CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

Elsenburg - zienswijze 20200226 ontwerpbestemmingsplan

commissie Grondgebied 14 september 2021, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Partiële herziening Landelijk Gebied-geitenhouderijen2.499 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Damen Legal B.V. Postbus 221 5140 AE Waalwijk D 05141 22 sg5

© 0416 744 050

•� franca@damenlegal.com

8) damenlegal.com

AANGETEKEND

Gemeente Enkhuizen Gemeenteraad Postbus ll 1600 AA ENKHUIZEN Vooruit per e-mail: stadhuis@enkhuizen.nl

Datum Onze referentie Uw referentie Inzake

26 februari 2020 D20200l2 ontwerpbestemmingsplan partiële herziening geitenhouderijen De Elsenburg / Advies zienswijze

Geachte dames, heren, l.

Tot mij wendden zich De Elsenburg B.V" aan de Elsenburg 2lE te (7602 DC) Enkhuizen (hierna: cliënte), en namens haar de heer H.J. Berkhoff, aan de Holtentorensweg 33 te (7461 VH) Rijssen, de heer B. van der Heiden, aan de Bezelhorstweg 25 te (7009 KK) Doetinchem, en de heer K. Boeder, aan de Elsenburg 25E te (7602 DC) Enkhuizen, ter zake het hiernavolgende.

2. Cliënten legden aan mij voor het ontwerpbestemmingsplan 'Partiële herziening Landelijk gebied Geitenhouderijen' (hierna: het ontwerpplan) van het college van burgemeester en wethouders van uw gemeente (hierna: het college). Het ontwerpplan ligt volgens de kennisgeving ervan tot en met 27 februari 2020 ter inzage (bijlage l). 3. l.

Met het ontwerpplan kunnen cliënten zich niet verenigen. Daarom dien ik hierbij, en dus tijdig, namens cliënten een zienswijze in tegen voornoemd ontwerpplan. Inleiding

4. Het ontwerpplan is een vervolg op het voorbereidingsbesluit dat uw gemeenteraad op 15 januari 2079 heeft genomen. Met het voorbereidingsbesluit is de mogelijkheid tot het vestigen of uitbreiden van een geitenhouderij, alsmede het omschakelen van een bestaand agrarisch bedrijf naar een geitenhouderij, uitgesloten. Uw gemeenteraad heeft het voorbereidingsbesluit genomen met het oog op de negatieve gezondheidseffecten die geitenhouderijen volgens u met zich zouden brengen.

Damen Legal B.V. (KvK 76393577) verricht haar diensten uitsluitend onder toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden (zie damenlegal.com), waarin onder meer een beperking van de aansprakelijkheid is opgenomen.

IBAN t.n.v.

NL29 RABO 0347 8060 31 Da men Legal B.V.

5.

2.

Met het voorbereidingsbesluit heeft uw gemeenteraad verklaard dat er binnen een jaar een nieuw bestemmingsplan voor het gebied zou worden voorbereid. Met het thans voorliggende ontwerpplan wordt daar invulling aan gegeven. Geitenhouderij De Elsenburg

6.

Cliënte wenst op de locatie Elsen burg 21 E in Enkhuizen een geitenhouderij te realiseren. Op deze locatie werd voorheen een paardenhouderij geëxploiteerd. De paardenhouderij wordt getransformeerd naar een melkgeitenhouderij voor het houden van l.800 melkgeiten ouder dan l jaar en 200 opfokgeiten jonger dan 60 dagen. Er vinden alleen interne bouwactiviteiten plaats; er wordt geen nieuwe stal gebouwd.

7.

De plannen van cliënte dateren al van ruim vóór het voorbereidingsbesluit van uw gemeenteraad van 15 januari 2079. Dit blijkt ook uit het feit dat cliënte op 28 september 2078 een omgevingsvergunning voor de geitenhouderij heeft aangevraagd. Het betreft een aanvraag voor een omgevingsvergunning beperkte milieutoets. Deze aanvraag is voor de zekerheid op 6 december 2078 opnieuw ingediend. omdat het college die dag eindelijk een besluit had genomen op de milieueffectbeoordelingsnotitie van cliënte.

8.

Het college heeft de vergunningaanvraag van cliënte bij besluit van 7 februari 2079 buiten behandeling gelaten, omdat de aanvraag volgens het college ten onrechte niet was aangevuld met de activiteit planologisch strijdig gebruik. Volgens het college zou de geitenhouderij namelijk in strijd zijn met het bestemmingsplan, omdat deze niet als grondgebonden agrarisch bedrijf zou kunnen worden aangemerkt. Dit terwijl de Agrarische beoordelingscommissie in een advies heeft geconcludeerd dat de geitenhouderij wel degelijk grondgebonden is en dus in overeenstemming met het bestemmingsplan is.

9.

Tegen het besluit van 7 februari 2079 hebben cliënten bezwaar ingediend. Het college heeft dit bezwaar bij besluit van 5 juni 2079 ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing op bezwaar loopt thans een beroepsprocedure bij rechtbank Noord­ Holland.

10. Nu het college de geitenhouderij tot op heden tegenhoudt. is de geitenhouderij nog niet in werking. Cliënten wensen de geitenhouderij vanzelfsprekend nog steeds te realiseren en willen hierin niet worden belemmerd door bijvoorbeeld een nieuw bestemmingsplan. Omdat het ontwerpbestemmingsplan 'Partiële herziening Landelijk gebied Geitenhouderijen· ook ziet op de locatie Elsenburg 21 E (en omliggende gronden) in Enkhuizen. dienen cliënten hierbij een zienswijze in tegen dit ontwerpplan.

2

3.

Gezondheidseffecten

ll. Het argument dat wordt gebruikt om de geitenhouderij te beperken is het voorzorgsbeginsel voor de volksgezondheid. Dit wordt echter niet nader gemotiveerd. Weliswaar wordt in de toelichting op het ontwerpplan kort het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (hierna: VGO) van 2016 (en 2018) aangehaald, maar een nadere toelichting is niet gegeven. 12. Uit de VGO-onderzoeken kunnen echter geen algemene, landelijke conclusies worden getrokken. Het onderzoek is namelijk uitgevoerd in het oostelijk deel van de provincie Noord-Brabant en het noordelijk deel van de provincie Limburg. Daar is en een relatief hoge sprake van een "zeer hoge veedichtheid"1 achtergrondconcentratie van fijn stof.2 De resultaten van het (aanvullend) VGO­ onderzoek kunnen daarom niet zonder meer worden toegepast in andere gebieden in Nederland. "De gegevens uit het onderzoek gelden voor dit onderzoeksgebied, met de specifieke kenmerken voor dit gebied. Dat zijn bijvoorbeeld de hoeveelheid (achtergrond)luchtverontreiniging, aantal veehouderijen, typen bedrijven en kenmerken van de bevolking. Daarom kunnen de resultaten niet altijd eenvoudig vertaald worden naar andere gebieden in of buiten Nederland, al zullen de resultaten voor veel andere gebieden met veehouderij zeker relevant zijn."3 'Zowel de VGO-studie als de IVG-studie werden uitgevoerd in Noord-Brabant en Limburg.

Duidelijke reden daarvoor was de zeer hoge veedichtheid in dat gebied en de ervaring met Q-koorts. Het is echter, gezien het voorkomen van specifieke vormen van blootstelling in dit gebied, niet zondermeer duidelijk of de resultaten van VGO te generaliseren zijn voor het hele land. Denk hierbij aan de hoge achtergrondniveaus van fijnstof, onder andere afkomstig uit het Ruhrgebied. Aanbevolen wordt om delen van de studie te herhalen in veerijke delen van Overijssel en/of Gelderland."4 'Voorgesteld wordt om aanvullend op beperkte schaal onderzoek te doen in een ander gebied met pluimvee- en geitenhouderijen, waar sprake is van lagere achtergrondconcentraties fijnstof, om inzicht te krijgen of de bevindingen ook logischerwijs te vertalen zijn naar andere landelijke gebieden."5 "Zoals ook in het hoofdrapport opgemerkt, kunnen lokale kenmerken van het onderzoeksgebied, bijvoorbeeld luchtvervuiling uit omliggende industriegebieden, van invloed zijn op de bevindingen. Er wordt daarom voor gepleit (zie ook aanbevelingen in het hoofdrapport) om de gevonden verbanden te repliceren in 1 Onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden·. Sjuli 2016, blz.112 (vgl. blz.29 en 80).

Onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies)'. 16 juni 2017. blz. 32. Onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden·. 5 juli 2016, blz. 13. 4 Onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden·. 5 juli 2016, blz.112. 5 Onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies)', 16 juni 2017. blz. 16. 2

3

3

een ander deel van het land, met een andere achtergrondblootstelling aan fijnstof. meer specifiek een minder belast gebied dan het oosten van Noord-Brabant. Herhalen van het onderzoek in een ander gebied heeft niet alleen tot doel om de al gevonden verbanden te bevestigen, maar kan ook tot nieuwe inzichten leiden die kunnen helpen bij het beantwoorden van de nog openstaande vragen."6 13. De VGO-onderzoeken maken dus duidelijk dat de resultaten ervan niet zonder meer kunnen worden toegepast in andere gebieden in Nederland, onder andere vanwege de hoge veedichtheid en hoge achtergrondconcentratie in het onderzoeksgebied. Dit geldt te meer nu de veedichtheid en achtergrondconcentratie in de provincie Noord-Holland aanzienlijk lager zijn. 14. Daar komt bij dat uit het VGO-onderzoek uit 2017 weliswaar blijkt van een consistent verband tussen het optreden van longontsteking en de nabijheid van pluimvee- en (melk)geitenhouderijen, maar uitdrukkelijk niet van een oorzakelijk verband: "Mogelijke

verbanden

tussen

veehouderijen

en

gezondheidseffecten

bij

omwonenden zijn op verschillende manieren onderzocht.7 (... ) Het blijft onduidelijk of de extra longontstekingen rondom geitenbedrijven worden veroorzaakt door specifieke ziekteverwekkers die van dieren afkomstig zijn (zoönoseverwekkers). micro-organismen uit de mest, of dat mensen gevoeliger voor longontsteking worden door de blootstelling aan stoffen die geitenhouderijen uitstoten. zoals fijnstof en endotoxinen.8 (... ) Gezien de onzekerheden rondom de oorzaken van het verhoogde risico op longontsteking rondom geitenbedrijven is eerst meer onderzoek nodig in en om geitenhouderijen naar het voorkomen van. de samenstelling van. de uitstoot van en verspreiding van (bio)-aerosolen en fijnstof, alvorens gerichte bedrijfsmaatregelen te kunnen adviseren."9 15. Voor het belemmeren van geitenhouderijen in Noord-Holland en meer in het bijzonder de gemeente Enkhuizen bestaat dan ook aanleiding noch grondslag. Dit geldt te meer nu de VGO-onderzoeken geen algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten bevatten op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat een veehouderij onaanvaardbare risico's voor de volksgezondheid veroorzaakt. Dit volgt uit de rechtspraak van de Raad van State (zie bijvoorbeeld de uitspraken van 12 oktober 2016, ECLl:NL:RVS:2016:2687 en 17 mei 2017, ECLl:NL:RVS:2017:1301). 16. Daarnaast kan bijvoorbeeld worden gewezen op de uitspraak van de Raad van State van 6

februari

2019

(ECLl:NL:RVS:2019:340).

Deze uitspraak

gaat over

een

omgevingsvergunning voor het realiseren van een geitenstal in de gemeente Weert (Limburg). De omgevingsvergunning is verleend voor de activiteiten bouwen. planologisch

strijdig

gebruik

en

OBM.

Een

omwonende

heeft

tegen

de

Onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies)'. 16 juni 2017, blz. 25. Onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies)', l6 juni 2017, blz.14. 8 Onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies)', 16 juni 2017, blz. 15. 9 Onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies)', 16 juni 2017, blz.16. 6 7

4

omgevingsvergunning bezwaar en (hoger) beroep ingediend, onder andere omdat hij volksgezondheidsrisico's vreest. 17. Weert ligt in het onderzoeksgebied van de VGO-onderzoeken. Uit het VGO­ onderzoek 2017 blijkt dat rond geitenhouderijen mensen vaker een longontsteking hebben en dat het nog onduidelijk is wat de oorzaak is van deze longontstekingen. In het rapport wordt gesteld dat al wel duidelijk is dat Q-koorts geen verklaring voor het verhoogde risico biedt en dat geitenhouderijen voor zover bekend weinig fijnstof en endotoxinen uitstoten. Om specifieke oorzaken van deze toename te achterhalen, is volgens de onderzoekers meer onderzoek nodig. Pas dan kunnen volgens de onderzoeken bedrijfsgerichte maatregelen worden aanbevolen. 18. Naar het oordeel van de rechtbank én de Raad van State heeft de gemeente zich, rekening houdend met het VGO-onderzoek 2017, in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het in werking hebben van de geitenhouderij niet zodanige risico's voor de volksgezondheid kan opleveren dat de omgevingsvergunning om die reden geweigerd had moeten worden. 19. Met andere woorden: het VGO-onderzoek 2017 staat zélfs niet in de weg aan het verlenen van een omgevingsvergunning (bouwen, planologisch strijdig gebruik en OBM) voor een geitenhouderij fn het VGO-onderzoeksgebied.

Een vergelijkbare uitspraak heeft de Raad van State gedaan ten aanzien van een bestemmingsplan voor het omzetten van een melkveebedrijf in een melkgeitenbedrijf in de gemeente Wormerland (Noord-Holland) (zie de uitspraak van de Raad van State 21 november 2018, ECLl:N L:RVS:2018:3781). 20. Als de VGO-onderzoeken zelfs niet in de weg staan aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor een geitenhouderij fn het onderzoeksgebied van de VGO-onderzoeken, dan valt niet in te zien hoe een algemene gebruiksregel die ertoe strekt om geitenhouderijen tegen te gaan - zoals voorgesteld in artikel 3 van het ontwerpplan, waarin aan artikel 17 van het vigerende bestemmingsplan een zesde lid wordt toegevoegd - is te rechtvaardigen. 21. Gelet op het voorgaande verzoeken cliënten u om van (ongewijzigde) vaststelling van het bestemmingsplan af te zien. Indien en voor zover u niet op algemeen niveau van (ongewijzigde) vaststelling van het bestemmingsplan zou willen afzien, verzoeken cliënten u om de percelen behorende bij Elsenburg 21E in Enkhuizen van het plan(gebied) uit te zonderen.

Immers heeft cliënte voor haar geitenhouderij reeds vóór het voorbereidingsbesluit van uw gemeenteraad alsook vóór het besluit van 27 mei 2019 van Provinciale Staten van Noord-Holland tot wijziging van de Provinciale Ruimtelijke Verordening alsook vóór het voorbereidingsbesluit van 10 december 2018 van Provinciale Staten een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend. De geitenhouderij van cliënte mag hierdoor dan ook niet belemmerd worden, reden waarom de percelen behorende bij Elsenburg 21E in Enkhuizen van het plan(gebied) moeten worden uitgezonderd. 5

4.

Aansprakelijkheid

22. Voor het geval uw gemeenteraad zou besluiten om het bestemmingsplan in zijn geheel vast te stellen en de percelen behorende bij Elsenburg 21 E in Enkhuizen niet zou uitzonderen van het plan(gebied) en cliënten hierdoor - mede in combinatie met de reeds aangehaalde besluitvorming van het college ten aanzien van de door cliënte aangevraagde omgevingsvergunning - schade zullen lijden, stel ik uw gemeenteraad hiervoor namens cliënten reeds nu aansprakelijk. Deze schade zal in ieder geval bestaan uit de winst die iedere dag niet kan worden geworven zo lang de geitenhouderij niet gerealiseerd kan worden. Overeenkomstig het handboek Kwantitatieve Informatie Veehouderij (KWIN) is het saldo per geit - uitgaande van een gemiddelde productie van 1.100 kg melk per geit per jaar - € 246,85 (opbrengst -/- direct toegerekende kosten). Dit betekent een jaarlijkse winstderving van (1.800 x € 246,85 =) €444.330. 5.

Conclusie

23. Gelet op het voorgaande concluderen cliënten tot gegrondverklaring van hun zienswijze. Zij verzoeken u om af te zien van (ongewijzigde) vaststelling van het bestemmingsplan. Indien en voor zover u niet op algemeen niveau van (ongewijzigde) vaststelling van het bestemmingsplan zou willen afzien, verzoeken cliënten u om de percelen behorende bij Elsenburg 21 E in Enkhuizen van het plan(gebied) uit te zonderen.

6

Bijlage l

......

15 janu ari

' '

2020 Officiële uitgave van de gemeente Enkhuizen

Kennisgeving Ontwerpbestemmingsplan Partiele herziening Landelijk gebied Geitenhouderijen Burgemeester en wethouders van Enkhuizen maken bekend dat het ontwerpbestemmingsplan Partiele herziening Landelijk Gebied-Geitenhouderijen voor een ieder ter inzage ligt. De zienswijzenperiode duurt zes weken, van 16 januari 2020 tot en met 27 februari 2020. De bekendmaking is op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Aanleiding Het ontwerp bestemmingsplan bevat een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan Correctieve en partiële herziening Enkhuizen Landelijk gebied. Voor wat betreft de agrarische bestemmingen in dit bestemmingsplan wordt het uitgesloten om het aantal geiten, dan wel het aantal geitenhouderijen uit te breiden, zulks in overeenstemming met hetgeen daarover is vastgesteld in artikel 8b van de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Op 30 januari 2019 hebben wij een voorbereidingsbesluit gepubliceerd waarin wij deze gedeeltelijke herziening hebben aangekondigd. Ter inzage Het ontwerp bestemmingsplan kunt u digitaal raadplegen via www.ruimtelijkeplannen.nl. Het identificatienummer van het ontwerpbestemmingsplan is NL.IMRO.0388.BPherzLGGH-ON01. U kunt het plan ook inzien tijdens openingstijden in het stadskantoor van Enkhuizen.

Zienswijze indienen Van 16 januari 2020 tot en met 27 februari 2020 heeft een ieder de mogelijkheid schriftelijk of mondeling een zienswijze in te dienen. Onze voorkeur gaat uit naar een schriftelijke zienswijze Uw schriftelijke zienswijze kunt u richten aan de gemeenteraad van Enkhuizen, Postbus 11, 1600 AA in Enkhuizen. Het indienen van zienswijzen via email is niet mogelijk. Voor zowel de schriftelijke als de mondelinge zienswijzen geldt, dat gemotiveerd moet worden aangegeven op welke onderdelen van het ontwerp bestemmingsplan de zienswijze betrekking heeft. Voor vragen of voor het maken van een afspraak voor het indienen van een mondelinge zienswijze neemt u contact op met dhr. M. Groefsema, afdeling Ruimte, tel. 0228- 534100

Gemeenteblad 2020 nr. 6870

15 januari 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10478527/1