EP LIOR 129 Handboek Kabels en Leidingen 2014 Enkh
Tekst van het document
HANDBOEK KABELS & LEIDINGEN 2014 GEMEENTE ENKHUIZEN
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ........................................................................................................................... 1
DEEL A: 2.
ALGEMENE EN PROCEDURELE INFORMATIE ......................................................... 2
BEGRIPPENLIJST .................................................................................................................. 2
2.1.
Partijen.............................................................................................................................. 2
2.2.
Rolverdeling ...................................................................................................................... 2
2.3.
Begripsbeschrijvingen ....................................................................................................... 3
2.4.
Verwijzingen ..................................................................................................................... 7
3.
BEREIKBAARHEID, VERKEERSMAATREGELEN, OVERLASTBEPERKING............................. 8
3.1.
Bereikbaarheid aangrenzende gebouwen ....................................................................... 8
3.2.
Maatregelen in het belang van het verkeer ..................................................................... 9
3.3.
Maatregelen ten behoeve van de overlastbeperking .................................................... 10
4.
COMMUNICATIE, MELDINGEN EN BREEKVERBOD ........................................................ 12
4.1.
Communicatie op de graaflocatie, (bouw)overleg ......................................................... 12
4.2.
Melding aanvang (aanvraag breekbon) en einde werk .................................................. 13
4.3.
Breekverbod ................................................................................................................... 13
5.
AANSPRAKELIJKHEID, SCHADE, VERZEKERINGEN EN VEILIGHEID .............................. 15
5.1.
Aansprakelijkheid ........................................................................................................... 15
5.2.
Schade............................................................................................................................. 15
5.2.1.
Vergoeding van (herstel)kosten ..................................................................................... 17
5.3.
Verzekeringen ................................................................................................................. 18
5.4.
Veiligheid en Calamiteiten .............................................................................................. 18
5.4.1.
Besluit bodemkwaliteit ................................................................................................... 20
5.5.
Peilen en hoofdafmetingen ............................................................................................ 20
5.6.
Grondwaterstanden en bronbemaling ........................................................................... 21
6.
HANDHAVING ................................................................................................................. 22
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
DEEL B: 7.
(TECHNISCHE) EISEN / VOORSCHRIFTEN............................................................ 23
RICHTLIJNEN TEN BEHOEVE VAN DE (TRACÉ)ENGINEERING ....................................... 23
7.1.
Tracé inspectie t.b.v. de aanleg van kabels en/of leidingen .......................................... 23
7.2.
Tracé bepaling t.b.v. de aanleg van kabels en/of leidingen ........................................... 23
7.2.1.
Horizontale ligging .......................................................................................................... 24
7.2.2.
Aanvullende eisen horizontale ligging ............................................................................ 25
7.2.3.
Verticale ligging .............................................................................................................. 25
7.2.4.
Aanvullende eisen voor verticale ligging ........................................................................ 26
8.
VOORWAARDEN EN TECHNISCHE EISEN T.A.V. DE UITVOERING ................................ 27
8.1.
Werkafspraken en voorwaarden m.b.t. de uitvoering ................................................... 27
8.2.
Eisen t.a.v. opbreken en (indien van toepassing) herstellen open verharding .............. 29
8.3.
Eisen t.a.v. opbreken en (indien van toepassing) herstellen gesloten verhardingen .... 30
8.4.
Eisen t.a.v. opbreken en herstellen bermen en gazons ................................................. 31
8.5.
Weg-, water- of boomkruising d.m.v. persen, (gestuurd) boren of baggeren ............... 32
8.6.
Eisen t.a.v. de graaf- en grondwerkzaamheden ............................................................. 33
8.7.
Eisen t.a.v. de kabel- en/of leidingwerkzaamheden ...................................................... 35
8.8.
Werken in of met (voormalig) verontreinigde grond ..................................................... 37
9.
WERKEN AAN OF NABIJ GROENVOORZIENINGEN ...................................................... 39
9.1.
Werkafspraken en voorwaarden m.b.t. groenvoorzieningen ........................................ 39
9.2.
Werken nabij bomen (tevens rooi en herplant) ............................................................. 40
9.3.
Opname en (indien van toepassing) herstellen heesters en beplanting ....................... 40
10. BIJLAGEN.......................................................................................................................... 42
10.1.
Standaarddwarsprofielen ............................................................................................... 42
10.2.
Boombescherming 'Werken rond bomen' ..................................................................... 43
10.3.
Instructie gebruik digitaal registratiesysteem ................................................................ 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
1. INLEIDING Binnen de gemeente Enkhuizen verleent het college van burgemeester en wethouders instemming voor werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van ondergrondse infrastructuren (kabels en/of leidingen), conform de geldende Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI). De mandatering van medewerkers van de gemeente voor de afhandeling van de instemmingsaanvragen en handhaving van het beleid is vastgelegd in de mandaatregeling van de gemeente. De instemmingverlening heeft als doel zorg te dragen voor de veiligheid, de beperking van overlast, het voorkomen van schade en het borgen van de kwaliteit van de openbare ruimte. Als beheerder van de openbare ruimte voert de gemeente de regie en coördinatie bij de aanleg van kabels en/of leidingen van netbeheerders. Voor een goede uitoefening van deze taken heeft de gemeente uitvoeringsvoorschriften vastgelegd in het Handboek Kabels & Leidingen van de gemeente Enkhuizen (verder het Handboek). Het Handboek is van toepassing in alle gevallen waarin de gemeente toestemming heeft verleend voor werkzaamheden ten behoeve van de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen in de openbare ruimte van de gemeente Enkhuizen. In dit Handboek zijn onder andere uniforme richtlijnen, voorwaarden en eisen gesteld ten aanzien van de voorbereiding en uitvoering van voornoemde werkzaamheden.
Doel van het Handboek is: - Het borgen en bevorderen van de kwaliteit van de (ondergrondse) openbare ruimte; - Het bevorderen van een juiste ordening en een veilige ligging van kabels en/of leidingen; - Het beperken van overlast en het bevorderen van een veilige omgeving voor de burgers tijdens de werkzaamheden aan kabels en/of leidingen; - Het voorkomen van schades. Het Handboek bestaat uit twee hoofdthema’s: A. ALGEMENE EN PROCEDURELE INFORMATIE; B. TECHNISCHE EISEN/VOORSCHRIFTEN m.b.t. tracébepaling, ontwerp-, uitvoerings- en beheersvoorschriften. Rangbepaling van wetten, verordeningen en het Handboek: 1. Wettelijke bepalingen zoals onder andere de Telecommunicatiewet (Tw), de Wet Informatieuitwisseling Ondergrondse Netten (WION) en de Wet bodembescherming (Wbb); 2. Lokale regelgeving van de gemeente Enkhuizen zoals onder andere de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en de AVOI; 3. Het Handboek van de gemeente Enkhuizen, met verwijzingen naar verdere relevante regelgeving en richtlijnen (zie artikel 2.4).
1 van 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
DEEL A:
ALGEMENE EN PROCEDURELE INFORMATIE
2. BEGRIPPENLIJST De begripsbepalingen van de AVOI zijn van toepassing tenzij daarvan nadrukkelijk wordt afgeweken door het bepaalde in dit hoofdstuk. 2.1.
PARTIJEN
a.
coördinator
de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen persoon die is belast met het coördineren van alle werkzaamheden ten behoeve van kabels en/of leidingen namens de gemeente;
b.
gemeente
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enkhuizen;
c.
grondroerder
degene, waaronder de netbeheerder, onder wiens verantwoordelijkheid of leiding graafwerkzaamheden worden verricht;
d.
netbeheerder
de rechtspersoon die acteert als beheerder van een net of netwerk voor de levering van elektriciteit, gas, water, aardwarmte of WKO (Warmte Koude Opslag), dan wel aanbieder is van een (al dan niet openbaar) elektronisch communicatienetwerk;
e.
toezichthouder
de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen persoon die is belast met het houden van toezicht tijdens de uitvoering van alle werkzaamheden aan kabels en/of leidingen;
2.2.
ROLVERDELING
In de praktijk is het zo dat er een rolverdeling kan bestaan tussen de netbeheerder en de grondroerder. En soms worden die twee rollen door één en dezelfde partij vervuld. De gemeente zal in het algemeen veel zaken rechtstreeks afhandelen met de grondroerder, maar alleen de netbeheerder is zowel financieel, operationeel als juridisch aansprakelijk en verantwoordelijk voor het (doen) opvolgen van de bepalingen in dit Handboek. De gemeente behoudt zich desondanks wel het recht voor om in dringende gevallen ook handhavingsmaatregelen rechtstreeks met de grondroerder af te handelen en de netbeheerder daarvan op een later moment in kennis te stellen.
2 van 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
2.3.
BEGRIPSBESCHRIJVINGEN
a.
bovengrondse voorzieningen
transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations die onderdeel uitmaken van een net of netwerk, als bedoeld in onderdeel t. van dit artikel, die bovengronds in de openbare ruimte worden geplaatst en waarvoor geen bouwvergunning is vereist;
b.
boring (gestuurd)
het maken van een holle ruimte in de grond, met behulp van een sleufloze techniek, zonder daarbij de omringende grondslag te verwijderen. Meestal wordt in de ontstane holle ruimte een (flexibele) mantelbuis aangebracht waar de kabel of leiding doorheen wordt gevoerd;
c.
breekbon
schriftelijke toestemming van de gemeente voor het mogen aanvangen van de werkzaamheden;
d.
breekverbod
verbod voor het uitvoeren van breek- en graafwerkzaamheden in de grond, geldend onder andere bij extreme weersomstandigheden of evenementen;
e.
calamiteit
een incident waarbij de omgeving mogelijk grote gevolgen kan ondervinden, die niet zelfstandig kunnen worden afgewikkeld en waarbij gecoördineerde inzet van hulpverleningsorganisaties en diensten van verschillende disciplines is vereist om de gevolgen te beperken;
f.
combiwerk
het gecombineerd coördineren en uitvoeren van werkzaamheden van meerdere netbeheerders tegelijk op een graaflocatie. Dit zorgt voor vermindering van overlast voor burgers en minder schade omdat wegen en straten minder vaak worden opengebroken: alle noodzakelijke kabels en/of leidingen worden gelijktijdig of direct na elkaar aangelegd;
g.
gesloten verharding
verhardingsconstructie bestaande uit een bitumen, cement of kunststof gebonden materiaal;
h.
graaflocatie
de locatie waar werkzaamheden worden verricht;
i.
groenvoorzieningen
het geheel van de aanplant (bomen, beplanting, bosplantsoen, bloemberm, gras en gazon) in een gebied;
j.
handholes en/of distributiepunten
afsluitbare ondergrondse holle behuizing voor het onderbrengen van telecommunicatie apparatuur, afsluiters, brandkranen, lassen enzovoorts onder het maaiveld of met toegangsluik op maaiveldniveau;
3 van 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
k.
(huis)aansluiting
het gedeelte van de kabel of leiding dat een netwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt ten behoeve van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met d, van de Wet Waardering Onroerende Zaken;
l.
instemmingsbesluit
besluit van het college van burgemeester en wethouders op een aanvraag voor instemming van voorgenomen werkzaamheden;
m.
kabel- en leidingentracé
de aslijn van een strook grond waarin kabels en/of leidingen liggen of (met toestemming van de grondeigenaar mogen) worden gelegd;
n.
kabels en/of leidingen
kabels en/of leidingen als onderdeel van een (openbaar) net(werk), daaronder mede begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations, voorzieningen (afsluiters, brandkranen, lassen en distributiepunten) en andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen liggen binnen de installatie van een producent of van een afnemer, en tevens omvattende lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken; voorbeelden van deze kabels en/of leidingen zijn kabels als bedoeld in de Telecommunicatiewet, elektriciteitskabels (koppel-, transport- en distributiekabels), gasleidingen en waterleidingen (transport-, distributie- en dienstleidingen) en kabels en/of leidingen ten behoeve van industriële netwerken;
o.
Kadaster- sectie Klic
afdeling van het Kadaster die uitvoering geeft aan de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION, die het voorkomen van graafschade als doelstelling heeft) en ook zorgdraagt voor de uitwisseling van kabel- en/of leidinggegevens (Klic-meldingen);
p.
leggen van kabels en/of leidingen
het aanbrengen, leggen, onderhouden, omleggen, vernieuwen, herstellen en verwijderen van ondergrondse infrastructuur en het verrichten van de hierbij behorende werkzaamheden;
q.
ligging
de werkelijke plaats van een kabel en/of leiding. Deze wordt aangegeven op een revisietekening;
r.
mantelbuis
beschermbuis (staal of kunststof) om een kabel en/of leiding;
s.
marktconforme kosten
kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt;
4 van 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
t.
montagegat c.q. lasgat
opbreking met beperkte afmeting, maximaal 4 m², die wordt gemaakt t.b.v. de toegang tot een handhole, plaatsen van afsluiters, het opgraven van een kabelrol t.b.v. (huis)aansluitingen, het maken van aftakkingen, voor het herstellen van kabel c.q. leidingstoringen of voor inspectiedoeleinden;
u.
net of netwerk
samenstel van ondergrondse kabel(s) en/of leiding(en), bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie (een, al dan niet openbaar, elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1. onderdelen e en h van de Telecommunicatiewet);
v.
openbare grond(en)
openbare gronden, als genoemd in artikel 1.1, onderdeel aa, van de Telecommunicatiewet;
w.
open verharding
verharding bestaande uit elementen, waar onder bijzondere (sier)bestrating, of andere ongebonden materialen al of niet op een puinfundering, waaraan geen bindmiddel is toegevoegd;
x.
omwonenden
de bewoners en bedrijfsmatige gebruikers van alle percelen, grenzend aan het tracé van kabels en/of leidingen waar werkzaamheden worden uitgevoerd;
y.
opslag
vrijgekomen sleufmaterialen die tijdelijk worden opgeslagen, meestal naast de sleuf;
z.
opslagterrein
de tijdelijke stallingsplaats van haspels, vracht-, directie- of materiaalwagens, materialen enzovoorts op openbaar terrein;
aa.
persing
met behulp van een hydraulische vijzel een stalen mantelbuis door de grond drukken. Betreft een sleufloze techniek waarbij de omringende grondslag niet verwijderd wordt;
bb.
registratiesysteem
geautomatiseerd systeem van de gemeente waarin meldingen en instemmingen van werkzaamheden aan kabels en/of leidingen en alles wat daarmee samenhangt worden verwerkt door of namens de gemeente en/of de grondroerder;
cc.
revisietekening
een gewaarmerkte tekening die van kabels en/of leidingen die gelegd zijn de werkelijke ligging aangeeft in X-, Y- en waar van toepassing Z- coördinaten volgens het Rijksdriehoek (RD-)stelsel alsmede hoeveel kabels en/of leidingen gelegd zijn in een sleuf(deel);
5 van 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
dd.
sleuf
de opening in de ondergrond die ontstaat door het verwijderen van verharding en/of grond ten behoeve van het leggen van ondergrondse infrastructuur;
ee.
spoedeisende werkzaamheden
reparatie of onderhoudswerk waarvan uitstel niet mogelijk is als een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening via het betreffende net is opgetreden;
ff.
standaarddwarsprofiel
het door de gemeente vastgestelde en voor de netbeheerder verplichte schema voor de ligging van ondergrondse infrastructuur in de openbare grond;
gg.
uitvoeringsvoorschriften
uitvoeringsvoorschriften volgens het Handboek Kabels & Leidingen van de Gemeente Enkhuizen;
hh.
werkzaamheden
handmatige en mechanische (graaf)werkzaamheden, inclusief het opbreken en herstel van de sleufverharding, in de openbare grond in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen;
ii.
werkzaamheden van minder ingrijpende aard
het aanbrengen of verwijderen van kabels en leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen (mantelbuizen); reparaties of onderhoudswerk aan kabels en leidingen met een gezamenlijke lengte van minder dan vijfentwintig (25) meter en niet vallend onder onderdeel ee. van dit artikel; het maken van (huis)aansluitingen, waarbij geen verhardingen, watergangen of groenvoorzieningen worden gekruist, tot een gezamenlijke lengte van vijfentwintig (25) meter;
jj.
WION
de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) verplicht de grondroerder om, vóór het werk met mechanische grondroeringen begint, de tekeningen van alle aanwezige ondergrondse infrastructuur te raadplegen. De grondroerder doet hiertoe een graafmelding c.q. oriëntatiemelding bij het Kadaster- sectie Klic; De WION verplicht de netbeheerder en grondroerder om na het leggen van ondergrondse infrastructuur de ligging gegevens van deze leidingen digitaal beschikbaar te hebben voor raadpleging en bij het aantreffen van onbekende kabels en/of leidingen deze te melden bij het Kadaster- sectie Klic.
6 van 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
2.4.
VERWIJZINGEN
In dit Handboek wordt op diverse onderdelen verwezen naar normen en richtlijnen die van toepassing zijn op de uit te voeren werkzaamheden. Hieronder een beknopte omschrijving: NEN (Nederlands Normalisatie instituut) Het Nederlandse centrum van normalisatie helpt bedrijven en andere partijen om onderling heldere en toepasbare afspraken te maken. NEN draagt bij aan veiligheid, gezondheid, milieu en innovatie. Bedrijfsleven en andere partijen maken in normcommissies zelf afspraken over producten en werkwijzen. NEN bemiddelt in het afwegen van de verschillende belangen en zorgt voor neutrale procesbegeleiding. NEN biedt direct toegang tot Europese (NEN-EN) en mondiale normalisatieplatforms. De NPR (Nederlandse Praktijk Richtlijnen) geeft toelichting op en aanwijzingen voor het verantwoord gebruik van de NEN- (nationaal) en NEN-EN (Europees) normen. CROW (oorspronkelijk: Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Wateren Wegenbouw en de Verkeerstechniek) CROW is het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Deze stichting zonder winstoogmerk ontwikkelt, verspreidt en beheert praktisch toepasbare kennis voor beleidsvoorbereiding, planning, ontwerp, aanleg, beheer en onderhoud.
Dat gebeurt in de vorm van handleidingen, richtlijnen en aanbevelingen en in samenwerking met alle belanghebbende partijen, waaronder Rijk, provincies, gemeenten, adviesbureaus, uitvoerende bouwbedrijven in de grond-, wateren wegenbouw, toeleveranciers en vervoerorganisaties. RAW (Rationalisatie en Automatisering in de Grond-, Water- en Wegenbouw) De RAW-systematiek, beheerd en onderhouden door CROW, is sinds jaar en dag de standaard voor bestekken in de grond-, water- en wegenbouw (GWW). Bij de meeste werken in de GWW wordt de systematiek gevolgd. Alle relevante (technische) eisen uit de meest recente Standaard RAW bepalingen voor o.a. grondwerken, groenvoorzieningen, sleuf- en sleufloze technieken en leiding- en kabelwerk zijn leidend betreffende de uitvoeringsmethodiek. VCA (Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers) VCA is bedoeld om aannemers veiliger te laten werken en het aantal ongevallen te verminderen. VCA biedt een concrete en praktische invulling van wettelijke regelingen of vult deze aan. Elke VCA gecertificeerde aannemer voldoet aantoonbaar aan een aantal verplichtingen uit de Arbowet. Norm instituut bomen Het Norminstituut Bomen heeft als doel de kwaliteitszorg rond bomen te verbeteren. Het instituut ontwikkelt en standaardiseert kwaliteitseisen, richtlijnen en normen voor werkzaamheden in, rond en met bomen.
De bomenposter 'Werken rond bomen' toont de kwetsbare boomzone direct rond een boom en laat zien welke belangrijke randvoorwaarden er gelden binnen deze kwetsbare boomzone voor de uitvoering van werkzaamheden.
7 van 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
3. BEREIKBAARHEID, VERKEERSMAATREGELEN, OVERLASTBEPERKING 3.1.
BEREIKBAARHEID AANGRENZENDE GEBOUWEN
1. De werkzaamheden dienen qua tijd en uitvoeringswijze zodanig te worden gepland dat de bereikbaarheid van woningen, bedrijven, winkels en overige gebouwen (verder: objecten) voor (mindervalide) voetgangers, (brom) fietsers, gemotoriseerd (bestemmings-)verkeer en hulp- en afvalophaaldiensten -in overleg met de betrokkenen- altijd zo veel mogelijk in stand gehouden wordt. Dit geldt ook in doodlopende straten of openbare woonerven.
-
-
-
Verder geldt: Een weg mag in principe maar aan één kant worden afgesloten; Er moet altijd minimaal één rijstrook beschikbaar zijn; Indien het onvermijdelijk is dat een straat toch volledig afgesloten moet worden dient dit tenminste vier (4) werkweken voor aanvang van de werkzaamheden afgestemd te worden met de coördinator. Na goedkeuring van de coördinator zullen de hulpdiensten en de OVen buurtbusdiensten tenminste drie (3) werkweken voor aanvang van de werkzaamheden geïnformeerd worden door de gemeente over de wegafsluiting; De vooraankondigingsborden dienen minimaal een (1) werkweek van tevoren aan beide zijden van de af te sluiten weg geplaatst te worden; Bij wegafsluitingen waardoor omleidingen van grote omvang noodzakelijk zijn dient dit tenminste drie (3) maanden voor aanvang van de werkzaamheden afgestemd te worden met de coördinator; Brandkranen, afsluiters van water, gas en dergelijke moeten zichtbaar en toegankelijk blijven; De minimale doorrijbreedte voor hulpvoertuigen is 3,5 m en de minimale doorrijhoogte voor hulpvoertuigen is 4,5 m en dient altijd gewaarborgd te zijn; Objecten moeten minimaal tot op 40 m benaderd kunnen worden.
2. Ter plaatse van de toegang en (nood)uitgang naar objecten dient een goede toegankelijkheid geboden te worden voor voetgangers, inclusief (brom)fietsen die aan de hand meegevoerd worden en mindervalide voetgangers die vaak worden begeleid door hulpmiddelen zoals rollators, rolstoelen en scootmobiles. Hierbij is het toepassen van stevige en goed zichtbare loopplanken een minimale vereiste. De loopplanken dienen vlak en aansluitend aan elkaar geplaatst te worden. 3. Indien een beperking van de bereikbaarheid onvermijdelijk is en tot gevolg heeft dat: de hulp- en afvalophaaldiensten objecten niet voldoende kunnen naderen; de bevoorrading van winkels en bedrijven anders dan normaal moet worden geregeld; met de betrokkenen, aanwonenden of andere belanghebbenden geen overeenstemming kan worden bereikt over de beperking van de bereikbaarheid; dient de grondroerder minimaal drie (3) werkweken vooraf te overleggen met de toezichthouder zodat tijdig afspraken gemaakt kunnen worden om de juiste maatregelen te nemen. -
8 van 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
3.2.
MAATREGELEN IN HET BELANG VAN HET VERKEER
1. Ten behoeve van de verkeersmaatregelen zijn de meest recente Standaard RAW bepalingen van toepassing en de daaraan verbonden CROW uitgaven 96b (en/of 96a). 2. Als de gemeente het noodzakelijk acht, bijvoorbeeld wanneer vanwege de werkzaamheden een belangrijke verkeersweg moet worden afgesloten, kan de gemeente de grondroerder verplichten om de werkzaamheden zo veel mogelijk in de weekeinden, avonduren of ´s nachts uit te voeren. Indien een straat volledig afgesloten moet worden geldt het bepaalde in artikel 3.1, eerste lid. 3. Tijdens de verkeersspits (7.00 uur tot 9.00 uur en 15.00 uur tot 18.00 uur) mogen geen werkzaamheden op of langs hoofdwegen of gebiedsontsluitingswegen plaatsvinden. Indien de grondroerder aantoonbaar zorgt voor een goede verkeersdoorstroming en verkeersafwikkeling kan met de toezichthouder anders worden overeengekomen. 4. Ten behoeve van de bereikbaarheid voor gemotoriseerd (bestemmings-)verkeer kan toepassing van tijdelijke verkeersmaatregelen en/of aanbrengen tijdelijke verkeersvoorzieningen (zoals rijplaten, tijdelijke waterkruisingen of doorsteken door groenstroken en dergelijke) noodzakelijk zijn. Bermen, gazons en boomspiegels dienen altijd beschermd te worden tegen spoorvorming. 5. De vereiste verkeersmaatregelen t.b.v. omleidingen of t.b.v. werkzaamheden bij straten, kruispunten, voet- en fietspaden, e.d.
dient de grondroerder vast te leggen in een gedetailleerd verkeers- werk- en tijdsplan en dit ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeente. Dit dient tenminste drie (3) werkweken voor aanvang van de werkzaamheden te gebeuren. Indien een straat volledig afgesloten moet worden geldt het bepaalde in artikel 3.1, eerste lid. 6. Als de door de grondroerder uit te voeren werkzaamheden begeleid dienen te worden door tijdelijke verkeersregelinstallaties (VRI), dan dient de grondroerder dit vooraf te melden bij de gemeente. Binnen tien (10) werkdagen na melding wordt dit door de toetsende afdeling van de gemeente beoordeeld. Aanwijzingen e.d. van die afdeling moeten door de grondroerder worden opgevolgd voordat de tijdelijke VRI in gebruik wordt genomen. 7. De verkeersvoorzieningen mogen maximaal 72 uur voor aanvang van de werkzaamheden, met de voor- of beeldzijde afgedraaid van het verkeer, worden aangebracht. De verkeersvoorzieningen mogen niet aan b.v. lichtmasten worden bevestigd en mogen het zicht op de overige bebording en het zicht van eventuele camera’s niet ontnemen. De verkeersvoorzieningen dienen op de dag van en voor aanvang van de werkzaamheden met de voor- of beeldzijde naar het verkeer te worden geplaatst. 8. Verkeersvoorzieningen die (tijdelijk) geen dienst (meer) doen dienen meteen verwijderd c.q.
afgedraaid of afgedekt te worden tot het tijdstip dat deze weer nodig zijn. 9. De (onder)aannemer die de verkeersvoorzieningen opzet en/of verwijdert dient in het bezit te zijn van een KOMO-procescertificaat op basis van de BRL-9101 conform het KIWA Reglement voor Procescertificatie.
9 van 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
10. Indien tijdelijke verkeersvoorzieningen in een verharding aangebracht moeten worden, moet het te verwijderen verhardingsmateriaal worden afgevoerd en na verwijdering van de verkeersmaatregel weer terug aangebracht te worden. 11. De grondroerder zorgt voor een regelmatige en voldoende controle op de instandhouding van de verkeersvoorzieningen, ook buiten de normale werktijden en zorgt, indien van toepassing, voor een zo spoedig mogelijk herstel. Dit geldt ook voor eventueel door de gemeente geplaatste verkeersvoorzieningen. Eventuele aanwijzingen van een toezichthouder met betrekking tot verkeersmaatregelen dienen meteen te worden opgevolgd. 12. De gemeente kan vanwege verkeerstechnische redenen de grondroerder verplichten bouwhekken te plaatsen rondom ontgravingen. 13. Plaatsing van onverlichte obstakels dient te voldoen aan CROW publicatie 130, “richtlijn voor het markeren van onverlichte obstakels” (ISBN 90 6628 283 5).
3.3.
MAATREGELEN TEN BEHOEVE VAN DE OVERLASTBEPERKING
1. Het is niet toegestaan om op zaterdagen, zondagen en nationale feest- en gedenkdagen of wanneer er een evenement plaatsvindt (zie ook artikel 4.3, breekverbod) geplande werkzaamheden uit te voeren in de openbare ruimte. De sleuf, inclusief verharding, moet volledig afgewerkt zijn en er mag geen puin en/of afval meer binnen de werkomgeving aanwezig zijn. 2. Het is niet toegestaan om op werkdagen voor 07.00 uur en na 19.00 uur geplande werkzaamheden uit te voeren in de openbare ruimte. 3. Op vrijdag of de dag voorafgaande aan een nationale feest- of gedenkdag of een vakantieperiode van de grondroerder moet de sleuf worden aangevuld en verdicht en de verharding moet weer worden aangebracht. Uiterlijk om 17.00 uur moeten alle werkzaamheden gereed zijn en de werkomgeving moet opgeruimd zijn. 4. Het derde lid van dit artikel is overeenkomstig van toepassing op de dag voorafgaande aan alle namens de gemeente vergunde evenementen (kermis, (jaar)markt, enzovoorts, incl. de opbouw- en afbreekperiode) op de evenementenlocatie en de directe omgeving daarvan en in winkelgebieden op de dag(en) waarop de koopavond(en) worden gehouden. 5. Het eerste t/m vierde lid van dit artikel gelden, tenzij er met de coördinator en/of toezichthouder afwijkende afspraken worden gemaakt. 6.
De grondroerder dient alles te doen wat verwacht mag worden en wat redelijkerwijs mogelijk is hinder als gevolg van b.v. lawaai, stank, modder, e.d. veroorzaakt door voertuigen, machines, apparaten, enzovoorts tot een aanvaardbaar niveau te beperken.
10 van 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
7. Indien de grondroerder bij hoge uitzondering door de gemeente wordt toegestaan of verplicht om op zaterdagen, zondagen, nationale feestdagen of ’s avonds c.q. ‘s nachts te werken is de grondroerder verplicht alle nadere aanwijzingen van de gemeente op te volgen en zelf zorg te dragen voor eventuele benodigde aanvullende vergunningen of ontheffingen.
11 van 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
4. COMMUNICATIE, MELDINGEN EN BREEKVERBOD 4.1.
COMMUNICATIE OP DE GRAAFLOC ATIE, (BOUW)OVERLEG
1. Namens de grondroerder dient er altijd een contactpersoon op het werk aanwezig te zijn. De naam en het mobiele telefoonnummer van de contactpersoon moet bij alle betrokken partijen bekend zijn. De contactpersoon moet controleren en verifiëren of de werkzaamheden worden uitgevoerd volgens de tracétekeningen en de gemaakte afspraken, alsmede dat de uitvoering conform het instemmingsbesluit verloopt. 2. De grondroerder dient 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar te zijn en de contactpersonen van de grondroerder dienen direct informatie te geven en medewerking te verlenen indien de toezichthouder daarom vraagt. 3. De grondroerder dient ervoor zorg te dragen dat alle contactpersonen in de gehele projectorganisatie de Nederlandse taal voldoende beheersen in woord en geschrift. 4. De grondroerder dient bij alle bouwvergaderingen die worden gehouden de coördinator en/of toezichthouder uit te nodigen. Van deze vergaderingen dient de grondroerder notulen op te maken en deze binnen tien (10) werkdagen naar de deelnemers toe te sturen. Deze notulen zullen op de gebruikelijke wijze worden beoordeeld en vastgesteld door de vergadering. 5.
Bij (grootschalige) projecten die een bovengemiddelde impact hebben op de openbare ruimte en de veiligheid van de leefomgeving kan er op initiatief van de gemeente op regelmatige tijden een voortgangsoverleg met alle betrokken partijen worden vereist. Van deze vergaderingen zal de gemeente notulen opmaken en deze binnen tien (10) werkdagen naar de deelnemers toesturen. Deze notulen zullen op de gebruikelijke wijze worden beoordeeld en vastgesteld door de vergadering. 6. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient de grondroerder de belanghebbenden en omwonenden schriftelijk op de hoogte te stellen met een bewonersbrief. Deze brief dient minimaal vijf (5) werkdagen voor de start van de werkzaamheden bezorgd te zijn. De gemeente kan vragen om deze bewonersbrief voorafgaand aan de bezorging aan haar te overhandigen ter toetsing. In de bewonersbrief wordt in ieder geval informatie gegeven over:
Het moment van de uitvoering (datum en tijdstippen); De duur van de voorgenomen werkzaamheden; De bereikbaarheid van de woonomgeving; De plaats van de voorgenomen werkzaamheden (straatnamen); De opdrachtgever van de voorgenomen werkzaamheden; De contactpersoon van de grondroerder incl. persoonlijke contactgegevens, telefoonnummer en e-mailadres.
7. Vóór aanvang van spoedeisende werkzaamheden of werkzaamheden van minder ingrijpende aard dient de grondroerder alle belanghebbenden indien mogelijk schriftelijk, maar in ieder geval mondeling op de hoogte te stellen van de werkzaamheden.
12 van 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
4.2.
MELDING AANVANG (AANVR AAG BREEKBON) EN EINDE WERK
1. De grondroerder dient de aanvang van zijn werkzaamheden uiterlijk twee (2) werkdagen van tevoren bij de gemeente te melden, met opgave van graaflocaties en uitvoeringsdatum. De melding dient gedaan te worden in het registratiesysteem of anderszins digitaal. Dit geldt tevens voor werkzaamheden waarvoor door de gemeente reeds een instemmingsbesluit is afgegeven. Nadat de melding is gedaan ontvangt de grondroerder binnen twee (2) werkdagen een schriftelijk akkoord (de breekbon) van de gemeente om met de werkzaamheden te mogen starten. 2. Zodra de werkzaamheden zijn uitgevoerd dient de grondroerder na (gezamenlijke) oplevering de werkzaamheden gereed te melden bij de gemeente. De melding dient gedaan te worden in het registratiesysteem of anderszins digitaal. De werkzaamheden zijn gereed wanneer: - het tracé op een correcte wijze is hersteld en in opgeruimde staat is achtergelaten; - de (gegevens van de) straatwerkbonnen allemaal (digitaal) zijn ingeleverd; - de klachten van omwonenden en/of bedrijven enzovoorts zijn opgelost; - (klad)revisiegegevens bij het Kadaster - sectie Klic beschikbaar zijn. 3. In geval van spoedeisende werkzaamheden c.q. calamiteiten mag het werk, als het niet anders kan, zonder voorafgaande kennisgeving worden uitgevoerd.
Zodra de mogelijkheid zich voordoet, maar uiterlijk binnen een (1) werkdag na aanvang van het werk dienen de werkzaamheden bij de gemeente gemeld te worden. De melding dient gedaan te worden in het registratiesysteem of anderszins digitaal. Indien voor spoedeisende werkzaamheden c.q. calamiteiten een wegafsluiting noodzakelijk is dienen de hulpdiensten per direct ingelicht te worden door de grondroerder.
4.3.
BREEKVERBOD
1. Behoudens spoedeisende werkzaamheden is het tijdens een breekverbod tijdelijk niet toegestaan in de openbare ruimte de verharding (in eigendom en beheer van de gemeente) op te breken of aan te brengen. 2. De gemeente kan een breekverbod instellen bij weersomstandigheden waarbij de uitvoering van de werkzaamheden tot overlast voor de bewoners en/of schade voor de gemeente kan leiden. Bijvoorbeeld bij vorst, maar ook bij wateroverlast, zware sneeuwval of ijzel. Onder andere breuk van vastgevroren bestratingsmateriaal en/of niet goed kunnen verdichten van de ondergrond wordt voorkomen door het instellen van het breekverbod.
3. Tijdens alle door de gemeente vergunde evenementen (kermis, (jaar)markt, enzovoorts, incl. de opbouw- en afbreekperiode) is het breekverbod op de evenementenlocatie en de directe omgeving daarvan altijd van kracht. De grondroerder dient hiermee rekening te houden en dient daartoe tijdig de evenementenkalender op te vragen bij de gemeente. Na afloop van het evenement kan de grondroerder zijn werkzaamheden op de gebruikelijke wijze hervatten. 4. De gemeente kan een breekverbod instellen voor beperking van overlast voor bijvoorbeeld openbaar vervoer en/of winkeliers.
13 van 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
5. Behoudens het bepaalde in het derde lid van dit artikel geeft de gemeente in alle gevallen aan wanneer het breekverbod van toepassing is en de gemeente geeft tijdig of in ieder geval één werkdag van te voren aan wanneer het breekverbod weer is opgeheven. De grondroerder dient zich aan het breekverbod te houden en de werkzaamheden mogen na beëindiging van het breekverbod pas weer worden hervat.
14 van 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
5. AANSPRAKELIJKHEID, SCHADE, VERZEKERINGEN EN VEILIGHEID 5.1.
AANSPRAKELIJKHEID
1. Ongeacht de instemmingverlening door de gemeente en/of goedkeuring door andere bevoegde instanties, is de grondroerder tegenover de gemeente en/of derden aansprakelijk voor schade als gevolg van de uitvoering van het werk. 2. De aanleg, instandhouding en de opruiming van kabels en/of leidingen moet geschieden op een zodanige wijze dat het beheer van kabels en/of leidingen van andere netbeheerders niet in gevaar wordt gebracht of zonder noodzaak wordt bemoeilijkt. Als hiermee in strijd wordt gehandeld neemt de grondroerder maatregelen ten aanzien van de betreffende kabels en/of leidingen, waaronder zo nodig het verplaatsen daarvan, om aan die strijdigheid direct een einde te maken. 3. De grondroerder vrijwaart de gemeente voor alle aanspraken van derden wegens schade, die het gevolg is van het (ver)leggen, verwijderen, repareren en dergelijke van kabels en/of leidingen. 4. De grondroerder is aansprakelijk voor alle schade aan gemeente-eigendommen die het gevolg zijn van het (ver)leggen, verwijderen, repareren en dergelijke van kabels en/of leidingen. Bij gecombineerde kabel- en/of leidingaanleg zijn de deelhebbende netbeheerders hoofdelijk aansprakelijk tegenover de gemeente. 5. Het bepaalde in het derde en vierde lid van dit artikel geldt ook indien het (ver)leggen c.q. verwijderen van kabels en/of leidingen wordt uitgevoerd in opdracht of op verzoek van de gemeente. 6.
Indien een grondroerder een kabel c.q. leidingtracé wil aanleggen in een gebied waarvan vooraf is vastgesteld dat de bodem verontreinigd is, dan vervalt elke aansprakelijkheid van de gemeente. Een eventuele saneringsplicht ligt in die gevallen bij de grondroerder. 7. Het risico voor het afvoeren en aanvoeren van bouwstoffen ligt altijd bij de grondroerder. De grondroerder dient daarbij aan alle eisen en (milieu-)voorschriften te voldoen.
5.2.
SCHADE
1. De grondroerder zal alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen nemen om te voorkomen dat schade wordt toegebracht aan eigendommen van de gemeente of derden. 2. Wordt er desondanks schade aan eigendommen van de gemeente of derden (bijvoorbeeld: kabels en leidingen van andere netbeheerders, verkeersborden, eigendommen van particulieren, bodemverontreiniging tijdens het werk, enzovoorts) toegebracht dan dient de grondroerder dit zo spoedig mogelijk, in elk geval binnen 24 uur, schriftelijk door te geven aan de toezichthouder en/of aan belanghebbende derden. 3. Bij schade aan eigendommen van de gemeente beslist de gemeente of zij de schade laat herstellen op kosten van de grondroerder, of dat de grondroerder de schade voor eigen rekening zelf mag herstellen, of dat de grondroerder de schade aan de gemeente dient te vergoeden.
15 van 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
4. Schades die de gemeente als gevolg van kabel- en/of leidingwerkzaamheden lijdt dienen door de grondroerder hersteld c.q. vergoed te worden. De situatie van de ondergrond, de verharding (inclusief bijzondere (sier)bestrating) en groenvoorzieningen dient teruggebracht te worden in de oorspronkelijke staat. De gemeente accepteert geen verslechtering. 5. Indien binnen vijf (5) jaar na groot onderhoud of herinrichting van openbare gronden een grondroerder werkzaamheden moet uitvoeren, dient voorafgaand aan de werkzaamheden met de coördinator overlegd te worden over de wijze waarop de grondroerder de vereiste kwaliteit wil bereiken en kan garanderen. Indien de door de gemeente gewenste duurzame kwaliteit niet kan worden gegarandeerd kan de gemeente eisen dat de kabels en/of leidingen via een ander tracé worden gelegd of dat de verharding over een grotere of volle breedte opnieuw wordt gelegd. 6. Niet alle schades die de gemeente als gevolg van kabel- en/of leidingwerkzaamheden lijdt kunnen door de vastgestelde hersteltarieven worden gedekt.
Dit is het geval bij: Schade bij groenwerkzaamheden: Werkzaamheden waarbij de overlevingskans van de aanwezige beplanting gering is en deze dus moet worden vervangen; Werkzaamheden waarbij dicht in de buurt van bomen moet worden gewerkt; Achteruitgang van de (beeldbepalende) groenkwaliteit; Aantasting van de (ecologische) kwaliteit van de groeiplaats. In deze gevallen kunnen al vóór aanvraag van het instemmingsbesluit specifieke afspraken tussen de gemeente en de grondroerder worden gemaakt. Afhankelijk van de omvang van het werk kan in de voorwaarden "het 1e jaaronderhoud groen" en/of "inboet beplanting na het 1e groeiseizoen" worden voorgeschreven. De gemaakte afspraken worden vastgelegd in het instemmingsbesluit. Als er bomen worden beschadigd of zonder toestemming van de gemeente worden gerooid, zal de grondroerder aansprakelijk gesteld worden voor de schade. De schade aan bomen wordt achteraf vastgesteld en berekend op basis van de Richtlijnen NVTB (Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen). Schade die ontstaat buiten de werkomgeving: Van schade die ontstaat buiten de werkomgeving van de grondroerder is sprake als ten gevolge van werkzaamheden schade ontstaat aan materialen, lichtmasten, verkeersregelinstallaties (VRI’s), geparkeerde auto's, e.d. Voor zover het gemeentelijke eigendommen betreft, zal de gemeente deze schade verhalen op grondroerder.
Afhankelijk van de specifieke situatie kan het wenselijk zijn dat er voorafgaand aan de werkzaamheden een gezamenlijke (toezichthouder en grondroerder) schouw van de werkomgeving plaatsvindt. De bevindingen kunnen vastgelegd te worden.
16 van 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
Verborgen gebreken: Verborgen gebreken zijn buitenproportionele oneffenheden van opgeleverd en goedgekeurd hersteld straatwerk. In dergelijke gevallen heeft de grondroerder een werkweek na eerste aanzegging van de gemeente de tijd om de verharding opnieuw te herstellen. Indien de grondroerder niet tijdig voor herstel zorgt zal de gemeente dit zelf (laten) doen. Als norm voor "buitenproportioneel" wordt een oneffenheid aangehouden van meer dan 0,03 m, welke zich binnen één jaar na het eerste herstel voordoet (= CROW-norm voor "ernstige schade"). 7. Aanstootgevende graffiti, leuzen, posters en dergelijke die aangebracht zijn op bovengrondse voorzieningen die eigendom zijn van netbeheerders dienen per 1e aanzegging en binnen 24 uur door of in opdracht van de netbeheerder te worden verwijderd.
5.2.1. VERGOEDING VAN (HERSTEL)KOSTEN 1. Indien vooraf tussen de gemeente en de grondroerder de afspraak is gemaakt dat de gemeente zelf zorg draagt voor de herstelwerkzaamheden (van verharding en/of groenvoorziening) zal de gemeente de marktconforme kosten in rekening brengen bij de grondroerder. Hierin is dan begrepen een onderhoudstermijn van twaalf (12) maanden door de gemeente. 2. Indien de gemeente conform hoofdstuk 6 van dit Handboek handhavend moet optreden worden alle kosten die daaruit voortvloeien in rekening gebracht bij de grondroerder. De gemeente zal, indien zij dit nodig acht, bij in gebreke blijven van grondroerder zelf noodzakelijke (herstel)werkzaamheden uit (laten) voeren. Dit zal dit tegen marktconforme tarieven geschieden. De gemeente zal de grondroerder hiervan schriftelijk op de hoogte brengen. 3. Alle (extra) kosten1 die door de grondroerder (of de gemeente) gemaakt moeten worden vanwege werkzaamheden m.b.t. kabels en/of leidingen, calamiteiten en/of een gevolg zijn van de voorwaarden en eisen die zijn opgenomen in de AVOI, het instemmingsbesluit en dit Handboek komen altijd voor rekening van de grondroerder c.q. de netbeheerder.
1
Onder andere kosten van : specifiek herstel van bijzondere (sier)bestrating; extra werkzaamheden t.b.v. het herstel van straatwerk jonger dan vijf (5) jaar; de uitvoering van het Bouwprocesbesluit Arbeidsomstandigheden; verwijderen van verlaten kabels op verzoek van de gemeente; verwijderen van graffiti, posters, enzovoort, van bovengrondse voorzieningen; het aanbrengen van anti graffitivoorzieningen op bovengrondse voorzieningen; extra aan te planten groen nabij bovengrondse voorzieningen t.b.v. inpassing in de omgeving; noodzakelijke werkzaamheden aan groenvoorzieningen en bomen; vervanging en herplanten van groenvoorzieningen en bomen; het afvoeren, tijdelijke opslag en terugplaatsen van bouwstoffen; inboet en het leveren van extra bouwstoffen; afvoeren incl. de stortingskosten van (vervuilde) grond, puin, vrijgekomen asfaltmaterialen; definitief herstel asfaltverhardingen; leveren, aanbrengen en opruimen van tijdelijke (verkeers-)voorzieningen en verkeersmaatregelen en bronbemaling; herstel van verborgen gebreken; het opnieuw aanbrengen c.q. aanwijzen van peilen en hoofdafmetingen; het nemen van maatregelen t.a.v. de bereikbaarheid van andere kabels en/of leidingen of percelen; het tijdelijk verwijderen en terugplaatsen van bovengrondse obstakels (lichtmasten, verkeersborden); gevolgen voortvloeiend uit het breekverbod; verzekeringen; enz.
17 van 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
5.3.
VERZEKERINGEN
1. De grondroerder dient een verzekering (bijvoorbeeld Construction All Risk, CAR) af te sluiten, welke voldoende dekking biedt tegen: - beschadiging, verlies of vernietiging van het werk, waaronder de voor het werk bestemde materialen; - het risico van aansprakelijkheid voor schade aan goederen van derden, en de daaruit voortvloeiende gevolgschade, alsmede voor overlijden of lichamelijk letsel van personen, veroorzaakt door de uitvoering van het werk. 2. De dekking van de verzekering loopt minstens vanaf de dag dat het werk start tot en met de dag van oplevering van de werkzaamheden. 3. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel moeten de grondroerder en zijn (onder)aannemers zorgdragen voor de verzekeringen tegen schade als gevolg van Wettelijke Aansprakelijkheid welke voortvloeit uit het gebruik van aannemersmateriaal bij de uitvoering van het werk. 4. Rij- of voertuigen waarvoor een verzekeringsplicht krachtens de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorvoertuigen (WAM) geldt, dienen overeenkomstig de voorschriften van de WAM, alsmede tegen het werkrisico verzekerd te zijn. Alleen door de in de vorige zin bedoelde verzekering gedekte rij- of voertuigen mogen voor het werk worden gebruikt.
5.4.
VEILIGHEID EN CALAMITEITEN
1. Alle werkzaamheden moeten worden uitgevoerd met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving ten aanzien van veiligheid en arbeidsomstandigheden (bijvoorbeeld bij extreem lage of hoge gevoelstemperaturen mogen werknemers niet doorwerken). De voorschriften die op dit gebied van kracht zijn (zie: www.arboportaal.nl) moeten op het werk beschikbaar zijn en de betrokken werknemers dienen volledig geïnstrueerd te worden. Tevens dienen alle (onder)aannemers VCA gecertificeerd te zijn. De grondroerder is verantwoordelijk voor de naleving hiervan. 2. Conform de vereisten uit de VCA en de Arbowet dient er in de meeste gevallen voor de aanvang van de werkzaamheden een Veiligheids-, Gezondheids- en Milieuplan (VG&M plan) te zijn opgesteld door de grondroerder. Wanneer er geen VG&M plan wordt opgesteld door de grondroerder dient de grondroerder aan de gemeente voorafgaand aan de werkzaamheden onderbouwd aan te geven waarom er geen VG&M plan wordt opgesteld. In het VG&M plan moet, indien van toepassing, minimaal het volgende zijn opgenomen:
de van kracht zijnde veiligheidsvoorschriften; milieuvoorschriften; de wijze waarop de instructie en voorlichting van het personeel worden geregeld; de wijze waarop het toezicht is geregeld; de wijze waarop verontreiniging van het milieu wordt voorkomen respectievelijk beheerst; 18 van 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
een risico-inventarisatie en -evaluatie met betrekking tot de uit te voeren werkzaamheden; de locaties waar bodemverontreiniging aanwezig is en de wijze waarop gewerkt moet worden op die afzonderlijke locaties (zie ook artikel 5.4.1 en artikel 8.8); specifieke veiligheids- en voorzorgsmaatregelen bij werkzaamheden op of in de nabijheid van eigendommen en installaties van derden; de wijze waarop de afhandeling van calamiteiten en ongevallen wordt geregeld; contactpersonen van lokale hulpdiensten en storingsdiensten van netbeheerders.
3. Het bij de uitvoering van de werkzaamheden betrokken personeel moet op de hoogte zijn van de inhoud van het VG&M plan en moet dit naleven. 4. De gemeente kan de grondroerder in het kader van de (o.a. verkeers-)veiligheid verplichten bouwhekken te plaatsen rondom ontgravingen. Rondom het opslagterrein van de grondroerder is het plaatsen van bouwhekken altijd verplicht. 5. De toezichthouder kan vanuit de publieke taakstelling van de gemeente controleren of het werk veilig wordt uitgevoerd. De toezichthouder is bevoegd om bij onveilige situaties correctieve maatregelen af te dwingen en/of de werkzaamheden stilleggen. Dit geldt ook als er onveilige situaties aan een bestaand net of netwerk van een netbeheerder worden geconstateerd. 6. Wanneer als gevolg van een storing in of toegebrachte schade aan een net of netwerk van een netbeheerder de (verkeers-)veiligheid en/of de volksgezondheid in gevaar komt is er sprake van een calamiteit. 7. Calamiteiten dienen direct na signalering bij de coördinator en/of de toezichthouder te worden gemeld. 8. Storingen of schades aan gas- en stroomvoorzieningen dient de grondroerder te melden bij het nationale nummer 0800-9009. Storingen of schades aan kabels en/of leidingen van overige disciplines dienen gemeld te worden bij de betreffende netbeheerders. 9.
Wanneer de calamiteit van dusdanige aard en/of omvang is dat er hulpdiensten moeten worden ingeschakeld dient de grondroerder dit direct te melden bij alarmnummer 112. 10. Indien het noodzakelijk is dat, voor de (verkeers-)veiligheid en/of bescherming van de volksgezondheid, direct afzettingen worden geplaatst en/of (een deel van) de weg(-en) wordt afgesloten dan dient dit tevens gemeld te worden bij alarmnummer 112 en bij de coördinator en/of de toezichthouder.
19 van 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
5.4.1. BESLUIT BODEMKWALITEIT 1. Voor werkzaamheden in de bodem is de Wet bodembescherming (Wbb) onverkort van toepassing. Bij het werken in of met verontreinigde grond zijn die wettelijke kaders van belang. Het CROW heeft hiervoor de richtlijn “Werken in of met verontreinigde grond en/of verontreinigd (grond)water” (publicatie 132) en aanvullend daarop de richtlijn “Kabels en leidingen in verontreinigde grond” (publicatie 307) uitgebracht. Om aan de vigerende wet- en regelgeving te voldoen dient de grondroerder altijd te werken volgens deze richtlijnen, inclusief eventuele recente aanvullingen. 2. De initiatiefnemer van een project dient vooraf te inventariseren of er zich verdachte locaties binnen het werkgebied bevinden. Bij een door de grondroerder geïnitieerd project is de grondroerder de initiatiefnemer. 3. Onder andere via de websites www.bodemloket.nl (initiatief van gemeenten, provincies en het Rijk) en/of www.rwsleefomgeving.nl (Rijkswaterstaat) is te achterhalen waar zich verontreinigde of verdachte locaties bevinden. 4. Voor de meest recente informatie en/of detailinformatie dient de grondroerder contact op te nemen met de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord (RUD NHN), www.rudnhn.nl. 5.
De grondroerder zorgt zelf voor eventueel nader onderzoek en zorgt ervoor dat de juiste noodzakelijke (beschermings-)maatregelen worden voorgeschreven voor het werken in of nabij elke verontreinigde grondlocatie. Dit betekent dat voldoende bekend moet zijn wat de gevaren inhouden. Hetgeen kan worden bereikt door middel van gedegen onderzoek voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden. De grondroerder dient de risico’s die te verwachten zijn en per locatie de werkwijze die gehanteerd dient te worden t.a.v. de veiligheid en gezondheid van de medewerkers vast te leggen in het VG&M plan (zie ook artikel 5.4. tweede lid).
5.5.
PEILEN EN HOOFDAFMETINGEN
1. Het op de graaflocatie aangeven van peilen en hoofdafmetingen door de toezichthouder beperkt zich tot het eenmalig aangeven van hoofdmeetpunten en eventueel extra punten in bochten en dergelijke. De grondroerder kan daarna zelf d.m.v. eenvoudig meetwerk, zowel qua horizontale als verticale maatvoering, het tracé in detail uitzetten. De gemeente treedt slechts toetsend c.q. controlerend op. Het gewenste tijdstip van aanwijzing dient door de grondroerder tenminste een (1) werkweek van te voren aan de toezichthouder kenbaar gemaakt te worden. 2. Bij de aanleg van kabels en/of leidingen in een nieuwbouwplan, waarbij (nog) geen woningen enzovoorts aanwezig zijn om als vast punt voor maatvoering te dienen, zal de gemeente een aantal maten middels piketpaaltjes en/of krijtmarkeringen aangeven. Dit geldt alleen voor gronden die eigendom zijn van de gemeente. Bij graafwerk in particulier eigendom dient de grondroerder met betreffende grondeigenaar en/of projectontwikkelaar rechtstreeks afspraken te maken, de gemeente is hierin geen partij.
20 van 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
3. Het in stand houden (borgen/verklikken) van de eenmalig door de toezichthouder aangegeven peilen en hoofdafmetingen vallen onder de verantwoordelijkheid van de grondroerder.
5.6.
GRONDWATERSTANDEN EN BRONBEMALING
1. Afwijkingen of veranderingen in de (door de gemeente) opgegeven grondwaterstanden geven de grondroerder geen recht op schadevergoeding of andere financiële tegemoetkomingen. 2. Indien naar inzicht van de grondroerder bronbemaling noodzakelijk is om de werkzaamheden uit te kunnen voeren dient de grondroerder zelf te zorgen voor de noodzakelijke vergunning. Voor het onttrekken van grondwater en voor lozing op het oppervlaktewater is in veel gevallen een watervergunning van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) nodig. 3. Indien bronneringswater op het gemeentelijke rioolstelsel moet worden geloosd, dient de grondroerder voor aanvang van de werkzaamheden daarvoor schriftelijk toestemming te vragen bij de gemeente. 4. Bij het verlagen van de grondwaterstand binnen de wortelzone van te handhaven bomen of beplanting, dienen in het groeiseizoen eventueel beschermende maatregelen te worden genomen voor de beplanting. De grondroerder dient in overleg met de toezichthouder de beplanting water te geven. Hiervoor dient leidingwater te worden gebruikt. Er mag geen bronneringswater of oppervlaktewater voor worden gebruikt.
21 van 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
6. HANDHAVING 1. Handhaving geschiedt conform de vigerende AVOI. 2. De in dit Handboek gestelde procedures, richtlijnen, voorwaarden, eisen en werkafspraken dienen altijd te worden opgevolgd. 3. Mondelinge of schriftelijke (ook per e-mail) aanwijzingen en geboden die door de vertegenwoordigers van de gemeente m.b.t. de inhoud van dit Handboek of de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Enkhuizen worden gegeven dienen onverwijld opgevolgd te worden. 4. Indien de grondroerder de gemaakte afspraken negeert kan de gemeente de grondroerder een (schriftelijke) waarschuwing geven. Zo nodig wordt het werk tijdelijk stilgelegd zonder dat aanspraak op schadevergoeding mogelijk is. 5. Werkzaamheden die tijdelijk zijn stilgelegd mogen, op aanwijzing van de toezichthouder, pas weer worden hervat als de reden van stillegging door de grondroerder is opgeheven. 6. Indien blijkt dat werknemers van de grondroerder en/of haar (onder)aannemers zich niet houden aan de gemaakte afspraken of zij zich op de werkvloer onbehoorlijk en/of overlast gevend gedragen of dat er zich tijdens de uitvoering onregelmatigheden voordoen of dat de werkzaamheden niet naar behoren worden uitgevoerd, kan de gemeente van de grondroerder eisen dat dit personeel de toegang tot het werk wordt ontzegd. 7.
De grondroerder houdt zelf toezicht op alle werkzaamheden van de (onder)aannemer(s) en voert de nodige controles en steekproeven uit. 8. Namens de gemeente ziet de toezichthouder erop toe dat de voorschriften uit het instemmingsbesluit, de AVOI en het Handboek door de grondroerder worden nageleefd. De toezichthouder controleert onder andere op:
de aanwezigheid van een afschrift en/of een digitale versie van het instemmingsbesluit (inclusief de door de gemeente goedgekeurde tekeningen) c.q. de meldingsgegevens (breekbon) op het werk; de naleving van de instemmingvoorwaarden; de aanwezigheid van de geldige gegevens van de Klic-melding op het werk; of de werkzaamheden (m.b.t. spoedeisend werk) zijn gemeld bij de gemeente; de naleving van een opgelegd breekverbod; het voldoende schouwen van het te volgen tracé; het nakomen van afspraken met omwonenden, bedrijven, hulpdiensten e.d.; de bereikbaarheid van de woon/werkomgeving; de ongestoorde exploitatie van andere kabels en/of leidingen; de kwaliteit van de verdichting van de sleuf; de kwaliteit van het herstel van de sleufbedekking; de kwaliteit van het herstel van groenvoorzieningen; de veiligheidsmaatregelen, correcte wegafzetting, enzovoorts.
22 van 44
Handboek Kabels & Leidingen 2014 Gemeente Enkhuizen
DEEL B:
(TECHNISCHE) EISEN / VOORSCHRIFTEN
7. RICHTLIJNEN TEN BEHOEVE VAN DE (TRACÉ)ENGINEERING 7.1.
TRACÉ INSPECTIE T.B.V. DE AANLEG VAN KABELS EN/OF LEIDINGEN
1. De grondroerder dient het beoogde tracé waarop de voorgenomen werkzaamheden uitgevoerd moeten gaan worden vooraf te inspecteren en dient te onderzoeken of de werkzaamheden (verkeers-)technisch uitvoerbaar zijn t.a.v. de aanwezige wegen, waterlopen, voetpaden, kademuren, viaducten, tunnels, spoorwegen, (waterkerende) dijken, overige kabels en/of leidingen, bomen, wegmeubilair, taluds en gebouwen. De grondroerder dient bij de aanvraag van het instemmingsbesluit de gemeente ervan te overtuigen dat de werkzaamheden technisch uitvoerbaar zijn en dat de bereikbaarheid van bestaande kabels en/of leidingen wordt gewaarborgd. 2. De grondroerder dient in de engineeringsfase te inventariseren welke overige netbeheerders belangen hebben in het beoogde tracé en deze tijdig te informeren over de voorgenomen werkzaamheden en de gegevens over de aard en ligging van betreffende kabels en/of leidingen op te vragen. Daartoe dient de grondroerder een oriëntatiemelding te doen bij het Kadaster- sectie Klic. De grondroerder geeft de overige netbeheerders de gelegenheid tot reactie waarbij de netbeheerders zelf kunnen toetsen of de voorgenomen werkzaamheden geen belemmering zijn voor een ongestoorde exploitatie van hun kabels en/of leidingen. Zo nodig kunnen zij in overleg treden met de grondroerder teneinde nadere afspraken te maken. 3.
De grondroerder dient zelf te inventariseren of er, behalve het instemmingsbesluit, voor bepaalde uit te voeren activiteiten eventueel een omgevingsvergunning noodzakelijk is bijvoorbeeld voor het graafwerk in een gebied met landschappelijke of cultuurhistorische waarde (al dan niet met nadere voorschriften in het kader van de bescherming van monumentale of archeologische waarden), het kappen van bomen, het oprichten/plaatsen van bovengrondse voorzieningen, bouwketen of portakabins, materiaalcontainers, parkeren van voertuigen, enzovoorts. Tevens dient de grondroerder alle voor het werk benodigde vergunningen, ontheffingen enzovoorts die noodzakelijk zijn vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) aan te vragen.
7.2.
TRACÉ BEPALING T.B.V. DE AANLEG VAN KABELS EN/OF LEIDINGEN
Bij de tracébepaling van kabels en/of leidingen zijn twee aspecten van belang: de horizontale ligging; de verticale ligging. Het doel van het vooraf bepalen van deze liggingen is: - een optimaal gebruik van de openbare ruimte; - een ongestoorde exploitatie van kabels en/of leidingen; - optimaliseren van de veiligheid.