CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6.2 Gewaarmerkte jaarstukken 2025

commissie Bestuur Openbare Orde en Veiligheid Erfgoed en Grondgebied 8 juni 2026, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Omgevingsdienst NHN20.087 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Pagina 26 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

2.1.3 Bodembeheer Wat wilde de OD NHN bereiken? Het voorkomen van nieuwe bodem- en grondwaterverontreinigingen en het saneren en/of beheren van verontreinigde ondergrond. De ambitie is een duurzame bodemkwaliteit in Noord-Holland waarbij zich geen risico’s voordoen voor de gezondheid en het milieu, waaronder planten en dieren. Wat heeft de OD NHN daarvoor gedaan? Namens de provincie Noord-Holland hebben vergunningaanvragen en meldingen beoordeeld. Ook zijn we ingesprongen op calamiteiten. Zo voorkomen we nieuwe gevallen van bodemverontreiniging. Daarnaast hebben we gewerkt aan een verdere overdacht van taken uit de Wet bodembescherming naar de gemeente. Op deze manier creëren we een efficiënter proces voor initiatiefnemers.

2.1.4 Wegen en Vaarwegen Wat heeft de OD NHN daarvoor gedaan? Onze samenwerking met ketenpartners verloopt constructief. Hierdoor kunnen we snelle handhavingsacties uitvoeren. We zien dat steeds meer booteigenaren dak- en thuisloos zijn en met veel persoonlijke problemen kampen. In deze vaartuigen wonen voornamelijk mensen die verslaafd zijn, veel psychische problemen hebben en soms zeer agressief kunnen reageren. Deze booteigenaren hebben vaak geen ligplaatsontheffing of -vergunning. Om deze problemen aan te pakken zoeken we vaak integrale samenwerking met onze samenwerkingspartners van politie, GGZ en verslavingszorg.

2.2 Wat heeft het gekost? 2.2.1 Baten en lasten De baten en lasten van het programma VTH-Plus kunnen als volgt worden samengevat: (bedragen * € 1.000) OD Uitvoeringstaken

Realisatie 2024

Begroting 2025

Realisatie 2025

Totale baten

10.143

10.433

10.638

Totale lasten

10.203

10.433

10.971

-60

-

-333

Mutaties in reserves

1.140

-

730

Resultaat

1.080

-

396

Saldo van baten en lasten

2.2.2 Algemene dekkingsmiddelen, overhead, vpb, onvoorzien en rente In de onderstaande tabel zijn de baten en lasten inclusief toerekening van overhead en de algemene dekkingsmiddelen, heffing VPB, onvoorziene bedragen, rente en mutaties van de reserve aangegeven voor het programma VTH-Plus.

Pagina 27 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

Tabel: Algemene dekkingsmiddelen, overhead, vennootschapsbelasting (vpb), onvoorzien en rente (bedragen * € 1.000) 2025

Baten

Lasten

Saldo

Programma 2 VTH plustaken

10.512

7.716

Algemene dekkingsmiddelen

-

-

-

126

3.255

-3.129

Heffing VPB (vrijgesteld)

-

-

-

Bedrag onvoorzien

-

-

-

Rente

-

-

-

10.638

10.971

-333

Overhead

Saldo van baten en lasten Mutaties in reserves Resultaat

Pagina 28 van 72

2.796

730

-

730

11.368

10.971

396

Jaarstukken 2025 OD NHN

B. PARAGRAFEN

Pagina 29 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

In het Besluit begroting en verantwoording (BBV) staat welke paragrafen provincies en gemeenten moeten opnemen in hun jaarstukken. De paragrafen ‘lokale heffingen’, ‘onderhoud kapitaalgoederen’, ‘verbonden partijen’ en ‘grondbeleid’ zijn op de OD NHN niet van toepassing. De overige paragrafen worden hieronder toegelicht.

3 PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate onze dienst in staat is bedrijfsmatige tegenvallers met financiële consequentie(s) op te vangen. Aangezien alle structurele kosten - voor zover te voorzien - zijn opgenomen in de begroting, is het weerstandsvermogen vooral bedoeld voor het opvangen van risico’s. In de gemeenschappelijke regeling is opgenomen dat de deelnemende gemeenten en de provincie, na besluit van het algemeen bestuur, uiteindelijk bijdragen in een eventueel exploitatietekort van onze dienst. De deelnemers zijn verantwoordelijk voor de continuïteit en zij staan garant dat de omgevingsdienst over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen tegenover derden te kunnen voldoen. Daarmee is de continuïteit van de organisatie gewaarborgd. Het beleid rond weerstandsvermogen en risicobeheersing is vastgelegd in de Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing, die op 15 december 2014 is vastgesteld door het algemeen bestuur. Deze paragraaf bevat: •

Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;

•

Een inventarisatie van de risico’s;

•

Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s

•

Benodigde weerstandscapaciteit

•

De kengetallen:

•

o

Netto schuldquote;

o

Solvabiliteitsratio; en

o

Structurele exploitatieruimte;

Een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.

3.1 Weerstandscapaciteit De definitie van weerstandscapaciteit volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is: De middelen en mogelijkheden waarover de organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Te denken valt hierbij aan: het vrij besteedbare deel van de algemene reserve, onbenutte belastingcapaciteit en stille reserves. Onderscheid kan worden gemaakt in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Met het eerste wordt bedoeld: het vermogen om eenmalige tegenvallers op te vangen. Deze capaciteit moet worden gezocht in de vermogenssfeer, meer specifiek: in de reserves. Met structurele weerstandscapaciteit worden die middelen bedoeld die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. Dit moet worden gezocht in de exploitatiesfeer. De weerstandscapaciteit bestaat bij de OD NHN uit de algemene reserve. De deelnemende gemeenten hebben met de notitie ‘Uitgangspunten gemeenschappelijke regelingen’ als richtlijn bepaald dat de algemene reserve niet groter mag zijn dan 2,5% van de lasten. Ultimo 2025 is de stand van de algemene reserve € 361.000. De lasten in de jaarrekening 2025 rondom milieutaken zijn € 18.523.000. Er zal geen storting in de algemene reserve plaatsvinden zonder specifiek besluit van het algemeen bestuur.

In artikel 3 van de Financiële Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen (FUGR) staat dat het algemeen bestuur kan besluiten van dit percentage positief of negatief af te wijken.

Pagina 30 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

3.2 Inventarisatie risico’s Risico’s kunnen een externe of interne oorzaak hebben. Externe risico’s zijn toe te schrijven aan de ontwikkelingen op regionaal, provinciaal of landelijk niveau. De interne risico’s hangen hiermee samen of kunnen gericht zijn op de bedrijfsvoering. Totaaloverzicht met bestaande risico’s per 31 december 2025: (bedragen * € 1.000) RISICO’S Nr. Risico

Effect

1

Claims

2 3 4

Weerstandscapaciteit

E/I

Kans

Impact

exploitatienadeel

E

0,5

500

Datalek van geregistreerde gegevens

exploitatienadeel

E

0,1

800

80

Aanbestedingsrisico’s

exploitatienadeel

E

0,5

250

125

Projecten ten laste van het rekeningresultaat

exploitatienadeel

E

0,5

100

50

Totaal

250

505

De benodigde weerstandcapaciteit per risico wordt bepaald door de vermenigvuldiging van de kans maal de financiële impact. Claims In 2025 heeft de OD NHN geen claims ontvangen. Datalek van geregistreerde gegevens In 2025 hebben we vier datalekmeldingen ontvangen. Het bleken echter geen datalekken te zijn. Er waren namelijk géén persoonsgegevens gelekt, waarop de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing is. In 2025 hebben wij géén boete ontvangen voor het lekken van data. Aanbestedingsrisico’s De afgelopen periode zijn er diverse Europese aanbestedingen geweest. Ook de komende periode zullen die er zijn. Aanbesteden biedt in beginsel optimale mogelijkheden om de beste prijskwaliteitverhouding te behalen. Het opnieuw aanbesteden brengt echter ook financiële risico’s met zich mee. Zie ook het onderdeel ‘rechtmatigheid’ in de paragraaf Bedrijfsvoering. Projecten ten laste van het rekeningresultaat In de financiële uitgangspunten gemeenschappelijke regelingen (FUGR) staat vermeld dat begrotingswijzigingen (tussentijdse vraag om extra financiële middelen) niet wenselijk zijn. In 2025 heeft de OD NHN extra middelen uitgegeven met betrekking tot PAS-meldingen (stikstof). Voor zover deze kosten niet door het rekeningresultaat gedekt worden, worden deze kosten via het rekeningresultaat gedekt door een onttrekking uit de bestemmingsreserve VTH-plustaken.

Er is in 2025 een onttrekking geweest uit de reserve voor VTH-Plus.

Pagina 31 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

3.3 Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit wordt gevormd op basis van een inventarisatie en waardering van de risico’s, zoals vastgesteld in de Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing. De totaal benodigde weerstandscapaciteit is € 505.000. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Beschikbare

€ 361.000

weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen =

__________________ Benodigde weerstandscapaciteit

=

_________

= 0,71

€ 505.000

Uitgaande van de stand van de algemene reserve ultimo 2025 van € 361.000 is dit onvoldoende om de bestaande risico’s te dekken. De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende ratio:

Weerstandsnorm Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

>2.0

uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

C

1.0-1.4

voldoende

D

0.8-1.0

matig

E

0.6-0.8

onvoldoende

F

<0.6

ruim onvoldoende

De ratio voor de OD NHN valt in de klasse E. Dit duidt op onvoldoende weerstandsvermogen. De deelnemende gemeenten hebben met de notitie ‘Uitgangspunten gemeenschappelijke regelingen’ als richtlijn bepaald dat de algemene reserve niet groter mag zijn dan 2,5% van de lasten. Daar staat tegenover dat de deelnemers garant staan dat de OD NHN over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen tegenover derden te kunnen voldoen. Kengetallen financiële positie Op 15 mei 2015 is een besluit tot wijziging van het BBV vastgesteld. Gezien het stijgende belang van toekomstbestendigheid van lokale overheden moet in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een verplichte basis set van vijf financiële kengetallen opgenomen worden. Het opnemen van kentallen past in het streven naar meer transparantie en inzicht in de financiële positie. Voor de OD NHN waren de volgende vier kengetallen van toepassing: a.

Netto schuldquote: geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen;

b.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen: geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast exclusief verstrekte leningen ten opzichte van de eigen middelen;

c.

Solvabiliteitsratio: geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen (eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal);

d.

Structurele exploitatieruimte: is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen.

Pagina 32 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

Jaarrekening 2025 Kengetallen A B C D

Netto schuldquote Netto schuldquota gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsrisico Structurele exploitatieruimte

Verloop van de kengetallen % Rekening Begroting Rekening 2024 2025 2025 Ratio Ratio Ratio -10,93 -5,52 -6,44 -10,93 -5,52 -6,44 34,54 31,09 29,55 -0,75 0,00 -2,92

Toelichting ratio’s Netto schuldquote Hoe lager het percentage, hoe beter. De OD NHN heeft een negatief percentage. Dit wordt veroorzaakt doordat de financiële middelen hoger zijn dan de schulden. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is gelijk aan het kengetal voor de netto schuldquote. Bij de OD NHN is geen sprake van verstrekte leningen. Solvabiliteitsratio Hoe hoger dit percentage, hoe beter. Een hoge ratio betekent dat de organisatie relatief veel eigen vermogen heeft en goed in staat is om aan de financiële verplichtingen te voldoen. Door aanwending van de reserves is het eigen vermogen gedaald en is het percentage lager dan begroot. Structurele exploitatieruimte Hoe hoger dit percentage, hoe beter. De OD heeft op dit moment onvoldoende structurele baten om de structurele lasten te dekken.

Pagina 33 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

4 PARAGRAAF FINANCIERING In de jaarrekening staat een financieringsparagraaf. In deze paragraaf leggen we uit hoe wij omgaan met geld lenen en uitzetten. Dit is verplicht volgens de regels van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In de financieringsparagraaf geven we onder andere inzicht in: •

de rente die wij betalen;

•

het resultaat van rente;

•

hoe rente wordt verdeeld over investeringen en taken;

•

hoeveel geld wij nodig hebben om onze werkzaamheden te kunnen uitvoeren.

Voor onze organisatie beschrijven we in deze paragraaf: •

hoe wij kijken naar de ontwikkeling van de rente;

•

of wij binnen de regels blijven voor renterisico’s en kortlopende leningen;

•

of wij verwachten meer of minder geld te lenen of uit te zetten;

•

welk beleid wij volgen voor treasury (financieel beheer).

De financieringsparagraaf hangt samen met het treasurystatuut. Dit statuut beschrijft de regels voor het beheren van onze financiën. Samen zorgen deze documenten ervoor dat het algemeen bestuur goed kan sturen, controleren en toezicht kan houden op de financiering. Het treasurystatuut is vastgesteld door het algemeen bestuur op 9 maart 2022.

4.1 Rentevisie De OD NHN heeft een rekening courant faciliteit bij de BNG, ter grootte van € 500.000.

4.2 Risicobeheer Dit onderdeel geeft een inschatting van de financieringsrisico’s die de OD NHN kan lopen. Onder risico’s wordt verstaan koers- en valutarisico’s en de risico’s ten aanzien van de rente.

4.3 Koers- en valutarisico’s De OD NHN heeft geen financiële producten met een koersrisico en bezit geen vreemde valuta. Daardoor is er geen sprake van koers- en valutarisico’s.

4.4 Renterisicobeheer Renterisicobeheer gaat over het beperken van risico’s door veranderingen in de rente. Het risico is dat de rente die wij moeten betalen hoger wordt dan verwacht, of dat de rente die wij ontvangen lager uitvalt dan begroot. Onze organisatie heeft op dit moment geen leningen afgesloten. Hierdoor lopen we momenteel geen renterisico op vreemd vermogen. De Wet fido (Financiering Decentrale Overheden) gebruikt twee regels om financiële risico’s te beperken: de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Deze regels zorgen ervoor dat overheden niet te gevoelig worden voor veranderingen in de rente. De regels stellen grenzen aan hoe leningen zijn opgebouwd, niet aan hoeveel er geleend mag worden. De renterisiconorm gaat over leningen met een looptijd van één jaar of langer (langlopende leningen). De kasgeldlimiet gaat over kortlopende schulden.

Pagina 34 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

Renterisiconorm De renterisiconorm is bedoeld om te voorkomen dat grote delen van leningen tegelijk moeten worden afgelost, of dat de rente in korte tijd sterk kan stijgen. Volgens artikel 6 van de Wet fido mag het renterisico op langlopende leningen niet hoger zijn dan de renterisiconorm. Dit betekent dat de aflossingen en eventuele renteherzieningen samen maximaal 20% van het begrotingstotaal mogen zijn. Het begrotingstotaal is het totaal van alle lasten van de organisatie. Tabel: Renterisiconorm

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet gaat over kortlopende leningen. Dit zijn leningen met een looptijd van maximaal één jaar. De kasgeldlimiet bepaalt dat de gemiddelde netto vlottende schuld in een kwartaal niet hoger mag zijn dan een vast percentage van het begrotingstotaal. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit percentage 8,5% van het begrotingstotaal. Als een organisatie de kasgeldlimiet meer dan twee kwartalen achter elkaar overschrijdt, moet zij dit melden aan de toezichthouder. Daarna moet zij een plan maken om weer binnen de kasgeldlimiet te komen. De Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN) heeft in 2025 geen overschrijdingen van de kasgeldlimiet gehad. Tabel: Kasgeldlimiet kwartalen in 2025 (* € 1.000)

Kasgeldlimiet

1e

2e

3e

4e

1

Begrotingstotaal

29.173

29.173

29.173

29.173

2

Toegestane kasgeldlimiet (8,5% van (1))

2.480

2.480

2.480

2.480

3

Vlottende korte schulden

3.591

4.090

4.042

2.579

4

Vlottende middelen

12.825

13.112

13.502

13.486

-9.234

-9.022

-9.461

-10.907

Toets kasgeldlimiet 5

Totaal netto-vlottende schuld = (3 - 4) Toegestane kasgeldlimiet (2)

2.480

2.480

2.480

2.480

Ruimte (+) Overschrijding (-) = (2 – 5)

11.714

11.502

11.940

13.387

4.5 Gerealiseerde rentebaten en -lasten (bedragen * € 1.000) OD NHN totaal Rentebaten Rentelasten Saldo

Raming 2025 100 100

Realisatie 2025 187 0 187

Pagina 35 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

4.6 EMU-saldo Het saldo van de Economische en Monetaire Unie (EMU-saldo) geldt binnen de Europese Unie als een indicator om de gezondheid van de overheidsfinanciën te kunnen bepalen. Dit cijfer geeft aan of een overheid een overschot of een tekort heeft. Gemeenten en gemeenschappelijke regelingen moeten dit cijfer in hun begroting opnemen omdat het Rijk een verplichting heeft naar Europa. Volgens de regels van de EMU zoals vastgelegd in het Verdrag van Maastricht, mag het vorderingentekort niet hoger zijn dan 3% van het bruto binnenlands product. Hiermee wil men de economische sterkte van de eurolanden behouden. (bedragen * € 1.000) EMU saldo

nr.

begroting 2025

jaarrekening 2025

-

184

250

259

1

Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (negatief expl.saldo is negatief bedrag)

2

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

3

Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie

-

169

4

Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd

333

432

5

Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4

-

-

6

Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord

-

-

7

Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)

-

-

8

Baten bouwgrondexploitatie:

-

-

9

Lasten op balanspost Voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen

-

-

Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de 10 reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten

-

-

11 Verkoop van effecten:

-

-

Gaat u effecten verkopen? (ja/nee)

nee

nee

Berekend EMU-saldo (+1+2+3-4+5+6-7+8-9-10-11)

-83

180

Pagina 36 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

5 PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING 5.1 Inleiding De paragraaf Bedrijfsvoering beschrijft hoe wij onze eigen bedrijfsprocessen, die nodig zijn om de beleidsdoelstelling te realiseren, beheersen en aansturen. Het gaat om de algemene bedrijfsvoering en organisatiebrede opgaven en initiatieven.

5.2 Rechtmatigheidsverantwoording Het dagelijks bestuur legt in de paragraaf Bedrijfsvoering verantwoording af over de geconstateerde rechtmatigheidsafwijkingen. Deze verantwoording ziet toe op het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik. Het dagelijks bestuur licht toe in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten en balansmutaties voldoen aan de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders en de geldende wet- en regelgeving. In het voorjaar van 2025 zijn het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (BADO) aangepast. Vanaf verslagjaar 2025 gelden nieuwe regels voor de begroting, verantwoording en accountantscontrole bij gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen. De wijzigingen hebben vooral gevolgen voor de rechtmatigheidsverantwoording en de wijze waarop de accountant de jaarrekening beoordeelt. Als gevolg hiervan zijn in het overleg van het algemeen bestuur op 10 december 2025 de verordening financieel beleid, beheer en organisatie, het controleprotocol en het normenkader opnieuw vastgesteld. Met ingang van 2025 is de materialiteit voor de jaarrekeningcontrole gewijzigd.

De belangrijkste wijzigingen zijn een nieuwe berekeningsbasis voor de materialiteit (totale lasten exclusief toevoegingen aan reserves) en de invoering van een gecombineerde, maximale goedkeuringstolerantie van 2% voor fouten en onzekerheden. Voorheen was de materialiteit voor fouten 1% en voor onzekerheden 3%. Deze werd deze berekend over de totale lasten inclusief de dotaties aan de reserves.

Bevinding Het dagelijks bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties niet rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens.

Pagina 37 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

De geconstateerde afwijkingen betreffen1: nr

Onderwerp

Bedrag (€ 1.000)

Begrotingscriterium 1a

Overschrijding lasten programma’s

1.179

1b

Overschrijding investeringsbudgetten

138

2

Ongeautoriseerde reserve mutaties

0

3

Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig zijn gemeld

0

4

Totaal begrotingsonrechtmatigheden

1.317

Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid. In de rechtmatigheidsverantwoording wordt verwezen naar dit vooraf vastgestelde beleid.

1.079

De niet-acceptabele begrotingsonrechtmatigheden worden inhoudelijk in de rechtmatigheidsverantwoording en in de paragraaf bedrijfsvoering toegelicht.

238

Voorwaardencriterium 5

Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed

0

M&O criterium 6

Geen bevindingen

0

Totaal onrechtmatigheden

1.317

Waarvan acceptabel

1.079

Waarvan niet-acceptabel

238

Begrotingscriterium In beginsel kunnen begrotingsoverschrijdingen en -onderschrijdingen als onrechtmatig worden bestempeld, maar hoeven niet altijd te worden meegenomen in het rechtmatigheidsoordeel. Voor de afsluitende oordeelsvorming is van belang in hoeverre de over- en onderschrijding past binnen het door het AB geformuleerde beleid en tijdig is gemeld en/of wordt gecompenseerd door aan de lasten gerelateerde hogere inkomsten. OD NHN volgt hierbij de Financiële Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen binnen de regio Noord-Holland Noord (FUGR 2019, artikel 2.1), dat de begroting (met de deelnemersbijdragen) gedurende het begrotingsjaar niet wordt aangepast. Een incidenteel voor- of nadeel komt tot uiting in het rekeningresultaat van de Gemeenschappelijke Regeling. Het bestuur wordt hierover geïnformeerd in bestuursrapportages en in de jaarstukken. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a.

Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren.

b.

Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling.

c.

De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse bestuursrapportage.

De afwijkingen (fouten en/of onduidelijkheden als gedefinieerd in de notitie rechtmatigheidsverantwoording) worden alleen in de rechtmatigheidsverantwoording vermeld indien de door het algemeen bestuur gestelde verantwoordingsgrens voor rechtmatigheid is overschreden. Op basis van afspraken tussen het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kunnen afwijkingen die lager zijn dan de verantwoordingsgrens in de paragraaf Bedrijfsvoering worden vermeld. 1

Pagina 38 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

Toelichting: Afwijkingen ten opzichte van de begroting worden gemeld in de tussentijdse bestuursrapportages en de jaarstukken met een analyse van de realisatie versus de begroting. In de FUGR is met de deelnemers afgesproken om lopende het jaar geen begrotingswijzigingen op te stellen. Toelichting niet-acceptabele afwijking: De niet-acceptabele afwijkingen betreffen overschrijdingen van € 134.000 op de lasten en van € 104.000 op investeringsbudgetten. Tussen het tijdstip van het opstellen van de tweede bestuursrapportage en het einde van het jaar is het verschil tussen de begroting en de realisatie verder opgelopen. Voor een nadere specificatie van de investeringskredieten verwijzen wij naar het investeringsoverzicht in bijlage 1. De overschrijding van € 138.000 op investeringsbudgetten was voor een bedrag van € 34.000 reeds gemeld in de 2de bestuursrapportage 2025, daarom acht het dagelijks bestuur geen verdere maatregelen noodzakelijk. Voorwaardencriterium Aanbestedingswet 2012 De regels zijn bedoeld om te voorkomen dat (semi)overheidsorganisaties publiek geld onterecht, onethisch of op een twijfelachtige manier uitgeven. Om dit ook een juridisch kader te geven is de Aanbestedingswet 2012 (ABW 2012) in het leven geroepen. Dit is de basis van de regelgeving.

Aanvullend hierop zijn een aantal onderdelen uit de ABW 2012 uitgewerkt in algemene maatregelen van bestuur waarvan de belangrijkste de gids Proportionaliteit en het Aanbestedingsreglement Werken 2016 (ARW 2016) zijn. Dit vormt de basis van de regelgeving voor onze organisatie. Uitvloeisel hiervan is op hoofdlijnen het volgende: Uitgaven van meer dan € 50.000 moeten meervoudig onderhands aanbesteed te worden. Dit is ook vertaald naar het interne beleid van onze dienst. Uitgaven van meer dan € 221.000 moeten Europees aanbesteed te worden, in overeenstemming met wet- en regelgeving. Tabel: Onrechtmatigheid OD NHN 2025 per inkoopcategorie op niveau 1 (hoogste aggregatieniveau; bedragen X € 1.000))

Onrechtmatig Europees

Onrechtmatig intern beleid

Totaal

Flexibele arbeid (inhuur op uren)

0

0

0

Automatisering en telecommunicatie

0

270

270

Kantoor en Organisatie

0

60

60

Advies en onderzoek

0

120

120

Personeelsgerelateerde zaken

0

25

25

Totaal

0

475

475

Inkoopcategorie (niveau 1)

Toelichting: Bij de beoordeling van de naleving van de Europese aanbestedingsregels geldt dat de omvang van de totale fout gelijk is aan de omvang van de besteding (last of investering) in het jaar waarin de onrechtmatigheid wordt geconstateerd, verhoogd met de bestedingen van de jaren erna voor de duur van het afgesloten contract. Dit is alleen het geval als de bestedingen in de jaren erna (contractueel) verplicht zijn. Voor de controle van de jaarrekening worden alleen de afwijkingen op wet- en regelgeving meegenomen in de rapportage ten behoeve van de rechtmatigheidsverantwoording. Voor 2025 is er geen onrechtmatigheid op Europese wet- en Regelgeving geconstateerd. Door acties op onrechtmatige inhuur, beëindigingen van uitgaven en het doen van meerdere aanbestedingen in

Pagina 39 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

2025, heeft de OD NHN actief geacteerd op de eerder geconstateerde onrechtmatigheden en risico's. Wel zien we ook in 2025 een bedrag aan onrechtmatigheid op intern beleid (uitgaven > € 50.000, < 221.000). Misbruik en oneigenlijk gebruik In het publieke domein is rechtmatigheid een belangrijk onderdeel van het handelen. Het dagelijks bestuur geeft een rechtmatigheidsverantwoording af. Eén van de drie criteria waarop deze is gebaseerd, is het criterium Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O). Misbruik betekent dat iemand te weinig of niets betaalt aan verplichte bijdragen aan de overheid, of juist een te hoge uitkering krijgt, doordat bewust geen, te late, onjuiste of onvolledige informatie wordt gegeven. Oneigenlijk gebruik betekent dat iemand zich wel aan de regels van de wet houdt, maar toch tegen de bedoeling van de wet in een (gedeeltelijke) verplichte bijdrage ontwijkt of een (te hoge) uitkering krijgt. Fraude is opzettelijke misleiding om onrechtmatig (financieel) voordeel te krijgen. De fraudepleger bevoordeelt hiermee zichzelf of anderen op een manier die in strijd is met de wet- of regelgeving. Er is bij fraude altijd opzet in het spel. Een vermoeden van fraude moet gemeld worden bij de directeur. Eventueel volgt hieruit aangifte bij het Openbaar Ministerie. Op 15 oktober 2025 heeft het algemene bestuur de nota “Misbruik & Oneigenlijk gebruik” vastgesteld.

Er zijn in 2025 geen gevallen bekend van misbruik, oneigenlijk gebruik of fraude. Specifieke uitkeringen (SiSa) Als gevolg van een wijziging in de Gemeentewet over de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is SiSa onderdeel van de rechtmatigheidsverantwoording. Fouten en onduidelijkheden met betrekking tot specifieke uitkeringen (SiSa) dienen daarom wel te worden betrokken bij de rechtmatigheidsverantwoording. Voor OD NHN zijn de volgende specifieke uitkeringen in dit kader relevant: •

KGG K21 - Eenmalige specifieke uitkeringen ten behoeve van extra ondersteuning voor toezicht op en handhaving van de energiebesparingsplicht

Er zijn geen fouten of onzekerheden met betrekking tot specifieke uitkeringen geconstateerd. Ondernomen acties in 2025 om de afwijkingen in de rechtmatigheid te voorkomen Het dagelijks bestuur heeft de volgende actie ondernomen om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen: Inkoop en aanbesteding Met het verbeteren van het inkoop- en aanbestedingsbeleid en het actief sturen op rechtmatigheid in 2025 zijn wij onder de 2%-norm gekomen. We hebben onder andere de volgende acties ondernomen: •

Strakker acteren op inhuur;

•

Strakker sturen op de aanbestedingskalender;

•

Meer control op contractbeheer;

•

Vaste invulling vacature inkoopadviseur en daardoor betere zichtbaarheid

In 2026 gaan we wederom acties ondernemen om de onrechtmatigheid op Intern Beleid te beperken. Dit gaan we doen door de procedures bestellen tot betalen en inkoop en aanbesteding door te ontwikkelen. Daarnaast verhogen inzet van inkoopadviseur bij aandachtsgebieden waar in het verleden regelmatig overschrijdingen waren.

Pagina 40 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

5.3 Vennootschapsbelasting voor overheden Eind 2014 heeft de Tweede Kamer de Wet modernisering vennootschapsbelasting voor overheidsondernemingen aangenomen. Volgens deze wet moeten overheden die winst of structureel overschotten behalen met activiteiten die concurreren met de markt vanaf 1 januari 2016 vennootschapsbelasting betalen. Taken die door een overheid of samenwerkingsverband vanwege een wet worden uitgevoerd en volgens de Wet op de omzetbelasting overheidstaken zijn, worden vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Denk aan vergunningverlening, toezicht en handhaving. Daar waar een overheid of samenwerkingsverband concurreert met de markt op een niet-wettelijke taak, kan er over de winst daarop wél vennootschapsbelasting verschuldigd zijn. Op basis van het bovenstaande zijn wij niet belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting.

5.4 Organisatie en Personeel We werken in een complex politiek en bestuurlijk speelveld. Dit maakt onze organisatie kwetsbaar. In 2025 hebben we actief gewerkt aan het voldoen aan de eisen en verwachtingen van het Rijk en onze deelnemende gemeenten. Naast de uitvoering van onze reguliere werkzaamheden, hebben we in 2025 concrete stappen gezet in de verdere versterking en ontwikkeling van onze organisatie. Deze inzet draagt bij aan het vergroten van de robuustheid en het duurzaam borgen van de kwaliteit van de dienstverlening. Robuustheid Uiterlijk 1 april 2026 moeten alle omgevingsdiensten voldoen aan de, door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W), vastgestelde robuustheidscriteria. Op dit moment voldoet onze dienst nog niet aan alle criteria. Dit komt vooral door het ontbreken van structurele middelen om de noodzakelijke verbeteringen duurzaam te realiseren. Op 9 juli 2025 heeft het algemeen bestuur besloten om een deel van het rekeningresultaat 2024 in te zetten voor de versterking van onze dienst. Het betrof een incidenteel bedrag van € 1.000.000. Dit bedrag is bestemd voor het behalen van die robuustheidscriteria waaraan wij nog niet voldoen. De bestemmingsreserve wordt in 2026 ingezet voor tijdelijke bekostiging van: •

De inzet van data- en Business Intelligence-analisten;

•

Het innovatiebudget; en

•

De ophoging van het opleidingsbudget van 1,5% naar 3%, in overeenstemming met de robuustheidseisen.

Daarnaast is in juli 2025 een robuustheidssubsidie van € 245.000 toegekend. Deze eenmalige bijdrage, die via koepelvereniging Omgevingsdienst NL loopt, is bedoeld om omgevingsdiensten te ondersteunen bij de uitvoering van hun robuustheidsplannen. In combinatie met de incidentele middelen uit de bestemmingsreserve Robuustheid, biedt deze subsidie de mogelijkheid om tijdelijk gerichter te investeren in het behalen van de robuustheidscriteria. In 2025 hebben wij deze subsidie benut om stappen te maken in het kader van robuustheid.

Pagina 41 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

Bezetting Per 31 december 2025 hebben wij 210,3 fte aan medewerkers in dienst en 19,2 fte’s externen. Op 31 december 2024 waren dit 212,7 fte in dienst en 28,0 fte's externen.

Inhuur We streven ernaar om onze formatiebegroting voor minimaal 85% met vast personeel in te vullen. De volgende cijfers vergelijken de stand van zaken per 31 december 2024 met de stand van zaken per 31 december 2025, als het gaat om het eigen personeel ten opzichte van de formatiebegroting: 2024: 212,7 fte eigen personeel 2025: 210,3 fte eigen personeel

Opleiden en ontwikkelen Het werven van nieuwe medewerkers blijft op sommige posities lastig door de krappe arbeidsmarkt. Bovendien zijn salarissen bij omliggende organisaties vaak hoger. Dat zet onze positie als werkgever onder druk. Om hierop in te spelen werken de teams HR en Communicatie samen aan een project gericht op arbeidsmarktcommunicatie. Daarnaast zijn verbeteringen doorgevoerd in het welkomstprogramma, zodat nieuwe medewerkers zich sneller eigen kunnen maken in de organisatie en beter begeleid worden bij hun start. De landelijke reclamecampagne heeft eraan bijgedragen dat de bekendheid van de organisatie is vergroot. Dit uit zich nog steeds in een toename van het aantal open sollicitaties ten opzichte van 2024. We zien daarnaast een duidelijke toename van interne sollicitanten. Bij meerdere vacatures zijn interne kandidaten succesvol doorgestroomd. Dit is zeer positief; het bevordert loopbaanontwikkeling, behoud van kennis en betrokkenheid binnen de organisatie. We blijven interne doorstroom actief aanmoedigen en stimuleren. Door het ontbreken van ‘de perfecte kandidaat’ richten we ons nog steeds op het intern opleiden van junioren, medioren en zij-instromers. Dit vergt veel begeleiding van ervaren collega’s. Begeleiding én opleidingen maken nieuwe medewerkers geschikt voor het vak. Dit drukt wel op de productiviteit en financiële middelen.

Dit is een continu proces, dat ook in de toekomst onze aandacht blijft vragen. De implementatie van het strategisch opleidingsplan is gestart en vordert gestaag. Leercultuur, groei en betrokkenheid staan centraal. De uitrol krijgt steeds meer vorm. Medewerkers krijgen meer ontwikkelmogelijkheden en leidinggevenden meer grip op deskundigheid. Het versterken en behouden van deskundigheid blijven speerpunten.

Pagina 42 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

In lijn met de kwaliteitscriteria 3.0 zijn concrete stappen gezet. Per deskundigheidsgebied is inzicht verkregen in de mate van robuustheid en de mogelijkheden voor verbetering. Hierdoor kunnen we gerichter sturen. Het opleidingsbudget van 2025 is volledig benut. Om verdere stappen richting het voldoen aan de kwaliteitscriteria 3.0 te kunnen uitzetten, is er een structurele uitbreiding van dit budget nodig. De structurele budgetuitbreiding is opgenomen in ons plan van aanpak Robuustheid. Verzuim Het gemiddelde verzuimpercentage is ten opzichte van 2024 licht gedaald van 7,8% naar 6,7%. De meldingsfrequentie is licht gestegen van 1,3 in 2024 naar 1,4 in 2025. Opbouw naar verzuimklasse

2024

2025

Kort: 1-8 dagen

1,4%

1,6%

Middel lang: 8 tot 42 dagen

1,1%

0,9%

Lang: 42 tot 365 dagen

3,9%

2,5%

Extra lang: 366 tot 732 dagen

1,0%

1,1%

Langer dan 2 jaar: meer dan 733 dagen

0,5%

0,6%

Sinds 2024 zetten we intensief in op het terugdringen van het ziekteverzuim. De maatregelen richten zich op zowel preventie als begeleiding, met als doel om het verzuim structureel te verlagen. In 2024 werd het ziekteverzuim vooral bepaald door het langdurig verzuim (42 tot 365 dagen). In 2025 is het verzuim duidelijk afgenomen. Dit komt vooral door een sterke daling in deze langdurige verzuimcategorie. Het extra langdurig verzuim en het verzuim langer dan twee jaar laten een lichte toename zien. Dit benadrukt het belang van blijvende aandacht voor langdurige dossiers. Deze ontwikkeling laat zien dat de ingezette maatregelen effect hebben en dat de doelstelling voor 2025 om het verzuim met één procentpunt te verlagen is behaald. Naast intensieve begeleiding van langdurige verzuimdossiers hebben wij in 2025 ook stappen gezet op vitaliteit binnen de organisatie. Zo is onder andere een samenwerkingsprogramma opgezet met een externe partner, een vitaliteitsmiddag georganiseerd en een overkoepelend vitaliteitsbeleid opgesteld. Door te blijven inzetten op preventieve maatregelen, streven we ernaar om het ziekteverzuim ook op lange termijn verder terug te dringen. 5.4.1 ICT De reserve Masterplan ICT (MP ICT), waaruit sinds 2018 alle ICT-projecten zijn gefinancierd, is in 2025 uitgeput. De grootste projecten die in 2025 ten laste van het MP ICT vielen, zijn: •

de implementatie van het nieuwe document managementsysteem,

•

de implementatie van het nieuwe zaaksysteem,

•

diverse ICT-aanbestedingen inclusief projectleiding,

•

het ontwikkelen van dashboards voor sturing en verantwoording, én

•

de ontwikkeling van de informatiearchitectuur.

Het jaar 2025 stond vooral in het teken van een aantal grote aanbestedingen en de implementatie van het nieuwe Document Management Systeem (DMS). De belangrijkste aanbestedingen van dit jaar waren het VTH Zaaksysteem, de digitale checklists, het servicemanagementsysteem voor ICT en Facilitair en de documentgenerator. De aanbesteding van het VTH Zaaksysteem is gegund aan de huidige leverancier. Doordat we al gebruik maken van Openwave kunnen we ons aankomende jaren richten op het doorontwikkelen van het systeem en zijn geen migratie-inspanningen nodig. Dit voorkomt extra kosten en waarborgt een soepele voortzetting van de dienstverlening. Een groot aantal omgevingsdiensten gebruikt OpenWave en werkt samen om vereiste functionaliteit te realiseren. OD NHN is onderdeel van dit samenwerkingsverband.

Pagina 43 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

De implementatie van het nieuwe DMS was een groot project. Het heeft geleid tot een behoorlijke opschoning van data die bij vorige migraties niet goed was overgenomen. Met het nieuwe systeem kunnen we een aantal administratieve processen vereenvoudigen en efficiënter inrichten. We hebben in 2025 verder gebouwd aan de Informatie Architectuur. Mede dankzij het inzicht dat dit ons gaf hebben we een visie en strategie voor Informatievoorziening (IV) ontwikkeld. Data zal daarin een belangrijke rol spelen. In 2025 is hard gewerkt aan het bouwen van dashboards voor de sturing en verantwoording. We zijn gestart met het centraliseren van de data-expertise om daarmee de afdelingen te ondersteunen bij het datagericht werken. In 2025 is de reserve ICT Masterplan en de subsidie Robuustheid ingezet om deze activiteiten te kunnen bekostigen. In 2026 kan de Robuustheidsreserve worden ingezet. Zowel de reserves als de subsidie zijn bronnen van incidentele financiering. Omwille van een robuuste omgevingsdienst is hiervoor echter structurele financiering nodig. Zoals aangekondigd, is met de in 2025 uitgevoerde projecten zijn de gelden vanuit het ICT Masterplan volledig uitgeput. De consequentie daarvan is dat er in 2026 geen budget is voor het uitvoeren van ICT-projecten. In de kadernota voor 2027 vragen we middelen voor de projecten.

Het daarin gevraagde bedrag komt overeen met de gemiddelde jaarlijkse uitputting van het ICT Masterplan. De in de begroting 2025 aangekondigde Werkplek 2.0 is slechts ten dele uitgevoerd, de scope van het project was groter dan de toegekende middelen. Daarnaast was het niet mogelijk om tussentijds de juiste licenties aan te schaffen voor de gewenste functionaliteit omdat het budget hiervoor niet toereikend was. Dit kan impact hebben op informatiebeveiliging, monitoring & detectie van cyberaanvallen en compliance/archivering/Woo-achtige verplichtingen. Er is in de projectbegroting in de kadernota 2027 budget gereserveerd voor het vervolg van dit project. Met het oog op de introductie van de nieuwe Europese wet op Informatiebeveiliging, NIS2, hebben we dit jaar geïnventariseerd waar in onze organisatie en informatievoorziening verbeteringen nodig zijn. In 2026 gaan we onder andere het proces waarmee we toegang tot onze data geven beter beschermen en beheersmaatregelen treffen om de continuïteit van onze kritieke processen te borgen. 5.4.2 Versterking bedrijfsvoering In 2023 is ter versterking van onze bedrijfsvoering een eenmalige bestemmingsreserve van € 400.000 ingesteld. Deze middelen zijn grotendeels in 2024 doelgericht ingezet op vier prioritaire thema’s: HR, financiën, inkoop en de uitvoering van een capaciteitsanalyse binnen de afdeling Bedrijfsvoering.

De capaciteitsanalyse van de afdeling Bedrijfsvoering is in januari 2025 afgerond. In maart 2025 zijn de uitkomsten besproken met het algemeen bestuur. Het rapport bevat, naast een beoordeling van de beschikbare capaciteit, concrete aanbevelingen om de effectiviteit van de afdeling Bedrijfsvoering te vergroten en haar positie binnen de organisatie te versterken. De kern van deze aanbevelingen bestaat uit: •

Het opstellen van een ontwikkelplan met focus op strategisch HRM, projectmatig werken en het verbeteren van de interne samenwerking;

•

Het versterken van de formatie op essentiële expertises, waaronder financiën, data-analyse en HR, om kwetsbaarheden te beperken en strategische opgaven beter te kunnen ondersteunen;

•

Het verbeteren van processen en samenwerking, met nadruk op heldere opdrachtverlening vanuit het managementteam, gerichte prioritering vanuit het organisatiebelang en het versterken van eigenaarschap.

In april 2025 zijn we gestart met de volgende fase van de doorontwikkeling van de afdeling Bedrijfsvoering. Hiervoor is een ontwikkelplan opgesteld dat invulling geeft aan de aanbevelingen uit de capaciteitsanalyse. Aansluitend zijn we begonnen met de uitvoering van de ontwikkelmaatregelen. Deze implementatiefase loopt door in 2026. In dat jaar wordt de bestemmingsreserve voor de versterking van de bedrijfsvoering volledig benut.

Pagina 44 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

5.4.3

Ontwikkelingen

Herijking materiële kosten We zien dat de wettelijke taken en de vraag vanuit deelnemers en de markt de afgelopen jaren zijn toegenomen en veranderd. Tegelijkertijd zijn de economische kosten gestegen en zijn de kwaliteitsnormen aangescherpt. Dit heeft geleid tot hogere uitgaven. In de afgelopen jaren hebben we voor de interne begroting van de materiële kosten gewerkt met een incrementele systematiek. Dit betekent dat we de begroting van het voorgaande jaar indexeerden en zo nodig bijstelden op basis van specifieke ontwikkelingen. Door diverse interne en externe veranderingen sluit deze manier van begroten niet langer aan bij de huidige situatie. Daarom hebben we voor 2025 gekozen voor een herijking van de materiële kosten via zero-based budgettering. We hebben de interne begroting vanaf nul opgebouwd, gebaseerd op de actuele situatie, werkzaamheden en verwachte kosten. Dit in plaats van voort te bouwen op eerdere begrotingen. De zero-based begroting 2025 vormt daarmee het uitgangspunt voor de interne begroting van de materiele kosten in de komende jaren. De zero-based begroting 2025 laat zien dat de materiële kosten sterker zijn gestegen dan de financiële middelen, die in eerdere jaren beschikbaar zijn gesteld. Het volledig wegwerken van dit tekort is niet mogelijk zonder risico’s voor de uitvoering en kwaliteit van onze wettelijke taken en ambities.

We hebben daarom in 2025 op verschillende fronten sterk ingezet op beheersmaatregelen om de kostenstijging te beperken. De toegekende indexatie in de vastgestelde begroting 2026 en de gevraagde indexatie in de kadernota 2027 dekken een groot deel van het tekort uit de zero-based begroting 2025. Echter dekt de indexatie niet volledig het tekort en daarom doen wij in de kadernota 2027 een voorstel om het tekort op de materiële kosten aan te vullen. Hierbij hebben wij, in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording, de kosten zorgvuldig toegerekend aan de verschillende programma’s. Efficiencyonderzoek Het algemeen bestuur heeft op 31 maart 2025 opdracht gegeven voor een efficiencyonderzoek binnen onze dienst. Hiervan was het doel om onder meer te onderzoeken in hoeverre (gedeeltelijke) kostendekking mogelijk is voor het plan van aanpak Robuustheid. Het onderzoek is in twee fasen uitgevoerd: een efficiencyscan met voorstellen voor kansrijke maatregelen en een verdere uitwerking tot besluitrijpe maatregelen met financiële effecten. Uit het onderzoek blijkt dat onze dienst efficiënt werkt. De gemiddelde efficiency van overheidsorganisaties ligt tussen de 70% en 80%. Met een gemeten efficiency van 77% positioneert onze organisatie zich binnen de hogere efficiencysegmenten van publieke organisaties.

Ondanks deze positieve uitkomst blijven wij ons de komende jaren onverminderd inzetten voor het behouden en verder vergroten van onze efficiency. Wij zien dat verdere efficiencyverbetering mogelijk is, maar niet vanzelfsprekend. Het realiseren van deze efficiency is, zoals ook blijkt uit het onderzoeksrapport, nadrukkelijk afhankelijk van een aantal randvoorwaarden. Het gaat daarbij om: •

Duidelijke bestuurlijke keuzes en eenduidige sturing;

•

Het tijdig investeren vóórdat besparingen kunnen worden gerealiseerd;

•

Een samenhangende uitvoering van maatregelen, en;

•

Een intensievere samenwerking met onze deelnemers.

Daarmee is de conclusie dat extra efficiency alleen haalbaar is wanneer gemeenten en provincie daadwerkelijk investeren in de verdere ontwikkeling van OD NHN, gezamenlijk en eenduidig sturen, en uitgaan van geharmoniseerde takenpakketten en eenduidige kostprijsgerichte benadering. Zonder deze voorwaarden bereikt de organisatie het punt waarop verdere efficiencyverbetering niet langer realistisch is en feitelijk niet verder kan worden doorgevoerd dan het huidige niveau. In opdracht van het algemeen bestuur brengen wij in 2026 in kaart welke investeringen en randvoorwaarden inclusief de financiële omvang van de benodigde investeringen en randvoorwaarden noodzakelijk zijn om de efficiencymaatregelen op de lange termijn te kunnen effectueren.

Pagina 45 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

5.5 Openbaarheidsparagraaf 5.5.1 Wet open overheid (Woo) De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 in werking getreden en regelt de openbaarheid van overheidsinformatie. Uitgangspunt is dat overheidsinformatie openbaar is, tenzij een wettelijke uitzondering geldt. De Woo kent drie verplichtingen: actieve openbaarmaking, openbaarmaking op verzoek en een goede informatiehuishouding. De verplichting tot actieve openbaarmaking ziet op de documentcategorieën genoemd in artikel 3.3 Woo. Deze verplichting wordt gefaseerd ingevoerd; de volledige inwerkingtreding is afhankelijk van nog te nemen koninklijke besluiten. In afwachting daarvan brengen wij in kaart waar relevante documenten binnen de organisatie worden opgeslagen, zodat tijdige publicatie mogelijk is zodra deze verplichting in werking treedt. Vooruitlopend hierop worden agenda’s en vergaderstukken van het algemeen bestuur al actief gepubliceerd. Ook het organogram en de contactgegevens van de organisatie zijn openbaar beschikbaar via de website. We hebben geen invloed op het aantal of de omvang van de ingediende Woo-verzoeken. Wel hebben we invloed op het proces en de doorlooptijden. Deze hebben we, in samenwerking met onze adviseur procesinnovatie, verder aangescherpt. In 2025 hebben we 88 Woo-verzoeken behandeld. Dit zijn er 22 meer dan verwacht. We hebben hier wel fors minder tijd aan besteed dan verwacht.

Hoewel de omvang per verzoek enorm kan verschillen, is duidelijk dat onze inzet op procesoptimalisatie zich heeft vertaald in een kortere behandeltijd per verzoek. Van de ingediende verzoeken had 60% betrekking op gemeentelijke taken en 40% op provinciale taken. 5.5.2 Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) had oorspronkelijk per 1 januari 2025 in werking moeten treden. De inwerkingtreding was echter uitgesteld. De wet is nu per 1 januari 2026 van kracht geworden. De wet geeft burgers en bedrijven het recht om formele aanvragen, zoals vergunningaanvragen en handhavingsverzoeken, digitaal bij de overheid in te dienen. In 2025 hebben we voorbereidingen getroffen om deze wetgeving te kunnen uitvoeren. Daarbij hebben we in kaart gebracht welke formele aanvragen we binnen de organisatie behandelen en in hoeverre deze al digitaal kunnen worden ingediend. Hoewel op onze website al diverse digitale aanvraagmogelijkheden beschikbaar zijn, is vastgesteld dat dit aanbod nog niet volledig is. Voor aanvragen die nog niet digitaal kunnen worden ingediend maar waarvoor dit wel noodzakelijk is, worden in het begin van 2026 aanvullende digitale kanalen ingericht. In 2026 gaan we verder met de implementatie van de Wmebv.

Pagina 46 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

JAARREKENING

Pagina 47 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

Pagina 48 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

6 BALANS PER 31 DECEMBER 2025 (Bedragen * € 1.000) ACTIVA

31 december 2025

31 december 2024

Vaste activa - Investeringen met een econ. nut

935

Materiële vaste activa

1

Totaal vaste activa

762 935

762

935

762

Vlottende activa - Vorderingen op openbare lichamen

1.365

984

40

40

5.066

7.664

- Overige vorderingen - Uitzettingen in 's Rijkschatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

2

- Banksaldi

6.471 502

Liquide middelen

3

- Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen. Overlopende activa

8.688 501

502 420

4

501 374

420

374

Totaal vlottende activa

7.392

9.563

Totaal generaal

8.327

10.325

31 december 2025

31 december 2024

PASSIVA Vaste passiva - Algemene reserve - Bestemmingsreserve - Gerealiseerd resultaat Eigen vermogen

5

- Voorzieningen Voorzieningen

6

361 1.916 184

2.461

302

Totaal vaste passiva Vlottende passiva - Overige schulden Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

- Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen.

3.566

225 302

225

2.763

3.791

733 7

406 1.469 1.690

577 733

3.309

577

3.410

- De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van: Het Rijk Overige Nederlandse overheidslichamen - Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate komen van volgende begrotingsjaren Overlopende passiva

14

81

640

645

867 8

1.822 4.831

5.958

Totaal vlottende passiva

5.564

6.534

Totaal generaal

8.327

10.325

Pagina 49 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

6.1 Toelichting op de balans 6.1.1

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva worden opgenomen tegen nominale waarden, tenzij anders is vermeld. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten en gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie voor gepensioneerden. Vanaf 2018 is door invoering van het individueel keuzebudget (IKB), waarin de totale uitbetaling in december van het betreffende jaar plaatsvindt, geen sprake meer van overlopend vakantiegeld.

Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, namelijk vier jaar. Als er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) moet wel een verplichting worden opgenomen. De bedragen in de tabellen worden weergeven in € 1.000. Hierdoor kan het voorkomen dat door de afronding op duizendtallen marginale afwijkingen ontstaan. De onderliggende (niet afgeronde) bedragen kloppen echter wel. 6.1.2 Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: •

De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet;

•

De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: -

Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 10 december 2025 door het algemeen bestuur is vastgesteld;

-

Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario's in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld;

Ten aanzien van het M&O criterium geldt dat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid en daarom eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen worden in de rechtmatigheidsverantwoording.

Pagina 50 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

•

De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: -

Een verantwoordingsgrens van 2 % (zijnde € 589.000) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen;

-

Een rapporteringstolerantie van € 50.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.

6.1.3 Vaste activa De grens van het activeren van investeringen wordt gesteld op € 10.000 exclusief btw. Als een investering het bedrag van € 10.000 exclusief btw overstijgt, moet activering op de balans plaatsvinden. De investeringen met een economisch nut worden gewaardeerd tegen de verkrijgingof vervaardigingprijs. Als ingangsdatum van de afschrijving geldt als uitgangspunt het jaar volgend op het jaar waarin de investering wordt gedaan. Investeringen met een lagere aanschafwaarde hoeven, als er een gegronde reden voor is, niet te worden geactiveerd en worden in het jaar van aanschaf direct ten laste van de exploitatie verantwoord. Er wordt lineair afgeschreven met de volgende afschrijvingstermijnen in jaren: Omschrijving van de investering

Afschrijvingstermijn

Apparaten: - meetapparatuur

7

Automatisering: - apparatuur (pc/beeldscherm/scanners/telefoon)

3

- digitale presentatiemiddelen

5

- telefooncentrale, print en -kopieerapparaten

5

- netwerk, server, koeling, bekabeling e.d.

5

- programmatuur (software)

3

Bedrijfsmiddelen: - personenauto’s

5

- lichte motorvoertuigen

5

- machines

5

- boten

5

Gebouwen: - inventaris/inrichtingskosten/meubilair

10

- renovatie, restauratie en aankoop woonruimten en bedrijfsgebouwen

25

- installaties

10

- veiligheidsvoorzieningen

10

- uitbreiding/verbouwingen

10

Gereedschap

5

Telecommunicatieapparatuur (centrale)

5

Pagina 51 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

Hieronder de begroting en realisatie van de investeringen. Hieruit blijkt dat we ten opzichte van de begroting 2025 meer gerealiseerd hebben dan begroot. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de investeringen nader toegelicht.

Pagina 52 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

6.1.4 Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar en overlopende activa worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Liquide middelen en overlopende posten worden tegen nominale waarde gewaardeerd. VLOTTENDE ACTIVA

2. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De vorderingen bestaan uit het openstaande debiteurensaldo per 31 december 2024:

Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen

2024

2025

984

1.365

40

40

Uitzettingen in 's Rijks schatkist

7.664

5.066

Totaal

8.689

6.471

Specificatie vorderingen op openbare lichamen

2024

2025

-

0

-

2

Gemeente Medemblik Veiligheidsregio Noord-Holland Noord Gemeente Texel

11

-

BTW component in vooruit gefactureerde lumpsumbijdrage

973

1.362

Totaal

984

1.365

2024

2025

BNG

500

502

ING

1

0

501

502

3. Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit banksaldi:

Totaal liquide middelen

4. Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden: 2024

2025

Nog te ontvangen bedragen

265

252

Vooruitbetaalde bedragen

109

167

Totaal overlopende activa

374

420

Pagina 53 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

6.1.5

Berekening drempelbedrag schatkistbankieren

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1.000) Verslagjaar 2025 Drempelbedrag

1.000 Kwartaal 1

1.000 Kwartaal 2

1.000

1.000

Kwartaal 3 Kwartaal 4

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijksschatkist aangehouden middelen

489

494

494

495

Ruimte onder het drempelbedrag

511

506

506

505

-

-

-

-

29.173

29.173

29.173

29.173

-

-

-

-

1.000

1.000

1.000

1.000

Overschrijding van het drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan €500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de €500 miljoen te boven gaat Drempelbedrag

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijksschatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Som van de per dag buiten ’s Rijksschatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)

Kwartaal 2

Kwartaal 3 Kwartaal 4

43.968

44.999

45.493

45.503

Dagen in het kwartaal

90

91

92

92

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijksschatkist aangehouden middelen

489

494

494

495

Pagina 54 van 72

Jaarstukken 2025 OD NHN

6.1.6 Vaste Passiva Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Het resultaat wordt afzonderlijk opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen. PASSIVA VASTE PASSIVA 5. Eigen Vermogen Het in de balans opgenomen Eigen Vermogen bestaat uit de volgende posten: Saldo 1-1-2025

-

406

Algemene reserve Milieutaken

Bestemming Saldo resultaat 31-12-2025 2024 361 45

Toevoeging Onttrekking

1.469

-

1.243

1.690

1.916

610

-213

-

-610

-213

Gerealiseerd resultaat VTHplus

1.080

396

-

-1.080

396

Totaal

3.566

184

1.289

-0

2.461

Bestemmingsreserves Gerealiseerd resultaat Milieutaken

Het verloop van de reserves in het verslag jaar was als volgt: Saldo 1-1-2025 Algemene reserve Basistaken

Toevoeging Onttrekking

Bestemming Saldo resultaat 31-12-2025 2024

406

-

361

Bestemmingsreserve: - Impuls cultuur & mensontwikkeling

166

-

67

-

99

- VTH plus

619

-

533

690

776

- Masterplan ICT

610

-

610

-

-

- Verstevigen bedrijfsvoering Milieu

41

-

21

-

20

- Verstevigen bedr.voering VTH-Plus

33

-

12

-

21

- Bestemmingsreserve Robuustheid

-

-

-

1.000

1.000

1.876

-

1.243

1.690

2.277

Totaal

Alle onttrekkingen/ toevoegingen aan de reserves zijn van incidentele aard. Toelichting op de reserves Algemene Reserve Doel:

Deze reserve vormt het weerstandsvermogen (de buffer voor het opvangen van risico's en incidentele tegenvallers waarvoor geen bestemmingsreserves of voorzieningen bestaan) om mogelijke toekomstige financiële tegenvallers incidenteel op te vangen zonder dat de continuïteit van de uitvoering van de taken in gevaar komt.

Storting:

In 2025 heeft er geen storting plaatsgevonden.

Onttrekking:

Conform besluit van het algemeen bestuur op 31 maart 2025 is het efficiencyonderzoek bekostigd uit de algemene reserve.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17008173/1