Bijlage 3 PDF-versie Strategie Westfriesland
Tekst van het document
Strategie klimaatadaptatie Westfriesland
Geëxporteerde versie 18 december 2020 Deze versie van de strategie is een geëxporteerde versie van de originele online rapportage. Deze versie is bedoeld ten behoeve van besluitvorming en ter archivering. Voor een prettige leeservaring van de teksten en kaarten adviseren wij u om de klimaatstresstest te bekijken via de volgende link: https://sway.office.com/1dAuxjKlGHU2Fqa9
Strategie Klimaatadaptatie Westfriesland 2050 Naar een klimaatbestendige regio in 2050 Het klimaat verandert. Het wordt gemiddeld warmer in Nederland. De gevolgen? Vaker extremere weersomstandigheden zoals hevige neerslag en langere periodes van hitte en droogte. Maar ook bodemdaling, achteruitgang van de waterkwaliteit en een toenemende kans op overstromingen. Hierdoor zal het risico op schade toenemen. Ook in Westfriesland. Actie is nodig. In het nationale Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie zijn de stappen beschreven om tot een adaptatiestrategie te komen. De zeven gemeenten in regio Westfriesland en het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier spraken in 2018 af om dit proces gezamenlijk uit te voeren. De gemeenten Medemblik, Koggenland, Stede Broec, Opmeer, Hoorn, Drechterland en Enkhuizen en het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier werken samen aan een veilige en aantrekkelijke regio. De gemeenten hebben in 2018 uitgesproken tot de top 10 van meest aantrekkelijke regio’s te gaan behoren, waar welvaart en welzijn, een florerende duurzame economie en een rechtvaardig sociaal beleid de belangrijkste prioriteiten zijn. Wij zien klimaatadaptatie als een belangrijke voorwaarde én kans om deze ambitie te realiseren. In deze Strategie Klimaatadaptatie Westfriesland 2050 stellen wij onze ambitie vast voor een klimaatbestendig Westfriesland in 2050.
Daarmee zetten wij een stip op de horizon: waar willen we
uitkomen? Daaraan gekoppeld beschrijven wij in de strategie hoe hier te komen. Zo voeren we aan de hand van de strategie de regie om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Waar in deze strategie in ‘wij’ vorm wordt gesproken bedoelen we de 7 samenwerkende gemeenten van de regio Westfriesland en het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Aanpassingen zijn nodig. Directe maatregelen om de grootste risico’s aan te pakken, maar ook met beleid en afspraken over een manier van werken en communicatie. Zo groeit de regio stap voor stap mee met veranderingen richting 2050. Om risico’s te beheersen, maar juist ook om de kansen te benutten die zich bij aanpassing van onze leefomgeving voordoen. Dit in het volste besef dat meerdere partijen nodig zijn om de aanpassingen te realiseren. Soms kunnen wij risico’s zelf aanpakken. Vaak is samenwerking en steun van diverse regionale partners en de bewoners en bedrijven van Westfriesland nodig. Met het proces dat heeft geleid tot deze strategie is daarom ingezet op een strategie met draagvlak. In dit document worden drie ambitieniveaus met daarbij horende strategieën beschreven. Het is aan de zeven gemeenteraden om elk voor hun grondgebied een ambitieniveau te kie zen. Deze keuzes samen vormen de gemeenschappelijke Strategie Klimaatadaptatie Westfriesland 2050.
Na vaststellen van ambitie en strategie worden de acties voor de komende jaren uitgewerkt in de Uitvoeringsagenda Ruimtelijke Adaptatie. Afhankelijk van de door elke gemeente gekozen ambitie wordt in deze agenda vastgelegd waar gemeenten en Hoogheemraadschap samen en waar individueel actie oppakken. Wij voeren daarbij samen de regie maar zullen waar nodig ook samenwerken met andere partijen. Het proces van het uitvoeren van stresstest, bijstellen van de strategie en het opstellen van een uitvoeringsagenda kent een cyclus van 6 jaar. De achterliggende gedachte is dat dan rekening kan worden gehouden met veranderende omstandigheden en met nieuwe inzichten. Het tempo waarin Westfriesland klimaatbestendig wordt, wordt dan ook sterk bepaald door de acties die in de agenda worden opgenomen. In deze Sway presenteren we achtereenvolgens het proces dat heeft geleid tot de gezamenlijke strategie; de drie ambitieniveaus (ambitie A, B en C) en de uitgewerkte strategieën die horen bij deze drie ambitieniveaus. Tenslotte is voor elk van deze strategieën een vertaling gemaakt naar de specifieke situatie van elke gemeenten. Ook is een toelichting op de rol van het hoogheemraad schap gegeven.
1 - Start van proces naar een klimaatbestendig Westfriesland.
Gebruik van de website
Om resultaten te rapporteren en makkelijk te kunnen delen, maken we gebruik van Sway. Een paar tips voor het gebruik van Sway: •
Scroll naar beneden om de teksten te bekijken.
•
Klik op een afbeelding om deze te vergroten.
•
Wanneer op een afbeelding is geklikt om deze te vergroten, kan door CTRL ingedrukt te houden en te scrollen op de afbeelding ingezoomd worden.
Proces naar een gezamenlijke strategie Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie stelt dat in 2050 iedere gemeente in Nederland klimaatbestendig moet zijn. Eind 2020 moet elke gemeente klimaatadaptatie in zijn beleid hebben verankerd. Om dit gestructureerd te bereiken, zijn drie stappen voorgeschreven: weten, willen en werken. In het gezamenlijk plan van aanpak ruimtelijke adaptatie Westfriesland zette de regio in 2019 uit hoe de regio hier invulling aan geeft. De eerste stap, weten, is afgerond. De regio voerde een stresstest uit en verkreeg per klimaatthema (droogte, hitte, wateroverlast, overstromingen, bodemdaling en waterkwaliteit) inzicht waar klimaatverandering tot problemen kan leiden. Een belangrijke uitkomst is dat er in de toekomst meer klimaatschade zal zijn wanneer de ruimtelijke inrichting en organisatie hetzelfde blijft. Voor heel Westfriesland is op basis van analyses en kaartmateriaal, samen met betrokken stakeholders een inschatting van de belangrijkste klimaatrisico’s gemaakt. Klik hier voor de uitkomsten van de stresstest voor Westfriesland. Daarna is samen met stakeholders gewerkt aan de tweede stap, willen. Deze stap ging over de vragen “Hoe ver willen we gaan in het verminderen van deze risico’s?” en “Hoe gaan we onze ambities bereiken?”. In het kader van de risicodialoog zijn op onderstaande wijzen inzicht verkregen: •
Input vanuit projectgroep Ruimtelijke Adaptatie Westfriesland, bestaande uit gemeente Hoorn, Koggenland, Opmeer, Medemblik, Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en Omgevingsdienst Noord-Holland Noord;
•
Acht risicodialoogsessies met ambtenaren van alle Westfriese gemeenten het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier;
•
Een enquête onder ambtelijke en externe stakeholders zoals GGD, Rijkswaterstaat, Provincie Noord-Holland, Westfriese Bedrijvengroep, Recreatieschap Westfriesland;
•
Vier digitale risicodialoogsessies met ambtelijke en externe stakeholders.
Dit proces leverde veel inzichten en ideeën op. Ter voorbereiding van besluitvorming zijn deze uitgewerkt tot drie ambitieniveaus met bijbehorende strategieën.
2 - Plan van aanpak richting een klimaatbestendig Westfriesland in 2050.
Ambitieniveaus Ook in de huidige situatie zijn er risico’s bij extreme weersomstandigheden. Niet elk risico kan worden afgedekt. Door klimaatverandering nemen risico’s richting 2050 toe. Aanpassing van onze inrichting is echt nodig, anders gaat de kwaliteit van onze ope nbare ruimte achteruit, ondervinden onze inwoners overlast en wordt de vestigingsplaats voor bedrijven minder aantrekkelijk. De mate van aanpassing is een keuze. Klimaatrisico’s kunnen worden verminderd met maatregelen of worden geaccepteerd. Dit geldt voor de klimaatrisico’s binnen de bebouwde kom, voor risico’s voor landbouw en natuur op het platteland, voor risico’s het op vlak van gezondheid en recreatie en voor risico’s rond vitale infrastructuur. Het is aan gemeenten hier een balans in te kiezen. Ter besluitvorming worden drie ambitieniveaus (A, B en C) voorgelegd aan de gemeenteraden. De ambitieniveaus bestrijken de volle breedte van klimaatadaptatie. Ze gaan dus in op ambities met betrekking tot wateroverlast, hitte, droogte, wateroverlast, waterveiligheid en waterkwaliteit. Belangrijke risico’s uit de stresstest bevinden zich in de bebouwde kom. De aanpak van wateroverlast, hitte en droogte binnen de bebouwde kom hangt sterk met elkaar samen. Voor alle drie geldt op hoofdlijnen dat een grotere beperking van risico’s vraagt om een grotere aanpassing in de ruimtelijke inrichting.
Zeker waar ingezet wordt op vergroening. Groene maatregelen hebben vaak effect op alle drie: meer groen in plaats van verharding betekent meer ruimte voor waterberging na regen, meer infiltratie voor droge tijden en ruimte voor bomen zorgen voor schaduw en verkoeling. Per ambitie is ook een verbeelding opgesteld. Deze geeft een impressie van de mate van aanpassing van de openbare ruimte die hoort bij elk van de ambities. Klik op de afbeelding om deze te vergroten. De hoofdlijn voor de ambitieniveaus A, B en C is als volgt: Ambitieniveau A gaat ervan uit dat in 2050 meer risico wordt geaccepteerd. We richten ons op het oplossen van de grootste knelpunten. Dat betekent dat we in de toekomst vaker hinder of schade ervaren door wateroverlast, hitte, droogte en een verslechterende waterkwaliteit dan nu. De overheid pakt alleen de grootste risico’s aan. Bewoners, bedrijven en andere stakeholders zullen dit ondervinden en worden geacht zelf te acteren waar zij dit nodig vinden. Er wordt dus uitgegaan van een grotere eigen verantwoordelijkheid. Met klimaatverandering zullen overlast en schade toenemen ten opzichte van de situatie in 2020. Met Ambitieniveau B zetten we actief in op het meegroeien met de klimaatverandering. We richten ons op een beschermingsniveau dat vergelijkbaar is dat van nu.
In 2050 zullen we, ondanks de klimaatverandering die we nu verwachten, even vaak hinder of schade ervaren door wateroverlast,
hitte, droogte en waterkwaliteit als nu. Zo bieden we onze inwoners, ondernemers en bezoekers een even goede bescherming als nu. We benutten klimaatadaptatie actief om waarde toe te voegen aan onze stedelijke leefomgeving. Ambitieniveau C is vooruitstrevend. Bij ambitieniveau C staat waarde-creatie en het verhogen van de kwaliteit van de leefomgeving centraal bij de uitvoering van maatregelen. In de toekomst willen we beter beschermd zijn tegen extreme weersomstandigheden dan in 2020 het geval is. Dus minder hinder of schade door wateroverlast, hitte, droogte, overstromingen, waterkwaliteit. Omdat het klimaat verandert betekent dit dat we stevige maatregelen moeten nemen. Dit doen we samen met inwoners, ondernemers en andere partners.
3 - Tik of klik op de afbeelding om deze te vergroten.
4 - Tik of klik op de afbeelding om deze te vergroten.
5 - Tik of klik op de afbeelding om deze te vergroten.
6 - Tik of klik op de afbeelding om deze te vergroten.
Strategieën Met de ambitie zetten we een stip op de horizon. De strategie is de weg daar naartoe. Bij elke ambitie hoort dus een strategie. Deze zijn hieronder uitgewerkt. Elke strategie is opgebouwd uit vier bouwstenen waarin de strategische keuzes zijn verwoord. Deze bouwstenen vormen een samenhangende aanpak om de gekozen ambitie te realiseren. De bouwsteen ‘risicogestuurd prioriteren’ geeft aan hoe met de verschillende in de stresstest geïdentificeerde risico’s wordt omgegaan en welke we aanpakken om het gewenste ambitie- en beschermingsniveau te realiseren. De bouwsteen ‘eenduidige aanpak’ geeft invulling aan de wijze waarop de gemeenten zowel gezamenlijk als individueel de aanpak borgen in beleid en organisatie. Klimaatadaptatie vraagt immers om een lange adem en dus is een goede borging noodzakelijk. Bouwsteen ‘iedereen doet mee’ gaat over hoe we de rolverdeling zien tussen overheid, partners en bewoners en bedrijven in Westfriesland en hoe zij actief sturen op deze betrokkenheid. ‘Aanhaken maatschappelijke thema’s’ is de vierde bouwsteen. Klimaatadaptatie is vaak een onderdeel van een bredere aanpak binnen een gebied of beleidsveld. Hoe klimaatadaptatie en de uitdagingen en ontwikkelingen binnen andere maatschappelijke thema’s zijn gekoppeld wordt hier toegelicht.
7 - De vier hoofdthema's van de klimaatadaptatie strategieën.
Link naar strategieën
8 - Tik of klik op de afbeelding om deze te vergroten.
Hiernaast is een samenvattingstabel te vinden. Deze geeft een puntsgewijs overzicht van de drie strategieën op hoofdlijnen. Een gedetailleerde beschrijving van strategie A, B en C is te vinden als u klikt op de onderstaande links. Ook is er een gedetailleerde overzichtstabel te vinden als u op de onderstaande link klikt. 1. Klik HIER voor strategie A 2. Klik HIER voor strategie B. 3. Klik HIER voor strategie C. 4. Klik HIER voor de gedetailleerde overzichtstabel van strategie A, B en C.
Invulling strategie per gemeente De strategieën A, B en C geven de insteek op hoofdlijnen weer en zijn voor heel Westfriesland gelijk. Risico’s en uitgangssituatie verschillen echter per gemeente. Per gemeente is een lokale vertaling gemaakt van de strategieën bij elk ambitieniveau. Deze geeft aan wat binnen elke gemeente moet worden gedaan om het ambitieniveau te realiseren. Dit brengt ook kosten met zich mee. Voor wateroverlast is een inschatting van gemaakt wat de keuze in ambitieniveau A, B en C kost. Een uitleg van de inschatting van de kosten is te lezen als u klikt op de volgende link: kosten en baten klimaatadaptatie. Deze informatie dient als ondersteuning bij de afweging tussen de drie ambitieniveaus voor elke gemeente en vormt geen onderdeel van de strategie. Hieronder vindt u de links met een beschrijving, overzichtstabel en kostentabel per gemeente. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is een belangrijke partner richting een klimaatbestendig Westfriesland. Het hoogheemraadschap stelt deze strategie niet bestuurlijk vast maar neemt wel een bestuurlijke beslissing over haar rol binnen het uitvoeringsprogramma. Hieronder ook een toelichting op de rol van het hoogheemraadschap.
Voor gemeente Medemblik: Klik hier
Voor gemeente Hoorn: Klik hier Voor gemeente Stede Broec: Klik hier Voor gemeente Enkhuizen: Klik hier Voor gemeente Drechterland: Klik hier Voor gemeente Opmeer: klik hier Voor gemeente Koggenland: Klik hier Voor HHNK: Klik hier
En hoe nu verder? De ambitieniveaus met bijbehorende strategieën worden ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraden. Elke gemeente beslist met welke ambitie de gemeente invulling wil geven aan klimaatadaptatie. De gekozen ambitieniveaus, met bijbehorende strategieën, worden vastgelegd in de definitieve versie van dit stuk, en vormen zo samen de klimaatadaptatiestrategie Westfriesland. De klimaatadaptatiestrategie wordt begin 2021 uitgewerkt in een Uitvoeringsagenda Ruimtelijke Adaptatie voor de periode 2021-2025. In jaarplannen worden de acties nader gespecificeerd met planning en budget. Met vaststelling van de uitvoeringsagenda wordt gestart met de derde stap in het proces naar een klimaatbestendig Westfriesland: werken.
Meer informatie Voor vragen over de strategie kunt u verder contact opnemen met Koos Brouwer, co ördinator ruimtelijke adaptatie voor Westfriesland. U kunt hem bereiken via 06 52 56 76 95 en koos.brouwer@medemblik.nl.
Klimaatadaptatie strategie A Ambitieniveau A Ambitieniveau A gaat ervan uit dat in 2050 meer risico wordt geaccepteerd. We richten ons op het oplossen van de grootste knelpunten. Dat betekent dat we in de toekomst vaker hinder of schade ervaren door wateroverlast, hitte, droogte en een verslechterende waterkwaliteit dan nu. De overheid pakt alleen de grootste risico’s aan. Bewoners, bedrijven en andere stakeholders zullen dit ondervinden en worden geacht zelf te acteren waar zij dit nodig vinden. Er wordt dus uitgegaan van een grotere eigen verantwoordelijkheid. Met klimaatverandering zullen overlast en schade toenemen ten opzichte van de situatie in 2020.
1 - Klik op de afbeelding om deze te vergroten of te openen op een nieuwe pagina.
De strategie is opgedeeld in vier bouwstenen: •
Risicogestuurd prioriteren
We richten ons in eerste instantie op de grootste risico’s uit de klimaatstresstest. Overige, minder urgente klimaatrisico’s nemen we mee wanneer zich kansen voordoen in projecten. We organiseren hier geen aparte acties voor. Waar risico’s nog onvoldoende helder zijn doen we onderzoek deze te verduidelijken. •
Eenduidige aanpak
We pakken klimaatadaptatie als regio én als gemeente op een eenduidige manier aan waarbij regionaal actief wordt samengewerkt. Hier geven we aan hoe we ons beleid aanpassen en afspraken maken over het uitvoeren van maatregelen. •
Iedereen doet mee
Naast de gemeente hebben ook andere partijen een rol in het nemen van klimaatbestendige maatregelen. Onder de bouwsteen Iedereen doet mee beschrijven we hoe we samenwerking en inzet door bewoners en ondernemers bevorderen. •
Aanhaken maatschappelijke thema’s
We verhogen de kwaliteit van onze strategie door over de grenzen van klimaatadaptatie heen te kijken. We leggen ook linkjes met andere beleidsvelden en duurzaamheidsuitdagingen zoals de energietransitie. Hoe we dat doen omschrijven we in deze bouwsteen.
2 - Klik of tik op de afbeelding om deze te vergroten of te openen op een nieuwe pagina.
Risicogestuurd prioriteren Het klimaat verandert en de gemeenten en het hoogheemraadschap nemen maatregelen om mee te bewegen. De prioriteit ligt bij de aanpak van de grootste knelpunten in wateroverlast, hittestress, droogte, bodemdaling, overstromingen en waterkwaliteit. Kwetsbare en vitale functies zullen hierdoor ook in de toekomst beschermd zijn tegen hittestress, droogte en overstromingen. We pakken deze knelpunten bij voorkeur op logische momenten aan, bijvoorbeeld wanneer er toch al onderhoud of herinrichting staat gepland.
Hierna volgt een toelichting op de grootste knelpunten die voor Westfriesland in de klimaatstresstest zijn gevonden.
Wateroverlast In deze strategie zetten we in op een beschermingsniveau waarbij bij heftige regenbuien van 50 mm in een uur geen schade optreedt. Volgens de huidige inzichten valt deze bui in 2050 gemiddeld eens in de 25 jaar. Het grootste deel van het stedelijk gebied van Westfriesland voldoet al aan deze norm. We zetten in strategie A vooral in op de aanpak van wateroverlast in wijken waar deze norm nog niet wordt gehaald en aanwijsbare knelpunten optreden. Deze wijken worden aangepakt om schade te voorkomen en bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten in de toekomst te kunnen waarborgen. Het betreft voornamelijk de historische centrumwijken, woonwijken gebouwd tussen 1960 en 1980 en bedrijventerreinen. Deze gebieden kennen relatief veel verhard oppervlak en weinig groen om water te laten infiltreren. Soms is nog een gemengd rioolstelsel aanwezig.
In de praktijk betekent dit dat er meer ruimte voor groen en oppervlaktewater moet worden gevonden.
De maatregelen tegen wateroverlast kunnen met beperkte aanpassingen zowel boven als ondergrond worden gerealiseerd, bij voorkeur op het moment dat al groot onderhoud plaatsvindt. Dit vereist dat bij het formuleren van projecten, klimaatbestendigheid standaard wordt
meegenomen. Als in een gemeente veel wijken nog niet voldoen, is een meer proactieve programmering noodzakelijk. Naast het aanpakken van de bestaande situatie is het bij alle strategieën belangrijk om normen op te nemen voor nieuwbouw. Niet alleen voor berging in het watersysteem en met betrekking tot de riolering, maar ook minimumvoorwaarden aan de inrichting van de openbare ruimte bij hevige neerslag. Eisen worden opgesteld gebaseerd op het basisveiligheidsniveau zoals die voor de Metropool Regio Amsterdam in ontwikkeling is. In de praktijk betekent dit dat er meer ruimte voor groen en oppervlaktewater moet worden gevonden. Mogelijk gaat dit ten koste van uitgeefbare grond.
Hitte De maatregelen om hitte te beperken blijven bij Strategie A beperkt tot de grootste risico’s. We richten ons met name op bescherming van de kwetsbaren in de samenleving. Voor hitte zijn dit met name jonge kinderen en ouderen: hitte kan leiden tot gezondheidsproblemen bij kinderen en ouderen. Binnen de laatste groep treedt ook oversterfte op tijdens hete perioden. Binnen- én buitenruimte van basisscholen en verzorgingshuizen zijn vaak nog niet ingericht op hoge temperaturen. In heel Westfriesland bestaat er daarom een opgave om deze verblijfsplekken hittebestendig te maken. Gemeenten zijn echter niet altijd eigenaar of beheerder van deze plekken: dit vergt samenwerking. In sommige gemeenten zijn al ontwikkelingen om scholen en zorginstellingen te vernieuwen of renoveren. Niet alleen kwetsbare groepen hebben last van de hitte. Elke inwoner kan daar op warme dagen mee te maken krijgen. Vooral op warme plekken als pleinen en centra met veel verharding. Meer schaduw en groen (plantsoenen, verticaal groen, groene daken) draagt bij aan het verkoelen van gebouwen en openbare ruimte. Bij Strategie A wordt de openbare ruimte maar beperkt aangepakt waarbij waar mogelijk wel wordt gekeken meer bomen voor schaduw aan te planten. Er moet daarom bij Strategie A rekening gehouden worden met een afnemend comfort bij extreme hitte in de toekomst.
Landbouwbedrijven spelen al in op deze risico’s maar zullen in de toekomst vaker te maken krijgen met hitte.
Ook bewustwording en gedrag spelen een grote rol bij aanpassing aan een heter klimaat. Op dit vlak stemmen gemeenten af met de GGD voor nadere invulling. In Strategie A zetten we ons hierbij vooral in op het informeren en stimuleren van bewustwording (zie ook Ie dereen doet mee). Vanaf 1 juli 2020 gelden landelijk vanuit bouwregelgeving al nieuwe eisen om hittestress binnen te voorkomen voor nieuwe gebouwen. Voor de buitenruimte in nieuwbouwplannen is de gemeente aan zet en stelt zij eisen op gebaseerd op het basisveiligheidsniveau zoals die voor de Metropool Regio Amsterdam in ontwikkeling is. Ook voor vee zijn er in Westfriesland in de toekomst mogelijk risico’s door hittestress. Door hitte ervaren dieren overlast en produceert melkvee minder melk. Landbouwbedrij ven spelen al in op deze risico’s maar zullen in de toekomst vaker te maken krijgen met hitte. Onderzocht wordt op welke wijze voorlichting het beste vorm kan krijgen, daarbij speelt het Landbouw portaal van HHNK mogelijk een rol.
Droogte Met de ligging aan Markermeer en IJsselmeer is de wateraanvoer in Westfriesland goed geregeld en zijn risico’s in tijden van droogte beperkt. Tot nu toe is er in Westfriesland nog geen sproeiverbod voor de landbouw ingesteld in droge zomers, waar dit elders in Noord-Holland wel is voorgekomen. Gevolgen van droogte zijn vooralsnog dus beperkt in Westfriesland. Als droge periodes langer aanhouden of de zoetwatervoorraad van het IJsselmeer in het geding komt zijn gevolgen mogelijk (veel) groter. Over de gevolgen van droogte in de landbouw en de mogelijkheden om deze te beperken communiceert het waterschap met de sector via het landbouwportaal. Lang aanhoudende droogte heeft ook effect op de groenvoorziening. Deze herstelt zich in het algemeen weer goed wanneer de droogte voorbij is. Belangrijk is in te zetten op het infiltreren en vasthouden van water om zo meer water beschikbaar te hebben voor tijden van droogte. In Strategie A wordt hier bij de beperkte maatregelen in de openbare ruimte op ingezet. Bodemdaling door droogte speelt in Westfriesland slechts in zeer beperkte mate. Wel zijn er mogelijk risico’s voor houten paalfunderingen. Op enkele plekken blijkt uit generieke data een daling van grondwaterstand op plekken waar op basis van het bouwjaar ook panden met houten paalfundering worden verwacht.
Gemeenten in regio Westfriesland brengen dit risico met nader onderzoek scherper in beeld.
Gevolgen van overstromingen In sommige gebieden in Westfriesland kunnen overstromingsdiepten van meer dan anderhalve meter optreden, nadat een primaire waterkering bezwijkt. Bepalende keringen zijn de IJsselmeerdijken Medemblik-Enkhuizen, de dijk Enkhuizen-Hoorn en de binnendijk langs de Wieringermeer. Als een regionale waterkering langs de polders bezwijkt, zorgt dit voor slechts beperkte overstromingsdiepten in Westfriesland. De kans dat een overstroming optreedt is minimaal, maar de gevolgen zijn desastreus. Om de risico’s van overstromingen te beperken, werkt regio Westfriesland samen met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier aan meerlaagsveiligheid. Dit houdt in dat we gezamenlijk op drie manieren ons beschermen tegen overstromingsgevaar: 1. Preventie: Voorkomen dat een overstroming plaatsvindt. Het Hoogheemraadschap heeft hierin de voornaamste taak door de dijken te versterken. 2. Ruimtelijke inrichting: De ruimte zo inrichten dat de gevolgen van een overstroming worden beperkt. Hierin hebben Westfriese gemeenten een rol. Het Hoogheemraadschap draagt hieraan bij als kennispartner. Bij nieuwe ontwikkelingen en ruimtelijke plannen worden de gevolgen van overstromingen meegenomen in de afweging. Een belangrijk punt in ruimtelijke inrichting is de bereikbaarheid van het Dijklanderziekenhuis in Hoorn bij een overstroming.
Op basis van de klimaatstresstest vermoeden we dat onder andere de onderdoorgang bij de A7 mogelijk onder water komt te staan bij een overstroming. Gezien de regionale functie van het ziekenhuis moet dit knelpunt als regio gezamenlijk met het Hoogheemraadschap nader worden onderzocht. De regio dringt bij partners aan op meer inzicht in risico’s voor vitale infrastructuur, inclusief cascade-effecten zodat gekeken kan worden naar welke locatie specifieke maatregelen bijdragen aan robuustere netwerken. 3. Crisisbeheersing: Maatregelen die de gevolgen beperken bij een (dreigende) overstroming. Hier kan regio Westfriesland aan bij dragen door inwoners te informeren wat te doen bij een (dreigende) overstroming (zie ook Iedereen doet mee).
Waterkwaliteit Door toenemende temperaturen is de verwachting dat de kwaliteit van oppervlaktewater achteruitgaat. Blauwalg en botulisme treedt vaker op. Ook door extreme regenbuien kan de kwaliteit van oppervlaktewater verslechteren. Dit is een gevolg van overstort van vuil rioolwater op het oppervlaktewater. Doordat in de toekomst vaker hogere temperaturen optreden, neemt de vraag naar mogelijkheden voor waterrecreatie juist toe. Mensen zwemmen, varen of SUP’pen (Stand Up Paddling) ook op sloten en meertjes die niet zijn aangemerkt als officiële zwemlocatie. In Strategie A gaan we uit van de huidige mogelijkheden voor waterrecreatie op officiële zwemlocaties. De provincie monitort op deze locaties de waterkwaliteit voor veilig gebruik. Waterrecreatie op overige plekken is hierbij het risico van de recreant die hiertoe wel goed moet zijn geïnformeerd. In samenwerking met partners wordt gekeken waar deze informatievoorziening beter moet en kan.
Bodemdaling In Westfriesland treedt niet veel bodemdaling op. Op enkele locaties vindt mogelijk bodemdaling plaats langs waterkeringen. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier neemt dit risico mee in de periodieke toetsing van waterkeringen.
Eenduidige aanpak Eenduidige aanpak omschrijft de manier waarop Westfriesland en de afzonderlijke gemeenten klimaatadaptatie borgen in hun beleid en organisatie.
Organisatie In Strategie A nemen gemeenten vooral individueel maatregelen. Binnen de gemeenten worden deze acties door een klimaatcoördinator georganiseerd. Deze coördinator zorgt ook dat klimaatadaptatie wordt geborgd in relevante beleidsstukken en in handelen. De coördinator rapporteert voortgang op het voldoen aan ambities en normen in een jaarlijkse rapportage aan het college. Wanneer dit nodig is of tot een effectievere of efficiëntere aanpak leidt, stemt de gemeentelijk coördinator af met andere Westfriese gemeenten. Hiermee houdt Strategie A de gemeentelijke organisatie om klimaatverandering te borgen bescheiden. Het toevoegen van klimaatverandering aan projecten, te toetsen vergunningen en grondexploitaties zorgt echter wel voor een toename in werkdruk op verschillende afdelingen. Hoe groot deze impact is omschrijven we per gemeente op een aparte pagina.
Beleid Strategie A zet in op aanpak van de grootste knelpunten waarbij met name de gemeente zelf aan zet is voor het nemen van maatregelen in openbare ruimte. Gemeenten benutten meekoppelkansen door deze vroeg in hun werkprocessen te identificeren. De Omgevingsvisie is hierbij een belangrijk instrument. De voortgang op het opstellen van de Omgevingsvisie verschilt per gemeente. Waar omgevingsvisies worden opgesteld is een proactieve borging van ruimte voor klimaatadaptatie ook voor strategie A van belang. Ook is dit een plek om verder vorm te geven aan de integratie van klimaatadaptie en andere thema’s als biodiversiteit, mobiliteit, recreatie en energietransitie. Bij de herinrichting op wijk en straatniveau is de Leidraad of Handreiking Inrichten Openbare Ruimte een belangrijk instrument. Ook deze leidraad is een instrument voor integratie van thema’s. Hierin staan uitgangspunten en standaarden voor inrichting beschreven. Aanpassing biedt gelegenheid om nieuwe standaarden voor weginrichting, groen en water te verankeren stellen. Flexibiliteit om nieuwe ideeën mogelijk te maken is hierbij belangrijk. In strategie A zetten gemeenten in op aanpassen van deze leidraden en handreikingen en uitwisseling van kennis en ervaring op dit vlak.
Bestaand gebied Klimaatadaptatie wordt meegenomen in onderhoud- en renovatieprojecten waar dat mogelijk en nuttig is. Door klimaatadaptatie op deze manier mee te koppelen bl ijft de extra benodigde inzet in het algemeen beperkt. Alleen de grootste risico's vormen aanleiding om de aanpak van gebieden of locaties naar voren te trekken. Verder is een doelstelling dat de hoeveelheid groen in de gemeente niet mag afnemen.
Nieuwbouw Voor nieuwbouw stelt de gemeente hogere eisen dan aan het bestaand gebied. Zo wordt voldoende ruimte geborgd voor groen en (oppervlakte)water. Deze eisen worden gebaseerd op het basisveiligheidsniveau zoals die voor de Metropool Regio Amsterdam in ontwikkeling is. Door uit te gaan van dezelfde eisen die elders in Noord-Holland worden gebruikt ontstaat duidelijkheid en een gelijk speelveld voor nieuwe ontwikkelingen.
Iedereen doet mee Niet alleen de gemeenten, maar ook bewoners, bedrijven, regionale en landelijke partners en kennisinstellingen kunnen een bijdrage kunnen leveren bij het behalen van de klimaatambities. Bij Strategie A zetten we in op bewustwording van bewoners en bedrijven, en zoeken alleen nauwere samenwerking met partijen wanneer hier gericht aanleiding voor is. Daarmee houden gemeenten de verantwoordelijkheid vooral bij zichzelf. Dit heeft als voordeel dat de meeste acties zelfstandig uitgevoerd kunnen worden op eigen gebied en volgens eigen planning. Het nadeel is dat een vergroening van particulier terrein of het vergaren van bredere kennis met deze aanpak slechts beperkt mogelijk is.
Communicatie De communicatie richt zich in Strategie A op het verhogen van het risicobewustzijn van bewoners en bedrijven. Bewoners en bedrijven kunnen vervolgens zelf actie ondernemen om risico’s verder te beperken of accepteren deze. We verwachten hierdoor een groter risicobewustzijn bij inwoners en ondernemers. Zonder aanvullende financiële stimulering, ontzorgen of acties verwachten we dat het aandeel particulieren dat maatregelen neemt beperkt blijft. De hoeveelheid groen op particulier terrein neemt daarmee niet af, maar ook niet toe. De middelen hiervoor worden georganiseerd door de huidige communicatiemedewerkers, tenzij gemeenten hebben aangegeven dat de huidige capaciteit hiervoor niet voldoet. Daarnaast benutten we het samenwerkingsplatform Noorderkwartier om campagnes te starten. •
Messaging: De boodschap is algemeen van aard, behalve waar het gaat om voor de hand liggende meekoppelkansen (herinrichting wijk, aanleg nieuwbouwwijk). Daar wordt de communicatie-aanpak specifieker gemaakt, maar ook hier ligt de nadruk eerder op het kweken van begrip dan op activatie/participatie.
•
Doelgroepen: Inwoners in het algemeen en partijen die groen in eigendom hebbe n in het bijzonder: particuliere huizenbezitters en bedrijven.
•
Middelen: Algemene, relatief laagwaardige bewustwordingsmiddelen, zoals een informerende publiekswebsite en persberichten en social media posts (betaald en onbetaald) rond gemeentelijke klimaatbestendige projecten. Partijen die actief zijn in de groen-blauwe keten houden open dagen voor meer begrip voor hun werk.
•
Organisatie: Klimaatadaptatie is vooral een gemeentelijke aangelegenheid. Dat geldt ook voor de bijbehorende communicatie-inspanning. Op Westfries niveau houden we elkaar op de hoogte van acties en wisselen we best practices uit. Op Noorderkwartier niveau worden we ondersteund door een website die een algemeen beeld schetst van ruimtelijke klimaatadaptatie.
Participatie Bij projecten in de openbare ruimte speelt bewonersparticipatie altijd een rol. In participatietrajecten besteden we aandacht aan de acties die gemeenten, bewoners en bedrijven kunnen nemen op gebied van wateroverlast, droogte en hitte. Op deze manier kan het risicobewustzijn verder worden gestimuleerd. Het meenemen van klimaatbestendigheid in participatietrajecten vereist dat de gemeente hier duidelijke (interne) afspraken over maakt. Een Participatienota of -handreiking kan hiervoor een middel zijn.
Eigen rol bedrijventerreinen Ut de stresstest blijkt dat diverse bedrijventerreinen gevoelig zijn voor wateroverlast en hittestress. Oorzaak vaak een grote mate van verharding op particulier terrein en een relatief klein percentage openbare ruimte waardoor mogelijkheden van gemeenten beperkt zijn. Platte daken zorgen ervoor dat ook binnen de temperaturen kunnen oplopen. Bedrijven hebben hierin een eigen verantwoordelijkheid. In Strategie A neemt de gemeente bij herinrichting van de openbare ruimte maatregelen. Daarnaast gaan gemeenten het gesprek aan per bedrijf en met bedrijvenverenigingen over mogelijkheden meer water te infiltreren en hoe te vergroenen. Per gemeente verschilt het wat hiervoor de verwachte inzet is.
Eigen rol overige particulieren Westfriesland vindt het belangrijk om bewoners aan te haken om klimaatadaptatie. Zo ontstaat meer bewustzijn en draagvlak. Inzet is op termijn een verandering in houding en gedrag, waardoor bewoners eerder bereid zijn maatregelen te nemen zoals het plaatsen van e en regenton of het vergroenen van hun tuin. Door tuinen te vergroenen wordt lokaal meer water vastgehouden. Zo dragen particulieren bij aan het verminderen van overlast bij extreme buien of extreme droogte. In Strategie A zetten we hierop in door het goede voorbeeld te geven in eigen openbaar gebied, en bewoners te informeren over de maatregelen die zij zelf kunnen nemen (zie Communicatie).
Aanhaken maatschappelijke thema’s Strategie A zet in op meer samenwerking tussen beleidsvelden zodat in projecten een betere afstemming tussen opgaven op vlak van klimaatadaptatie, energietransitie, biodiversiteit en sociaal
domein tot stand komt. De Omgevingsvisie is in Strategie A het voornaamste instrument om dit te borgen. Op deze manier wordt gewaarborgd dat investeringen in verschillende beleidsvelden niet met elkaar botsen.
Daarnaast is het belangrijk dat op afdelingsniveau regelmatig afstemming plaatsvindt over de lopende en kansrijke ontwikkelingen. Zo kunnen linkjes worden gelegd. Voorbeelden van kansrijke koppelingen: •
Meenemen van onderwerp klimaatadaptatie in al lopende acties om met bewoners schoolpleinen te vergroenen;
•
Bij het klimaatbestendig maken van wijken de warmtetransitie meekoppelen;
•
Bij aanpak van recreatiegebieden en aanpak stadsranden kansen benutten voor waterberging.
Voor verschillende gemeenten zijn er al concrete voorbeelden van manieren om klimaatadaptatie en andere thema’s te combineren. Deze worden benoemd op de specifieke gemeentepagina.
Klimaatadaptatie strategie B Ambitieniveau B Met Ambitieniveau B zetten we actief in op het meegroeien met de klimaatverandering. We richten ons op een beschermingsniveau dat vergelijkbaar is dat van nu. In 2050 zullen we, ondanks de klimaatverandering die we nu verwachten, even vaak hinder of schade ervaren door wateroverlast, hitte, droogte en waterkwaliteit als nu. Zo bieden we onze inwoners, ondernemers en bezoekers een even goede bescherming als nu. We benutten klimaatadaptatie actief om waarde toe te voegen aan onze stedelijke leefomgeving.
1 - Klik op de afbeelding om deze te vergroten of te openen op een nieuwe pagina.
De strategie is opgedeeld in vier bouwstenen:
•
Risicogestuurd prioriteren We richten ons in eerste instantie op de grootste risico’s uit de klimaatstresstest. Daarnaast passen we in Strategie B stap voor stap de openbare ruimte in de gehele gemeente aan waar deze aan vervanging toe is. Zo groeien we mee met het veranderende klimaat. Waar risico’s nog onvoldoende helder zijn doen we onderzoek.
•
Eenduidige aanpak We pakken klimaatadaptatie als regio én als gemeente op een eenduidige manier aan waarbij regionaal actief wordt samengewerkt. Hier geven we aan hoe we ons beleid aanpassen en afspraken maken over het uitvoeren van maatregelen.
•
Iedereen doet mee Zowel gemeente als andere partijen hebben een rol in het nemen van klimaatbestendige maatregelen. In Strategie B stimuleren we bewoners en ondernemers om ook maatregelen te nemen. Onder de bouwsteen Iedereen doet mee beschrijven we hoe we dit doen.
•
Aanhaken maatschappelijke thema’s Het aanpakken van klimaatadaptatie heeft veel raakvlakken met andere uitdagingen en beleidsvelden. Hoe we verbanden leggen en hiermee de kwaliteit van de aanpak vergroten omschrijven we in deze bouwsteen.
2 - Klik of tik op de afbeelding om deze te vergroten of te openen op een nieuwe pagina.
Risicogestuurd prioriteren Het klimaat verandert. De regio Westfriesland groeit mee met deze verandering zodat de inwoners, ondernemers en bezoekers in 2050 nog even goed beschermd zijn tegen wateroverlast, hittestress, droogte, de gevolgen van overstromingen en een slechte waterkwaliteit als dat in 2020 het geval is. Dat vraagt een flinke inzet. Tijdens een flinke zomerse bui van een uur bijvoorbeeld valt in 2050 bij benadering wel 25% meer neerslag. Een toekomstgerichte aanpak is dus nodig om eenzelfde beschermingsniveau als nu te kunnen garanderen. Hierna volgt een toelichting op de grootste aandachtspunten die voor Westfriesland in de klimaatstresstest zijn gevonden.
Wateroverlast In strategie B zetten we in op een beschermingsniveau waarbij bij heftige regenbuien van 60 mm in een uur geen schade optreedt. Volgens de huidige inzichten valt deze bui in 2050 gemiddeld eens in de 50 jaar. Dit betekent dat in een groot deel van het stedelijk gebied van Westfriesland aanpassingen nodig zullen zijn. We zetten met Strategie B in op het oplossen van knelpunten en het stap voor stap aanpassen van de leefomgeving aan het nieuwe ambitieniveau. In Strategie B worden de wijken waar het risico op wateroverlast groter is met meer urgentie aangepakt. Deze wijken worden aangepakt om schade te voorkomen en bereikbaarheid voor nood en hulpdiensten in de toekomst te kunnen waarborgen. Het betreft voornamelijk de historische centrumwijken, woonwijken gebouwd tussen 1960 en 1980, en bedrijventerreinen. Deze gebieden kennen relatief veel verhard oppervlak en weinig groen om water te laten infiltreren. Vaak is nog een gemengd rioolstelsel aanwezig.
Deze maatregelen worden grotendeels gezocht in de openbare ruimte.
We richten ons op een combinatie van grijze (riool, tijdelijke ondergrondse opslag) en groene (bomen, plantsoenen en oppervlaktewater) maatregelen. Daarbij hebben groene maatregelen de voorkeur. Deze maatregelen hebben namelijk een dempend effect op het vlak van hittestress en droogte. Ook dragen ze bij aan de belevingswaarde van een gebied. Tenslotte draagt groen ook bij aan andere maatschappelijke opgaves zoals het vergroten van de biodiversiteit en het verlagen van
de CO2-afdruk. De keuze voor strategie B heeft invloed op de inrichting van het gehele stedelijke gebied en vraagt ruimte en een echt andere prioritering bij de inrichting van de openbare ruimte. Deze maatregelen worden grotendeels gezocht in de openbare ruimte. We verwachten echter ook een bijdrage van particulieren en stimuleren hen hun perceel te vergroenen. Naast het aanpakken van de bestaande situatie is het bij alle strategieën belangrijk om normen op te nemen voor nieuwbouw. Niet alleen voor berging in het watersysteem en met betrekking tot de riolering, maar ook minimumvoorwaarden aan de inrichting van de openbare ruimte bij hevige neerslag. Eisen worden opgesteld gebaseerd op het basisveiligheidsniveau zoals die voor de Metropool Regio Amsterdam in ontwikkeling is. In de praktijk betekent dit dat er meer ruimte voor groen en oppervlaktewater moet worden gevonden. Mogelijk gaat dit ten koste van uitgeefbare grond.
Hittestress We richten ons in de aanpak van hittestress onder andere op de bescherming van de kwetsbaren in de samenleving. Voor hitte zijn dit met name jonge kinderen en ouderen: hitte kan leiden tot gezondheidsproblemen bij kinderen en ouderen. Binnen de laatste groep treedt ook oversterfte op tijdens hete perioden. Binnen- én buitenruimte van basisscholen en verzorgingshuizen zijn vaak nog niet ingericht op hoge temperaturen. In heel Westfriesland bestaat er daarom een opgave om deze verblijfsplekken hittebestendig te maken. Gemeenten zijn echter niet altijd eigenaar of beheerder van deze plekken. Om hittestress voor kinderen en ouderen tegen te gaan zoekt de gemeente actief de samenwerking met scholen en verzorgingsinstellingen. In Strategie B stellen de gemeenten zich op als procesfacilitator om problemen. Zij beoordelen hun eigen verantwoordelijkheid voor het nemen van maatregelen en stimuleren scholen en verzorgingstehuizen problemen per gebouw in beeld te brengen en maatregelen te nemen. In enkele gemeenten zijn al ontwikkelingen om scholen en zorginstellingen te vernieuwen of renoveren. Niet alleen kwetsbare groepen hebben last van de hitte. Elke inwoner kan daar op warme dagen mee te maken krijgen. Vooral op warme plekken als pleinen en centra met veel verharding.
Meer schaduw en groen (plantsoenen, verticaal groen, groene daken) draagt bij aan het verkoelen van gebouwen en openbare ruimte. Strategie B zet in op een integrale vergroening. Zo draagt deze strategie bij aan het behouden van comfort van inwoners op verblijfsplekken in de openbare ruimte, ook op zeer hete dagen.
Voor hitte zijn dit met name jonge kinderen en ouderen: hitte kan leiden tot gezondheidsproblemen bij kinderen en ouderen.
Ook bewustwording en gedrag spelen een grote rol bij aanpassing aan een heter kl imaat. Op dit vlak stemmen gemeenten af met de GGD voor nadere invulling. We kunnen op dit gebied veel leren van andere landen in Europa met een warmer klimaat. In Strategie B gaan we verder in het stimuleren van bewustwording en gedragsverandering bij inwoners en ondernemers dan in strategie A. Vanaf 1 juli 2020 gelden landelijk vanuit bouwregelgeving al nieuwe eisen om hittestress binnen te voorkomen voor nieuwe gebouwen. Voor de buitenruimte in nieuwbouwplannen is de gemeente
aan zet en stelt zij eisen gebaseerd op het basisveiligheidsniveau zoals dat voor de Metropool Regio Amsterdam in ontwikkeling is. Ook voor vee zijn er in Westfriesland in de toekomst mogelijk risico’s door hittestress. Door hitte ervaren dieren overlast en produceert melkvee minder melk. Landbouwbedrijven spelen al in op deze risico’s maar zullen in de toekomst vaker te maken krijgen met hitte. Onderzocht wordt op welke wijze nadere voorlichting het beste vorm kan krijgen, daarbij speelt het Landbouw portaal van HHNKL mogelijk een rol. In Strategie B onderhouden we nauwe contacten met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en Provincie Noord-Holland om waar nodig gesprekken aan te gaan over de toekomst van de landbouw.
Droogte Met de ligging aan Markermeer en IJsselmeer is de wateraanvoer in Westfriesland goed geregeld en zijn risico’s in tijden van droogte beperkt. Tot nu toe is er in Westfriesland nog geen sproeiverbod voor de landbouw ingesteld in droge zomers, waar dit elders in Noord-Holland wel is voorgekomen. Gevolgen van droogte zijn vooralsnog dus beperkt in Westfriesland. Als perioden van droogte langer aanhouden of de zoetwatervoorraad van het IJsselmeer onder het minimum komt zijn gevolgen mogelijk (veel) groter. Over de gevolgen van droogte in de landbouw en de mogelijkheden om deze te beperken communiceert het waterschap met de sector via het landbouwportaal. Bodemdaling door droogte speelt in Westfriesland slechts in zeer beperkte mate. Wel zijn er mogelijk risico’s voor houten paalfunderingen. Op enkele plekken blijkt uit generieke data een daling van grondwaterstand op plekken waar op basis van het bouwjaar ook panden met houten paalfundering worden verwacht. Gemeenten in regio Westfriesland brengen dit risico met nader onderzoek scherper in beeld. Lang aanhoudende droogte heeft ook effect op de groenvoorziening. Deze lijkt zich in het algemeen weer goed te herstellen wanneer de droogte voorbij is. Belangrijk is om bij de aanpak van wijken in te zetten op het infiltreren en vasthouden van water om zo meer water be schikbaar te hebben voor tijden van droogte.
In Strategie B wordt bij het aanpakken van wijken maatregelen genomen om water langer vast te houden en de inrichting droogtebestendig te maken. Strategie B zet specifiek in op vergroenen. Bij aanleg en beheer van groen zal rekening worden gehouden met de droogtebestendigheid van de gekozen soorten, de gemeentelijke kaders worden hierop aangepast.
Gevolgen van overstromingen In sommige gebieden in Westfriesland kunnen overstromingsdiepten van meer dan anderhalve meter optreden, nadat een primaire waterkering bezwijkt. Bepalende keringen zijn de IJsselmeerdijken Medemblik-Enkhuizen, de dijk Enkhuizen-Hoorn en de binnendijk langs de Wieringermeer. Als een regionale waterkering langs de polders bezwijkt, zorgt dit voor slechts beperkte overstromingsdiepten in Westfriesland. De kans dat een overstroming optreedt is minimaal, maar de gevolgen zijn desastreus. Om de risico’s van overstromingen te beperken, werkt regio Westfriesland samen met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier aan meerlaagsveiligheid. Dit houdt in dat we gezamenlijk op drie manieren ons beschermen tegen overstromingsgevaar:
In sommige gebieden in Westfriesland kunnen overstromingsdiepten van meer dan anderhalve meter optreden, nadat een primaire waterkering bezwijkt.
1. Preventie: Voorkomen dat een overstroming plaatsvindt. Het Hoogheemraadschap heeft hierin de voornaamste taak door de dijken te versterken. 2. Ruimtelijke inrichting: De ruimte zo inrichten dat de gevolgen van een overstroming worden beperkt. Hierin hebben Westfriese gemeenten een rol. Het Hoogheemraadschap draagt hieraan bij als kennispartner. Bij nieuwe ontwikkelingen en ruimtelijke plannen worden de gevolgen van overstromingen meegenomen in de afweging. Een belangrijk punt in ruimtelijke inrichting is de bereikbaarheid van het Dijklanderziekenhuis in Hoorn bij een overstroming. Op basis van de klimaatstresstest vermoeden we dat onder andere de onderdoorgang bij de A7 mogelijk onder water komt te staan bij een overstroming. Gezien de regionale functie van het ziekenhuis moet dit knelpunt als regio gezamenlijk met het Hoogheemraadschap nader worden onderzocht. De regio dringt bij partners aan op meer inzicht in risico’s voor vitale infrastructuur, inclusief cascade-effecten zodat gekeken kan worden naar welke locatie specifieke maatregelen bijdragen aan robuustere netwerken. 3. Crisisbeheersing: Maatregelen die de gevolgen beperken bij een (dreigende) overstroming. Hier kan regio Westfriesland aan bij dragen door inwoners te informeren wat te doen bij een (dreigende) overstroming (zie ook Iedereen doet mee).
Waterkwaliteit Door toenemende temperaturen is de verwachting dat de kwaliteit van oppervlaktewater achteruitgaat. Blauwalg en botulisme treedt vaker op. Ook door extreme regenbuien kan de kwaliteit van oppervlaktewater verslechteren. Dit is een gevolg van overstort van vuil rioolwater op het oppervlaktewater. Doordat in de toekomst vaker hogere temperaturen optreden, neemt de vraag naar mogelijkheden voor waterrecreatie juist toe. Mensen zwemmen, varen of SUP’pen (Stand Up Paddling) ook op sloten en meertjes die niet zijn aangemerkt als officiële zwemlocatie. De provincie monitort de waterkwaliteit op de huidige officiële zwemlocaties voor veilig gebruik. Waterrecreatie op overige plekken is hierbij het risico van de recreant die hiertoe wel goed moet zijn geïnformeerd. In samenwerking met partners wordt gekeken waar deze informatievoorziening beter moet en kan. Daarnaast zetten we in Strategie B in op het beperken van gezondheidsrisico’s door verslechtering van de kwaliteit van het oppervlaktewater te voorkomen. Voor probleemlocaties stellen gemeenten in samenwerking met het Hoogheemraadschap plannen op om de waterkwaliteit te verbeteren. Westfriese gemeenten bekijken samen met het Hoogheemraadschap, het Recreatieschap en de provincie hoe in de toekomst op een veilige manier kan worden voldaan aan de groeiende vraag naar verkoeling en waterrecreatie.
Hierbij worden mogelijk nieuwe zwemlocaties toegevoegd.
Bodemdaling In Westfriesland treedt niet veel bodemdaling op. Op enkele locaties vindt mogelijk bodemdaling plaats langs waterkeringen. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier neemt dit risico mee in de periodieke toetsing van waterkeringen.
Eenduidige aanpak Eenduidige aanpak omschrijft de manier waarop Westfriesland en de afzonderlijke gemeenten klimaatadaptatie borgen in hun beleid en organisatie.
Organisatie De uitvoering van Strategie B bestaat uit een breed pakket aan acties die diverse afdelingen binnen een gemeente raken. Onderdeel van de strategie zijn het doen van onderzoek, het aanpassen van beleid, bijdragen aan projecten, het opstarten van communicatiecampagnes en het stimuleren van klimaatbestendig handelen binnen de organisatie. Om dit brede pallet op te pakken en uitvoering te monitoren is een programmatische of projectaanpak nodig met voldoende capaciteit en budget om acties op te pakken. Een vaste programma/projectleider coördineert de gemeenteactiviteiten en rapporteert periodiek de voortgang op ambities en het behalen van de ambities aan het college. Dit programmateam werkt samen met coördinatoren/programmamanagers van andere Westfriese gemeenten en het Hoogheemraadschap. Doel hiervan is om gezamenlijk grootschaligere projecten efficiënt op te pakken, kennis uit te wisselen en gezamenlijke campagnes op te stellen. Dit heeft in elk geval betrekking op de volgende maatregelen: •
Communicatie- en participatietrajecten voor heel Westfriesland;
•
Nader verkennen impact van droogte op houten paalfunderingen;
•
Oplossingen voor gezonde waterrecreatie in de toekomst.
Daarnaast zijn er tal van mogelijkheden, zoals het opstellen van een gezamenlijke aanpak om bedrijventerreinen klimaatbestendig te maken. Provincie Noord-Holland is hiervoor met het oog op de huidige HIRB-regeling een logische samenwerkingspartner.
Beleid De Omgevingsvisie is een belangrijk instrument voor de borging van de ruimtelijke aspecten van klimaatadaptatie. De voortgang op het opstellen van de Omgevingsvisie verschilt per gemeente. Waar omgevingsvisies worden opgesteld is een proactieve borging van ruimte voor klimaatadaptatie ook voor strategie B van belang. Ook is dit een plek om verder vorm te geven aan de integratie van klimaatadaptie en andere thema’s als biodiversiteit, mobiliteit, recreatie en energietransitie. Bij de herinrichting op wijk en straatniveau is de Leidraad of Handreiking Inrichten Openbare Ruimte een belangrijk instrument. Ook deze leidraad is een instrument voor integratie van thema’s. Hierin staan uitgangspunten en standaarden voor inrichting beschreven. herinrichtingen bieden de gelegenheid om nieuwe standaarden voor weginrichting, groen en water te verankeren. Flexibiliteit om nieuwe ideeën mogelijk te maken is hierbij belangrijk. In strategie B zetten gemeenten in op aanpassen van deze leidraden en handreikingen en uitwisseling van kennis en ervaring op dit vlak. De benodigde ruimte voor maatregelen in strategie B vraagt daarbij om een herziening van prioriteiten tussen functies in de openbare ruimte.
Bestaand gebied Naast de knelpunten die worden aangepakt, zijn er ook concrete plannen voor de gehele gemeente. Klimaatadaptatie vormt in Strategie B vaker de aanleiding om de aanpak van wijken hoger te prioriteren. De gemeenten stellen een klimaatkansenkaart op als onderlegger voor het integraal programmeren binnen de gemeente. De kansenkaart is erop gericht ruimtelijk in beeld te brengen waar bijvoorbeeld wateroverlast en hittelocaties overlappen met andere ontwikkelingen. Denk aan ruimtelijke plannen, herontwikkelingen of problemen op andere vlakken. Hier kunnen koppelkansen ontstaan.
Nieuwbouw Voor nieuwbouw stelt de gemeente hogere eisen dan aan het bestaand gebied. Zo wordt voldoende ruimte geborgd voor groen en (oppervlakte)water. Deze eisen worden gebaseerd op het basisveiligheidsniveau zoals die voor de Metropool Regio Amsterdam in ontwikkeling is. Door uit te gaan van dezelfde eisen die elders in Noord-Holland worden gebruikt ontstaat duidelijkheid en een gelijk speelveld voor nieuwe ontwikkelingen.
Iedereen doet mee Omdat meer bovengrondse (groene) maatregelen nodig zijn, wordt verwacht dat bewoners actief meedoen. Bewoners worden daarom gestimuleerd zelf actie te ondernemen. In deze paragraaf onderscheiden we communicatie en participatie. Communicatie is hierbij gericht naar doelgroepen in geheel Westfriesland via diverse middelen, en participatie is gericht op het in samenwerking en afstemming gebiedsgericht oppakken van uitdagingen.
Communicatie In Strategie B richt communicatie zich behalve op informeren en bewustmaken ook op stimuleren, met als doel het groenniveau in het publieke en private domein uit te breiden. We willen nadrukkelijk meer vergroening en andere klimaatbestendige maatregelen op private terreinen. •
Messaging: De boodschap is specifieker van aard, uitgesplitst naar diverse doelgroepen, en bevat een duidelijk handelingsperspectief. De overheid staat aan de lat bij klimaatadaptieve maatregelen, maar ook van de samenleving wordt een bijdrage verwacht.
•
Doelgroepen: Burgers, bedrijven, zorginstellingen, scholen. Elke partij of stakeholder die in staat is om klimaatadaptieve maatregelen zelf door te voeren of anderen daartoe aan te moedigen.
•
Middelen: Naast de algemene communicatiemiddelen wordt gekozen voor een meer campagnematige aanpak waarbij specifieke doelgroepen worden ‘getarget’ en opgeroepen tot het nemen van actie. Denk aan Operatie Steenbreek (voor particuliere huizenbezitters). Of aan campagnes met scholen en verzorgingshuizen voor de aanpak van hittestress. Bij dit ambitieniveau passen financiële ‘incentives’. Communicatie verkleurt naar marketing en wordt gelaagder en meer cross- en multimediaal met promotievideo’s, infographics et cetera. Het vereist meer creatief vernuft. Ook een ‘Westfriese Dag van Klimaatadaptatie’ is een goed vehikel om focus te ontwikkelen en mensen in beweging te brengen. Uiteindelijk is de doelstelling dat de doelgroepen één klimaatadaptieve maatregel of actie méér doorvoeren dan wat ze nu doen.
•
Organisatie: Communicatie is verankerd in het programma klimaatadaptatie van de gemeente. Onder verantwoordelijkheid van de programmaleider wordt een communicatieplan opgezet en budget gereserveerd. Op Westfries niveau worden acties en campagnes ook gezamenlijk afgestemd en vormgegeven om maximale impact te bereiken. Op Noorderkwartier niveau is de website meer dan een algemene informatiebron. Het laat bewoners zien welke klimaatbestendige projecten in hun buurt al worden uitgev oerd. Animaties vergroten de overtuigingskracht. De website bevat ook een beperkt toegankelijk gedeelte met tools en een overlegforum voor professionals.
Participatie Waar projecten in de openbare ruimte worden opgepakt, speelt bewonersparticipatie altijd een rol. In participatietrajecten besteden we aandacht aan de acties die gemeenten, bewoners en bedrijven kunnen nemen op gebied van wateroverlast, droogte en hitte. Op deze manier kan het risicobewustzijn verder worden gestimuleerd. Het meenemen van klimaatbestendigheid in participatietrajecten vereist dat de gemeente hier duidelijke (interne) afspraken over maakt. Een Participatienota of -handreiking kan hiervoor een middel zijn.
Eigen rol bedrijventerreinen Uit de stresstest blijkt dat diverse bedrijventerreinen gevoelig zijn voor wateroverlast en hittestress. De oorzaak hiervan is vaak een grote mate van verharding op particulier terrein en een relatief klein percentage openbare ruimte waardoor mogelijkheden van gemeenten beperkt zijn. Platte daken zorgen ervoor dat ook binnen de temperaturen kunnen oplopen. In Strategie B nemen we het voortouw door gericht in gesprek te gaan met bedrijven en/of met bedrijvenverenigingen om de mogelijkheden voor het tegengaan van wateroverlast en hittestress op particulierterrein te onderzoeken. Per gemeente verschilt het wat hiervoor de verwachte inzet is. De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld en vult het openbaar gebied op bedrijventerreinen groen in en maakt expliciet voldoende ruimte voor groen en water bij nieuwe ontwikkelingen. Naast bedrijventerreinen, waar we ons op de lokale ondernemers richten, kunnen ook nationale banken en verzekeraars een rol spelen in klimaatadaptatie. We gaan daarom als regio in gesprek met verzekeraars en banken. Zij kunnen een rol spelen in het versleutelen van klimaatadaptatie in hun verzekeringsproducten en (groen)financieringen en hiermee klimaatbestendigheid promoten.
Eigen rol overige particulieren Het vergroenen van tuinen is bij Strategie B nodig om de doelstellingen te behalen. Daarnaast vindt Westfriesland het belangrijk om bewoners aan te haken om klimaatadaptatie. Naast de bredere campagnes (zie communicatie) zetten we in strategie B daarom ook in op participatie in wijkgerichte projecten. Als de gemeente een wijk aanpakt koppelen we daaraan participatie van bewoners. De gemeente pakt openbaar gebied aan, van bewoners vragen we ook actie te nemen en we helpen en stimuleren daarbij.
Aanhaken maatschappelijke thema’s Strategie B zet in op meer samenwerking tussen beleidsvelden zodat in projecten een betere afstemming tussen opgaven op vlak van klimaatadaptatie, energietransitie, biodiversiteit en sociaal domein tot stand komt. De Omgevingsvisie is in Strategie B een belangrijk instrument om dit te borgen. Op deze manier wordt gewaarborgd dat investeringen in verschillende beleidsvelden niet met elkaar botsen.
Daarnaast organiseert de gemeente in Strategie B dat binnen projecten actief naar meekoppelkansen wordt gezocht. Dit wordt ondersteunt door samen met andere beleidsvelden een klimaatkansenkaart op te stellen. Binnen de organisatie wordt ingezet op meer samenwerking tussen beleidsvelden zodat in projecten een betere afstemming tussen opgaven op vlak van klimaatadaptatie, energietransitie, biodiversiteit en sociaal domein tot stand komt. Dat vergt ook een grotere inspanning op het gebied van interne communicatie (interne nieuwsbrieven, memo ’s et cetera). Voorbeelden van kansrijke koppelingen: •
Meenemen van onderwerp klimaatadaptatie in al lopende acties om met bewoners schoolpleinen te vergroenen;
•
Het klimaatbestendig maken van wijken en de warmtetransitie met elkaar meekoppelen;
•
Bij aanpak van recreatiegebieden en aanpak stadsranden kansen benutten voor waterberging.
Voor verschillende gemeenten zijn er al concrete voorbeelden van manieren om kli maatadaptatie en andere thema’s te combineren. Deze worden benoemd op de specifieke gemeentepagina.
Klimaatadaptatie strategie C Ambitieniveau C Ambitieniveau C is vooruitstrevend. Bij ambitieniveau C staat waarde-creatie en het verhogen van de kwaliteit van de leefomgeving centraal bij de uitvoering van maatregelen. In de toekomst willen we beter beschermd zijn tegen extreme weersomstandigheden dan in 2020 het geval is. Dus minder hinder of schade door wateroverlast, hitte, droogte, overstromingen, waterkwaliteit. Omdat het klimaat verandert betekent dit dat we stevige maatregelen moeten nemen. Dit doen we samen met inwoners, ondernemers en andere partners.