Bijlage Beheerplan Kapitaalgoederen Openbare Ruimte 2026-2035 - raadsVOORSTEL
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:
Beheerplan Kapitaalgoederen Openbare Ruimte 2026-2035 539732
Commissie: 2 februari 2026 Raadsvergadering: 17 februari 2026 Nr. 20260106 Portefeuillehouder: Programma:
W.P.J. Bijman Ruimte: Openbare ruimte
Karakter:
Besluitvormend
Bijlagen:
1. Raadsbesluit Beheerplan Kapitaalgoederen 2026-2035; 2. Beheerplan kapitaalgoederen 2026-2035 generiek deel, d.d. 10-122025
Voorgesteld besluit: 1. Het Beheerplan Kapitaalgoederen Openbare Ruimte 2026-2035 vast te stellen. 2. In te stemmen met het opheffen van de reserve kapitaalgoederen, groot €1.297.000 en de middelen uit de reserve kapitaalgoederen in te zetten als eerste storting voor de instelling van de: a. Voorziening Wegen, groot €1.240.000; b. Voorziening Groen, groot €0; c. Voorziening Civiele Kunstwerken, groot €40.000; d. Voorziening Water en beschoeiingen, groot €17.000. 3. In te stemmen met een eerste dotatie groot €843.000 voor de: a. Voorziening Wegen, groot €435.000; b. Voorziening Groen, groot €263.000; c. Voorziening Civiele Kunstwerken, groot €53.000; d. Voorziening Water en beschoeiingen, groot €92.000. 4. In te stemmen met de eerste dotatie, groot €843.000, te dekken uit de vrijval storting Reserve kapitaalgoederen 2016-2025; 5. Kennis te nemen van de resterende structurele benodigde middelen, groot €1.718.000 voor de dotatie van de voorzieningen vanaf 2027 t/m 2030 behorende bij het Beheerplan Kapitaalgoederen openbare Ruimte 2026-2035; 6. Kennis te nemen van de investeringen en de kapitaallasten van de investeringen behorende bij het Beheerplan Kapitaalgoederen Openbare Ruimte 2026-2035; 7. De financiële gevolgen zoals opgenomen onder beslispunt 5 en 6 integraal te betrekken bij de besluitvorming Kadernota 2027-2030 incl. voorjaarsnota 2026.
1
Inleiding Het beheer en instandhouding van kapitaalgoederen is van groot maatschappelijk belang en vormt één van de kerntaken van de gemeente. Het onderhoud van de openbare ruimte vraagt daarbij om een aanzienlijke inzet van gemeentelijke middelen. In het beheerplan zijn op strategisch niveau de ambities en doelstellingen vastgelegd. Voor de beeldbepalende onderdelen wordt de beeldkwaliteitsnorm toegepast om de kwaliteit van de openbare ruimte inzichtelijk te maken. Deze norm sluit aan bij de CROW-norm B (basisniveau). Een uitzondering hierop vormt het Snouck van Loosenpark, waar wordt uitgegaan van CROW-norm A (hoog niveau). Voor niet-beeldbepalende onderdelen geldt het principe van ‘minimaal verantwoord beheer’. Op 5 april 2016 heeft de gemeenteraad het Beheerplan Kapitaalgoederen Openbare Ruimte 2016–2025 vastgesteld welke in 2025 eindigt. Gezien de looptijd dient er voor de komende periode van 10 jaar een nieuw beheerplan te worden vastgesteld. ` Beoogd effect Het realiseren van een openbare ruimte die leefbaar, veilig en betaalbaar is Beleidsvrijheid / -ruimte (wettelijk kader) Het vaststellen van de kaders zoals opgenomen in het beheerplan behoort tot de bevoegdheid van de gemeenteraad, zoals vastgelegd in artikel 147 van de Gemeentewet. Daarnaast beschikt de gemeenteraad conform artikel 189 over het budgetrecht.
Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) vormt een uitvoeringsbesluit van de Gemeentewet. De provincie ziet toe op de naleving van dit besluit. Het instellen, aanwenden en onttrekken van financiële middelen is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. Dit onderstreept het belang van actuele en door de raad vastgestelde beheerplannen. Argumenten Het vaststellen van een nieuw beheerplan borgt de continuïteit van het beheer en waarborgt de kwaliteit van de openbare ruimte. Het beheerplan bevordert transparantie en verantwoording door inzicht te geven in de nagestreefde kwaliteitsniveaus en de daarvoor benodigde middelen. Daarnaast biedt het duidelijke kaders en sturing: de gemeenteraad bepaalt hiermee duidelijke kaders voor het college en de uitvoering, zodat het beheer doelmatig en samenhangend kan plaatsvinden. Kanttekeningen / alternatieven De gemeente is verplicht een beheerplan voor kapitaalgoederen in de openbare ruimte vast te stellen. De voorgelegde plannen zijn opgesteld op basis van vastgesteld beleid, waaronder beeldkwaliteit. Dit begrip staat voor het gewenste niveau van netheid, onderhoud en fysieke veiligheid in de openbare ruimte. Het gekozen kwaliteitsniveau vraagt om zowel incidentele als structurele middelen per jaar. Een alternatief is het verlagen van dit niveau.
Hoewel dit tot lagere kosten leidt, brengt het hogere risico’s met zich mee en kan het op termijn juist tot extra kosten leiden om de kwaliteit te herstellen. Bovendien kan een lager kwaliteitsniveau resulteren in onveilige situaties en een verslechtering van de leefbaarheid en uitstraling van de openbare ruimte Draagvlak Tijdens de themabijeenkomst van 14 april 2025 is uitvoerig gesproken over het onderhoudsniveau van de openbare ruimte in relatie tot de vastgestelde kwaliteitskaders. In de daaropvolgende periode vond discussie plaats over ombuigingen en het gewenste onderhoudsniveau. Met het raadsbesluit van 10 november 2025 bij de behandeling van de begroting is bevestigd dat het huidige onderhoudsniveau in lijn is met de bestaande kaders, kwaliteitsnormen en strategische doelstellingen van de gemeente. Door het voorstel op hetzelfde kwaliteitsniveau te positioneren, wordt ingespeeld op zowel de huidige behoeften als toekomstige ontwikkelingen. Bij de begrotingsbehandeling 2026 heeft de gemeenteraad ingestemd met een structurele bijdrage van €400.000 voor verbetering van de leefomgeving. Dit voorstel zet vanaf 2027 structureel €150.000 in voor het wegwerken van achterstallig onderhoud, met name in het groen en op wegen. Voorbeelden zijn het herstel van verouderde verhardingen waar onkruidgroei toeneemt, en het aanpassen van openbare ruimten waar
2
vegen of borstelen beperkt mogelijk is. Ook wordt ingezet op het vervangen van verouderde plantvakken en het herstellen van kale plekken om onkruidgroei te beperken. Planning, evaluatie en verantwoording Na het raadsbesluit treedt het Beheerplan Kapitaalgoederen Openbare Ruimte 2026–2035 per 1 januari 2026 in werking. Het nieuwe beheerplan wordt vastgesteld voor een periode van tien jaar, met een evaluatie na vijf jaar. De resultaten van deze evaluatie worden aan het college voorgelegd ter verantwoording van de voortgang. Financiën Het beheer van de openbare ruimte brengt onderhoudskosten met zich mee. Deze kosten zijn onderverdeeld in: Klein onderhoud (dagelijks onderhoud) Groot onderhoud Vervangingen Klein onderhoud Voor klein onderhoud zijn binnen de begroting 2026 geen aanvullende middelen nodig. Groot onderhoud De uitgaven voor groot onderhoud fluctueren jaarlijks. Conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moeten hiervoor voorzieningen worden ingesteld. Ten opzichte van de begroting 2026 en verder is vanaf 2027 structureel €1.718.000 nodig om uitvoering te geven aan het beheerplan. Voor groot onderhoud worden vier voorzieningen ingesteld.
De eerste storting wordt gedekt uit de vrijval van de reserve kapitaalgoederen (€1.297.000), verdeeld als volgt: Wegen: €1.240.000 Groen: €0 Civiele kunstwerken: €40.000 Water en beschoeiingen: €17.000 De eerste dotatie in 2026 bedraagt €843.000, verdeeld over: Wegen: €435.000 Groen: €263.000 Civiele kunstwerken: €53.000 Water en beschoeiingen: €92.000 Deze dotatie wordt gedekt uit de vrijval van de reserve kapitaalgoederen 2016–2025. Dotaties vanaf 2027 De jaarlijkse dotatie vanaf 2027 bedraagt €1.718.000, verdeeld over: Wegen: €1.190.000 Groen: €263.000 Civiele kunstwerken: €135.000 Water en beschoeiingen: €130.000 Dekkingsvoorstel: €150.000 vanaf 2027 uit meeropbrengsten OZB-woningen (verbetering leefomgeving binnenstad Enkhuizen) €843.000 vanaf 2027 uit vrijval reserve kapitaalgoederen €78.000 uit budgetten klein onderhoud Resterend benodigd budget (€647.000) meenemen in de afweging bij de kadernota 2027 en voorjaarsnota 2026 Vervangingen De vervangingen in het beheerplan zijn investeringen van maatschappelijk of economisch nut en worden conform BBV als kapitaallast in de begroting opgenomen. Na uitvoering van een project wordt de kapitaallast geactiveerd. Voor investeringen vanaf 2026 bedragen de extra kapitaallasten: 2027: €43.000
3
2028: €85.000 2029: €245.000
De dekking van deze kapitaallasten wordt voorgelegd bij de Kadernota 2027–2030 en de voorjaarsnota 2026. Enkhuizen,13 januari 2026. Burgemeester en wethouders van Enkhuizen De secretaris, De burgemeester,
R. van Reijswoud
J. Hoekstra-Sikkema
4