Bijlage 20 ENK Bestrijding ziekten en aantastingen
Tekst van het document
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN ENKHUIZEN
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN
GEMEENTE ENKHUIZEN
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN ENKHUIZEN
Inhoud Protocol Iepziekte .......................................................................................... 2 Protocol Kastanjebloedingsziekte................................................................... 5 Protocol Roetschorsziekte .............................................................................. 7 Protocol Watermerkziekte ............................................................................. 9 Protocol Essentaksterfte ...............................................................................11 Protocol Eikenprocessierups .........................................................................14 Protocol Massaria .........................................................................................17 Protocol Bacterievuur / Perenvuur ................................................................19
Pagina 1 van 21
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN ENKHUIZEN
Protocol iepziekte Aantasting Iepziekte wordt veroorzaakt door de schimmels Ophiostoma ulmi en Ophiostoma novo-ulmi. Tot 1991 was de bestrijding van iepziekte in Nederland bij Wet geregeld. Daarna is dit losgelaten en overgegaan naar de gemeente.
Gastheer Iepziekte tast soorten van de geslachten Ulmus en Zelkova aan. De schimmel wordt verspreid door de grote en de kleine iepenspintkever (Scolytus scolytus en S. multistriatus), maar ook door wortelcontact tussen naburige bomen.
Symptomen De schimmels groeien in houtvaten van de boom. De boom produceert als reactie thyllen, gomblazen die de groei van de schimmel stoppen, maar daardoor raken die vaten ook verstopt. De schimmel kan van het ene houtvat in het andere komen waardoor er zoveel houtvaten verstopt raken dat de boom afsterft. De volwassen kevers voeren een rijpingsvraat uit aan de okselknoppen van gezonde bomen. Ze brengen zo een infectie tot stand. In zieke, reeds aangetaste bomen, zogenaamde broedbomen, leggen ze hun eieren in een gang onder de bast. De eerste externe symptomen van iepziekte zijn verkleuring en/of het slap hangen van de bladeren aan het uiteinde van een tak. In de volgende fase vergeelt het blad, krult het op en wordt het bruin voordat het dood van de boom afvalt. Het bladmateriaal kan ook snel uitdrogen, een groene kleur krijgen voordat het afsterft en vervolgens nog enkele weken vast blijven zitten aan de boom. Interne ziektesymptomen worden gekenmerkt door een bruine verkleuring in en om de houtvaten in het voorjaarshout van de jongste jaarring. Na verwijdering van de bast/schors van geïnfecteerde takken ziet men deze verkleuring als bruine strepen of vlekken in het normaliter zo licht gekleurde hout.
Pagina 2 van 21
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN ENKHUIZEN Wanneer het schillen laat in het seizoen plaatsvindt wordt de verkleuring vaak gemaskeerd door een laag zomerhout. Een dwarsdoorsnede van een tak of een stam zal echter donkerbruine vlekken of zelfs een continue doorlopende bruine ring in de jongste jaarring laten zien. Hoewel reeds in juni iepziekte extern kan worden waargenomen openbaren de eerste symptomen van infectie zich doorgaans tussen juli en de herfst. De normale bladverkleuring in het najaar kan deze eerste ziekteverschijnselen aan het oog onttrekken. Behalve iepziekteinfectie zijn er tevens andere oorzaken van bladverkleuring, verwelking en het afvallen van de bladeren te noemen zoals tekort aan voedingsstoffen, droogte, verplanten van iepen en verwonding door insecten en mijten. Wanneer er sprake is van één van deze stresscondities zal men de eerste symptomen van iepziekte waarschijnlijk niet opmerken. Verwelkingsziekte in iep kan ook veroorzaakt worden door bacteriën, fytoplasma's en andere schimmels dan O. ulmi s.l. Een door iepenspintkevers overgebrachte infectie begint normaliter bij één of meerdere takken en verspreidt zich dan naar andere onderdelen van de iep. De hele boom kan over een periode van verschillende jaren tak na tak afsterven. De verspreiding van ziektesymptomen kan echter ook binnen enkele weken plaatsvinden.
De iep zal dan aan het einde van het seizoen dood zijn. Het laatste scenario ziet men vaak bij infectie via wortelcontacten. Meestal sterven verwelkte takken echter af gedurende de winterperiode en zal de iepziekte zich het voorjaar daarna verder verspreiden door de boom. Wanneer de infectie dan eenmaal de jongste jaarring heeft bereikt is de iep ten dode opgeschreven. Het afsterven van iepentakken in het vroege voorjaar duidt op een iepziekte-infectie in de herfst van het jaar daarvoor.
Monitoring In Nederland duurt de vatbare periode voor iepziekte van half mei tot eind juli. Afhankelijk van het weer wordt de tweede week van juni bestempeld als de meest gevoelige periode. Door regelmatige controles uit te voeren wordt de ziekte al in een vroeg stadium herkend. Op gevoelige locaties zullen in de periode van 15 mei tot 1 augustus minimaal 3 schouwrondes uitgevoerd worden.
Maatregelen De iepziekte is zeer besmettelijk; ook dood hout (zoals meegenomen brandhout) kan een besmettingshaard zijn. Iepziektebestrijding omvat zowel het voorkomen van nieuwe ziektegevallen als het verwijderen van (aangetaste delen van) reeds geïnfecteerde bomen. Preventieve maatregelen blijken het meest effectief. Kenmerkend voor iepziekte is het cyclische verloop van het ziekteproces. Bestrijdingsmaatregelen beogen deze cyclus te doorbreken. De bestrijding kan zich primair richten op de iepenspintkever of de schimmel O. ulmi sensu lato. Daarnaast kan de iep zelf centraal staan.
Pagina 3 van 21
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN ENKHUIZEN
Aangetaste iepen worden zo snel mogelijk verwijderd (in ieder geval binnen 3 weken) om verdere besmetting van de omgeving zoveel mogelijk te voorkomen. Hier is geen kapvergunning voor nodig. Na het verwijderen dient het weggehaalde hout onschadelijk te worden gemaakt. Dit kan men doen door het versnipperen van het hout (snippers kleiner dan 4 cm) of het schillen en drogen van de boom. Andere mogelijkheden zijn het te composteren of door het hout voor lange tijd onder water te bewaren. Geïnfecteerd iepenhout dat nog geen broedhout is kan verwerkt worden door gecertificeerde composteerbedrijven met het keurmerk “Erkend Iepenhout Groenaannemer”. De achtergebleven stronk van de zieke iep zal eveneens verwijderd moeten worden. Schillen boven het maaiveld behoort ook tot de mogelijkheden. Om overdracht van iepziekte tijdens de uitvoering van de werkzaamheden te voorkomen moet men het gebruikte materiaal en de werktuigen regelmatig reinigen met alcohol. Buurbomen die door wortelcontact geïnfecteerd kunnen worden kunnen preventief verwijderd worden of er kan voor gekozen worden het wortelcontact te doorbreken (sleuf graven).
Communicatie Over iepziekte hoeft niet algemeen gecommuniceerd te worden. Bij het verwijderen van aangetaste iepen dient de reguliere communicatie conform het bomenbeleid en communicatiebeleid ingezet te worden, waarbij oorzaak altijd uitgelegd wordt.
Pagina 4 van 21
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN ENKHUIZEN
Protocol kastanjebloedingsziekte Aantasting Kastanjebloedingsziekte wordt in Nederland vanaf 2002 waargenomen. De ziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Pseudomonas syringae pv aesculi en wordt aangetroffen bij de witte paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) Er bestaat geen meldplicht bij de NVWA. Gezondheidsrisico’s voor de mens in verband met de aantasting zijn niet bekend bij het RIVM.
Gastheer Boomsoorten: de ziekte wordt het meest aangetroffen bij de witte paardenkastanje (Aesculus hippocastanum), maar kan ook bij andere paardenkastanjes voorkomen. Bij de tamme kastanje (Castanea) komt de ziekte niet voor.
Symptomen Kastanjebloedingsziekte laat een opeenvolging van symptomen zien. Op de stam verschijnen roestbruine vlekken, deze verspreiden zich snel over de hele stam. Uit de vlekken komt een vloeistof: de boom bloedt als het ware. Het vocht is eerst helder maar verkleurt snel naar donkerbruin en wordt stroperig. Daarna gaat de bast onder de vlekken rotten en sterft uiteindelijk af. Vervolgens ontstaan bastscheuren en in een aantal gevallen sterft de boom af.
Bij oudere bomen kan in enkele gevallen herstel plaatsvinden, bij zaailingen of jonge kwekerijbomen is de aantasting vaak fataal. Een door kastanjebloedingsziekte aangetaste boom wordt vatbaarder voor allerlei andere (secundaire) aantastingen, die op hun beurt voor allerlei veiligheidsrisico’s (tak- en stambreuk) kunnen zorgen.
Pagina 5 van 21
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN ENKHUIZEN
Monitoring Op basis van symptomen: tijdens de boomveiligheidscontroles (BVO) dient een vorm van deze aantasting opgenomen te worden in het paspoort. De kenmerken zijn jaarrond waar te nemen, echter met name wanneer de sapstromen op gang zijn. De bomen kunnen in de reguliere of jaarlijkse inspectie worden beoordeeld, afhankelijk van het stadium van de aantasting.
Maatregelen Chemisch bestrijden lijkt niet mogelijk te zijn. Door bomen langer gezond te houden (groeiplaatsverbetering) kan aantasting mogelijk deels voorkomen worden. Uit onderzoek is gebleken dat de bacterie temperatuurgevoelig is in een bereik waar kastanjezaailingen niet onder lijden. Er hebben proeven gelopen die aantonen dat deze warmtebehandeling ook bij volwassen bomen geschikt is om de bacterie te stoppen. Echter komt na een warmtebehandeling de aantasting na verloop van tijd weer terug. Bij ernstige aantasting, waarbij sprake is van risico voor takbreuk of bij afsterving van de kroon met meer dan 25%, wordt de boom verwijderd.
Communicatie Over kastanjebloedingsziekte hoeft niet algemeen gecommuniceerd te worden. Bij benodigde kap dient de reguliere communicatie conform het bomenbeleid en communicatiebeleid ingezet te worden, waarbij oorzaak altijd uitgelegd wordt.
Meer informatie NVWA (Nationale Voedsel- en warenautoriteit) www.nvwa.nl Wageningen Universiteit en Researchcentrum www.wageningenur.nl/nl/Dossiers/dossier/Kastanjebloedingsziekte.htm
Pagina 6 van 21
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN ENKHUIZEN
Protocol roetschorsziekte Aantasting Roetschorsziekte wordt veroorzaakt door de zakjeszwam Cryptostroma corticale (schimmel). De van oorsprong Noord-Amerikaanse ziekte is voor het eerst in 2014 in Nederland vastgesteld.
Gastheer De schimmel wordt voornamelijk in esdoorns (voornamelijk Acer pseudoplatanus, maar ook Acer campestre, Acer platanoides, Acer negundo en andere Acer spp.) aangetroffen (sporadisch in Tilia, Betula en Carya alba) en veroorzaakt sterfte bij esdoorns.
Symptomen Aangetaste bomen lopen snel terug in conditie, te zien aan afstervende bladeren en takken. In dit stadium zouden ook slijmvlekken op de bast zichtbaar kunnen zijn. In de bastlaag ontstaan witte vlekken, wat witte schimmeldraden zijn. Op stam en takken zijn roetachtige plekken te zien, waar de bast loslaat en opzwelt. De roetachtige vlekken op het cambium (onder de loslatende bast) zijn de zich ontwikkelende sporen. Uiteindelijk sterft de boom af.
Monitoring Op basis van symptomen: tijdens de BVO dient waarneming van deze aantasting opgenomen te worden in het paspoort. Op het moment dat esdoorns een teruglopende conditie laten zien, moet roetschorsziekte als mogelijke aantasting overwogen worden. Aantasting dient met een laboratoriumonderzoek te worden vastgesteld.
Pagina 7 van 21
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN ENKHUIZEN
Maatregelen Er zijn nog geen geschikte bestrijdingsmiddelen en -mogelijkheden. Sporen kunnen zich gemakkelijk over grote afstand verspreiden. Voorkomen is de enige optie, door te zorgen dat sporen zo min mogelijk vat kunnen krijgen op de bomen. Het is dan ook belangrijk om bomen gezond te houden. Vooral in perioden van droogte en hitte zijn esdoorns erg gevoelig voor roetschorsziekte. In deze perioden en kort daarna kan beter niet gesnoeid worden om intreding van sporen in een verzwakte boom te voorkomen. Aangetaste bomen dienen zo snel mogelijk verwijderd te worden. Daarbij moeten de uitvoerenden extra beschermende middelen dragen (wegwerpoveral, mondkapje, handschoenen, laarzen). Wanneer de sporen in de longen komen, kunnen ze extrinsieke allergische alveolitis (EAA) veroorzaken, een beroepsziekte. Het te zagen en verwijderen hout moet natgehouden worden en afgedekt worden, en in afgesloten containers naar een verbrandingsoven worden afgevoerd. Alle gebruikte materialen moeten goed worden gereinigd. De locatie om de verwijderde boom moet een verhoogde inspectiefrequentie krijgen.
Communicatie Bij verwijdering van een door roetschorsziekte aangetaste boom moet de omgeving worden afgezet, en omwonenden worden geïnformeerd. Let op dat gezaagd hout niet door omstanders wordt meegenomen als kachelhout. Daarnaast moet ook de GGD worden geïnformeerd.
Meer informatie Groen Kennisnet www.groenkennisnet.nl/nl/groenkennisnet/show/Roetschorsziekte-riskantvoor-boom-en-mens.htm
Pagina 8 van 21
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN ENKHUIZEN
Protocol watermerkziekte Aantasting Watermerkziekte (Brenneria salicis) is een bacterie-aantasting. In Nederland heeft watermerkziekte geen specifieke bestrijdingsstatus conform de Plantenziektenwet.
Gastheer Watermerkziekte komt voor bij diverse wilgensoorten (Salix sp.). De bacterie verspreidt zich via lucht en water (ook regen), en heeft een opening (wond) nodig om bij een potentiële gastheer binnen te dringen. Zaaggereedschap dat voor snoei van geïnfecteerde wilg is gebruikt, en snoeiafval kunnen mogelijk bijdragen aan de verspreiding.
Symptomen De bacterie veroorzaakt een verstopping van de houtvaten. Bij aansnijden van het aangetaste hout zie je een doorzichtige glazige verkleuring, vochtuittreding en een snelle bruinverkleuring. Door watermerkziekte aangetaste bomen vertonen verwelking, bruinverkleuring en verdroging van de bladeren aan verspreide takken of delen van de kroon, die vervolgens afsterven. Daardoor ontstaan bossige vormen van waterlot op de grens van de levende en dode takken of takdelen. De verschijnselen treden op aan takken van 5 jaar of ouder. Watermerkziekte is epidemisch van aard. De ziekte wordt in stand gehouden en breidt zich uit door de doorlopende aanplant van zeer gevoelige rassen, waardoor zeer veel zieke bomen ontstaan, die vervolgens niet worden opgeruimd zodat er zeer veel ziektekiemen blijven. Dit is de reden dat ook rassen, die onder normale omstandigheden een redelijke weerstand bezitten, toch ziek worden en op hun beurt weer meewerken aan een verdere verspreiding.
Pagina 9 van 21
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN ENKHUIZEN
Monitoring Verwelking van het blad aan scheuten is zichtbaar vanaf mei tot de herfst. De verdroogde bladeren blijven lang zitten. Ook het 3-jarig hout verwelkt. Vanuit adventiefknoppen uit de takaanzet worden scheuten gevormd. Na enkele jaren kan de boom afsterven. Een aangetaste boom moet jaarlijks geïnspecteerd worden. Bladeren: verkleuring, vroege bladval, necrotische plekken, verwelking Takken: afsterving, verkleuring, vochtuittreding Boom: afsterving
Maatregelen Over de bestrijding is nog weinig bekend. Wel is duidelijk dat er tussen de soorten en rassen verschillen in gevoeligheid bestaan. Aanbevolen wordt jong nog onbesmet uitgangsmateriaal te gebruiken, niet-gevoelige rassen toe te passen en besmette gebieden voorlopig niet met wilgen te beplanten. Mogelijke maatregelen: • Gerichte (intensieve) snoei • Vellen (bij aantasting in de stam of > 25% van de kroon) • Opruimen bladafval • Ontsmetting gereedschap
Communicatie Over watermerkziekte hoeft niet algemeen gecommuniceerd te worden. Bij benodigde verwijdering dient de reguliere communicatie conform het bomenbeleid en communicatiebeleid ingezet te worden.
Pagina 10 van 21
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN ENKHUIZEN
Protocol essentaksterfte Aantasting Essentaksterfte wordt veroorzaakt door de schimmel Chalara fraxinea. De aantasting is in 2011 voor het eerst waargenomen in Groningen en komt inmiddels in heel Nederland voor. De schimmel heeft zich inmiddels gevestigd in de groene ruimte en is niet meer uit te roeien of in te perken, waardoor een vondst niet gemeld hoeft te worden.
Gastheer Boomsoorten: de aantasting van de schimmel is bekend bij de volgende soorten essen: 1. Fraxinus excelsior (gewone of Europese es) 2. Fraxinus angustifolia (smalbladige es) 3. Fraxinus nigra (zwarte es) 4. Fraxinus pennsylvanica 5. Fraxinus ornus (pluimes) 6. Fraxinus Americana 7. Fraxinus mandschurica Daarbij lijken de soorten 1 t/m 3 het meest gevoelig en de soorten 6 en 7 lijken het minst gevoelig voor een aantasting. Er zijn aanwijzingen dat sterke snoei de essen extra gevoelig maakt voor infectie. De bomen worden door sporen van de schimmel in de lucht en via besmet plantmateriaal besmet. De ziekte kan zich dan ook over grote afstanden via sporen door de lucht verspreiden. In pas afgezette of gedunde opstanden is massale aantasting te zien. Het Bosschap adviseerde in 2013 om die reden om dunningen of knotwerkzaamheden uit te stellen.
Symptomen Essentaksterfte is te herkennen door zichtbare symptomen bij de bladeren, twijgen, takken en stammen van essen. De bladeren vertonen een bruinverkleuring van de bladsteel, gevolgd door afsterving en bruinverkleuring van (delen van) het blad. Op dunne twijgen ontstaan in het begin donkere verkleuringen in de bast. De schimmel tast zowel blad als bast, maar geen hout aan. Wanneer de bast afsterft wordt de sapstroom geblokkeerd. Twijgen of takken verdrogen hierdoor volledig. De aantasting van het blad en de bast hoeven niet gelijktijdig op te treden. Zo kan het ene jaar het blad worden aangetast en het jaar daarna de bast.
Pagina 11 van 21
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN ENKHUIZEN Bij oudere aantastingen is de bast ingezonken en lichter gekleurd. Op dikkere takken en stammen ontstaan bastverkleuringen vaak rond de aanzet van een zijtak. Deze verkleuringen zijn vaak langgerekt en kunnen uiteindelijk de tak of stam helemaal omvatten, waarna het bovenliggende deel van de boom afsterft. Jonge bomen lijken vatbaarder voor een aantasting. Maar ook in oudere bomen kan takafsterving worden aangetroffen. Bij ernstige aantasting kan dit leiden tot het geheel afsterven van de boom. Alleen laboratoriumonderzoek kan met zekerheid aantonen dat de waargenomen symptomen bij de es zijn veroorzaakt door Chalara fraxinea. Bladeren, twijgen en takken en vervolgens ook hele essen kunnen afsterven door deze ziekte. De schimmel kan zowel jonge als oude bomen in de groene ruimte en bij de boomkwekerij aantasten.
Monitoring Symptomen zijn verdrogingsverschijnselen van de bladeren, twijgen, takken en stammen. De bladeren vertonen een bruinverkleuring van de bladsteel, gevolgd door afsterving en bruinverkleuring van (delen van) het blad. Op dunne twijgen ontstaan in het begin donkere verkleuringen in de bast. De schimmel tast zowel blad als bast, maar niet het hout aan. Wanneer de bast afsterft wordt de sapstroom geblokkeerd. Twijgen of takken verdrogen hierdoor volledig. Aantastingen van blad en bast hoeven niet tegelijk op te treden. Bij oudere aantastingen is de bast ingezonken en lichter gekleurd. Op dikkere takken en stammen ontstaan bastverkleuringen vaak rond de aanzet van een zijtak. Deze verkleuringen zijn vaak langgerekt en kunnen uiteindelijk de tak of stam helemaal omvatten, waarna het bovenliggende deel van de boom afsterft. De aantasting is het beste waar te nemen wanneer de bomen in blad staan en kan dan in de gehele boomkroon en bast worden waargenomen. De aantasting kan worden opgenomen in het bomenpaspoort wat ten minste eens in de 3 jaar wordt gevuld tijdens de BVO. Eventueel jonge aanplant van es jaarlijks inspecteren om zieke bomen tijdig te kunnen verwijderen en verdere verspreiding tegen te gaan.
Pagina 12 van 21
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN ENKHUIZEN
Maatregelen Bij beplantingen bestaande uit essen is het raadzaam de bomen jaarlijks te inspecteren zodat snel kan worden ingegrepen en verdere verspreiding van de aantasting verminderd wordt. Tijdig verwijderen van aangetaste takken en soorten is raadzaam, echter zoals de NVWA aangeeft, is de aantasting in Nederland niet meer volledig in te dammen. Een eenmaal aangetaste boom kan niet meer genezen, op een enkele resistente variant na. De enige maatregel die afdoende werkt is het verwijderen van de aangetaste bomen. De gemeente gaat dan ook over tot kap als de kroon voor meer dan 25% is aangetast.
Communicatie Over essentaksterfte hoeft niet algemeen gecommuniceerd te worden richting inwoners. Er is geen relatie bekend tussen de aantasting en gezondheidsproblemen bij mensen. Wel is het verstandig om bij grootschalige verwijdering de inwoners conform het bomenbeleid en communicatiebeleid tevoren op de hoogte te stellen om onrust te voorkomen.
Pagina 13 van 21
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN ENKHUIZEN
Protocol eikenprocessierups Aantasting Eikenprocessierups (-vlinder) Thaumetopoea processionea De rups en vlinder hebben in Nederland geen speciale status. Inmiddels komt de rups in bijna heel Nederland voor, uitgezonderd de Waddeneilanden. Er is geen meldplicht. Wel kunnen waarnemingen doorgegeven worden aan de Natuurkalender, waar de verspreiding en ontwikkeling in Nederland jaarlijks gevolgd worden.
Gastheer en verspreiding De rupsen voeden zich met alle in Nederland voorkomende soorten eiken met een lichte voorkeur voor de zomereik (Quercus robur), maar zij kunnen bijvoorbeeld ook voorkomen op Hongaarse eik (Quercus frainetto), Moeraseik (Quercus palustris) en Amerikaanse eik (Quercus rubra). De eiken met een zuilvorm (fastigiata-vormen) kunnen ook nesten van de eikenprocessierups herbergen, ondanks dat er geen gedeelte met een kale stam aanwezig is. Vrouwtjes verspreiden zich weinig, en leggen hun eipakketten in of dicht bij de boom waar ze zelf uit een ei gekomen zijn. De brandharen van rupsen en oude nesten kunnen door de wind ver verspreid worden en veel overlast geven.
Beschrijving en voorkomen In april komen de oranjekleurige rupsen van het eerste stadium uit hun eipakket dat vastzit op de stam. Alle rupsen van hetzelfde eipakket komen tegelijkertijd uit. De kleur van de rupsen verandert in grijsgroen met een lichte streep aan de zijden. Ze blijven dicht bij elkaar en kunnen als kluitjes rupsen op uiteinden van takken worden waargenomen tot en met het derde stadium. Alle stadia van de rups hebben opvallende lange witte haren (tot wel 10 mm bij de oudere stadia). Vanaf het derde stadium komen de 0,1 tot 0,3 mm kleine (zwarte) brandharen voor, gegroepeerd in borstels. Met elk volgende rupsstadium neemt het aantal borstels met brandharen toe. ’s Nachts gaan de eikenprocessierupsen in optocht (in processie) op zoek naar eikenbladeren in de bladkroon van de boom. Tijdens deze processie wordt een dikke spinseldraad gesponnen langs de takken en later langs de stam van de boom. Zo’n spinseldraad is een goede indicatie voor aanwezigheid van de eikenprocessierups. Vanaf half mei tot begin juli kan men de eikenprocessierups aantreffen in de vorm van plakkaten op de stam van eiken. Kort voor de vervelling worden de rupsen immobiel, krijgen een ‘opgeblazen’ uiterlijk en gelige kleur en maken spinsel op de dikkere takken of stam van de boom, waarin ze vervellen.
Pagina 14 van 21
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN ENKHUIZEN
In het vierde tot en met zesde stadium worden kenmerkende nesten gemaakt om in te vervellen en om overdag in te schuilen. Deze nesten zijn gemaakt van dichte spinsels waarin vervellinghuidjes achterblijven en worden gevormd in oksels van takken of tegen de stam van de boom. Ze verschillen in grootte van tennisbal tot voetbalafmetingen of platte spinsels als plakkaat tegen de boomstam. De eikenprocessierups kan vanaf het vierde stadium zich ook ingraven in de grond aan de voet van de stam van de eik. De rupsen zitten daar overdag op een kluitje bij elkaar. In de nacht trekken ze van daar uit de boom in om van de bladeren te eten. Het laatste nest wordt gemaakt om in te verpoppen. Dit nest is zeer compact en bevat de meeste brandharen. Oude nesten verkleuren van grijswit naar bruin en waaien soms uit elkaar tot lange slierten van spinsel, haren en oude pophuidjes. Deze nesten kunnen bij wind nog brandharen verspreiden in de lucht. Ook kunnen ze uit de boom waaien en dan kunnen brandharen in de wegberm terechtkomen.
Monitoring Mannetjesvlinders kunnen zich over grotere afstanden verplaatsen en worden aangetrokken door een geurstof (feromoon) die de vrouwtjes afscheiden. Voor monitoren zijn feromoonvallen een goed hulpmiddel. De aantallen mannetjesvlinders die gevangen worden (eind zomer-begin herfst), geven samen met gegevens over aantallen nesten (lente-zomer) en weersomstandigheden een indicatie van de populatiedichtheid voor het komend jaar.
Vanaf het moment dat in het nieuwe jaar (winter-vroege lente) de eerste (ei)nesten weer zichtbaar zijn, kan het verloop van de ontwikkeling van de eitjes en later rupsen gevolgd worden. De eipakketten zitten op de stam van de boom, de latere rupsnesten ook. De rupsnesten kunnen zowel hoog als later ook laag bij de grond zitten.
Pagina 15 van 21
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN ENKHUIZEN De Natuurkalender volgt de verspreiding en ontwikkeling van de eikenprocessierups in Nederland jaarlijks.
Maatregelen De brandharen van de rupsen vormen een gevaar voor de volksgezondheid. Verwijdering van de rupsen, nesten of het voorkomen van de ontwikkeling van de rupsen is van belang, vooral in bewoonde gebieden, met een prioriteit voor centrumgebieden. Bij aanwezigheid van een enkel nest kan afscherming met lint of hek met daarbij een informatiebord volstaan (tot eventueel het nest wordt verwijderd), bij grote hoeveelheden nesten zal eerder ingegrepen moeten worden. Vanaf mei worden de eiken geïnspecteerd op aanwezigheid van rupsen. Bij meldingen van nesten kan men gebruik maken van diverse apparaten voor het wegzuigen van de nesten. Op moeilijk bereikbare plekken kunnen nesten ook handmatig worden verwijderd. Door rond de bomen zo min mogelijk te maaien, kunnen natuurlijke vijanden zoals sluipwespen de kans krijgen zich te ontwikkelen. Zo kan een deel van de aanwezigheid van rupsen vroegtijdig voorkomen worden. Overigens is de eigenaar van de boom altijd zelf verantwoordelijk voor bestrijding.
Communicatie Inwoners kunnen via de website, social media en eventueel een berichtje in de krant op de hoogte gebracht worden van het voorkomen van nesten in de omgeving, waar mogelijk ook met aanduidingen van locaties met grote besmettingen. Van belang daarbij is dat ook wordt aangegeven wat er al dan niet aan maatregelen voor getroffen wordt. Bij specifieke locaties met nesten kunnen waarschuwingsbordjes en –lint geplaatst worden.
Meer informatie NVWA (Nationale Voedsel- en warenautoriteit www.nvwa.nl Kenniscentrum Eikenprocessierups https://processierups.nu/ De Natuurkalender www.natuurkalender.nl
Pagina 16 van 21
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN ENKHUIZEN
Protocol Massaria De schimmelziekte Massaria, Splanchnonema platani, veroorzaakt plotselinge takbreuk bij platanen. De schimmel werd in 2007 voor het eerst in Nederland aangetroffen, maar komt inmiddels in veel gemeenten voor. Er bestaat geen meldplicht. (Invasief, meldplicht NVWA, gezondheidsrisico RIVM).
Aantasting De aantasting komt voor bij de plataan, zowel bij de Platanus x hispanica als bij cultivars. De sporen van de schimmel verspreiden zich gemakkelijk binnen de kruin van een boom die door Massaria wordt aangetast. Via de wind, vogels, insecten en mogelijk door snoei, kunnen ook andere bomen geïnfecteerd raken.
Symptomen De aantasting bevindt zich altijd aan de bovenzijde van takken waardoor het waarnemen vanaf de grond vrijwel onmogelijk is. De schimmel tast zowel de fijne twijgen, de verzwakte takken in de bovenkroon, als gesteltakken in de onderkroon aan. Wanneer bekend is dat de aantasting aanwezig is of was, is een 2-jaarlijkse controle van de betreffende platanen en omringende bomen noodzakelijk.
Van onder naar boven: aantasting bovenzijde tak, bijna afgebroken tak, scheiding tussen gezond en aangetast hout, vruchtlichaam.
Pagina 17 van 21
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN ENKHUIZEN
Monitoring Op vers aangetaste takken vormt de schimmel snel een donkergekleurd mycelium. Later ontwikkelen zich hieruit 2 verschillende vruchtlichamen. De zwart gekleurde schijnvruchtlichamen ontstaan al snel onder het schorsweefsel van aangetaste twijgen en dunnere takken. In oudere en aangetaste delen ontstaat de hoofdvruchtvorm. Indien er sprake is van infectie, dient de boom 2 maal per jaar te worden geïnspecteerd. Hierbij dienen de takken aan de bovenzijde te worden bekeken.
Maatregelen Het wegnemen van aangetaste takken in een vroeg stadium kan voorkomen dat de schimmel zich uitbreidt binnen de boom of naar andere bomen. Ook het geven van water in perioden van droogte kan een kwetsbare boom helpen de aantasting te bestrijden of te voorkomen. Bij platanen ouder dan 40 jaar vindt 2 keer per jaar een quickscan vanaf de grond plaats. Bij twijfel of verdachte situaties wordt een nader technisch onderzoek op hoogte uitgevoerd waarbij de mogelijke aantasting direct wordt weggenomen.
Communicatie Indien van bepaalde bomen of boomgroepen bekend is dat zij tot de risicogroep behoren – bijvoorbeeld wanneer eerder Massaria is voorgekomen en de standplaats droogtegevoelig is – worden direct omwonenden ingelicht over de te nemen maatregelen.
Meer informatie Groen Kennisnet dossier Massaria: https://www.groenkennisnet.nl/nl/groenkennisnet/show/dossier-Massariaziekte.htm
Pagina 18 van 21
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN ENKHUIZEN
Protocol bacterievuur / perenvuur Aantasting Bacterievuur, ook wel perenvuur genoemd, is een plantenziekte, veroorzaakt door de bacterie Erwinia amylovora. Bacterievuur is een besmettelijke plantenziekte die algemeen voorkomt in Nederland. De ziekte staat op de lijst van quarantaineziekten van de Europese Unie. Voor sommige teelten/gebieden zijn daarom maatregelen van kracht.
Gastheer Vooral fruitbomen (appels en peren) zijn vatbaar voor bacterievuur; daarom wordt de ziekte ook wel aangeduid met de oude naam perenvuur. De volgende planten zijn vatbaar voor bacterievuur: • Amelanchier (krentenboom) • Chaenomeles (Japanse kwee) • Cotoneaster (dwerg- of rotsmispel) • Crataegus (meidoorn) • Cydonia (kweepeer) • Eriobotrya (Japanse mispel) • Malus (appel en sierappel) • Mespilus (mispel) • Photinia davidiana (Stranvaesia Hort) • Pyracantha (vuurdoorn) • Pyrus (peer en sierpeer) • Sorbus (lijster/meelbes) Daarnaast kunnen nog enkele kruisingen tussen waardplanten, zoals Crataegomespilus, door bacterievuur worden aangetast.
Symptomen De kenmerken van de ziekte zijn het bruinzwart verkleuren, verdorren en verschrompelen van bloesems, bladeren en twijgen. Het meest vatbaar zijn bloemen en jonge scheuten. Scheuttoppen kunnen omkrullen en een zwart vlaggetje vormen. Dat wordt een ‘bacterievuurvaantje’ genoemd. De ziekte kan zich zeer snel uitbreiden; in de plant zelf of naar andere planten. Besmetting van andere planten gebeurt bijvoorbeeld door wind/regen, door aanraking met handen of gereedschap of door vogels en insecten. Warm weer met een hoge luchtvochtigheid zijn ideale omstandigheden voor de bacterie. De ziekte kan vooral in peren-, maar ook in appelboomgaarden grote schade aanrichten.
Pagina 19 van 21
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN ENKHUIZEN
Scheutaantasting bij meidoorn
Scheutverwelking
Druppels bacterieslijm
Monitoring In het voorjaar, tijdens de bloeiperiode, kan bacterievuur het beste herkend worden. De infectie begint gewoonlijk in de bloesem (bloeminfectie) of in jonge twijgen (scheutinfectie) en kan snel (vandaar de naam ‘vuur’) de hele boom of struik aantasten. Naktuinbouw, die in de bufferzones inspecteert op bacterievuur, start haar inspecties over het algemeen in de tweede helft van het voorjaar of de vroege zomer, als de kans op uitbraak en verspreiding het grootste is. Deze inspecties lopen in principe tot september.
Maatregelen De bestrijding van bacterievuur is geregeld in de Europese Fytorichtlijn (Richtlijn 2000/29/EG). De regels gelden voor boomkwekers, fruittelers, groenbeheerders en particulieren. Bestrijding van bacterievuur is verplicht in de zogeheten bufferzones en nadrukkelijk aan te raden buiten deze bufferzones. Voor boomkwekerijen en fruittelers is ruiming altijd verplicht, zowel binnen als buiten de bufferzones. De gemeente zal aangetaste bomen direct verwijderen, gezien de diverse aanwezige boomgaarden in het gebied. Vernietigen van het zieke materiaal kan het best op de volgende manier: • Verwijder de zieke delen van de plant (in de bufferzones de gehele plant). • Verplaats dit materiaal niet en laat het eerst minimaal een dag indrogen. • Vervolgens kan dit materiaal het beste ter plekke verbrand worden. Hiervoor is wel specifieke toestemming vanuit de gemeente naar de aannemer/uitvoerder noodzakelijk.
Pagina 20 van 21
BIJLAGE 20 BESTRIJDING ZIEKTEN EN AANTASTINGEN ENKHUIZEN Werken met en vervoeren van aangetast materiaal moet op hygiënisch verantwoorde wijze worden gedaan. Gebruikte materialen dienen goed schoongemaakt te worden met bijvoorbeeld een stoomcleaner of hogedrukspuit. Gereedschap kan schoongemaakt worden door dit te borstelen met bijvoorbeeld brandspiritus, alcohol 70% of chloor. Op basis van de Nederlandse regelgeving is het in de bufferzones verboden bepaalde soorten die vatbaar zijn voor bacterievuur aan te planten. Te weten: • Planten van Cotoneaster salicifolius floccosus, Cotoneaster salicifolius, Cotoneaster watereri en de daartoe behorende cultivars en Photinia davidiana. • Meidoornsoorten Crataegus calycina (koraalmeidoorn), Crataegus laevigata (tweestijlige meidoorn) en Crataegus monogyna (eenstijlige meidoorn) met uitzondering van de cultivars. In de ‘Beschikking bestrijding bacterievuur 1984’ worden gebieden aangewezen waar de meidoorn een landschappelijk bepalende rol speelt. In deze gebieden geldt geen verbod op de aanplant van de hierboven genoemde meidoornsoorten. In de omgeving van gemeente Enkhuizen bevindt zich geen bufferzone, en gelden daarom de standaardregels. Wel houdt de gemeente waar mogelijk rekening met de aanwezigheid van diverse boomgaarden.
Communicatie Gemeente Enkhuizen bevindt zich niet in een bufferzone, en daarmee is aanplant van mogelijke gastheren niet verboden. Wel worden ook particulieren aangeraden om in geval van een besmetting, de aangetaste plant snel te verwijderen. Indien de gemeente een aantasting in haar groenbestand constateert, wordt daar snel op gehandeld. In de besmettingsperiode kan daarvoor een informatief artikel in de lokale media gepubliceerd worden, zodat inwoners weten wat er aan de hand is.
Meer informatie Op de website van de NVWA (www.nvwa.nl/bacterievuur) is uitgebreide informatie te vinden over bacterievuur.
Pagina 21 van 21