Motie D66 - Maatschappelijke indicatoren v2
Tekst van het document
MOTIE meer zicht op maatschappelijk effect
Onderwerp: meer zicht krijgen op maatschappelijk effect van onze investeringen/subsidies/voorzieningen.
Constaterende dat: - We flinke ombuigingen hebben gedaan omdat het rijk ons korte op haar bijdrage aan onze maatschappelijke opgaven. - Het rijk het verwachte ravijnjaar nu met twee jaar vooruitgeschoven heeft. Dit geeft een oplossing voor de komende twee jaar. Hierna is het afwachten. - We de jeugdzorg, en de uitgaven ten behoeve van de jeugdzorg niet in control hebben - De maatschappelijke opgaven in het kader van de WMO naar verwachting toenemen - Personeelskrapte ons gaat dwingen om met meer slimme oplossingen te komen Overwegende dat: - Het de taak van de gemeente is om te zorgen voor die inwoners die dat nodig hebben - Het een taak van de gemeente is om sociale cohesie te faciliteren en te versterken - De uitdagingen waar we als gemeente mee te dealen hebben complex zijn, zoals bij wonen en zorg. - De kans groot is dat er meer vraag naar zorg en steun is dan het budget toelaat Verzoekt het college om: - In 2026 een start te maken met maatschappelijke indicatoren in de kadernota en de begroting.Uitgangspunt is om dit zoveel mogelijk af te stemmen binnen de regio West-Friesland en ook gebruik te maken van al bestaande landelijke benchmarkgegevens en best practices. - Een proces te starten waarbij de gemeentes van de regio West Friesland onderling vergeleken kunnen worden zodat duidelijk wordt wie hoeveel waaraan uitgeeft en in welke mate het resultaat doelmatig is.
- Om de manier waarop we plannen en rapporteren meer te richten op vooruitkijken, om ontwikkelingen vroegtijdig in beeld te brengen en bijsturing mogelijk te maken.
Toelichting: De wijze waarop we nu begroten biedt geen inzicht waar we hoeveel geld aan uitgeven en met welk resultaat. De indieners willen met deze motie meer zicht krijgen op het maatschappelijk effect van de voorzieningen die zij haar inwoners biedt. Vanwege de samenwerking in de regio Westfriesland is het voorstel zoveel mogelijk hierin samen te werken. Zo voorkomen we versnippering en zorgen dat uitkomsten vergelijkbaar zijn tussen de gemeenten. Het college heeft aangegeven dat de werkwijze in de ambtelijke organisatie gericht is op het meer uniformeren van processen (raadsbrief 25 september 2025). We zagen bij het proces van ombuigingen dat de benchmark helpt om zicht te krijgen op de eigen uitgaven. We willen in de toekomst graag gebruik blijven maken van deze mogelijkheid. De samenwerking in de SED, eenduidigheid in de wijze waarop cijfers tot stand komen is een voorwaarde om de gegevens te kunnen vergelijken. Inmiddels zijn er bestaande landelijke benchmarks en monitors waar we bij kunnen aansluiten, gebruik van kunnen maken, zoals de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein en CBS. Ook zijn er andere gemeenten welke de maatschappelijke effecten inmiddels in hun begroting hebben opgenomen. We hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden.
Het voorstel is om in 2026 te starten met een beperkte set indicatoren zodat we ervaring opdoen, leren en geleidelijk aan ons hierin verder te ontwikkelen. De methodiek die nu veel gebruikt wordt is terug kijken en verantwoorden. Wat de indieners betreft wordt in de rapportage van de kadernota en de begroting een aanzet gegeven om vooruit te kijken. Welke ontwikkelingen zijn er gaande, waar willen we op anticiperen en welke middelen willen we hier voor inzetten.
De indieners; Buit D66 – Zeegerman EV! Overwijn VVD Keesman SP