CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

Deelvisie Groen-Blauw 2035

gemeenteraad 26 mei 2026, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Deelvisie Groen-Blauw 203511.571 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland

Deelvisie Groen-Blauw 2035

Colofon Opdrachtgever SED-organisatie Henry Bouwman Ricardo Slier Auteur Cyber Advies Julia Kloosterboer Anneloes Voorberg-van Leeuwen Evi-Mara van Beekhuizen Versie Referentie 42024066 Definitief April 2026

Deelvisie Groen-Blauw 2035

1

April 2026

Inhoud Inhoud ..................................................................................................................................................................... 2 Inleiding................................................................................................................................................................... 3 Structuur ............................................................................................................................................................. 3 Beleidskaders ...................................................................................................................................................... 4 Wettelijke kaders ................................................................................................................................................ 5 Proces Deelvisie .................................................................................................................................................. 5 1

Het groen en blauw in de drie gemeenten ..................................................................................................... 7 Beschrijving per gemeente ................................................................................................................................. 7 Huidige kwaliteit van het groen-blauw ............................................................................................................... 8

2

Visie op groen en blauw ................................................................................................................................ 11 Onze visie op groen en blauw ........................................................................................................................... 11 Klimaatadaptatie ............................................................................................................................................... 12 Biodiversiteit ..................................................................................................................................................... 14 Uitstraling .......................................................................................................................................................... 16 Gezondheid ....................................................................................................................................................... 18

Bijlage 1: Samenvatting beleidskaders.................................................................................................................. 20 Bijlage 2: Metingen waarden en beeldkwaliteit ................................................................................................... 24 Waardenmeting ................................................................................................................................................ 24 Metingen op beeldkwaliteit .............................................................................................................................. 31 Bijlage 3: Participatieverslag ................................................................................................................................. 32 1.

Inleiding .................................................................................................................................................. 32

2.

Uitgangspunten en aanpak participatie .................................................................................................. 32

3.

Opbrengst inloopbijeenkomsten per gemeente .................................................................................... 34

4.

Vervolg en borging .................................................................................................................................. 38

Deelvisie Groen-Blauw 2035

2

April 2026

Inleiding Het openbaar groen en water vormen een belangrijk onderdeel van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. Het openbaar groen en water wordt in dit programma groen en blauw genoemd. Met groen bedoelen we bijvoorbeeld grasvelden, plantsoenen, bomen, groen langs wegen en speelplekken. Met blauw bedoelen we oevers en (groene) plekken waar water kan worden opgevangen. Groen en blauw geven structuur aan de gemeenten. In het groen kan je spelen, wandelen, elkaar ontmoeten en tot rust komen. Ook zijn groen en blauw onmisbaar voor opgaven als klimaatadaptatie en het beschermen en versterken van de biodiversiteit. Om het belang van groen en blauw te benadrukken en vast te leggen, is een Deelvisie Groen-Blauw 2035 en een Omgevingsprogramma Groen-Blauw gemaakt. De deelvisie geeft richting aan de wijze waarop groen en water in de ruimtelijke inrichting een structurele plek krijgt. Het fungeert als verbindend kader tussen bestaande ambities en concrete gebiedsontwikkelingen, en biedt houvast bij afwegingen over inrichting en prioritering. De Deelvisie is een uitwerking van de Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie staat het toekomstbeeld van de gemeenten op de omgeving. Het Omgevingsprogramma is een uitwerking van de Omgevingsvisie en de deelvisie.

Zowel de Deelvisie als het Omgevingsprogramma is opgesteld voor de drie gemeenten waarbij rekening is gehouden met de specifieke kenmerken en aandachtspunten van de drie gemeenten. Deze deelvisie bevat een visie en aanpak voor het groen en blauw binnen de gemeenten. Daarbij is aandacht voor de opgaven van deze tijd. Denk aan het verhogen van de biodiversiteit en maatregelen die de kwaliteit van het water verbeteren. De gemeenten zetten hiermee in op een leefomgeving die toekomstbestendig is voor komende generaties met nadrukkelijke aandacht voor klimaatadaptatie. Het doel is een groenere en prettige openbare ruimte, waarin groen en blauw optimaal bijdragen aan onze leefomgeving. Het versterken van bewustwording door inwoners te informeren over het belang van groen en blauw hoort hier ook bij.

Structuur Zoals hierboven beschreven is de Deelvisie een nadere uitwerking van de Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie is het toekomstbeeld uitgewerkt in zes thema’s. Deze thema’s vormen de basis voor deze Deelvisie Groen-Blauw 2035. Het Omgevingsprogramma Groen-Blauw is een uitwerking van de deelvisie en de Omgevingsvisie.

Deel

•Huidige situatie •Visie op groen en blauw •Wat willen we bereiken en waar zetten we op in

visie

Omgevings programma

•De groenblauwe structuren •Gebiedspaspoorten met een uitwerking per gebied •Beleiduitgangspunten en uitgangspunten voor inrichting en beheer •De kosten voor beheer en onderhoud •Evaluatie en monitoring van het programma •Een uitvoeringsagenda

De Deelvisie zal ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraden van de drie gemeenten. Het gaat hierbij immers om de kaders. Het Omgevingsprogramma Groen-Blauw is een uitwerking van de Deelvisie. Het Omgevingsprogramma wordt aan de colleges ter besluitvorming voorgelegd. Dit Omgevingsprogramma wordt verwerkt in: Deelvisie Groen-Blauw 2035

3

April 2026

• • •

De HIOR (handleiding inrichting openbare ruimte), het kader voor nieuwbouw/ontwikkeling. Het Beheerplan kapitaalgoederen, het kader voor het beheer. Het Omgevingsplan, het juridisch vastleggen van groenblauwe structuren.

Scope en looptijd De scope van de Deelvisie en het Omgevingsprogramma is voornamelijk het openbaar groen. Op het gebied van water gaat het met name om de rol van oevers en waterbergende maatregelen binnen het groen. Het beheer van het stedelijk water zelf ligt over het algemeen bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorder Kwartier. Kleinere watergangen zijn in het beheer van de gemeente en/of de aangrenzende eigenaar. De bermsloten zijn ook in beheer bij de gemeente. 1 Bovendien hebben de gemeenten een Programma Stedelijk Water en Riolering, waarin specifiek beleid staat voor water en een klimaatadaptieve inrichting van de leefomgeving. De looptijd van de Deelvisie en het Omgevingsprogramma is tot 2035. Na vier jaar wordt de visie en het programma uitgebreid geëvalueerd en indien nodig bijgesteld samen met de gemeenteraden. In het Omgevingsprogramma volgt een onderdeel evaluatie en monitoring. Via de P&C-cyclus worden de gemeenteraden over de belangrijkste ontwikkelingen op de hoogte gehouden.

Doelstelling en doelgroep De Deelvisie en het Omgevingsprogramma is bedoeld als kader voor de inrichting en het beheer van het groenblauw en om vast te leggen hoe we omgaan met het groen en blauw in de gemeenten. De Deelvisie en het Omgevingsprogramma zijn nieuw en sluiten aan op andere beleidsstukken. De Deelvisie beschrijft de visie van de gemeenten voor het groen-blauw en geeft hiervoor uitgangspunten per gebied. Voor inrichting (nieuwbouw, renovatie, herontwikkeling) geeft het kaders over hoe de openbare ruimte ingericht moet worden. De gemeenten gebruiken het Omgevingsprogramma als toetsingskader van plannen en als input om zelf plannen te maken. Voor beheer (groenbeheer, kleine aanpassingen in de openbare ruimte) geeft het kansen weer om bij te dragen aan de verschillende opgaven.

Beleidskaders De volgende documenten zijn meegenomen als belangrijkste beleidskaders voor de Deelvisie en het Omgevingsprogramma: • • • • • • • •

Omgevingsvisies Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland Deelvisie Bomen en Omgevingsprogramma Bomen Beheerparagraaf biodiversiteit Programma’s Stedelijk Water en Riolering Wonen: Woonprogramma Stede Broec, Drechterland en Enkhuizen; Woondeal Noord-Holland Noord en Convenant toekomstbestendig bouwen Handreiking Klimaatbestendige Nieuwbouw Metropoolregio Amsterdam Recreatievisie Westfriesland Snippergroen beleid

In bijlage 1 staat de inhoud van de kaders. Het snippergroen beleid wordt na vaststelling van het Omgevingsprogramma Groen-Blauw ingetrokken. Nieuwe uitgifte-, verkoop- en verhuur van snippergroen past namelijk niet meer binnen de gestelde ambities en kaders. De overige plannen blijven geldend, ook na vaststelling van het Omgevingsprogramma.

1

De bermsloten zijn ook in beheer bij de gemeente. Bij primaire watergangen is dit minimaal 0,85 meter en secundair 0,50 meter afhankelijk van het afvoerend oppervlak. Deelvisie Groen-Blauw 2035

4

April 2026

Wettelijke kaders Er zijn verschillende wettelijke kaders van toepassing op het groen en blauw in de gemeenten. Hieronder staan de belangrijkste kaders toegelicht. Naam kader

Belangrijkste betekenis voor het groen en blauw

Burgerlijk Wetboek: Zorgplicht

De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte en kan aansprakelijk worden gehouden bij schades. Aantoonbaar zorgvuldig handelen is nodig. Met dit programma geven we invulling aan het voorkomen van economische schade.

Verbod gewasbeschermingsmiddelen

Gebruik middelen als uitzondering (bijv. invasieve exoten), heeft effect op inrichting en beheer van plantvakken.

Omgevingswet: Besluit Activiteiten Leefomgeving

Zorgplicht voor de natuur. De mogelijkheid voor het gebruik van de gedragscode soortenbescherming.

Kaderrichtlijn Water

Een Europese richtlijn gericht op het realiseren en behouden van schoon en gezond oppervlaktewater en grondwater.

Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)

Financiële kaders inrichting begroting, onderbouwing nodig, minimaal kwaliteitsniveau (gemiddeld C-niveau als richtlijn).

Natuurherstelwet (EU)

In 2024 is een Europese wet aangenomen die inzet op verbetering van de natuur. Onderdeel is: geen nettoverlies aan groene stedelijke ruimten en boomkroonbedekking tegen 2030, tenzij stedelijke ecosystemen meer dan 45% van de groene ruimte beslaan. Positieve trend creëren tot de toestand “bevredigend” is.

Proces Deelvisie Het proces om te komen tot deze Deelvisie is in vier fases te onderscheiden, zoals weergegeven in de figuur.

• Bureauanalyse • Beeldvormingssessie • Waardenmeting • Werksessie

Uitwerken • Opstellen concept Deelvisie • Uitwerken ambities en doelstellingen

• Concept bespreken • Nulmeting • Inloopbijeenkomsten

Ophalen

Afronden • Definitief maken • Besluitvorming

Toetsen

Tijdens de fase ophalen zijn de bestaande beleidskaders geanalyseerd en verwerkt en is een interne beeldvormingssessie over de relevante waarden gehouden. Ook is er een waardenmeting gedaan om de huidige waarden van de leefomgeving te beoordelen. Er is een werksessie geweest met interne en externe stakeholders2 om de groenblauwe structuurkaarten en gebiedspaspoorten (voor het Omgevingsprogramma) te bespreken. Al deze input is gebruikt om in fase uitwerken een concept Deelvisie op te stellen, inclusief ambities over wat we willen bereiken en doelstellingen waar we op inzetten. Dit is in de fase toetsen voorgelegd en besproken. Hieruit kwam onder andere de behoefte naar voren om op een aantal ambities en doelstellingen een nulmeting uit te voeren. Deze is uitgevoerd. Tijdens drie inloopbijeenkomsten konden inwoners, raadsleden en stakeholders kennis

2

Interne stakeholders: De vakafdelingen binnen het domein Ruimte. Externe stakeholders: Hoogheemraadschap Hollands Noorder Kwartier en het Recreatieschap West-Friesland. Deelvisie Groen-Blauw 2035

5

April 2026

nemen van het Omgevingsprogramma op hoofdlijnen, was er ruimte voor vragen, feedback en concrete ideeën. Tot slot is in fase afronden de Deelvisie definitief gemaakt. In bijlage 3 staat het participatieproces en de uitkomsten uitgebreid beschreven.

Deelvisie Groen-Blauw 2035

6

April 2026

1 Het groen en blauw in de drie gemeenten In dit hoofdstuk staat een beschrijving van het groen-blauw in de drie gemeenten. In de Omgevingsvisie is een waardenkaart van de gemeenten opgenomen, deze komt ook aan bod. Daarnaast is aandacht voor de staat van het groen op basis van diverse metingen.

Beschrijving per gemeente De gemeente Stede Broec ligt in een groen en waterrijk gebied in West-Friesland, met veel doorgaand vaarwater. De kernen in deze gemeente zijn Bovenkarspel, Grootebroek en Lutjebroek. In en rond de kernen zijn parken, bomen, lanen en grasvelden te vinden, zoals in het Streekbos en langs de spoorlijn. Ook zijn er twee waterbergingen aangelegd in de gemeente, en zijn er twee bedrijventerrein; in Grootebroek en in Bovenkarspel. Aan de zuidelijke en noordelijke kant liggen wijde groenstroken die als ecologische verbinding dienen. Buiten de bebouwing ligt veel landbouwgebied in combinatie met grote natuurterreinen, zoals het Streekbos en het gebied van Staatsbosbeheer. Ook zijn de vele sloten en het rechtlijnige landschap kenmerkend. Dat landschap is van grote waarde voor de regionale groene verbindingen. Het gebied heeft daarnaast veel water, zoals vaarten, sloten, havens, strandjes en een recreatieplas in het Streekbos. De vaarten zijn aangesloten op het recreatieve vaarnetwerk. Deze waterelementen zijn belangrijk voor waterberging, biodiversiteit en recreatie. De gemeente Enkhuizen ligt aan het IJsselmeer en heeft een mix van stedelijk gebied, water en groen. In en rond de stad zijn parken, plantsoenen en historische stadstuinen te vinden, zoals het Wilhelminaplantsoen en het Snouck van Loosenpark.

De grootste kern is Enkhuizen, met de kenmerkende historische binnenstad. Enkhuizen Noord en buurtschap Oosterdijk zijn ook onderdeel van de gemeente. De binnenstad van Enkhuizen is sterk verbonden met het water door haar grachten, havens, vaarten en het IJsselmeer. Deze waterelementen spelen een belangrijke rol voor recreatie en waterberging. De vaarten zijn grotendeels aangesloten op het recreatieve vaarnetwerk. Buiten het stedelijke gebied bestaat de gemeente voornamelijk uit natuurlijk stiltegebied, bedrijventerrein en weidevogelleefgebied. Ook dit landschap wordt gekenmerkt door zijn rechte lijnen en de dijk langs het IJsselmeer. De gemeente Drechterland ligt grotendeels langs het Markermeer en is een landelijke gemeente met uitgestrekte polders, weilanden en veel water wat gedeeltelijk ook is aangesloten op het recreatieve vaarnetwerk. Het gebied wordt gekenmerkt door open landschap, smalle dijken en lange lintdorpen met stolpen, zoals Wijdenes, Oosterblokker, Schellinkhout, Oosterleek en Hem. De kernen van de gemeente zijn Hoogkarspel en Venhuizen. Er zijn drie bedrijventerreinen: in Westwoud, Hem en Hoogkarspel. Het groen is afwisselend. Je ziet boomgaarden, boomlanen, agrarisch groen, sloten en parken. Ook is er een groot weidevogelleefgebied.

Het water is net zoals bij de andere gemeenten overal zichtbaar en speelt ook hier een belangrijke rol in de leefomgeving door de toegevoegde waarde aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en recreatie.

Deelvisie Groen-Blauw 2035

7

April 2026

Kenmerkend voor de gemeenten is de relatie met het water en het recreatieve gebruik van het doorgaande vaarwater, de zichtbaarheid van de cultuurhistorie (bijvoorbeeld in het landschap), de mix van dorpse en stedelijke gebieden en de aanwezigheid van recreatie en het groene buitengebied. In de Omgevingsvisie is een waardenkaart opgenomen. Daarbij zijn de bestaande waarden van de leefomgeving in beeld gebracht. De waardenkaart, met de belangrijkste huidige waarden, staat in figuur 1. Daarnaast staat in de Omgevingsvisie per deelgebied een nadere toelichting op de waarden. In het Omgevingsprogramma zijn elementen uit deze waardenkaart per deelgebied verwerkt in gebiedspaspoorten. De deelgebieden uit de Omgevingsvisie zijn: • Westfries lintenlandschap • Rechtlijnig landschap • Lutjebroek, Grootebroek en Bovenkarspel • Enkhuizen • Hoogkarspel en Venhuizen • Overige kernen • Overige kernen – Oosterdijk

Figuur 1 De Waardenkaart uit de Omgevingsvisie

Huidige kwaliteit van het groen-blauw Het groen en blauw binnen de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland zijn erg belangrijk voor de identiteit en structuur van de verschillende gebieden. Voor deze deelvisie is het relevant om de huidige kwaliteiten in beeld te brengen. Dit is op verschillende manieren gedaan. In onderstaand figuur is visueel weergegeven welke metingen zijn gedaan en met welk doel.

Deelvisie Groen-Blauw 2035

8

April 2026

Waardenmeting Welke bijdrage levert het groen en blauw aan de 9 waarden van de leefomgeving?

Keuze voor vier centrale waarden Klimaatadapatie

Biodiversiteit

Uitstraling

Gezondheid

Nulmeting Hoe scoren de gemeenten op specifieke indicatoren van de vier centrale waarden?

Staat van het groen Wat is de onderhouds- en beeldkwaliteit van het groen?

Als eerste is een waardenmeting gedaan waarin is onderzocht in hoeverre het groen en blauw bijdragen aan negen waarden van de leefomgeving (zie figuur 2 voor de waarden). Na deze waardenmeting is een keuze gemaakt voor de vier centrale waarden van deze deelvisie: klimaatadaptatie, biodiversiteit, uitstraling en gezondheid (zie: hoofdstuk 2). Voor deze waarden is een aanvullende nulmeting uitgevoerd. De meting geeft meer inzicht in een aantal belangrijke indicatoren waarop de gemeenten willen sturen. Tot slot is gekeken naar de huidige staat van het groen. Het gaat hierbij om de technische staat en de onderhoudskwaliteit. Dit is gebaseerd op reguliere beleidsmetingen die door de gemeenten worden uitgevoerd. Hieronder staat kort beschreven wat de resultaten van de metingen zijn. In bijlage 2 staat een nadere toelichting op alle metingen Figuur 2 De negen waarden van de leefen de resultaten. omgeving Waardenmeting De waardenmeting is een instrument waarmee de huidige situatie van gemeenten gemeten kan worden. De vraag die hierbij centraal staat is: ‘In hoeverre wordt nu bijgedragen aan de negen waarden van de leefomgeving?’. Deze negen waarden zijn: biodiversiteit, gezondheid, milieu, betrokkenheid, inclusiviteit, uitstraling, circulair, klimaatadaptatie en veiligheid. Per waarde worden meerdere indicatoren gemeten.

De meting bestaat uit drie verschillende onderdelen: een meting van effectindicatoren (op basis van openbare data), een buitenmeting (locatiebezoek) en een binnenmeting (interviews met betrokken medewerkers). Op basis van de resultaten kan actie ondernomen worden om het groen en blauw beter bij te laten dragen aan de waarden en wat we willen bereiken. De metingen worden weergegeven in een score van A+ (draagt sterk bij) tot en met D (draagt niet bij). Per waarde is elke indicator vertaalt naar een schaal van A+ tot en met D. Op deze manier worden resultaten vergelijkbaar.

Deelvisie Groen-Blauw 2035

9

April 2026

Het resultaat van de waardenmeting is dat de gemeenten goed scoren op de waarden veiligheid en gezondheid. De waarde circulariteit scoort het laagste. De gemeten waarden biodiversiteit en klimaatadaptatie behoeven meer aandacht om de biodiversiteit te versterken en de effecten van klimaatsverandering te mitigeren. Uit de waardenmeting kwam naar voren dat dit minder was bij circulariteit. Het resultaat van de waardenmeting is gevisualiseerd in de grafiek. Zie bijlage 2 voor meer uitleg over de resultaten.

Nulmeting

Grafiek 1: Het resultaat van de waardenmeting voor de drie gemeenten. Hoe hoger de score, hoe meer het groen-blauw bijdraagt aan die waarde.

Voor de vier centrale waarden is aanvullend een nulmeting uitgevoerd. Hierbij is specifieker gekeken naar de huidige situatie voor bepaalde indicatoren voor klimaatadaptatie, biodiversiteit, uitstraling en gezondheid. Deze nulmeting bestaat uit een binnen- en buitenmeting. De buitenmeting meet 4 relevante indicatoren over de kwaliteit en de samenstelling van het openbaar groen in de drie gemeenten. De binnenmeting meet 15 indicatoren op basis van analyses van openbare en interne data. De indicatoren, methode en resultaten van de nulmeting staan in detail beschreven in bijlage 2. De resultaten van de nulmeting zijn in de uitwerking van de waarden in hoofdstuk 2 verwerkt. De resultaten van de gehele waardenmeting hebben we gebruikt om de doelen waar we op inzetten te toetsen op haalbaarheid.

Staat van het groen De staat van het groen is bepaald aan de hand van beleidsmetingen tussen 2023 en 2025, aangevuld met input vanuit de ambtelijke organisatie en inbreng vanuit de inloopbijeenkomsten. Wat betreft de staat en het onderhoud is over het algemeen te zeggen dat er achterstanden zijn in het groen, met name binnen de kernen. Dit komt door een aantal zaken, zoals inrichtingskeuzes in het verleden, het niet op tijd vervangen van groen, bezuinigingen op het onderhoud, maar ook het veranderende klimaat. In de gekleurde vakken hieronder staat per gemeente een beschrijving van de achterstanden in het groen. Stede Broec

Enkhuizen

Drechterland

Het groen binnen Stede Broec kent veel achterstanden. Er is vanuit het verleden een mengelmoes aan plantsoorten ontstaan in plantvakken in Stede Broec. Veel van de plantvakken worden vervangen in de komende jaren. Daarvoor is extra budget ter beschikking gesteld.

Het groen binnen Enkhuizen kent ook achterstanden, met name op bedrijventerreinen en in buitenwijken. De achterstand gaat met name over kale oppervlakten en onkruid, met name onkruid op verharding in de binnenstad vanwege het gebruik van authentieke materialen.

Het groen binnen Drechterland kent ook achterstanden. Met name in het centrum van Hoogkarspel, woongebieden en de parken ligt het onderhoudsniveau laag. Daarnaast is er veel onkruid in beplanting, te hoog gras en waterlot (rechtopstaande twijgen die uit de stam van de boom groeien) op bomen.

Deelvisie Groen-Blauw 2035

10

April 2026

2 Visie op groen en blauw Dit hoofdstuk beschrijft de visie op het groen en blauw dat door de gemeenten wordt beheerd. Het begint met een algemene toelichting op de groenblauwe visie voor de gemeenten. Daarna volgt een uitwerking van de vier centrale waarden van deze Deelvisie: • • • •

Klimaatadaptatie Biodiversiteit Uitstraling Gezondheid

Deze waarden zijn gebaseerd op de Omgevingsvisie, beleidskaders en de opgehaalde input uit sessies en metingen. De waarden geven aan wat het meest belangrijk is voor het groen en blauw in de drie gemeenten. In het vervolg lichten we elke waarde kort toe, waarbij we de visie per waarde beschrijven, de huidige situatie schetsen rond deze waarde en benoemen we wat we willen bereiken en waar we op inzetten.

Uiteraard zijn meerdere waarden belangrijk voor het groen-blauw in onze leefomgeving. Veiligheid en betrokkenheid van de inwoners bij het groen en blauw in de gemeente is verweven in de verschillende centrale waarden. Veiligheid heeft hierbij betrekking op onder andere overgroeiend groen op paden en wegen en bomen die niet omvallen. Betrokkenheid gaat onder andere over participatie over inrichting van het groen-blauw en initiatieven van inwoners zoals een buurttuin of een geveltuin. Deze waarden worden niet apart beschreven in dit hoofdstuk, hoewel beide waarden belangrijk zijn. Inclusiviteit gaat over de toegankelijkheid van de ruimte en hoe welkom iedereen zich er voelt: inrichting en beheer van groen heeft hier invloed op. We houden hier waar nodig en mogelijk rekening mee. Circulariteit en milieu gaan meer over hoe we als gemeenten werken: zo wordt vrijkomend groenafval als grondstof ingezet en houden we rekening met milieunormen en CO₂-uitstoot.

Onze visie op groen en blauw Ons groen en blauw – bomen, planten, gras, water, etc. – dragen bij aan een aantrekkelijke, gezonde en leefbare omgeving. Het groen en blauw zijn een visitekaartje voor onze gemeenten. Ze geven kleur, identiteit en sfeer aan onze kernen en het buitengebied. Groen en blauw zijn van grote waarde voor de natuur en onze inwoners. Het vermindert hittestress en wateroverlast doordat we veel planten, bomen, natuurlijke oevers en wadi’s hebben. Ons groen en blauw leveren ook een zo groot mogelijke bijdrage aan het versterken van de biodiversiteit. De soortendiversiteit is vergroot, we hebben een robuust netwerk van groenblauwe verbindingen en meer natuurlijke oevers. Groene lanen, bomenrijen, bermen en watergangen met natuurlijke oevers zorgen voor een herkenbaar, open en rustgevend landschap dat uitnodigt tot wandelen, spelen, ontmoeten, recreëren en ontspannen. Het groen en blauw is goed zichtbaar, bereikbaar en beleefbaar.

Deelvisie Groen-Blauw 2035

11

April 2026

Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie betekent dat we de inrichting en het beheer van onze omgeving aanpassen om beter om te gaan met de gevolgen van klimaatverandering. Dit omvat bijvoorbeeld het voorkomen van wateroverlast door hevige regenbuien, het verminderen van hittestress door het creëren van schaduwrijke en koele plekken, en het omgaan met piekbelastingen (droogte en overstromingen). Het omvat ook de particuliere ruimte. Een voorbeeld hiervan is wateropvang: er is minder wateroverlast in de openbare ruimte als er meer water opgevangen wordt bij particulieren.

Onze visie op groen-blauw en klimaatadaptatie In 2035 helpt het groen en blauw om voorbereid te zijn op de uitdagingen van klimaatverandering. Door slimme inrichting en beheer van onze leefomgeving hebben we minder wateroverlast, hittestress en droogte. We prioriteren groen en blauw boven grijs. Er is meer groen in de woonwijken, zoals bomen en planten, die helpen om water op te nemen en schaduw te bieden. Daarnaast is ons groen robuust, geclusterd en beter bestand tegen het extreme weer.

Situatie gemeente Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland Klimaatadaptatie is een belangrijk thema binnen de drie gemeenten. De gemeenten hebben steeds vaker te maken met extreme weersomstandigheden, zoals hittestress, droogte en wateroverlast. Klimaatadaptatie in het groen-blauw is daarom noodzakelijk om schade en overlast te beperken in de leefomgeving. Het belang van klimaatadaptatie in het openbaar groen en blauw komt onder andere naar voren in de Omgevingsvisie, het Programma Stedelijk Water en Riolering, de regionale Strategie Klimaatadaptatie West-Friesland 2050, de Uitvoeringsagenda 2021-2025 en het inspiratieboek Klimaatadaptatie. Ook is bestuurlijk besloten het Convenant Klimaatbestendige Nieuwbouw te omarmen. Uit de metingen blijkt dat met name hittestress een groot knelpunt vormt, maar ook extreme droogte en wateroverlast vragen om aandacht. Bij ontwikkelingen en beheer wordt al zoveel mogelijk rekening gehouden met klimaatadaptatie, echter vraagt dit nog wel om extra inspanningen. Naast de huidige maatregelen die we al nemen, zoals afkoppelen van verharding, het aanbrengen van waterbergende voorzieningen op plekken met wateroverlast en water laten afstromen naar groen, kan het groen-blauw nog meer bijdragen aan het verminderen van droogte- en hittestress door toepassing van hitte- en droogtebestendige soorten en het aanbrengen van schaduwplekken.

In het Omgevingsprogramma Bomen zijn al normen opgesteld voor kroonbedekking 3 op speelterreinen en bij herinrichting en nieuwe inrichting. Deze normen zijn opgenomen in onderstaande tabel.4

3 4

Het percentage van een oppervlak dat bedekt is door de kruinen van bomen, zoals gezien van bovenaf. Bij veranderingen in het Omgevingsprogramma Bomen gelden deze ook voor de Deelvisie Groen-Blauw 2035.

Deelvisie Groen-Blauw 2035

12

April 2026

Wat we willen bereiken

Waar we op inzetten

Extreme weersomstandigheden ➢ Ons groen kan tegen perioden van droogte. We houden water zoveel mogelijk vast om droogte te voorkomen. ➢ Ter voorkoming van overlast door extreme neerslag maken we ruimte voor hemelwateropvang in de openbare ruimte en vervangen we grijs (stenen) door groen. ➢ We zetten in op het voorkomen van hittestress5 bij onze inwoners, waarbij we speciale aandacht hebben voor kwetsbare doelgroepen.

De 3+30+300-regel6 ➢ We voldoen zoveel mogelijk aan de 3+30+300-regel als kader voor vergroening. ➢ Bij nieuwe situaties is dit een minimale eis; bij bestaande situaties werken we hiernaartoe.

Conform het Omgevingsprogramma Bomen zetten we in op de volgende doelen7:

     

  

 Samenwerking ➢ Onze inwoners en ondernemers weten wat ze bijdragen aan klimaatadaptatie en doen dat waar het kan. ➢ De gemeenten werken steeds meer écht integraal om aan klimaatadaptatie te werken. Denk aan afstemming tussen vastgoed en openbare ruimte.

 

Onze beplanting is zoveel mogelijk droogtebestendig en/of hittebestendig. Op wateroverlast locaties maken we wadi’s of andere waterbergingen. Water wordt vertraagd afgevoerd. Hemelwater stroomt zoveel mogelijk af van de verharding naar het groen. Nieuwe of opnieuw aangelegde parkeerplaatsen zijn zoveel mogelijk klimaatadaptief ingericht. Waterbergen op straat en water-passerende verharding passen we toe waar nodig en mogelijk. Bij de aanleg van nieuw groen moet de inrichting robuust zijn. Het aanwezige openbare groen behouden we. Uitgifte, verkoop en verhuur van snippergroen wordt beperkt toegestaan. Dit doen we alleen als groen niet te onderhouden, bereikbaar of van kleine omvang is.

Het streven is om vanuit ieder huis minstens 3 bomen te kunnen zien Speelplekken hebben in Stede Broec en Enkhuizen een kroonbedekking van 50% en in Drechterland 30%. De oppervlakte van boomkronen op eindbeeld beslaat respectievelijk 30% voor Drechterland en 15% voor Enkhuizen en Stede Broec van de openbare buitenruimte. Er is voor iedereen op maximaal 300 meter afstand een groene schaduwrijke plek van minimaal 200m². We verkennen de mogelijkheden voor subsidie per gemeente om inwoners te steunen met het klimaatadaptief inrichten van tuinen. Dit wordt in een apart raadsvoorstel aan de raad voorgelegd. We werken samen met ondernemers om hun terreinen klimaatadaptief in te richten. Onze inzet is dat nieuwbouw projecten klimaatadaptief zijn. Bij projecten waar de gemeente bepalend is, sturen we hier actief op. Bij ontwikkelingen van derden toetsen we hierop.

5

Hittestress is de algemene term voor gezondheidsklachten die ontstaan als mensen door hoge temperaturen en luchtvochtigheid niet meer in staat zijn de lichaamstemperatuur goed te reguleren. (bron: RIVM) 6 Dit is een regel ontwikkeld door Cecil Konijnendijk. De regel wordt gebruikt als richtlijn om stedelijke omgevingen gezonder en groener te maken. Het bestaat over het algemeen uit drie onderdelen, grofweg: 3 bomen zichtbaar uit elk (woon)pand, 30% boomkroonbedekking en 300 meter afstand van pand tot groen. 7 Uitgangspunt is het vastgestelde Omgevingsprogramma Bomen. Indien daarin wijzigingen worden doorgevoerd, gelden die ook voor deze Deelvisie en het bijbehorende Omgevingsprogramma. Deelvisie Groen-Blauw 2035

13

April 2026

Biodiversiteit Biodiversiteit gaat over de variatie van leven in een gebied, zoals verschillende soorten planten, dieren en ecosystemen. Met ecosystemen bedoelen we de wisselwerking tussen organismen en hun omgeving. Denk hierbij aan een park, vijver of zelfs een grote boom. Dankzij de variatie in soorten blijft de natuur in evenwicht. Een grote biodiversiteit zorgt daarmee voor het produceren van zuurstof, afbreken van dode planten en dieren, bestuiven van planten, zuiveren van water en beheersen van plagen.

Onze visie op groen-blauw en biodiversiteit In 2035 heeft het groen en blauw in onze gemeenten meer ecologische waarde en een grotere biodiversiteit. Er is dan een groen-blauw netwerk in de gemeenten dat verschillende groengebieden en parken verbindt. De inrichting en het beheer is gericht op variatie in soorten bloeiende planten en bomen, en meer bestuivers en andere dieren. Situatie gemeente Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland De drie gemeenten zijn groene gebieden met veel water, met name in het buitengebied en de randen van de kernen. Het belang van biodiversiteit wordt ook genoemd in de Omgevingsvisie, het Omgevingsprogramma Bomen en de Beheerparagraaf Biodiversiteit. Het is belangrijk voor de biodiversiteit om deze groenblauwe structuren te behouden en te versterken. Uit de waardenmeting blijkt dat met name de bijendiversiteit, soortendiversiteit (met name Rode Lijst soorten) en de hoeveelheid groen per wijk laag scoort. In de nulmeting is onder andere gekeken naar aandeel inheemse soorten van beplanting en gelaagdheid van bosplantsoen. Ook hier is verbetering mogelijk. Naast de huidige maatregelen die we al nemen, zoals het ecologisch beheer, het verbinden van groenblauw structuren en het creëren van natuurlijke oevers, kan het groenblauw nog meer bijdragen aan de biodiversiteit in de gemeenten. Denk bijvoorbeeld aan faunavoorzieningen of verticaal groen.

Bij nieuwbouw en projecten kan hier meer rekening mee worden gehouden.

Deelvisie Groen-Blauw 2035

14

April 2026

Wat we willen bereiken

Waar we op inzetten

Versterken biodiversiteit ➢ We leveren een zo groot mogelijke bijdrage aan het versterken van de biodiversiteit. ➢ We zorgen voor zoveel mogelijk ecologische verbindingen in het groen en blauw. Biodivers groen-blauw ➢ Onze oevers zijn zo veel mogelijk natuurlijk en worden ook zo beheerd. Onze bermen bestaan uit kleurrijk, bloemrijk en gevarieerd groen. ➢ Bij omvormingen, nieuwe aanleg en renovaties in de openbare ruimte integreren en versterken we de natuur ten gunste van biodiversiteit, bijvoorbeeld door het inzaaien van gebiedseigen bloemrijkgras. Soortendiversiteit ➢ Onze plantsoorten zijn zoveel mogelijk inheems en gevarieerd. De plantsoorten zorgen daardoor jaarrond voor voedsel en beschutting. We passen zo min mogelijk exoten toe.

Gezond bodem- en waterleven ➢ We hebben een gezond bodem- en waterleven.

 

   

 Samenwerking ➢ Onze inwoners en ondernemers zijn zich bewust van het belang van groen.

 

Deelvisie Groen-Blauw 2035

Daar waar mogelijk de groengebieden verbinden door groen en verbindingen voor dieren (bijvoorbeeld door faunapassages). Bij omvormingen, nieuwe aanleg en renovaties in de openbare ruimte integreren en versterken we de natuur ten gunste van biodiversiteit. Daar waar er ruimte is en de beschoeiing niet (meer) functioneel is, leggen we een natuurvriendelijke oever aan. We streven ernaar dat 40% van de bermen bestaat uit kleurrijk, bloemrijk en gevarieerd groen. Langs de oevers zoveel mogelijk oevervegetatie, zowel in het droge als natte deel van de oevers.

We werken toe naar een stijging van 10% in gelaagdheid in het bosplantsoen (kruiden, heesters, bomen). We volgen de doelstellingen uit het Omgevingsprogramma Bomen wat betreft diversiteit. Onze plantsoorten zijn bij voorkeur inheems, waar dat niet past, kiezen we voor andere soorten. We willen zo min mogelijk invasieve exoten en waar ze wel zijn bestrijden we deze bij voorkeur niet met chemische middelen. We maken geen gebruik van giftige stoffen die de bodem- en het waterleven negatief beïnvloeden. We zorgen voor natuurlijke bemesting, onder andere door blad te laten liggen in plantvakken en door natuurlijk compost dan wel bokashi toe te passen. We willen zo min mogelijk (zwerf)afval in het water en groen. We streven naar meer groen in de particuliere tuinen door inwoners tips te geven om hiermee aan de slag te gaan (zie ook doelstelling bij klimaatadaptatie). Inwoners en bezoekers worden op verschillende plekken en manieren in de gemeenten geïnformeerd over en betrokken bij het belang van groen. We maken biodiversiteit zichtbaar en beleefbaar, bijvoorbeeld door het toepassen van biologische bollenmengsels en gebiedseigen bloemrijk kruidenmengsels. We versterken soortenbiodiversiteit door samenwerking met lokale ecologen en biologen. We stimuleren het natuurinclusief bouwen.

15

April 2026

Uitstraling Uitstraling verwijst naar hoe de leefomgeving op de gebruikers overkomt. Het gaat dan vooral om de beleving van gebruikers en de functionaliteit van de inrichting van het groen en blauw in de openbare ruimte. Deze uitstraling wordt beïnvloed door bebouwing, inrichting, gebruik en onderhoud. Het is van belang dat het groen en blauw schoon en functioneel is en op een passende manieren worden onderhouden. Een herkenbare identiteit draagt ook bij aan een positieve uitstraling. Kwalitatief groen en blauw, de gebruikte materialen en juist gebruik van verlichting spelen een belangrijke rol in het creëren van een aangename en herkenbare omgeving. Met deze deelvisie zetten we in op kwalitatief beter onderhouden groen.

Onze visie op groen-blauw en uitstraling In 2035 zijn de meeste inwoners positief over de leefomgeving in onze gemeenten. De inrichting van het groen en blauw is aantrekkelijk, herkenbaar en passend bij de omgeving. Het groen-blauw versterkt de cultuurhistorie van onze drie gemeenten. Het beheer is op orde en sluit aan op de gewenste uitstraling van de verschillende plekken en gebieden.

Situatie gemeente Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland De drie gemeenten kennen veel verschillende kernen en wijken, inclusief gebieden waar veel cultuurhistorie te zien is, omringd door groen en blauw. Het groen-blauw geeft kleur, identiteit en sfeer aan de leefomgeving. De gemeenten hebben veel groen en blauw in het buitengebied en aan de randen van de kernen, waardoor die gebieden een mooie en natuurlijke uitstraling hebben. Het belang van uitstraling wordt ook genoemd in de Omgevingsvisie en het Omgevingsprogramma Bomen. Uit de waardenmeting en de huidige staat van het groen blijkt dat de uitstraling van het groen over het algemeen gemiddeld scoort. Het groen-blauw draagt duidelijk bij aan de uitstraling van de leefomgeving door bijvoorbeeld de vele parken, groene gebieden en ook het gebruik van verschillende plantsoorten. Het is belangrijk om de uitstraling in het groen-blauw te behouden en te versterken. Denk aan het versterken van verbindingen tussen parken, bermen, watergangen en lanen, het schoonhouden van het groen-blauw en het creëren van een veilige omgeving in groen-blauwe gebieden. Aandachtspunt is de staat van het groen en de onderhoudskwaliteit.

Deelvisie Groen-Blauw 2035

16

April 2026

Wat we willen bereiken

Waar we op inzetten

Karakter en cultuurhistorie ➢ We behouden het groene en waterrijke karakter van onze omgeving, met name in ons buitengebied en onze woonwijken. ➢ We hebben aandacht voor de cultuurhistorie van onze omgeving. Kwalitatief en functioneel ➢ Het groen en blauw is netjes en verzorgd. ➢ De groen-blauwe onderdelen van de leefomgeving passen bij het (gewenst) gebruik van inwoners en geven meerwaarde. Veiligheid en beleving ➢ Ons groen en blauw voelt veilig aan, geeft betekenis aan de ruimte en heeft een algemeen prettige beleving.

  

  

   

We gebruiken waar mogelijk streekeigen soorten. We passen zoveel mogelijk authentieke, natuurlijke en originele materialen (passend bij het gebied) toe. Het groen-blauw in ons buitengebied en onze woonwijken willen we behouden. We beheren op beeldkwaliteit8. Bij (her)inrichting, vervanging en nieuwbouw wordt er geparticipeerd met inwoners over gewenst gebruik. Inrichting en beheer past bij het (gewenst) gebruik, denk aan speelveldjes, hondenterreinen, etc. We voorkomen donkere hoekjes op plekken waar dat nodig is. We zorgen voor zichtlijnen rondom kruisingen, bijvoorbeeld door het groen daar lager te houden. We voorkomen onveilige situaties veroorzaakt door onkruid en overhangend groen op wegen en fietspaden. Resultaten uit inwonersonderzoeken moeten aantonen dat het groen en blauw veiliger aanvoelt en over het algemeen prettiger wordt beleefd.

8

Beheren op beeldkwaliteit is een manier om de kwaliteit van de openbare ruimte zichtbaar te maken en op basis van bepaalde beeldkwaliteitsniveaus de openbare ruimte te beheren. De Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte (2023) beschrijft de beeldkwaliteitsniveaus voor het onderhoud van de openbare ruimte. Beheerplannen beschrijven de niveaus per beheercategorie. Deelvisie Groen-Blauw 2035

17

April 2026

Gezondheid Gezondheid verwijst naar het fysieke, mentale en sociale welzijn van mensen. Een groen-blauwe leefomgeving speelt een belangrijke rol hierin door mogelijkheden te bieden voor bewegen, ontspannen en sociale interactie. Speeltuinen en parken waar je kunt bewegen en ontmoeten dragen hieraan bij. Daarnaast zorgt een groene en blauwe leefomgeving voor minder stress, betere mentale gezondheid en lager ziekteverzuim. Bovendien bevordert een uitnodigende omgeving de sociale cohesie, vitaliteit en leefbaarheid van een gemeenschap, waardoor inwoners zich meer betrokken en gezonder voelen.

Onze visie op groen-blauw en gezondheid In 2035 is gezondheid een integraal onderdeel van ons groen en blauw. Kinderen ontmoeten elkaar op groene speelplekken en er zijn ontmoetingsplekken, met name voor ouderen en jongeren. Het netwerk van paden en (vaar)wegen in het groen en blauw nodigt uit tot het fietsen, varen en wandelen door de gemeenten. De paden zijn toegankelijk en er zijn voldoende bankjes langs de wegen. In de parken komt men samen om te genieten van het groen en blauw, te recreëren en elkaar te ontmoeten. Hierdoor draagt het groen en blauw bij aan de gezondheid van onze inwoners. Situatie gemeente Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland Gezondheid is een belangrijk aspect van ons groen en blauw. Activiteiten zoals sporten, ontmoeten en recreëren in het groen en op het water dragen aantoonbaar bij aan het welzijn van inwoners en bezoekers. Ook een goede luchtkwaliteit, schoon water en een klimaatbestendige inrichting versterken de gezondheid van de leefomgeving. Deze samenhang komt duidelijk naar voren in zowel de Omgevingsvisie als het Programma Stedelijk Water en Riolering. Uit de metingen blijkt dat onze gemeenten over het algemeen als veilig worden ervaren. Ook de milieukwaliteit scoort goed. Er zijn al goede mogelijkheden om te sporten, spelen en te ontmoeten in het groen.

Er zijn wel kansen tot verbetering benoemd zoals grotere speelplekken in het groen, meerdere fitnessplekken of meer speeltoestellen van natuurlijke materialen zoals hout.

Deelvisie Groen-Blauw 2035

18

April 2026

Wat we willen bereiken

Waar we op inzetten

Toegankelijkheid ➢ We zorgen voor toegankelijk en goed functionerend openbaar groen en blauw. ➢ We zorgen samen met het Recreatieschap Westfriesland en Staatsbosbeheer voor goed toegankelijke parken en recreatiegebieden. Spelen ➢ Naast de traditionele speelplekken hebben we ook plekken waar je met natuurlijke materialen kunt spelen.

  

  

Gezond samenleven ➢ In onze gemeente zijn gebieden, zoals tiny forests, met eetbaar groen. Er zijn diverse (educatie)initiatieven om samen gezond te leven, zoals samen wandelen, recreeren en samen gezond eten.

Milieukwaliteit ➢ We willen veel overlast door allergische klachten van planten voorkomen. ➢ Het groen draagt bij aan goede luchtkwaliteit en het beperken van geluidsoverlast.

 

  

We streven naar 40% schaduw op belangrijke loop- en fietsroutes en verblijfsplekken. Fysieke voorzieningen9 zijn goed (score tussen >7 en 6,6 o.b.v. CBS data). Onze parken en recreatiegebieden zijn toegankelijk voor mindervaliden en ouderen. Steeds meer speeltoestellen en -elementen zijn gemaakt van natuurlijke materialen. We streven naar 20% van alle toestellen en elementen per gemeente. Er is per wijk / kern voldoende groen waarin gespeeld kan worden zonder dat hier speeltoestellen op staan. Er zijn per gemeente meerdere speelplekken waar ook met water kan worden gespeeld. Elke gemeente heeft minimaal één grote speelplek. We onderzoeken de mogelijk om per gemeente een tiny forest10 met eetbaar groen aan te leggen. Elke gemeente heeft een groot en een klein fitness parcours11 in het groen. Elke kern heeft minimaal één waterelement, zoals een fontein. Deze zijn ook geschikt om in / mee te spelen op hete dagen. De inrichting van ecologische en natuurvriendelijke oevers12 dragen bij aan de waterkwaliteit. Bij nieuwe inrichting / aanplant houden we rekening met soorten waar (veel) mensen allergisch voor zijn. De gemeenten vergroten het areaal groen dat bijdraagt aan de verbetering van de luchtkwaliteit. De gemeenten kiezen zoveel mogelijk voor natuurlijke oplossingen m.b.t. geluidsmaatregelen, zoals robuust en grootschalig groen.

9

Fysieke voorzieningen zijn tastbare, publieke infrastructuur en faciliteiten in de woonomgeving die bijdragen aan de leefbaarheid en het dagelijks functioneren van bewoners. Denk aan speeltoestellen, banken, prullenbakken, sportvelden en fitness parcours, en fietsenrekken. 10 Een tiny forest is een dichtbegroeid, inheems bos ter grootte van een tennisbaan. Dit bos is niet alleen een prettige plek voor vlinders, vogels, bijen en kleine zoogdieren, maar ook voor mensen. Kinderen leren in het buitenlokaal over de Nederlandse natuur en buurtbewoners ontmoeten elkaar op een prettige en gezonde plek. (bron: IVN) 11 Een klein fitness parcours bestaat uit 4-6 verschillende fitnesstoestellen. Een groot parcours bestaat uit 6-10 fitnesstoestellen. 12 Een ecologische oever heeft een natuurlijke, flauwe overgang van land naar water, gericht op maximale biodiversiteit. Een natuurvriendelijke oever is een ecologisch ingerichte oeverstrook en is beter inpasbaar in stedelijke situaties dan een ecologische oever. Deelvisie Groen-Blauw 2035

19

April 2026

Bijlagen Bijlage 1: Samenvatting beleidskaders Bijlage 2: Metingen waarden en beeldkwaliteit Bijlage 3: Participatieverslag

Deelvisie Groen-Blauw 2035

20

April 2026

Bijlage 1: Samenvatting beleidskaders Omgevingsvisie Het toekomstbeeld voor de fysieke leefomgeving van Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland staat beschreven in de Omgevingsvisie van 2024: ‘Wat is ons toekomstbeeld? Dat is aantrekkelijk en verbindend wonen, werken en verblijven.’ Het toekomstbeeld is gebaseerd op de bestaande waarden van het landschap, stad en dorpen maar ook waarden op het gebied van samenleven, werk en recreatie. De Omgevingsvisie is uitgewerkt in zes thema’s met doelen. Deze doelen zijn gericht op een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving. In de Omgevingsvisie is veel aandacht voor groen, het belang van het behoud ervan en de relatie tot opgaven zoals klimaatadaptatie. Toekomstbeeld per gemeente:

In ons toekomstbeeld zijn deze onderwerpen belangrijk: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Wonen en samenleven Gezondheid, welbevinden en milieu Duurzaamheid, natuur en recreatie Economie Mobiliteit en toegankelijkheid Ruimtelijke kwaliteit

Deelvisie Groen-Blauw 2035

21

April 2026

Bomen Voor bomen is een deelvisie gemaakt. Daarnaast is voor Enkhuizen en Drechterland een Omgevingsprogramma Bomen opgesteld. De visie is ‘een prettige, veilige, groene leefomgeving met een duurzaam bomenbestand’. De doelstellingen zijn een kwalitatief goed bomenbestand, toegankelijk en goed functionerend openbaar groen, versterking biodiversiteit, interne en externe communicatie optimaliseren, en bewonersparticipatie bij herinrichting.

Biodiversiteit In 2019 is een plan gemaakt om te werken aan biodiversiteit vanuit beheer. Dit is vertaald in een algemeen kader en er is een nadere uitwerking gemaakt voor de drie gemeenten (de beheerparagraaf). De centrale ambitie is een zo groot mogelijke bijdrage te leveren aan het versterken van de biodiversiteit. Hierbij moeten keuzes gemaakt worden per locatie, op basis van de gewenste populaties en welke invloed beheer hierop kan hebben. In de beheerparagraaf staat de visie: ‘groene buitenruimte is van belang voor het voortbestaan van flora en fauna. Ook in het stedelijk groen is het nodig plaats te bieden voor het verstevigen van de biodiversiteit.’

Stedelijk Water en Riolering Voor de drie gemeenten is een Programma Stedelijk Water en Riolering 2025-2027 opgesteld. Deze zijn vanuit de samenwerkingsregio West-Friesland gemaakt. De programma’s gaan over een toekomstbestendige aanpak van het hemel- en afvalwatersysteem. Met name de regenwaterverwerking vraagt om een integrale werkwijze. Het opvangen en vasthouden van regenwater in de openbare ruimte is een belangrijke opgave die een duidelijke plek moet krijgen in het Omgevingsprogramma Groen-Blauw.

Deelvisie Groen-Blauw 2035

22

April 2026

Wonen De Woondeal Noord-Holland Noord bevat doelstellingen rondom wonen: klimaatbestendig, natuurinclusief en water-robuust inrichten van de omgeving voor 2050. Daarnaast is voor Stede Broec de Woonvisie meegenomen als kader. Daarin staat onder andere de uitdaging: ‘bekijken waar meekoppelkansen liggen ten aanzien van levensloopvriendelijkheid en toegankelijkheid van de woonomgeving, klimaatadaptatie en verduurzaming’. Ook staat beschreven dat groen en water onderscheidende kenmerken zijn van de gemeente. Alle gemeenten hebben het Convenant Toekomstbestendig Bouwen ondertekend. De belangrijkste duurzaamheidsthema’s zijn samengebracht in een kader om duurzaamheidsambities te integreren in de woningbouwopgave. De thema’s zijn: energie, circulariteit, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit en biodiversiteit en gezonde leefomgeving. Er staan concrete indicatoren in per thema om projecten aan te toetsen.

Recreatievisie Westfriesland De drie gemeenten vallen onder het recreatieschap Westfriesland. Een aantal gebieden binnen deze drie gemeenten vallen onder het beheer van het recreatieschap. Er is een gezamenlijke recreatievisie gemaakt met als titel ‘Gezond en aantrekkelijk Westfriesland’. Hierin staat het volgende: ‘Regio Westfriesland wil de inwoners van en bezoekers aan de regio voldoende kwalitatief goede en aantrekkelijke recreatiemogelijkheden bieden. Recreatievoorzieningen brengen plezier én dragen positief bij aan de fysieke en mentale gezondheid van de inwoners, zorgen voor een fijne leefomgeving en kunnen bijdragen aan opgaven voor natuur, biodiversiteit en klimaat. Door recreatie integraal als onderdeel bij andere ontwikkelingen mee te nemen begint het letterlijk bij de voordeur. Daarnaast wil de regio zich inzetten voor een aantrekkelijk en beleefbaar landschap met natuuren cultuurwaarden.’

Deelvisie Groen-Blauw 2035

23

April 2026

Bijlage 2: Metingen waarden en beeldkwaliteit Voor de Deelvisie en Omgevingsprogramma zijn verschillende metingen gebruikt. Die staan hierin beschreven, inclusief de methodiek en de belangrijkste resultaten. Als eerste is een waardenmeting gedaan waarin is onderzocht in hoeverre het groen en blauw bijdragen aan negen waarden van de leefomgeving (zie figuur 1 voor de waarden). Na deze waardenmeting is een keuze gemaakt voor de vier centrale waarden van deze deelvisie: klimaatadaptatie, biodiversiteit, uitstraling en gezondheid. Voor deze waarden is een aanvullende nulmeting uitgevoerd. De meting geeft meer inzicht in een aantal belangrijke indicatoren waarop de gemeenten willen sturen. Tot slot is gekeken naar de huidige staat van het groen. Het gaat hierbij om de technische staat en de onderhoudskwaliteit. Dit is gebaseerd op eerder uitgevoerde beeldkwaliteitsmetingen.

Figuur 1 De negen waarden die zijn beoordeeld

Waardenmeting

Welke bijdrage levert het groen en blauw aan de 9 waarden van de leefomgeving?

Keuze voor vier centrale waarden

Klimaatadapatie

Biodiversiteit

Uitstraling

Gezondheid

Nulmeting Hoe scoren de gemeenten op specifieke indicatoren van de vier centrale waarden?

Staat van het groen Wat is de onderhouds- en beeldkwaliteit van het groen?

Waardenmeting Cyber Advies heeft een waardenmeting uitgevoerd om de huidige situatie van de gemeenten te kunnen beoordelen. De meting bestaat uit drie verschillende onderdelen: een meting van effectindicatoren, een buitenmeting en een binnenmeting op basis van prestatie-indicatoren. Tijdens de waardenmeting worden er negen waarden gemeten, zie figuur 1. De waardenmeting is gebaseerd op openbare data, een beoordeling van specifieke locaties in de gemeenten en interviews met betrokken medewerkers.

Methode De meting van effectindicatoren is gebaseerd op openbare, landelijke data en kaarten. Voor de buitenmeting zijn twee locaties per gemeente geanalyseerd op de negen waarden van het Waardenmodel Leefomgeving: één locatie in het groen en één in een woonwijk. De binnenmeting bestond uit een interview met vijf medewerkers

Deelvisie Groen-Blauw 2035

24

April 2026

van de gemeente waarbij de negen waarden werden besproken voor de drie gemeenten als geheel. De metingen zijn gedaan aan de hand van de meetlatten A+, A, B, C, D. De metingen worden weergegeven in een score van A+ (draagt sterk bij) tot en met D (draagt niet bij). Per waarde is elke indicator vertaalt naar een schaal van A+ tot en met D. Op deze manier worden resultaten vergelijkbaar. Voor de binnen- en buitenmeting werd een score toegekend per waarde. De resultaten worden hieronder toegelicht.

Resultaat Het totale resultaat van de huidige waarden zijn weergegeven in de grafiek (figuur 2). Hoe hoger de score, hoe meer het groen-blauw bijdraagt aan die waarde. Veiligheid, Gezondheid en Inclusiviteit scoren het hoogst. Biodiversiteit, betrokkenheid, circulair, klimaatadaptatie, milieu en uitstraling scoren gemiddeld een C. Hieronder lichten we de resultaten toe van de verschillen per type meting. In figuur 3 zijn deze resultaten weergegeven en daaronder toegelicht. Figuur 2 Het resultaat van de waardenmeting Score op de waarden: 1=D | 2=C | 3=B | 4=A

Biodiversiteit Betrokkenheid Circulair Gezondheid Inclusiviteit Klimaatadaptatie Milieu Uitstraling Veiligheid Prestatie-indicatoren binnen B C C A A B B B Prestatie-indicatoren buiten B B C A B B B B A Effectindicator C A A B B C A A A

Figuur 3 Het resultaat van de verschillende onderdelen van de waardenmeting

Prestatie-indicatoren Tijdens de binnen- en buitenmeting zijn verschillende prestatie-indicatoren gemeten, waarvan de hoogste score een A is voor gezondheid. Dit houdt in dat de gemeenten hoog scoren op de mate waarin er structuren zijn die mentaal welzijn bevorderen en de mate waarin de inrichting en het beheer gezond leven faciliteert. De gemeenten scoren ook hoog op inclusiviteit. Daarbij scoort de mate waarin samenwerking binnen de gemeente gericht is op het kunnen meedoen van alle inwoners een A. De mate waarin de leefomgeving gericht is op het kunnen meedoen van alle inwoners scoort een B. De waarden biodiversiteit, klimaatadaptatie, milieu en uitstraling scoren een B. De waarde veiligheid wordt alleen buiten gemeten omdat dit puur gaat over de inrichting van de openbare ruimte en of dit als veilig wordt ervaren en of de openbare ruimte veilig is. De gemeenten scoren lager op betrokkenheid en circulair. Voor de binnenmeting op betrokkenheid wordt een C gescoord. Dit houdt in dat de mate van eigenaarschap en verantwoordelijkheidsgevoel, en de mate waarin er structuren bij de gemeente zijn om betrokkenheid te bevorderen matig aanwezig zijn. Er wordt daarentegen hoger gescoord op de mate waarin de inrichting uitnodigt tot betrokkenheid.

De laagste score is voor de waarde circulair, ofwel de mate van hergebruik en recycling, een circulaire bedrijfsvoering en een circulaire inrichting van de openbare ruimte. Een kanttekening daarbij is wel dat voor de binnenmeting circulaire bedrijfsvoering voor beschoeiingen een A scoort.

Deelvisie Groen-Blauw 2035

25

April 2026

Effectindicatoren De effectmeting kijkt naar openbare data, gekoppeld aan de verschillende waarden. Uit deze meting blijkt dat de gemeenten goed scoren (score A) op de waarden betrokkenheid, milieu, uitstraling en veiligheid. Dit houdt specifiek in dat er een hoge waarde wordt gescoord op het gebied van sociale cohesie en samenhang, recycling en scheiding van afval, groen in de wijken, leefbaarheid in buurten, fysieke verloedering van de leefomgeving, sociale overlast en het gevoel van onveiligheid. Daarnaast is de mate van lucht- en lichtvervuiling, geluidsoverlast en uitstoot van broeikasgassen zeer laag. De gemeenten scoren lager (score B) op gezondheid en inclusiviteit, ofwel sociale eenzaamheid, stress, beweegvriendelijkheid en fysieke voorzieningen waar iedereen gebruik van kan maken. De drie gemeenten scoren een C voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Biodiversiteit gaat over zaken als verstoring van de bodem, bijendiversiteit, groen per wijk, oppervlakte van water per wijk, boomkroon volume en soortendiversiteit van Rode lijst soorten. Wat betreft klimaatadaptatie scoren we op ruimte voor water, gevoelstemperatuur op een zomerse dag, water op straat na een extreme bui en het verkoelende effect van water en groen.

Kanttekening De waardenmeting is uitgevoerd op basis van een gestandaardiseerde methode ontwikkeld door Cyber Advies. De effectindicatoren zijn gebaseerd op de beschikbaarheid van openbare data. De buitenmeting is gebaseerd op vooraf geselecteerde locaties die binnen een tijdsbestek van drie uur konden worden bezocht. De binnenmeting is uitgevoerd aan de hand van standaard vragen per waarde. De meting levert een waardevol beeld op van de huidige situatie van het groen en blauw in de gemeenten. Tegelijkertijd is de meting niet volledig representatief voor alle gemeenten. De buitenmeting vond plaats op slechts zes locaties13, verspreid over Hoogkarspel, Bovenkarspel en Enkhuizen. Hierdoor is de gemeente Drechterland beperkt vertegenwoordigd. Dit is relevant omdat Drechterland juist veel buitengebied kent, dat door de kaders van de buitenmeting niet goed kon worden meegenomen in de analyse.

Nulmeting De nulmeting geeft inzicht in de mate waarin het huidige groen-blauw bijdraagt aan de doelstellingen op het gebied van klimaatadaptatie, biodiversiteit, uitstraling en gezondheid. Er is een buitenmeting en binnenmeting uitgevoerd. De buitenmeting is door een onafhankelijke partij uitgevoerd. Tijdens deze meting zijn er zeven indicatoren gemeten waarvan vier relevant zijn voor deze deelvisie. Voor de binnenmeting is er openbare en interne data geanalyseerd op vijftien indicatoren. De waarde uitstraling is niet meegenomen in de nulmeting omdat voor deze waarde praktische doelstellingen zijn beschreven die geen nulmeting vereisen.

Nulmeting – Buitenmeting Voor de buitenmeting zijn de gemeenten opgedeeld in gebieden op basis van wijktypen en de gebiedspaspoorten in het Omgevingsprogramma. De inspecteur heeft in het veld een afweging gemaakt welke locaties zijn geïnspecteerd met als doel om een zo representatief mogelijk beeld van de gehele gemeente te krijgen. De buitenmeting richt zich op zeven indicatoren over bosplantsoen, beplanting en bomen. Alleen de vier indicatoren over bosplantsoen en de beplanting zijn verwerkt in deze Deelvisie. De resultaten van indicatoren over bomen zijn niet meegenomen omdat dit geen onderdeel is van deze Deelvisie maar van het Omgevingsprogramma Bomen. Deze worden hier dus niet benoemd. De volgende indicatoren zijn gemeten: 1.

Bosplantsoen

13

1. Reigerspad, Hoogkarspel. 2. Nieuweweg, Hoogkarspel. 3. Nassaupark, Bovenkarspel. 4. Henri Dunantstraat, Bovenkarspel. 5. Wilhelmina Plantsoen, Enkhuizen. 6. Wortelmarkt, Enkhuizen. Deelvisie Groen-Blauw 2035

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16864859/1