bijlage 4 Bestemmingsplan REZ
Tekst van het document
ENKHUIZERZAND EN IJSSELMEERGEBIED bestemmingsplan 28 september 2022
1/1
Enkhuizerzand en IJsselmeergebied
Enkhuizen
bestemmingsplan
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.0388.Enkhuizerzand‐va03
27‐09‐2018 26‐03‐2019 29‐10‐2019 29‐09‐2020
voorontwerp ontwerp vastgesteld vastgesteld 2 vastgesteld 3
projectnummer:
038800.20170665 projectleider:
ir. R.J.M.M. Schram
Weena 505 Postbus 150 3000 AD Rotterdam T: 010-20 18 555 E-mail: info@rho.nl
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
3
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
9
1.1
Aanleiding
9
1.2
Herstelbesluit
10
1.3
Ligging plangebied
11
1.4
Planologische regeling
12
1.5
Leeswijzer
12
Hoofdstuk 2
Inhoud herstelbesluit
13
2.1
Inleiding
13
2.2
Reactieve aanwijzing verwerkt in bestemmingsplan van 2020
13
2.3
Overige aanpassingen verwerkt in bestemmingsplan 2020
13
2.4
Aanpassingen naar aanleiding van de uitspraak Raad van State 2021
14
2.5
Overige aanpassing verwerkt in bestemmingsplan 2022
17
Hoofdstuk 3
Beleidskader
19
3.1
Rijksbeleid
19
3.2
Provinciaal beleid
23
3.3
Gemeentelijk beleid
30
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
33
4.1
Inleiding
33
4.2
M.e.r.-beoordeling
35
4.3
Bodemkwaliteit
35
4.4
Water
36
4.5
Bedrijven en milieuzonering
42
4.6
Verkeer en parkeren
43
4.7
Wegverkeerslawaai
44
4.8
Luchtkwaliteit
45
4.9
Archeologie
46
4.10
Cultuurhistorie
48
4.11
Ecologie
56
4.12
Kabels en leidingen
57
4.13
Externe veiligheid
57
Hoofdstuk 5
Wijze van bestemmen
59
5.1
Planvorm
59
5.2
Opzet van de planregeling
60
5.3
Toelichting op de inleidende regels
60
5.4
Toelichting op de bestemmingsregels
61
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
4
5.5
Toelichting op de algemene regels
64
5.6
Toelichting op de overgangs- en slotregels
65
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
67
6.1
Juridische procedure
67
6.2
Economische uitvoerbaarheid
67
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Herziening plandeel vakantiepark
Bijlage 2
Wijzigingen n.a.v. participatie
Bijlage 3
Beeldkwaliteitsplan Herontwikkeling Recreatieoord Enkhuizerzand
Bijlage 4
Oplegnotitie Beeldkwaliteitsplan 2015
Bijlage 5
Nut- en noodzaaknotitie uitbreiding verblijfsrecreatie
Bijlage 6
Nut- en noodzaaknotitie verplaatsing seizoenscamping
Bijlage 7
M.e.r.-beoordeling
Bijlage 8
M.e.r.-besluit
Bijlage 9
Beoordeling bodemonderzoeken
Bijlage 10
BPRW-toets
Bijlage 11
Oplegnotitie BPRW-toets
Bijlage 12
Oplegnotitie PVVR
Bijlage 13
Oplegnotitie oeverbescherming en kruiend ijs
Bijlage 14
Oplegnotitie mobiliteitstoets
Bijlage 15
Beoordeling archeologie
Bijlage 16
Quickscan camping april 2019
Bijlage 17
Inventarisatie Rugstreeppad
Bijlage 18
Natura 2000-toets
Bijlage 19
Nota beantwoording zienswijzen
Bijlage 20
Cultuurhistorisch onderzoek Buitenmuseum Zuiderzeemuseum
Bijlage 21
Ecologisch veldonderzoek moerasgebied
Bijlage 22
Inrichtings- en beheerplan moerasgebied
Bijlage 23
Overzicht wijzigingen bestemmingsplan
Bijlage 24
Geactualiseerde mobiliteitstoets 2020
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
5
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende regels
121
Artikel 1
Begrippen
121
Artikel 2
Wijze van meten
127
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
129
Artikel 3
Bedrijf - Nutsvoorziening
129
Artikel 4
Cultuur en ontspanning - Attractiepark
130
Artikel 5
Cultuur en ontspanning - Buitenmuseum Zuiderzeemuseum
131
Artikel 6
Groen
133
Artikel 7
Natuur - IJsselmeergebied
134
Artikel 8
Natuur - Moerasgebied
136
Artikel 9
Recreatie - Camping
137
Artikel 10
Recreatie - Dagrecreatie
139
Artikel 11
Recreatie - Vakantiepark
141
Artikel 12
Recreatie - Zwembad
144
Artikel 13
Sport
145
Artikel 14
Verkeer
146
Artikel 15
Verkeer - Parkeerterrein
147
Artikel 16
Verkeer - Verblijfsgebied
148
Artikel 17
Water
149
Artikel 18
Waterstaatkundige voorzieningen
151
Artikel 19
Wonen
152
Artikel 20
Waarde - Archeologie 2
154
Artikel 21
Waarde - Archeologie 6
156
Artikel 22
Waterstaat - Waterkering
158
Hoofdstuk 3
Algemene regels
159
Artikel 23
Anti-dubbeltelregel
159
Artikel 24
Algemene bouwregels
160
Artikel 25
Algemene aanduidingsregels
162
Artikel 26
Algemene afwijkingsregels
164
Artikel 27
Overige regels
165
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
167
Artikel 28
Overgangsrecht
167
Artikel 29
Slotregel
168
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
6
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
TOELICHTING
9
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
In het buitendijkse gebied direct ten noorden van de historische binnenstad van Enkhuizen ligt het recreatiegebied Enkhuizerzand. Ondanks de goede ligging tussen binnenstad en IJsselmeer wordt op dit moment onvoldoende gebruik gemaakt van de potenties van deze plek. De uitstraling van bijvoorbeeld de stranden en ligweiden, de versnipperde parkeergelegenheid en de kwaliteit van de openbare voorzieningen bieden onvoldoende verblijfskwaliteit. De betekenis als recreatiegebied voor de regio is daardoor onvoldoende. Er is daarom dringend behoefte aan een kwaliteitsverbetering, uitbreiding van het aanbod aan verblijfsrecreatieve voorzieningen, een betere opbouw van het gebied en een sterkere binding met de historische stad. De gemeente Enkhuizen wil de betekenis van het recreatiegebied voor toeristen en bewoners van Enkhuizen en omgeving versterken en het gebied alle seizoenen door aantrekkelijk maken en houden voor dag- en verblijfsrecreatie. Om deze ambitie te realiseren zoekt de gemeente Enkhuizen nieuwe mogelijkheden binnen de huidige grenzen van het Recreatieoord Enkhuizerzand: tussen het Zuiderzeemuseum aan de zuidzijde en de waterinlaat bij de Haling aan de noordzijde. De ambitie voor het recreatiegebied Enkhuizerzand is door de gemeente en de exploitant, Ontwikkeling Recreatieoord Enkhuizer Zand BV (OREZ), vertaald in een ruimtelijk plan.
Dit plan gaat onder andere uit van vergroting van het strand, onder andere door het realiseren van een landtong. De bestaande camping wordt ook verplaatst; op de locatie van de huidige camping komen recreatiewoningen. Ook het bestaande zwembad wordt bij deze ontwikkeling betrokken. Om de bovenstaande ambitie planologisch te verwezenlijken is voorliggend bestemmingsplan opgesteld, dat voor dit gebied dus een ontwikkelingsgericht karakter heeft. Daarnaast biedt het bestemmingsplan een actuele beheersregeling voor de overige onderdelen van het recreatiegebied Enkhuizerzand zoals de sportvelden, het Zuiderzeemuseum en Sprookjeswonderland. De buitendijks gelegen delen van het grondgebied van de gemeente Enkhuizen (inclusief het water van het IJsselmeer en Markermeer) maken tevens onderdeel uit van voorliggend plan. Hiermee wordt invulling gegeven aan de eis uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) om voor alle gronden in de gemeente te beschikken over actuele bestemmingsplannen.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
10
1.2
Herstelbesluit
Op 29 oktober 2019 is het bestemmingsplan 'Enkhuizerzand en IJsselmeergebied' vastgesteld door de gemeenteraad van Enkhuizen. Op dit bestemmingsplan hebben Gedeputeerde Staten van de Provincie Noord-Holland op 3 december 2019 een aanwijzing gegeven zoals bedoeld in artikel 3.8 lid 6 in samenhang met artikel 4.2 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (reactieve aanwijzing). Naar aanleiding van de reactieve aanwijzing heeft overleg plaatsgevonden met de provincie Noord-Holland, wat geleid heeft tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Tevens zijn naar aanleiding van het participatieproces met belanghebbenden enkele wijzigingen verwerkt, met name in het plandeel Zuiderzeemuseum. Dit heeft geleid tot een gewijzigd bestemmingsplan, dat op 29 september 2020 is vastgesteld door de gemeenteraad (herstelbesluit). Op 18 augustus 2021 heeft de Raad van State uitspraak gedaan over het bestemmingsplan Enkhuizerzand dat is vastgesteld op 29 september 2020. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het volgende overwogen: “Het plan voorziet echter niet in een begrenzing van het aantal voorziene camperstandplaatsen. Bij de beoordeling van de gevolgen van het plan is de raad evenwel uitgegaan van maximaal 25 camperstandplaatsen.
De IJsselmeervereniging en anderen hebben aannemelijk gemaakt dat de strook grond met de aanduiding "specifieke vorm van verkeer - camperstandplaatsen" gelet op de omvang daarvan feitelijk ruimte biedt aan veel meer camperstandplaatsen. De raad heeft het plan dan ook onzorgvuldig vastgesteld voor zover het aantal camperstandplaatsen in de planregels niet tot 25 plaatsen is beperkt.” En: “In de plantoelichting staat dat ten noorden van de camping 2 hectare buitendijks moeras wordt aangelegd. De Afdeling gaat er van uit dat hiermee wordt gedoeld op de gronden ten noorden van de waterinlaat bij De Haling, die ook ten noorden van de camping liggen. Dat 2 hectare buitendijks moeras wordt aangelegd kwam hiervoor al aan de orde onder het kopje 'Leidraad Landschap en Cultuurhistorie' en het kopje 'Regels uit het Barro over landaanwinning'. Gelet op wat daar is overwogen stellen de IJsselmeervereniging en anderen met juistheid dat de raad was gehouden om in het plan te waarborgen dat bedoeld buitendijks moeras wordt aangelegd en in stand wordt gehouden. Het plan voorziet ten onrechte niet in een daartoe strekkende voorwaardelijke verplichting of vergelijkbare figuur. In zoverre is het plan onzorgvuldig vastgesteld.” En: “Het plan voorziet direct ten noorden van de camping langs het IJsselmeer in de bestemming "Groen".
Die bestemming maakt een groene singel en een openbaar wandelpad mogelijk. Die groene singel en het wandelpad maken een essentieel onderdeel uit van de positieve bijdrage die het plan levert aan de ruimtelijke kwaliteit als bedoeld in artikel 15 van de PRV. Daarom stellen de IJsselmeervereniging en anderen met juistheid dat de raad was gehouden om in het plan door middel van een daartoe strekkende voorwaardelijke verplichting of een vergelijkbare figuur te waarborgen dat deze openbare voorzieningen worden aangelegd en in stand worden gehouden. Anders dan de raad stelt vormt het beeldkwaliteitsplan hiervoor geen waarborg. De naleving van het beeldkwaliteitsplan op deze onderdelen is namelijk niet voorgeschreven in de planregels, nog daargelaten dat de groene singel en het openbare wandelpad direct ten noorden van de camping niet duidelijk in het beeldkwaliteitsplan zijn opgenomen. Ook in zoverre is het plan onzorgvuldig vastgesteld.”
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
11
Een en ander leidt tot de conclusie dat het beroep van appellanten leidt tot het oordeel dat het herstelbesluit is vastgesteld in strijd met de daarbij te betrachten zorgvuldigheid als bedoeld in artikel 3:2 van de Awb. Het betreft de beroepsgronden dat het plan niet voorziet in: een waarborg dat ten noorden van de waterinlaat bij De Haling 2 hectare buitendijks moeras wordt aangelegd en in stand wordt gelaten (overweging 17.1); een waarborg dat direct ten noorden van de camping binnen de bestemming "Groen" langs het IJsselmeer een groene singel en een openbaar wandelpad worden aangelegd en in stand worden gelaten (overweging 18.1); een beperking van het aantal camperstandplaatsen tot 25 plaatsen (overweging 15.3).
Het herstelbesluit van 29 september 2020 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Enkhuizerzand en IJsselmeergebied" wordt vervolgens vernietigd voor zover daarin niet is voorzien in: een waarborg dat ten noorden van de waterinlaat bij De Haling 2 hectare buitendijks moeras wordt aangelegd en in stand wordt gelaten; een waarborg dat ten noorden van de camping binnen de bestemming "Groen" langs het IJsselmeer een groene singel en een openbaar wandelpad worden aangelegd en in stand worden gelaten; een beperking van het aantal camperstandplaatsen tot 25 plaatsen; In haar uitspraak treft de Afdeling terzake met toepassing van artikel 8:72, vijfde lid, van de Awb de volgende voorlopige voorzieningen: a. zolang ten noorden van de waterinlaat bij De Haling geen 2 hectare buitendijks moeras is aangelegd, mogen de voorziene recreatiewoningen ter plaatse van de bestemming "Recreatie Vakantiepark" niet worden gebruikt, met uitzondering van eventuele recreatiewoningen waarvoor op de datum van deze uitspraak reeds een omgevingsvergunning is verleend; b.
zolang direct ten noorden van de camping binnen de bestemming "Groen" langs het IJsselmeer geen groene singel en een openbaar wandelpad zijn aangelegd, mogen de voorziene recreatiewoningen ter plaatse van de bestemming "Recreatie - Vakantiepark" niet worden gebruikt, met uitzondering van eventuele recreatiewoningen waarvoor op de datum van deze uitspraak reeds een omgevingsvergunning is verleend; c. binnen de aanduiding "specifieke vorm van verkeer - camperstandplaatsen" dient het aantal standplaatsen te worden beperkt tot 25. Met dit bestemmingsplan worden deze aspecten planologisch geborgd. Verder zijn in dit bestemmingsplan op verzoek van de provincie Noord-Holland enkele onderdelen aangepast, die in de vorige versie niet helemaal correct doorgevoerd waren. Dit zijn vooral onvolkomenheden. Verder zijn enkele wijzigingen doorgevoerd die samenhangen met de uitwerking van het stedenbouwkundig plan. De doorgevoerde wijzigingen zijn in dit bestemmingsplan gemarkeerd.
1.3
Ligging plangebied
Het plangebied betreft buitendijkse gebieden van de gemeente Enkhuizen. Enerzijds is dit het IJsselmeer en Markermeer binnen de gemeentegrenzen; anderzijds het recreatiegebied Enkhuizerzand dat aan de noordoostzijde van de binnenstad ligt. Dit gebied wordt ontsloten via de Noorderweg en de Kooizandweg. Het ligt globaal tussen de historische binnenstad en het IJsselmeer in het buitendijkse gebied. De ligging van het plangebied is weergegeven op figuur 1.1.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
12
Figuur 1.1
1.4
Ligging plangebied (bron: luchtfoto Kadaster Nederland 2019)
Planologische regeling
Het voorliggende bestemmingsplan vervangt het bestemmingsplan Enkhuizerzand en IJsselmeergebied, vastgesteld op 29 oktober 2019 voor het plandeel waarop de reactieve aanwijzing niet van toepassing. Voor het plandeel waarop de reactieve aanwijzing van toepassing is, geldt geen bestemmingsplan. Het daarvoor geldende bestemmingsplan 'Uitwerkingsplan in Hoofdzaak', vastgesteld op 17 maart 1953 is op grond van artikel 9.3.2 van de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening vervallen.
1.5
Leeswijzer
De wijzigingen ten opzichte van het op 29-09-2020 vastgestelde bestemmingsplan zijn met een blauwe arcering in de tekst van de toelichting en de regels van het voorliggende bestemmingsplan aangegeven. In Bijlage 23 bij de toelichting van dit bestemmingsplan is daarnaast een overzicht van de wijzigingen opgenomen. In hoofdstuk 2 wordt het initiatief nader beschreven. Daarbij komt de huidige situatie aan bod en wordt vervolgens ingegaan op de toekomstige situatie. Hoofdstuk 2 geeft de wijzigingen aan die ten opzichte van het vastgesteld bestemmingsplan doorgevoerd zijn. Hoofdstuk 4 schetst het relevante beleidskader voor het plan. Daarbij wordt ingegaan op Rijks-, provinciaal, en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 5 worden de omgevingsaspecten behandeld, waaraan de nieuwe ontwikkeling wordt getoetst. Hoofdstuk 6 beschrijft de juridische aspecten van het plan. In hoofdstuk 7 wordt de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
13
Hoofdstuk 2
2.1
Inhoud herstelbesluit
Inleiding
Dit bestemmingsplan is hersteld naar aanleiding van de reactieve aanwijzing van de Provincie, en de ingekomen beroepen van de IJsselmeervereniging (gesteund door Comité tot behoud van het Enkhuizerzand), het Zuiderzeemuseum / Piscator en Bond Heemschut. Naar aanleiding van de ingediende beroepen is een participatieproces opgestart, om te bekijken met welke wijzigingen in het bestemmingsplan tegemoet gekomen kan worden aan hun belangen/wensen. In dit hoofdstuk is aangewezen tot welke wijzigingen ten opzichte van het vastgestelde plan dit heeft geleid. Deze punten zijn verwerkt in het bestemmingsplan dat op 29 september 2020 is vastgesteld. In aanvulling hierop worden in een tweede herstelbesluit aanpassingen aan dat bestemmingsplan doorgevoerd naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State op 18 augustus 2021.
2.2
Reactieve aanwijzing verwerkt in bestemmingsplan van 2020
Naar aanleiding van de reactieve aanwijzing van de Provincie is het bestemmingsplan gewijzigd. Deze wijzigingen zien met name toe op de bestemmingen Recreatie - Vakantiepark en Groen. Hierin is een aantal kwalitatieve eisen opgenomen. Verder is het aantal recreatiewoningen dat gerealiseerd mag worden, teruggebracht. Bovendien is getoetst aan de Leidraad Landschap en cultuurhistorie (3.2.3). Het totale overzicht van de wijzigingen naar aanleiding van de reactieve aanwijzing is opgenomen in Bijlage 1.
2.3
Overige aanpassingen verwerkt in bestemmingsplan 2020
Uit de bovengenoemde participatie komt een aantal hoofdlijnen naar voren: Borging cultuurhistorische waarden; Regeling bedrijfsvoering buitenmuseum Zuiderzeemuseum; Borging landschappelijke waarden en recreatieve mogelijkheden.
Borging cultuurhistorische waarden In dit bestemmingsplan zijn de cultuurhistorische waarden nadrukkelijker geborgd. Het gaat daarbij met name om de zichtlijnen over de wateren rondom het museum. Daarbij is geregeld dat deze wateren ook gebruikt kunnen worden voor museumgerelateerde activiteiten en dat het oprichten van bebouwing, die afbreuk kan doen aan aanwezige waarden, uitgesloten is. Ook voor de groenstrook tussen het museumterrein en het REZ is opgenomen dat deze mede bestemd is ter behoud en versterking van de waarden van het Zuiderzeemuseum, alsmede als buffer voor activiteiten ter plaatse van het museum. Hiermee is een bufferzone rondom het museum beschermd. Verder is de molenbiotoop van de Vogelhoeksmolen (deels) geborgd in dit bestemmingsplan, en is het cultuurhistorisch onderzoek verwerkt in dit bestemmingsplan (zie paragraaf 4.10.1.2).
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
14
Borging bedrijfsvoering Zuiderzeemuseum Dit bestemmingsplan geeft meer duidelijkheid over de bedrijfsvoering van het museum en de borging van de cultuurhistorische waarden. Dat heeft geleid tot een wijziging van de bestemming Cultuur en ontspanning - Buitenmuseum Zuiderzeemuseum, waarin meer duidelijkheid wordt gegeven over de bedrijfsvoering. Verder is het plangebied van dit bestemmingplan op een aantal onderdelen uitgebreid. Enerzijds is de tunnel en opstapplaats bij de Krabbersgatsluis opgenomen in dit bestemmingsplan en van een passende regeling voorzien. Verder is het water rondom het museumterrein opgenomen in dit bestemmingsplan. Borging landschappelijke waarden en recreatieve mogelijkheden Voor het plandeel camping is een aantal aspecten aangepast. Op de convexe kustboog (dus het deel ten oosten van de centrale voorzieningen) worden alleen kampeermiddelen (tenten en campers) toegestaan, geen bouwwerken voor recreatief nachtverblijf. Dit zijn geen permanente eenheden, wat de uitstraling van de kustlijn vanaf het water ten goede komt. Op deze wijze wordt tevens planologische een brede productmix gewaarborgd. Op de oostzijde van de kustboog is bebouwing uitgesloten. Langs de oever van de camping is een pad aanwezig. Dit pad wordt van een (half)verharding voorzien. Zo kan het als openbaar wandelpad functioneren.
Het pad wordt van de standplaatsen op de camping afgescheiden door het aanwezige talud en de ligusterhagen die de standplaatsen zowel visueel als tegen de volle wind afschermen. In aanvulling op de ligusterhagen worden op het talud vlierstruiken aangeplant. Deze vormen een wezenlijke aanvulling voor de ruimtelijke inpassing. Aan de zijde van Haling loopt het pad niet over de volle lengte langs de camping. Dit is omwille van de veiligheid, omdat het ongewenst is dat de oever langs de waterinlaat betreden wordt vanwege de sterke stroming van het gemaal. Daarom sluit het pad vroegtijdig aan op het padenstelsel van de camping. Omdat de camping openbaar toegankelijk is, kan over de camping de wandeling worden voortgezet. Het totale overzicht van de wijzigingen zoals doorgevoerd in het bestemmingsplan van 2020 is opgenomen in Bijlage 2.
2.4
Aanpassingen naar aanleiding van de uitspraak Raad van State 2021
Moerasgebied Door de Raad van State is gesteld dat zolang ten noorden van de waterinlaat bij De Haling geen 2 hectare buitendijks moeras is aangelegd, de voorziene recreatiewoningen ter plaatse van de bestemming "Recreatie - Vakantiepark" niet mogen worden gebruikt, met uitzondering van eventuele recreatiewoningen waarvoor op de datum van deze uitspraak reeds een omgevingsvergunning is verleend; Naar aanleiding daarvan is door Groot Eco Advies ecologisch veldonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 21) naar de kwaliteit en soort aanwezige habitats in het gebied dat in onderstaande figuur is omkaderd.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
15
Figuur 2.1
Ligging plangebied (bron: luchtfoto Kadaster Nederland 2019)
Op basis van het ecologisch veldonderzoek is in samenwerking tussen de veldecoloog van Groot Eco Advies, Staatbosbeheer en ecologen van Rho adviseurs een inrichtings- en beheerplan opgesteld (zie Bijlage 22). Hierin zijn maatregelen uitgewerkt op basis waarvan het gehele gebied optimaal kan worden beheerd ten gunste van de doelsoorten van het Natura 2000-gebied IJsselmeer. De omvang van het totale gebied bedraagt 6,3 ha en kan worden onderverdeeld in vier zones. In elke zone worden beheermaatregelen op maat uitgevoerd. De omvang van de zones die als veenmoeras zijn aangeduid omvat een oppervlakte van 3,3 ha. Zie figuur 2.2. Aan de zone zoals aangegeven in figuur 2.1 is in het bestemmingsplan de bestemming Natuur Moerasgebied toegekend. Binnen deze regels is de aanleg en instandhouding van een natuurgebied planologisch geregeld. De aansluitende gronden behouden de bestemming Groen.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
16
Figuur 2.2 Beheerzones binnen de aanduiding 'specifieke vorm van groen – natuur- en moerasgebied'. Wandelpad en groensingel ter plaatse van de camping Door de Raad van State is gesteld dat ten noorden van de camping binnen de bestemming "Groen" langs het IJsselmeer een groene singel en een openbaar wandelpad aangelegd en in stand gehouden dienen te worden. Daartoe is op de verbeelding de aanduiding 'pad' langs de oever opgenomen als ook aan de noordzijde van de camping een aanduiding 'specifieke vorm van groen - voorwaardelijke verplichting' ten behoeve van de aanleg en instandhouding van een groensingel. Beide aanduidingen zijn als voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen. Deze voorwaardelijke verplichting is gekoppeld aan het gebruik van de camping. Het pad loopt ten noorden van de camping niet langs de gehele oever, maar sluit in het noordoosten aan op het padenstelsel van de camping. De reden daarvoor is dat het Hoogheemraadschap en de gemeente van mening zijn dat een dergelijk pad over de volle noordelijke zijde van de camping omwille van veiligheid niet acceptabel is. Aan de noordzijde van de camping bevindt zich namelijk de waterinlaat van de Haling. Als deze pompen draaien vormen zij een gevaar voor personen die hier te water zouden raken.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
17
Camperstandplaatsen De Raad van State heeft aangegeven dat het aantal camperstandplaatsen binnen de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' in aantal dient te worden beperkt tot 25 plaatsen. Dit is in de regels opgenomen.
2.5
Overige aanpassing verwerkt in bestemmingsplan 2022
In het bestemmingsplan zijn verder een aantal overige ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Dit zijn allereerst technische correcties, dus onvolkomenheden in de regels die hiermee gecorrigeerd worden. Deze hebben geen invloed op de juridische mogelijkheden van het plan. Anderzijds zijn wijzigingen doorgevoerd die voortkomen uit het definitieve stedenbouwkundige plan. Dit betreffen kleine grenscorrecties. De volgende punten zijn aangepast. Binnen de bestemming Groen was centraal in de bufferzone tussen het vakantiepark en het Zuiderzeemuseum de aanduiding 'pad' opgenomen. Deze aanduiding lag dusdanig dat dit tot gevolg zou hebben dat de aanwezige bomen die het vakantiepark vanuit het Zuiderzeemuseum aan het zich onttrekken zouden moeten worden verwijderd ten behoeve van enerzijds de verplichte aanleg van het pad en anderzijds vanwege de gebruiksregel dat binnen deze aanduiding geen groenvoorzieningen hoger dan 1 meter zijn toegestaan. Omdat het niet wenselijk is de huidige groene inpassing te verwijderen, is de aanduiding 'pad' opgerekt tot de hele breedte van de zichtlijn. Dit biedt flexibiliteit met betrekking tot het tracé van het aan te leggen pad. Tegelijkertijd is de gebruiksregel dat binnen de aanduiding pad geen groenvoorzieningen hoger dan 1 meter zijn toegestaan geschrapt.
De aanduiding 'ontsluiting' binnen de centrale zichtas op het vakantiepark is verbreed omdat het anders niet mogelijk was met een ontsluitingsweg het westelijk en oostelijk deel van het vakantiepark met elkaar voor autoverkeer te verbinden. De betreffende aanduiding is tevens opgenomen in de regels. Alle regels betreffende de passantencamping zijn geschrapt. De passantencamping was al niet meer als zodanig op de verbeelding vermeld. Per abuis was de mogelijkheid nog in de regels opgenomen. In de regels is de aanduiding 'cultuurhistorie' in de bestemming Groen gewijzigd in 'cultuurhistorische waarden'. De ligging van de aanduiding 'pad' langs de oever van het vakantiepark is in overeenstemming gebracht met het ontwerp. De bestemming Verkeer - Verblijfsgebied is aangepast aan het inrichtingsontwerp ter plaatse van: 1. het Muurpark; 2. de Kooizandweg (inclusief de keerlus bij het Oeverpark); 3. de aansluiting Kooizandweg op Immerhornweg; 4. de parkeerkoffer van de zeilschool (hier is ook de functieaanduiding 'camperstandplaatsen' aangepast). Het bouwvlak van de reddingsbrigade is verschoven en aangepast aan het inrichtingsontwerp, zodat het gebouw van de reddingsbrigade niet langer op de nieuw aan te leggen kustboog ligt omdat het Rijksvastgoedbedrijf op deze nieuwe kustboog geen bebouwing toestaat .
De bestemming 'Water - haven' is aangepast aan het aangepaste ontwerp van de haven. Dit aangepaste ontwerp voorziet er in dat de golfslag binnen de haven in alle gevallen tot een minimum beperkt blijft . Binnen de bestemming 'Recreatie - Camping' is een functieaanduiding 'Langzaam verkeer' opgenomen ten behoeve van het fietspad dat het recreatiegebied met de Oosterdijk verbindt.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
18
Met een omgevingsvergunning zijn steigers mogelijk binnen de bestemming Water. Steigers maken het mogelijk het vakantiepark te verbinden met het water van het IJsselmeer. De hier voorziene oeververdediging in de vorm van steenbestorting belemmert dat. Een steiger maakt de steenbestorting overbrugbaar. Daarnaast is deze aanpassing ook nodig voor de voorziene steigers in de zwembaai. Als voorwaarde is opgenomen dat geen afbreuk wordt gedaan aan het waterbeheer, geen wezenlijke afbreuk wordt gedaan aan ecologische waarden en vooraf advies wordt ingewonnen bij de waterbeheerder. Als verbijzondering worden op het vakantiepark een tweetal boomhutten voorzien. Met een omgevingsvergunning kan daarvoor worden afgeweken van de bouwhoogte, onder voorwaarde dat dit niet leidt tot aantasting van cultuurhistorische of landschappelijke waarden en het bouwplan een positieve bijdrage levert aan de differentiatie van recreatiewoningen op het vakantiepark. Op het sportveld moeten lichtmasten bijgeplaatst worden van 15 meter. In het bestemmingsplan zijn masten tot 10 meter toegestaan. In de bestemming Sport is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen, die de mogelijkheid biedt om af te wijken voor het oprichten van hogere masten. Op het terrein van de hondensportvereniging staan lichtmasten van 6 meter hoog. Hiervoor is een passende regeling opgenomen in de bestemming Groen.
In de bestemming Verkeer is de 'specifieke bouwaanduiding - zichtlijn' opgenomen. Deze sluit bebouwing binnen de zichtlijn uit. In de algemene regels is in aansluiting op het Besluit omgevingsrecht (Bor) opgenomen dat ondergeschikte bouwdelen die tot maximaal 0,5 m buiten het gevelvlak steken niet meetellen voor bebouwingspercentages en oppervlaktematen. Na vaststelling van het bestemmingsplan in 2020 is ten behoeve van het lopende beroep bij de Raad van State de Mobiliteitstoets geactualiseerd. De tekst van de toelichting is op dit punt aangepast. De geactualiseerde mobiliteitstoets is als bijlage bij de toelichting toegevoegd.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
19
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden en met een Europese en mondiale blik. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve Rijksbetrokkenheid. Zo ontstaat er ruimte voor maatwerk en ontwikkelingen van burgers en bedrijven. Het Rijk kiest voor een inzet van rijksbeleid op 13 nationale belangen.
De voor het bestemmingsplan relevante belangen zijn: efficiënt gebruik van de ondergrond; een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; het in stand houden van de hoofdnetwerken van weg, spoor en vaarwegen om het functioneren van de netwerken te waarborgen; verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen. Toetsing De bovengenoemde belangen zijn vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Toetsing aan de nationale belangen vindt plaats in het kader van het Barro. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevat inhoudelijke regels van de Rijksoverheid waaraan bestemmingsplannen, provinciale inpassingsplannen, uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen, beheersverordeningen en omgevingsvergunningen met ruimtelijke onderbouwing moeten voldoen.
Het Barro bevat regels over Project Mainportontwikkeling Rotterdam (Maasvlakte II), Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie (militaire terreinen, munitie, militaire luchtvaart) en Erfgoed (Unesco). Voor dit bestemmingsplan zijn de volgende onderwerpen uit het Barro relevant: primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied;
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
20
Toetsing Titel 2.11 Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De Westfriese Omringdijk is aangewezen als primaire waterkering. In titel 2.11.2 en 2.11.3 zijn de volgende voor het bestemmingsplan relevante regels opgenomen voor primaire waterkeringen buiten het kustfundament. Artikel 2.11.2 hoofdbestemming primaire waterkering en aanduiding beschermingszone 1. Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden waarop een primaire waterkering ligt of die de functie van primaire waterkering hebben, wordt voor die gronden de bestemming 'waterkering' opgenomen. 2. Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden die deel uitmaken van een beschermingszone wordt voor die gronden de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk' opgenomen, indien de primaire waterkering een dijk is wordt voor de overige gevallen de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - waterstaatswerk' opgenomen.
Artikel 2.11.3 regels primaire waterkering en gronden in de beschermingszone Met betrekking tot gronden waarop een primaire waterkering ligt of die de functie van primaire waterkering hebben, of een beschermingszone, kan een bestemmingsplan worden vastgesteld dat een wijziging inhoudt ten opzichte van het ten tijde van inwerkingtreding van deze titel geldende bestemmingsplan, voor zover bij de verwezenlijking daarvan geen belemmeringen kunnen ontstaan voor het onderhoud, de instandhouding of de versterking van de primaire waterkering. De Westfriese Omringdijk en de Houtribdijk (inclusief het daarin gelegen sluis- en spuicomplex Krabbegat) is in voorliggend bestemd met de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. De beschermingszone is aangeduid met de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk'. In de planregels zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van de dijk. Hiermee voldoet het plan aan Titel 2.11 van het Barro. Titel 2.12 IJsselmeergebied Het plangebied ligt voor een groot deel binnen het IJsselmeergebied (zie figuur 3.1).
Figuur 3.1
Uitsnede Barro, kaart IJsselmeergebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
21
In artikel 2.12.2 zijn de volgende regels opgenomen voor het IJsselmeergebied: 1. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die ten opzichte van het ten tijde van inwerkingtreding van deze titel geldende bestemmingsplan nieuwe bebouwing of landaanwinning mogelijk maken. Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van deze titel geen bestemmingsplan geldt, maakt een bestemmingsplan geen nieuwe bebouwing of landaanwinning mogelijk. 2. Het eerste lid geldt niet voor nieuwe bebouwing of landaanwinning, die na 22 december 2009 in een bestemmingsplan zijn of worden mogelijk gemaakt met een totale oppervlakte per gemeente van ten hoogste: a. 350 ha voor de gemeente Amsterdam, ten behoeve van IJburg tweede fase; b. 700 ha voor de gemeente Almere, waarvan: ten hoogste 12 ha in het Gooimeer ten behoeve van het project Hoogtij en; het overige oppervlak in het Markermeer ten behoeve van het project Schaalsprong Almere; c. 150 ha voor de gemeente Lelystad ten behoeve van woondoeleinden, daaraan gerelateerde activiteiten en een overslaghaven; d. 35 ha voor de gemeente Harderwijk ten behoeve van het project Waterfront Harderwijk; e. 12 ha voor de gemeente Gaasterlân-Sleat, waarvan: 7 ha ten behoeve van een tijdelijk werkeiland voor de winning van beton- en metselzand, en; 5 ha voor nieuwe bebouwingen en landaanwinningen als bedoeld in onderdeel f; f.
5 ha voor niet in dit lid genoemde gemeenten ten behoeve van: natuurontwikkeling; andere bestemmingen dan natuurontwikkeling, aansluitend op de bestaande bebouwing. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op overstroombare natuurontwikkeling en daarvoor benodigde beschermende waterstaatkundige constructies, projecten in het kader van dijk- of kustversterking en projecten van nationaal belang met betrekking tot windenergie. 4. Voor de toepassing van het tweede lid geldt de gemeentelijke indeling op 22 december 2009. Toetsing Het voorliggende plan voorziet in nieuwe landaanwinning in het IJsselmeergebied door aanleg van een nieuwe landtong. Met uitzondering van deze landtong blijft de hele ontwikkeling binnen de huidige kustlijn van het IJsselmeer. De omvang van de landtong bedraagt niet meer dan 5 ha. Daarmee is het plan in overeenstemming met het Barro. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is opgenomen dat bij een ruimtelijk plan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen moet worden. De ladder voor duurzame verstedelijking luidt als volgt: Lid 2.
De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Lid 3. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
22
Lid 4. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Toetsing Het bestemmingsplan voorziet in de doorontwikkeling van recreatiegebied Enkhuizerzand. Concreet betekent dit de realisatie van nieuwe recreatiewoningen. Daarnaast wordt de seizoenscamping verplaatst. In feite is dit geen sprake van een nieuwe ontwikkeling omdat het aantal standplaatsen niet toeneemt. Voor beide ontwikkeling is wel de nut- en noodzaak onderzocht en heeft toetsing plaatsgevonden aan de ladder voor duurzame verstedelijking (zie bijlage 5 en 6). Opgemerkt wordt dat toetsing heeft plaatsgevonden onder de oude ladder voor duurzame verstedelijking. Per 1 juli 2017 is de nieuwe ladder in werking getreden. De ontwikkeling voldoet echter nog steeds aan de voorwaarden voor duurzame verstedelijking zoals hierna is uiteengezet.
Uitbreiding verblijfsrecreatie Ten aanzien van de realisatie van de recreatiewoningen wordt op basis van onderstaande punten voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Voor de periode tot 2020 wordt in Noord-Holland een toename van de vraag in overnachtingen van gemiddeld een half procent per jaar, dus totaal 4%, verwacht. Het aantal kampeervakanties neemt af en er is een groei in het aantal overnachtingen in bungalowparken. Uit onderzoek blijkt een lichte groei in de vraag en toenemende ruimtevraag per bungalow, wat zal leiden tot 10-15% extra ruimtevraag tot 2020. Uit het leefstijlenonderzoek blijkt dat in de regio West-Friesland vooral toeristen uit de groepen 'Gezellig Lime' komen, gevolgd door 'Gezellig Groen'. De grootste groep 'Gezellig Lime' kiest vaak voor een bungalowpark. Op basis van potentiële capaciteit in de parken, extra ruimtevraag en de (tijdelijke) onttrekking van capaciteit is uitbreiding met 160 recreatiewoningen te onderbouwen. Uit marktconsultaties blijkt dit aantal ook haalbaar. De toeristisch-recreatieve populairste bestemmingen in Noord-Holland zijn de kuststrook met name Bergen, Egmond, Schoorl, Den Helder en Callantsoog, maar ook Alkmaar, Hoorn en Enkhuizen worden regelmatig bezocht voor een meerdaags verblijf. Een groot deel van het toeristisch-recreatieve oppervlak in West-Friesland bevindt zich langs de Omringdijk.
In West-Friesland liggen de recreatieparken in landelijk gebied. De locatie Enkhuizen sluit aan op de sterke iconen van West-Friesland: historische stad, water en Westfries landschap binnen de Omringdijk en zorgt voor een verdere diversificatie van het aanbod in de regio. Enkhuizen kent geen recreatiewoningen. Op basis van recente marktconsultaties van de economische en financiële haalbaarheid van de herontwikkeling blijkt dat het plan voorziet in een toenemende vraag naar recreatieverblijven in een 'stedelijke' omgeving in West-Friesland. De initiatieven voor destinatiemarketing passen goed in het Pact van Westfriesland en de positionering van Holland boven Amsterdam: naast oplossingsrichtingen voor de ruimtebehoefte van de sector wordt de uitvoering van de toeristische positionering op het schaalniveau van Noord-Holland boven het Noordzeekanaal concreet gemaakt. Het Recreatieoord Enkhuizerzand is een bestaand recreatiegebied, dat in samenhang is ontworpen. Het verplaatsen van de huidige seizoenscamping en de realisatie van recreatiewoningen op de vrijgekomen locatie versterkt de ruimtelijke zonering van het gebied.
Vanwege het aanbod aan overnachtingsmogelijkheden en vanwege de gunstige ligging bij Enkhuizen en het IJsselmeer, aan de Westfriese Omringdijk, en de nabijheid van het achterland past de ontwikkeling binnen de kansen die voor deze regio zijn benoemd in de Staat van Westfriesland.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
23
De samenwerking tussen bedrijven en overheid vormt een van de uitgangspunten voor de integrale herontwikkeling van het Enkhuizerzand. Hierdoor is sprake van een duurzame ontwikkeling. De plannen voor het Enkhuizerzand zijn onder de beleidsmakers en bestuurders reeds jaren bekend en passen binnen de ambities van de regio.
Regionale afstemming Tijdens het werkbezoek van gedeputeerde mevrouw Geldhof in maart 2017 heeft de gemeente Enkhuizen in het kader van regionale afstemming een presentatie gegeven over de ontwikkeling van het Recreatieoord Enkhuizerzand. De regio-vertegenwoordigers waren daar ook bij aanwezig en onderkenden breed het belang van de ontwikkeling voor de regio. Daarmee is sprake van een regionaal afgestemde ontwikkeling. Geconcludeerd wordt dat sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling die regionaal afgestemd is. Verplaatsing seizoenscamping Ten aanzien van de verplaatsing van de seizoenscamping wordt op basis van onderstaande punten voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. De seizoenscamping sluit aan op een bestaande behoefte, het betreft de verplaatsing van een bestaand terrein, er wordt niet meer teruggebouwd dan er vraag is, tot een maximum van 200 plaatsen. De verplaatsing van de seizoenscamping vindt binnen de huidige grenzen van het Recreatieoord Enkhuizerzand plaats. Het verplaatsen van de huidige seizoenscamping (in combinatie met de realisatie van recreatiewoningen op de vrijgekomen locatie) sluit aan op de ruimtelijke zonering van het gebied en brengt het gebied ruimtelijk in balans. Het verplaatsen van het stacaravanterrein als integraal onderdeel van het ontwikkelingsplan REZ is regionaal afgestemd.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Structuurvisie Noord-Holland 2040 De Provinciale Structuurvisie is in 2010 vastgesteld. Op 28 september 2015 is de meest recente actualisatie vastgesteld. In de Structuurvisie geeft de provincie aan welke doelen zij zich in de periode tot 2040 stelt. Hoofddoel is dat Noord-Holland een mooie, veelzijdige en internationaal concurrerende provincie blijft door in te zetten op klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik. De aspecten waarop de structuurvisie zich richt zijn de volgende: klimaatbestendigheid: de provincie zorgt voor een gezonde en veilige leefomgeving in harmonie met water en gebruik van duurzame energie; ruimtelijke kwaliteit: de provincie zorgt voor behoud van het Noord-Hollandse landschap door verdere ontwikkeling van de kwaliteit en diversiteit; duurzaam ruimtegebruik: de provincie zorgt voor een regionale ruimtelijke hoofdstructuur waarin functies slim gecombineerd worden en goed bereikbaar zijn nu en in de toekomst. Toetsing Voor de beoogde ontwikkeling zijn de thema's 'ruimtelijke kwaliteit' en 'duurzaam ruimtegebruik' het meest relevant. Deze onderwerpen komen aan de orde onder de toetsing aan de Provinciale Ruimtelijke Ordening.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
24
3.2.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) De Provinciale Ruimtelijke Verordening van de provincie Noord-Holland geeft een beschrijving waaraan bestemmingsplannen, projectbesluiten en beheersverordeningen moeten voldoen. Voor de doorwerking van het in de structuurvisie vastgelegde beleid naar gemeenten toe, heeft de provincie een provinciale ruimtelijke verordening opgesteld. De verordening is het aangewezen instrument als het gaat om algemene regels omtrent de inhoud van gemeentelijke bestemmingsplannen of projectbesluiten. Hierin zal duidelijk het provinciaal belang naar voren moeten komen. De Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie (PRVS) wordt naar aanleiding van nieuwe wetgeving en/of provinciaal beleid regelmatig aangepast. Op 12 december 2016 hebben Provinciale Staten een wijziging van de Provinciale Ruimtelijke Verordening vastgesteld. De nieuwe PRV trad in werking op 1 maart 2017. Gedeputeerde Staten hebben op 28 februari 2017 de uitvoeringsregeling met betrekking tot regionale afspraken over nieuwe stedelijke ontwikkelingen in Noord-Holland vastgesteld. Deze uitvoeringsregeling is op 1 maart 2017 in werking getreden. In tegenstelling tot de Structuurvisie Noord-Holland 2040 is de verordening bindend. De PRV is één van de instrumenten waarmee de provincie uitwerking geeft aan haar ruimtelijk beleid.
Voor dit bestemmingsplan zijn de volgende beleidsvelden van belang: 1. grondgebied provincie Noord Holland; 2. ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied; 3. ecologie; 4. Blauwe Ruimte 5. aardkundige waarden; 6. recreatiewoningen. Ad. 1 Grondgebied provincie Noord-Holland Voor het grondgebied van de provincie gelden algemene regels met betrekking tot stedelijke ontwikkelingen. Het begrip 'bestaand bebouwd gebied' waarbinnen stedelijke ontwikkelingen mogelijk zijn is met de laatste actualisatie vervallen. In de verordening wordt aangesloten op het begrip 'bestaand stedelijk gebied' zoals is het Besluit ruimtelijke ordening is vastgelegd. De volgende artikelen zijn relevant voor het bestemmingsplan. Artikel 5a 'Nieuwe stedelijke ontwikkeling' 1. Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. Toetsing Het bestemmingsplan maakt een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk. In paragraaf 3.1.3 is ingegaan op de regionale behoefte en de daarover gemaakte afspraken. De beoogde ontwikkeling voldoet derhalve aan dit artikel. ad.
2 Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied Voor het plangebied is relevant dat de ontwikkeling deels gelegen is in landelijk gebied. Artikel 15 PRV is daarom van toepassing op het plangebied.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
25
Artikel 15 Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied 1. 2.
3. 4.
Gedeputeerde Staten stellen de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie vast, die de provinciale belangen beschrijft ten aanzien van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied, indien gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a. rekening wordt gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble, en; de ambities en ontwikkelprincipes van de toepasselijke provinciale structuren, en; b. hierbij wordt betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes, en; de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble, en; de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van de toepasselijke provinciale structuren. De toelichting van een bestemmingsplan bevat een motivering waaruit moet blijken dat voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid. Gedeputeerde Staten kunnen de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO) om advies vragen over ontwikkelingen die een grote impact kunnen hebben op de landschappelijke en cultuurhistorische waarden of indien wordt afgeweken van de ontwikkelprincipes als bedoeld in het tweede lid onder a.
Toetsing In paragraaf 4.10 is ingegaan op de toetsing van het plan aan artikel PRV. Het plan voldoet aan de ruimtelijke kwaliteitseisen van de provincie. Ad. 3 Ecologie Op kaart 4 behorende bij de PRV is de ecologische hoofdstructuur (thans: Natuurnetwerk Nederland) aangeduid. Hieruit blijkt dat het IJsselmeer en Markermeer zijn aangewezen als 'EHS Grote Wateren' en een gedeelte van het buitendijkse gebied langs de Oostdijk als 'Ecologische Hoofdstructuur' zie figuur 3.2.
Figuur 3.2
Uitsnede kaart Ecologie PRV (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
26
In artikel 19 zijn de volgende voor dit plan relevante regels opgenomen: Artikel 19 'Ecologische Hoofdstructuur en provinciale Ecologische Verbindingszones' 1. Voor de gronden aangeduid op kaart 4 en op de digitale verbeelding ervan, als Ecologische Hoofdstructuur en als Ecologische Verbindingszone, geldt dat: a. een bestemmingsplan de gronden als 'natuur' bestemt, indien de natuurfunctie reeds is gerealiseerd; b. een bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid bevat die bepaalt dat burgemeester en wethouders een bestemming wijzigen in een natuurbestemming vanaf het moment dat: de gronden zijn verworven of ontpacht ten behoeve van het realiseren van de natuurfunctie; een overeenkomst voor functieverandering door middel van particulier natuurbeheer is gesloten; of Gedeputeerde Staten besluiten dat zij Provinciale Staten zullen verzoeken om het besluit tot het verzoek tot onteigening aan de Kroon, als bedoeld in artikel 78 van de Onteigeningswet, te nemen en dat ter voorbereiding van dit besluit van Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten een kopie van hun besluit hiertoe aan burgemeester en wethouders zenden met het verzoek over te gaan tot vaststelling van het wijzigingsplan; c.
een bestemmingsplan geen bestemmingen en regels bevat die omzetting naar de natuurfunctie onomkeerbaar belemmeren en de wezenlijke kenmerken en waarden van de Ecologische Hoofdstructuur en de Ecologische Verbindingszone significant aantasten; d. een bestemmingsplan het bepaalde in artikel 15 in acht neemt. 2.
In aanvulling op het eerste lid beschrijft de toelichting van het bestemmingsplan: a. de wezenlijke kenmerken en waarden van het desbetreffende deel van de Ecologische Hoofdstructuur of de Ecologische Verbindingszone, zoals aangegeven in het Natuurbeheerplan; b. hoe de wezenlijke kenmerken en waarden worden beschermd en; c. hoe negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden worden voorkomen.
3.
In afwijking van het eerste en tweede lid kan een bestemmingsplan voorzien in: a. nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten voor zover: er sprake is van een groot openbaar belang; er geen reële andere mogelijkheden zijn en; de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende effecten worden gecompenseerd of; b. een activiteit of een combinatie van activiteiten die mede tot doel heeft de kwaliteit of kwantiteit van de Ecologische Hoofdstructuur of de Ecologische Verbindingszone per saldo te verbeteren.
4.
In aanvulling op het derde lid: a. voldoet het bestemmingsplan aan de ruimtelijke kwaliteitseisen als bedoeld in artikel 15 en is een bestemmingsplan in overeenstemming met het gestelde in artikel 5a of artikel 5c; b. onderdeel a, kan het bestemmingsplan hier alleen in voorzien indien in het bestemmingsplan wordt opgenomen: op welke wijze schade aan de Ecologische Hoofdstructuur zoveel mogelijk wordt voorkomen en resterende schade wordt gecompenseerd; hoe wordt geborgd dat de maatregelen ten behoeve van de compensatie als bedoeld onder het vierde lid, onderdeel b sub 1 daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
5.
Voor zover het derde lid, onderdeel a, onder 3 van toepassing is, is artikel 25 niet van toepassing.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
27
Toetsing De ontwikkeling vindt plaats in het Natuurnetwerk Nederland. Het betreft een recreatieontwikkeling die gekoppeld is aan deze locatie; er zijn geen andere mogelijkheden. In het kader van deze ontwikkeling is een mer-beoordeling uitgevoerd. Daarbij is gekeken naar mogelijke effecten op flora en fauna. Uit de mer-beoordeling blijkt dat er geen effecten zijn. Verder is het plan besproken met de supervisor van de provincie. Hiermee is geborgd dat sprake is van een goede landschappelijke inpassing. Ad 4. Blauwe Ruimte Voor het aspect 'Blauwe Ruimte' is artikel 29a van de verordening relevant. Artikel 29a Buitendijkse gebieden 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in nieuwe bebouwing en functies in de buitendijkse gebieden langs het IJsselmeer, Markermeer, Gooimeer en Eemmeer, indien de toelichting een beschrijving bevat van de wijze waarop rekening is gehouden met actuele peilfluctuaties en voorzienbare peilveranderingen. 2. De artikelen 5a, 5c en 15 zijn van overeenkomstige toepassing. Toetsing Deze toets is opgenomen in de mer-beoordeling. Ad. 5 Aardkundige waarden Op kaart 10 behorende bij de verordening is het gebied tussen de Oostdijk en het IJsselmeer aangeduid als 'aardkundig waardevol gebied', zie figuur 3.3.
Figuur 3.3
Uitsnede kaart Aardkundige waarden PRV (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
28
In de verordening zijn de volgende relevante regels opgenomen: Artikel 8 'Aardkundig waardevolle gebieden' In de toelichting van een bestemmingsplan wordt aangegeven in hoeverre rekening is gehouden met de in het gebied, zoals aangegeven op kaart 10 en op de digitale verbeelding ervan, voorkomende bijzondere aardkundige waarden zoals beschreven in het bijlagerapport Actualisatie Intentieprogramma Bodembeschermingsgebieden (vastgesteld door Provinciale Staten d.d. 12 januari 2004, nr. 68). Toetsing Volgens het rapport Actualisatie Intentieprogramma Bodembeschermingsgebieden is ter plaatse een buitendijkse aanwasvlakte aanwezig. De betreffende gronden zijn bestemd voor Groen en Natuur IJsselmeergebied. Op deze gronden geldt een strikt regime voor wat betreft bouwen en gebruik. Daarmee is voldoende rekening gehouden met de aardkundige waarden van het gebied. 3.2.3 Leidraad Landschap en Cultuurhistorie De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ontwikkelingen met het doel te werken aan het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap en de cultuurhistorie. De leidraad beschrijft de kernkwaliteiten van de verschillende Noord-Hollandse landschappen. Gemeentelijke bestemmingsplannen die voorzien in nieuwe ontwikkelingen dienen rekening te houden met deze karakteristieke eigenschappen.
Het basis uitgangspunt is dan ook 'behoud door ontwikkeling'. Toetsing Hoe rekening gehouden is met de landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden is aangegeven in de paragrafen 4.9 (archeologie) en 4.10 (cultuurhistorie). 3.2.4 Kwaliteitsbeeld Noord-Holland 2050 Het Kwaliteitsbeeld beschrijft de waarden van het provinciale landschap, brengt in beeld hoe met de diverse opgaven die op het landschap afkomen zou kunnen worden omgesprongen en biedt een perspectief voor het beleid met betrekking tot het landschap op het provinciale schaalniveau. Het Kwaliteitsbeeld presenteert de hoofdlijnen voor het omgaan met het landschap op provinciaal schaalniveau. Het begrip landschap wordt in het Kwaliteitsbeeld niet opgevat als een sectoraal thema naast bijvoorbeeld natuur, recreatie en cultuurhistorie. Landschap staat voor de manier waarop mensen vroeger, nu en straks omgaan met fysieke gegevenheden als bodem, water en klimaat. En voor de gebruiksmogelijkheden en de beelden die daaruit ontstaan. Op deze manier opgevat vormt landschap de verbinding de verschillende thema's en opgaven. Het Kwaliteitsbeeld is bedoeld ter inspiratie van het werk op het regionale en lokale schaalniveau: het biedt een doorkijk naar koersen voor de verschillende in de provincie te onderscheiden landschappen.
Koersen om samen met gemeenten, gebiedsbeheerders, ontwikkelende partijen nader uit te werken. In deze zin is het Kwaliteitsbeeld een uitnodiging om de handen ineen te slaan en uit de mouwen te steken.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
29
En passant stelt het Kwaliteitsbeeld ook voor om de ingewikkelde stapeling van planologische beschermingsregimes op gebied van natuur, cultuur en milieu in de provincie – elk met een vertaling naar specifieke ruimtelijke beperkingen – te vereenvoudigen. Het advies, dat het Kwaliteitsbeeld meegeeft, is om de stapeling terug te brengen tot een tweetal hoofdregimes voor de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden: het 'Prachtlandschap', waar ruimte is voor ontwikkelingen die een impuls geven aan de aanwezige kwaliteiten en het 'Krachtlandschap' waar de focus ligt op de kwaliteit van de inpassing van de ruimtelijke ontwikkelingen. Op deze manier geeft het Kwaliteitsbeeld een voorlopig antwoord op de vraag: wat kan waar? Het is het complement van de nieuwe Leidraad Landschap en Cultuurhistorie, die op punt van verschijnen staat, en antwoord geeft op de vraag hoe en in welke vorm ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van het landschap. Toetsing Het plangebied is in het kwaliteitsbeeld beschreven in het hoofdstuk voor West-Friesland. De voor het plangebied relevante koers voor West-Friesland luidt: 1. West-Friesland als samenhangend geheel ontwikkelen en versterken. 2. Een aantal waardevolle (open) landschappen benoemen die grenzen aan de Omringdijk-steden, zoals Schagen, Medemblik, Enkhuizen en Hoorn. Deze open ruimten vormen 'de tuinen' van de genoemde steden.
De Omringdijk vormt de ruggengraat hiervoor. Het geheel zorgt ervoor dat de Omringdijk soeverein in de open ruimte blijft liggen. 3. De grootschalige ontwikkelingen koppelen aan de opzet van en versterking van een robuust, landschappelijk ruimtelijk raamwerk. 4. Recreatieve infrastructuur en het netwerk van recreatieve voorzieningen verbeteren en uitbreiden: bijvoorbeeld middels buitenpoorten (OV-haltes die grenzen aan het landschap), vaarverbindingen, oude linten. Ad. 1 De ontwikkeling die in het plangebied mogelijk wordt gemaakt houdt rekening met de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van West-Friesland. Ad. 2 De Omringdijk is positief bestemd in het plan en beschermd vanuit het waterkeringsbelang. Ad. 3 De ontwikkeling leidt tot een kwaliteitsverbetering van het gebied. Ad. 4 De ontwikkeling en uitbreiding van het recreatieoord is dus in lijn met deze koers uit het kwaliteitsbeeld. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan voldoet aan het provinciaal kwaliteitsbeeld voor West-Friesland. Visie op waterrecreatie in Noord-Holland 2030 Noord-Holland is verweven met het water. De provincie is dan ook een walhalla voor de waterrecreant. Zowel vanuit het economisch als het maatschappelijk belang wil de provincie we deze positie behouden en versterken. daarom heeft zij deze visie opgesteld.
De ambitie voor 2030 is dat Noord-Holland een vitale waterrecreatieprovincie is. Waarbij kansen zijn benut en gebruikers, ondernemers en overheden met elkaar zijn gekomen tot slimme, aantrekkelijke en duurzame mogelijkheden voor waterrecreatie. Vanzelfsprekend afgestemd op de kwaliteiten, kenmerken en draagkracht van de omgeving. Zowel vanuit het economisch als het maatschappelijk belang wil de Provincie de positie van Noord-Holland als vooraanstaande waterprovincie behouden en versterken.
Rho adviseurs voor leefruimte
038800.20170665
30
In de visie worden vier gebieden onderscheiden. Enkhuizerzand ligt in het gebied Waddenzee en IJsselmeergebied. In dit gebied is bij de ontwikkeling van locaties afstemming met natuurwaarden belangrijk. In de visie wordt Enkhuizen genoemd als voorbeeld van een locatie waar water en landrecreatie samenkomen. Ter plaatse van Enkhuizen is kitesurfen verboden op basis van de APV. Dit zal in de nieuwe beoogde situatie zo blijven. De ontwikkeling van Enkhuizerzand past binnen de uitgangspunten van deze visie; met de ontwikkeling wordt de positie van dit watersportgebied versterkt. Bij de totstandkoming van dit plan is rekening gehouden met aanwezige natuurwaarden.
3.3
Gemeentelijk beleid
Stadsvisie Enkhuizen 2030 In 2030 is Enkhuizen modern met een zichtbaar rijke geschiedenis als waterstad. Het is een functionele en overzichtelijke stad, door slimme zonering van gerichte gebieden voor toerisme, wonen en werken. De drie pijlers van het Enkhuizen van 2030 zijn: 1. een uniek historisch hart dat in de eerste plaats een rustige plek is voor bewoners; 2. een sterke toeristische functie die zich ook uitstrekt naar het buitengebied; 3. Seed Valley: grootschalige werkgelegenheid in de buitenste ring van Enkhuizen, zoals op Krabbersplaat en de Schepenwijk. Toerisme en recreatie Op het gebied van toerisme en recreatie zijn de volgende doelen in de Stadsvisie geformuleerd: Enkhuizen wil in 2030 de toonaangevende toeristische trekpleister van West-Friesland zijn; Enkhuizen kiest voor toerisme en recreatie voor concentratiegebieden om overlast en drukte te voorkomen en synergie tussen faciliteiten te bevorderen; Enkhuizen zet in op verbetering van de openbare ruimte en verbindende routes en op versterking en uitbreiding van het groen in de hele stad; de gemeente verkent in hoeverre waterrecreatie op en rond het IJsselmeer, maar ook in het achterland kan worden uitgebreid; de gemeente onderzoekt of er behoefte is aan een nieuw toeristisch buitengebied en zo ja, wat er nodig is om dit te realiseren.