CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Netimpactanalyse

gemeenteraad 28 juni 2021, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Regionale energiestrategie23.771 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

•

Liander beschikt over veel kennis van de planologische ruimte die nodig is en welke belemmeringen spelen rondom de inpassing van een (nieuw) station. Ook komt eind 2020 een staalkaart beschikbaar waarin de belangrijkste regels staan die in een omgevingsplan kunnen worden opgenomen. Buitenplanse vergunningen zijn en blijven een mogelijkheid om tot realisatie van de nieuwe energie-infrastructuur te komen. Zeker direct na de invoering van de Omgevingswet kan dit een oplossing zijn voor het kunnen afwijken van het geldende planologische regels. Een mooi voorbeeld hiervan is de uitbreiding van station Barneveld in de gemeente Barneveld.

Actieve meedenkende houding door bevoegd gezag van groot belang De nieuw aan te leggen energie-infrastructuur heeft fysieke ruimte nodig. Liander wil door middel van strategische grondverwerving vooruitlopen op de netverzwaring. We kunnen daarmee het vertragingsrisico verkleinen. Voor strategische grondaankoop kijkt Liander daarom 10 jaar vooruit naar het oplossen van knelpunten. We kunnen dit alleen doen in samenwerking met het bevoegde gezag omdat de grondaankopen moeten passen in het (toekomstige) en lokale ruimtelijke beleidskader. Een actieve meedenkende houding in het zoeken naar geschikte locaties zorgt voor een grotere kans op succesvolle uitvoering van de ambities in de RES.

Indicatieve benodigde tijd voor het bouwen van een nieuw station 0

1

2

3

4

5

6

7

jaren

Nieuw HS/TS of HS/MS station Nieuw TS/MS station Planprocedures

Nieuw MS station Nieuw MS/LS station

Uitvoering Onzekerheid

27

Aanbevelingen | mensen, middelen, landelijke kaders Wijs bindende zoekgebieden en uitsluitingsgebieden aan Zoekgebieden, zoeklocaties en definitieve locaties helpen om accuraat te voorspellen waar de duurzame opwek zal komen binnen de regio. We vragen de overheden hier om een stevige regierol, waarin projecten buiten deze zoekgebieden ook niet langer worden vergund. Ook als • er nog geen concrete projecten binnen deze zoekgebieden zijn, kunnen de modellen van Liander een inschatting maken van een realistische vermogensspreiding binnen deze gebieden. Ook relatief grote bindende zoekgebieden hebben dus al toegevoegde waarde wanneer • projecten daarbuiten ook daadwerkelijk worden uitgesloten.

Samen tekorten op de arbeidsmarkt aanpakken Het tekort aan technisch personeel gaat zorgen voor vertragingen. Gericht arbeidsmarktbeleid kan het verschil maken, zowel op landelijk als regionaal niveau. Stimuleer dat mensen in uw regio • enthousiast worden de techniek in gaan en zorg ervoor dat er voldoende opleidingsmogelijkheden zijn. Onderzoek mogelijkheden voor regionaal samenwerken aan • Human Capital Agenda's voor (technische beroepen in) de energiesector.

Tijdig beschikbaar krijgen van materialen door gezamenlijke prognoses Voor het realiseren van de benodigde uitbreidingen is naast voldoende personeel ook materialen nodig. Materialen moeten tijdig besteld worden, denk dan aan transformatoren, kabels, etc. Om te anticiperen op deze schaarste en te kunnen beschikken over benodigde materialen, is het nodig om samen te werken en goede prognoses te maken.

•

vallen dus snel buiten de mogelijkheden van de SDE regeling.. Dit heeft effect op de uitvoering, omdat dit projecten zijn, die juist in de RES´en kunnen rekenen op draagvlak. Verken met gemeenten en provincies de mogelijkheden voor versnelling van de ruimtelijke processen. Maximale benutting van het bestaande net door een zo snel mogelijke inwerkingtreding van de algemene maatregel van bestuur zodat de reservecapaciteit in het hoogspanningsnet kan worden ingezet als spitsstrook voor het transport van elektriciteit uit duurzame opwek (AMvB N-1). Ruimte in wet- en regelgeving voor (tijdelijke) alternatieve oplossingen als er sprake is van transportschaarste, zoals congestiemanagement, pieken aftoppen en dynamisch terugleveren. Maatregelen die ertoe leiden dat er meer technici worden opgeleid voor de energietransitie. Ruimte in warmtewetgeving, zodat gemeenten keuzevrijheid en voldoende flexibiliteit hebben om tot maatwerkoplossingen te komen, inclusief de mogelijkheid om bedrijven in publiek eigendom, waaronder de netwerkbedrijven, aan te kunnen wijzen als warmtebedrijf.

Gezamenlijk aandacht vragen voor landelijke maatregelen Om te komen tot een effectieve en tijdige uitvoering van de RES is een aantal landelijke maatregelen nodig. Wij vragen de regio om samen richting het Rijk aandacht te vragen voor: •

Het samenbrengen van de verschillende beleidssporen en sectorale plannen (RES, NAL, TvW, PEH, CES/MIEK) in een gezamenlijk uitvoeringsprogramma om tot integrale keuzes en prioritering te komen.

•

Aanpassing van de SDE-systematiek, zodat projecten die duurder uitvallen omdat wensen van de omgeving worden meegenomen (bijv. biodiversiteit bij een zonnepark), realiseerbaar blijven. De SDE-systematiek gaat uit van de laagste kosten per techniek. Maatschappelijke aspecten, zoals aandacht voor biodiversiteit en groene inpassing, zijn kostenverhogend en 28

Netimpact Noord-Holland (RES 1.0)

Netimpact Noord-Holland (RES 1.0)

25 februari 2021

C2 - Interne Informatie

29

Netimpactanalyse RES 1.0 • Voor het 150kV-netwerk in de Noord-Holland is de netimpact van de RES 1.0 afgezet tegen het Investeringsplan op Land 2020 (IP).

• De knelpunten in Noord-Holland worden voornamelijk veroorzaakt door een (toenemende) belastingvraag. • De opgaven voor de RES 1.0 voor Noord-Holland zijn in totaal groter dan waar rekening mee is gehouden in het IP2020. De opgaven bevatten met name een groter aanbod grootschalig zon-PV. Een aanzienlijk deel van deze toename wordt veroorzaakt door het initiatief om zonne-atollen (drijvende zonneparken) te realiseren op het IJsselmeer (Wieringerhoek). • De opgave (conform RES 1.0) voor nieuwe duurzame initiatieven op land (dus niet de zonne-atollen) in Noord-Holland zal voor TenneT niet leiden tot additionele knelpunten/netversterkingen. C2 - Interne Informatie

30

Netimpactanalyse RES 1.0 • De opgave (conform RES 1.0) voor nieuwe duurzame initiatieven op water (zonne-atollen / drijvende zonneparken) kan voor een beperkt deel vanuit het bestaande hoogspanningsnet (150kV) in Noord-Holland Noord worden gefaciliteerd: • Ongeveer 500 MW kan/moet (qua aansluiting) worden verdeeld over minimaal twee HS-stations in Noord-Holland Noord (bijv. stations in Westwoud en Middenmeer). • Het resterende deel van het voorziene opgestelde vermogen moet worden aangesloten op andere stations waar voldoende fysieke ruimte en transportcapaciteit beschikbaar is. Dit zijn stations die meer naar het zuiden zijn gelegen (bijv. stations in Diemen of Oostzaan). • TenneT doet momenteel onderzoek naar een verdere versterking van het hoogspanningsnet in Noord-Holland Noord. Hierdoor ontstaan wellicht aansluitmogelijkheden voor (grootschalige) duurzame initiatieven in dit gebied. Echter, een eventuele verdere netversterking in Noord-Holland Noord zal (naar verwachting) pas na 2030 gereed zijn. C2 - Interne Informatie

31

Disclaimer Deze powerpoint wordt u aangeboden door TenneT TSO B.V. (“TenneT”). De inhoud ervan - alle teksten, beelden en geluiden - is beschermd op grond van de auteurswet. Van de inhoud van deze powerpoint mag niets worden gekopieerd, tenzij daartoe expliciet door TenneT mogelijkheden worden geboden en aan de inhoud mag niets worden veranderd. TenneT zet zich in voor een juiste en actuele informatieverstrekking, maar geeft ter zake geen garanties voor juistheid, nauwkeurigheid en volledigheid. TenneT aanvaardt geen aansprakelijkheid voor (vermeende) schade, voortvloeiend uit deze powerpoint, noch voor de gevolgen van activiteiten die worden ondernomen op basis van gegevens en informatie op deze powerpoint.

25 februari 2021

C2 - Interne Informatie

5. Impact bod RES 1.0 op warmte- en gasinfrastructuur

33

De Regionale Structuur Warmte De RSW voor NHN Als onderdeel van de RES hebben regio's een Regionale Structuur Warmte (RSW) verder uitgewerkt. Hierin wordt het warmteaanbod en de warmtevraag op regionaal niveau in kaart gebracht. Voor de netbeheerders is een RSW van belang omdat energiesystemen meer met elkaar verweven raken en totaaloplossingen voor het energiesysteem moeten worden onderzocht. Bijvoorbeeld: het gebruik van warmte of duurzaam gas voor verwarming van gebouwen kan extra investeringen in het elektriciteitsnet voorkomen. In de verdieping is meer informatie te vinden over de afhankelijkheid tussen elektriciteitsen gasnet. De Regionale Structuur Warmte wordt in NHN opgesteld door HVC, Servicepunt Duurzame Energie en CE Delft, in samenwerking met de betrokken gemeenten, provincie en waterschap. De Transitie Visie Warmte wordt volgens de eigen planning van de gemeenten uitgewerkt. De Regionale Structuur Warmte (RSW) gaat specifiek over bovengemeentelijke samenwerking op het gebied van warmtebronnen, warmtevraag, warmte-infrastructuur en kennis. Op dit moment zijn onderzoeken naar beschikbaarheid en potentie van duurzame bronnen zoals geothermie of aquathermie, of de bijdrage vanuit de glastuinbouw en industrie uitgebreid. Ook veel gemeenten zitten middenin het proces om tot een Transitievisie Warmte (TVW) te komen.

Op een enkele plek is deze al vastgesteld door de gemeenteraad.

2.

Een werkagenda om de focus voor de komende periode tot de RES 2.0 in 2023 in beeld te brengen. Want ondanks dat informatie voor veel bronnen nog niet gereed is en dat er nog hard wordt gewerkt aan de totstandkoming van de TVW's, kunnen er stappen worden gezet. De werkagenda van de RSW gaat in op verdere samenwerking, kennisdeling, onderzoeken en studies op specifieke thema's, en op het gesprek met marktpartijen waarmee handelingsperspectief ontstaat voor de gemeenten binnen RES-regio.

Aanbevelingen vanuit de netbeheerder •

•

Werk nu al zoveel mogelijk warmtevragen integraal uit met een blik op 2050, zodat aansluitingen tussen landelijke, regionale en uiteindelijk lokale infrastructuur zo goed mogelijk kan worden gelegd. Werk de afhankelijkheid tussen warmte en elektriciteit verder uit. Warmtetransitie zal leiden tot een hogere elektriciteitsvraag, door o.a. het koken op inductie en evt. een collectieve warmtepomp bij de toepassing van een lage temperatuur warmtebron.

In de RSW 1.0 wordt ingegaan op 2 onderdelen: 1.

Het belangrijkste doel van de RSW is om te helpen bij het maken van afspraken over warmtebronnen met een bovengemeentelijke potentie door vroegtijdige afstemming op regionaal niveau zodat er gestuurd kan worden op een zo optimaal mogelijke benutting van deze bovengemeentelijke warmtebronnen. Betrokken partijen doen dat op basis van een gespreksleidraad waarin wordt beschreven welke onderwerpen de gemeenten, waterschappen en provincie belangrijk vinden bij de mogelijke verdeling. Ook wanneer die bronnen nu wellicht nog niet in beeld zijn.

. 34

Visie op warmte(oplossingen) vanuit de netbeheerder In de warmtetransitie worden afwegingen gemaakt tussen verschillende warmteoplossingen. Deze afwegingen hebben veel impact op het energienet. Hieronder geeft Liander aanbevelingen vanuit het perspectief van (de investeringen in) het energienet.

• Gasnetten behouden, na 2030 eventueel inzetten voor duurzame gassen

De inzet van gas in Nederland – en dus ook de infrastructuur - gaat de komende decennia veranderen. Aardgasvrij maken van buurten en industrie betekent niet automatisch het verwijderen van gasnetten. Gasnetten kunnen ook gebruikt worden voor distributie van andere soorten duurzame gassen. Om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden, streven we ernaar om waar dat kan gasnetten te behouden. Zo blijft de leveringszekerheid geborgd, kan later gekozen worden om de netten zo goedkoop mogelijk te verwijderen of kunnen netten in de toekomst alsnog worden gebruikt voor duurzame gassen.

• Groengas gebruiken als er bron in de buurt is en alternatieven niet haalbaar zijn

Groengas is biogas (opgewekt uit mest, slib etc.) dat is opgewerkt tot de kwaliteitseisen voor aardgas. Het is daarom geschikt om via onze gasnetten te transporteren. Er wordt steeds meer groengas ingevoed en is dus steeds meer beschikbaar als een bouwsteen van het integrale energiesysteem. Groengas biedt kansen om bestaande gasnetten optimaal te benutten en investeringen in het elektriciteitsnet te voorkomen. Voor het gebruik ervan zijn wel investeringen in de gasnetten nodig. De decentrale productie kent namelijk een constante productiestroom terwijl de vraag fluctueert. Groengas is één van de puzzelstukken, benut het optimaal. Het optimaal benutten van onze gasnetten en het vermijden van investeringen in elektriciteitsnetten leidt tot de laagste maatschappelijke kosten. Tegelijkertijd is groengas vooralsnog schaars. Daarom volgen we (o.a. in TvW en RES) de lijn: zet groengas daar in waar alternatieven financieel en/of technisch niet haalbaar zijn.

• Hybride warmtepompen: 'no regret' waar warmte en all electric niet mogelijk zijn

Hybride warmtepompen kunnen een belangrijke rol spelen in de omschakeling naar een duurzame warmtevoorziening, met name in buurten met woningen die zich niet goed lenen voor warmte(netten) of een all electric warmtevoorziening. De hybride warmtepomp kan een rol spelen in het behalen van de CO2-doelstellingen. Zeker op plekken waar op korte termijn een overgang naar all electric of warmte niet mogelijk is en waar nu al een gasnet ligt. Er moet de mogelijkheid zijn om te warmtepompen te regelen/af te schakelen (overschakelen op gas) door de netbeheerder als er spanningsproblemen dreigen op het elektriciteitsnet. Het verdient aanbeveling om de potentie van hybride warmtepompen verder uit te werken.

• Waterstof: geen oplossing tot 2030, wel kansen voor langere termijn

De komende jaren zijn de mogelijkheden van de toepassing van waterstof nog hoogst onzeker. Daarom houden de netbeheerders hier in het bepalen van de netimpact vooralsnog geen rekening mee. Alliander staat vooralsnog op het standpunt dat inzet van waterstof als oplossing voor de warmtevoorziening in woningen en gebouwen tot 2030 niet aan de orde is en dus ook niet thuishoort in een transitievisie warmte als oplossing voor de periode tot 2030. Wel werken we aan enkele pilots om de kansen op langere termijn te onderzoeken.

• (Houtige) biomassa: houd rekening met alternatieve routes

Er is veel discussie over de inzet van biomassa. Biomassa is een breed begrip. Op dit moment gaat de discussie vooral om de inzet van houtige biomassa voor de productie van elektriciteit en warmte. Kernvraag is of de inzet van houtige biomassa nog als duurzaam gezien mag worden. Hierin spelen twee argumenten, de kans op roofbouw en de vraag of de netto CO2 emissie van biomassa op de termijn van 2030 wel voldoende wordt gecompenseerd door nieuwe aanplant. Daar waar in regionale warmtevisies en transitievisies warmte nog wordt gerekend op de inzet van houtige biomassa zal rekening moeten worden gehouden met alternatieve routes. Voor de inzet van overige biomassa in bijvoorbeeld biobrandstoffen en de route naar groengas speelt deze discussie nu overigens niet.

• Warmtenetten inzetten in verstedelijkt gebied, bij voorkeur publiek beheerd

Met de grootschalige uitrol van warmtenetten als belangrijk alternatief voor aardgas in de gebouwde omgeving, worden warmtenetten onderdeel van de vitale energie infrastructuur van Nederland. Dit maakt de aanleg van deze infrastructuur in de openbare ruimte een publieke aangelegenheid. Het is de visie van Liander dat gemeenten en hun inwoners, net als bij het elektriciteits- en gasnet, kunnen rekenen op een publieke partij voor de aanleg en het beheer van warmte infrastructuur. Bovendien is het wenselijk met het oog op het geïntegreerde energiesysteem (E-G-W) om ook de warmte infrastructuur bij de regionale netbeheerder te leggen. Warmtenetten kunnen rendabel worden ingezet in stedelijk gebied (wijken en buurten met veel verdichting en hoogbouw).

• In gemeentelijke Transitievisies Warmte kijken naar integrale energiesysteem in de wijk

Gemeenten werken op lokaal niveau aan de Transitievisie Warmte. Netbeheerders roepen op om in de TvW te kijken naar het energiesysteem als geheel. De impact van de warmteoplossing op het elektriciteitsnet moet in samenhang met elektrisch vervoer en zonne-energie in de wijk worden bekeken. Om te zorgen dat de investeringen die we doen planbaar en betaalbaar zijn, is het voor ons belangrijk dat investeringen zoveel mogelijk collectief worden uitgevoerd en dat we vroegtijdig helderheid en zekerheid hebben over waar gasleidingen kunnen blijven liggen, waar elektriciteitsnetten moeten worden verzwaard en waar we middenspanningsruimten bij moeten plaatsen.

35

De potentie van groengas Groengas kan een waardevolle bijdrage leveren in de transitiefase richting een aardgasloze toekomst. Groengas is biogas dat wordt opgewerkt tot de kwaliteit van aardgas en kan worden ingevoed op het huidige gasnet. De komende jaren is waterstof als warmteoplossing nog hoogst onzeker. Daarom houden de netbeheerders hier in het bepalen van de netimpact vooralsnog geen rekening mee. Groengas-potentieel optimaal benutten biedt kansen om investeringen in elektriciteitsnet te voorkomen en het net te ontlasten. Groengas kan getransporteerd worden zonder enorme investeringen in het gasnet. De lage infrastructurele kosten komen voort uit het feit dat onze gasnetten vaak nog lang mee kunnen en ze, naast aardgas, ook geschikt zijn voor duurzame gassen (zoals groengas en op termijn waterstof). In de tabel rechts is een aantal aspecten toegelicht waar rekening mee moet worden gehouden bij de inzet van groengas. Groengas is biogas dat opgewaardeerd is tot de kwaliteit van aardgas. Er zijn geen investeringskosten aan de gebruikerskant (de huiseigenaren) omdat gebruik kan worden gemaakt van de traditionele aardgas klantaansluitingen. Wel kan het zijn dat op sommige momenten in het jaar niet al het ingevoerde groengas gebruikt kan worden. Daarom zijn er soms boosters of netkoppelingen nodig om het gasnet in balans te houden.

Ook is seizoensopslag nodig om verschillen in vraag en aanbod tussen koude winters en warme zomers te kunnen opvangen.

De inzet van groengas Transitie voor de klant (niet zijnde waterstof)

Geen aanpassingen nodig

Benodigde netaanpassingen

• • •

Boosters om gas naar een hoger gelegen net te krijgen. Netkoppelingen om verbruik en aanbod beter te matchen en zo minder boosters nodig te hebben. Seizoensopslag (Gasunie)

Potentie in 2030 in NL

Rond de 153 PJ

Potentie in 2050 in NL

Tussen de 73 en 442 PJ

Invoerders/techniek

Om een rendabele businesscase voor groengas invoerder te hebben, moet er minimaal 8.000 uren per jaar groengas geproduceerd worden.

De potentie van groengas in 2030

In het basisdocument over de energie-infrastructuur is uitgebreide informatie te vinden over het Nederlandse gasnet, typen gasstations en kosten, ruimte en benodigde tijd voor het realiseren en verwijderen van gasstations en leidingen.

Conclusie en aanbevelingen • • •

De huidige gasnetten inzetten voor een alternatieve warmtebron voor de warmtetransitie. Potentie van groengas zoveel mogelijk benutten. Er is veel potentie voor groengas in de regio NHN. Door gebruik te maken van groengas potentie kunnen mogelijk ook extra kosten voor verzwaring elektriciteitsnetten voorkomen worden. Bovendien kan het positief bijdragen aan tijdige realisatie van netuitbreidingen zodat regionale ambities tijdig gerealiseerd kunnen worden. • Indien er regionale inzichten zijn over bovenregionale warmteoplossingen: lever zoveel mogelijk regio specifieke gegevens aan over de gasvraag enerzijds en het groengas aanbod anderzijds. Hiermee kan Liander de impact beter inschatten en het gasnet vroegtijdig klaarmaken voor de toekomst.

36

Hoe groter de oppervlakte van een cirkel, hoe meer ruimte er is voor invoer van groengas

.

Vervolg proces Na RES 1.0 Na de RES 1.0 stopt het niet, sterker nog, nu begint het pas. Met de RES 1.0 krijgt de regio een steeds concreter beeld van de opwekpotentie in de regio. Dit wordt mede verder vormgegeven door de gebiedspaspoorten die in de regio opgesteld gaan worden.

Hoe bereiken we volledigheid, concreetheid en zekerheid in de RES?

Wij adviseren vanuit de netbeheerder graag over welke mogelijkheden wij bij de uitvoer van de ambitie zien. Dit doen we enerzijds door op aanvraag invulling te geven aan delen van de gebiedspaspoorten en anderzijds door te adviseren om gezamenlijk te werken aan een uitvoeringsprogramma.

Volledigheid Naast de groei van duurzame elektriciteitsproductie, ook rekening houden met andere ontwikkelingen in sectoren en rondom andere energiedragers. Hierbij valt te denken aan: elektrificatie van de warmtevraag, mobiliteit en industrie, maar ook de groei van datacenters.

Proactief investeren Liander wil proactief investeren. Alleen dan krijgen we onze energie-infrastuur op tijd klaar voor het transport van duurzaam opgewekte energie. Om dat te kunnen doen, hebben we een zo volledig, concreet en zeker mogelijk beeld nodig van plannen voor het energiesysteem in 2030 en verder. Voor deze opgave staan we gezamenlijk aan de lat.

Samenwerken aan een uitvoeringsprogramma Hierin kunnen we gezamenlijk, vanuit de infrastructuur gezien, bepalen welke aanvalsstrategie kan worden toegepast om de doelstellingen te halen tegen zo min mogelijk tijd, geld en openbare ruimte. We trekken graag samen op in het ontwikkelen van een gezamenlijk uitvoeringsprogramma om de ambities om te zetten in concretere plannen. Wij dragen daaraan bij door inzicht te bieden in het energienet en oplossingen aan te dragen.

Concreetheid Duidelijkheid creëren over onder andere: - De specifieke locatie van plannen, - De planning die behoort bij plannen - De technische specificaties van plannen Zekerheid - Maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak voor de plannen creëren. - Praktische stappen zetten zoals: het betrekken van ontwikkelaars, subsidietoekenning, ruimtelijke consequenties in beeld brengen en vergunningverlening organiseren.

Wilt u als regio nog andere scenario's laten doorrekenen? Houdt dan rekening met een doorlooptijd van minimaal 4 weken om de netimpact te bepalen. Op de volgende pagina´s gaan we verder in op de impact van de doorrekening per subRES regio.

Samen werken aan een uitvoeringsprogramma & Gezamenlijke afspraken over ontwikkeling energie-infrastructuur

37

6. Impact bod RES 1.0 op energienet per Sub RES regio Regio Kop van Noord-Holland Regio WestFriesland Regio Alkmaar

38

Sub RES regio Kop van Noord-Holland

Samenvatting netimpact RES 1.0 Analyse netimpact Benodigde netaanpassingen ss Aanbevelingen vanuit systeemefficiëntie

3 9

39

Kop van Noord-Holland

WestFriesland

Alkmaar

1. Samenvatting impact RES 1.0 op elektriciteits-infrastructuur Analyse van de impact en benodigde netaanpassingen Op basis van aangeleverde gegevens is een analyse gemaakt van de impact van keuzes op de elektriciteitsinfrastructuur. Op stationsniveau is inzichtelijk gemaakt waar nog capaciteit beschikbaar is en waar knelpunten zullen ontstaan. Op het spanningsniveau waar grootschalige duurzame opwek wordt aangesloten levert de analyse het volgende beeld op: • De aangeleverde RES 1.0 past grotendeels niet binnen het huidige elektriciteitsnet. • We verwachten dat richting 2030 de maximale capaciteit bereikt wordt op 10 van de 11 (totale aantal stations in de regio) stations . Oplossing: bijbouwen van 2 stations en uitbreiden van 7 stations. Procentueel gezien kan 75 % van de duurzame opwek in de RES 1.0 niet worden aangesloten op bestaande stations in de regio. • Op 1 station van de totaal 11 stations in de regio is tot 2030 voldoende capaciteit voorzien. Hier is nog extra ruimte om duurzame opgewekte energie te leveren aan het elektriciteitsnet. Procentueel gezien is 25% van de duurzame opwek in de RES 1.0 direct aan te sluiten op de bestaande stations. • In de tabel hiernaast is samengevat welke netaanpassingen nodig zijn om de RES 1.0 ambities te realiseren, inclusief een inschatting van kosten, benodigde ruimte en de haalbaarheid.

Haalbaarheid RES 1.0 Liander heeft voor komende jaren veel werkzaamheden voor bestaande en nieuwe stations voorzien. Deze werkzaamheden zorgen ervoor dat er meer duurzame opwek in de RES 1.0 kan worden aangesloten op stations. Naast de geplande werkzaamheden zullen er ook extra werkzaamheden nodig zijn om het volledige RES bod aan te kunnen sluiten. Op dit moment wordt de haalbaarheid van de totale werkzaamheden die nodig zijn ingeschat op 50% voor de regio voor 2030. Ons advies is andere oplossingen met minder impact op de leefomgeving verder te onderzoeken. Bijvoorbeeld het verplaatsen van een zoeklocatie of het aanpassen van de verhouding wind en zon, zodat er geen nieuw station hoeft te worden gerealiseerd. We hebben aanbevelingen voor slimme oplossingen en meer systeemefficiëntie uitgewerkt voor de RES-regio.

Snel samen plannen concretiseren We staan voor een flinke opgave. Daarom werken we graag tijdig samen met de RES-regio aan het concretiseren van de RES plannen. Het figuur rechts geeft ruwweg het aantal benodigde stationsuitbreidingen en nieuwe stations weer in de regio Kop van Noord-Holland op basis van de doorrekening van RES 1.0. In totaal 3 van de 7 uitbreidingsplannen zijn reeds voorzien in de investeringslijn dat Liander heeft opgesteld en beide nieuwe stations zijn reeds opgenomen in de huidige investeringslijn. De extra toename van het RES 1.0 bod, laat de enorme uitdaging zien die vanuit Liander de komende jaren wordt voorzien. Door samen te zoeken naar geschikte locaties voor nieuwe stations, kunnen wij op tijd de RES ambities halen. Met voldoende zekerheid kunnen wij als netbeheerder proactief investeren en de RES betrekken in onze investeringsplannen/lijn.

Spanningsniveau

Aantal nieuw te bouwen stations

Aantal uit te breiden stations

Kosten (in mln €), excl. kabels

Benodigde ruimte (in m2)

HS/MS

1

2

22 – 44

19.240 – 45.260m²

5

10,2-20,4

12.200 – 15.000m2

2,5-5

32004000m2

34,7 – 69,4

34.640 – 64.260m2

TS/MS

MS/MS

1

TOTAAL

2

7

Inschatting haalbaarheid voor 2030*

*De inschatting van de haalbaarheid is bepaald o.b.v. in hoeverre de benodigde uitbreiding al is opgenomen in de investeringslijn van Liander.

Impact RES 1.0 versus investeringslijn Liander 15 10

5

Verwachte benodigde uitbreidingen op bestaande stations in regio NHN in 2030 bovenop de investeringslijn Verwachte benodigde nieuwe stations in regio NHN in 2030

7

2

Aantal benodigde uitbreidingen op bestaande stations in de investeringslijn van Liander Aantal nieuwe stations in investeringslijn Liander

0

2030 40

Kop van Noord-Holland

WestFriesland

Alkmaar

2. Analyse netimpact: capaciteit op elektriciteitsstations De impact van de RES 1.0 op de elektriciteitsnetten Op basis van aangeleverde gegevens is een analyse gemaakt van de netimpact. Op HS/MS stationsniveau is inzichtelijk gemaakt waar nog capaciteit beschikbaar is en waar knelpunten ontstaan.

Inzicht in beschikbare capaciteit tot 2030 voor opwek MW Impact RES 1.0: Beschikbare capaciteit op stations 600

500

Totaalbeeld • • • •

• •

De aangeleverde RES 1.0 past niet binnen het huidige elektriciteitsnet. Op 4 stations is maximale capaciteit nu al bereikt. We verwachten dat tot 2030 op 10 van de totaal 11 stations de maximale capaciteit bereikt wordt. Dit zijn de stations met rode vlakken in de grafiek. Op 1 station (station Den Helder Vogelwijk) is voldoende capaciteit voorzien tot 2030. Hier is nog extra ruimte om duurzame opgewekte energie te leveren aan of af te nemen van het elektriciteitsnet. Dit zijn de stations met onbenutte capaciteit (groene vlakken in de grafiek). 25 % van de duurzame opwek in de RES 1.0 is aan te sluiten op de bestaande stations. Dit is de som van de blauwe vlakken in de grafiek. 75 % van de duurzame opwek in de RES 1.0 kan niet worden aangesloten op bestaande stations. Dit is de som van de rode vlakken in de grafiek.

400 300 200 100

Station

Toelichting knelpunten •

•

Op veel stations in regio Kop van Noord-Holland is afgelopen jaren een grote omvang aan duurzame opwek aangesloten. Het gevolg is dat op een aantal stations de capaciteitsgrenzen bereikt zijn. Dit geldt voor stations Den Helder de Schooten, Medemblik en Wieringerwerf. De omvang van RES 1.0 zorgt ervoor dat ook op andere stations de capaciteitsgrenzen zullen worden overschreden. Het gevolg is dat op veel stations uitbreidingswerkzaamheden nodig zijn om de gewenste hoeveelheid energieopwek aan te sluiten op de stations.

NB 1. Op een station komt afname (vraag) en opwek (aanbod) van elektriciteit bij elkaar. Netbeheerders kijken altijd naar het totaal beeld op een station. Vanuit deze doorrekening blijkt dat er alleen knelpunten in de elektriciteits-infrastructuur ontstaan door de duurzame opwek plannen. Daarom is in de grafiek hiernaast alleen de beschikbare capaciteit voor opwek gevisualiseerd. NB 2. Dit is een beeld van capaciteit op stations en is een versimpelde weergave van de soms complexe situaties op een station.

Onbenutte capaciteit tot 2030

Tekort aan capaciteit tot 2030 door RES 1.0

Direct aan te sluiten capaciteit tot 2030 door RES 1.0

Benutte capaciteit 2020 Schatting: Tekort aan capaciteit tot 2030 door RES 1.0

Totale capaciteit station

Visuele weergave capaciteit tot 2030 voor opwek Hiernaast is een kaart van de RES regio weergegeven. De ligging van een zoekgebied bepaald op welk station aangesloten wordt . De inschatting van beschikbare opwekcapaciteit komt overeen met de capaciteit op stationsniveau in de tabel hierboven. Een gebied met nog ruimte (groen in kaart hiernaast) heeft mogelijkheden om duurzame opwek aan te sluiten vanuit dat gebied. Legenda Verwacht voldoende opwek capaciteit tot 2030 Verwacht tekort aan opwek capaciteit voor 2030 Verwacht tekort aan opwek capaciteit voor 2030 (Schatting) Station

41

Kop van Noord-Holland

WestFriesland

Alkmaar

3. Strategie | Lijst met benodigde netaanpassingen (1/2) Netvlak

Overbelast station

Periode overbelast

Overbelasting door

Station/knelpunt opgenomen in investeringslijn?*

Lost de geplande investering het stationsknelpunt op?

Oplossingsrichting(en)

Doorlooptijd ***

Kosten (in miljoenen €)

Benodigde ruimte

Inschatting haalbaarheid voor 2030

HS/MS

Anna Paulowna 150kV

2021-2030

Opwek

Deels

X

Uitbreiding bestaand station

5 - 7 jaar

7-14

2.800-3.500m2

✓

HS/MS

De Weel 150kV

2021-2030

Opwek

Ja

✓

Uitbreiding bestaand station

5 - 7 jaar

3,5-7

1.440-1.760m²

?

HS/MS

Middenmeer 150kV

2021-2030

Opwek

Ja

✓

Realiseren van een nieuw station (A)

5 - 7 jaar

11,5-23

15.000-40.000m2

✓

TS/MS

Den Helder de Schooten 50kV

2021-2030

Opwek

Ja

✓

Uitbreiding bestaand station

2,5 - 5 jaar

1,7-3,4

1.800-2.200m2

✓

TS/MS

Texel 50kV

2021-2030

Opwek

Ja

✓

Uitbreiding bestaand station + extra wadkabel vereist

2,5 - 5 jaar

1,7-3,4

1.800-2.200m2

?

TS/MS

Medemblik 50kV

2021-2030

Opwek

Deels

X

Uitbreiding bestaand station + realiseren van nieuw station (A)

5 – 7 jaar

3,4-6,8

3.600-4.400m2 (15.000-40.000m2)

?

TS/MS

Schagen 50kV

2021-2030

Opwek

Deels

X

Uitbreiding bestaand station + realiseren van nieuw regelstation

2,5 – 5 jaar

6-12

3.200-4.000m2

?

TS/MS

Warmenhuizen 50kV

2021-2030

Opwek

Nee

X

Uitbreiding bestaand station

2,5 - 5 jaar

1,7-3,4

1.800-2.200m2

?

TS/MS

Ulkesluis 50kV

2021-2030

Opwek

Ja

✓

Realiseren van een nieuw station (A)

5 - 7 jaar

(11,5-23)

(15.000-40.000m2)

✓

MS/MS

Wieringerwerf 10kV

2021-2030

Opwek

Ja

✓

Realiseren van een nieuw station (A)

5 - 7 jaar

(11,5-23)

(15.000-40.000m2)

✓

MS

MS kabels 10 kV

2021-2030

Opwek en afname

-

X

Verzwaren van MS kabels

**

**

**

?

LS

**

TOTAAL

? 36,5-73.

31.440-60.260m2

Legenda: * Het belang van het opnemen van RES plannen in de investeringsplannen van netbeheerders is op de volgende slide toegelicht. ** Inschatting van doorlooptijd en ruimtebeslag van de totale werkzaamheden van het verzwaren van MS kabels en laagniveau is in dit stadium niet mogelijk. *** Voor een meer gedetailleerde toelichting (kengetallen) op de kosten, ruimte en indicatieve tijd die het een nieuw station of nieuwe verbinding kost, verwijzen we naar het document basisinformatie over de energie-infrastructuur.

✓ Waarschijnlijk gereed voor 2030 ? Onzeker of deze gereed is voor 2030 ? Waarschijnlijk niet realiseerbaar voor 2030

42

Kop van Noord-Holland

WestFriesland

Alkmaar

3. Strategie | Benodigde netaanpassingen in beeld (2/2) 7 uitbreidingen en 2 nieuwe stations nodig voor RES 1.0 Het figuur links geeft ruwweg het aantal benodigde stationsuitbreidingen en nieuwe stations weer in de regio Kop van Noord-Holland op basis van de doorrekening van RES 1.0. In totaal 3 van de 7 uitbreidingsplannen zijn reeds voorzien in de investeringslijn dat Liander heeft opgesteld en beide nieuwe stations zijn reeds opgenomen in de huidige investeringslijn.

Tijdig veiligstellen van ruimte voor nieuwe stations Om de knelpunten op te lossen, is gekeken naar welke netaanpassingen nodig zijn. Op basis van de aangeleverde gegevens verwachten we 2 nieuwe stations te moeten realiseren in regio Kop van Noord-Holland. Hier geldt een gemiddelde realisatietijd van 5 - 7 jaar. Het zoeken naar een geschikte locaties is de grootste uitdaging. Om tijdig RES ambities te kunnen halen, is het van belang deze zoektocht naar geschikte locaties samen te organiseren. Alleen dan is het realiseren van een nieuw station haalbaar voor 2030.

Vaak alternatieve oplossingen mogelijk Het is de moeite waard om andere oplossingen met minder impact op de leefomgeving, te onderzoeken. Bijvoorbeeld het verplaatsen van een zoeklocatie of het aanpassen van de verhouding wind en zon, zodat er geen nieuw station hoeft te worden gerealiseerd. Omdat de impact van het bouwen van een nieuw station op de omgeving groot is, hebben we aanbevelingen voor slimme oplossingen en meer systeemefficiëntie uitgewerkt.

A

Uitbreiding bestaande station Realiseren nieuw station

NB. De zoekgebieden voor nieuwe stations zijn indicatief en tot stand gekomen door een combinatie van factoren vanuit deze impact analyse: onder andere de beschikbare capaciteit op stations en de zoekgebieden voor duurzame opwek. Het zoekgebied is nadrukkelijk een vrij ruim zoekgebied. De daadwerkelijke zoektocht naar geschikte locaties voor nieuwe stations start wanneer plannen concreter en zekerder worden.

Zoekgebied nieuw station Geen uitbreiding op station verwacht (o.b.v. RES 1.0)

43

Kop van Noord-Holland

WestFriesland

Alkmaar

3 Aanbevelingen | systeemefficiëntie (1/3) Hieronder geven wij een toelichting welke mogelijkheden er zijn om de systeemefficiëntie te verbeteren in de Sub RES regio Kop van Noord-Holland. Het meenemen van de principes van systeemefficiëntie in de afwegingen voor de RES biedt kansen om: 1. maatschappelijke kosten te besparen; 2. ruimte te besparen; 3. de haalbaarheid in tijd van de RES ambitie te vergroten, en 4. slimme keuzes te maken voor de periode na 2030. Het toepassen van systeemefficiëntie (SE) is mede bepalend voor draagvlak en daarmee haalbaarheid van de RES. Bijvoorbeeld door minder openbrekingen van straten, minder infrastructureel ruimtegebruik en lagere kosten aan infrastructuur door efficiëntere benutting. Voor systeemefficiëntie maken we gebruik van vijf ontwerpprincipes. In de bijlage staat een toelichting op deze ontwerpprincipes. Biedt weinig kansen voor SE1 in bod

De bestaande restcapaciteit op de bestaande stations wordt bijna in alle gevallen benut. Op veel stations wordt de belasting overschreden waardoor uitbreidingen of het realiseren van nieuwe stations onvermijdelijk is.

SE2. Energievraag en -aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie

Biedt zeer veel kansen voor SE2 in bod

Voor grootschalige zon en/of wind opwek worden niet direct kansen gezien. De potentie ligt met name in het laagspanning en distributienet, omdat een aanzienlijk deel van het RES bod bestaat uit zonopwek op daken verspreid over de regio. Dit is een bewuste keuze van de regio. Om transport van energie zoveel mogelijk te verkleinen biedt combineren van zonopwek met de lokale energievraag veel kansen. Het is wel essentieel dat de energievraag tegelijkertijd met de energie opwek van daken plaatsvindt. Alleen dan wordt het lokale energienet minder belast.

SE3. Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon

Biedt veel kansen voor SE3 in bod

Er is door de regio op een aantal locaties gekozen om wind & zon te combineren in één zoekgebied. Vanuit systeemefficiëntie is het noodzakelijk om de juiste verhouding tussen wind & zon toe te passen. Hiervoor geldt de regel 1MW zonopwek staat gelijk aan 1MW windopwek.

SE4. Clusteren van duurzame opwek projecten

Biedt weinig kansen voor SE1 in bod

De regio heeft al veel zoekgebieden goed geclusterd. Het is belangrijk om de langgerekte zoekgebieden (bijvoorbeeld langs de A9 en het spoor) niet op te knippen in kleine losstaande zoekgebieden. Naast mogelijk issues vanuit regelgeving, zorgt dit namelijk voor complexe uitdagingen voor aansluitingen op de omliggende stations.

SE5. Overige oplossingen: aansluiten wind en zon op één aansluiting (cablepooling), aftoppen van piek productie en benutten reservecapaciteit

Biedt zeer veel kansen voor SE5 in bod

In veel zoekgebieden in de subregio liggen kansen om de haalbaarheid te vergroten. Met name het verkleinen van de afstand tot het dichtstbijzijnde station en het gebruik van één aansluitkabel voor het zoekgebied, vergroot de haalbaarheid (tijd en kosten) om het gewenste opwekvermogen aan te sluiten op het elektriciteitsnet.

SE1. Beter benutten van de restcapaciteit op het bestaande energienet

44

Kop van Noord-Holland

WestFriesland

Alkmaar

3. Aanbevelingen | systeemefficiëntie per zoekgebied (2/3) O.b.v. de aangeleverde zoekgebieden van RES 1.0 is per zoekgebied gekeken hoe het zoekgebied meer potentie heeft en beter aansluit op de dichtstbijzijnde station. Hieronder wordt dit per zoekgebied beschreven.

#

Naam zoekgebied

Type uitgangspunt systeem efficiëntie

Beschrijving aanbeveling •

5

Afsluitdijk

7

Den Helder

10

spoorweg HeerhugowaardDen Helder

11

N9/N249

13

ECN campus

14

Schagerweg Breekland

15

Oudevaart Warmenhuizen

16

Lagedijk

45

•

Om de omvang van dit zoekgebied te kunnen aansluiten zal een nieuw station dichter bij de afsluitdijk gerealiseerd moeten worden. Houdt rekening met de aansluitafstand/wijze (afstand station tot aansluiting) van dit langgerekte zoekgebied. Kosten van de aansluitkabel stijgen naarmate de afstand tot het station groter wordt.

•

Geen aanbevelingen voor dit zoekgebied.

•

Houdt rekening met de aansluitafstand/wijze (afstand station tot aansluiting) van dit langgerekte zoekgebied. Kosten van de aansluitkabel stijgen naarmate de afstand tot het station groter wordt.

•

Focus in dit zoekgebied op een evenwichtige wind/zon- verhouding (1MW zon = 1MW wind), gebruikmakend van dezelfde aansluitkabel. Hiermee wordt de haalbaarheid vergroot om tijdig de gewenste capaciteit van het zoekgebied aan te sluiten op het dichtst bijzijnde station.

•

Zoekgebied 13 richt zich op het EHCC- terrein en is in het bezit van een eigen station. Verbruik en opwek aan elkaar koppelen biedt zeker kansen voor dit zoekgebied.

•

Focus in dit zoekgebied op een evenwichtige wind/zon- verhouding, gebruikmakend van dezelfde aansluitkabel.

•

Geen aanbevelingen voor dit zoekgebied.

•

Houdt rekening met de aansluitafstand/wijze (afstand station tot aansluiting) van dit relatief kleine zoekgebied. Mogelijk kan bij een kleine aanpassing in de omvang van het zoekgebied de zonopwek direct aangesloten worden op het middenspanningsnet.

45

Kop van Noord-Holland

WestFriesland

Alkmaar

3. Aanbevelingen | gezamenlijk uitvoeringsprogramma (3/3) Uitvoering van de RES is een complex proces waarbij verschillende partijen besluiten en afhankelijkheden op elkaar moeten afstemmen. Graag richten we hiervoor gezamenlijk een governance in die onder meer helder maakt hoe verantwoordelijkheden zijn verdeeld en besluiten worden genomen. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een gezamenlijk uitvoeringsprogramma waarin betrokken partijen (overheden, marktpartijen, netbeheerder) met elkaar samenwerken.

2050

Tijdlijnen op elkaar afstemmen, afspraken maken over uitvoeringscoördinatie In een dergelijk uitvoeringsprogramma kan een tijdslijn voor de duurzame opwek projecten, inclusief benodigde netuitbreidingen, worden uitgewerkt. Belangrijk is te beseffen dat uitbreiding van de energieinfrastructuur doorgaans langer duurt dan de realisatie van een wind- of zonnepark. Door de energieinfrastructuur uitbreidingen te koppelen aan ruimtelijke ontwikkelingen kunnen we zorgen dat gewenste regionale ontwikkelingen tijdig aangesloten kunnen worden op de energieinfrastructuur.

Met elkaar (verder) vooruitkijken om ambities tijdig te kunnen realiseren Door verder vooruit te kijken is er meer tijd voor het zoeken van geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van planprocedures en het inzetten van schaarse technici om al het werk te realiseren. Verder vooruit kijken vergroot de kans dat de regionale ambities op tijd gerealiseerd kunnen worden.

Starten waar capaciteit beschikbaar is Voor de realiseerbaarheid van plannen is het belangrijk om te kijken naar volgordelijkheid. Zo zijn er elektriciteitsstations die nog capaciteit vrij hebben, of op relatief korte termijn (2023/2024) uitgebreid worden. Door samen eerst op deze gebieden te focussen, kan er in de tussentijd gewerkt worden aan het realiseren van stations uitbreidingen in andere gebieden.

Voorbeeld planning in een uitvoeringsprogramma Hierboven is een voorbeeld planning binnen een uitvoeringsprogramma geschetst We verwachten station X in 2023 gereed te hebben. De wind- en zonplannen in zoekgebieden 1 en 2 kunnen vervolgens aangesloten worden op het elektriciteitsnet d.m.v. 1 of 2 gecombineerde aansluitingen waar cablepooling toegepast wordt. Voor nieuw te realiseren stations rekenen we met een minimale voorbereidingsfase van 3 jaar en een uitvoeringsfase van circa 2 jaar: een doorlooptijd van minimaal 5 jaar. De doorlooptijd wordt beïnvloed door knelpunten in bijvoorbeeld de grondverwerving of het wijzigen van de planologische regels. Een integrale planning en afspraken over uitvoeringscoördinatie vergroot de kans op tijdige realisatie van benodigde infrastructuur.

46

Sub RES regio WestFriesland

Samenvatting netimpact RES 1.0 Analyse netimpact Benodigde netaanpassingen ss Aanbevelingen vanuit systeemefficiëntie

4 7

47

Kop van Noord-Holland

WestFriesland

Alkmaar

1. Samenvatting impact RES 1.0 op elektriciteitsinfrastructuur Analyse van de impact en benodigde netaanpassingen Op basis van aangeleverde gegevens is een analyse gemaakt van de impact van keuzes op de elektriciteitsinfrastructuur. Op stationsniveau is inzichtelijk gemaakt waar nog capaciteit beschikbaar is en waar knelpunten ontstaan. Op het spanningsniveau waar grootschalige duurzame opwek wordt aangesloten levert de analyse het volgende beeld op: • De aangeleverde RES 1.0 past deels niet binnen het huidige elektriciteitsnet. • We verwachten dat tot 2030 op 3 van de 6 (totale aantal stations in de regio) stations de maximale capaciteit bereikt wordt. Oplossingen zijn het bijbouwen van 1 station en uitbreiden van 2 stations. Procentueel gezien kan 50 % van de duurzame opwek in de RES 1.0 niet worden aangesloten op bestaande stations in de regio. • Op 3 van de totaal 6 stations in de regio is tot 2030 voldoende capaciteit voorzien. Hier is nog extra ruimte om duurzame opgewekte energie te leveren aan het elektriciteitsnet. Procentueel gezien is 50 % van de duurzame opwek in de RES 1.0 aan te sluiten op de bestaande stations. • In de tabel hiernaast is samengevat welke netaanpassingen nodig zijn om de RES 1.0 ambities te realiseren, inclusief een inschatting van kosten, benodigde ruimte en de haalbaarheid.

Spanningsniveau

Aantal nieuw te bouwen stations

Aantal uit te breiden stations

Kosten (in mln €), excl. kabels

Benodigde ruimte (in m2)

HS/MS

1

1

13-26,5

16.800 – 42.200m²

1

1,7-3,4

1.8002.200m2

2

14,7 – 29,9

18.600 – 44.400m2

TS/MS

TOTAAL

1

Inschatting haalbaarheid voor 2030*

*De inschatting van de haalbaarheid is bepaald o.b.v. in hoeverre de benodigde uitbreiding al is opgenomen in de investeringslijn van Liander.

Haalbaarheid RES 1.0 Liander heeft voor komende jaren veel werkzaamheden voor bestaande en nieuwe stations gepland. Deze werkzaamheden zorgen ervoor dat er meer duurzame opwek in de RES 1.0 kan worden aangesloten op stations. Naast de geplande werkzaamheden zullen er ook extra werkzaamheden nodig zijn om het volledige RES bod aan te kunnen sluiten. Op dit moment wordt de haalbaarheid van de totale werkzaamheden die nodig zijn ingeschat op 30-40% voor de regio voor 2030. Ons advies is om andere oplossingen die minder impact hebben op de leefomgeving, te onderzoeken. Bijvoorbeeld door het verplaatsen van een zoeklocatie of het aanpassen van de verhouding wind en zon, zodat er geen nieuw station hoeft te worden gerealiseerd. We hebben aanbevelingen voor slimme oplossingen en meer systeemefficiëntie uitgewerkt voor de RES-regio.

Snel samen plannen concretiseren We staan voor een flinke opgave. Daarom werken we graag tijdig samen met de RES-regio aan het concretiseren van de RES plannen. Het figuur rechts geeft ruwweg het aantal benodigde stationsuitbreidingen en nieuwe stations weer in de regio WestFriesland op basis van de doorrekening van RES 1.0. In totaal 1 van de 2 uitbreidingsplannen zijn reeds voorzien in de investeringslijn dat Liander heeft opgesteld en er is geen nieuw station is opgenomen in de huidige investeringslijn. De extra toename van het RES 1.0 bod laat de enorme uitdaging zien die vanuit Liander de komende jaren wordt voorzien. Door samen te zoeken naar geschikte locaties voor nieuwe stations, kunnen we op tijd de RES ambities halen. Met voldoende zekerheid kan de netbeheerder proactief investeren en de RES betrekken in onze investeringsplannen/lijn.

Impact RES 1.0 versus investeringslijn Liander Verwachte benodigde uitbreidingen op bestaande stations in regio NHN in 2030 bovenop de investeringslijn

5

Verwachte benodigde nieuwe stations in regio NHN in 2030

2

1

Aantal benodigde uitbreidingen op bestaande stations in de investeringslijn van Liander Aantal nieuwe stations in investeringslijn Liander

0

2030 48

Kop van Noord-Holland

WestFriesland

Alkmaar

2. Analyse netimpact: capaciteit op elektriciteitsstations De impact van de RES 1.0 op de elektriciteitsnetten

Inzicht in beschikbare capaciteit tot 2030 voor opwek

Op basis van aangeleverde gegevens is een analyse gemaakt van de netimpact. Op stationsniveau is inzichtelijk gemaakt waar nog capaciteit beschikbaar is en waar knelpunten ontstaan.

MW

Totaalbeeld • • • •

• •

De aangeleverde RES 1.0 past deels niet binnen het huidige elektriciteitsnet. Op geen van de stations is maximale capaciteit al bereikt. We verwachten dat tot 2030 op 3 van de totaal 6 stations de maximale capaciteit bereikt wordt. Dit zijn de stations met rode vlakken in de grafiek. Op 3 van de totaal 6 stations is voldoende capaciteit voorzien tot 2030. Hier is nog extra ruimte om duurzame opgewekte energie te leveren aan of af te nemen van het elektriciteitsnet. Dit zijn de stations met onbenutte capaciteit (groene vlakken in de grafiek). 50 % van de duurzame opwek in de RES 1.0, is direct aan te sluiten op de bestaande stations. Dit is de som van de blauwe vlakken in de grafiek. 50 % van de duurzame opwek in de RES 1.0 kan niet worden aangesloten op bestaande stations. Dit is de som van de rode vlakken in de grafiek.

Toelichting knelpunten •

Op station Westwoud wordt een enorme overschrijding van de beschikbare capaciteit verwacht. Op basis van deze gegevens zullen uitbreidingswerkzaamheden op het station niet voldoende zijn om de totale gewenste energie opwek van RES 1.0 aan te sluiten. Aanvullend hierop zal een nieuw station in de regio nodig zijn.

NB 1. Op een station komt afname (vraag) en opwek (aanbod) van elektriciteit bij elkaar. Netbeheerders kijken altijd naar het integrale totaal beeld op een station. Vanuit deze doorrekening blijkt dat er alleen knelpunten in de elektriciteits-infrastructuur ontstaan door de duurzame opwek plannen. Daarom is in de grafiek hiernaast alleen de beschikbare capaciteit voor opwek gevisualiseerd. NB 2. Dit is een beeld van capaciteit op stations en is een versimpelde weergave van de soms complexe situaties op een station.

Impact RES 1.0: Beschikbare capaciteit op stations

500 450 400 350 300 250 200 150 100 50

Station Onbenutte capaciteit tot 2030 Direct aan te sluiten capaciteit tot 2030 door RES 1.0 Totale capaciteit station

Tekort aan capaciteit tot 2030 door RES 1.0 Benutte capaciteit 2020

Visuele weergave beschikbare capaciteit tot 2030 voor opwek Hiernaast is een kaart van de RES regio weergegeven. De ligging van een zoekgebied bepaald op welk station aangesloten wordt . De inschatting van beschikbare capaciteit komt overeen met de capaciteit op stationsniveau in de tabel hierboven. Een gebied met nog ruimte (groen in kaart hiernaast) heeft mogelijkheden om duurzame opwek aan te sluiten vanuit dat gebied. Legenda Verwacht voldoende opwek capaciteit tot 2030 Verwacht tekort aan opwek capaciteit voor 2030 Station

49

Kop van Noord-Holland

WestFriesland

Alkmaar

3. Strategie | Lijst met benodigde netaanpassingen (1/2) Netvlak

Overbelast station

Periode overbelast

Overbelasting door

Station opgenomen in investeringslijn?

Lost de geplande investering het stationsknelp unt op?

Bestaande of nieuwe oplossing

Doorlooptijd ***

Kosten (in miljoenen €)

Benodigde ruimte

Inschatting haalbaarheid voor 2030

HS/TS

Westwoud 150 kV

2021-2030

Opwek

Nee

X

Uitbreiding bestaand station en het realiseren van een nieuw HS/TS station: zoekgebied B

5 - 7 jaar

13-26,5

1.800 – 2.200m2 15.000 – 40.000m2

?

TS/MS

Hoogwoud 50kV

2021-2030

Opwek

nee

X

Nieuw HS/TS station: zoekgebied B

5 - 7 jaar

(11,5-23)

(15.000 – 40.000m2)

?

TS/MS

Hoorn Geldelozeweg 50kV

2021-2030

Opwek en afname

Ja

✓

Uitbreiding bestaand station

2,5 – 5 jaar

1,7-3,4

1.800-2.200m2

✓

MS

MS kabels

2020 2030

Opwek en afname

Verzwaren van MS kabels

**

LS

**

TOTAAL

? ? 14,7 – 29,9

18.600 – 44.400m2

Legenda: * Het belang van het opnemen van RES plannen in de investeringsplannen van netbeheerders is op de volgende slide toegelicht. ** Inschatting van doorlooptijd en ruimtebeslag van de totale werkzaamheden van het verzwaren van MS kabels en laagniveau is in dit stadium niet mogelijk. Zie volgende pagina voor een toelichting. *** Voor een meer gedetailleerde toelichting (kengetallen) op de kosten, ruimte en indicatieve tijd die het een nieuw station of nieuwe verbinding kost, verwijzen we naar het document basisinformatie over de energie-infrastructuur.

✓ Waarschijnlijk gereed voor 2030 ? Onzeker of deze gereed is voor 2030 ? Waarschijnlijk niet realiseerbaar voor 2030 50

Kop van Noord-Holland

WestFriesland

Alkmaar

3. Strategie | benodigde netaanpassingen in beeld (2/2) 2 uitbreidingen en 1 nieuw station nodig voor RES 1.0 Het figuur links geeft ruwweg het aantal benodigde stationsuitbreidingen en nieuwe stations weer in de regio WestFriesland op basis van de doorrekening van RES 1.0. In totaal 1 van de 2 uitbreidingsplannen zijn reeds voorzien in het investeringsplan dat Liander heeft opgesteld. Voor een nieuw station (zie zoekgebied B) moet nog een geschikte locatie gevonden worden.

Tijdig veiligstellen van ruimte voor nieuwe stations Om de knelpunten op te lossen, is gekeken welke netaanpassingen nodig zijn. Op basis van de aangeleverde gegevens verwachten we 1 nieuw station te moeten realiseren. Hier geldt een gemiddelde realisatietijd van 5 - 7 jaar. Het zoeken naar een geschikte locatie is de grootste uitdaging. Voor het tijdig behalen van de RES ambities, is het van belang deze zoektocht naar geschikte locaties samen te organiseren.

Vaak alternatieve oplossingen mogelijk Het onderzoeken van andere oplossingen die minder impact hebben op de leefomgevingen is zeker de moeite waard. Bijvoorbeeld het verplaatsen van een zoeklocatie of het aanpassen van de verhouding wind en zon, zodat er geen nieuw station hoeft te worden gerealiseerd. Omdat de impact van het bouwen van een nieuw station op omgeving groot is, hebben we aanbevelingen voor slimme oplossingen en meer systeemefficiëntie uitgewerkt.

B

Uitbreiding bestaande station Realiseren nieuw station Zoekgebied nieuw station Geen uitbreiding op station verwacht (o.b.v. RES 1.0)

NB. De zoekgebieden voor nieuwe stations zijn indicatief en tot stand gekomen door een combinatie van factoren vanuit deze impact analyse: onder andere de beschikbare capaciteit op stations en de zoekgebieden voor duurzame opwek. Het zoekgebied is nadrukkelijk een vrij ruim zoekgebied. De daadwerkelijke zoektocht naar geschikte locaties voor nieuwe stations start wanneer plannen concreter en zekerder worden.

51

Kop van Noord-Holland

WestFriesland

Alkmaar

3 Aanbevelingen | systeemefficiëntie (1/3) Graag lichten we toe welke mogelijkheden er zijn om de systeemefficiëntie te verbeteren in de Sub RES regio WestFriesland. Het meenemen van de principes van systeemefficiëntie in de afwegingen voor de RES biedt kansen (potentie) om: 1. maatschappelijke kosten te besparen; 2. ruimte te besparen; 3. de haalbaarheid in tijd van de RES ambitie te vergroten, en 4. slimme keuzes te maken voor de periode na 2030. Het toepassen van systeemefficiëntie (SE) is mede bepalend voor draagvlak en daarmee haalbaarheid van de RES. Bijvoorbeeld door minder openbrekingen van straten, minder infrastructureel ruimtegebruik en lagere kosten aan infrastructuur door efficiëntere benutting. Voor systeemefficiëntie maken we gebruik van vijf ontwerpprincipes. In de bijlage staat een toelichting op deze ontwerpprincipes. Biedt weinig kansen voor SE1 in bod

Op twee stations in de Sub RES regio is nog capaciteit beschikbaar (incl. het RES bod). Dit is het geval voor de omgeving rondom Enkhuizen en Wervershoof. Het is mogelijk om hier extra opwekvermogen bij te plaatsen bij de bestaande zoekgebieden.

SE2. Energievraag en -aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie

Biedt zeer veel kansen voor SE2 in bod

Voor grootschalige zon en/of windopwek worden niet direct kansen gezien. De potentie ligt met name in het laagspanning en distributienet, omdat een aanzienlijk deel van het RES bod bestaat uit zonopwek op daken verspreid over de regio. Dit is een bewuste keuze van de regio. Om transport van energie zoveel mogelijk te verkleinen biedt combineren van zonopwek met de lokale energievraag veel kansen. Het is wel essentieel dat de energievraag tegelijk met de energieopwek van daken plaatsvindt. Alleen dan wordt het lokale energienet minder belast.

SE3. Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon

Biedt veel kansen voor SE3 in bod

Er is door de regio op een aantal locaties gekozen om wind & zon (of zon bij bestaande windopwek) te combineren in één zoekgebied. Vanuit systeemefficiëntie is het noodzakelijk om de juiste verhouding tussen wind & zon hierbij toe te passen. Hiervoor geldt de regel 1MW zonopwek staat gelijk aan 1MW windopwek.

SE4. Clusteren van duurzame opwek projecten

Biedt veel kansen voor SE4 in bod

Er is een groot aantal zoekgebieden toegewezen door de Sub RES regio. Dit betekent dat naast capaciteit op stations ook veel aansluitmogelijkheden (stopcontacten) nodig zijn. In de praktijk zien we dat deze stopcontacten schaars zijn. Clustering van verschillende zoekgebieden zorgt ervoor dat er minder stopcontacten nodig zijn waardoor de haalbaarheid van de zoekgebieden wordt vergroot.

SE5. Overige oplossingen: aansluiten wind en zon op één aansluiting (cablepooling), aftoppen van piek productie en benutten reservecapaciteit

Biedt veel kansen voor SE5 in bod

In veel zoekgebieden in de subregio liggen kansen om de haalbaarheid te vergroten. Met name het verkleinen van de afstand tot het dichtstbijzijnde station en het gebruik van één aansluitkabel voor het zoekgebied, vergroot de haalbaarheid (tijd en kosten) om het gewenste opwekvermogen aan te sluiten op het elektriciteitsnet.

SE1. Beter benutten van de restcapaciteit op het bestaande energienet

52

Kop van Noord-Holland

WestFriesland

Alkmaar

3. Aanbevelingen | systeemefficiëntie per zoekgebied (2/3) O.b.v. de aangeleverde zoekgebieden van RES 1.0 is per zoekgebied gekeken hoe het zoekgebied meer potentie heeft en beter aansluit op de dichtstbijzijnde station. Hieronder wordt dit per zoekgebied beschreven.

#

Naam zoekgebied

Type uitgangspunt systeem efficiëntie

Beschrijving aanbeveling •

1 en 17

Grootslaggebied

• •

Combineer de zoekgebieden met de repowering-mogelijkheden van bestaande windturbines. Zo wordt het mogelijk om cable pooling toe te passen. Pas een goede wind/zon verhouding (1MW zon = 1MW wind) toe om de beschikbare capaciteit op het nabijgelegen station optimaal te benutten. De mogelijkheid bestaat om het zoekgebied qua opwekvermogen te vergroten om zodoende bestaande beschikbare capaciteit van het nabijgelegen station optimaal te benutten.

2

Bedrijventerrein Medemblik

•

Geen aanbevelingen voor dit zoekgebied. Om dit zoekgebied te kunnen aansluiten op het elektriciteitsnet zijn uitbreidingswerkzaamheden op het nabijgelegen station nodig.

3

Bedrijventerrein Zwaagdijk-Oost

•

Cluster/combineer dit zoekgebied met zoekgebied 4 om het gebruik van het aantal aansluitpunten (stopcontacten) op het dichtstbijzijnde station zo laag mogelijk te houden. Hiermee wordt de haalbaarheid van het realiseren van het zoekgebied vergroot.

•

4

Middenstation ZwaagdijkOost

Het zoekgebied (zon opwek) is enorm qua omvang. Dit betekent dat er mogelijk eerst uitbreidingswerkzaamheden nodig zijn aan het dichtstbijzijnde station. Een combinatie van wind & zon in dit zoekgebied kan de haalbaarheid van het aansluiten op het station vergroten waarbij een zelfde hoeveelheid opwek (GWh) behaald wordt.

5

A7 - tussen afslagen Abberkerk-Medemblik

6

A7 – nabij Broerdijk

7

Bedrijventerrein Wognum

• •

Geen aanbevelingen voor dit zoekgebied. Om dit zoekgebied te kunnen aansluiten op het elektriciteitsnet zijn uitbreidingswerkzaamheden op het nabijgelegen station nodig.

•

Cluster/combineer dit zoekgebied met zoekgebied 4 om het gebruik van het aantal aansluitpunten (stopcontacten) op het dichtstbijzijnde station zo laag mogelijk te houden. Hiermee wordt de haalbaarheid van het realiseren van het zoekgebied vergroot.

•

Geen aanbevelingen voor dit zoekgebied.

53

Kop van Noord-Holland

WestFriesland

Alkmaar

3. Aanbevelingen | systeemefficiëntie per zoekgebied (2/3) #

Naam zoekgebied

8 en 9

Wester Boekelweg en De Veken

10 en 11

De Braken en spoorweg Obdam-Hoorn

12 en 13

Vredemaker/Jaagweg en A7 - Oudendijk

14

Kamersloot

15

Elbaweg

16

Oosterwijzend

18

Krabbersplaat/Schepenwijk

19

Markermeer en IJsselmeer

Type uitgangspunt systeem efficiëntie

Beschrijving aanbeveling •

Cluster/combineer zoekgebieden om het gebruik van het aantal aansluitpunten (stopcontacten) op het dichtstbijzijnde station zo laag mogelijk te houden. Hiermee wordt de haalbaarheid van het realiseren van het zoekgebied vergroot.

•

De afstand van zoekgebied 10 tot het dichtbij zijnde stations is vrij fors. Hierdoor zullen aansluitkosten van het zoekgebied hoog uitvallen en heeft dit direct impact op de realiseerbaarheid van het zoekgebied. Cluster en verplaats zoekgebied 10 naar zoekgebied 11 om het gebruik van het aantal aansluitpunten (stopcontacten) te verminderen en de afstand tot het dichtst bijzijnde station te verkleinen. Hiermee wordt de haalbaarheid van het realiseren van het zoekgebied vergroot.

•

Sluit zoekgebieden 12 en 13 voor zon aan op de repowering- mogelijkheden van bestaande windturbines en pas cablepooling toe. Zorg voor optimale opwek door evenwichtige zon/wind verdeling.

• •

Pas een goede wind/zon verhouding (1MW zon = 1MW wind) toe om de beschikbare capaciteit op het nabijgelegen station optimaal te benutten.

•

De afstand van zoekgebied 10 tot het dichtbij zijnde stations is vrij fors. Hierdoor zullen aansluitkosten van het zoekgebied hoog uitvallen en heeft dit direct impact op de realiseerbaarheid van de invulling het zoekgebied. Geadviseerd wordt om dichter bij zoekgebied 14 of 16 te zoeken.

•

Pas een goede wind/zon verhouding (1MW zon = 1MW wind) toe om de beschikbare capaciteit op het nabijgelegen station optimaal te benutten.

•

De mogelijkheid bestaat om het zoekgebied qua opwekvermogens omvang te vergroten om zodoende bestaande beschikbare capaciteit om het nabijgelegen station optimaal te benutten.

•

Vanwege de omvang (in GWh) van het zoekgebied wordt er doorverwezen naar TenneT.

54

54

Kop van Noord-Holland

WestFriesland

Alkmaar

3. Aanbevelingen | gezamenlijk uitvoeringsprogramma (3/3) Uitvoering van de RES is een complex proces waarbij verschillende partijen beslissingen nemen en afhankelijkheden op elkaar af moeten stemmen. Graag richten we hiervoor gezamenlijk een governance in die onder meer helder maakt hoe verantwoordelijkheden zijn verdeeld en besluiten worden genomen. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een gezamenlijk uitvoeringsprogramma waarin betrokken partijen (overheden, marktpartijen, netbeheerder) met elkaar samenwerken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10331258/1