Bouwstenen voor de omgevingsvisie Enkhuizen
Tekst van het document
gemeenten die geschikt zijn voor een gezamenlijke gebiedsvisie.
39 van 62
Een omgevingvisie in ontwikkeling
Hoofdstuk 4
Zo gaan we met elkaar verder
Hoofdstuk 4
Zo gaan we met elkaar verder Nu we weten naar welk toekomstperspectief we toekunnen werken en waarom, is de vraag: hoe dan? In de verhalen worden ontwikkelingen geschetst en aangegeven wat we kunnen oppakken. Dat kan de gemeente zelf doen, maar ook bewoners, ondernemers of een vereniging. Het een sluit het ander niet uit. Initiatieven kunnen parallel aan elkaar lopen, en wellicht elkaar versterken. Natuurlijk houden we daarbij rekening met elkaars belangen. De insteek is: ja, mits.
Rollen en relaties: iedereen is op een eigen manier betrokken
onze rol per onderwerp – meer uitgekristalliseerd.
Rol gemeente De gemeente heeft bij de uitvoering van de visie verschillende rollen. Opdrachtgever. Dienstverlener. Samenwerkingspartner. Aanjager. Ondersteuner van maatschappelijke initiatieven. Handhaver van het publieke belang. Op welke thema’s of in welke gebieden de gemeente een sturende of juist meer faciliterende rol heeft, is in dit document nog niet altijd duidelijk. De gemeente wil faciliteren, maar ook sturen. De gemeente wil niet alles zelf doen, maar ook niet alles loslaten. De gemeente wil vertrouwen geven aan initiatiefnemers en tegelijkertijd ook verantwoordelijk blijven voor het algemeen belang. Kortom, het zoeken naar balans en wisselwerking tussen gemeente en gemeenschap is de opgave voor de toekomst. In de uiteindelijke omgevingsvisie zijn de wensen en verwachtingen van inwoners en ondernemers – en daarmee
Met een aantal zaken moet de gemeente zelf aan de slag. Het gaat om vraagstukken die cruciaal zijn om bijvoorbeeld de sociaaleconomische positie te versterken. Projecten die bijdragen aan het vergroten van de woonaantrekkelijkheid. Programma’s die leiden tot sociaal-economische of fysieke wijkimpulsen, regie op de woningbouw, energietransitie en klimaatadaptatie. De gemeente zal telkens de stakeholders uit de gemeente uitdagen om zich te verbinden en verantwoordelijkheid te nemen voor de ontwikkeling van de gemeente. Per vraagstuk bekijken we welke partners met elkaar slagkracht kunnen organiseren. Dit varieert keer op keer. Soms neemt de gemeente het initiatief. Maar vaker zullen organisaties of inwoners het initiatief nemen. We maken deze ontwikkelingen onderdeel van de gezamenlijke koers en ambities van de gemeente.
Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 4
41 van 62
Rol initiatiefnemers Bewoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen en de gemeente dragen natuurlijk ook bij aan de toekomst van de stad. We wegen met elkaar af hoe een plan of activiteit verbonden kan worden aan de doelen van de omgevingsvisie. Ook zal de initiatiefnemer in de geest van de Omgevingswet alle belanghebbenden gaan betrekken en zo zorgdragen voor de participatie. Met de ruimte om dit bij te stellen als er nieuwe ontwikkelingen en wensen op ons pad komen. Rol overige bestuurslagen en partnerorganisaties Zoals eerder benoemd houdt de fysieke leefomgeving niet op bij de grens van onze gemeente. Daarom werken we bovenlokaal samen met onze buurgemeenten, hogere bestuurslagen en uitvoeringsinstanties. Deze partijen hebben direct of indirect invloed gehad op de ontwikkeling van dit document inclusief routekaart. Nu gaan we onze bouwstenen met hen afstemmen, net zo goed als de buurgemeenten hun bouwstenen met ons afstemmen. Nu we zelf vastgesteld hebben waar en wat onze kernkwaliteiten en ambities zijn, weten we precies wat we in dat overleg willen bereiken. De afstemming met deze partners kan verlopen via bestaande bovenlokale overlegstructuren.
De routekaart van de gemeente De gemeente werkt de bouwstenen uit tot de omgevingsvisie aan de hand van een routekaart die uit vijf stappen bestaat.
Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 4
1. Beschrijving: het in kaart brengen van de kwaliteit van de gehele fysieke leefomgeving in relatie tot de ambities en opgaven uit dit document. 2. Spelregels voor keuzes: het ontwikkelen van het afwegingskader voor de fysieke leefomgeving waarmee het effect van keuzes wordt afgewogen. 3. Inhoudelijke uitwerking: het uitwerken van de ambities en opgaven in beleid en plannen. 4. Gebiedsgerichte uitwerking: het uitwerken naar geografische gebieden. 5. Samenwerken met de gemeenschap: het bieden van ruimte aan initiatiefnemers om voorstellen en plannen aan te dragen die in lijn zijn met de doelstellingen uit de visie. Het geheel aan onderzoeken, programma’s, beleid, plannen en initiatieven zorgt ervoor dat er gaat worden gewerkt in lijn met de bouwstenen. Zo bouwen we aan een volwaardige omgevingsvisie conform de Omgevingswet (zie spiekbriefje VNG met wettelijke eisen aan de omgevingsvisie). Hieronder worden de verschillende onderdelen verder toegelicht.
42 van 62
1. Beschrijving Zoals eerder gezegd is dit document nog niet compleet. Immers, nog niet alle lagen van de fysieke leefomgeving zijn benoemd, en ook is niet vastgesteld wat de kwaliteit daarvan is. Zo zijn de bodem, het water en de luchtkwaliteit nog niet aan de orde geweest. Om de gestelde doelen en ambities te behalen is deze kennis wel nodig. Onder meer op het gebied van gezondheid, veiligheid of biodiversiteit. Met het maken van de beschrijving bepalen we de agenda voor de ontwikkeling van de uiteindelijke omgevingsvisie.
aspecten. Het gaat daarbij vooral om effecten die de fysieke leefomgeving beïnvloeden of die door deze fysieke leefomgeving worden beïnvloed. De OER vormt bovendien de basis voor een nog op te stellen monitorings- en evaluatieplan. Dit kan de daadwerkelijke effecten van de uitvoering van de omgevingsvisie volgen en beoordelen.
2. Spelregels voor keuzes De omgevingsvisie vormt een kader voor toekomstige activiteiten, die belangrijke gevolgen met zich mee kunnen brengen voor het milieu en voor de omgeving. Als het even kan, dan worden de opgaven zo goed mogelijk met elkaar gecombineerd. Maar soms ontstaat er een dilemma, bijvoorbeeld tussen bouwen en natuur, en moet een weloverwogen beslissing volgen. Daarvoor is een afwegingskader nodig: de omgevingseffectrapportage (OER). Dit wettelijke verplichte instrument (artikel 16.36 OW) laat de verwachte effecten van de omgevingsvisie in samenhang zien en zet de afwegingen op een rij. De verwachte effecten betreffen zowel het milieu als sociale en economische
3. Inhoudelijke uitwerking Dit document bevat tal van onderwerpen waarvoor al sprake is van vigerend (‘beleid dat al van kracht is’) sectorale beleid (‘op deelonderwerpen’) of waarvoor momenteel al beleid wordt ontwikkeld. Ook is er sprake van gebiedsontwikkeling en planning van woningbouw. Deze lopende ontwikkelingen gaan zo goed mogelijk afgestemd worden op de uitgangspunten van deze bouwstenen. Daarbij werken de verschillende vakdisciplines met elkaar samen. Een aanvullende stap om de omgevingsvisie verder uit te werken is in de vorm van verplichte en vrijwillige programma’s (zie spiekbriefje VNG met wettelijke eisen aan de programma’s). Daarmee kun je als gemeente laten zien welke doelen
Logisch dat het belangrijk is eerst te weten wat de effecten van de ambities zijn, en op die manier een concrete afwegingen te maken. Het opstellen van een OER heeft daarom prioriteit in de routekaart.
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie Het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU), ook wel het Werkingsverdrag, is een verdrag gesloten tussen de lidstaten van de Europese Unie. In het VwEU staat wat de bevoegdheden van de Europese Unie zijn en op welke manier de Europese Unie die bevoegdheden kan uitoefenen. In de omgevingsvisie moet rekening worden gehouden met de milieubeginselen uit dit verdrag. Dit betreft het voorzorgsbeginsel en bestrijding aan de bron.
Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 4
43 van 62
je specifiek integraal wilt uitwerken voor het omgevingsplan. Aan de hand van dit document is er vrijheid om zelf te bepalen welke programma’s er worden uitgevoerd. Vanuit de omgevingswet zijn alleen programma’s voor omgevingsgeluid en luchtkwaliteit verplicht.
De gemeente heeft veel aandacht voor de invloed van alle activiteiten op het milieu. Het Milieueffectrapport van de Nationale Omgevingsvisie, kortweg PlanMER, bevat een zogenaamd Rad van de leefomgeving. Dit instrument helpt daarbij en vormt daarom het vertrekpunt voor de OER.
Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 4
Voor de volgende thema’s is een uitwerking in de vorm van een programma naast het sectorale beleid nodig: • Gebiedsontwikkeling en woningbouw: uitwerking locaties en afwegingskaders (zie verhaal Vitale wijken); • Klimaatadaptatie en vergroening van de fysieke leefomgeving (vervolg op de regionale aanpak klimaatadaptatie West-Friesland; • Lokale uitwerking van de energietransitie (vervolg op de RES); • Gezondheid (is in de toekomst mogelijk zwaarwegend, en dus is nader onderzoek nodig hoe dit thema in de fysieke leefomgeving opgepakt kan worden). Voor dit thema is verdere verdieping in de vorm van een programma voorstelbaar. 4. Gebiedsgerichte uitwerking Het is goed om elke lokale situatie op zichzelf te bekijken. Daarvoor vindt er nog een verfijning van de bouwstenen tot
44 van 62
op gebiedsniveau plaats, in afstemming met het voorgestelde programma gebiedsontwikkeling. Het is praktisch niet mogelijk om voor alle gebieden tegelijkertijd een gebiedsgerichte uitwerking te gaan maken. Onderstaande volgorde is een suggestie voor de uitvoering van deze stap: 1. Het groene grensgebied (Florapark | West Einde): ontwikkelen gedeelde visie met buurgemeente Stede Broec op het gebied in verband met woningbouw, natuurontwikkeling, ruimtelijke kwaliteit, economie, mobiliteit en recreatie. 2. Wijkvisies: samen met bewoners en andere betrokken een lokale gebiedsvisie ontwikkelen. 3. Station en Dirck Chinaplein: uitwerken gebiedsvisie. 4. Buitengebied, Oosterdijk en IJsselmeer: uitwerken gebiedsvisie Naast de uitwerking van de omgevingsvisie in beleid en integrale gebiedsvisies, moet het voor iedereen moet helder zijn welke spelregels er gelden in de fysieke leefomgeving. Deze regels hebben zowel betrekking op veiligheid als het sociale, economische en fysieke domein. Zij vormen een omgevingsplan, dat de opvolger is van het huidige bestemmingsplan. De regels uit het omgevingsplan sluiten aan bij de ambities uit de omgevings-
Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 4
visie, aangevuld met de uitwerkingen van de programma’s. Deze regels voorkomen ongewenste activiteiten en beschermen de kwaliteiten van de fysieke omgeving. Daarnaast bevat het omgevingsplan spelregels om te kunnen afwijken als een initiatief of ontwikkeling bijdraagt aan het gebied. De vertaling van de omgevingsvisie naar regels in het omgevingsplan gebeurt in een later stadium. 5. Ruimte bieden aan maatschappelijke ontwikkelingen en initiatieven In de routekaart richt de gemeente zich nu op de verplichte, voorgestelde programma’s en gebiedsvisies die logischerwijs volgen op deze omgevingsvisie. Het initiatief van programma’s ligt bij de gemeente, maar in de uitvoering worden alle relevante stakeholders betrokken. Door de uitwerking per gebied concreter te maken, komen de ontwikkelingen dichter bij de inwoners en ondernemers te staan. Daardoor kunnen zij actiever meepraten. De participatie laat zien dat bewoners en ondernemers graag zelf aan de slag gaan met thema’s zoals duurzaamheid, nieuwe woonconcepten, diverse vormen van mobiliteit en vergroening. Niet alles kan, en misschien kleven er soms meer nadelen dan voordelen aan plannen. Maar dat gesprek moet eerst met elkaar worden gevoerd. Zelfs als een plan niet helemaal in de uiteindelijke omgevingsvisie en het
Afstemming van de verschillende instrumenten in de beleidscyclus.
Periodieke monitoring en evaluatie
45 van 62
omgevingsplan past, willen we aan de zogenaamde omgevingstafel kijken wat wél mogelijk is. Zo geven we niet alleen invulling aan de letter van de omgevingsvisie, maar ook aan de intentie om plannen welwillend te benaderen vanuit een ‘wat kan wel’houding. Van bouwstenen naar de omgevingsvisie Met het vaststellen van dit document zijn we er nog niet. Het is pas het startsein voor de verdere ontwikkeling van dit document die voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. De OER brengt in kaart wat de effecten zijn van de beleidsvoornemens uit de omgevingsvisie. De uitkomst van de OER vormt de basis voor het monitorings- en evaluatieplan. Daarmee kan iedereen volgen wat de plannen zijn en hoe deze bijdragen aan de uitgangspunten en ambities van de uiteindelijke omgevingsvisie. Ook wordt er met andere beleidsvoorbereidingen afgestemd. Zo kunnen we beoordelen of we op koers liggen met alle activiteiten. Vormen de vele acties één gezamenlijke beweging? Vergeten we zaken? Waar zitten spanningen en wrijving? Moeten we bepaalde initiatieven meer gaan stimuleren en andere juist afremmen? Hoe beoordelen inwoners en organisaties de ontwikkeling van de gemeente? We hebben tot 2025 de tijd om een omgevingsvisie te maken. En tegelijkertijd gaan we aan de slag
met de uitvoering. Niet alle activiteiten kunnen tegelijkertijd worden opgepakt. Er komt een uitvoeringsprogramma en een planning voor de komende jaren.
Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 4
46 van 62
Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 1
Tijdspad ontwikkeling omgevingsvisie
47 van 62
Een omgevingvisie in ontwikkeling
Samenvatting
Samenvatting Stel dat we iedereen in Enkhuizen vragen wat de beste eigenschappen van onze gemeente zijn. We hébben het gevraagd, in de participatie. En de antwoorden hebben opvallend veel overeenkomsten. In één zin samengevat: een uniek historisch hart, toerisme én Seed Valley.
De volgende vraag is: hoe willen we in 2040 wonen, leven en werken? De uitkomst daarvan is de omgevingsvisie 1.0. Via de Omgevingswet heeft de overheid de wet- en regelgeving voor wonen, ruimte, infrastructuur, milieu en water eenvoudiger gemaakt. Dat maakt het makkelijker om plannen uit te voeren. De omgevingsvisie heet niet voor niets een ‘visie’. Er staat in hoe we als gemeenschap, samen naar deze zaken kijken. Met de ruimte om dit bij te stellen als er nieuwe ontwikkelingen of wensen op ons pad komen. Daarom deze bouwstenen: het begin is er, op weg naar de omgevingsvisie. Wie wil, kan meedenken en zo de toekomst van de gemeente meebepalen. En daarom is de ‘wij’ in deze omgevingsvisie ‘wij samen’. Via het participatieplatform samen.enkhuizen. nl hebben bewoners zich kunnen uitspreken over de beleving van het heden en de ideeën over de toekomst. Daarnaast waren er andere participatiefases, beleidsinventarisaties, gebiedsverkenningen en dialogen met het bestuur. Als we die bij elkaar optellen, dan is
Mijn aantekeningen bij de samenvatting
dit de koers van de omgevingsvisie op hoofdlijnen: • We blijven ook in de toekomst een moderne, levendige stad met een zichtbaar rijke geschiedenis. • We hebben een historisch centrum dat aantrekkelijk is voor bewoners en bezoekers. Het is er prettig wonen en leven. De stad is gastvrij en trekt het toerisme dat de unieke kwaliteiten waardeert. De stad verduurzaamt door ontwikkeling. • We profiteren van een vitale economie, verbonden aan het sterke toeristische profiel, de nautische sector en Seed Valley. • We hebben veel aandacht voor de ontwikkelingen in onze samenleving zoals de vergrijzing, gezondheid en het behoud van saamhorigheid. • We zetten in op een groene en duurzame leefomgeving voor mens en dier. • We zien kansen voor bovenlokale samenwerking op gebied van de energietransitie, economie, de woningbouwopgave, mobiliteit en recreatie.
49 van 62
Er ligt dus werk te wachten: de kernopgaven. Per deelgebied van Enkhuizen schetsen we een toekomstbeeld, een ‘verhaal’. Deelaspecten van de kernopgaven (zoals woningbouw en het stimuleren van sport en recreatie) en aanwezige kernkwaliteiten vormen de basis van de ontwikkelrichtingen en kansen waarop wordt ingezet. Elk verhaal bevat ook een aantal handreikingen voor de uitwerking. De vier verhalen zijn Historische stad | Enkhuizer samenleving, Vitale wijken, Buitenleven | Westfriese Omringdijk, en Werken om de hoek. De gemeente Enkhuizen heeft een eigen toekomstverhaal, en verdient als lokaal gebied maatwerk. Tegelijk kan er veel voordeel worden behaald als we overeenkomsten zoeken met onze ‘buren’. Samenwerking met buurgemeenten en in regionaal verband biedt kansen om onze doelstellingen beter, sneller, soepeler en goedkoper te bereiken. De gemeente werkt de bouwstenen uit tot de omgevingsvisie aan de hand van een routekaart die uit vijf stappen bestaat. 1. Beschrijving: het in kaart brengen van de kwaliteit van de gehele fysieke leefomgeving in relatie tot de ambities en opgaven uit de omgevingsvisie.
2. Spelregels voor keuzes: het ontwikkelen van het afwegingskader voor de fysieke leefomgeving waarmee het effect van keuzes wordt afgewogen. 3. Inhoudelijke uitwerking: het uitwerken van de ambities en opgaven in beleid en plannen. 4. Gebiedsgerichte uitwerking: het uitwerken naar geografische gebieden. 5. Samenwerken met de gemeenschap: het bieden van ruimte aan initiatiefnemers om voorstellen en plannen aan te dragen die in lijn zijn met de doelstellingen uit de visie.
Mijn aantekeningen bij de samenvatting
Met het vaststellen van dit document zijn we er nog niet. De wet geeft ons tot 2025 de tijd om een omgevingsvisie te maken. Straks kan iedereen aan de hand van de omgevingseffectrapportage en het monitorings- en evaluatieplan volgen wat de plannen zijn, en hoe deze bijdragen aan de uitgangspunten en ambities van de uiteindelijke omgevingsvisie. En laat vooral vanaf nu veel ideeën horen!
50 van 62
Een omgevingvisie in ontwikkeling
Bijlagen
51 van 60
Bijlage 1
Procesbeschrijving traject In april 2020 is het plan van aanpak voor het traject ontwikkeling omgevingsvisie vastgesteld door het college van B&W en per raadsinformatiebrief gedeeld met de raad. Het plan van aanpak dient als leidraad voor een proces waar in fases wordt toegewerkt naar een eerste omgevingsvisie. De drie SED-gemeenten hebben een eenduidige systematiek gevolgd. In de aanpak zijn de volgende principes gehanteerd: • We denken van opgaven op gemeenschappelijk niveau (landelijk, provinciaal en regionaal) naar opgaven op gemeentelijk niveau. • We halen kennis en informatie op uit bestaande beleidsstukken. • We maken zoveel mogelijk gebruik van interne kennis en expertise voor de beleidsanalyse en gebiedsgerichte uitwerking. • De inzet van externe expertise is aanvullend op interne deskundigheid. • We betrekken de gemeenteraad bij integratie, opgaven, richting en participatie. • De participatie wordt gericht opgezet met belanghebbenden. De uitkomst daarvan wordt meegenomen in de uitwerking van de bouwstenen.
De ontwikkeling van de bouwstenen is in fases verlopen als een ontwikkelend en lerend proces waarin ruimte is voor voortschrijdend inzicht. Inventarisatie De eerste fase bestond uit het analyseren van bestaand beleid, onderzoeken en toekomstige opgaven. Dit heeft eind april 2020 geleid tot een eerste schets van de kernwaarden en kernopgaven op themaniveau. Om deze inventarisatie te toetsen zijn er in mei 2020 per thema (ruimte, leefomgeving, samenleving, economie, duurzaamheid) workshops georganiseerd met de vakspecialisten en beleidsadviseurs van de ambtelijke organisatie. De uitkomst van deze workshops (in de vorm van posters) is vervolgens gebruikt als input voor een themabijeenkomst in juni 2020 met het college. De brainstorm tijdens die sessie behandelde integraal alle thema’s waarmee een eerste rode draad voor de omgevingsvisie is onderzocht. De uitkomst is verwerkt in een samenvatting die via een raadsinformatiebrief is gedeeld met de raad. In september 2020 heeft er een thema-avond met de raad plaatsgevonden waarin vrij is gediscussieerd over de vraag wat voor hen belangrijke thema’s en opgaven zijn die als rode draad voor de omgevingsvisie zouden moeten gelden. De uitkomst van de thema-avond is toegevoegd
Mijn aantekeningen bij bijlage 1
52 van 62
Mijn aantekeningen bij bijlage 1
Stroomschema van het doorlopen traject
53 van 62
aan de reeds opgehaalde informatie, en daarmee werd de fase beleidsinventarisatie afgerond. De beleidsontwikkeling die sindsdien heeft plaatsgevonden is toegevoegd aan inventarisatie. Gebiedsverkenningen Met het inzicht over de kernwaarden en kernopgaven is de stap gezet naar de tweede fase gebiedsverkenningen. Daarvoor is via een aanbesteding het stedenbouwkundig bureau Urhahn ingeschakeld. Samen met hun partners Land-ID en Bureau BUITEN hebben zij in de periode oktober 2020 tot maart 2021 het traject uitgevoerd. Het bureau heeft ook de structuurschets van West-Friesland opgesteld en is daardoor goed op de hoogte van de kenmerken en kwaliteiten van het grondgebied van de drie SED-gemeenten. Omdat de drie uiteindelijke omgevingsvisies parallel aan elkaar worden ontwikkeld, is ervoor gekozen om aan de hand van de gebiedstyperingen van de structuurschets deze fase uit te voeren. Daarbij is het eerste gebied gebruikt als pilot voor de aanpak. Dit betrof het verstedelijkt gebied van Hoogkarspel, Stede Broec en de woonwijken buiten de vesting van Enkhuizen. De gehanteerde systematiek bestond uit het ontwikkelen van een ambitiekader (opgaven per thema) op basis van de input uit fase 1, het onderzoeken van het gebied (kenmerken
Mijn aantekeningen bij bijlage 1
en kernkwaliteiten), het organiseren van zes werksessies met ambtenaren en professionele stakeholderpartijen (zie overzicht bijlage 2) en de uitwerking daarvan in een verhaallijn waarin de kernkwaliteiten, kansen en opgaven verwerkt zijn.
Fijn als deze groter aangeleverd wordt voor de leesbaarheid
Tussentijds heeft er een aantal inhoudelijke sessies met de stuurgroep van het programma implementatie omgevingswet, de portefeuillehouder van het programma en het college plaatsgevonden. Doelstelling daarvan was het toetsen van het proces en de uitkomsten. De raad is via een thema-avond
Aanpak gebiedsverkenning Bureau Urhahn
54 van 62
in februari 2021 op de hoogte gehouden van het proces. Met een aantal stakeholders, maar ook intern binnen de ambtelijke organisatie, hebben er nog extra overleggen plaatsgevonden om een specifiek thema extra te onderzoeken als dit nodig bleek te zijn. Denk daarbij aan afstemming over woningbouw, de RES, klimaatadaptatie en de ontwikkelingen van de agrarische sector. Het geheel aan gebiedsverkenningen heeft Urhahn verwerkt in een eindrapport. Dit rapport bevat een omschrijving van de kernkwaliteiten, een overzicht van de opgaven en ambities, en een doorkijk naar de toekomst in de vorm van verhaallijnen en adviezen.
De publieksparticipatie is, mede gezien de coronamaatregelen, volledig digitaal ingestoken. Op basis van de technologie van Citizenlab is begin mei 2021 het platform samen.enkhuizen.nl gelanceerd. De genoemde doelstellingen hebben geleid tot een opzet waarbij de verhaallijnen als kapstok zijn gebruikt voor de enquêtes. De enquêtes bestonden uit open vragen en meerkeuzevragen. Via een dynamische kaart konden deelnemers vrij een idee voorstellen waarop andere deelnemers konden reageren. Hierbij waren wel kaders aangegeven. De resultaten van de publieksparticipatie zijn volledig terug te vinden op het participatieplatform en dienen als extra kleuring van de bouwstenen.
Publieksparticipatie Het rapport is begin april 2021 gepresenteerd aan het college en heeft als input gediend voor de thema-avond met de raad in april 2021. Tijdens deze thema-avond zijn aan de hand van de verhaallijnen de doelstelling en onderwerpen besproken voor de publieksparticipatie. De doelstelling van de publieksparticipatie was informeren en eerste raadpleging: met (vraag)stellingen de uitkomsten van de inventarisaties en verkenningen toetsen en verrijken. Plus de deelnemers de ruimte bieden om zelf ideeën aan te dragen.
De synthese In juni 2021 is begonnen met de laatste fase van het traject: de synthese waarin alle voorgaande stappen verwerkt worden tot dit document. Met ondersteuning van interne en externe meedenkers, meelezers, schrijvers en vormgevers is hieraan gewerkt. Het dient als basis voor de routekaart zoals uitgewerkt staat in het vierde hoofdstuk. In het vierde kwartaal van 2021 is dit document ter besluitvorming aan de raad voorgelegd.
Mijn aantekeningen bij bijlage 1
55 van 62
Bijlage 2
Procesbeschrijving participatie Met het participatieproces willen we dat ketenpartners, strategische partners en inwoners zich uitgenodigd voelen om betrokken te zijn bij de ontwikkeling van de bouwstenen. Door deze stappen samen te zetten ontstaat er een visie die breder bekend en gedragen is.
Mijn aantekeningen bij bijlage 2
We hanteren de participatieladdermethode van de Factor C-methode. Deze biedt de mogelijkheid om de te betrekken ketenpartners, strategische partners en inwoners te ordenen naar hun rol en invloed. Per fase is aan de hand van een stakeholdersanalyse bepaald wat gezien de inhoudelijke opgave en het specifieke gebied belangrijke stakeholders zijn. De stakeholdersanalyse is bedoeld om inzicht te hebben in: • Wie zijn de mogelijke stakeholders of actoren? • Wat is hun issue, standpunt, belang en invloed in het speelveld van de fysieke leefomgeving dat besproken wordt? • Wat is een logisch moment van betrokkenheid (welke fase bij welk onderwerp)? • In welke invloedsrol (Factor C)? In de fase van beleidsinventarisatie zijn de interne stakeholders betrokken: de ambtelijke organisatie en de bestuurlijke gremia.
Omdat het bestaand beleid betreft waarover al geparticipeerd heeft plaatsgevonden, is gekozen voor deze interne focus. Het participatieniveau was meedenken en doen via workshops en themabijeenkomsten.
Motiveringsplicht Voor de omgevingsvisie is het organiseren van participatie verplicht. In de omgevingsvisie moet staat staan hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. En wat de resultaten daarvan zijn. Deze motiveringsplicht is geregeld in artikel 10.7 van het Omgevingsbesluit. De overheid mag zelf weten hoe zij daar invulling aan geeft. Wie een overheid bij de vroegtijdige participatie betrekt, hangt af van het type omgevingsvisie: de aard, de omvang en invloed op de fysieke leefomgeving.
56 van 62
In de fase van de gebiedsverkenningen is de focus verschoven naar externe ketenpartners zoals hogere bestuurslagen, uitvoeringsorganisaties, belangenorganisaties en bedrijvenkoepels. Deze externe focus had als doel om met vertegenwoordigers van belanghebbenden op hoofdlijnen kennis te delen en oplossingsscenario’s te onderzoeken. Het participatieniveau was meedenken en doen via workshops en themabijeenkomsten.
Mijn aantekeningen bij bijlage 2
57 van 62
In de fase van publieksparticipatie is de focus volledig extern en gericht op iedereen die een belang zou kunnen hebben of interesse heeft. Het platform samen.enkhuizen.nl is toegankelijk voor iedereen en via diverse bestaande communicatiekanalen is men geïnformeerd over deze participatie. Met het WestFriese jongerenpanel heeft er nog een apart overleg plaatsgevonden.
Mijn aantekeningen bij bijlage 2
58 van 62
Fase 4: Platform samen.enkhuizen.nl
Mijn aantekeningen bij bijlage 2
59 van 62
In de vierde en afrondende fase is het bestuur betrokken en wordt dit document aangeboden aan de gemeenteraad om er een besluit over te nemen.
Mijn aantekeningen bij bijlage 2
Bovenstaand proces is de opmaat naar participatie zoals bedoeld in de Omgevingswet. Voor de diverse stappen uit de routekaart en voor initiatieven is het uitgangspunt om altijd participatie met de belanghebbende stakeholders uit te voeren. De strategie en methode daarvoor zijn nog in ontwikkeling binnen de SED organisatie.
60 van 62
Bijlage 3
Overzicht beleidsinventarisatie De volgende documenten zijn bestudeerd en liggen ten grondslag aan de kernopgaven en opgaven per verhaallijn. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21.
Stadsvisie Enkhuizen 2030 (2009) Welstandnota (2013) Bomenbeleid Enkhuizen 2013 Woonvisie (2014) Havenvisie 2017–2022 Beheerplan kapitaalgoederen openbare ruimte 2016–2025 Waterplan Enkhuizen-Medemblik 2016 Beleidsnota speelruimte Enkhuizen (2017) GRP 2016 Verkeersplan 2015–2025 Thuis in Enkhuizen: 2024 Nota Sport (2012–2016) Gezondheidsvisie (2018) College Uitvoeringsprogramma (2018) Concept Erfgoedbeleid (2020) RES (verslag Atelier RES Enkhuizen) (2020) Klimaatstresstest Enkhuizen (2020 Rapport Platform 31 Trends en opgaven voor de Westfriese gemeenten (2018) Regionaal Koersdocument Omgevingswet Westfriesland (2019) Uitvoeringsprogramma Pact 7.1 Westfriesland (2020) Structuurschets Westfriesland (2016)
Mijn aantekeningen bij bijlage 3
22. West-Fries Afwegingskader Wonen (2017) 23. Regionale Woonvisie Westfriesland (2017) 24. Ontwerp Nationale Omgevingsvisie (2020) 25. Provinciale Omgevingsvisie NoordHolland 2050 (2020) 26. Concept Omgevingsverordening Provincie Noord-Holland (2020) 27. IJsselmeeragenda 2050: gebiedsagenda (2020–...) 28. Westfries Woonakkoord (2020) 29. Westfries afwegingskader wonen (2021) 30. RES 1.0 (2021) 31. Enkhuizen: effect klimaatadaptatie strategie (2021) 32. Visie op bomen (SED) | Programma Bomen (2021) 33. Uitvoeringsnota Biodiversiteit (2021) 34. Parkeer- en verkeersontwikkelplan (2021)
61 van 62
Colofon Dit is een publicatie van de Programma-organisatie Implementatie Omgevingswet SED organisatie Projectcoördinatie: Titia van den Berg Redactie: Accent Grave Vormgeving: Koester media Beeld: gemeente Enkhuizen Voor meer informatie: omgevingswet@sed-wf.nl