bijlage 2a Juridische onderbouwing stichting
Tekst van het document
Bijlagen bij onderdeel 2 Governance
DECEMBER 2024
1
Inhoud 1. Bijlage 1 – onderbouwing stichting + alleenrecht (alleenrechtverordening separate bijlage)................................3 Inleiding.......................................................................................................................................................................3 2. Conclusie.................................................................................................................................................................3 3. Totstandkoming voorlopig besluit...........................................................................................................................4 4. Te nemen stappen oprichting stichting....................................................................................................................5 5.
Besproken financieringsvarianten van de stichting.................................................................................................5 6.1 Variant 1: Subsidie met uitvoeringsovereenkomst met DAEB besluit/alleenrecht...............................................5 6.2 Variant 2: Aanbesteden.........................................................................................................................................6 6.3 Variant 3: Quasi-inbesteden..................................................................................................................................6 6.4 Variant 4: Subsidie zonder uitvoeringsovereenkomst met DAEB besluit............................................................6 6.5 Inkopen zonder aanbestedingsprocedure met alleenrecht.....................................................................................7 7.
Alternatieve samenwerkingsvormen.......................................................................................................................8 Vereniging...................................................................................................................................................................8 Coöperatie....................................................................................................................................................................8 Gemeenschappelijke regeling......................................................................................................................................9 Bedrijfsstructuur (bijvoorbeeld BV of NV).................................................................................................................9 Bijlage 2 risicoregister......................................................................................................................................10
1. Bijlage 1 – onderbouwing stichting + alleenrecht (alleenrechtverordening separate bijlage) Inleiding Op 15 februari 2024 is in het kader van de vijfde tranche Regio Deal voor de gemeente Alkmaar een bijdrage van € 32,5 miljoen gereserveerd. Deze specifieke uitkering (hierna SPUK) is aangevraagd door Alkmaar namens 23 convenantpartners1 op basis van het projectplan ‘Samen Noord Holland Noord versterken. Op 1 november 2024 is conform SPUK-voorwaarden tussen de samenwerkingspartners een convenant gesloten. In dit convenant is opgenomen dat in het kader van de uitvoeringsactiviteiten van de Regio Deal NHN de gemeente Alkmaar de rol zal vervullen van regiokassier. De regiokassier draagt zorg voor het nakomen van de voorwaarden en verplichtingen, zoals verwoord in de Specifieke uitkering/Bijzondere uitkering ten behoeve van de uitvoeringsactiviteiten Regio Deals. Voorts zijn hierin op hoofdlijnen de uitgangspunten, doelen en resultaten in het kader van de middeleninzet opgenomen. Concreet betekent dit drie programmalijnen en een reservering van maximaal 3% op de totale rijksbijdrage voor voorbereiding, administratie en toezicht (hierna: VAT-kosten). In het convenant is echter niet opgenomen op welke wijze de overige middelen kunnen of moeten landen bij de regionale projecten die uiteindelijk uitvoering moeten geven aan de voorgenomen doelen.
Deze keuze lag bij de convenantpartners. Het is bij regiodeals in ieder geval gebruikelijk dat middelen worden verdeeld middels een subsidieregeling. Deze regeling moet echter ook worden uitgevoerd. Hiervoor zijn verschillende varianten bekeken. De meest gedragen oplossingsrichting is een stichting met besluitvormingsmandaat van het college van de gemeente Alkmaar. Deze stichting zal het programmateam in zich opnemen en draagt tevens zorg voor het effectief laten landen van de middelen in de regio. Hiertoe is een middelenoverdracht ter hoogte van de begrote VAT-kosten nodig. In deze notitie wordt toegelicht waarom deze uitvoeringskeuze de voorkeur geniet. Daartoe zal achtereenvolgens worden ingegaan op de totstandkoming van de keuze, de juridische onderbouwing van de haalbaarheid om deze stichting te financieren en de – voor dit memo - relevante kenmerken van de stichting. In de bijlagen zijn opgenomen de verschillende andere juridische constructies om de stichting te financieren.
2. Conclusie De keuze voor een stichting met een alleenrecht t.b.v. het initiëren en schakelen van partijen en het conform de doelen van de regio deal uitzetten van de regio deal middelen is logisch en gebaseerd op 4 argumenten: 1. 2. 3.
Rechtmatigheid en eenvoud: Het voldoet aan wet- en regelgeving. Flexibiliteit: Het biedt de triple helix-partners voldoende autonomie en ruimte om gezamenlijke doelen te realiseren. Samenwerking: Het model stimuleert gezamenlijke besluitvorming en eigenaarschap, wat cruciaal is voor de Regio Deal.
1
Gemeenten: Alkmaar, Bergen, Castricum, Den Helder, Dijk en Waard, Drechterland, Enkhuizen, Heiloo, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik Opmeer, Schagen, Stede Broec, Texel en Uitgeest. Ondernemers: Westfriese Bedrijvengroep, Ondernemend Regio Alkmaar, Ondernemerskoepel Kop van Noord-Holland Onderwijs: Hogeschool Inholland, Talland College en Vonk
3
3. Totstandkoming voorlopig besluit In de aanloop naar het sluiten van het convenant is in verschillende gremia gesproken over de wijze waarop de rijksbijdrage kan landen in de regio. Daarbij zijn drie uitgangspunten ingebracht door de partners binnen de drie geledingen: - gelijke invloed van de convenantpartners in de besluitvorming, - ontzien van het ambtelijk apparaat van de regiokassier en - controle in het kader van de SPUK-verantwoordingsvereisten. Bij de discussie over de wijze waarop de Regio Deal het beste kan worden uitgevoerd is het Convenant RijkRegio het startpunt. De drie geledingen hebben een kernteam samengeteld waaruit een bestuur is gevormd die een programmateam aanstuurt. Er zijn twee werkgroepen opgezet die adviseren bij de wording en uitvoering van de Regio Deal. Dit zijn (o.a.) de werkgroep regiokassier en de werkgroep juristen. De werkgroep regiokassier adviseert het programmateam mbt de rol, taken, positionering , verantwoording en bekostiging van de regiokassier binnen de regio deal nhn. De werkgroep juristen adviseert het programmateam mbt de wijze waarop de aansturing en besluitvorming binnen de regio deal nhn wordt georganiseerd (de governance) Op 28 oktober 2024 is in het juristenoverleg besproken dat het oprichten van een stichting de meest wenselijke oplossingsrichting was.
Aan een stichting kan namelijk het mandaat worden gegeven om subsidiebesluiten te nemen. Gelijke invloed van de convenantpartners kan transparant worden ingericht in de bestuursstructuur. Daarnaast kan in een stichting op een overzichtelijke en controleerbare manier een deel van de uitvoering worden belegd. Op 6 november zijn in het juristenoverleg verschillende constructies besproken om deze stichting te kunnen voorzien van de noodzakelijke middelen. Representatie vanuit het ministerie van binnenlandse zaken was aanwezig bij dit overleg. De inrichting op dit punt van verschillende andere regiodeals is belicht. De enige unaniem gedragen oplossingsrichting was het verstrekken van een subsidie ter hoogte van de VAT ten behoeve van de uitvoeringskosten van de subsidieregeling. Omdat de gemeente Alkmaar wil kunnen afdwingen dat de stichting voldoet aan bepaalde administratieve eisen in het kader van SPUK-verantwoording zal de beschikking worden aangevuld met een uitvoeringsovereenkomst. Deze oplossing werd zowel praktisch als haalbaar geacht. Op 8 november is in het kernteam besloten om in ieder geval de oplossingsrichting van de stichting verder uit te werken. Gelet op de haalbaarheid en relatieve tijdsdruk is besloten om de huidige planning hierop aan te passen. De te nemen juridische stappen worden zoveel mogelijk parallel uitgevoerd.
4
Tijdens het juristenoverleg van 12 december werd de onderbouwing van de DAEB kwalificatie van de stichting en het vestigen van het alleenrecht besproken. Toen werd duidelijk dat er de facto geen relevante procedurele nadelen meer bestonden om de diensten van de stichting in te kopen in plaats van te subsidiëren. Beide scenario’s voldoen aan de wensen en zijn bovendien rechtmatig. Indien wordt ingekocht is het niet nodig om de afspraken op twee plaatsen te regelen (beschikkingen en overeenkomst) maar alleen in een overeenkomst. Bovendien is ingewikkelder om een grondslag voor subsidieverstrekking te organiseren. Deze zou dan op de begroting van de gemeente moeten worden vermeld. Om deze redenen is gekozen om het subsidietraject te verlaten en verder te gaan met het inkooptraject.
4. Te nemen stappen oprichting stichting De adviezen van de werkgroepen worden door het programmateam verwerkt in het Programmaplan Regio Deal NHN met het convenant Rijk-Regio, de governance, de subsidieregeling, de programmabegroting en de samenwerkingsovereenkomst. Dat programmaplan vormt dan de basis voor de uitvoering van de regio deal. Het programmaplan wordt voorgelegd aan de 3 bevoegde gezagen van de onderwijsinstellingen, de 3 besturen van de koepels van de ondernemers , de 17 colleges en raden van de gemeenten en het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland. De 24 partijen gaan in deze stichting deelnemen en dat betekent ook dat de gemeenteraden wensen en bedenkingen kunnen inbrengen alvorens (wel/niet) akkoord te gaan met deelname van de gemeente aan deze stichting. Bij deze besluitvorming moet dus ook al helder zijn wat de doelen van de stichting zijn, hoe de governance in de stichting is georganiseerd etc.
5. Besproken financieringsvarianten van de stichting Overzicht van de Onderzochte Opties 1. Subsidie met Uitvoeringsovereenkomst: Flexibel, geschikt voor het afdwingen van specifieke prestaties, mogelijke aanbestedingsplicht. 2. Aanbesteden: Juridisch waterdicht, maar niet passend vanwege de beperkte flexibiliteit en trage besluitvorming. 3. Quasi-inbesteden: Omzeilt aanbestedingsplicht, maar biedt geen ruimte voor gedeeld eigenaarschap van triple helix-partners. 4. Subsidie zonder Uitvoeringsovereenkomst: Flexibel, juridisch rechtmatig en gebruikelijk voor samenwerking tussen publieke en private partijen maar specifieke prestaties kunnen niet worden afgedwongen 5. Inkoop zonder aanbesteding: Flexibel, rechtmatig, afdwingbaar. Daarnaast zijn alternatieve entiteiten zoals een vereniging, coöperatie, gemeenschappelijke regeling en bedrijfsstructuren onderzocht.
6.1 Variant 1: Subsidie met uitvoeringsovereenkomst met DAEB besluit/alleenrecht •
Wetsbasis: Artikel 4:23, lid 3, sub 4 Awb; Maximaal 4 jaar met overgang naar begrotingssubsidie na 1-2 jaar. Artikel 4:23, lid 3, sub 4 Awb, DAEB en mededingingsrecht. • Achtergrond: Een uitvoeringsovereenkomst maakt de prestaties van de subsidieontvanger afdwingbaar maar verhoogt het risico dat de activiteit wordt gezien als een opdracht, wat een aanbestedingsplicht oplevert. Door activiteiten als DAEB te kwalificeren, kan subsidie worden verstrekt zonder dat deze onder het aanbestedingsrecht valt, mits voldaan wordt aan staatssteunregels (zoals een transparante berekening van compensatie en definitie van algemeen belang). • Invloed van triple helix-partners: 5
o Gemeenten: Bepalen uitvoeringsafspraken en controleren naleving. o Onderwijs en ondernemers: alleen directe invloed door vanuit de stichting mede subsidie aan te vragen en vanuit de (in)formele samenwerking. Moeten . • Voordelen: o juridisch rechtmatig. o Biedt controle over uitvoering. • Nadelen: o Kans op aanbestedingsplicht door afdwingbaarheid. o Vereist een duidelijke staatssteunonderbouwing (bijvoorbeeld via DAEB-beschikking). • Impact: Beheersbaar model, maar het risico van aanbestedingsplicht maakt het minder passend voor de Regio Deal, waar flexibiliteit en samenwerking essentieel zijn.
6.2 Variant 2: Aanbesteden • Wetsbasis: Europese aanbestedingsrichtlijnen (Richtlijn 2014/24/EU) en de Aanbestedingswet 2012. • Achtergrond: Volledig transparante en rechtmatige manier van gunning, vereist nauwkeurige omschrijving van de opdracht. • Invloed van triple helix-partners: o Gemeenten: Bepalen uitvoeringsafspraken en controleren naleving. o Onderwijs en ondernemers: Krijgen alleen indirecte invloed door als opdrachtnemer vanuit de stichting mee te dingen en vanuit de (in)formele samenwerking • Voordelen: Juridisch waterdicht Nadelen: o Tijdrovend, duur en beperkt flexibel. o Minder geschikt voor het creëren van gezamenlijke eigenaarschap. o Marktpartijen kunnen niet leveren wat nodig is. • Impact: Niet geschikt voor de Regio Deal, omdat de triple helix-samenwerking gebaat is bij flexibiliteit en gedeeld eigenaarschap, wat door aanbesteding wordt beperkt.
6.3 Variant 3: Quasi-inbesteden • Wetsbasis: Artikel 12 van Richtlijn 2014/24/EU. • Achtergrond: Werkt als een interne dienst van de aanbestedende partij, zonder aanbestedingsplicht, maar met strikte controle door de aanbestedende dienst. • Invloed van triple helix-partners: o Gemeenten en provincie: Hebben volledige controle, maar andere partners (zoals ondernemers) worden uitgesloten van beslissende invloed in de entiteit. o Onderwijs en ondernemers: Zeer gelimiteerde directe betrokkenheid. • Voordelen: o Geen aanbestedingsplicht. • Nadelen: o Politiek gevoelig door uitgesloten private partijen. o Beperkt gezamenlijke eigenaarschap. • Impact: Politiek onwenselijk binnen de context van de Regio Deal, waar samenwerking en gedeeld eigenaarschap belangrijk zijn.
6.4 Variant 4: Subsidie zonder uitvoeringsovereenkomst met DAEB besluit • •
Wetsbasis: Artikel 4:23, lid 3, sub 4 Awb; Maximaal 4 jaar met overgang naar begrotingssubsidie na 1-2 jaar. Artikel 4:23, lid 3, sub 4 Awb, DAEB en mededingingsrecht. Achtergrond: Door activiteiten als DAEB te kwalificeren, kan subsidie worden verstrekt zonder dat deze in strijd is met staatsteunrecht.(zoals een transparante berekening van compensatie en 6
•
•
• •
definitie van algemeen belang) Door geen uitvoeringsovereenkomst op te nemen is kan geen sprake zijn van afdwingbaarheid en daarmee is de kans zeer gering dat de subsidie voldoende kenmerken vertoont van een opdracht om te moeten worden aanbesteed. Invloed van triple helix-partners: o Gemeenten en provincie: Bepalen uitvoeringsafspraken en controleren naleving. Onderwijs en ondernemers: alleen directe invloed door vanuit de stichting mede subsidie aan te vragen en vanuit de (in)formele samenwerking Voordelen: o Eenvoudig, flexibel en rechtmatig binnen de DAEB-kaders. o Vrij van aanbestedingsplicht. o Stimuleert samenwerking binnen de triple helix. Nadelen: o Minder afdwingbaar. o Vereist een duidelijke staatssteunonderbouwing (bijvoorbeeld via DAEB-beschikking). Impact: Deze variant biedt de regiokassier niet genoeg zekerheid met betrekking tot de door de stichting op te leveren gegevens met betrekking tot de verantwoording door de regiokassier naar het rijk.
6.5 Inkopen zonder aanbestedingsprocedure met alleenrecht • Wetsbasis: Europese aanbestedingsrichtlijnen (Richtlijn 2014/24/EU) en de Aanbestedingswet 2012,
•
Achtergrond: Door een alleenrecht te verlenen hoeft deze niet te worden aanbesteed. Het is makkelijker
7
dan een subsidie met uitvoeringsovereenkomst omdat er dan een eenduidig instrument is. • Invloed van triple helix partners o Gemeenten: Bepalen uitvoeringsafspraken en controleren naleving. • Onderwijs en ondernemers: alleen directe invloed door vanuit de stichting mede subsidie aan te vragen en vanuit de (in)formele samenwerking Voordelen: eenduidig, afdwingbaar, rechtmatig, verenigbaar met triple helix • Nadelen: vereist een juridische onderbouwing • Impact: eenduidig in de uitvoering. Vergelijkbaar met subsidie met uitvoeringsovereenkomst.
7.
Alternatieve samenwerkingsvormen
De keuze voor de stichting is tot stand gekomen nadat een andere organisatievormen zijn onderzocht. Er is alleen gekeken naar organisatievormen met rechtspersoonlijkheid (dus niet de netwerkorganisatie i.v.m. mandaat en zeggenschap). Hieronder wordt weergegeven welke voor- en nadelen deze organisatievormen hebben voor de hier relevante doeleinden.
Vereniging • Kenmerken: o Een vereniging is een rechtspersoon gericht op het bereiken van een gemeenschappelijk doel, waarbij de leden de kern vormen. o Besluitvorming vindt plaats via de algemene ledenvergadering (ALV), waarbij alle leden inspraak hebben. • Voordelen: o Democratische structuur, wat zorgt voor betrokkenheid van leden. o Flexibel in schaalbaarheid en samenwerking. • Nadelen: o Trage besluitvorming, omdat alle leden moeten worden geraadpleegd. o Minder geschikt voor complexe financiële en juridische verantwoordelijkheden, zoals het beheren van subsidieplafonds en grote budgetten. o Geen directe koppeling aan staatssteunregels of DAEB-constructies. o • Waarom niet geschikt: o De democratische structuur kan een obstakel vormen voor snelle en effectieve besluitvorming, wat essentieel is voor een Regio Deal met strakke deadlines en complexe samenwerkingsdoelen. Het bestuur wordt gekozen door de leden. De leden oefenen toezicht uit op het bestuur. Bij een stichting is het bestuur zelf verantwoordelijk voor het beleid. Op het bestuur wordt toegezien door een toezichthoudend orgaan, in het geval van de stichting NHN is dat het algemeen bestuur. Dit is passender dan toezicht door het stemrecht van de individuele leden.
Coöperatie • Kenmerken: o Een coöperatie is een speciale vorm van een vereniging die gericht is op economische samenwerking en winstuitkering aan de leden. o Geschikt voor leden die direct voordeel willen behalen uit de samenwerking. • Voordelen: o Economische focus en mogelijkheid tot winstverdeling. o Leden hebben directe zeggenschap. • Nadelen:
8
o
Focus op economische belangen kan conflicteren met de bredere maatschappelijke doelen van de Regio Deal. o Complexe besluitvorming als de leden sterk verschillende belangen hebben (bijvoorbeeld onderwijs vs. ondernemers). o Niet vanzelfsprekend juridisch afgestemd op publieke financiering of DAEB-constructies. • Waarom niet geschikt: o De economische focus past minder goed bij de brede maatschappelijke doelstellingen van een Regio Deal (bijvoorbeeld inclusiviteit, brede welvaart). o De focus op winst voor de ledenmoeilijk te verenigen met het publieke karakter en de verantwoordingsplicht van overheden. Daarnaast gelden de eerder genoemde nadelen/verschillen met de stichting. o
Gemeenschappelijke regeling • Kenmerken: o Een samenwerking tussen overheden gebaseerd op de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). • Voordelen: o Verplicht vanuit wetgeving als meerdere overheden samenwerken. o Stabiele juridische basis met duidelijke verantwoording. • Nadelen: o Geen directe rol voor private partijen zoals ondernemers of onderwijsinstellingen. o Besluitvorming kan bureaucratisch en traag zijn. • Waarom niet geschikt: o De Regio Deal vereist actieve betrokkenheid van triple helix-partners, die hier geen directe rol hebben. Deze samenwerkingsvorm is daarom niet geschikt.
Bedrijfsstructuur (bijvoorbeeld BV of NV) • Kenmerken: o Een besloten of naamloze vennootschap is een commerciële entiteit gericht op winst. • Voordelen: o Efficiënt in besluitvorming. o Geschikt voor economische activiteiten. • Nadelen: o Niet passend bij publieke en maatschappelijke doelen. o Beperkte mogelijkheden voor publieke financiering of DAEB-constructies. o Aandeelhoudersstructuur en directie. • Waarom niet geschikt: o De commerciële focus conflicteert met de publieke en maatschappelijke doelen van de Regio Deal. Daarbij is de aandeelhoudersstructuur is op een vergelijkbare manier als de vereniging niet passend omdat er in principe sprake is van stemrecht van individuele aandeelhouders.
9
Bijlage 2 risicoregister Risicoregister Regio Deal NHN
Bijgaand Risicoregister Regiokassier in de Regio Deal NHN Er zijn 9 risico’s in kaart gebracht met de daarbij uit te voeren beheermaatregelen. Ook is in de laatste kolom aangegeven waar de risico’s zijn afgedekt/belegd Deze zijn verwoord in” - SUB = Subsidieregeling Regio Deal NHN - SOK = Samenwerkingsovereenkomst Regio Deal NHN Vraag is of hiermee alle risico’s en geformuleerde beheermaatregelen zijn vastgesteld
Beheersmaatregel(en)
Risico
1
2
De verantwoordingsinformatie voldoet niet aan de eisen die het rijk eraan stelt
Partij besteedt subsidiegeld niet aan afgesproken doelen
3
Project blijft niet binnen budget
Waar en/of hoe is het risico afgedekt/belegd
Verplichte De afspraken en formats voor de aanvrager moeten SISA proof zijn incl consequenties bij niet of niet SiSa-proof formats bij de aanvraag. tijdig of onvoldoende aanleveren; Dat geldt voor de aanvraag maar vooral ook voor het beheer en Technische Toets afronding. Het moet volstrekt duidelijk zijn waar de subsidiabele kosten in het kader van de regeling en de Beschikking, startgesprek beschikking wel en niet uit kunnen bestaan; Financieel handboek en Inrichten Projectadministratie conform SISA eisen; accountantsprotocol Inrichten subsidieproces incl procedure(s) staatsteuntoets en mandaat beschikkingen.
Inrichten subsidiebeheer en verantwoording binnen de projectorganisatie Regio Deal NHN Ondersteuning vanuit PTEAM tijdens aanvraag, Inrichten subsidiebeheer en verantwoording richting Rijk uitvoering en afronding Inrichten subsidiebeheer en verantwoording binnen de Gemeente Alkmaar Regelmatige interne audits Dit risico is in de SUB Gedetailleerde leidraad en checklists ondervangen in met name Coördinatie kwaliteitscontrole door regiokassier of aparte kwaliteitsrol artikel 5 en 14 Rol specifieke trainingen Standaardisatie, structurering, automatisering informatie aanlevering Het risico wordt in de SOK met name ondervangen in de artikelen 4,5,6 en 12 Het moet volstrekt duidelijk zijn waar de subsidiabele kosten in het kader van de regeling en de Dit risico is in de SUB met name belicht in art 5, 12 en 14 beschikking wel en niet uit kunnen bestaan; Gedetailleerde subsidieovereenkomst met uitgavenvoorwaarden, doelen en verplichtingen Het risico wordt in de SOK met Monitoring inhoudelijke en financiële realisatie project, met steekproef name belegd in art 5 Het moet volstrekt duidelijk zijn waar de subsidiabele kosten in het kader van de regeling en de beschikking wel en niet uit kunnen bestaan; Dit risico is in de SUB met name Vaste projectcyclus van begroten, sturen en verantwoorden, ondersteund met voldoende belicht in art 5, 12, 13, 14 en 15 gedetailleerde
instrumenten/formats om realisatie en prognose te confronteren met begroting, met Het risico wordt in de SOK met voldoende periodiciteit om bij te sturen name belegd in art 5 en 16 Vast veranderingsproces voor het goedkeuren van wijzigingen in de projectscope Inzet ervaren financieel adviseur/projectcontroller
8 4
9 5
6
Partij de Erkomt ontstaat afgesprokenover onduidelijkheid de termijn(en) cofinanciering niet na Er worden teveel projecten beschikt Partij is niet in staat waardoor teveel druk om (een deel van) de ontstaat op de subsidie verantwoordingstake terug te betalen als n van de niet alle doelen zijn regiokassier behaald De vergoeding voor uitvoering van de rol van regiokassier is niet kosten dekkend
De verplicht vooraf in te schatten BCF7 component blijkt niet juist ingeschat
Helder moet worden verwoord waarproject de eigen bijdrage wel en niet uit kan bestaan; Duidelijke tijdsen mijlpaalplanning Gedetailleerde cofinancieringsafspraken overeenkomst ondersteund met voldoende Vaste projectcyclus van begroten, sturen in ende verantwoorden, Vaste projectcyclus van begroten, sturen verantwoorden, ondersteund met voldoende gedetailleerde instrumenten/formats om en realisatie en prognose te confronteren met begroting, met gedetailleerde instrumenten/formats om realisatie en prognose te confronteren met begroting, met voldoende periodiciteit om bij te sturen voldoende periodiciteit om bij te sturen Eigenaarschap project duidelijk Ondersteuning Ondersteuning en en advies advies voor voor projecteigenaar projecteigenaar Escalatieproces voor (dreigende) afwijking Aantal projecten beperken door ondergrens subsidie te bepalen Heldere beschikking met duidelijke regels en richtlijnen tbv de administratie en verantwoording Financiële screening in aanvraagproces SiSa proof formats vaststellen voor aanvraag, tussen- en eindrapportages en vaststelling Geen, of op basis van mijlpalen geleidelijke, subsidie uitbetaling tussentijds Duidelijk controleprotocol vaststellen en verplicht stellen via de subsidieregeling en beschikking Tussentijdse financiële screening Actieve communicatie met beschikte projecten (startgesprek, helpdesk, monitoring) Verdeling oninbare
terugbetaling subsidie
Dit risico is in de SUB met name Dit risico in5de belicht in isart enSUB 6 met name belicht in art 5, 12 en 14 Het risico wordt in de SOK met Het risico wordt in de name belegd in art 15 SOK met name belegd in art 5 en 16 Dit risico is in de SUB met name belicht in isart 11 met name Dit risico in9denSUB belicht in art 5, 12 en 13, 14 Het risico wordt in de SOK met name belegd in art 6 en 11met Het risico wordt in de SOK name belegd in art 6
De afspraken over communicatie vanuit projecten met de Regiokassier moeten duidelijk zijn voor alle actoren. Dit risico is in de SUB met name Inrichten subsidieproces incl procedure(s) staatsteuntoets en mandaat beschikkingen. belicht in art 5, 12 en 14 Inrichten subsidiebeheer en verantwoording binnen de projectorganisatie Regio Deal NHN Inrichten subsidiebeheer en verantwoording richting Rijk Het risico wordt in de SOK met Realistische gedetailleerde raming vooraf name belegd in art 4, 5, 6 en 15 Periodieke evaluatie uitnutting budget en mogelijkheden efficiencyverbeteringen Proces en verdelingssystematiek meer-/minder werk regiokassier
Periodieke evaluatie om tijdig rekening te houden met eventuele afwijking Inzet btw-specialist Verdeling eventuele positieve/negatieve afwijking over alle partners in de regio deal
Dit risico is in de SUB met name belicht in art 5 en 6 Het risico wordt in de SOK met name belegd in art 15