bijlage 2 Toekomstvisie psychisch kwetsbare inwoners
Tekst van het document
Opgaven We zien nieuwe en doorlopende uitdagingen op het gebied van veiligheid in onze regio. In de aankomende jaren houden we met de volgende opgaven rekening: ▪ Ernstiger en complexere problematiek neemt toe. We zien dat hulpvragen complexer worden. Specifiek bij (psychisch) kwetsbare inwoners met multiproblematiek (verslaving/psychiatrie/LVB) is de verantwoordelijkheidsverdeling lastig: verschillende organisaties wijzen naar elkaar. ▪ De verantwoordelijkheidsverdeling tussen verschillende partijen is niet altijd helder. Het is niet altijd helder wanneer regie moet worden (over)genomen en door wie dat moet worden gedaan. ▪ Privacyregels staan transparantie en gegevensdeling in de weg. Vanwege privacyregels is het niet altijd toegestaan om gegevens en informatie te delen met relevante partijen, zoals tussen het Veiligheids- en het Zorgdomein. Dat maakt preventie en samenwerking lastiger. Zie hiervoor ook thema 7 Regionale samenwerking. ▪ Het Zorg- en Veiligheidsdomein spreken elkaars 'taal' onvoldoende. Het is bij politie en boa's niet altijd voldoende duidelijk welke informatie hulpverleners nodig hebben om zorg te bieden en regie te voeren. Ook komt het voor dat iemand zich in een situatie bevindt die voor iemand vanuit het ene domein onveilig overkomt, maar onvoldoende aanleiding geeft om vanuit het andere domein in te grijpen.
Dit kan leiden tot onbegrip en frustratie tussen het Zorg- en Veiligheidsdomein. ▪ Er ontstaan patstellingen. Er zijn inwoners met een kwetsbaarheid waarbij het niet duidelijk is of het zorg- of veiligheidsdomein in de lead is. Niet voor iedere situatie is er een wettelijk verplichte tafel om dergelijke patstellingen te bespreken en te doorbreken. Hulpverleners voelen het dilemma om op te schalen naar het veiligheidsdomein, omdat dit het risico met zich mee brengt tot het verliezen van de vertrouwensrelatie. ▪ Informatie bereikt niet altijd de casusoverleggen. Niet alle informatie die de politie heeft over een 26
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
bepaalde casus komt bij het Individueel CasusOverleg (ICO) terecht. Om te voorkomen dat casussen gesloten worden wegens gebrek aan informatie is het belangrijk dat relevante informatie beter gedeeld wordt.
Doelen ▪ Meer veilige situaties voor de inwoner, diens omgeving en de samenleving. De komende jaren zetten we in op een vermindering van het aantal situaties waar veiligheidsrisico’s leiden tot incidenten. We dragen daarmee bij aan minder overlast en onveiligheid door (psychisch) kwetsbare inwoners. Samenwerkende partners binnen zorg, sociaal domein en veiligheid laten (psychisch) kwetsbare inwoners niet los voordat er een oplossing is. Hierdoor vallen er geen inwoners met een veiligheidsrisico tussen wal en schip. ▪ Structureren van de samenwerking tussen Zorg- en Veiligheidsdomein. Gemeenten zorgen voor passende vertegenwoordiging in de regionale én bovenregionale gremia en gaan beleid voor Zorg en Veiligheid in samenhang opstellen. Hierbij is de ambitie om meer medewerkers aan te nemen die gespecialiseerd zijn in verbinding zorg en veiligheid en boa’s beter te betrekken bij het Sociaal domein. Belangrijk onderdeel van deze doorontwikkeling is dat we de belemmeringen vanuit privacy/AVG verminderen. Met de invoering van de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) komt er een wettelijke basis voor het domeinoverstijgend delen van gegevens die nodig is voor regievoering. Deze ontwikkeling draagt bij aan het verbeteren van de samenwerking tussen partners binnen Zorg, Sociaal domein en Veiligheid.
Daarnaast zetten we in op meer samenhang in de initiatieven op lokaal, regionaal en bovenregionale gremia. ▪ Bevorderen van gedeelde verantwoordelijkheid onder partners binnen het zorg- en veiligheidsdomein. Samenwerkende partners creëren meer begrip voor elkaars dilemma’s, afwegingen, en de gezamenlijke verantwoordelijkheid die bestaat. Hiermee hangt samen dat lokaal onderlinge verwachtingen rondom ingrijpen bij zorg-/veiligheidsincidenten besproken worden. Als regio zetten we komende jaren in op het verder uitrollen en implementeren van de Westfriese escalatieladder (WFE) en werken partners met elkaar samen in het Regionaal Expert Team (RET). In overleg met ketenpartners moet duidelijk zijn wie waarvoor verantwoordelijk is en dat betrokken partijen weten wie ze in verschillende situaties moeten contacten. Hierdoor schalen partners in situaties met kwetsbare inwoners en veiligheidsrisico’s adequaat op en af.
▪ Link met GGZ en verslavingszorg beter borgen. We onderzoeken of er periodiek van de driehoek (burgemeester, OM en politie) een vierhoek gemaakt kan worden door de GGZ hieraan toe te voegen. Ook kijken we op welke wijze we samenwerken met de verslavingszorg, wat een belangrijke partner is op dit onderwerp.
27
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
4.5 Bestaanszekerheid Inleiding op het thema Elke inwoner heeft recht op bestaanszekerheid. Hoewel inwoners uit de regio relatief minder moeite hebben met rondkomen ten opzichte van het landelijk beeld,15 is het ook in Westfriesland geen vanzelfsprekendheid dat inwoners kunnen rondkomen. Dit geldt met name voor (psychisch) kwetsbare inwoners16. Financiële problemen leiden tot langdurige stress, een ongezonde levensstijl en vergroten risico's op chronische ziekten. Ze vergroten ook psychosociale- en opvoedingsproblemen, verminderen geluk en belemmeren het nemen van de juiste langetermijnbeslissingen. Geldzorgen kunnen de toegang tot zorg en huisvesting bemoeilijken en herstel belemmeren. Inwoners, in het bijzonder (psychisch) kwetsbare inwoners, weten niet altijd welke ondersteuningsregelingen beschikbaar zijn of durven vanwege schaamte of wantrouwen richting de overheid geen hulp te vragen. Vroegsignalering van financiële problemen en snelle, passende hulp zijn cruciaal om verergering van de situatie te voorkomen. Nazorg is essentieel om terugval te voorkomen. Samenvattend is brede ondersteuning voor financiële- en inkomenszaken voor (psychisch) kwetsbare bewoners een belangrijk thema in deze Toekomstvisie.
Opgaven Voor de komende jaren zien we op het gebied van bestaanszekerheid de volgende opgaven: ▪ Jongeren lopen een hoog risico op schulden. Er lopen in verschillende Westfriese gemeenten initiatieven die zich richten op voorlichting over en het voorkomen van schulden onder jongeren. Op dit moment is er nog niet in iedere gemeente een op jongeren gerichte aanpak. ▪ Verschillen tussen gemeenten zijn groot. Zorgorganisaties die in regionaal verband actief zijn geven aan dat de lokale verschillen in procedures en regelingen rondom ondersteuning bij financiële problemen lastig zijn. ▪ In contact komen met de doelgroep is soms moeilijk. De wijze waarop geprobeerd wordt om de doelgroep te bereiken is opgenomen in het Regionaal kaderplan schuldhulpverlening 2021 - 2024. Dit vraagt de komende jaren om blijvende aandacht. ▪ Het is lastig om de groep mensen die inburgert voldoende te ondersteunen. In wetgeving staat dat de gemeente verantwoordelijk is voor het doorbetalen van de vaste lasten in het eerste half jaar. De regio ziet dat het in die periode lastig is om deze groep voor te bereiden op de periode daarna.
Doelen De komende jaren richten we ons op de volgende doelen: ▪ Verdere stappen zetten in harmonisatie van gemeenschappelijke beleidsprioriteiten in lokaal beleid. Beleid op het gebied van bestaanszekerheid is een lokale verantwoordelijkheid, waarop binnen de regio deels dezelfde visie bestaat. De komende jaren gaan wij als Westfriese gemeenten onderzoeken waar samenwerking mogelijk is. De uitkomsten geven we als input mee voor nieuwe
Brongegevens: RIVM statline (gezondheidsmonitor 2020) samengevat in Regiobeeld Noord-Holland-Noord 2023. https://www.trimbos.nl/wp-content/uploads/2023/11/AF2117-Financiele-situatie-van-mensen-met-ernstige-psychischeaandoeningen.pdf 15 16
28
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
beleidskaders. ▪ Overwegingen en inzichten vanuit het visietraject meegeven voor nieuwe beleidskaders. Input van betrokken partijen, inzichten en overwegingen die we hebben opgehaald in het traject voor deze Toekomstvisie geven we mee als input voor de nieuwe beleidskaders. ▪ We onderzoeken hoe we de bestaanszekerheid van inwoners in voorzieningen op peil houden. Inwoners in voorzieningen hebben in sommige gevallen te maken met het CAK voor een eigen bijdrage of ze betalen huur of een tegemoetkoming in de woonkosten. We onderzoeken welke mogelijkheden het beste passen bij de voorziening, mogelijkheden van de inwoner en de duur van het ondersteuningstraject.
29
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
4.6
Zinvolle daginvulling
Inleiding op het thema Een zinvolle daginvulling kent vele verschijningsvormen. Het varieert van betaald werk tot het regelmatig ontmoeten van andere mensen met ervaringskennis. Meer structuur in iemands leven, meer zelfvertrouwen en betere ontwikkeling van iemands talenten zijn een aantal resultaten van zinvolle dagindeling. We streven hierbij naar maatwerk en gaan uit van iemands capaciteiten en behoeften. Het is belangrijk om stigma’s te doorbreken en te accepteren dat sommige inwoners hun maximale potentieel bereiken in dagbesteding of vrijwilligerswerk en niet in staat zijn tot uitstroom naar betaal werk.
Opgaven Naast behaalde successen in het afgelopen jaar (zie bijlage D) zien we de aankomende jaren de volgende uitdagingen: ▪ Er is onvoldoende overzicht van alle bestaande vormen van zinvolle daginvulling. Voor de onderdelen ontmoeten, vrijwilligerswerk en soortgelijke informele voorzieningen (oftewel de nuldelijnszorg) zijn de individuele gemeenten verantwoordelijk voor het creëren van een werkwijze en een set voorzieningen. ▪ In de doorlopende lijn zijn voor sommige mensen de stappen te groot. In de doorlopende lijn van zinvolle daginvulling die loopt van ontmoeten, (arbeidsmatige) dagbesteding, vrijwilligerswerk tot aan betaald werk is de ‘volgende stap’ soms te groot en daardoor niet motiverend en uitdagend maar juist ontmoedigend. ▪ 18-/18+ overgang onderbreekt of verbreekt de doorlopende lijn van zinvolle daginvulling. Omdat financieringsstromen anders lopen als een inwoner 18 wordt, kan het voorkomen dat bestaande daginvullingstrajecten niet meer kunnen doorlopen.
Doelen Wij zetten ons in voor een zinvolle daginvulling voor de doelgroep. Concreet gaat het om de volgende doelen: ▪ Aansluiten bij de inkoop Wmo 2025 en verder. Voor de jaren 2025 en verder wordt in 2024 Wmo ingekocht. Hier is zinvolle daginvulling onderdeel van. We sluiten hierbij aan en zorgen ervoor dat er een dekkend aanbod is voor (psychisch) kwetsbare inwoners. ▪ Inzetten op laagdrempelige daginvulling in de wijk. We onderzoeken of dit binnen bestaande inloopvoorzieningen, ontmoetingsplekken of in combinatie met de laagdrempelige steunpunten kan. We hebben hierbij oog voor normalisering. ▪ Stappen in doorlopende lijn daginvulling verkleinen. We willen voor cliënten voor wie de stappen in de doorlopende daginvulling te groot zijn, de stappen verkleinen zodat ook zij gemotiveerd en aangehaakt kunnen blijven. Dat kunnen we doen door te investeren in maatwerk, bijvoorbeeld door de inzet van individuele begeleiding.
30
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
4.7
Samenwerking in de regio
Inleiding op het thema Voor het verder ontwikkelen van de keten rondom (psychische) kwetsbare inwoners is een voldoende krachtige regionale samenwerking tussen gemeenten noodzakelijk. De grootste uitdaging is om de lokale hulp en ondersteuning te verbinden met de regionale en bovenregionale voorzieningen en zorg. De crux van deze samenwerking is dat de betrokken ambtenaren en medewerkers van de partners, als ook hun bestuurders, gezamenlijk functioneren als een groep die verantwoordelijkheid voelt én neemt voor (psychisch) kwetsbare inwoners. Binnen deze verantwoordelijke groep moeten de taken, verantwoordelijkheden en rollen effectief worden uitgeoefend.
Opgaven De regionale samenwerking heeft de afgelopen jaren meer gestalte gekregen, ook in de uitvoering. De goede relaties tussen partners en samenwerking op casusniveau zijn van grote waarde. Maar er zijn ook doorlopende of nieuwe opgaven: ▪
Afstemming en afspraken zijn nog te veel afhankelijk van situaties en personen. Te veel lijnen lopen op dit moment door elkaar tussen gemeenten onderling en tussen de partners onderling.
▪
Er is behoefte om in een stabiel model geleidelijk te werken aan verbeteringen. Er wordt relatief vaak met nieuwe projecten gestart die vragen om veel inspanning en tijd.
▪
Grote verschillen tussen gemeenten. De regionale partners ervaren te grote en voor hen lastig hanteerbare verschillen tussen gemeenten, die niet logisch voortkomen uit de situatie van inwoners maar eerder de uitkomst lijken van min of meer historisch ontstane keuzes. Dit betreft dan vooral de overbrugging van de kloof 18-/18+ en de manier waarop de nazorg en uitstroom per gemeente is geregeld. Soms komen deze verschillen ook voort uit andere politieke keuzes. Dat hoort bij onze democratie, maar deze keuzes zijn in de regionale samenwerking soms lastig te combineren.
▪
Er blijven afscheidingen tussen hulp en voorzieningen vanwege de regelgeving en bekostiging. Dit geeft soms problemen bij het creëren van een vloeiende cliëntroute.
Doelen ▪ We maken regionaal afspraken over preventie en nazorg. Preventie en nazorg is een lokale verantwoordelijkheid. Om kwaliteit en beschikbaarheid van preventie en nazorg in de regio te borgen, maken we regionaal afspraken over basisinzet, kwaliteit en monitoring. ▪ Inzicht in lokaal aanbod preventie en nazorg creëren. Om voor inwoners en regionale ketenpartners inzichtelijk te maken welke voorzieningen aanwezig zijn, creëert elke gemeente een overzicht van het lokale aanbod aan voorzieningen. We onderzoeken op welke manier we dit overzicht toegankelijk kunnen maken. ▪ Opzetten structurele samenwerking tussen ketenpartners. Er is behoefte in de regio om de samenwerking tussen alle ketenpartners structureler te maken. Ook cliëntorganisaties zijn hier een onderdeel van. ▪ Behouden regionaal projectteam en bestuurlijk opdrachtgeversgroep. In de evaluatie van de Toekomstvisie 2018-2023 werd de organisatorische inrichting positief beoordeeld. De komende jaren zetten we deze voort. We zorgen voor vertegenwoordiging vanuit iedere gemeente en organiseren input vanuit het veld. 31
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
5. Kaders regionale samenwerking 1. Inleiding De Toekomstvisie voor kwetsbare inwoners van Westfriesland is niet los te zien van de bestaande samenwerking tussen de zeven gemeenten in Westfriesland bij het uitvoeren van woonzorgvoorzieningen (voorheen BW/BT/MO), openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGz) en verslavingsbeleid (VB) in de regio. Samen staan we sterker In Westfriesland streven we ernaar dat kwetsbare inwoners inclusief wonen, zo veel mogelijk zelfredzaam zijn, herstelgericht ondersteund worden en passende woon- en opvangmogelijkheden krijgen indien nodig. Het realiseren van deze ambities vraagt om afstemming en samenwerking tussen de domeinen wonen, zorg, welzijn, veiligheid, werk en inkomen. Het vraagt ook om samenwerking tussen alle ketenpartners: gemeenten, zorgaanbieders, lokale wijk- en gebiedsteams, zorgverzekeraar, woningcorporaties en GGD. Samen zorgen we voor een inhoudelijk goed resultaat en dat het realiseren van de voorzieningen haalbaar en betaalbaar blijft voor de regio. Ook inkoop, contractbeheer, kwaliteitsbeleid e.d. organiseren we efficiënter door dit als zeven Westfriese gemeenten in regionaal verband op te pakken. Het belang van samenwerking kan niet onderschat worden. Met deze nieuwe Toekomstvisie geven we invulling aan het regionale beleid op het gebied van (psychisch) kwetsbare inwoners voor de komende jaren.
De bestuurlijke samenwerking en afstemming over deze Toekomstvisie vindt plaats binnen het Madivosa en vormt de basis voor de uitvoering van de taken door de gemeenten in Westfriesland. Het ambtelijk voorportaal van het Madivosa is de regionale ambtelijk projectgroep die minimaal 10 keer per jaar samenkomt. Hierin zitten vertegenwoordigers van alle gemeenten. De ambtelijke projectgroep organiseert de regionale voorzieningen, monitort de uitvoering van de Toekomstvisie en evalueert de convenantafspraken. Vanwege de positieve externe evaluatie van deze organisatorische inrichting zetten we deze de komende jaren op dezelfde wijze voort.
2. Algemene inhoudelijke en financiële kaders in relatie tot de Toekomstvisie 1.
In de regio zetten we de huidige samenwerking en de governancestructuur zoals beschreven in het ‘Samenwerkingsconvenant (psychisch) kwetsbare inwoners Westfriesland 2022’ voort. Deze samenwerking is gebaseerd op wederzijds vertrouwen, streven naar uniformiteit, gezamenlijke verantwoordelijkheid en solidariteit.
2.
Doel van de samenwerking is de beschikbaarheid, kwaliteit en spreiding van specialistische ondersteuning te borgen voor psychisch kwetsbare inwoners, passend bij de (ontwikkeling van) de zorgvraag in de regio.
3.
Gemeenten in de regio zijn gezamenlijk (financieel en inhoudelijk) verantwoordelijk voor het specialistisch vangnet van voorzieningen.
4.
De rijksgelden bundelen we in een regionaal budget. Dit budget is bestemd voor de bekostiging van het regionaal specialistisch vangnet. Hierbij horen ook de regionale toegang en gemeentelijke backoffice taken. De gemeenten bepalen in overleg welke andere 32
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
voorzieningen bekostigd worden uit het regionaal budget. Voorwaarde is dat dit past in het regionaal beleidskader. 5.
Het regionaal budget en de besteding hiervan worden beheerd door de gemeente Hoorn. Gemeente Hoorn informeert de regio.
6.
Preventie, (vroeg)signalering en nazorg zijn verantwoordelijkheden van alle afzonderlijke Westfriese gemeenten. Gemeenten spannen zich maximaal in om huisuitzettingen te voorkomen, in het bijzonder waar het om gezinnen gaat. De zelfredzaamheid van inwoners wordt zoveel mogelijk bevorderd. Dit ter voorkoming van het gebruik van regionale voorzieningen.
7.
Sturen op maatschappelijke resultaten is het uitgangspunt in de (subsidie) relaties.
De inhoudelijke en financiële kaders per thema in de Toekomstvisie staan beschreven in bijlage F.
6. Vervolg In deze toekomstvisie hebben we zeven thema’s uitgelicht waar we ons als Westfriese gemeenten de aankomende jaren op gaan richten. Voor ieder thema hebben we doelen opgesteld. Met het vaststellen van deze doelen stopt het niet: de uitvoering moet nog starten. We werken deze doelen daarom uit in een uitgebreid implementatieplan waarin duidelijk gemaakt wordt welke acties we gaan uitvoeren om de doelen te behalen, wie die acties gaat uitvoeren, en wanneer dat gaat gebeuren. De Toekomstvisie en het implementatieplan vormen de basis voor de jaarwerkplannen van de regio tot en met in ieder geval 2028.
33
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
Bijlage A – Afkortingen- en Begrippenlijst Afkortingenlijst AVG
Algemene verordening gegevensbescherming
BW
Beschermd Wonen
BT
Beschermd Thuis
GGD NHN
Gemeenschappelijke GezondheidsDienst Noord Holland Noord
GGZ
Geestelijke gezondheidszorg
EPA
Ernstig psychiatrische aandoening
ETHOS
European Typology of Homelessness and Housing Exclusion
Meldpunt V&A
Meldpunt Vangnet & Advies
MO
Maatschappelijke Opvang
Msnp
Minnelijke schuldhulpregeling
OGGZ
Openbare Geestelijke Gezondheidszorg
RET
Regionaal Expert Team
RT
Regionale Toegang
VB
Verslavingsbeleid
VNG
Vereniging Nederlandse Gemeenten
Wams
Wetsvoorstel aanpak meervoudige problematiek in het sociaal domein
WFE
Westfriese escalatieladder
Wlz
Wet langdurige zorg
Wmo
Wet maatschappelijke ondersteuning
Wsnp
Wettelijke schuldhulpregeling
Wvggz
Wet verplichte GGZ
Wzd
Wet zorg & dwang
Begrippenlijst ▪
Assertieve zorg in het vrijwilliger kader. Voorziening gericht op motivering en toeleiding van zorgwekkende zorgmijders naar passende ondersteuning, zodat de leefomstandigheden van de inwoners zelf en hun omgeving verbeteren.
▪
Beschermd Thuis. Woonvoorziening voor inwoners vanaf 18 jaar die tijdelijk extra ondersteuning en zorg nodig hebben en daarbij in hun eigen huis kunnen blijven wonen. Bij hun ondersteunings-/ zorgvraag is geen 24-uurstoezicht nodig, maar wel begeleiding op onplanbare momenten waardoor 24/7 begeleiding beschikbaar moet zijn.
▪
Beschermd Wonen. Woonvoorziening voor inwoners vanaf 18 jaar, die tijdelijk extra ondersteuning en zorg nodig hebben en (tijdelijk) niet zelfstandig kunnen wonen zonder 24-uurstoezicht en begeleiding. Inwoners die beschermd wonen, wonen in de accommodatie van een instelling. Beschermd Wonen is verdeeld in meerdere intensiteiten.
▪
E33-melding. De politie registreert de meldingen die zij krijgen van overlast door personen met verward gedrag. Dit zijn de zogeheten E33-meldingen. Deze E33-meldingen laten niet zien hoe groot de groep personen met verward gedrag in totaal is, onder meer doordat er doorgaans meerdere 34
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
meldingen gedaan worden over één persoon. ‘E33’ staat voor de incidentcode "E33: overlast door persoon met verward gedrag". ▪
Maatschappelijke Opvang. Voorziening ter ondersteuning van inwoners die geen plek hebben om te wonen en onvoldoende zelfredzaam zijn. Dit kunnen mensen (en hun kinderen) zijn die dak- of thuisloos zijn geworden en een woon én ondersteuningsbehoefte hebben.
▪
Madivosa. Regionaal afstemmingsoverleg op het gebied van Maatschappelijke Dienstverlening, Volksgezondheid en Sociale Zaken.
▪
Ondersteuning. Hieronder valt geïndiceerde begeleiding gefinancierd uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), of niet geïndiceerde begeleiding door een buurtbewoner, wijkteam, woningcorporatie of anderszins betrokken professional – (soms) gefinancierd uit algemene budgetten van de Wmo. De gemeenten zijn hier verantwoordelijk voor.
▪
Regionaal Expert Team. Het tijdig vinden en geven van passende hulp in afstemming met aansluitende domeinen (zoals veiligheid, onderwijs of justitie) is een uitdaging als er sprake is van complexe casuïstiek. Het Regionaal Expert Team regelt (tijdige) afstemming tussen de betrokken professionals, waarbij het in tijden van crisissituaties belangrijk is om te weten wie regie voert en welke professional welke verantwoordelijkheid draagt.
▪
Regionaal specialistisch vangnet. Een regionaal palet van opvang en ondersteuning voor dak- en thuisloze inwoners, inwoners die zorg mijden en inwoners die een beschermde - woonomgeving nodig hebben. Het gaat hierbij onder andere om de volgende voorzieningen: Beschermd Wonen (24uurs toezicht, 24 uur op afroep, wonen met ondersteuning), Maatschappelijke Opvang, time-out voorziening, opvang voor verslaafden in herstel, meldpunt zorg en overlast, assertieve zorg (bemoeizorg), preventie verslavingszorg en preventie GGZ.
▪
Sociaal domein. Gemeentelijk domein dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Wmo, Participatiewet, Jeugdwet en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs).
▪
Westfriese Escalatieladder. De Westfriese Escalatieladder bevat regionale afspraken over de verschillende op- en afschalingsmogelijkheden bij dreigende escalaties en over de rollen en verantwoordelijkheden van organisaties op uitvoerend-, management- en bestuurlijk niveau.
▪
Zelfredzaamheid. Het vermogen van mensen om zichzelf te redden met zo min mogelijk professionele ondersteuning en zorg. Zelfredzame inwoners zijn in staat tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Ze kunnen zich handhaven al dan niet met sociaal netwerk op verschillende leefgebieden.
▪
Zorg. Geïndiceerde behandelingen door een aanbieder die betaald wordt uit de zorgverzekeringswet (Zvw). Dat kan geestelijke gezondheidszorg (GGZ) zijn of ander soort zorg. Hoewel zorg niet onder de verantwoordelijkheid van gemeenten valt, werken zij veelvuldig samen met zorgpartijen. We nemen zorg daarom mee in deze toekomstvisie.
35
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
Bijlage B – Hervormingen die raken aan het sociaal domein De volgende ontwikkelingen zijn landelijke ontwikkelingen die raken aan het sociaal domein en het beleid voor (psychisch) kwetsbare inwoners. Doordecentralisatie Gemeenten, rijk en andere partijen werken vanuit het advies van de Commissie Dannenberg al jaren aan de transitie ‘van beschermd wonen naar een beschermd thuis’. Een aspect van deze transitie is de landelijke doordecentralisatie BW en het daarbij horende woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen. Concreet betekent dit dat alle gemeenten zelf inhoudelijk verantwoordelijk zijn voor BW van hun eigen inwoners (het woonplaatsbeginsel) en hiervoor toekomstig passende middelen ontvangen. Daartoe vindt een overgang plaats van de historische verdeling van middelen over de centrumgemeenten naar een objectieve verdeling over alle gemeenten. De voorgenomen invoeringsdatum van de doordecentralisatie (invoering woonplaatsbeginsel en het nieuwe verdeelmodel) is uitgesteld tot ten minste 1 januari 2025. Impact op de regio| In Westfriesland is ervoor gekozen om met elkaar regionaal te blijven samenwerken, ondanks de doordecentralisatie. De samenwerking tussen de Westfriese gemeenten is vastgelegd in een regionaal samenwerkingsconvenant (psychisch) kwetsbare inwoners voor de periode 2022 en verder.
Met de regionale bundeling van financiële middelen organiseert Westfriesland een regionaal aanbod aan voorzieningen en het regionaal toegangsteam. De invoering van het objectieve verdeelmodel heeft een positief effect op de beschikbare middelen. Ambulantisering van de GGZ leidt tot uitdagingen voor de regio De afgelopen jaren is gestreefd naar afbouw van het aantal intramurale plaatsen binnen de GGZ en opbouw van ambulante voorzieningen, omdat dit deelname van mensen met psychische problemen in de samenleving zou verbeteren. Als gevolg van deze ontwikkeling komen meer (psychisch) kwetsbare inwoners in de wijk te wonen. Impact op de regio | Deze ontwikkeling vraagt om het opbouwen van lokale steunstructuren in de dorpen en wijken in Westfriesland. Ook vraagt het om goede samenwerking tussen het sociaal domein, GGZ en het veiligheidsdomein en het bevorderen van begrip en steun voor mensen met psychische kwetsbaarheid in de samenleving. De afbouw in intramuraal aanbod lijkt op dit moment onvoldoende samen te gaan met opbouw van voldoende en passend ambulant aanbod. ‘Een Thuis voor iedereen’ en ‘Nationaal actieplan aanpak dakloosheid’ In 2022 kwamen het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) met de programma’s Een thuis voor iedereen (mei 2022) en het Nationaal Actieplan Dakloosheid (november 2022).
In het programma ‘Een thuis voor iedereen’ staan afspraken die ertoe moeten leiden dat er tot en met 2030 landelijk 900.000 woningen worden gerealiseerd, waarvan 250.000 sociale huurwoningen. Het Nationaal Actieplan Dakloosheid stelt de ambitie om dakloosheid in Nederland fors en structureel terug te dringen. Het actieplan bestaat uit zes 36
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
inhoudelijke actielijnen die laten zien dat we voor een geslaagde regionale aanpak van dakloosheid (maar ook van BW en BT) afhankelijk zijn van het functioneren van de lokale toegangen en het ingekochte ondersteuningsaanbod, maar ook van de beschikbaarheid van betaalbare woonplekken. Impact op de regio| De doelgroep van deze twee programma’s zijn onderdeel van de groep waar wij het in deze Toekomstvisie over hebben. We zorgen ervoor dat onze regionale ambities en activiteiten afgestemd zijn met deze landelijke programma’s. De doelen van Een thuis voor iedereen zijn ondergebracht in het thema Wonen, en de ontwikkellijnen van het Nationaal Actieplan Dakloosheid zijn door de gehele Toekomstvisie terug te vinden. IZA en GALA bieden kansen om de integrale samenwerking in de regio verder te versterken Het afgelopen jaar zijn twee landelijke akkoorden getekend die van groot belang zijn voor het sociaal domein. Het Integraal Zorg Akkoord (IZA) is september 2022 ondertekend en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) volgde in februari 2023.
Beide akkoorden draaien om samenwerking door meerdere partijen met als doel om zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betrouwbaar te houden (IZA) en impuls te geven aan het verbeteren van de gezondheid van alle inwoners van Nederland, met bijzondere aandacht voor het verbeteren van de situatie van mensen met gezondheidsachterstanden en mensen in een kwetsbare situatie (GALA). In beide akkoorden is een rol voor de gemeenten weggelegd. Impact op de regio| In 2023 is een regiobeeld opgesteld voor Noord-Holland Noord. Op basis daarvan werkt de regio (Hoorn als trekker) samen met Zorgverzekeraar VGZ aan een regioplan voor Westfriesland. Het regioplan zal als leidraad dienen voor het inzetten van initiatieven om binnen Noord-Holland Noord hervormingen in het stelsel van Zorg en Welzijn in gang te zetten. Gemeenten uit de regio zetten middelen uit de Specifieke Uitkeringen (SPUK) de komende jaren in om doelstellingen uit GALA te bewerkstelligen. Hervormingsagenda Jeugd De Hervormingsagenda Jeugd bevat een groot pakket afspraken om knelpunten in de jeugdzorg structureel aan te pakken en het jeugdzorgstelsel financieel houdbaar te maken voor de toekomst. De agenda is bepalend voor de ontwikkelingen in het jeugddomein in de jaren tot en met 2028. Er komt een aanpassing van de Jeugdwet, om te zorgen voor meer duidelijkheid over de beschikbare hulp voor kinderen en ouders.
In de Hervormingsagenda is afgesproken dat gemeenten verplicht zijn om bepaalde specialistische zorg regionaal in te kopen en wordt ingezet op sterkere samenwerking tussen gemeenten in regioverband. Ook zijn er afspraken gemaakt over het terugdringen van administratieve lasten, en worden wijkteams versterkt als het gaat om de regiefunctie die de wijkteams vervullen op complexe casuïstiek. Daarnaast is het doel om de verbinding met andere domeinen, zoals het onderwijs, te intensiveren om ervoor te zorgen dat kinderen en jongeren meer ondersteuning krijgen via collectieve voorzieningen. Het streven is om uithuisplaatsingen zoveel mogelijk te voorkomen. Impact op de regio | Er wordt momenteel gewerkt aan de uitwerking van de afspraken van de Hervormingsagenda Jeugd. Ook werd er naar aanleiding van de Hervormingsagenda Jeugd in 2023 een Robuuste Regioscan afgenomen. Deze scan toetst of de jeugdzorgregio’s ‘voldoende robuust’ zijn of dat de bestaande regio-indeling moet worden aangepast. 37
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
De wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) Met het wetsvoorstel Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) wordt beoogd knelpunten weg te nemen die te maken hebben met gegevensuitwisseling en privacy in het sociaal domein bij de aanpak van meervoudige problematiek. Met deze wet krijgt de gemeente op de domeinen jeugd, Wmo, participatie en veiligheid bij complexe problematiek de regierol. De Wams biedt gemeenten de wettelijke grondslag voor de verwerking en uitwisseling van persoonsgegevens om deze regietaak goed uit kunnen voeren. Bovendien geeft het wetsvoorstel meldpunten voor niet-acute zorg in gemeenten een duidelijke wettelijke basis, die vereist is om (persoons)gegevens te kunnen verwerken. In Westfriesland is het meldpunt niet-acute zorg ondergebracht bij de GGD HN, en bekend onder het meldpunt Vangnet&Advies. De invoering van de Wet zou per 1 juli 2024 plaatsvinden. Vanwege de controversieel verklaring in september 2023, als gevolg van het vallen van het Kabinet, is onduidelijk wanneer deze wet nu ingevoerd wordt. Impact voor de regio | De samenwerking bij vastgelopen casuïstiek op snijvlak sociaal domein en veiligheid pakt men in Westfriesland op binnen verschillende overlegtafels en op korte termijn ook aan de hand van de Westfriese escalatieladder (WFE).
De escalatieladder bevat afspraken over rollen, taken en verantwoordelijkheden van de betrokken partners, waaronder het zorg- en veiligheidshuis. Ook kan het RET binnen een vastgelopen casus in gezet worden. Hoewel de uitwerking van WAMS nog niet concreet is, volgt uit het wetsvoorstel dat de gemeenten in Westfriesland op domeinen jeugd, Wmo, participatie en veiligheid bij complexe problematiek de regierol krijgen. De uitvoering van de WAMS heeft daarmee invloed op de Westfriese escalatieladder (WFE), waarbij de gemeenten proces- en casusregie voeren. Ook dienen gemeenten dit mee te nemen in hun visievorming over hoe zij lokale wijk- en gebiedsteams willen inrichten, en de mate waarin de wijkteams deze regierol invult. De vernieuwde Participatiewet Mensen in de bijstand ervaren de Participatiewet soms als hard en ingewikkeld. Ook voelen zij zich benaderd vanuit wantrouwen in plaats van vertrouwen. Voorgesteld is om deze wet te wijzigen langs drie sporen. Het eerste spoor is een pakket van ruim twintig wetswijzigingen die op korte termijn al moeten zorgen voor meer rechtszekerheid en inkomenszekerheid. Het is de bedoeling dat de regels en ondersteuning binnen de wet beter gaan aansluiten op de mogelijkheden en omstandigheden van de mensen voor wie ze bedoeld zijn. Gemeenten krijgen meer ruimte om te kunnen doen wat in het individuele geval nodig is.
Spoor twee betreft een lange termijn opgave. Dit gaat namelijk om een fundamentele herziening van de Participatiewet. Er wordt een nieuwe basis gelegd waarin de menselijke maat, vertrouwen en eenvoud centraal staan. Het echte verschil wordt uiteindelijk gemaakt in het contact met de mensen. Daarom is spoor drie gericht op het versterken van de vakkundigheid bij de professionals die de wet uitvoeren. Impact voor de regio | De vernieuwde Participatiewet moet zorgen voor een betere afstemming met andere wetten binnen het sociaal domein, zoals bijvoorbeeld de Wmo, Jeugdwet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Bovendien is er sprake van een meer empathische benadering van handhaving, waarbij rekening wordt gehouden met wat mensen wel en niet weten en kunnen. Het doel is om meer rechtvaardigheid en begrip te brengen in het systeem. Het wetsvoorstel moet nog worden behandeld. De beoogde invoering staat gepland voor 2025. 38
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
Verkorting trajecten wettelijke schuldregeling hebben impact op nazorg in de regeling Vanaf 1 juli 2023 zijn de aflosperiodes van de minnelijke schuldhulpregeling (Msnp) en de wettelijke schuldhulpregeling (Wnsp) ingekort van 36 maanden naar 18 maanden. Deze verkorte looptijd heeft impact op de begeleiding en nazorg die gemeenten aan inwoners bieden, vanwege een hoger risico op terugval. Impact voor de regio | Ook in de regio Westfriesland is er een risico voor inwoners dat ze sneller of vaker terugvallen door de verkorting van de wettelijke schuldenregelingen. Dit heeft gevolgen voor de nazorg en begeleiding.
39
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
Bijlage C – Cijfers Cijfers voor de verschillende woon- en ondersteuningsvoorzieningen De regio Westfriesland kende de afgelopen periode drie soorten woon- en ondersteuningsvoorzieningen: Beschermd Thuis (BT), Beschermd Wonen (BW) en de Maatschappelijke Opvang (MO)17. Onderstaande grafiek toont de grootte van de zorgvraag voor bovenstaande voorzieningen in de regio in één oogopslag. De cliënten BW/BT zijn op dit moment verdeeld over zeven aanbieders. De cliënten MO zijn verdeeld over drie aanbieders. Figuur C1. Aantal unieke cliënten in woon- en ondersteuningsvoorzieningen per jaar vanaf 2019 500 450
Aantal unieke cliënten
400 350 300 250 200 150 100 50 0 2019*
2020 Cliënten BW/BT
2021
2022
2023**
Cliënten MO Bron: Dashboard BW/BT/MO, regio Westfriesland
*Cijfers van 2019 geven een enigszins vertekend beeld vanwege administratieve omzetting; **Cijfers in 2023 zijn gebaseerd op aantallen t/m augustus 2023
Wanneer we kijken naar de cijfers, zien we dat het aantal inwoners dat gebruik maakt van deze voorzieningen de afgelopen jaren is gedaald. De afgelopen drie jaar schommelt het totale aantal tussen de 300 – 35018 inwoners. De daling van het aantal cliënten in BW/BT komt voor een groot deel door de uitname ten behoeve van de Wet langdurige zorg (Wlz) per 1 januari 202119. Wat betreft de cliënten MO, zien we dat het aantal unieke cliënten de afgelopen jaren fluctueert. In 2021 en 2022 waren de aantallen relatief wat lager, in 2023 lijkt het aantal in de buurt
Zie bijlage A – Afkortingen en Begrippenlijst voor de toelichting op BT, BW, en MO. Hierbij dient te worden opgemerkt dat er overlap tussen de doelgroep MO en BW/BT kan zitten in het geval een inwoner in hetzelfde jaar van MO naar BT/BW, of vice versa, wisselt. 19 Deze uitname komt doordat een deel van de mensen met een BW/BT voorziening langdurige in plaats van tijdelijke hulp nodig had. Vanuit de Wlz kan deze zorg en ondersteuning langdurig geboden worden. 17 18
40
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
van 2020 en mogelijk zelfs 2019 te komen.
Recent hebben we een dashboard in gebruik genomen om het aantal toewijzingen voor BT/BW en MO beter bij te kunnen houden. Hiermee kunnen we onder andere in kaart brengen hoe de man/vrouw verdeling (zie onder) en verdeling van verschillende leeftijdscategorieën in de voorzieningen zich ontwikkelen. Dit heeft betekenis voor de indeling van de voorzieningen. Tabel C1. Percentage vrouwen in BW/BT en MO in de jaren 2020-2023* op basis van gegevens Dashboard MO/BW/BT regio Westfriesland 2020
2021
2022
2023*
% vrouwen in BW/BT
33%
33%
40%
45%
% vrouwen in MO
-
-
-
41%
*t/m augustus 2023
Jongere inwoners in de opvang Kinderen (<18 jaar) De afgelopen jaren is er landelijk en in de regio meer aandacht gekomen voor (meekomende) kinderen en jongeren (<18 jaar) in de opvang. Dit komt onder meer doordat duidelijker is geworden dat verblijf in de opvang behoorlijke impact op kinderen heeft, ook als signalen van zorg uitblijven. Omdat gebleken is dat methodische begeleiding vele positieve effecten heeft op kinderen is in 1 december 2021 in Westfriesland een pilot Kinderen in de Opvang gestart. Op basis van de positieve resultaten van deze pilot is vanaf 1 juli 2023 extra geld vrijgemaakt voor laagdrempelige methodische begeleiding van kinderen die bij dnoDoen verblijven. In de periode 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 verbleven er in Westfriesland 50 kinderen in de opvang (41 bij dnoDoen en 9 op jonge mama-plaatsen). Dit gaat allemaal om kinderen tot en met 17 jaar, waarvan één of twee ouders in de opvang verblijven. Ruim 90% van de (meegekomen) kinderen is jonger dan < 12 jaar. De helft daarvan is jonger dan 4 jaar. Jongvolwassenen (18 – 23 jaar) Het aantal jonge mensen (18 – 23 jarigen) dat toegelaten wordt tot MO is tussen 2019 en 2022 redelijk stabiel gebleven en varieert tussen de 90 – 105 aanmeldingen per jaar. Voor 2023 zijn er nog geen cijfers bekend voor het aantal jongvolwassenen in de MO.
De groep jongvolwassenen maken in sommige jaren de helft van de gebruikers van MO uit. Dit onderstreept het belang van een soepele aansluiting 18-/18+.
41
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
Figuur C2. Aantal toegelaten personen tot MO in de periode 2019 – 2023. 232
250 212
191
185
200
148
161
150 100 94
105
95
90
2021
2022
50 0 2018
2019
2020
Totaal aantal personen
2023*
Aantal 18 - 23 jarigen
(Regionale) inloopvoorzieningen GGZ Naast de woon- en ondersteuningsvoorzieningen bestaan er in de regio inloopvoorzieningen GGZ. Deze algemene (preventieve) voorziening is een ontmoetingsplek voor iedereen die daar behoefte aan heeft. De inloopvoorziening is gespecialiseerd in het bieden van inloop voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. Het heeft als doel om inwoners te stimuleren om naar vermogen mee te doen en maatschappelijk te participeren. Daarnaast is er laagdrempelige en toegankelijke ondersteuning aanwezig. Het ontbreekt op dit moment aan betrouwbare cijfers over het aantal inwoners dat jaarlijks van deze voorziening gebruik maakt. Meldingen Vangnet & Advies (OGGZ, Wvggz, assertieve zorg) Het is lastig om precies aan te geven hoeveel (psychisch) kwetsbare inwoners er in Westfriesland zijn die door de mazen van het bestaande zorg- en hulverleningsnetwerk vallen, of zelf geen hulpvraag kunnen of willen stellen. Er zijn verschillende cijfers die hier samen een beeld over schetsen. Op basis van het aantal meldingen bij het meldpunt niet acute zorg (Vangnet & Advies) en het aantal E33-meldingen bij de politie lijkt het aantal kwetsbare inwoners binnen deze deelgroep sinds 2019 flink toegenomen. 20 Figuur C3 laat de ontwikkeling van de meldingen zien over tijd.
20
De politie registreert meldingen die zij krijgen van overlast door personen met verward gedrag. Dit zijn de zogeheten E33meldingen. Deze meldingen laten echter niet zien hoe groot de groep personen met verward gedrag in totaal is. 42
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
Figuur C3. Aantal meldingen bij de politie voor overlast door personen met onbegrepen gedrag sinds 2019 in de regio Westfriesland. 1307
1400
Aantal meldingen
1200
1209 1056
1121
1000 800 600
987
966
956
2020
2021
2022
679
400 200 0 2019
Meldingen niet acute zorg (meldpunt Vangnet & Advies) Meldingen mensen met onbegrepen gedrag (E33 meldingen)
Het aantal meldingen in het kader van de Wet verplichte GGZ (Wvggz) is elk jaar lager dan verwacht. Dit wordt mogelijk verklaard doordat team Vangnet en Advies bij een melding de afweging maakt of de Wvggz ingezet moet worden of dat het via het vrijwilliger kader (OGGZ) kan. Hierbij heeft dit laatste in principe de voorkeur om zo dwang te voorkomen. (Economisch) dak- en thuislozen (ETHOS) Niet iedereen zonder dak of thuis komt in de maatschappelijke opvang terecht. Soms slapen zij op straat afgewisseld met tijdelijke verblijfplaatsen of verblijven zij al dan niet tijdelijk in een vakantiewoning, kraakpand of auto. Het zicht op de omvang van deze groep is beperkt. Dat geldt zowel voor Westfriesland als de rest van Nederland. Om die reden wordt op een aantal plekken in het land gestart met een nieuw telonderzoek: de zogeheten ETHOS telling. Hierbij wordt aan de hand van de Europese ETHOS (European Typology of Homelessness and Housing Exclusion) definitie een eendaagse telling gehouden om zo een inschatting van het aantal dak- en thuisloze inwoners te maken. De ETHOS21 definitie is breder dan de doorgaans gebruikte definitie van dak- en thuisloosheid en heeft betrekking op iedereen zonder hoogwaardige huisvesting. Westfriesland doet in 2024 mee aan de tweede landelijke pilot ETHOS telling. De teldag is in het voorjaar 2024, de resultaten zijn in het najaar 2024 beschikbaar.
Bij de ETHOS telling worden verschillende groepen meegenomen: (i) mensen die leven in de openbare ruimte; (ii) mensen in de noodopvang; (ii) mensen in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen; (iv) mensen die uitstromen uit een instelling; (v) mensen in niet-conventionele woonplekken (zoals auto, kraakpand, vakantiewoning); (vi) mensen die tijdelijk verblijven bij familie, vrienden of kennissen; (vii) mensen met dreigende huisuitzetting. Niet iedereen die onder deze ETHOS definitie valt, hoort bij de doelgroep op wie de tijdelijke woonvoorzieningen gericht zijn. 21
43
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
Bijlage D – Behaalde successen op de zeven thema’s 1. Ondersteun(en)de samenleving De afgelopen jaren zijn onder andere vanuit de vorige Toekomstvisie een aantal successen bereikt: ▪ Meerdere lokale initiatieven om stigma tegen te gaan. Er is als regio meegedaan aan de pilot Welkome Wijk. In dit project is door het organiseren van bewustwordingsbijenkomsten voor en met professionals, vrijwilligers en bewoners gewerkt aan verminderen van stigma en vooroordelen. Een extern onderzoeksbureau heeft de pilot in Koggenland en Hoorn (wijk Kersenboogerd) positief beoordeeld. In Koggenland is het project doorgezet. Ook hebben gemeenten andere initiatieven ontwikkeld die zich (mede) richten op het tegengaan van stigma's, zoals het project ‘buurtverbinders’ al dan niet in combinatie met een online platform en de inzet van buurtregisseurs. ▪ Uitvoerende organisaties zetten zich in voor goede inbedding van (psychisch) kwetsbare inwoners in de buurt. In het verlengde van hun reguliere taken zijn uitvoerende organisaties (zoals dnoDoen en de Hoofdzaak) steeds meer bezig om goede contacten met de wijk op te bouwen en zo bij te dragen aan succesvolle lokale inbedding van hun cliënten. 2.
Wonen In de vorige Toekomstvisie werd ingezet op begeleiding bij uitstroom, investeren in nieuwe kleinschalige, betaalbare woningen, vervangen van het woonladder-principe door het direct-passend-principe en het creëren van meer overzicht. In de afgelopen jaren zijn de volgende successen geboekt: ▪ De uitstroomregeling is gestart, eerst als pilot en inmiddels als structurele regeling. ▪ Er zijn stappen gezet in het signaleren en melden van problematische schulden waarmee huisuitzettingen als gevolg van betaalachterstanden voorkomen kunnen worden. Het convenant Vroegsignalering wordt uitgevoerd. ▪ De nachtopvang is verbouwd. ▪ Er is in 2021 onderzoek gedaan naar woningsplitsen, woningdelen en kamerverhuur in de regio Westfriesland. ▪ Gemeenten hebben individueel afspraken gemaakt met corporaties om huisuitzetting te voorkomen. Volgens de uitvoerende organisaties en gemeenten verloopt de samenwerking hierop goed. 3. Zorg en ondersteuning In de afgelopen jaren zijn op dit thema de volgende successen geboekt: ▪ Er is een stevigere basis gekomen voor de inzet van ervaringsdeskundigen en de ontwikkeling van zelfregie. ▪ Op het gebied van laagdrempelige zorg en ondersteuning in de wijk doen een aantal lokale initiatieven het goed. Goede voorbeeld zijn o.a. Welkome Wijk in Koggenland, het buurt-verbinding centrum voor en door inwoners in Stede Broec en het buurtplatform in Opmeer.
▪ Het samenwerkingsproject 'Welzijn op recept' (WOR) wat als pilot in Hoorn en Stede Broec is gestart, wordt positief ontvangen. WOR is preventief en laagdrempelig en heeft als doel om mensen die met psychosociale klachten bij de huisarts komen door te verwijzen naar 44
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
welzijnsactiviteiten in de buurt. ▪ De samenwerking tussen zorg en veiligheid is toegenomen; partijen kennen elkaar beter en werken meer samen. Dit geldt in ieder geval voor de OGGZ doelgroep. ▪ De doorontwikkeling van de wijk- en buurtteams om toegankelijker te worden en dichter bij de burger te staan zijn positief. 4. Veiligheid In de afgelopen jaren zijn de volgende successen geboekt: ▪ Er zijn sinds enige tijd in enkele gemeenten ambtenaren aangesteld met zowel Zorg als Veiligheid in hun portefeuille die een brug slaan tussen deze werelden. Deze ambtenaren ’Zorg en Veiligheid’ zijn een organisatievorm waarmee goede ervaringen zijn opgedaan. ▪ Ontwikkeling van de Westfriese escalatieladder. Dit betreft een instrument dat stapsgewijs aangeeft waar een persoon zich bevindt: beginnend bij de preventieve sfeer, tot de stappen waarbij politie en gerechtelijke macht erbij dienen te komen. Implementatie moet nog plaatsvinden. ▪ Er vindt sinds de start van de vorige Toekomstvisie meer overleg plaats en er is meer samenhang. Zo is er een expertiseteam voor casussen vanuit gemeenten en zijn er individueel casus overleggen (ICO’s). Ook is er een opschaaltafel met vaste deelnemers voor de domeinen Zorg en Veiligheid. Als er een patstelling is in een ICO, wordt deze casus hierop behandeld.
▪ Er zijn Wmo-toezichthouders die regionaal werkt en toezicht houdt op de kwaliteit van zorg van ingekochte aanbieders. 5. Bestaanszekerheid De afgelopen jaren zijn o.a. vanuit de vorige Toekomstvisie de volgende successen geboekt: ▪
Het thema leeft breed. Binnen verschillende beleidsdomeinen leeft het thema rondkomen en bestaanszekerheid steeds meer, ook bij ondersteuners/hulpverleners die uit een andere tak van sport komen. Vragen over bestaanszekerheid worden bijvoorbeeld opgenomen in uitvragen en formulieren, ook als medewerkers om andere redenen bij gezinnen komen.
▪
Er zijn verschillende succesvolle pilots en activiteiten in de regio op het gebied van bestaanszekerheid en rondkomen zoals: o
Pilot met gemeente Hoorn en Intermaris waarin met inwoners gekeken wordt: Krijg je elke toeslag waar je recht op hebt? Heb je juiste verzekeringen? Kun je extra inkomen genereren? Maak je aanspraak op het juiste?
o
In samenwerking met scholen: een pilot om jongeren makkelijker over financiën te laten praten en tools te geven daarmee om te gaan. Een debatbattle in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs waarbij ook masterclasses werden gegeven over o.a. dit thema.
o
Bij Baanbreker, DnoDoen en andere maatschappelijke ondersteuningspartijen wordt actief gekeken hoe in de ondersteuning het hele leefspectrum aan bod kan komen. Schulden zijn daar onderdeel van. Dit doen ze door het gesprek over dit thema aan te gaan, inloopmomenten te creëren waar hier ook over gesproken wordt. Ook wordt er op een creatieve/culturele manieren aandacht aan besteed. Dit zou nog meer gestructureerd kunnen.
o ▪
Escaperoom ‘Nooit meer Skeer’ is mooie innovatieve manier om jongeren bewust te maken.
Het Landelijk convenant vroegsignalering heeft er toe geleid dat er meer aan preventie gedaan wordt. De gemeente heeft de taak om op alle signalen te reageren. Er zijn afwegingskaders die we 45
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
maken, bijv. huurachterstanden leidt tot huisbezoek. Hierdoor is er vaak sneller direct contact met inwoners op het moment dat het speelt. ▪
Concrete afspraken met bewindvoerders in regio gemaakt, hiervoor is een convenant met bewindvoerders getekend.
▪
Steeds meer organisaties die proactief iets doen voor mensen die moeilijk rondkomen. Organisaties stellen hun aanbod open voor mensen die moeilijk kunnen rondkomen, eventueel met subsidies. Hierdoor merkbaar dat er steeds meer oog voor de groep mensen is die moeilijker rond kan komen.
▪
Alle gemeenten uit de regio geven briefadressen voor dak- en thuislozen uit, zodat zij bijvoorbeeld een zorgverzekering kunnen krijgen en/of post, waaronder die afkomstig is van schuldeisers kunnen (blijven) ontvangen.
▪
Er zijn in de vereenvoudiging van de procedures en formulieren een aantal stappen gezet. Er is een focus gelegd op laaggeletterdheid en er is werk gemaakt van de aanpassing van de formulieren naar B1-niveau. De uitstroomregeling heeft in een aantal gevallen geholpen om duidelijkheid te creëren welke stappen er genomen moeten worden om zelfstandig te gaan wonen. Er is regionaal een uniforme regeling opgezet voor de aanvraag van bijzondere bijstand. 6. Zinvolle daginvulling
In de vorige Toekomstvisie lag de nadruk op informatievoorziening: ervoor zorgen dat (psychisch) kwetsbare inwoners weten waar zij gebruik van kunnen maken. In de afgelopen jaren zijn de volgende successen geboekt: ▪ Samenwerkingen met bestaande (sociale) ondernemingen lopen goed. Bijvoorbeeld met kringloopwinkels Noppes en Rataplan. Mensen met (psychische) kwetsbaarheid worden in bestaande ondernemingen op weg geholpen, gefinancierd met een indicatie voor dagbesteding. Dit kan ook tot trots leiden bij cliënten wanneer zij aan hun omgeving vertellen dat ze aan het werk zijn. ▪ Bedrijven die geïnteresseerd zijn in sociaal verantwoord ondernemen benaderen WerkSaam omdat zij de titel sociaal verantwoord ondernemen willen verdienen door mensen met kwetsbaarheden op weg te helpen. WerkSaam maakt het aantrekkelijk voor bestaande ondernemingen. Bijv. samenwerking met WerkSaam voor leerwerkplek, om volgend stapje naar arbeidsplek te kunnen maken. ▪ Individuele Plaatsing en Steun (IPS) kijkt of iemand die bij GGZ hulp heeft en een werkvraag heeft direct geplaatst kan worden. In dit traject van 2 of 3 jaar wordt werkgever gevonden en wordt cliënt gecoacht. Hier is ook geld voor vanuit het Rijk. IPS heeft hoge succesratio. ▪ De matching van cliënt en daginvulling door Wmo-toegang vanuit gemeente loopt erg goed.
Zowel gemeenten als andere partijen zijn tevreden over de onderlinge samenwerking op dit vlak. Wel geeft men aan dat er oog dient te blijven voor het spanningsveld tussen gemeente en zorg- en ondersteuningspartijen over de ontwikkelbaarheid van een client richting werk. Het is van belang dat het gesprek transparant gevoerd wordt over vanuit welk perspectief/met welk belang er naar een client gekeken wordt. ▪ Er dreigden wachtlijsten te ontstaan voor beschut werkplekken voor jongeren. De Westfriese gemeenten hebben in reactie gezamenlijk 20 extra beschut werkplekken gerealiseerd bovenop hun taakstelling.
46
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
7. Regionale samenwerking In de Toekomstvisie 20218-2023 kwamen de Westfriese gemeenten overeen om na 2020 toe te werken naar een intensieve samenwerking met behoud van lokale autonomie op grote delen van de uitvoering (toen aangeduid als scenario 2). In de afgelopen jaren is dit op grote lijnen gelukt. Er is over het algemeen sprake van goede verhoudingen en een besef van onderlinge afhankelijkheid. Dit betreft verschillende raakvlakken en aspecten: ▪
De regionale samenwerking tussen gemeenten is verder uitgebouwd. Dit ondanks de verschillen tussen de diverse gemeenten. De taken, rollen en verantwoordelijkheidsverdeling van de gemeenten hebben opnieuw vorm gekregen in het Samenwerkingsconvenant (psychisch) kwetsbare inwoners Westfriesland.
▪
De samenwerking rondom de GGZ en andere zorg- en begeleidingspartners heeft meer gestalte gekregen. Belangrijk hierbij is dat traditionele afstand tussen behandeling en begeleiding is verminderd. Inwoners worden hierdoor beter geholpen en ondersteund.
▪
Waardevol is de samenwerking met WerkSaam Westfriesland, De Hoofdzaak en de zorg- en begeleidingspartners. Hierdoor krijgen inwoners meer ‘opties’ in de manier waarop ze zich kunnen handhaven en herstellen. Dat geldt ook voor de inzet van vrijwilligers bij zorgorganisaties zoals Leviaan.
▪
De boven genoemde verbeterde samenwerking manifesteert zich vooral op casusniveau. Er is sprake van een verruiming van mogelijkheden voor inwoners.
47
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
Bijlage E – Genodigdenlijst regio- en werksessies De stakeholders die betrokken zijn bij de totstandkoming van deze Toekomstvisie zijn: ▪
Cliënten en cliëntorganisaties;
▪
De Hoofdzaak: ervaringsdeskundige vrijwilligers, en medewerkers;
▪
Westfriese gemeenten;
▪
Woningcorporaties in de regio;
▪
Politie;
▪
Welzijnspartijen;
▪
Zorgaanbieders met diensten en voorzieningen op het gebied van BW, MO, (GGZ)dagbesteding, ambulante (GGZ) begeleiding;
▪
Zorgaanbieders met voorzieningen op gebied van de OGGZ
▪
Wijk- en gebiedsteams bij gemeenten en het Regionale Toegangsteam die de toegangspoort vormen tot het sociaal domein.
▪
WerkSaam
De volgende partijen hebben deelgenomen aan de bijeenkomsten die georganiseerd zijn ten behoeve van de totstandkoming van deze Toekomstvisie: Regiobijeenkomst
Gemeenten Hoorn, Medemblik, Koggenland, Opmeer, Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland (SED) Bewindvoering Bijzondere Bijstand Hoorn Brijder Cliënten Leviaan Cliënt uitstroomregeling Coöperatiebestuur HWF dnoDoen Esdege Reigersdaal GGD GGZ NHN Grootslag Heeren van Zorg Inloopvoorzieningen Reakt Inloopvoorzieningen Baanbreker Inloopvoorzieningen Leviaan Inloopvoorzieningen Roads Inloopvoorzieningen GGZ NHN Intermaris Leviaan Leger des Heils Lokale en regionale toegang Hoorn Lokale Toegang Medemblik, Koggenland, Opmeer, Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland (SED) MEE & de Wering 48
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
Meldpunt Vangnet&Advies Parlan Politie RCO De Hoofdzaak Reak Steenuil Stichting Iedereen Doet Mee Stichting Netwerk Straatpastoraat VGZ Vrijwilligerspunt Welwonen WerkSaam Woonschakel Wb Koggenland Wb Opmeer Zorg&Veiligheidshuis Sessie bestuurders sociaal domein
Betrokken wethouders van gemeenten Hoorn, Medemblik, Koggenland, Opmeer, Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland (SED)
Werksessie Zorg en ondersteuning, en Veiligheid
Gemeenten Hoorn, Medemblik, Koggenland, Opmeer, Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland (SED) Brijder dnoDoen GGD/Meldpunt Vangnet&Advies GGD Hollands Noorden GGZ NHN Leviaan Politie Steenuil RCO de Hoofdzaak Zorg & Veiligheidshuis
Werksessie Bestaanszekerheid en Zinvolle
Gemeenten Hoorn, Medemblik, Koggenland, Opmeer,
daginvulling
Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland (SED) Baanbreker Enkhuizen Bewindvoering Inloopvoorzieningen GGZ NHN Inloopvoorzieningen Leviaan Inloopvoorzieningen Reakt Inloopvoorzieningen Roads MEE & De Wering Netwerk Hoorn Stichting Iedereen Doet Mee WerkSaam
Pizza-avond dnoDoen
Cliënten van dnoDoen
49
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
Bijlage F – Inhoudelijke en financiële kaders per thema 1. Thema Ondersteun(en)de samenleving Doel
Lokale/regionale verantwoordelijkheid
Lokale/regionale financiering
Laagdrempelig (preventief) aanbod ontwikkelen
Regio basisinzet afspreken, lokaal uitvoeren
Lokaal
Inzet plegen om draagkracht van de wijk te versterken
Lokaal
Lokaal
Initiatieven die stigma verminderen uitrollen
Regio basisinzet afspreken, lokaal uitvoeren.
Lokaal
Onderzoek waar ervaringskennis ingezet kan worden
Regio
Regio
2. Thema Wonen Lokale/regionale verantwoordelijkheid
Lokale/regionale financiering
Er is inzicht in vraag en aanbod
Regio
Regio
Onderzoeken en inzetten van alternatieve vormen van huisvesting
Regio
Regio
Verlagen van het aantal huisuitzettingen
Lokaal
Lokaal
Omvang dak- en thuislozen in beeld krijgen
Regio
Regio
Huisvesting realiseren voor de doelgroep die prikkelarm moet wonen
Regio
Regio
Doel
50
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
3. Thema Zorg en Ondersteuning Lokale/regionale verantwoordelijkheid
Lokale/regionale financiering
Versterking samenwerking ketenpartners
Regio
Regio
Visie op inrichting lokale wijk- en gebiedsteams en versterken van hun rol
Lokaal
Lokaal
Duidelijke afspraken maken over op- en afschalen van zorg
Lokaal, in afstemming met regio
Lokaal
Gemeenten en zorgaanbieders werken gezinsgericht
Regio voor regionaal ingekocht aanbod. Lokaal bij lokaal ingekocht aanbod en lokale teams
Regio
Afspraken 18- naar 18+ evalueren en bijstellen
Werkafspraken regio, uitvoering lokaal
Lokaal
Monitoren veranderingen in doelgroep, oa jongeren
Regio
Regio
Lokale/regionale verantwoordelijkheid
Lokale/regionale financiering
Meer veilige situaties op niveau van de inwoner, diens omgeving en de samenleving
Regio onderzoek, lokaal borging
Regio voor kosten onderzoek, lokaal voor borging
Structureren samenwerking Zorg- en Veiligheidsdomein
Regio voor aansluiting in bovenregionaal gremia, lokaal voor aansluiting BOA’s.
Lokaal
Bevorderen van gedeelde verantwoordelijkheid onder partners binnen het zorg- en veiligheidsdomein
Regio totstandkoming en implementatie WFE, lokaal verantwoordelijk voor borging
Regio, lokaal voor borging
Link met ggz en verslavingszorg borgen
Regio
Lokaal
Doel
Lokaal
4. Thema Veiligheid Doel
51
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
5. Thema Bestaanszekerheid Lokale/regionale verantwoordelijkheid
Lokale/regionale financiering
Verdere stappen zetten in harmonisatie van beleidsprioriteiten in lokaal beleid.
Regio
Lokaal
Overwegingen en inzichten vanuit het visietraject meegeven voor nieuwe beleidskaders.
Regio
Lokaal
We onderzoeken hoe we de bestaanszekerheid van inwoners in voorzieningen op peil houden.
Regio
Regio
Lokale/regionale verantwoordelijkheid
Lokale/regionale financiering
Aansluiten bij inkoop Wmo 2025 en verder
Regio
Regio
Inzetten op laagdrempelige daginvulling in de wijk
Regio basisinzet afspreken, uitvoering lokaal
Lokaal
Stappen in doorlopende lijn daginvulling verkleinen
Lokaal, voor specifieke doelgroepen regionaal
Lokaal
Doel
6. Zinvolle daginvulling Doel
7. Thema regionale samenwerking Lokale/regionale verantwoordelijkheid
Lokale/regionale financiering
We maken regionaal afspraken over preventie en nazorg.
Regio basisinzet afspreken, lokaal uitvoeren
Lokaal
Inzicht voor inwoners en ketenpartners in aanbod preventie en nazorg.
Lokaal
Lokaal
Doel
52
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
Opzetten structurele samenwerking tussen ketenpartners
Regio
Regio
Behoud projectteam en voortrekkersgroep
Regio
Lokaal
53