bijlage 4 Bestemmingsplan REZ
Tekst van het document
Bij het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied moet rekening worden gehouden met de ambities en ontwikkelprincipes die staan beschreven bij de afzonderlijke ensembles en structuren. Ensemble West Friesland Oost Het plangebied ligt binnen het ensemble West Friesland Oost. Het oostelijk deel van West-Friesland heeft landschappelijk gezien veel verwantschap met West-Friesland Midden en West, maar heeft wel deels een eigen ontstaansgeschiedenis en karakteristieken. Het oostelijk deel vormt tevens de kust van het IJsselmeer en het Markermeer. In dit ensemble herinneren de karakteristieke binnensteden van Medemblik, Enkhuizen en Hoorn aan het Zuiderzee- en VOC-verleden. De Westfriese Omringdijk vormt een herkenbare omlijsting van het oude zeekleilandschap van West-Friesland. In het Westfriese landschap zijn lokale landschappelijke verschillen ontstaan door de ontstaansgeschiedenis, de strijd tegen het water, de ligging en vooral de groei van de steden, de mate van ruilverkaveling en de huidige dynamiek.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
50
Voor het ensemble West-Friesland Oost zijn de volgende voor het plangebied relevante ambities en de bijbehorende ontwikkelprincipes het vertrekpunt bij het streven naar ruimtelijke kwaliteit: a. Houd langs de dijk de zone direct aan de voet van de dijk, de zogenaamde 'kwaliteitszone', zo veel mogelijk vrij van bebouwing en publiek toegankelijk. b. Zorg ervoor dat in de zogenaamde 'panoramazone' van de dijk aantrekkelijke open ruimtes gehandhaafd blijven (zie structuur Westfriese Omringdijk). Zo ontstaat een afwisselend beeld vanaf de dijk het landschap in en vice versa.
Figuur 4.3 Duiding kwaliteitszone en panoramazone Ad a. In de oplegnotitie op het beeldkwaliteitsplan (2019) wordt aangegeven dat met het terugleggen van het vakantiepark op land waarbij de bestaande kustlijn wordt gevolgd, een openbare route langs het water hier weer mogelijk is. De route is beoogd als onderdeel van het openbaar toegankelijk padennetwerk op het vakantiepark. De route loopt ter hoogte van het zwembad door langs de kust. Ten noorden van het zwembad buigt de route terug en loopt daar parallel op enige afstand van de parkeerstraat. Vanaf het einde van de parkeerstraat kan langs de camping en de zeilschool richting de punt van de in het IJsselmeer aan te leggen convexe kustboog worden gelopen. Deze kustroute zal worden geborgd in het bestemmingsplan, door de aanduiding 'pad' op te nemen in een zone langs het IJsselmeer. Hiermee wordt aangeduid dat sprake is van een openbaar toegankelijk pad. Nieuwe bebouwing zal ter plaatse van deze aanduiding niet zijn toegestaan. Hiermee voldoet het plan aan dit specifieke ontwikkelprincipe. Ad. b. In het aangepaste stedenbouwkundig plan zijn drie zichtlijnen van de Omringdijk / Zeemuur binnenstad Enkhuizen benoemd. De borging van zal plaatsvinden middels een specifieke aanduiding op de planverbeelding. De zichtlijn zal vrij van bebouwing worden gehouden.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
51
Daarnaast gelden aanvullende regels voor nieuwe beplanting die de zichtlijn kan belemmeren. Hiermee wordt de visuele relatie tussen de binnenstad en het IJsselmeer hersteld en versterkt. Het plan voldoet daarom aan dit specifieke ontwikkelprincipe. Structuur Westfriese Omringdijk In het plangebied ligt daarnaast de structuur Westfriese Omringdijk. De Westfriese Omringdijk is de dijk rond het oude zeekleilandschap van West-Friesland. De dijk beschermt de Westfriezen al sinds de 13e eeuw tegen water en verbindt verschillende gemeenten en landschappen, ieder deel met een eigen karakter. De dijk is met zijn 126 km lengte een tastbaar icoon van de Westfriese identiteit. De Westfriese Omringdijk rijgt verschillende landschapstypen aan elkaar die het resultaat zijn van verschillende fasen van ontginning, drooglegging en aandijkingen. De dijk zelf is door de eeuwen heen, ondanks de 'permanente verbouwing' van de dijk en ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving, opvallend goed in zijn oorspronkelijke profiel bewaard gebleven. De Westfriese Omringdijk is beschermd als provinciaal monument. Ten aanzien van de Provinciale Structuur Westfriese Omringdijk zijn de volgende kernwaarden opgenomen die betrokken moeten worden bij het streven naar ruimtelijke kwaliteit: Openheid en ruimtebeleving: a.
De beleving van de vrije open ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten en de ruimtelijke dragers (figuur 4.4): b. De driedimensionale structuren en lijnen die in het (vlakke) landschap het beeld bepalen en begrenzen. Denk hierbij aan bebouwingslinten, de bomenlanen en dijken.
Figuur 4.4 Openheid en ruimtebeleving
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
52
Daarnaast zijn als ambitie en ontwikkelprincipes voor de structuur Westfriese Omringdijk opgenomen: a. dat ruimtelijke ontwikkelingen bij moeten dragen aan de beleving van de openheid, en dat de ruimtelijke kwaliteit gebaat is bij het zichtbaar en beleefbaar houden/maken van de landschappelijke verschillen aan beide zijden van de dijk (figuur 4.5). b. Behoud of creëer ruime doorzichten naar de aanliggende landschappen, zeker waar de landschappelijke karakteristiek goed beleefbaar is.
Figuur 4.5 Landschappelijke verschillen aan beide zijden van de dijk Ad a. In de huidige situatie is ter plaatse van het beoogde vakantiepark geen sprake van openheid. Immers, er is reeds veel bebouwing aanwezig. Daarnaast is sprake van intensieve beplanting. Op de seizoenscamping aangrenzend aan het buitenmuseum staan caravans dicht op elkaar. De passantencamping heeft zich ontwikkeld van een bescheiden toeristisch terrein voor kleine tenten tot een terrein dat het gehele zomerseizoen vol staat met grote bungalowtenten, caravans en campers. De hekken en hagen in het terrein zorgen daarnaast voor versnipperd beeld. In de nieuwe situatie, waar een vakantiepark is beoogd zal er vanzelfsprekend geen sprake zijn van grote openheid. De ruimtelijke kwaliteit van het terrein zal echter aanzienlijk verbeteren. Door de aanleg van zichtlijnen zal de visuele relatie tussen de Omringdijk en het IJsselmeer dusdanig verbeteren, dat alsnog sprake is van een bijdrage aan de ambities en ontwikkelprincipes. Het totaal terugbrengen van openheid door sloop van bebouwing en verwijderen van beplanting is echter niet realistisch. Ad. b. Zoals aangegeven onder a wordt door de zichtlijnen de beleefbaarheid van het gebied ten opzichte van de huidige situatie verder versterkt. Conclusie Dit bestemmingsplan voldoet aan de ontwikkelprincipes, met uitzondering van het aspect openheid.
Omdat in de huidige situatie al geen sprake is van openheid is het voor het plangebied niet realistisch om volledig te voldoen aan dit principe. Door de aanleg van zichtlijnen alsmede een zorgvuldige inpassing van het vakantiepark ontstaat een aanzienlijke kwaliteitsverbetering. Deze inpassing wordt met dit bestemmingsplan juridisch geborgd op de verbeelding en in de regels. Het plan houdt dus rekening met de Leidraad landschap en cultuurhistorie. Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
53
4.10.1.2 Zuiderzeemuseum Het Zuiderzeemuseum heeft als onderdeel van de beroepsprocedure een cultuurhistorisch onderzoek uit laten voeren (SteenhuisMeurs, 2020). Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 20 bij deze toelichting. De onderstaande tekst bevat een samenvatting van dit rapport. In 1942 ontstond het idee voor de oprichting van een Zuiderzeemuseum. Architect S.J. Bouma constateerde dat tien jaar na de bouw van de afsluitdijk al veel veranderd was in de dorpen en steden rondom de voormalige Zuiderzee; de Zuiderzeecultuur zou volgens hem snel tot het verleden kunnen gaan behoren. Dit idee werd in 1943 opgepakt door de Rijkscommissie voor advies inzage de musea. In datzelfde jaar ontstond ook het idee om het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen te realiseren, de uiteindelijke locatiekeuze werd in 1948 gemaakt. Belangrijke argument daarbij was onder andere de blijvende vrije ligging aan een open watervlakte. Bovendien was er een toezegging van de Rijksdienst voor de Zuiderzeewerken om de werkhaven voor de Markerwaard zó aan te leggen dat hier later het buitenmuseum op aangelegd kon worden. Daarmee kon werk met werk gemaakt worden. In 1950 werd het Binnenmuseum van het Zuiderzeemuseum geopend. Dit museum is gevestigd in een aantal historische panden aan de Wierdijk, in het oostelijk deel van de historische binnenstad. In 1983 is het Buitenmuseum geopend.
Het Buitenmuseum is gerealiseerd op basis van een structuurplan dat is opgesteld door N. Heijligenberg. Het Buitenmuseum is ontworpen als een reeks cultuurlandschappen, waarin het geheel van zee, landschap, verkavelingspatronen, buitenruimte, erven en tuinen, gebouwen en interieurs de essentie van de collectie vormt. Verkavelingen uit bestaande plaatsen (Hindeloopen, Oostereind, Kolhorn, Edam, Stavoren, Urk en Zoutkamp) vormen daarvoor de basis. In het museum werden panden geplaatst die van elders verplaatst waren. Tijdens de afronding eind jaren '70 werden ook replica's geplaatst van bestaande gebouwen om zo het beeld compleet te maken. Door de achterzijde van het museumterrein met een brede strook bomen en struiken te beplanten, kon het achterliggende recreatieterrein worden afgeschermd en kreeg het buitenmuseum een groen decor. Op één onderdeel na is het Structuurplan uitgevoerd. Uitgangspunt van het museum is 'living history': figuranten brengen het leven en de ambachten van rond 1900 in beeld. Het jaar 1900 is ook het ijkpunt voor het museum. Het Buitenmuseum biedt een unieke ervaring, gezien de ligging aan het IJsselmeer en de ruimtelijke opzet. De toegang per boot versterkt deze beleving.
Volgens het onderzoek van SteenhuisMeurs kent het Buitenmuseum vier kernwaarden: nationaal monument voor de Zuiderzee; de sublimatie van historische dorpen en steden tot een samenhangend dorpsgezicht; een reis naar een andere tijd; spiegelstad van het moderne leven. Daarnaast heeft het buitenmuseum de volgende waarden: Cultuurhistorische waarden Het Buitenmuseum is cultuurhistorisch van waarde. Vanwege het belang als nationaal monument voor de (cultuur van) de Zuiderzee heeft het museum de status van Rijkscollectie gekregen. Het is ook van waarde als uitzonderlijk product van de Zuiderzeewerken: naast de waterschapsbelangen kregen deze werken ook als doel het inventariseren, documenteren, verzamelen en ontsluiten van de cultuur die verloren ging door deze werken. Bovendien kan het ook gezien worden als apotheose van de ontwikkeling van openluchtmusea in Nederland. Door de opzet wordt de bezoeker een magische tijdreis geboden naar een andere tijd, om in een gesublimeerd cultuurlandschap in een perfecte landschappelijke inbedding een totaalervaring te kunnen beleven. Op afstand is de moderne tijd te zien, gescheiden door een buffer (de Zeemuur, water en de groenstructuur op de grens met het recreatiegebied).
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
54
Een deel van deze waarden vallen buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan; in principe worden hier alleen ruimtelijke waarden opgenomen. Daarom wordt hieronder ingegaan op de ruimtelijke waarden. Ruimtelijke waarden: landschap en stedenbouw Het ontwerp van het buitenmuseum omvat de landschappen van de Zuiderzee in gesublimeerde vorm; het is ontworpen als een samenhangend cultuurlandschap dat zich tot in zijn omgeving uitstrekt en daarin inbed. Hiertoe is onder andere een bufferzone opgenomen in het Enkhuizerzand (de groenstrook). De uitwerking van de buurten is gebaseerd op onderzoek in het gehele Zuiderzeegebied. Bovendien is het opgezet als samenhangende collage van dorps- en stadsfragmenten, gebaseerd op kadastrale minuutkaarten uit de 1e helft van de 19e eeuw. Deze collage geeft een indruk van een samenhangend geheel, waarin de sfeer en het karakter van het voormalige Zuiderzeegebied herkenbaar is. De ruimtelijke opzet kent een aantal landmarks (zoals de Kerktoren, de Molen en de Kalkovens). Verder is er een aantal punten die uitzicht geven op deze landmarks en op het IJsselmeer. Deze zichtlijnen zorgen voor oriëntatie in het museum, maar ook voor de relatie met de voormalige Zuiderzee. Deze relatie is op veel plekken in het museum sterk aanwezig.
Figuur 4.6 landmarks en zichtlijnen Buitenmuseum (Bron: SteenhuisMeurs) Wijze waarop de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden in dit bestemmingsplan zijn geborgd Het Buitenmuseum is tot stand gekomen op basis van een Structuurvisie. Uitgangspunt van deze visie is het realiseren van bovengenoemde collage van landschappen en stedenbouwkundige structuren. Het uitgangspunt is deze kwaliteiten te beschermen in dit bestemmingsplan. Daarbij is ervoor gekozen om niet ieder object en iedere structuur apart te bestemmen, maar om te werken met een strijdig gebruikregeling: activiteiten die de cultuurhistorische waarden aantasten worden gezien als strijdig. Een groot deel van de zichtlijnen loopt over de bestemming Water. Binnen deze bestemming mag sowieso geen bebouwing opgericht worden en zijn geen functies toegestaan anders dan gerelateerd aan het water. Ter verduidelijking is de aanduiding 'zichtlijn' opgenomen. In de gebieden waar deze aanduiding geldt, mag geen bebouwing opgericht worden. Op basis van het bovenstaande is geborgd dat deze zichtlijnen vrij blijven. Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
55
Rondom het Zuiderzeemuseum ligt een buffer. Deze wordt gevormd door de Zeemuur en de groenstrook bij het Enkhuizerzand. De Zeemuur vormt onderdeel van het beschermd stadsgezicht; in dat bestemmingsplan is geborgd hier niet zomaar ingrepen uitgevoerd mogen worden. Tussen het Enkhuizerzand en het Buitenmuseum is een groenstrook. Deze strook maakt onderdeel uit het oorspronkelijke plan. Deze strook is geborgd in het bestemmingsplan middels de bestemming 'Groen'. Hierbinnen zijn geen gebouwen mogelijk. Deze buffer heeft tevens een functie om enerzijds mogelijk overlastgevende activiteiten op het buitenmuseum zoals het roken te waarborgen. Anderzijds worden gevoelige functies rondom het buitenmuseum beschermd voor een goed- en woonleefklimaat.
Activiteiten in het museum Uitgangspunt van het Zuiderzeemuseum is 'living history': er is niet alleen sprake van een verzameling objecten, het leven en de ambachten van rond 1900 worden door figuranten levend gehouden. Dat betekent ook dat op het museumterrein diverse ambachtelijke activiteiten uitgevoerd worden. Deze ambachten, die opgenomen zijn op onderstaande figuur, vormen onderdeel van de museale beleving. In onderstaande afbeelding zijn de locaties waar ambachten uitgevoerd worden, aangeduid. Daarbij zijn ook de richtafstanden opgenomen. Deze locaties worden specifiek aangeduid in dit plan.
Figuur 4.7 ambachtelijke bedrijven en contouren (Bron: SteenhuisMeurs)
Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
56
4.11
Ecologie
Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie ten aanzien van de Natuur Netwerk Nederland de uitvoering van het plan niet in de weg staan. In de Natura 2000 toets en quickscans ecologie zijn de effecten op beschermde flora-en fauna en beschermde gebieden onderzocht. Soortenbescherming Bij ecologisch onderzoek in 2017 zijn in het noordelijke gebied ter plaatse van de beoogde camping Rugstreeppadden waargenomen. In het overige deel van het plangebied zijn geen beschermde floraen fauna aangetroffen. Om te waarborgen dat negatieve effecten op beschermde soorten ter plaatse van de camping zijn uitgesloten heeft een nieuwe quickscan plaatsgevonden (zie bijlage 16). Op basis van deze quickscan wordt geconstateerd dat de locatie potenties heeft voor beschermde soorten broedvogels in de oeverzone (buiten het te ontwikkelen plangebied), de Rugstreeppad (ter plaatse van de dijksloot en nieuw gegraven slootje) en vleermuizen (vliegroute Meervleermuis langs de oever). De volgende mitigerende maatregelen worden aanbevolen: Opnieuw plaatsen van paddenscherm; Onderzoek Rugstreeppad herhalen. Naar aanleiding van de resultaten van de quickscan heeft een inventarisatie Rugstreeppad plaatsgevonden (zie bijlage 17).
Uit de inventarisatie Rugstreeppad zijn de volgende conclusies getrokken: Op twee plekken werden in 2019 weer Rugstreeppadden waargenomen waarbij de aantallen vergelijkbaar zijn met 2017. Op één plek werd de Rugstreeppad niet teruggevonden; Er werden geen bewijzen van voortplanting (larven, snoeren en juvenielen) gevonden; Er zijn geen waarnemingen van Rugstreeppad op of rond de campinglocatie; In het kader van de ontwikkelingen van de campinglocatie is geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig; Wel dient om intrek van Rugstreeppadden te voorkomen een paddenscherm te worden geplaatst om de te ontwikkelen campinglocatie. Op basis van de bovenstaande bevindingen is een paddenscherm geplaatst om de te ontwikkelen campinglocatie. Hiermee is voorkomen dat Rugstreeppadden terug kunnen keren. Ten aanzien van verstoring van vogels en vleermuizen is een verlichtingsplan opgesteld waarbij gebruik gemaakt van vleermuisvriendelijke verlichting. Door uitvoering van deze maatregelen worden negatieve effecten ten aanzien van soortenbescherming uitgesloten. Gebiedsbescherming Gezien de ligging van het plangebied nabij het Natura 2000-gebied IJsselmeer is een Natura 2000-toets uitgevoerd. De Natura 2000-toets is toegevoegd in bijlage 18.
De conclusies ten aanzien van Natura 2000 zijn hieronder opgenomen: De verstoringseffecten in de aanlegfase door licht, geluid, trillingen en vertroebeling zijn gering en beïnvloeden slechts een relatief zeer klein deel van het Natura 2000-gebied. Mede gezien het feit dat deze effecten per definitie tijdelijk zijn, worden deze als zeer gering en niet significant beoordeeld; Het (kite)surfen blijft uitgesloten net als in de huidige situatie op grond van de APV van Enkhuizen. Er zijn geen negatieve effecten. De stikstofdepositie op daarvoor gevoelige Natura 2000-habitats nergens hoger dan de drempelwaarde van 0,00 mol/ha/jr; Er is geen sprake van een toename van het aantal vaartuigbewegingen naar Natura 2000-gebied. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
57
NNN-gebied en weidevogelleefgebied Het plangebied is niet gelegen in beschermd weidevogelleefgebied. Wel is het IJsselmeer aangeduid als NNN-grote wateren. Op grond van artikel 2.10.1, tweede lid van het Barro is het beschermingsregime voor het NNN niet van toepassing op oppervlaktewaterlichamen in rijksbeheer, waaronder het IJsselmeer. De consequentie hiervan is dat de 'NNN grote wateren' in het IJsselmeer vanuit de PRV niet beschermd is. De toetsing van het NNN richt zich dus alleen op die delen van de NNN die geen onderdeel uitmaken van het IJsselmeer (dus geen toetsing van NNN grote wateren). Het gebied ten oosten van de Oosterdijk is aangeduid als NNN-gebied. In dit deel van het plangebied vinden geen ontwikkelingen plaats en dit gebied wordt dan ook consoliderend opgenomen in het bestemmingsplan. De beoogde ontwikkeling heeft geen gevolgen voor NNN-gebied of weidevogelleefgebieden. Conclusie Het aspect ecologie staat het voorgenomen plan niet in de weg.
4.12
Kabels en leidingen
In het plangebied en in de directe nabijheid van het plangebied liggen geen hogedruk aardgasleidingen, rioolwatertransportleidingen, drinkwatertransportleidingen, of hoogspanningsleidingtracé. Binnen het plangebied zijn wel windturbines gerealiseerd. Planologische relevante kabels en leidingen vormen daarom geen belemmering voor de vaststelling van dit plan. De eventuele aanwezigheid van kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.
4.13
Externe veiligheid
Volgens de professionele risicokaart zijn binnen het plangebied de volgende risicobronnen aanwezig. De N307, de windturbines nabij de Sluisweg en een vaarweg voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water. Rondom deze risicobronnen is binnen het plangebied alleen water aanwezig. Externe veiligheid is voor dit plangebied niet relevant vanwege het ontbreken van (beperkt) kwetsbare objecten nabij deze risicobronnen. Er is geen nader onderzoek of verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
58
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
59
Hoofdstuk 5
5.1
Wijze van bestemmen
Planvorm
5.1.1 Wat regelt een bestemmingsplan? Een bestemmingsplan geeft aan voor welke functies percelen en bouwwerken mogen worden gebruikt. Dat kan bijvoorbeeld zijn voor wonen, groen, verkeer enzovoort. Daarnaast bevat het plan per functie regels waaraan het gebruik en/of het bouwen moet voldoen. Zo is vastgelegd waar gebouwd mag worden en waar niet, en zijn regels gesteld hoe mag worden gebouwd. Het plan geeft bijvoorbeeld de maximale bouw- en goothoogte van gebouwen en de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals erfafscheidingen aan. 5.1.2 Hoe ziet een bestemmingsplan er uit? Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (voorheen de 'plankaart' genoemd), planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels zijn het juridische deel van het bestemmingsplan. In dit deel van het bestemmingsplan staan de rechten en plichten die voortvloeien uit het plan. In de plantoelichting zijn de achtergronden en uitgangspunten voor het beleid opgenomen. Met de toelichting worden de aanwezige belangen in het gebied afgewogen en wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond.
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is geregeld dat alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, digitaal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van de daartoe wettelijk verplicht gestelde standaarden Op die wijze zijn bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar en ook digitaal uitwisselbaar. Alle bestemmingsplannen in Nederland zijn te vinden op de website: www.ruimtelijkeplannen.nl. Via het tabblad 'bestemmingsplannen' kan worden doorgeklikt naar de provincie, de woonplaats of nog specifieker de straatnaam. De gebieden die zwart omlijnd op de kaart staan aangeduid, zijn de gebieden waarvoor een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar is. Zodra het gewenste bestemmingsplan is gevonden en deze voldoende is ingezoomd, wordt de betreffende bestemmingslegging zichtbaar. Om een beter beeld van de omgeving te krijgen, kan voor verschillende ondergronden worden gekozen (luchtfoto, topografie). Zodra linksboven 'legenda' wordt aangeklikt, wordt inzichtelijk wat de verschillende kleuren betekenen. Door vervolgens op een locatie binnen het plangebied te klikken wordt aan de rechterzijde van de kaart de bijbehorende informatie getoond. 5.1.3 Wat regelt het bestemmingsplan Enkhuizerzand? Het bestemmingsplan Enkhuizerzand en IJsselmeergebied regelt enerzijds de herontwikkeling van het recreatiegebied.
Anderzijds regelt het bestemmingsplan het huidige en feitelijke bouwen en gebruik van de overige delen in het plangebied, waaronder het IJsselmeergebied, het Zuiderzeemuseum en Sprookjeswonderland.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
60
5.1.4 Welke bestemmingen komen in dit bestemmingsplan voor? In het voorliggende plan komen zowel enkelbestemmingen als dubbelbestemmingen voor. De volgende enkelbestemmingen komen voor: Bedrijf - Nutsvoorziening, Cultuur en ontspanning - Attractiepark, Cultuur en ontspanning - Buitenmuseum Zuiderzeemuseum, Groen, Natuur - IJsselmeergebied, Recreatie - Camping, Recreatie - Dagrecreatie, Recreatie - Vakantiepark, Recreatie - Zwembad, Sport, Verkeer, Verkeer - Parkeerterrein, Verkeer - Verblijfsgebied, Water, Waterstaatkundige voorzieningen en Wonen. Tevens zijn de volgende dubbelbestemmingen van toepassing: Waarde - Archeologie 2, Waarde Archeologie 6 en Waterstaat - Waterkering. Een toelichting op deze bestemmingen is gegeven in paragraaf 5.4.
5.2
Opzet van de planregeling
De hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen, de volgende vaste volgorde: 1. in de Inleidende regels worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald; 2. in de Bestemmingsregels worden in alfabetische volgorde van de naam van de bestemmingen de regels gegeven waarmee die bestemmingen zoals die op de verbeelding voorkomen, nader worden omschreven; 3. de Algemene regels bevatten een aantal regels (voorheen bepalingen genoemd) die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti-dubbeltelbepaling of de bepaling welke wettelijke regeling van toepassing is); 4. de Overgangs- en slotregels ten slotte geven overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan. Ook bij de opstelling van een bestemmingsbepaling (Hoofdstuk 2 van de regels) moet een vaste volgorde gebruikt worden: Een bestemmingsregel behoeft niet alle voorgeschreven elementen te bevatten. Dit is afhankelijk van de aard van de bestemming. Alle bestemmingen bevatten wel een bestemmingsomschrijving en bouwregels. Daarnaast is een aantal bepalingen opgenomen waaraan landelijk gezien de regels van het bestemmingsplan moeten voldoen. Het gaat hierbij om een aantal begrippen, regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti-dubbeltelbepaling.
5.3
Toelichting op de inleidende regels
Artikel 1 Begrippen De begrippen die in het bestemmingsplan gebruikt worden zijn in dit artikel gedefinieerd. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. In de begrippen wordt vaak gebruik gemaakt van niet-limitatieve opsommingen. Dat betekent dat de concrete functies die genoemd worden voorbeelden zijn, en dat vergelijkbare functies ook toegestaan zijn. Dat is herkenbaar door de termen 'zoals' en 'daaraan gelijk te stellen ...'. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel maakt duidelijk hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
61
5.4
Toelichting op de bestemmingsregels
Het hoofdstuk Bestemmingsregels bevat de regels die specifiek gelden voor de bestemmingen in dit plan. Per bestemming volgt een toelichting. Artikel 3 Bedrijf - Nutsvoorziening Deze bestemming omvat de grotere nutsgebouwen in het plangebied. Artikel 4 Cultuur en ontspanning - Attractiepark Sprookjeswonderland valt onder de bestemming Cultuur en ontspanning – Attractiepark. Het speelterrein en de speelaccommodaties zijn bestemd voor dagrecreatieve voorzieningen. Ook de bijbehorende gebouwen en overige functies worden via de planregels mogelijk gemaakt, zoals een entreegebouw, een kinderboerderij, dierenverblijven en horeca. De maximum bouwhoogte voor de gebouwen bedraagt 15 m. Ook binnen deze bestemming zijn de bestaande detailhandel en horeca met aanduidingen op de verbeelding vastgelegd. Parkeren vindt plaats op eigen terrein, hiervoor is in een aanduiding op de verbeelding opgenomen. Artikel 5 Cultuur en ontspanning - Buitenmuseum Zuiderzeemuseum Voor het Zuiderzeemuseum is de bestemming Cultuur en ontspanning - Buitenmuseum Zuiderzeemuseum opgenomen. Deze bestemming omvat het openluchtmuseum en de daarbij behorende gebouwen, zoals het bezoekerscentrum, ontvangstgebouw, winkels en horecagelegenheden. In deze regeling zijn de cultuurhistorische waarden van het Buitenmuseum geborgd. Verder is de bedrijfsvoering geborgd.
Artikel 6 Groen Deze bestemming omvat het openbare groen in het plangebied. Op de gronden mogen geen gebouwen en geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. De passantencamping is specifiek aangeduid. Ter plaatse zijn maximaal 80 kampeermiddelen ten behoeve van passanten toegestaan. Ook is een specifieke aanduiding opgenomen voor de langs de Oosterdijk gelegen hondensportvereniging. Dit betreft een bestaande functie. De bestaande situatie is planologisch geborgd. Artikel 7 Natuur - IJsselmeergebied Het IJsselmeer en Markermeer zijn van belang vanwege natuurwaarden. Deze zijn daarom bestemd voor 'Natuur - IJsselmeergebied'. Naast de natuurfunctie zijn het IJsselmeer en Markermeer van belang voor waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging, beroepsvaart, beroepsvisserij en watergebonden dagrecreatie. Specifieke vormen van gebruik zijn op de verbeelding aangeduid met een functieaanduiding. Voorbeelden hiervan zijn de passantenhaven op natuureiland 'De Kreupel', en de fuiken ten behoeve van de beroepsvisserij. Het IJsselmeer heeft een functie voor de drinkwatervoorziening. Daarom is dit gebruik ook specifiek benoemd in de bestemmingsomschrijving. In de planregels is een aantal vormen van gebruik gedefinieerd die strijdig zijn met de bestemming.
Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het zoeken naar en het winnen van diepe delfstoffen, de aanleg van transport- en energieleidingen onder de grond of in het water en het aanleggen van aanleggelegenheid voor meer dan 50 ligplaatsen. Natuur - Moerasgebied In het plangebied zal een moerasgebied gerealiseerd worden. Hiervoor is de bestemming Natuur-Moerasgebied opgenomen. Hiermee is planologisch geborgd dat deze invulling gerealiseerd gaat worden. De aanwezigheid en instandhouding hiervan is als vooraardelijke verplichting opgenomen in de bestemming Recreatie - Vakantiepark
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
62
In de planregels is een aantal vormen van gebruik gedefinieerd die strijdig zijn met de bestemming. Voor dergelijke activiteiten is een aanlegvergunning nodig.
Artikel 9 Recreatie - Camping Deze bestemming omvat het nieuwe kampeerterrein en de daarbij behorende gebouwen/functies (receptie, fietsverhuur, sanitaire voorzieningen, milieustraat e.d.). Verblijfsrecreatie is toegestaan in kampeermiddelen. Onder deze laatste categorie vallen eenvoudige bouwwerken zoals een stacaravan en een trekkershut. Een recreatiewoning valt hier niet onder. Het aantal standplaatsen is in de specifieke gebruiksregels gemaximeerd op 200 waarvan 160 permanente en 40 niet permanente kampeermiddelen. Ook de maximale oppervlakte van gebouwen (met uitzondering van kampeermiddelen) is vastgelegd. Deze oppervlakte bedraagt voor het terrein buiten de aanduiding 'gemengd' 520 m2. Bijgebouwen op een standplaats vallen onder deze oppervlaktemaat. Per standplaats is maximaal één bijgebouw met een oppervlakte van maximaal 6 m2 toegestaan. Naast bovengenoemde verblijfsrecreatie is tevens een mogelijkheid opgenomen voor standplaatsen voor campers. Binnen de bestemming worden op de convexe kustboog (dus het deel ten oosten van de centrale voorzieningen) alleen niet permanente kampeermiddelen (zoals tenten en campers) toegestaan. Dit betreft kampeermiddelen die uitsluitend aanwezig zijn in de periode 15 maart - 31 oktober. Dit zijn dus geen permanente eenheden, wat de uitstraling van de kustlijn vanaf het water ten goede komt.
Ter plaatse is de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - niet permanente kampeermiddelen' opgenomen. Verschillende faciliteiten van de camping worden gecombineerd met de beoogde zeilschool. Daarom valt ook de beoogde nieuwe locatie van de reddingsbrigade en de zeilschool met jachthaven binnen de bestemming Recreatie - Camping. Hiervoor is de aanduiding 'gemengd' opgenomen. Op gronden met deze aanduiding is horeca toegestaan in categorie 1. Bovendien wordt hier de mogelijkheid voor overnachtingen ten behoeve van de zeilschool geboden met een maximum inhoudsmaat. Vanwege de behoefte aan toezicht hebben zeilschool en camping gezamenlijk de mogelijkheid voor twee bedrijfswoningen, eveneens gekoppeld aan een maximum inhoudsmaat. De totale oppervlakte bebouwing op gronden met de aanduiding 'gemengd' bedraagt maximaal 600 m2. Deze maximale oppervlaktemaat is op de verbeelding opgenomen evenals de maximale hoogtemaat van 8,5 meter. Artikel 10 Recreatie - Dagrecreatie De bestemming 'Recreatie - Dagrecreatie' is toegekend aan de bestaande en uit te breiden gronden op Enkerhuizerzand die zijn bedoeld voor dagrecreatieve voorzieningen, sport- en speelterreinen, ligweiden, strand etc. Recreatie - Vakantiepark Het beoogde vakantiepark heeft de bestemming 'Recreatie - Vakantiepark'. Binnen deze bestemming zijn ten hoogste 160 grondgebonden recreatiewoningen toegestaan.
Voor deze recreatiewoningen en bijbehorende bouwwerken is een aantal bouwregels opgenomen, maar ook vanuit het beeldkwaliteitsplan (onderdeel van de welstandsnota) en de aanvulling daarop gelden eisen ten aanzien van de bebouwing. Permanente bewoning van recreatiewoningen is expliciet uitgesloten in de planregels. Onder permanente bewoning wordt verstaan bewoning van een ruimte als hoofdwoonverblijf, waarbij door betrokkene(n) niet aannemelijk is of kan worden gemaakt dat elders daadwerkelijk over een hoofd woonverblijf wordt beschikt. Een vakantiepark heeft ook ruimte nodig voor beheersvoorzieningen. Deze zijn ook mogelijk gemaakt in de bestemming met een specifieke aanduiding. Hier is ook een beheerderswoning toegestaan.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
63
Voor het graven en de aanleg van water is een aanlegvergunningenstelsel opgenomen. Omdat de definitieve invulling van het vakantiepark nog niet bekend is, is het graven en de aanleg van water alleen mogelijk gemaakt met de aanvraag van een omgevingsvergunning. Tenslotte is in de regels geborgd dat gebruik van het vakantiepark alleen is toegestaan als minimaal 2 ha moerasgebied binnen de bestemming Natuur - Moerasgebied wordt aangelegd en in stand wordt gehouden. Artikel 12 Recreatie - Zwembad Deze bestemming omvat het zwembad en de bijbehorende gebouwen en sport- en speelterreinen. Tevens valt de receptie ten behoeve van het vakantiepark op de gronden met de bestemming 'Recreatie - Vakantiepark' met de bijbehorende voorzieningen zoals horeca, fietsverhuur, ondersteunende detailhandel en kantoren onder het toegestane gebruik. Om deze functies ook ruimtelijk mogelijk te maken is het bouwvlak ten opzichte van de bestaande bebouwing iets vergroot. Artikel 13 Sport De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor het bestaande sportcomplex Immerhornpolder. Onder deze bestemming vallen ook de gebouwen ten behoeve van de sportdoeleinden, zoals ondersteunende horeca, kleedruimten e.d. Deze gebouwen hebben op de verbeelding een bouwvlak gekregen. Binnen de bestemming zijn ook parkeervoorzieningen mogelijk.
Artikel 14 Verkeer De provinciale weg N302 en Oosterdijk zijn bestemd voor Verkeer. Ter plaatse van de Spuisluis is de aanduiding 'waterstaat' opgenomen. Artikel 15 Verkeer - Parkeerterrein Het parkeerterrein van het Zuiderzeemuseum aan de Sluisweg op bedrijventerrein Krabbersplaat is bestemd voor 'Verkeer - Parkeerterrein'. In de regels is specifiek opgenomen, dat deze gronden bestemd zijn voor parkeren ten behoeve het binnen- en buitenmuseum van het Zuiderzeemuseum. Ook is aangegeven dat er minimaal 350 parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn. Artikel 16 Verkeer - Verblijfsgebied De ontsluitingsweg door het plangebied alsmede het pad vanuit de wijk Kadijken langs de Haling heeft de bestemming Verkeer - Verblijfsgebied. Nabij de camping is de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - camperstandplaatsen' opgenomen ten behoeve van standplaatsen voor campers. Artikel 17 Water Watergangen en waterpartijen zijn voorzien van de bestemming 'Water'. Hier valt dus niet het Natura 2000-gebied IJsselmeer en Markermeer onder. De haven bij de zeilschool heeft de specifieke aanduiding 'haven'. Artikel 18 Waterstaatkundige voorzieningen Deze bestemming is gegeven aan de Spuisluis met de bijbehorende waterstaatkundige werken, de oevers die van belang zijn voor de waterstaatkundige functie, alsmede de bijbehorende wegen en paden.
Op deze gronden zijn alle voorzieningen en gebouwen mogelijk die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de waterstaatkundige functie. De in het plangebied aanwezige windturbines nabij de Spuisluis zijn aangeduid als 'windturbine'. Bij vervanging van de windturbines dienen deze van hetzelfde merk en afmeting te zijn. Tevens is de maximum bouwhoogte opgenomen. Per windturbine is een transformatorstation toegestaan met een oppervlakte van ten hoogste 10 m².
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
64
Artikel 19 Wonen Vuurtoren De Ven en de bijbehorende woning zijn bestemd voor Wonen. De vuurtoren is specifiek aangeduid voor 'cultuurhistorische waarde' en vanwege de nautische functie als 'waterstaat'. Artikel 20 Waarde - Archeologie 2 en Artikel 21 Waarde - Archeologie 6 Omdat in het plangebied gebieden aanwezig zijn waar een kans bestaat dat er archeologische sporen in de grond aanwezig zijn, zijn dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' opgenomen. Voor bepaalde activiteiten op de gronden met de dubbelbestemming is een omgevingsvergunning voor bouwwerken, werken en werkzaamheden noodzakelijk. Archeologisch onderzoek is in verband met een omgevingsvergunning slechts noodzakelijk indien de bouwwerken, werken of werkzaamheden de maximale diepte (van de toegekende waarde) overschrijden. Artikel 22 Waterstaat - Waterkering De primaire waterkering valt in verschillende bestemmingen in het plangebied. Er is hiervoor dan ook een dubbelbestemming opgenomen. Deze dubbelbestemming regelt de voorzieningen ten behoeve van de waterkering. Binnen deze bestemming is het aanbrengen van beplanting en het afgraven en ophogen van gronden niet mogelijk zonder een omgevingsvergunning.
5.5
Toelichting op de algemene regels
Deze algemene regels bestaan uit een aantal algemene, niet aan specifieke bestemmingen gekoppelde, bepalingen. Artikel 23 Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is vast voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening en dient in alle bestemmingsplannen te worden opgenomen. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld in het geval dat (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Om hiervan een voorbeeld te geven: binnen de bestemming Bedrijf mag een bepaald percentage van het bouwvlak worden bebouwd. Indien het absolute oppervlak (uitgedrukt in m²) niet is bereikt, kan door het bijkopen van een stuk grond van het aangrenzend perceel extra bebouwing tot dit maximum worden gerealiseerd. De anti-dubbeltelregel voorkomt dat de overgedragen grond nog eens in de beoordeling van de bouwmogelijkheden op het oorspronkelijk deel erf kan worden betrokken. Artikel 24 Algemene bouwregels De algemene bouwregels omvatten bouwregels die aanvullend op de regels van hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Overschrijding bouwgrenzen Dit lid bevat een algemene regeling voor een geringe overschrijding van bouwgrenzen door ondergeschikte onderdelen van gebouwen. Het betreft in dit plan hoofdzakelijk de gebouwen waarvoor een bouwvlak (= bouwgrens) is opgenomen. De overschrijding van de bouwgrenzen dient wel beperkt te zijn.
Bestaande maten In deze bepaling is opgenomen dat bestaande maten, die meer of minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, als ten hoogste toelaatbaar mogen worden aangehouden. Herbouw is uitsluitend mogelijk indien deze op dezelfde plaats plaatsvindt. Op de genoemde afwijkingen is daarnaast het overgangsrecht niet van toepassing.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
65
Parkeren Deze bepaling heeft betrekking op het waarborgen van voldoende parkeergelegenheid voor bouwwerken waarvan een parkeergelegenheid wordt verwacht. Deze bepaling is opgenomen vanwege het feit dat de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening zijn komen te vervallen. Ondergronds bouwen Ondergrondse bouwwerken zijn toegestaan, mits deze binnen de aangegeven bouwvlakken worden gerealiseerd. Voor het uitvoeren van ondergrondse werkzaamheden en ondergrondse bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden geen beperkingen. Artikel 25 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn aanvullende regels opgenomen met betrekking tot de geluidszone industrielawaai, de waterkeringen (IJsselmeerdijk en Houtribdijk) en de drinkwaterwinning. Deze zijn op de verbeelding aangeduid. Artikel 26 Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt omschreven in welke gevallen bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bouwregels. Het gaat hier bijvoorbeeld om de overschrijding van de bouwgrenzen, voor zover deze afwijkingen niet onder de regel 'algemene bouwregels' valt te scharen. Dit betreft bijvoorbeeld de bevoegdheid om af te wijken van de voorgeschreven maten en percentages. Afwijking is overigens alleen mogelijk wanneer hiermee geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan aspecten als het straaten bebouwingsbeeld.
Artikel 27 Overige regels In deze bepaling is geregeld dat alle wettelijke regelingen, waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan.
5.6
Toelichting op de overgangs- en slotregels
In Artikel 28 Overgangsrecht is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. De Wet ruimtelijke ordening schrijft voor hoe de overgangsbepalingen voor bouwwerken en gebruik in bestemmingsplannen dienen te luiden. Kort samengevat zijn hieronder de belangrijkste punten vermeld. Voor bouwwerken die aanwezig zijn op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan of die nog gebouwd kunnen worden op basis van een omgevingsvergunning voor het bouwen en die afwijken van het bestemmingsplan geldt, dat deze gedeeltelijk mogen worden vernieuwd of veranderd. De overgangsbepalingen voor bouwwerken bevat een calamiteitsregeling en een regeling op grond waarvan het dagelijks bestuur eenmalig kan worden afgeweken voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk dat onder de overgangsbepalingen valt met maximaal 10%. De overgangsregels voor het gebruik bepalen dat het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is, mag worden voortgezet. Het met het bestemmingsplan strijdige gebruik mag niet worden veranderd in een ander strijdig gebruik, tenzij daardoor de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het strijdige gebruik langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten.
De overgangsbepalingen zijn niet van toepassing op bestaande bouwwerken die zijn gebouwd zonder vergunning en bestaand gebruik in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. De slotregel (Artikel 29) beschrijft op welke wijze de regels aangehaald moeten worden.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
66
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
67
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid
Juridische procedure
De wijzigingen in dit herstelbesluit betreffen het specificeren en daarmee vastleggen van ruimtelijke kwaliteitseisen om te voldoen aan de PRV en daarnaast het wegnemen van bezwaarpunten uit lopende beroepszaken. Het besluit is vooraf besproken met de overlegpartners (provincie Noord-Holland, Rijkswaterstaat, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Omgevingsdienst). Omdat de aanpassingen aan het plan naar aard en omvang niet dusdanig groot zijn dat een wezenlijk ander bestemmingsplan wordt vastgesteld, kan mede op basis van art. 6.19 Awb worden afgezien van opnieuw een ter inzagelegging van een ontwerpplan. Uiteraard wordt wel inspraakrecht geboden in de Commissie Grondgebied. Het besluit tot wijziging van het bestemmingsplan wordt vanzelfsprekend wel gepubliceerd. Hiervoor geldt de gebruikelijke beroepstermijn van zes weken. Appellanten worden hiermee niet in hun beroepsmogelijkheden beperkt.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het bestemmingsplan vormt het planologisch toetsingskader voor een particuliere ontwikkeling. Het project richt zich op een marktsegment waar momenteel vraag naar is. De kosten voor de ontwikkelaar worden gedekt uit de opbrengst van het plan. Hiermee kan het bestemmingsplan financieel haalbaar worden geacht. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De ontwikkeling die in dit bestemmingsplan centraal staat is als 'bouwplan' aangemerkt.
Voor dit plan is een anterieure overeenkomst opgesteld, waarmee de kosten die de gemeente maakt anderszins zijn verzekerd. Hierin zijn ook afspraken gemaakt ten aanzien van planschade. Derhalve is sprake van een economisch uitvoerbaar plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
68
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
Bijlage 1 Herziening plandeel vakantiepark
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
Bijlage 1 Wijziging plandeel vakantiepark
Aanleiding Op 29 oktober 2019 is het bestemmingsplan 'Enkhuizerzand en IJsselmeergebied' vastgesteld door de gemeenteraad van Enkhuizen. Dit bestemmingsplan biedt naast een beheerregeling voor de buitendijks gelegen gebieden van het grondgebied van Enkhuizen de planologisch-juridische basis voor de kwaliteitsverbetering van recreatiegebied Enkhuizerzand. Op 3 december 2019 hebben Gedeputeerde Staten van de Provincie Noord-Holland een aanwijzing zoals bedoeld in artikel 3.8 lid 6 in samenhang met artikel 4.2 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (reactieve aanwijzing) op dit bestemmingsplan gegeven. Reden hiervoor is dat het bestemmingsplan volgens GS in strijd is met de ruimtelijke kwaliteitseisen zoals geformuleerd in artikel 15 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). De aanwijzing heeft betrekking op de bestemmingen 'Recreatie - Vakantiepark' en een gedeelte van de bestemming 'Groen'. Uit de publicatie op ruimtelijkeplannen.nl blijkt overigens dat de aanwijzing ook is gelegd op een klein deel van de bestemmingen 'Water' en 'Cultuur en ontspanning - museum'. Naar aanleiding van de reactieve aanwijzing heeft overleg plaatsgevonden tussen de gemeente Enkhuizen en de provincie Noord-Holland.
Inzet van dat overleg was om te verkennen op welke wijze de regeling voor het plandeel waar de reactieve aanwijzing betrekking op heeft, volgens de provincie in overeenstemming kan worden gebracht met het gestelde in de PRV. Met dit bestemmingsplan wordt voorzien in een passende bestemming voor deze onderdelen. Hierin zijn de ruimtelijke kwaliteitseisen van de provincie verwerkt. Planologische regeling Voor het plangebied geldt deels het bestemmingsplan Enkhuizerzand en IJsselmeergebied' zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Enkhuizen op 29 oktober 2019. Met de inwerkingtreding van van de reactieve aanwijzing, zijn de onderdelen van het bestemmingsplan die binnen het aanwijzingsgebied liggen, van rechtswege vervallen. Voor deze delen geldt thans geen planologische regeling. Het daarvoor geldende bestemmingsplan 'Uitwerkingsplan in Hoofdzaak', vastgesteld op 17 maart 1953 is op grond van artikel 9.3.2 van de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening vervallen. Inleiding De gemeente Enkhuizen heeft de ambitie om het recreatiegebied Enkhuizerzand een kwalitatieve impuls te geven. Eén van de onderdelen van deze kwaliteitsverbetering is de realisatie van een vakantiepark. Dit vakantiepark is beoogd op de locatie van de voormalige camping in het recreatiegebied. Dit initiatief is opgenomen in het bestemmingsplan 'Enkhuizerzand en IJsselmeergebied'.
Inzake dit bestemmingsplan heeft provincie een reactieve aanwijzing gegeven. GS waren daarbij van mening dat het betreffende plandeel in strijd is met de ruimtelijke kwaliteitseisen zoals opgenomen in artikel 15 PRV. Voorafgaand aan de vaststelling, hebben GS op 14 mei 2019 een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan ingediend. Het gewijzigde bestemmingsplan kwam deels tegemoet aan de onderdelen uit deze zienswijze. Het vastgestelde bestemmingsplan is echter onvoldoende aangepast op het aspect ruimtelijke kwaliteit. Daarbij hebben GS het volgende overwogen.
Artikel 15 (Ruimtelijke kwaliteit) van de PRV geeft de ruimtelijke kwaliteitseisen ingeval van ontwikkelingen in het landelijk gebied. Artikel 2 stelt dat een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied, indien gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a. rekening wordt gehouden met: i de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble, en; ii de ambities en ontwikkelprincipes van de toepasselijke provinciale structuren. b. hierbij wordt betrokken: i de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes, en; ii de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble, en; iii de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van de toepasselijke provinciale structuren. Artikel 15 PRV is een uitwerking van de Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie zijn ontwikkelprincipes opgenomen. Ontwikkelprincipe 1 van de Omgevingsvisie luidt: 'Ontwikkelingen en beheer zijn passend bij de waarden, de karakteristiek en het draagvermogen van het landschap'. De inschatting daarvan wordt via de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO) en de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit (PARK) gedaan. In dit geval is door zowel de ARO als de PARK negatief geadviseerd.
In het hoofdstuk Dynamisch Schiereiland staat dat de provincie de doelen op het gebied van waterveiligheid, natuur en benutten van economische potenties van een plek, op en langs de kusten van Noord-Holland wil waarmaken. Dit moet passend zijn binnen de karakteristiek en het draagvermogen van het landschap. De provincie geeft in haar onderbouwing bij de aanwijzing aan dat het gewijzigd vastgestelde ontwerpbestemmingsplan Enkhuizerzand IJsselmeergebied niet aantoont, dat hieraan wordt voldaan. Naar aanleiding van de reactieve aanwijzing zijn de gemeente Enkhuizen en de provincie / de PARK in gesprek gegaan over de punten die in de reactieve aanwijzing aan de orde komen. Dit heeft geleid tot de volgende wijzigingen in het plan. De wijzigingen in het plan Het ontwerp bestemmingsplan 'Enkhuizerzand en IJsselmeergebied' ging uit van een vakantiepark met een groter ruimtebeslag; het vakantiepark zou deels buiten de bestaande kustlijn worden gerealiseerd (het zogenaamde vestingmodel). Binnen de regeling mochten recreatiewoningen vrijstaand, twee-aaneen en gestapeld worden gebouwd, waarbij een maximale bouwhoogte van 9 meter gold. Naar aanleiding van ingekomen zienswijzen van onder andere de provincie is het bestemmingsplan voor (onder andere) dit onderdeel gewijzigd vastgesteld. Daarbij is uitgangspunt, dat het vakantiepark binnen de bestaande kustlijn gerealiseerd wordt.
Verder is de bouwhoogte omlaag gebracht; aan het water is maximaal 6 meter toegestaan, elders 7 meter. Verder is een goothoogte van 4,5 meter opgenomen. Daarmee is het ruimtebeslag en het mogelijke bouwvolume ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan beperkt. Het stedenbouwkundig plan dat ten grondslag lag aan het vastgestelde bestemmingsplan, is na vaststelling verder uitgewerkt. Dit heeft geleid tot een nieuw plan, dat meer aansluiting zoekt bij de omgeving. Naar aanleiding van de reactieve aanwijzing wordt de regeling voor het vakantiepark en de directe omgeving met dit nieuwe bestemmingsplan herzien. Uitgangspunt is dat de kwaliteitseisen die ten grondslag liggen aan het nieuwe stedenbouwkundig plan, in dit bestemmingsplan geborgd worden. Daarbij zijn de volgende aanpassingen opgenomen. Zichtlijnen Het stedenbouwkundig plan gaat uit van drie zichtlijnen. Deze zorgen ervoor dat vanaf de zeemuur het zicht op het IJsselmeer behouden blijft. Deze zichtlijnen borgen dus de eeuwenoude relatie tussen Enkhuizen en het IJsselmeer. De zichtlijnen zijn juridisch geborgd in dit bestemmingsplan. Dit is gedaan door deze op de verbeelding een aanduiding 'zichtlijn' op te nemen. Verder wordt de bestemming Recreatie - Vakantiepark in tweeën geknipt door een strook met de bestemming 'Groen'.
Laadvermogen vakantiepark Om het vakantiepark landschappelijk in te passen, wordt het 'laadvermogen' beperkt. In dit herstelbesluit wordt het bebouwingspercentage van de totale terrein teruggebracht naar ten hoogste 20% . Het bebouwingspercentage per bouwperceel wordt teruggebracht van maximaal 35%, zoals opgenomen in het vastgestelde bestemmingsplan, naar ten hoogste 25%. De mogelijkheid van de passantencamping tegen de zeemuur verdwijnt, zodat hier een groene kwaliteit geborgd kan worden. Verder is het aantal recreatiewoningen dat toegestaan is verlaagd van maximaal 200 naar maximaal 160. Bovendien wordt voorgeschreven dat bijgebouwen bij de vakantiewoningen alleen aangebouwd mogen worden uitgevoerd, en deze een maximale oppervlakte van 6 m2 mogen hebben en niet toegankelijk mag zijn vanuit het hoofdgebouw. Ondergronds bouwen is toegestaan met een omgevingsvergunning voor afwijken (zoals bedoeld in Wabo 2.12 lid 1 a onder 1. Aan deze omgevingsvergunning is een aantal voorwaarden verbonden; zo mag de ondergrondse ruimte niet voor verblijfsdoeleinden gebruikt worden (maar alleen voor functionele ruimten). Verder mag ondergronds bouwen niet leiden tot negatieve effecten op de waterhuishouding. Daarom kan een omgevingsvergunning alleen worden afgegeven na een advies van het hoogheemraadschap.
Toegankelijkheid oevers In het vakantiepark zullen openbaar toegankelijke voetpaden aangelegd worden. Deze vormen onderdeel van een wandelverbinding die langs de oever van het recreatiegebied Enkhuizerzand zal worden gerealiseerd. Deze paden worden met een aanduiding vastgelegd. Hiermee blijft de gehele oever voor eenieder toegankelijk. Bovendien wordt op een deel van de oever, waar het pad niet direct aan het water ligt, geborgd dat de beplanting bestaat uit laagblijvend groen. Hiermee blijft de beleving van het wandelen langs het water gewaarborgd. Ophogen Het is niet meer de bedoeling dat het vakantiepark integraal wordt opgehoogd. Dat zou leiden tot aantasting van de buitendijkse beleving. Daarom wordt zoveel mogelijk aangesloten bij het bestaande maaiveld. Hiermee kan het bestaande groen worden behouden. Waterveiligheid De bescherming en waterveiligheid zijn onderzocht in de memo's “Advisering aanleghoogte Enkhuizerzand” en “profiel vrije ruimte”. De memo's zijn toegevoegd in bijlagen 2 en 3 van de m.e.r.-beoordeling, die als bijlage bij het vastgestelde bestemmingsplan is opgenomen. Er is o.a. een berekening gemaakt waarbij de aanleghoogte voor de beoogde ontwikkelingen is bepaald. In deze berekening van de aanleghoogte is o.a. klimaatverandering, scheefstand en mogelijke stijging van het IJsselmeerpeil meegenomen.
De aanleghoogte van de bebouwing in het vakantiepark is op basis van deze berekening bepaald op NAP +1,75. Het ontwerp van de aanleghoogte is in meerdere overleggen met gemeente, HHNK, en de provincie besproken. Het huidige plan gaat niet meer uit van een integrale ophoging. Uitgangspunt is nu, dat het vakantiepark niet meer integraal opgehoogd wordt. Wel dient de waterveiligheid in voldoende mate gehandhaafd te blijven. In de huidige situatie ligt de hoogte van het maaiveld op NAP + 1,10 tot NAP + 1,20 meter. Dat is dus lager dan de NAP +1,75 Dat betekent dat er een relatief lage dijk hoeft te worden gerealiseerd, wat geen afbreuk doet aan de beoogde zichtlijnen (vanaf de Zeemuur en vanaf het water). Op deze dijk kan het pad langs het water aangelegd worden. De exacte hoogte van de dijk wordt bepaald in overleg met HHNK en andere betrokken partijen. De dijk zal integraal onderdeel worden van het ontwerp van het REZ, zodat de waterveiligheid in het gebied gegarandeerd is. Juridische regeling Dit bestemmingsplan herstelt voor het plangebied het vastgestelde bestemmingsplan Enkhuizerzand en IJsselmeergebied. Daarbij is het uitgangspunt dat voortgebouwd wordt op de bestemmingen uit het
vastgestelde bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan kent een aantal hoofdbestemmingen, te weten Cultuur en ontspanning - Museum, Groen, Recreatie - Dagrecreatie, Recreatie - Vakantiepark, Verkeer - Verblijfsgebied en Water. Deze zijn op onderdelen aangepast. Dit is hierna beschreven. Verder is een tweetal gebiedsaanduidingen opgenomen: vrijwaringszone - dijk en milieuzone - drinkwaterwinning. Deze aanduidingen zijn ongewijzigd gebleven. Juridische wijzigingen Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels Omdat de begrenzing van de reactieve aanwijzing voor een gedeelte over de gronden van het Zuiderzeemuseum is gelegd, is de bestemming Cultuur en ontspanning - Museum integraal opgenomen. In de bestemming zijn geen wijzigingen doorgevoerd. Definitie Peil (artikel 1.57 a) Aan de definitie van peil wordt toegevoegd ‘ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan’. Hiermee wordt geborgd dat de vakantiewoningen niet hoger kunnen worden door ze op een ‘terp’ te plaatsen. De bestemming Groen is opgenomen voor het gebied aansluitend aan de zeemuur, ter plaatse van de middelste zichtlijn en ter plaatse van de bufferzone met het Zuiderzeemuseum. Deze bestemming is op de volgende onderdelen gewijzigd: de aanduiding 'specifieke vorm van groen - passantencamping' is geschrapt uit de regels en van de verbeelding.
De bijbehorende 'specifieke gebruiksregels' zijn ook geschrapt; de aanduiding 'pad' is toegevoegd aan de regels en de verbeelding. De bestemming Recreatie - Dagrecreatie is opgenomen voor de noordwestelijke punt van het plangebied om de zichtlijn te kunnen borgen. Deze is op de verbeelding opgenomen. In de bestemming zijn geen wijzigingen doorgevoerd, wel zijn de bouwregels geschrapt omdat in dit plangebied geen bouwvlak voorkwam. De bestemming Recreatie - Vakantiepark is de belangrijkste bestemming in dit bestemmingsplan. Ten opzichte van het vastgestelde bestemmingsplan is het bestemmingsvlak geknipt, en gescheiden door een strook met de bestemming Groen. Verder zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: bestemmingsomschrijving 10.1. d ‘bij de bestemming behorende’ wordt geschrapt: de openbare ruimte maakt immers integraal onderdeel uit van het bestemmingsplan. De eerdere bepaling was in dat verband te beperkend. . Bouwregels (artikel 10.2) er is een bebouwingspercentage voor de gehele bestemming toegevoegd, wat leidt tot een algehele beperking van de bouwmogelijkheden.
Op de verbeelding is de aanduiding 20% opgenomen; het bebouwingspercentage van de bouwpercelen is verlaagd van 35 naar 25%; het aantal recreatiewoningen dat gerealiseerd mag worden is verlaagd van 200 naar 160; in de regeling voor bijbehorende bouwwerken bij een recreatiewoning is opgenomen dat niet vanuit het hoofdgebouw toegankelijk mogen zijn; ondergronds bouwen is toegestaan met een omgevingsvergunning voor afwijken. Aanlegvergunningenstelsel (10.5) Als de vergunningplichtige werken zijn het planten en/of verwijderen van beplanting en het ontgronden, afgraven, egaliseren en ophogen van gronden toegevoegd; aan de voorwaarde voor een omgevingsvergunning is de voorwaarde van een inrichtingsplan toegevoegd. Voorwaardelijke verplichting Aan de bestemming is een voorwaardelijke verplichting toegevoegd. Hiermee is geborgd dat ter plaatse van de aanduiding 'pad' een pad wordt gerealiseerd.
De bestemming Verkeer - Verblijfsgebied is opgenomen om de zichtlijnen te borgen. Deze is op de verbeelding opgenomen. In de bestemming zijn geen wijzigingen doorgevoerd. Omdat de begrenzing van de reactieve aanwijzing voor een gedeelte over de gronden van het Zuiderzeemuseum is gelegd, is de bestemming Water. In de bestemming zijn geen wijzigingen doorgevoerd. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Aan de algemene bouwregels is een lid toegevoegd (23.5). Hierin is opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - zichtlijn' geen bebouwing mag worden opgericht.