CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Netimpactanalyse

commissie Grondgebied 8 juni 2021, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Regionale energiestrategie23.771 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

2050

Tijdlijnen op elkaar afstemmen, afspraken maken over uitvoeringscoördinatie In een dergelijk uitvoeringsprogramma kan een tijdslijn voor de duurzame opwek projecten, inclusief benodigde netuitbreidingen, worden uitgewerkt. Belangrijk is te beseffen dat uitbreiding van de energie infrastructuur doorgaans langer duurt dan de realisatie van een wind- of zonnepark. Door de energie-infrastructuur uitbreidingen te koppelen aan ruimtelijke ontwikkelingen kunnen we zorgen dat gewenste regionale ontwikkelingen tijdig kunnen worden aangesloten op de energie-infrastructuur.

Met elkaar (verder) vooruitkijken om ambities tijdig te kunnen realiseren Door verder vooruit te kijken is er meer tijd voor het zoeken naar geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van planprocedures en het inzetten van schaarse technici om al het werk te realiseren. Op deze manier vergroten wij de kans dat de regionale ambities op tijd gerealiseerd kunnen worden.

Starten waar capaciteit beschikbaar is Voor de realiseerbaarheid van plannen is het belangrijk om te kijken naar timing. Zo zijn er elektriciteitsstations die nog capaciteit vrij hebben of op relatief korte termijn (2023/2024) uitgebreid kunnen worden. Door samen eerst op deze gebieden te focussen, kan er in de tussentijd gewerkt worden aan het realiseren van stationsuitbreidingen in andere gebieden.

Voorbeeld planning in een uitvoeringsprogramma Hierboven is een voorbeeld planning binnen een uitvoeringsprogramma geschetst. We verwachten station X in 2023 gereed te hebben. De wind- en zonplannen in zoekgebieden 1 en 2 kunnen vervolgens aangesloten worden op het elektriciteitsnet d.m.v. 1 of 2 gecombineerde aansluitingen waar cablepooling toegepast wordt. Voor nieuw te realiseren stations rekenen we met een minimale voorbereidingsfase van 3 jaar en een uitvoeringsfase van circa 2 jaar: een doorlooptijd van minimaal 5 jaar. De doorlooptijd wordt beïnvloed door knelpunten in bijvoorbeeld de grondverwerving of het wijzigen van de planologische regels. Een integrale planning en afspraken over uitvoeringscoördinatie vergroot de kans op tijdige realisatie van benodigde infrastructuur.

55

Sub RES regio Alkmaar

Samenvatting netimpact RES 1.0 Analyse netimpact Benodigde netaanpassingen ss Aanbevelingen vanuit systeemefficiëntie

5 6

56

Kop van Noord-Holland

WestFriesland

Alkmaar

1. Samenvatting impact RES 1.0 op elektriciteits-infrastructuur Analyse van de impact en benodigde netaanpassingen Op basis van aangeleverde gegevens is een analyse gemaakt van de impact van keuzes op de elektriciteitsinfrastructuur. Op stationsniveau is inzichtelijk gemaakt waar nog capaciteit beschikbaar is en waar knelpunten ontstaan. Op het spanningsniveau waar grootschalige duurzame opwek wordt aangesloten levert de analyse het volgende beeld op: • De aangeleverde RES 1.0 past deels niet binnen het huidige elektriciteitsnet. • We verwachten dat tot 2030 op 3 van de 9 (totale aantal stations in de regio) stations de maximale capaciteit bereikt wordt. Oplossingen zijn het bijbouwen van 1 station en uitbreiden van 3 stations. Procentueel gezien kan ca. 50% van de duurzame opwek in de RES 1.0 niet worden aangesloten op bestaande stations in de regio. • Op 3 van de totaal 6 stations in de regio is tot 2030 voldoende capaciteit voorzien. Hier is nog extra ruimte om duurzame opgewekte energie te leveren aan het elektriciteitsnet. Procentueel gezien is 50 % van de duurzame opwek in de RES 1.0 aan te sluiten op de bestaande stations. • In de tabel hiernaast is samengevat welke netaanpassingen nodig zijn om de RES 1.0 ambities te realiseren, inclusief een inschatting van kosten, benodigde ruimte en de haalbaarheid.

Spanningsniveau

Aantal nieuw te bouwen stations

Aantal uit te breiden stations

Kosten (in mln €), excl. kabels

Benodigde ruimte (in m2)

HS/MS

1

1

13,5-27

18.300 – 45.300m²

2

3,4-6,8,4

3.6004.400m2

3

16,8 – 33,8

22.900 – 49.700m2

TS/MS

TOTAAL

1

Inschatting haalbaarheid voor 2030*

*De inschatting van de haalbaarheid is bepaald o.b.v. in hoeverre de benodigde uitbreiding al is opgenomen in de investeringslijn van Liander.

Haalbaarheid RES 1.0 Liander heeft voor komende jaren veel werkzaamheden voor bestaande en nieuwe stations gepland. Deze werkzaamheden zorgen ervoor dat er meer duurzame opwek in de RES 1.0 kan worden aangesloten op stations. Naast de geplande werkzaamheden zullen er ook extra werkzaamheden nodig zijn om het volledige RES bod aan te kunnen sluiten. Op dit moment wordt de haalbaarheid van de totale werkzaamheden die nodig zijn ingeschat op 60% voor de regio voor 2030. Wij adviseren daarom ook om andere oplossingen met minder impact op de leefomgeving te onderzoeken. Bijvoorbeeld het verplaatsen van een zoeklocatie of het aanpassen van de verhouding wind en zon, zodat er geen nieuw station hoeft te worden gerealiseerd. We hebben aanbevelingen voor slimme oplossingen en meer systeemefficiëntie uitgewerkt voor de RES-regio.

Snel samen plannen concretiseren We staan voor een flinke opgave. Daarom werken we graag tijdig samen met de RES-regio aan het concretiseren van de RES plannen. Het figuur rechts geeft ruwweg het aantal benodigde stationsuitbreidingen en nieuwe stations weer in de regio WestFriesland op basis van de doorrekening van RES 1.0. In totaal 1 van de 3 uitbreidingsplannen zijn reeds voorzien in de investeringslijn dat Liander heeft opgesteld. Er is geen nieuw station opgenomen in de huidige investeringslijn. De extra toename van het RES 1.0 bod laat de enorme uitdaging zien die vanuit Liander de komende jaren wordt voorzien. Om tijdig RES ambities te kunnen halen, organiseren wij graag samen de zoektocht naar geschikte locaties voor nieuwe stations. Ook werken wij graag met voldoende zekerheid zodat wij als netbeheerder proactief kunnen investeren en de RES kunnen betrekken in onze investeringsplannen/lijn.

Impact RES 1.0 versus investeringslijn Liander Verwachte benodigde uitbreidingen op bestaande stations in regio NHN in 2030 bovenop de investeringslijn

5

Verwachte benodigde nieuwe stations in regio NHN in 2030

3

1

Aantal benodigde uitbreidingen op bestaande stations in de investeringslijn van Liander Aantal nieuwe stations in investeringslijn Liander

0

2030 57

Kop van Noord-Holland

WestFriesland

Alkmaar

2. Analyse netimpact: capaciteit op elektriciteitsstations De impact van de RES 1.0 op de elektriciteitsnetten Op basis van de aangeleverde gegevens is een analyse gemaakt van de netimpact. Op HS/MS stationsniveau is inzichtelijk gemaakt waar nog capaciteit beschikbaar is en waar knelpunten ontstaan.

Totaalbeeld • • • •

• •

De aangeleverde RES 1.0 past deels niet binnen het huidige elektriciteitsnet. Op geen van de stations in de regio is de maximale capaciteit bereikt. We verwachten dat tot 2030 op 3 van de totaal 9 stations de maximale capaciteit bereikt wordt. Dit zijn de stations met rode vlakken in de grafiek. Op 6 van de totaal 9 stations is voldoende capaciteit voorzien tot 2030. Hier is nog extra ruimte om duurzame opgewekte energie te leveren aan of af te nemen van het elektriciteitsnet. Dit zijn de stations met onbenutte capaciteit (groene vlakken in de grafiek). 80 % van de duurzame opwek in de RES 1.0 is aan te sluiten op de bestaande stations. Dit is de som van de blauwe vlakken in de grafiek. 20 % van de duurzame opwek in de RES 1.0 kan niet worden aangesloten op bestaande stations. Dit is de som van de rode vlakken in de grafiek.

Inzicht in beschikbare capaciteit tot 2030 voor opwek MW

Impact RES 1.0: Beschikbare capaciteit op stations

450 400

350 300 250 200 150 100 50

Onbenutte capaciteit tot 2030

Toelichting knelpunten • •

Op een aantal bestaande stations worden knelpunten verwacht. Uitbreidingswerkzaamheden zullen nodig zijn om de knelpunten te verhelpen Er wordt een forse overbelasting verwacht op station Oterleek. Een uitbreiding op dit station zal niet genoeg zijn om de gewenste energie opwek van RES 1.0 te kunnen aansluiten. Een nieuw station is nodig om een deel van de energie opwek op te kunnen vangen.

NB 1. Op een station komt afname (vraag) en opwek (aanbod) van elektriciteit bij elkaar. Netbeheerders kijken altijd naar het totaal beeld op een station. Vanuit deze doorrekening blijkt dat er alleen knelpunten in de elektriciteits-infrastructuur ontstaan door de duurzame opwek plannen. Daarom is in de grafiek hiernaast alleen de beschikbare capaciteit voor opwek gevisualiseerd. NB 2. Dit is een beeld van capaciteit op HS/MS stations en is een versimpelde weergave van de soms complexe situaties op een station.

Station

Direct aan te sluiten capaciteit tot 2030 door RES 1.0

Tekort aan capaciteit tot 2030 door RES 1.0 Benutte capaciteit 2020

Totale capaciteit station

Visuele weergave beschikbare capaciteit tot 2030 voor opwek Hiernaast is een kaart van de RES regio weergegeven. De ligging van een zoekgebied bepaald op welk station aangesloten wordt . De inschatting van beschikbare capaciteit komt overeen met de capaciteit op stationsniveau in de tabel hierboven. Een gebied met nog ruimte (groen in kaart hiernaast) heeft mogelijkheden om duurzame opwek aan te sluiten vanuit dat gebied. Legenda Verwacht voldoende opwek capaciteit tot 2030 Verwacht tekort aan opwek capaciteit voor 2030 Station

58

Kop van Noord-Holland

WestFriesland

Alkmaar

3. Strategie | Lijst met benodigde netaanpassingen (1/2) Netvlak

Overbelast station

Periode overbelast

Overbelasting door

Station opgenomen in investeringslijn?*

Lost de geplande investering het stationsknelpunt op?

Bestaande of nieuwe oplossing

Doorlooptijd ***

Kosten (in miljoenen €)

Benodigde ruimte

Inschatting haalbaarheid voor 2030

HS/TS

Oterleek 150 kV

2021-2030

Opwek

ja

✓

Uitbreiding bestaand station

5 - 7 jaar

5 - 10

4.300 – 5.300m2

✓

TS/MS

Heiloo 50kV

2021-2030

Opwek

nee

X

Uitbreiding bestaand station Nieuw station: zoekgebied C

5-7 jaar

1.7 – 3.4 8,5 - 17

1.800 - 2.200m2 15.000 – 40.000m2

?

TS/MS

Uitgeest 50kV

2021-2030

Afname en Opwek

nee

X

Uitbreiding bestaand station Nieuw station: zoekgebied C

5-7 jaar

1.7 – 3.4 (8,5 – 17)

1.800 - 2.200m2 (15.000 – 40.000m2)

?

MS

MS kabels

2020 2030

Opwek en afname

-

-

Verzwaren van MS kabels

**

LS

**

TOTAAL

* Het belang van het opnemen van RES plannen in de investeringsplannen van netbeheerders is op de volgende slide toegelicht. ** Inschatting van doorlooptijd en ruimtebeslag van de totale werkzaamheden van het verzwaren van MS kabels en laagniveau is in dit stadium niet mogelijk. Zie volgende pagina voor een toelichting. *** Voor een meer gedetailleerde toelichting (kengetallen) op de kosten, ruimte en indicatieve tijd die het een nieuw station of nieuwe verbinding kost, verwijzen we naar het document basisinformatie over de energie-infrastructuur.

? ? 16,8 – 33,8

22.900 – 49.700m2

Legenda:

✓ Waarschijnlijk gereed voor 2030 ? Onzeker of deze gereed is voor 2030 ? Waarschijnlijk niet realiseerbaar voor 2030 59

Kop van Noord-Holland

WestFriesland

Alkmaar

3. Strategie | benodigde netaanpassingen in beeld (2/2) 3 uitbreidingen en 1 nieuw station nodig voor RES 1.0 Het figuur links geeft ruwweg het aantal benodigde stationsuitbreidingen en nieuwe stations weer in de regio Alkmaar op basis van de doorrekening van RES 1.0. In totaal 1 van de 3 uitbreidingsplannen en het nieuwe station zijn reeds opgenomen in de huidige investeringslijn. Tijdig veiligstellen van ruimte voor nieuwe stations Om de knelpunten op te lossen, is gekeken naar welke netaanpassingen nodig zijn. Op basis van de aangeleverde gegevens verwachten we 1 nieuw station te moeten realiseren. Hier geldt een gemiddelde realisatietijd van 5 - 7 jaar. Het zoeken naar een geschikte locatie is het meest cruciale onderdeel. Om tijdig RES ambities te kunnen halen, is het van belang deze zoektocht naar geschikte locaties samen te organiseren.

Vaak alternatieve oplossingen mogelijk Het is de moeite waard om andere oplossingen met minder impact op de leefomgeving te onderzoeken. Bijvoorbeeld, het verplaatsen van een zoeklocatie of het aanpassen van de verhouding wind en zon, zodat er geen nieuw station hoeft te worden gerealiseerd. Omdat de impact van het bouwen van een nieuw station op de omgeving groot is, hebben we aanbevelingen uitgewerkt voor slimme oplossingen en meer systeemefficiëntie.

C C

Uitbreiding bestaande station Realiseren nieuw station Zoekgebied nieuw station

NB. De zoekgebieden voor nieuwe stations zijn indicatief en tot stand gekomen door een combinatie van factoren vanuit deze impact analyse: onder andere de beschikbare capaciteit op stations en de zoekgebieden voor duurzame opwek. Het zoekgebied is nadrukkelijk een vrij ruim zoekgebied. De daadwerkelijke zoektocht naar geschikte locaties voor nieuwe stations start wanneer plannen concreter en zekerder worden.

Geen uitbreiding op station verwacht (o.b.v. RES 1.0)

60

Kop van Noord-Holland

WestFriesland

Alkmaar

3 Aanbevelingen | systeemefficiëntie (1/3) Graag lichten we toe welke mogelijkheden er zijn om de systeemefficiëntie te verbeteren in de RES regio Alkmaar. Het meenemen van de principes van systeemefficiëntie in de afwegingen voor de RES biedt kansen om: 1. maatschappelijke kosten te besparen; 2. ruimte te besparen; 3. de haalbaarheid in tijd van de RES ambitie te vergroten, en 4. slimme keuzes te maken voor de periode na 2030. Het toepassen van systeemefficiëntie(SE) is mede bepalend voor draagvlak en daarmee haalbaarheid van de RES. Door bijvoorbeeld minder openbrekingen van straten, minder infrastructureel ruimtegebruik en lagere kosten aan infrastructuur door efficiëntere benutting. Voor systeemefficiëntie maken we gebruik van vijf ontwerpprincipes. In de bijlage staat een toelichting op deze ontwerpprincipes.

SE1. Beter benutten van de restcapaciteit op het bestaande energienet

Biedt kansen voor SE1 in bod

Op een aantal stations wordt de capaciteit overschreden door de gekozen zoekgebieden (bijv. rondom Uitgeest). Uitbreidingswerkzaamheden zullen nodig zijn om de omvang van de omliggende zoekgebieden in te passen. Dit kost tijd en het is nog maar de vraag of deze werkzaamheden afgerond zijn voor 2030. Anderzijds heeft bijvoorbeeld station Alkmaar naast het huidige RES bod nog capaciteit beschikbaar. Hier is het dus mogelijk om de omvang van het zoekgebied te vergroten. Omvang van zoekgebieden aanpassen om de beschikbare capaciteit van stations helpt om de haalbaarheid van RES 1.0 te vergroten.

SE2. Energievraag en -aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie

Biedt zeer veel kansen voor SE2 in bod

Voor grootschalige zon en/of windopwek worden niet direct kansen gezien. De potentie ligt met name in het laagspanning en distributienet, omdat een aanzienlijk deel van het RES bod bestaat uit zonopwek op daken verspreid over de regio. Dit is een bewuste keuze van de regio. Om transport van energie zoveel mogelijk te verkleinen biedt combineren zonopwek met de lokale energievraag veel kansen. Het is wel essentieel dat de energievraag tegelijk met de energieopwek van daken plaatsvindt. Alleen dan wordt het lokale energienet minder belast.

SE3. Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon

Biedt veel kansen voor SE3 in bod

Er is door de regio een aantal locaties gekozen om wind & zon te combineren in één zoekgebied. Vanuit systeemefficiëntie is het noodzakelijk om de juiste verhouding tussen wind & zon toe te passen. Hiervoor geldt de regel 1MW zonopwek staat gelijk aan 1MW windopwek.

SE4. Clusteren van duurzame opwek projecten

Biedt weinig kansen voor SE4 in bod

De regio heeft al veel zoekgebieden goed geclusterd. Het is wel belangrijk om de langgerekte zoekgebieden langs de A9 en N9 niet op te knippen in kleine losstaande zoekgebieden, want dit zorgt voor complexe uitdagingen voor aansluiten op de omliggende stations.

SE5. Overige oplossingen: aansluiten wind en zon op één aansluiting (cablepooling), aftoppen van piek productie en benutten reservecapaciteit

Biedt veel kansen voor SE5 in bod

In veel zoekgebieden in de subregio liggen kansen om de haalbaarheid te vergroten. Met name het verkleinen van de afstand tot het dichtstbijzijnde station en het gebruik van één aansluitkabel voor het zoekgebied vergroot de haalbaarheid (tijd en kosten) om het gewenste opwekvermogen aan te sluiten op het elektriciteitsnet.

61

Kop van Noord-Holland

WestFriesland

Alkmaar

3. Aanbevelingen | systeemefficiëntie per zoekgebied (2/3) O.b.v. de aangeleverde zoekgebieden van RES 1.0 is per zoekgebied gekeken hoe het zoekgebied meer potentie heeft en beter aansluit op de dichtstbijzijnde station. Hieronder wordt dit per zoekgebied beschreven.

#

Naam zoekgebied

Type uitgangspunt systeem efficiëntie

Beschrijving aanbeveling •

2 en 3

N9 Koedijk-Zijpersluis •

4

Breekland

6

Alton/Zandhorst

7

Westfrisiaweg

12, 13, 22,24

Westdijk

17 en 18

A9 en N203 UitgeestKrommenie

62

Voor zoekgebied 2 geldt dat het dichtstbijzijnde station geen beschikbare capaciteit heeft en dat uitbreidingswerkzaamheden nodig zijn. Om de haalbaarheid te vergroten wordt geadviseerd om zoekgebied 2 en 3 te clusteren en aan te sluiten op station Alkmaar. Er is namelijk op station Alkmaar naast zoekgebied 3 nog capaciteit beschikbaar voor zoekgebied 2. Probeer één aansluitkabel te gebruiken voor het gecombineerde zoekgebied omdat het aantal aansluitmogelijkheden (stopcontacten) op het station gering zijn.

•

Probeer zoveel mogelijk te sturen op één aansluitkabel voor dit gecombineerde zoekgebied. Goede verhouding tussen zon & wind toegepast

• •

Pas een goede wind/zon verhouding (1MW zon = 1MW wind) toe om de beschikbare capaciteit op het nabijgelegen station optimaal te benutten. Probeer zoveel mogelijk te sturen op één aansluitkabel voor dit gecombineerde zoekgebied.

•

Geen aanbevelingen voor dit zoekgebied.

•

Geen aanbevelingen voor deze zoekgebieden. Om de totale invulling van de zoekgebieden te realiseren is een stationsuitbreiding/nieuw station onvermijdelijk. Dit heeft impact op de haalbaarheid van de totaliteit van de zoekgebieden. Een deel van de invulling van zoekgebieden past wel op de huidige beschikbare capaciteit van de omliggende stations.

•

Pas een goede wind/zon verhouding (1MW zon = 1MW wind) toe om de beschikbare (toekomstige) capaciteit op het nabijgelegen station optimaal te benutten. Probeer zoveel mogelijk te sturen op één aansluitkabel voor dit gecombineerde zoekgebied.

•

62

Kop van Noord-Holland

WestFriesland

Alkmaar

3. Aanbevelingen | gezamenlijk uitvoeringsprogramma (3/3) Uitvoering van de RES is een complex proces waarbij verschillende partijen besluiten en afhankelijkheden op elkaar af moeten stemmen. Graag richten we hiervoor gezamenlijk een governance in die onder meer helder maakt hoe verantwoordelijkheden zijn verdeeld en besluiten worden genomen. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een gezamenlijk uitvoeringsprogramma waarin betrokken partijen (overheden, marktpartijen, netbeheerder) met elkaar samenwerken.

2050

Tijdlijnen op elkaar afstemmen, afspraken maken over uitvoeringscoördinatie In een dergelijk uitvoeringsprogramma kan een tijdslijn voor de duurzame opwek projecten, inclusief benodigde netuitbreidingen, worden uitgewerkt. Belangrijk is te beseffen dat uitbreiding van de energie infrastructuur doorgaans langer duurt dan de realisatie van een wind- of zonnepark. Door de energie-infrastructuur uitbreidingen te koppelen aan ruimtelijke ontwikkelingen kunnen we zorgen dat gewenste regionale ontwikkelingen tijdig kunnen worden aangesloten op de energie-infrastructuur.

Met elkaar (verder) vooruitkijken om ambities tijdig te kunnen realiseren Door verder vooruit te kijken is er meer tijd voor het zoeken van geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van planprocedures en het inzetten van schaarse technici om al het werk te realiseren. Verder vooruit kijken vergroot de kans dat de regionale ambities op tijd gerealiseerd kunnen worden.

Starten waar capaciteit beschikbaar is Voor de realiseerbaarheid van plannen is het belangrijk om te kijken naar volgordelijkheid. Zo zijn er elektriciteitsstations die nog capaciteit vrij hebben, of op relatief korte termijn (2023/2024) uitgebreid worden. Door samen eerst op deze gebieden te focussen, kan er in de tussentijd gewerkt worden aan het realiseren van stations-uitbreidingen in andere gebieden.

Voorbeeld planning in een uitvoeringsprogramma Hierboven is een voorbeeld planning binnen een uitvoeringsprogramma geschetst We verwachten station X in 2023 gereed te hebben. De wind- en zonplannen in zoekgebieden 1 en 2 kunnen vervolgens aangesloten worden op het elektriciteitsnet d.m.v. 1 of 2 gecombineerde aansluitingen waar cablepooling toegepast wordt. Voor nieuw te realiseren stations rekenen we met een minimale voorbereidingsfase van 3 jaar en een uitvoeringsfase van circa 2 jaar: een doorlooptijd van minimaal 5 jaar. De doorlooptijd wordt beïnvloed door knelpunten in bijvoorbeeld de grondverwerving of het wijzigen van de planologische regels. Een integrale planning en afspraken over uitvoeringscoördinatie vergroot de kans op tijdige realisatie van benodigde infrastructuur.

63

7. Bijlagen Verdieping

Bronnen en verwijzingen

Afkortingen en terminologie

Toelichting op werkwijze

64

Verdieping

Ontwerpprincipes systeemefficiëntie

Relatie tussen elektriciteits- en gasnet

65

Toelichting toegepaste ontwerpprincipes (I) Slimme oplossing

Wat is het?

Wat levert het op?

Wie gaat er over?

Cable pooling

'Cable pooling' is het benutten van één aansluiting door meerdere partijen ('kabel delen'). • Eerste toepassing is het slim koppelen van nabijgelegen wind- en zonneparken door ze aan te sluiten op één netaansluiting. Zo wordt de energie-infrastructuur beter benut. Zon en wind zijn namelijk complementair aan elkaar. Als de wind waait, schijnt de zon meestal niet. En op een zonovergoten dag waait het vaak niet. • Tweede toepassing is het aansluiten van duurzame opwek op een bestaande aansluiting waarop energie wordt afgenomen.

•

Door cable pooling wordt de capaciteit van het elektriciteitsnet veel beter benut. Door het combineren van zon en wind op één kabel kan tot wel vier keer zoveel energie getransporteerd worden als alleen zon op dezelfde kabel. Daarnaast verbetert de businesscase voor ontwikkelaars: zij besparen op de investeringskosten voor aansluitingen en netaanpassingen en op de jaarlijkse kosten voor het gebruik ervan.

•

'Aftoppen' is het afvlakken van de hoogste pieken in opwek door ontwikkelaars zelf. Zij benutten dan niet de maximale capaciteit van zonnepanelen door een lager omvormer-vermogen te installeren. • Zonnepanelen worden op hun piekvermogen aangesloten op het netwerk. Die piek komt echter maar een paar uur per jaar voor. • Door zonnepanelen op deze piekmomenten te begrenzen ('af te toppen'), kan de infrastructuur veel efficiënter worden benut. . • We zien in de praktijk dat deze mate van aftoppen al standaard wordt toegepast door de projectontwikkelaars/klanten (vanwege kleine/goedkopere omvormers en lagere aansluitwaarde en -kosten).

•

Het aftoppen van opwekpieken draagt bij aan het niet hoeven verzwaren van het net. Door zonnepanelen af te toppen op 70%, wordt er slechts 3% minder energie opgewekt. In deze impact rapportage is standaard met 70% curtailment gerekend. Met een geringe reductie in energie opwek kan dus een kwart van de benodigde netuitbreidingen voorkomen worden. Opwekkers hebben een financieel voordeel, omdat zij kunnen volstaan met kleinere omvormers en een kleinere netaansluiting.

•

In gebieden waar schaarste op het net is, kan door curtailment toch (deels) worden terug geleverd. In deze impact rapportage is standaard met 70% curtailment gerekend.

•

Aftoppen

•

• •

• •

Curtailment

'Curtailment' is het door de netbeheerder actief aftoppen van de productie bij dreigende schaarste in het net. • Bij een dreigende storing schakelt de netbeheerder een opwekinstallatie (gedeeltelijk) af.

•

•

•

•

Ontwikkelaars van nabijgelegen zon- en windparken of ontwikkelaars en grote afnemers kunnen gezamenlijk slimme combinaties onderzoeken, samen met de netbeheerder en eventueel gefaciliteerd door gemeenten vanuit hun regierol in de RES. Wel is er een speciale juridische constructie nodig, omdat de koppeling tussen de deelnemende wind- en zonneparken plaatsvindt achter de aansluiting op het openbare elektriciteitsnet. Ontwikkelaars kunnen er zelf voor kiezen om hun installaties af te toppen. Installateurs kunnen de installaties op de juiste manier configureren.

Netbeheerders nemen het initiatief om in afstemming met de klant curtailment in te regelen en uit te voeren. Wetgeving staat het in Nederland netbeheerder echter op dit moment nog niet toe om actief curtailment toe te passen.

Toelichting toegepaste ontwerpprincipes (II) Slimme oplossing

Wat is het?

Wat levert het op?

Wie gaat er over?

Evenwichtige verdeling zon & wind

Evenwichtige verdeling van zon & wind houdt in dat het opgestelde vermogen aan duurzame opwek in een regio voor ca 50% uit zonnepanelen bestaat en voor ca 50% uit windturbines. • Zo wordt infrastructuur beter benut doordat zon en wind complementair zijn aan elkaar. Als de wind waait, schijnt de zon meestal niet. En op een zonovergoten dag waait het vaak niet. • Voldoende gebruik maken van wind is vanuit het energiesysteem gezien wenselijk aangezien windturbines efficiënter gebruik maken van het elektriciteitsnet dan zonnepanelen. Het waait immers vaker dan dat de zon schijnt.

•

Met dezelfde infrastructuur kan met windenergie tot wel 3x zoveel energie opgewekt worden als zon. Door een 50/50 vermogensverdeling van zon en wind toe te passen, wordt de infrastructuur het meest efficiënt benut. Immers, de infrastructuur wordt dan zowel gebruikt als het hard waait én als de zon volop schijnt.

•

De regio kan in de RES kiezen voor een 50/50 vermogensverdeling van zon en wind

Loslaten van redundantie houdt in dat voor transport van duurzaam opgewekte energie de 'vluchtstrook' van het elektriciteitsnet wordt benut. • Elektriciteitsstations zijn overal dubbel - oftewel redundant ontworpen. Dat betekent dat als één component uitvalt, de andere het over kan nemen, waardoor de continuïteit van de elektriciteitsvoorziening ten alle tijden gewaarborgd is. • Dat is vanzelfsprekend van cruciaal belang voor het leveren van energie. • Maar de maatschappelijke impact van een zonnepark dat enkele uren niet kan terugleveren is vele malen kleiner dan een stad die enkele uren in het donker zit.

•

Door het loslaten van redundantie kan tot wel het dubbele van de huidige beschikbare netcapaciteit worden gebruikt voor duurzame opwek, zonder fysieke uitbreidingen te realiseren. Daarmee wordt ook fysieke ruimte voor infrastructuur verminderd en worden lange doorlooptijden voorkomen. In deze netimpact analyse is het loslaten van redundantie meegenomen waar dat mogelijk is.

•

Liander kan vereenvoudigde aansluitconcepten (zoals loslaten van redundantie) toepassen. Bij wet is de netbeheerder echter gehouden aan de regel dat ze moet zorgen voor“ voldoende reservecapaciteit voor het transport’. Deze wet is momenteel in beweging, waardoor er onzekerheden zijn over de toepassing van deze slimme oplossing.

Loslaten redundantie

•

• •

•

•

Indicatie van relatie tussen elektriciteits- en gasnet

Bron: Alliander

68

Bronnen en verwijzingen

69

1. Bronnen en verwijzingen Titel

Omschrijving

Bron

Basisinformatie over energie-infrastructuur, opgesteld voor de Regionale Energie Strategieën, Netbeheer Nederland, mei 2019

Een introductie op en beschrijving van rollen in de elektriciteits- en gasmarkt, typen van elektriciteits- en gasstations, kosten van het bouwen van een station en aanleggen van nieuwe verbindingen in tijd, geld en ruimte, de impact van verschillende (warmte)scenario's op het elektriciteitsnet, basis ontwerpprincipes voor de inpassing van hernieuwbare productie, kosten van verwijderen van gasleidingen en –stations.

https://www.netbeheernederland.nl/_upload/Files/ Basisdocument_over_energieinfrastructuur_143.pdf

Onderzoek naar toekomstbestendige gasdistributienetten, Netbeheer Nederland, juli 2018.

De belangrijkste conclusie uit dit onderzoek is, dat het bestaande gasnetwerk met de juiste maatregelen prima ingezet kan worden om duurzame gassen zoals (100%) waterstof en biomethaan te distribueren. GT-170272

https://www.netbeheernederland.nl/Toekomstbest endigegasdistributienetten

Factsheets over de relatie tussen de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) en RES, Elaad, december 2019.

Tien factsheets met achtergrondinformatie over de relatie tussen de NAL en de RES. Het doel van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) is ervoor te zorgen dat de laadinfrastructuur is voorbereid op de grootschalige uitrol van elektrisch vervoer. In de NAL wordt beschreven hoe we tot voldoende laadpunten komen om al deze auto's slim op te laden.

https://www.elaad.nl/projects/nal-res/

Verantwoording gebruikte gegevens netimpact proces via het Nationaal Programma RES

Op de website van het Nationaal Programma RES is informatie te vinden over de gebruikte back-up en basisgegevens voor het bepalen van de netimpact. Deze gegevens worden gebruikt wanneer er geen gebruik gemaakt kan worden van regiospecifieke informatie vanuit de invulformulieren.

https://www.regionaleenergiestrategie.nl/ondersteuning/np+res+invulfo rmulieren/default.aspx

Potentieel van lokale biomassa en invoedlocaties van groengas. Een verkenning voor 2030, CE Delft, januari 2020

In de studie is verkend hoeveel groengas uit lokale biomassa zou kunnen worden ingevoed in het openbare aardgasnet in 2030 en wat de locaties van invoeding zouden kunnen zijn. Hiervoor is bestudeerd hoeveel biomassa er economisch beschikbaar kan komen voor groengasproductie en -invoeding in 2030. De studie beperkt zich tot biomassareststromen.

www.ce.nl, publicatienummer 190281

Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) opgesteld. In de NAL is overeengekomen dat elke gemeente een laadvisie en plaatsingsbeleid moet vaststellen. II3050

70

Afkortingen en terminologie

71

2. Terminologie en afkortingen Afkorting

Betekenis

Eenheden

Betekenis

Terminologie

Betekenis

HS

Hoogspanning (>52kV). Hoogspanningsnetten worden gebruikt als nationale hoofdtransportnetten, welke middels een middenspanningstussenstap bij de gebruikers als laagspanning terecht komen.

TWh

TerraWattuur. Staat gelijk aan 109 Kilowatttuur. Het jaarlijkse elektriciteitsgebruik van heel Nederland wordt uitgedrukt in terawattuur.

Netimpact

kWp

KiloWattpiek. Eenheid om piekvermogen uit te drukken.

De net-belasting op installatieniveau. De berekening houdt rekening met vermogens en profielen van alle energievragers en –aanbieders. Dit dynamische samenspel resulteert in de belasting van de Liander installaties welke in magnitude en lengte kan worden uitgedrukt, met mogelijke knelpunten (overbelasting) tot gevolg.

Knelpunt

Tussenspanning. Op sommige locaties in Nederland wordt elektriciteit op hoogspanning direct omgezet naar middenspanning. Op andere plekken zit er nog een spanningsniveau tussen, de zogenoemde tussenspanning. Dit verschil is historisch ontstaan.

W

Een overbelasting op installatie-niveau waarbij flexibele oplossingen geen hulp kunnen bieden. Dit geldt voor een overbelasting van >10% van de installatiecapaciteit OF >1% van het jaar.

Congestiemanagement

Congestiemanagement gebruikt prijsmechanismes en marktwerking om het aanbod en de vraag naar elektriciteit te sturen. Goede uitleg via: https://www.tennet.eu/nl/elektriciteitsmarkt/nederlandsemarkt/congestiemanagement/

Vluchtstrook / redundantie / reservecapaciteit

Het elektriciteitsnet is in heel Nederland redundant uitgelegd. Als één component uitvalt kan een andere verbinding het altijd overnemen. Het netwerk is echter 99,997% van de tijd niet in storing en dus wordt voor het grootste deel van de tijd niet op zijn maximale capaciteit gebruikt. Het is te vergelijken met een vluchtstrook op de snelweg. Dit wordt alleen tijdens de spits gebruikt en is voor de rest van de uren zinloos asfalt. De (maatschappelijke) impact van een zonnepark dat zeg 4 uur niet kan terugleveren is vele malen kleiner dan een ziekenhuis. Daarom is het niet-redundant aansluiten van duurzame opwek een goede benutting van het bestaande elektriciteitsnetwerk. Iets meer risico voor projecten, maar meer mogelijk en een beter ingericht net. te verzwaren.

Cable pooling

Bij cable pooling worden nabijgelegen wind- en zonneparken slim gekoppeld, door de projecten op één netaansluiting aan te sluiten. Zonnepanelen en windmolens zijn in hoge mate complementair: Een windmolenpark benut gemiddeld dertig procent van de netaansluiting en een zonnepark slechts tien procent. Het gevolg is dat de energieinfrastructuur niet volledig wordt gebruikt. Met cable pooling wordt de capaciteit van de elektriciteitskabel beter benut. Daardoor gaat er minder energie verloren en wordt de energievoorziening stabieler.

TS

MS

Middenspanning (1-52kV)

LS

Laagspanning (<1kV)

MW

Watt. Dit beschrijft de energie per tijdseenheid (Joule per seconde). MegaWatt is 10^6 Watt.

A

Ampère. Een eenheid van elektrische stroomsterkte.

V kV

Volt. Eenheid van elektrische spanning. kiloVolt: 1000 Volt.

VA

Voltampere. Een eenheid van complexe of schijnbare elektrisch vermogen, weergegeven met symbool VA dat in het geval van gelijkstroom gelijk is aan de Watt.

J

Joule. Energie-eenheid. (VA=W=J/seconde)

m3

Kubieke meter

72

Toelichting op werkwijze

73

Netimpact bepalen werkproces toegelicht Het werkproces De energietransitie van fossiele bronnen naar duurzame opwekking, de toenemende rol van elektriciteit in het dagelijkse leven en de economische groei vereisen een continue en tijdige doorontwikkeling van het energiesysteem. Om de impact van regionale keuzes inzichtelijk te maken hebben de netbeheerders in samenspraak met PBL en NP RES het "netimpact bepalen" werkproces ontwikkeld. Het proces bestaat uit drie stappen: 1. Invulformulieren voor energievraag en -aanbod: Voor alle relevante energievragers en –aanbieders zijn invulformulieren opgesteld. Hiermee ontstaat inzicht in de ontwikkeling van vraag en aanbod over de tijd heen. Zodra een regio de netimpact van een regionaal scenario van ontwikkelingen wil laten doorrekenen kunnen de formulieren gedeeld worden met de regionale netbeheerder in de regio. 2. Analyse, begrip en oplossingen: De netbeheerders zullen de invulformulieren met informatie over de toekomstige energievraag en -aanbod toetsen aan de huidige elektriciteits- en gasinfrastructuur. Binnen Alliander wordt hiervoor het systeem Andes-Light gebruikt (zie hiernaast voor meer informatie). Uit dit systeem wordt duidelijk waar de huidige infrastructuur ontoereikend is, de zogenoemde knelpunten. Zodra knelpunten in beeld zijn wordt onderzocht waardoor ze ontstaan en wat mogelijke oplossingen kunnen zijn. 3.

Inzicht in impact oplossingen: De resultaten van de tweede stap worden gebundeld in deze rapportage. Hierin wordt de impact geduid in de doorlooptijd die nodig is om aanpassingen te realiseren, het ruimtebeslag dat de aangepaste infrastructuur met zich meebrengt en de kosten die gemaakt worden voor het maken van de aanpassingen. De systemische analyse van mogelijkheden om impact op infrastructuur te verkleinen wordt samengevat tot aanbevelingen voor de regio.

Doorberekeningen met Andes-light Andes-light is een systeem dat door Liander gebruikt wordt om de belasting op het energienet in kaart te brengen. Hiermee kunnen we per gebied de netimpact bepalen van toekomstige netontwikkelingen op zowel elektriciteit- als gasniveau. Andes-light maakt gebruik van een rekenkern genaamd ANDES. Deze simuleert de netimpact van individuele segmenten op basis van vermogen, stroom en profielen, en is hiermee in staat het samenspel van energievragers en -opwekkers in kaart te brengen. De impact van grootschalige opwekkers (zonneweides en wind) worden op de hoofdinstallaties van Liander - lees koppelpunten met TENNET - gemodelleerd. Dit zijn de 150 en 110 kV installaties. Alle andere opwekkers en vragers vinden hun weg via het dichtstbijzijnde en meest toepasselijke laag, midden en hoogspanningsnet.

Regio's/gemeentes hebben zelf geen directe toegang tot het systeem. Wel nodigen we iedereen die dat nuttig vindt uit om contact met ons te zoeken bij vragen.

74

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10152845/1