstermijn van vier jaar, wat overeenkomt met de gebruikelijke levensduur van dergelijke apparaten. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met de naleving van de nieuwste veiligheidsnormen, de snelle technologische ontwikkelingen en het intensieve gebruik.
3