Bijlage 2. Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 - bureau HHM
Tekst van het document
Bijlage 2.
Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 Opvolger NHO2019 (2022)
MW/24/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 1
Inhoud 1.
Hoe ziet het normenkader eruit? ................................................................................................................................................... 5
2.
Hoe moet ik het normenkader toepassen? .................................................................................................................................. 7
3.
Is het normenkader toe te passen in mijn gemeente? ................................................................................................................ 9
4.
Welke uitgangspunten verankeren in het beleid? ..................................................................................................................... 10
5.
Bekostiging in relatie tot het normenkader? .............................................................................................................................. 11
6.
Wat is het doel van het normenkader? ....................................................................................................................................... 12
7.
Hoe is het normenkader tot stand gekomen?............................................................................................................................ 13
8.
Houdt dit stand bij bezwaar en beroep? ..................................................................................................................................... 15
9.
Is lokaal aanvullend onderzoek nodig? ....................................................................................................................................... 16
10. Kan ik het normenkader toepassen per jaar? ............................................................................................................................ 17 Auteur(s)
11. Kan ik losse onderdelen uit het normenkader gebruiken? ...................................................................................................... 18
Marco Wolves
12. Is het normenkader voor elke cliënt op maat? ........................................................................................................................... 19
Nico Dam Nikita Buitenhuis Bureau HHM Kenmerk
13. Is ‘x’ minuten voor ‘dweilen’ wel voldoende? .............................................................................................................................. 23 Bijlage 1. Aanvullende instructie toepassing Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 ............................................ 24
MW/25/0050
Bijlage 2. Normenkader in uren per jaar ............................................................................................................................................ 34
Publicatiedatum
Bijlage 3. Normenkader: activiteiten en frequenties ........................................................................................................................ 35
Januari 2025 © Bureau HHM
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 2
INLEIDING Bureau HHM heeft veel gemeenten geholpen bij het aanpassen van de regelgeving en het beleid rond de Huishoudelijke Ondersteuning1. Dit begon na de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in mei 2016 met empirisch onderzoek naar normtijden en de objectieve en onafhankelijke onderbouwing daarvan, in collegiale samenwerking met KPMG Plexus. De uitkomsten daarvan toetsten we binnen een groot aantal gemeenten aan de lokale situatie. Hieruit is een normenkader tot stand gekomen dat alle gemeenten kunnen gebruiken bij het toekennen van Huishoudelijke Ondersteuning op maat voor cliënten die dit nodig hebben. In haar uitspraken van december 2018 bevestigde de CRvB dat dit normenkader voldoet aan de eisen (onderbouwing met objectief, onafhankelijk en deskundig onderzoek) die in mei 2016 werden gesteld aan de onderbouwing van normtijden. In december 2024 heeft de CRvB bepaald dat de normtijden voor het resultaat wasverzorging moesten worden bijgesteld, eveneens op basis van de eerder uitgevoerde onderzoeken in 2016. Daarmee zijn ook deze normtijden geaccordeerd door de CRvB. Het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning is bedoeld om cliënten ondersteuning op maat te bieden. Onderzocht is hoeveel tijd per week van een professional nodig is voor volledige overname van het huishouden in een ‘gemiddelde cliëntsituatie’ ofwel de ‘ijk-cliënt’.
Waarbij ook is onderzocht in welke situaties hoeveel tijd minder of meer mogelijk of nodig is om ondersteuning op maat van de persoon te bieden. Door de situatie van een (nieuwe) cliënt goed te onderzoeken en te vergelijken met de ijk-cliënt uit dit kader, leidt toepassing van het normenkader tot ondersteuning op de individuele maat voor deze cliënt. Dit normenkader is in principe in elke gemeente en voor elke cliënt toe te passen. Waarbij het normenkader niet allesbepalend is, maar wel een zwaarwegende leidraad vormt voor de Wmo-consulent2.
1
De terminologie varieert in het land. Veelgebruikte termen zijn Huishoudelijke Ondersteuning, Hulp bij het Huishouden, Huishoudelijke Hulp en
Huishoudelijke Verzorging. Wij gebruiken het begrip Huishoudelijke Ondersteuning. 2
Voor de benaming Wmo-consulent kan ook een andere lokaal gehanteerde benaming worden gelezen of een medewerker van een aanbieder als de
indicatiestelling/bepaling van de omvang van de ondersteuning onderdeel uitmaakt van de opdracht van aanbieders. MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 3
Aan de hand van 13 vragen geven we inzicht in het normenkader voor Huishoudelijke Ondersteuning en de mogelijkheden voor toepassing daarvan door gemeenten. Het staat gemeenten vrij deze handreiking te gebruiken. Bronvermelding wordt op prijs gesteld, net als reacties van gemeenten die deze handreiking gebruiken. De eerste versie van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning hebben we in 2019 uitgebracht: het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019. In september 2022 hebben we een ‘aangevulde’ versie van het normenkader uitgebracht, het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 (met aanvullingen 2022). Deze versie is wat normtijden betreft volledig gelijk aan de eerste versie van 2019. In bijlage 1 zijn aanvullende instructies opgenomen voor de toepassing van het normenkader. In januari 2025 hebben we naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (ECLI:NL:CRVB:2025:46) de normtijden voor het resultaat Wasverzorging met enkele minuten aangepast. Daarmee is een nieuwe versie van dit normenkader ontstaan, met ook een bijgestelde naam: het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025. Dit kader is onverminderd gebaseerd op de onderzoeken die in 2016 zijn uitgevoerd door KPMG Plexus en bureau HHM.
De instructies uit bijlage 1 zijn tot stand gekomen op basis van de vele tientallen gesprekken die we over de details en instructie van de toepassing van het normenkader hebben gevoerd. Met name tijdens en naar aanleiding van de vele trainingen die we in het veld hebben verzorgd en voorgelegde praktijkcasussen over hoe dit normenkader te gebruiken bij het indiceren. Veel succes! Bureau HHM NB. Wij hebben geprobeerd deze tekst geheel voor zichzelf te laten spreken. Hierbij is geen (verder) extern onderzoek of advies noodzakelijk. Heeft u toch vragen, opmerkingen of verbetersuggesties voor deze handreiking, dan horen wij die uiteraard graag: info@hhm.nl | telefoon 053 433 0548
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 4
Hoe ziet het normenkader eruit? De volgende pagina geeft het normenkader voor de Huishoudelijke Ondersteuning weer. Per resultaatgebied is uitgewerkt hoeveel professionele inzet nodig is voor volledige overname van deze taken, voor een cliënt die wat situatie betreft overeenkomt met de ‘gemiddelde cliëntsituatie’ ofwel de ‘ijk-cliënt’, waarbij deze ondersteuning op wekelijkse basis wordt geboden. En wat het effect hierop is van factoren die het mogelijk maken minder ondersteuning in te zetten (eigen kracht van de cliënt, netwerk, andere voorliggende mogelijkheden) of die het nodig maken meer ondersteuning in te zetten (als gevolg van beperkingen of belemmeringen van de cliënt of overige relevante aspecten). Zodat uiteindelijk individuele ondersteuning op maat van de cliënt tot stand komt. Er is dus geen sprake van een standaard inzet of ‘one size fits all’, het gaat om ondersteuning op maat van het individu. De normtijden zijn in navolgend ‘blokkenschema’ weergegeven in ‘uren/minuten per week’. Daarmee komen we tegemoet aan de wettelijke plicht om de omvang van de te bieden ondersteuning concreet inzichtelijk te maken in tijd voor de cliënt. In bijlage 2 is dit blokkenschema ook in ‘uren per jaar’ opgenomen.
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 5
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 6
Hoe moet ik het normenkader toepassen? De Wmo-consulent van de gemeente doet naar aanleiding van de hulpvraag van een cliënt integraal onderzoek. Hierbij volgt de consulent de vijf stappen zoals voorgeschreven door de CRvB. De Wmo-consulent onderzoekt eerst welke ondersteuning de cliënt naar aard en omvang (bruto) nodig heeft. Vervolgens onderzoekt deze wat de mogelijkheden zijn vanuit eigen kracht, netwerk of andere voorliggende opties/ voorzieningen om invulling te geven aan deze ondersteuningsvraag. Daaruit volgt welke (netto) ondersteuning vanuit de Wmo nodig is, in de vorm van een maatwerkvoorziening voor ondersteuning bij het huishouden. De Wmo-consulent gebruikt dit normenkader als hulpmiddel, als leidraad, om te komen tot een professionele afweging over de benodigde ondersteuning op maat van de individuele cliënt. Dit wordt per subresultaat (schoon en leefbaar huis, wasverzorging, etc.) bekeken en daarna opgeteld tot de totaal te indiceren tijd. Hierbij wordt de situatie van de cliënt vergeleken met de ‘gemiddelde cliëntsituatie’ ofwel de ‘ijk-cliënt’. Dit leidt tot dezelfde of ‘meer’ of ‘minder’ inzet van ondersteuning dan de volledige overname die voor de ijk-cliënt aan de orde is. Het resultaat is dan ondersteuning op maat van de individuele cliënt, die wordt vastgelegd in de indicatie (beschikking). Het normenkader wordt op de volgende manier geïnterpreteerd: 1.
De ondersteuningstijd in het normenkader voor de ‘gemiddelde cliëntsituatie’ of ‘ijk-cliënt’, betreft volledige professionele overname van alle activiteiten. De situatie van de cliënt wordt hier tegen afgezet/hiermee vergeleken.
2.
Het normenkader is in voorgaand blokkenschema weergegeven in uren/minuten per week. In bijlage 2 is dit omgerekend naar uren per jaar. Dit kan uiteraard ook per kwartaal of maand of anderszins worden uitgedrukt.
3.
De professionele hulp maakt, in samenspraak met de cliënt, een planning wanneer welke werkzaamheden worden gedaan, binnen de gegeven omvang van de indicatie. Zo worden in de tijd uiteindelijk alle activiteiten zoals opgenomen in het ondersteuningsplan uitgevoerd. In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van de activiteiten en frequentie van uitvoering hiervan waarop het normenkader is gebaseerd, uitgaande van volledige professionele overname van alle MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 7
werkzaamheden, op wekelijkse basis, waarbij geen bijzonderheden spelen in de cliëntsituatie die minder inzet mogelijk of meer inzet nodig maken. 4.
Het normenkader betreft de voor de hulp beschikbare totale tijd. Er is geen sprake van ‘instructietijden’ per activiteit. In ieder huishouden, in iedere situatie, is op maat sprake van net weer wat andere verdelingen van activiteiten en van de tijd die dit vergt per activiteit.
5.
In het normenkader is naast directe tijd ook indirecte tijd opgenomen. Dit is tijd die nodig is voor binnenkomen, afspraken maken, interactie met de cliënt en bijvoorbeeld het pakken en opruimen van schoonmaakmiddelen. Hierin kan eventueel ook een snel kopje koffie zitten, á la de ‘Italiaanse espresso aan de bar’. Deze indirecte tijd is even noodzakelijk als de directe tijd om de beoogde resultaten te behalen.
6.
De totale tijd die wordt geïndiceerd, is te zien als een totaal over het jaar heen voor alle te bereiken resultaten. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat deze totaaltijd toereikend is om te doen wat nodig is in de gemiddelde cliëntsituatie (zie vraag 12). Voorwaarde hiervoor is wel dat goed onderzoek wordt gedaan naar de individuele situatie van de cliënt (keukentafelgesprek) om te komen tot een individuele afweging op maat.
7.
In de totale tijd zoals weergegeven in het blokkenschema in geval van volledige overname, zit tijd voor wekelijks en niet-wekelijks uit te voeren activiteiten. De tijd per week voor niet-wekelijks uit te voeren activiteiten (die ene week doet de hulp dit, de andere week dat) maakt in de norm 20 minuten uit van de totale tijd (gebaseerd op het onderzoek uit 2016 in Utrecht).
8.
Als een cliënt zodanig veel eigen kracht heeft (of inzet vanuit het netwerk of andere voorliggende mogelijkheden) dat sprake kan zijn van ondersteuning op maat door niet wekelijks, maar één maal per twee weken ondersteuning bij het huishouden te bieden, dan is dit voor deze cliënt gewoon een passende oplossing. Een oplossing die ook al sinds jaar en dag gebruikelijk is bij een deel van de HO-cliënten. In bijlage 1 is hier een nadere instructie over opgenomen.
9.
Met dit normenkader kan een verantwoord niveau van een schoon, opgeruimd en georganiseerd huishouden worden gerealiseerd. Aandachtspunt is dat persoonlijke opvattingen van cliënten of hulpen soms anders zijn dan waarop dit normenkader is gebaseerd. In deze is het normenkader leidend, omdat dit op basis van onderzoek bij en met vele cliënten en in afstemming met verschillende deskundigen tot stand is gekomen.
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 8
Is het normenkader toe te passen in mijn gemeente? Iedere gemeente kan het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning gebruiken door het te verankeren in het beleid. De gemeente bepaalt uiteraard haar eigen beleid ten aanzien van de Huishoudelijke Ondersteuning voor haar inwoners (cliënten). Dat doet zij op grond van de Wmo 2015. Dit normenkader is gebaseerd op algemene beleidsuitgangspunten die veel gemeenten hanteren (zie ook bij vraag 4). Als een gemeente er voor kiest substantieel af te wijken van de uitgangspunten die onder het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning liggen, dan kan dat tot gevolg hebben dat in bezwaar en beroep wordt geconstateerd dat het normenkader niet meer van toepassing is (het beleid van de gemeente rust dan niet meer op objectief, onafhankelijk en deskundig uitgevoerd onderzoek).
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 9
Welke uitgangspunten verankeren in het beleid? Het normenkader is gebaseerd op de navolgende uitgangspunten. Die moeten in het beleid worden vastgelegd. Deze teksten zijn voorbeelden die we in meerdere gemeenten zijn tegengekomen. 1.
Definitie van het resultaat: Een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëneeisen. Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen.
2.
De afbakening van de ruimtes waarop de voorziening betrekking heeft: De cliënt moet gebruik kunnen maken van een schone woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap/overloop.
3.
De afbakening van activiteiten die onder de voorziening vallen en welke niet: Het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, etc.) maakt geen onderdeel uit van de ondersteuning bij het huishouden.
4.
De normering van de voorziening: Voor de onderbouwing van de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp, maken we gebruik van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 (2025, bureau HHM).
5.
Maatwerk, ondersteuning op maat: Het normenkader ziet op maatwerk voor de individuele cliënt. In het normenkader is aangegeven hoeveel tijd nodig is als sprake is van volledige overname van het huishouden bij de omschreven ‘gemiddelde cliëntsituatie’ (ofwel ‘ijkcliënt’) en op grond waarvan minder als mogelijk of meer als nodig ondersteuning wordt geboden.
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 10
Bekostiging in relatie tot het normenkader? Voor de bekostiging van de Huishoudelijke Ondersteuning zijn verschillende modellen denkbaar. Die hebben in de kern steeds twee componenten: een ‘p’ (een reëel uurtarief) en een ‘q’ (het aantal uren dat bekostigd wordt). Doorgaans wordt de ‘p’ eenmalig bepaald en periodiek bijgesteld. Over de ‘q’ kunnen verschillende afspraken worden gemaakt, variërend van declaratie van feitelijk geleverde inzet, tot een normatief bepaalde omvang van de ondersteuning, bijvoorbeeld gebaseerd op het gepresenteerde normenkader. Reëel uurtarief (p) De gemeente is gehouden om voor de maatschappelijke ondersteuning een reëel tarief te betalen. De AMvB ‘Reële Prijs Wmo 2015’ die sinds de zomer van 2017 van kracht is, beschrijft op basis van welke parameters (kostprijsbestanddelen) het tarief tot stand komt. Het begrip ‘reëel’ weerspiegelt daarbij de (goede) prijs- kwaliteitverhouding. Wanneer een tarief ‘reëel’ is, is niet in de AMvB bepaald, dat is en blijft een keuze van de gemeente. Belangrijke toetssteen hierbij is dat het tarief tot stand komt in een transparant proces naar/met de aanbieders en dat het tarief herleidbaar en herkenbaar is. Op grond van onze ervaringen, denken wij dat de discussie over de juiste parameters van een kostprijsmodel voor Huishoudelijke Ondersteuning en de passende waarden daarbij, inmiddels is uitgekristalliseerd.
Ook op dit punt is naar ons inzicht, net als bij normtijden, geen aanvullend onderzoek nodig. Aantal uren (q) Hierbij ligt het voor de hand om aan te sluiten bij het normenkader en daarmee bij de uren die de cliënt krijgt toegekend. Daardoor ontstaat balans tussen het belang van de aanbieder en dat van de cliënt en is er volstrekte duidelijkheid over de omvang van de inzet en daarmee over de rechtspositie van de cliënt.
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 11
Wat is het doel van het normenkader? Met dit normenkader willen we gemeenten helpen om inwoners (cliënten) die dit nodig hebben, passende Huishoudelijke Ondersteuning op maat van de cliënt te bieden. Deze handreiking maakt de daarvoor benodigde kennis toegankelijk voor iedereen. Het is een hulpmiddel voor de Wmo-consulenten om te komen tot een zorgvuldige professionele afweging voor ondersteuning op maat van de individuele cliënt. Gemeenten kunnen met dit normenkader komen tot Huishoudelijke Ondersteuning op maat die voldoet aan de eisen die de Centrale Raad in mei 2016 stelde aan de onderbouwing van normtijden.
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 12
Hoe is het normenkader tot stand gekomen? Gemeenten bieden hun inwoners (cliënten) ondersteuning in de vorm van Huishoudelijke Ondersteuning op grond van de Wmo 2015. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) deed op 18 mei 2016 vier uitspraken waarin zij kritisch was over de keuzes die gemeenten hierbij tot dan toe maakten. Dit had betrekking op de onderbouwing van de omvang van de ondersteuning en op de positie van de inwoner (cliënt) ten opzichte van de professional. Naar aanleiding van deze uitspraken herzagen veel gemeenten hun beleid. Bureau HHM en KPMG Plexus onderbouwden met onderzoek de benodigde omvang van de ondersteuning. De kern van deze onderzoeken is het uitgangspunt van triangulatie: het grondig onderzoeken van een vraagstuk vanuit meerdere perspectieven. Dit betreft de oordelen van cliënten, expert-oordelen en onderbouwing met data vanuit de uitvoeringspraktijk.
Zowel gezamenlijk als apart hebben beide bureaus een groot aantal gemeenten geadviseerd op basis van deze onderzoeken. Met name het onderzoek dat we hebben uitgevoerd voor de gemeente Utrecht is in veel gemeenten overgenomen als basis voor het eigen beleid. De CRvB heeft op 10 december 2018 (ECLI:NL:CRVB:2018:3835) het onderzoek dat door bureau HHM en KPMG Plexus is uitgevoerd, beoordeeld als ‘objectief, onafhankelijk en deugdelijk’. De laatste uitspraak daarover is gedaan in januari 2025, waarmee ook de normtijden voor de Wasverzorging definitief zijn vastgesteld (ECLI:NL:CRVB:2025:46). MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 13
Daarmee voldoet het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning aan de criteria die eerder door de Raad zijn gesteld. En kan het worden benut voor onderbouwing van de in te zetten omvang van de Huishoudelijke Ondersteuning door een gemeente. Bureau HHM en KPMG Plexus ontwikkelden in opdracht van verschillende gemeenten een nieuwe actuele maatstaf voor de Huishoudelijk Ondersteuning, passend bij het beleidskader van de betreffende gemeenten3. De kern van de aanpak was steeds de combinatie van tijdbestedingsonderzoek, professionele ervaringen, onafhankelijk experts en cliëntinterviews. Hiermee bepaalden we de benodigde activiteiten, frequentie van uitvoering en de tijdbesteding hieraan die nodig zijn voor het behalen van de resultaten die met de voorzieningen Huishoudelijke Ondersteuning worden beoogd4. Voor enkele activiteiten, die in de praktijk zeer weinig voorkomen en die we daarom in de onderzoeken in 2016/2017 niet in voldoende aantallen hebben kunnen onderzoeken, blijven we gebruik maken van de normtijden zoals die in de CIZrichtlijn uit 2006 zijn opgenomen. Ook omdat de deskundigen in de verschillende expertgroepen hebben aangegeven dat voor deze onderdelen nog steeds sprake is van relevante normtijden vanuit de CIZ-richtlijn. Dit betreft het voeren van de regie over het huishouden, advies/instructie/voorlichting (AIV) en de verzorging van maaltijden.
In het verlengde van deze onderzoeken hebben wij vanuit HHM in de periode najaar 2016 tot op heden voor vele gemeenten en regio’s de uitkomsten in de lokale praktijk getoetst. Op basis van het onderzoek in meerdere gemeenten en toetsing van de uitkomsten in een groot aantal andere gemeenten en regio’s, concluderen wij dat de tijdnormen die we in deze handreiking beschrijven, breed toepasbaar zijn en daarmee de CIZ-richtlijn uit 2006 op die onderdelen kunnen vervangen.
3 Het empirisch onderzoek is uitgevoerd in Utrecht, Amsterdam, Haarlem, Hoorn, Emmen en nog een grote gemeente (naam wordt niet genoemd
omdat deze gemeente niet formeel heeft gepubliceerd, de inhoud van het onderzoek mogen we wel gebruiken t.b.v. dit normenkader). Het rapport dat we voor Utrecht hebben opgesteld, is door de CRvB als ‘deugdelijk’ bestempeld. De onderzoeken in andere gemeenten zijn op overeenkomstige wijze uitgevoerd. 4
Een uitgebreide beschrijving en toelichting op de uitgevoerde onderzoeken is desgewenst beschikbaar. MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 14
Houdt dit stand bij bezwaar en beroep? Als gemeenten de in deze handreiking gepresenteerde norm voor de toekenning van huishoudelijke hulp onder de Wmo 2015 onverkort overnemen en verankeren in hun beleid, verwachten wij dat dit normenkader juridisch stand zal houden in geval van bezwaar en beroep. Zie in dit verband ook de hiervoor bij vraag 7 genoemde bepalende uitspraken: (ECLI:NL:CRVB:2018:3835) en (ECLI:NL:CRVB:2025:46). Bureau HHM biedt geen definitieve juridische zekerheid, daarvoor kunnen individuele zaken te veel onvoorziene omstandigheden bevatten. Bureau HHM kan op generlei wijze aansprakelijk worden gesteld door de gebruiker van deze norm c.q. deze handreiking.
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 15
Is lokaal aanvullend onderzoek nodig? Gemeenten kunnen dit normenkader overnemen als het aansluit op het lokale beleid. Aanvullend onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning wordt inmiddels in het grootste deel van de gemeenten in Nederland gebruikt. Het blijkt als kader overal toepasbaar te zijn. Op cliëntniveau is uiteraard zorgvuldig onderzoek vereist en moet, met gebruikmaking van dit kader, de afweging worden gemaakt die leidt tot passende ondersteuning op maat van de individuele cliënt.
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 16
Kan ik het normenkader toepassen per jaar? Ja, dat kan. Bij vraag 2 presenteerden wij het normenkader uitgedrukt in uren en minuten per week. Gemeenten kunnen kiezen om een andere tijdseenheid te hanteren (zoals uren per maand, kwartaal of jaar). Bijlage 2 bevat het normenkader in een tabel op basis van uren per jaar. Iedereen kan met deze informatie het normenkader ook terugrekenen naar elke andere denkbare variant. Daarbij moet wel worden bedacht dat door afronding verschillen kunnen ontstaan. Een normenkader uitgedrukt in decimalen lijkt ons niet wenselijk. Daarom zijn beide tabellen afgerond op hele uren of minuten per week of per jaar. Wij adviseren te rekenen vanuit de tabel in ‘minuten per week’. Indien bij doorrekenen naar andere eenheden decimalen ontstaan, is ons advies om naar boven af te ronden. Daarmee wordt een eventuele marge in het voordeel van de cliënt toegepast.
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 17
Kan ik losse onderdelen uit het normenkader gebruiken? Dit kan alleen als gedoeld wordt op de verschillende resultaatgebieden uit de Huishoudelijke Ondersteuning. Alle activiteiten en beïnvloedende factoren zijn per resultaatgebied gebundeld onderzocht. Zij vormen een logisch en samenhangend geheel. Dus een gemeente kan ervoor kiezen om alleen het normenkader voor het resultaat ‘schoon en leefbaar huis’ over te nemen, zonder het kader voor het resultaat ‘wasverzorging’. Bijvoorbeeld omdat hiervoor een algemene voorziening/centrale wasservice is ingericht. Dit kan wanneer deze keuze in het beleid is verankerd. Voor alle onderdelen van het normenkader moet de gemeente op een of andere wijze in mogelijkheden van ondersteuning voorzien voor cliënten die dit nodig hebben, als er geen andere voorliggende oplossingen zijn. In dit normenkader presenteren we totaaltijden. Die zijn bepaald op grond van de triangulatie-aanpak die we eerder hebben benoemd. In de onderliggende onderzoeken zijn ook onderzoektijden per activiteit uitgewerkt. Het gebruik van tijden per activiteit (stofzuigen woonkamer, dweilen gang, nat afnemen, etc.) als los te indiceren onderdelen raden wij af en dit is ook door de CRvB aangegeven als niet toegestaan. Dit betreft onderzoektijden die samengevoegd leiden tot een passende omvang van ondersteuning op maat voor de cliënt.
Hierbij is dus ook sprake van middeling van tijden. Individuele situaties verschillen altijd wat van elkaar, dit maakt in dit normenkader dat het grote geheel klopt, maar er is geen sprake van ‘instructietijden of uitvoeringsnormen per activiteit’. Het zijn de totaaltijden die de Wmo-consulent helpen om te komen tot passende ondersteuning op maat waarmee de gestelde doelen als geheel kunnen worden gerealiseerd.
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 18
Is het normenkader voor elke cliënt op maat? Het vertrekpunt bij het ontwikkelen van dit normenkader was ‘hoe veel tijd is nodig voor volledige professionele overname van het huishouden bij een gemiddelde cliëntsituatie’. Deze gemiddelde cliëntsituatie dient als ijkpunt, waaraan cliënten worden gespiegeld. Het normenkader geeft richtlijnen voor het maken van een afweging door de Wmo-consulent, die leidt tot ondersteuning op maat van de individuele cliënt (gelijk aan, minder als mogelijk of meer als nodig dan bij de ijk-cliënt). Door de vele individuele casuïstiek die we in de verschillende onderzoeken hebben gezien, hebben we een duidelijk beeld van wat deze ‘gemiddelde cliëntsituatie’ of ‘ijk-cliënt’ inhoudt. Op basis van deze gemiddelde cliëntsituatie krijgen de normtijden een algemeen karakter en wordt voorkomen dat op alle mogelijk denkbare uitzonderingen apart beleid moet worden ontwikkeld. De gemiddelde cliëntsituatie of ijk-cliënt is als volgt omschreven:
Gemiddelde cliëntsituatie: 1.
een huishouden met 1 of 2 volwassenen zonder thuiswonende kinderen;
2.
wonend in een zelfstandige huisvestingssituatie, gelijkvloers of met een trap;
3.
er zijn geen huisdieren aanwezig die extra inzet van ondersteuning vragen;
4.
de cliënt kan de woning dagelijks op orde houden (bijvoorbeeld aanrecht afnemen, algemeen opruimen) zodat deze gereed is voor de schoonmaak;
5.
de cliënt heeft geen mogelijkheden om zelf bij te dragen aan de activiteiten die moeten worden uitgevoerd;
6.
er is geen ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers bij activiteiten die moeten worden uitgevoerd;
7.
er zijn geen beperkingen of belemmeringen aan de orde bij de cliënt die maken dat de woning extra vervuilt of dat de woning extra schoon moet zijn;
8.
de woning heeft geen uitzonderlijke inrichting en is niet extra bewerkelijk of extra omvangrijk.
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 19
Cliënten passen zeker niet altijd precies in deze omschrijving van ‘de gemiddelde cliëntsituatie’. Er is sprake van invloedsfactoren die minder of juist meer ondersteuning nodig maken (eigen kracht e.d. versus vaker of beter moeten schoonmaken). Door een zorgvuldige afweging te maken hiervan voor iedere cliënt, komt de Wmo-consulent tot individuele ondersteuning op maat (maatwerk). De volgende drie groepen invloedsfactoren maken dat inzet van minder ondersteuningstijd mogelijk is of inzet van meer ondersteuningstijd nodig is:
Kenmerken cliënt 1.
Mogelijkheden cliënt zelf: de fysieke mogelijkheden van de cliënt om bij te dragen aan de uit te voeren activiteiten. Dit hangt af van het kunnen bewegen, lopen, bukken en omhoog reiken, het vol kunnen houden van activiteiten, het kunnen overzien wat moet gebeuren en daadwerkelijk tot actie kunnen komen. Ook speelt hier de trainbaarheid en leerbaarheid van de cliënt mee.
2.
Beperkingen en belemmeringen van de cliënt, die gevolgen hebben voor de benodigde inzet. De hoeveelheid extra ondersteuning die nodig is, is leidend, niet de problematiek als zodanig. Voorbeelden zijn Huntington, ALS, Parkinson, dementie, visuele beperking, revalidatie, bedlegerig, psychische aandoeningen, verslaving/alcoholisme e.d. Dit kan op twee manieren uitwerken: a. Het kan nodig zijn extra vaak schoon te maken of te wassen, doordat meer vervuiling optreedt. Bijvoorbeeld als gevolg van rolstoelgebruik, ernstige incontinentie, overmatig zweten, (ernstige) tremors, besmet wasgoed (bijvoorbeeld bij chemokuur of Norovirus). b. Het kan nodig zijn de woning extra goed schoon te maken. Ter voorkoming van problemen bij de cliënt voortkomend uit bijvoorbeeld allergie, astma, longemfyseem, COPD.
3.
Ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers: de hoeveelheid ondersteuning die wordt geboden vanuit mantelzorgers, het netwerk van de cliënt en eventuele vrijwilligers, waardoor minder professionele inzet vanuit de gemeente noodzakelijk is omdat een deel activiteiten door niet-professionals wordt gedaan.
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 20
Kenmerken huishouden 1.
Samenstelling van het huishouden: het aantal personen en de leeftijd van leden in het huishouden. Als sprake is van een huishouden van twee personen, is niet persé extra inzet nodig. Dit is bijvoorbeeld wel het geval als zij gescheiden slapen, waardoor een extra slaapkamer in gebruik is. Het kan ook betekenen dat er minder ondersteuning nodig is, omdat de partner een deel van de activiteiten uitvoert (gebruikelijke hulp5). De aanwezigheid van een kind of kinderen kan leiden tot extra noodzaak van inzet van ondersteuning. Dit is mede afhankelijk van de leeftijd en leefstijl van de betreffende kinderen en van de bijdrage die het kind levert in de huishouding (leeftijdsafhankelijk, gebruikelijke hulp). Als er kinderen zijn, zijn er vaak ook meer ruimtes in gebruik. Een kind kan eventueel ook een bijdrage leveren in de vorm van mantelzorg en daarmee de benodigde extra inzet beperken of opheffen. Bij een kind kan ook sprake zijn van bijzonderheden (ziekte of beperking) die maken dat extra inzet van ondersteuning nodig is.
2.
Huisdieren: door de aanwezigheid van een of meer huisdieren in het huishouden, kan eventueel door meer vervuiling extra inzet nodig zijn dan in de norm is opgenomen. Verzorging van huisdieren valt niet onder huishoudelijke ondersteuning. Een huisdier veroorzaakt niet altijd extra benodigde inzet (goudvis in een kom, een niet verharende hond, etc.). Een huisdier heeft vaak ook een functie ten aanzien van participatie en eenzaamheidsbestrijding. Met de cliënt moet in voorkomende gevallen overleg plaatsvinden over aantal of aard van huisdieren en welke gevolgen hiervan wel of niet ‘voor rekening’ van de gemeente/samenleving komen.
Kenmerken woning 1.
Inrichting van de woning: extra inzet nodig door bijvoorbeeld extra veel beeldjes of fotolijstjes in de woonkamer of een groot aantal meubelstukken in de ruimte. Het gaat in dit geval om de extreme situaties, waarin de inrichting een aanzienlijke extra ondersteuning vergt. Ook hierbij kan nader overleg met de cliënt zijn aangewezen over wie wat doet in het huishouden.
2.
Bewerkelijkheid van de woning: extra inzet nodig door bouwkundige en externe factoren, bijvoorbeeld de ouderdom van het huis, de staat van onderhoud, de aard van de wand-of vloerafwerking, de aard van de deuren, schuine wanden, hoogte van de plafonds, tocht en stof, eventuele gangetjes en hoekjes.
5
Gebruikelijke hulp is de normale, dagelijkse hulp die partners, ouders, inwonende kinderen en/of andere huisgenoten elkaar geven. MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 21
3.
Omvang van de woning: een grote woning kan, maar hoeft niet persé meer inzet te vragen. Een extra grote oppervlakte van de in gebruik zijnde ruimtes kan meer tijd vergen om bijvoorbeeld stof te zuigen, maar kan het stofzuigen ook makkelijker maken omdat je makkelijk overal omheen kunt werken. Een extra slaapkamer die daadwerkelijk in gebruik is als slaapkamer vergt wel extra tijd.
N.B. Er zijn cliëntsituaties denkbaar die niet passen in het normenkader. Deze zijn zo uitzonderlijk dat hiervoor geen algemene normstelling mogelijk is. Wij adviseren daarom bij de indicatiestelling in gezamenlijk overleg te bepalen welke ondersteuningsbehoefte er in deze cliëntsituaties is. Dit normenkader is daarbij veelal wel ondersteunend.
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 22
Is ‘x’ minuten voor ‘dweilen’ wel voldoende? In dit normenkader presenteren we totaaltijden voor verschillende onderdelen. Deze zijn bepaald op grond van de triangulatie-aanpak die we eerder hebben benoemd bij vraag 7. In de onderzoeken die ten grondslag liggen aan dit normenkader zijn ook onderzoektijden per activiteit uitgewerkt. Het gebruik van tijden per activiteit (stofzuigen woonkamer, dweilen gang, nat afnemen, etc.) als los te indiceren onderdelen raden wij af en is ook door de CRvB niet toegestaan. Dit betreft onderzoektijden die samengevoegd leiden tot een passende omvang van ondersteuning op maat voor de cliënt. Hierbij is sprake van middeling van tijden. Individuele situaties verschillen altijd van elkaar. Dit maakt in dit normenkader dat het grote geheel zeker klopt, maar er is geen sprake van ‘instructietijden of uitvoeringsnormen per activiteit’. Het zijn de totaaltijden die de Wmo-consulent helpen om te komen tot passende ondersteuning op maat waarmee de gestelde doelen als geheel kunnen worden gerealiseerd.
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 23
Bijlage 1. Aanvullende instructie toepassing Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 In deze bijlage hebben we nadere instructies uitgewerkt voor het
Onderwerpen in deze bijlage:
toepassen van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025.
1.
Minder inzet dan volledige overname/afschalen ............................................ 25
2.
Enige extra inzet of veel extra inzet (30 of 60 minuten) ................................. 26
Deze instructies zijn uitgewerkt op basis van:
3.
Kamer wel/niet in gebruik (als slaapkamer!).................................................... 26
1.
De bedoeling van de onderliggende onderzoeken waar het
4.
Wanneer ruimtes wel of niet als ‘extra kamer’ aanmerken ........................... 27
Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 op is gebaseerd;
5.
Samenstelling huishouden (= eigen kracht + gebruikelijke hulp) ................. 28
De vele gesprekken met en praktijkvoorbeelden van Wmo-
6.
Huisdieren (die extra inzet van ondersteuning noodzakelijk maken) .......... 28
consulenten van gemeenten en van deskundigen van aanbieders
7.
Overige kenmerken woning: omvang, bewerkelijkheid, inrichting ............... 29
Huishoudelijke Ondersteuning tijdens de tientallen trainingen die
8.
Strijken en boodschappen (beide meestal voorliggend op te lossen) ......... 30
9.
Regie en organisatie; Advies-instructie-voorlichting ....................................... 30
2.
door bureau HHM zijn verzorgd over het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning sinds 2019.
10. Algemeen (activiteiten en -onderzoektijden) ................................................... 31
Tijdens de trainingen over het normenkader voor gemeenten/de Wmoconsulenten geven we de instructies uit deze bijlage mondeling al mee.
11. Afronding van de indicatie (op 5 minuten of per kwartier) ............................ 31 12. Herindicaties ........................................................................................................ 32
Deze instructies zijn te zien als een inhoudelijke verrijking of inkleuring van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025. Deze instructies hebben geen invloed op de tijdnormen uit het normenkader, de eerder uitgevoerde onderliggende onderzoeken vormen hiervoor de basis.
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 24
1. Minder inzet dan volledige overname/afschalen
4.
De taak van de gemeente op grond van de Wmo 2015 is ondersteuning
We krijgen regelmatig vragen over het ‘afschalen’ of ‘minderen’ ten
op maat te bieden. Als dat bij een cliënt ook 1 x per 2 weken kan zijn,
opzichte van de in de norm aangegeven minuten per week in geval van
dan kan dit zeker worden geïndiceerd. Dit komt ook al lange tijd
volledige overname. De vragen die worden gesteld, gaan over waarop dit
algemeen voor.
‘afschalen’ is gebaseerd en of het mogelijk is om verder af te schalen dan
Toelichting normtijd Huishoudelijke Ondersteuning 1 x per 2 weken: a. Als eerste is van belang de eigen mogelijkheden van de cliënt te
de mogelijkheden die in het normenkader staan benoemd.
onderzoeken om af te wegen of 1 x per 14 dagen passend is: i. de cliënt moet tussen de momenten dat de hulp weer komt in
Hierbij geldt: 1.
We hebben in 2016 de uitvoerders HO gevraagd hoeveel cliënten, die géén volledige overname nodig hebben zoals beschreven in de ‘gemiddelde cliëntsituatie’, gemiddeld zélf doen onder het resultaat
huis voldoende bij moet kunnen houden: wastafel, aanrecht,
Schoon en Leefbaar huis. Zij gaven aan dat dit zo’n 15 minuten is.
toilet(ten) en stof afnemen op middenniveau;
Dat betreft dan schoonmaken op middenniveau (afstoffen en nat
met een (steel)stofzuiger, Swiffer of met een robotstofzuiger of
Afstoffen middenniveau = zonder bukken of klimmen/hoog reiken.
door iemand anders, etc. iv. er is geen sprake van verzwarende factoren/beperkingen.
Als de cliënt nog duidelijk meer kan doen en ook werkelijk duurzaam
b. Uitgangspunt passende inzet = 2,5 uur per 2 weken.
doet dan afstoffen op middenniveau, bijvoorbeeld t.a.v. het sanitair
c. Verklaring opbouw van deze 2,5 uur:
schoonmaken of de keuken of stofzuigen, dan kan zeker nog één of
i. 1 x het volledige reguliere ‘week-werk’ = 125 minuten;
eventueel zelfs tweemaal een extra mindering met 15 minuten
ii. plus: 1 x de ‘niet-wekelijkse werkzaamheden = 20 minuten
plaatsvinden. Mits dit duidelijk wordt toegelicht/gemotiveerd. 3.
iii. de cliënt moet de vloeren kunnen bijhouden: zelf, bijvoorbeeld
afnemen) en algemeen opruimen. Dit komt feitelijk overeen met de ‘lichte activiteiten’ van het CIZ 2006. 2.
staat zijn om de ‘algemene hygiëne’ in huis op orde te houden; ii. dat betekent dat deze ‘op middenhoogte’ een aantal zaken in
(o.b.v. onderzoek Utrecht, 2016);
Bovenop of in plaats van de mindering vanwege de mogelijkheden van
iii. plus: 1 extra kamer niet in gebruik als slaapkamer = 5 minuten;
de cliënt zelf, kan ook nog aftrek plaatsvinden vanwege ondersteuning
iv. totaal = 125 + 20 + 5 = 150 minuten = 2,5 uur per 2 weken.
vanuit het netwerk of door inwonende personen op basis van het
d. In gemeenten wordt ook wel overwogen hierbij extra rekening te
beleid gebruikelijke hulp. Dit kan 15 minuten zijn, maar dit kan ook
houden met eigen kracht, mits deze er ook echt is bij de cliënt, en
meerdere keren 15 minuten zijn. Vaak is dat dan vanwege
de inzet te bepalen op 2 uur per 2 weken.
gebruikelijke hulp.
Wij adviseren daar voor nu terughoudend mee om te gaan. Dat kan alleen als dit duidelijk zo is en niet ten laste gaat van de hulp.
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 25
5.
Het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 is gebaseerd op
2. Enige extra inzet of veel extra inzet (30 of 60 minuten)
volledige professionele overname op wekelijkse basis. Maar het
Wanneer moet ik enige extra inzet of juist veel extra inzet indiceren?
normenkader staat niet in de weg dat een andere oplossing (minder
Dit gaat over situaties waarin door beperkingen of belemmeringen van de
uren per week) de best passende ondersteuning is voor de cliënt. Dit
cliënt extra goed of extra vaak moet worden schoongemaakt.
kan dan ook worden geïndiceerd. 6.
Zeker bij de wasverzorging is vaak ruimte voor eigen inzet door de
We zien dit in de volgende situaties:
cliënt. Daarom staat hierbij ook een aftrekoptie voor de helft van de
1.
omvang (-/- 20 minuten). Je ziet vaak dat de cliënt de zware/grote stukken was niet meer kan hanteren, maar de kleine stukken nog wel,
stofvrij moet blijven. 2.
Oorzaak 2: incontinentie, overmatig zweten, specifieke medicijnen met
zoals kleding, ondergoed e.d.
lichamelijke reacties, rolstoelgebruik binnen-buiten (en geen
Met de invoering van centrale wasservices in steeds meer gemeenten,
stofzuigrobot mogelijk voor het zand opzuigen) en dergelijke,
wordt ook steeds opnieuw weer duidelijk dat ergens tussen de 10 en
waardoor het huis sneller vervuilt.
20% van de HO-cliënten ondersteuning bij de wasverzorging nodig
7.
Oorzaak 1: allergieën/COPD en dergelijke waardoor het huis beter
3.
Tot 30 minuten extra inzet is vooral aan de orde als uitbreiding op het
heeft. De overige cliënten kunnen dit in de praktijk zelf of op een
ene bezoek/werkmoment per week van de hulp nodig is. Vanwege
andere wijze voorliggend regelen.
extra vaak of extra goed moeten schoonmaken.
Bij alle punten hierboven bedoelen we specifiek: het betreft inzet van
4.
Tot 60 minuten extra inzet is in het algemeen aan de orde als een
de cliënt zelf of diens netwerk of overige voorliggende oplossingen,
tweede bezoek/werkmoment per week van de hulp nodig is. Vanwege
waardoor dit werk niet door de huishoudelijke hulp hoeft te worden
extra vaak of extra goed moeten schoonmaken.
gedaan.
5.
Aandachtspunt: inzetten van medisch advies kan eventueel nodig zijn om duidelijk te krijgen wat op objectieve medische gronden noodzakelijk is om aan extra ondersteuning in te zetten.
6.
In geval van een tweede keer moeten komen vanwege stof of zand/haren op de vloer vanwege huisdieren, vanwege allergie, vanwege rolstoelgebruik et cetera: overweeg of het mogelijk is dat de cliënt zelf een eenvoudige (basis) robotstofzuiger aanschaft en gebruikt, als algemeen gebruikelijke voorziening.
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 26
3. Kamer wel/niet in gebruik (als slaapkamer!)
5.
Een zolder en dus ook een eventuele helemaal leegstaande zolder-
Binnen het normenkader rekenen we extra tijd voor extra kamers. Er is
kamer: die neem je in principe niet mee, behalve als er duidelijke
een verschil tussen de tijd die wordt gerekend wanneer een extra kamer
redenen zijn om dit wel te doen. Het eventueel eens per jaar een
‘wel of niet in gebruik’ is. Maar wanneer moeten we als gemeente een
stofzuiger door de zolder halen, lost zich in de praktijk eigenlijk altijd
kamer aanmerken als ‘in gebruik’ en wanneer als ‘niet in gebruik’?
wel op. 6.
De 18 minuten voor een kamer in gebruik als slaapkamer komen voort
Instructie:
uit het moeten verschonen van het bed en de extra benodigde tijd
1.
voor stoffen en schoonmaken vanwege de aard van het gebruik van de
De terminologie waar deze instructie op rust is: een extra kamer ‘in
kamer.
gebruik als slaapkamer’ of een extra kamer ‘niet in gebruik als slaapkamer’. Als het geen feitelijke slaapkamer is, dan is het dus voor 2.
3.
4.
7.
Een logeerkamer die (zeer) incidenteel wordt beslapen: die kan in
‘iets anders’ in gebruik. Het maakt in principe niet uit waarvoor dat is.
principe door de logee weer schoon worden opgeleverd. Of door de
Extra (slaap)kamers in de woning, naast de hoofdslaapkamer van de
ouders van het kleinkind dat komt logeren. Het is niet aan de
cliënt (die in de standaardtijd is opgenomen), moeten worden
gemeente om dit soort zaken altijd te moeten oplossen. In principe
schoongemaakt om de woning uiteindelijk niet te laten vervuilen.
blijft dan de genoemde 5 minuten per week (20 minuten per maand)
Als een extra kamer daadwerkelijk als slaapkamer in gebruik is, dan
toereikend om die kamer voldoende schoon te houden.
vergt dat 18 minuten per week zoals genoemd in het normenkader
Ook hier geldt weer: uitzonderingen daargelaten, zoals bijvoorbeeld:
(bijv. voor een stel dat altijd apart slaapt, twee mensen -geen stel- die
twee kleinkinderen logeren enkele dagen per week bij opa en oma om
samen een huis bewonen, een kind, mits geen gebruikelijke hulp
het gezin te ontlasten waar al jeugdzorg in zit: dan is HO inzetten een
mogelijk is: betekent zelf schoonmaken door het kind), et cetera.
betere optie dan meer jeugdzorg inzetten.
Voor de niet-slaapkamers indiceer je 5 minuten per week. Dat is in principe onafhankelijk waar deze andere kamer voor wordt gebruikt.
8.
Het professionele oordeel van de consulent is uiteindelijk leidend, deze kan zo nodig de hardheidsclausule benutten.
Van leeg tot logeerkamer tot strijkkamer tot computerkamer etc. Want: met 20 minuten per maand heeft de hulp genoeg tijd om die kamer een keer te kunnen stoffen en stofzuigen e.d. en blijft deze acceptabel schoon. Wmo-consulenten kunnen op basis van hun professionele oordeel in een uitzonderlijke situatie zo nodig een uitzonderlijke beslissing nemen en toch 18 minuten toekennen.
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 27
4. Wanneer ruimtes wel of niet als ‘extra kamer’ aanmerken
5. Samenstelling huishouden (= eigen kracht + gebruikelijke hulp)
Binnen het normenkader rekenen we extra tijd voor extra kamers. Er is
In het normenkader is de mogelijkheid benoemt om extra tijd toe te
een verschil tussen de tijd die wordt gerekend wanneer een extra kamer
kennen op grond van de ‘samenstelling van het huishouden”. Hiervoor
wel of niet in gebruik is als slaapkamer. Maar wanneer merk je een extra
hanteren we een aanvullende instructie, gebaseerd op de uitgangspunten
ruimte nu ook aan als extra kamer? Hier kan sprake zijn van interpretatie-
van eigen kracht en het beleid gebruikelijke hulp van de gemeente.
verschillen, vooral als het meer om een ‘overige ruimte’ gaat en niet
1. De instructie voor deze regel in het normenkader:
zozeer een extra kamer. Instructie:
a.
beoordeel de eigen kracht van de cliënt(en)
b.
beoordeel de situatie op grond van het beleid gebruikelijke hulp van de gemeente.
1. Grote bijkeuken: een bijkeuken is in principe onderdeel van ‘de
2. Als sprake is van meer personen in het huishouden, dan zijn eigen
keuken’. Het kan natuurlijk voorkomen dat sprake is van een serieus
kracht en gebruikelijke hulp bepalend of er minder dan volledige
grote keuken in combinatie met een serieus grote bijkeuken: dan kan
overname of meer dan volledige overname moet worden ingezet.
opplussen op basis van ‘extra kamer niet in gebruik als slaapkamer’ of
3. Heb aandacht voor wat vanuit de gemeente wordt verwacht van
op basis van de factor ‘omvang van de woning’ aan de orde zijn. Dat
kinderen tussen de 18 en 21 (soms 23) jaar vanuit het beleid
kan spelen als de hele woning duidelijk bovengemiddeld groot is.
gebruikelijke hulp. Volgens de indicatierichtlijn van het CIZ uit 2006
2. Tweede badkamer: kern: bespreken met de cliënt dat deze in principe
kunnen kinderen een ‘eenpersoons huishouden’ voeren. Effectief
niet wordt gebruikt als badkamer en deze dan aanmerken als ‘extra
betekent dit dat er nagenoeg geen ondersteuningstijd meer over blijft
kamer niet zijnde een slaapkamer’: plus 5 minuten/week.
wanneer het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning wordt
3. Separaat toilet boven: als er geen toilet in de badkamer zit: zien als onderdeel van ‘het sanitair boven’: vergt geen extra tijdsinzet. 4. Kantoor: als het echt een kantoor is en niet een slaap/logeerkamer die als werkplek wordt gebruikt: deze moet zakelijk schoongemaakt en
toegepast. Het is van belang goed af te wegen of dit een realistische eis is ten aanzien van deze jongeren, vooral omdat zij veelal ook nog meerdere mantelzorgtaken kennen.
dan is het geen Wmo. Als het een thuiswerkplek betreft, dan is het een kamer ‘niet in gebruik als slaapkamer’. 5. Grote kelder: afwegen op basis van het werkelijke gebruik hiervan. Geen extra tijd toekennen, net zoals de zolder of eventueel meenemen als ‘extra kamer niet in gebruik als slaapkamer’.
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 28
6. Huisdieren (die extra inzet van ondersteuning noodzakelijk
Want: in het beleid van de gemeente staat dat de cliënt is gehouden
maken)
om niet meer ondersteuning te vragen of noodzakelijk te maken dan in
Omdat huisdieren een extra bron van vervuiling kunnen zijn binnen een
redelijkheid nodig is.
huishouden, kan het nodig zijn vanwege de noodzaak van extra vaak of
Voorbeelden: meerdere honden die vrij door het hele huis mogen
extra goed schoonmaken 15 minuten extra ondersteuningstijd toe te
lopen of losvliegende vogels die veel troep maken. Cliënten met COPD
kennen.
die binnen roken en binnen 20 parkieten houden en vervolgens om extra vaak schoonmaak vragen.
Instructie:
In dezelfde lijn: cliënten met zware allergie of COPD, die weigeren de
1. Er zijn gemeenten die uitsluiten dat er extra ondersteuningstijd nodig
woning te saneren, maar wel extra ondersteuning vragen.
kan zijn vanwege de aanwezigheid van huisdieren, omdat dit een ‘eigen keuze van de cliënt’ is. Andere gemeenten zien juist de belangrijke rol die huisdieren in het leven van mensen kunnen hebben en komen hier zo nodig in tegemoet als dit nodig is. 2. Voor hulpdieren kan extra inzet van ondersteuning noodzakelijk zijn. Dat zijn namelijk ‘hulpmiddelen’ en geen huisdieren. 3. De verzorging van huisdieren is eigen verantwoordelijkheid van de cliënt, hier indiceer je geen extra inzet voor. 4. Zolang sprake is van een ‘gewone situatie’, dus één of twee katten of honden/hondjes: dan kan het aan de orde zijn dat je extra tijd indiceert, als daadwerkelijk sprake is van extra bewerkelijkheid/werk voor de hulp (bijvoorbeeld stofzuigen moet sowieso al gebeuren). 5. Als sprake is van keuzen van de cliënt die boven het ‘gewone’ uitstijgen, dan is gesprek nodig over wat aan de cliënt zelf is en wat aan de gemeente/samenleving is. Ofwel: als de cliënt ervoor kiest meer vervuiling te laten ontstaan door huisdieren dan als algemeen redelijk is aan te merken, dan wordt dat vervolgens niet door de gemeente opgelost.
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 29
7. Overige kenmerken van de woning: omvang, bewerkelijkheid,
8. Strijken en boodschappen (meestal voorliggend op te lossen)
inrichting
De afgelopen jaren zijn er diverse ontwikkelingen geweest rondom
Op basis van het normenkader is het mogelijk om 15 minuten extra
strijken en boodschappen. Deze hebben invloed op het indiceren van hulp
ondersteuningstijd toe te kennen op basis van ‘overige kenmerken’.
bij het huishouden: 1.
Strijken wordt over het algemeen niet meer geïndiceerd, hier zijn in
Wat zijn deze overige kenmerken?
de vorm van strijkvrije kleding voorliggende oplossingen voor
1. Pas dit alleen toe in heel duidelijke gevallen.
beschikbaar.
2. Omvang van het huis: alleen in uitzonderlijke situaties neem je een
2.
Boodschappen halen wordt in het algemeen niet meer geïndiceerd.
kwartier extra op vanwege een heel groot huis. Dit aspect wordt
Hier zijn veelal boodschappenservices voor beschikbaar als
namelijk mede gedekt door de mogelijkheid van toekennen van extra
voorliggende oplossing.
ondersteuningstijd voor ‘extra kamers wel of niet in gebruik als slaapkamer’. 3. Bewerkelijkheid: idem. Alleen in uitzonderlijke situaties hiervoor extra ondersteuningstijd opnemen. 4. Inrichting: idem. Eerste verantwoordelijkheid ligt bij de cliënt om niet meer inzet nodig te maken dan redelijkerwijs nodig is. In uitzonderlijke situaties kun je het meenemen. 5. Voor deze drie items apart dan wel gezamenlijk ken je in principe 1 x 15 minuten extra toe.
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 30
9. Regie en organisatie; Advies-instructie-voorlichting
10. Algemeen (activiteiten en -onderzoektijden)
Het kan zijn dat een cliënt niet meer zelf (volledig) de regie kan voeren
Het normenkader is gebaseerd op uitgebreid onderzoek, waarin we ook
over het huishouden. Als het zo is dat een hulp daardoor aantoonbaar
gemiddelde tijden in kaart hebben gebracht van de verschillende
extra werkzaamheden moet doen of bijvoorbeeld door het gedrag van de
activiteiten.
cliënt extra tijd nodig heeft, dan kun je hiervoor 30 minuten per week
In het algemeen is het advies: indiceer niet gedetailleerd in minuten op
structureel extra indiceren. Van hulpen mag worden verwacht dat deze
activiteitniveau. Deze zijn in het Normenkader ook niet opgenomen.
zelfstandig hun werkzaamheden kunnen plannen. Het gegeven dat een
Uiteraard staan deze wel in de onderliggende onderzoeksrapporten, zoals
cliënt de hulp niet kan instrueren, betekent dus niet automatisch inzet van
dat van Utrecht. Waarom dan niet per activiteit een tijd indiceren?
extra ondersteuningstijd. Er moet wel sprake zijn van extra werk. Hiervoor zijn twee redenen. Advies-instructie-voorlichting heeft betrekking op het, op tijdelijke basis,
1. Ten eerste: de tijden per activiteit in deze onderzoekrapporten zijn
aanleren van praktisch vaardigheden in het huishouden aan een cliënt.
gemiddelde onderzoektijden over een grote situaties waarin tijd is
Bijvoorbeeld als een partner net is weggevallen en een cliënt zelf wil
gemeten. Dit zijn zeker géén instructietijden op activiteitenniveau.
kunnen bijdragen aan het huishouden, het schoonmaken, het leren koken
Door de verschillende activiteiten en tijden bij elkaar op te tellen,
van enkele basis-maaltijden, et cetera. Soms is het dan praktisch hiervoor
hebben we een totaaltijd verkregen. Deze totaaltijd is toereikend om
aan de dan in het algemeen al langere tijd vertrouwde huishoudelijke hulp
het resultaat te schoon en leefbaar huis te behalen in veel
voor een aantal weken extra tijd toe te kennen. Dit is dus altijd tijdelijk en
verschillende situaties. Maar de uitvoeringstijd per activiteit varieert
is te onderscheiden van de inzet van Wmo-begeleiding.
altijd per individuele situatie. En dat is prima, dat is de praktijk, maar de totaaltijd als geheel is uiteindelijk toereikend. 2. Ten tweede: er is ook sprake van tijd die nodig is om schoonmaakspullen te pakken en op te ruimen, even met de klant af te stemmen, etc., dat is allemaal opgenomen in de ‘indirecte tijd’. Zou je alleen tijden per activiteit indiceren, dan mis je dus een deel van de tijd. Een optie is om te werken met een totaaltijd in uren per jaar: dan kun je meer flexibiliteit bieden aan aanbieder en cliënt om bijvoorbeeld in de zomer wat te minderen en een grote schoonmaak in het voorjaar in te
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 31
bouwen of mee te bewegen met een variabele gezondheidstoestand van
11. Afronding van de indicatie (op 5 minuten of per kwartier)
de cliënt. Dit is een nu (nog) niet algemeen gebruikelijke keuze.
Bij het indiceren komen consulenten soms op een ‘bijzonder’ aantal minuten. Hoe ronden we dan af?
Het kan wel handig zijn voor consulenten als zij een lijst met activiteiten
Afronding van de indicatie kan het beste per 5 minuten of per kwartier.
en frequenties met de cliënt kunnen bespreken, zoals deze in de bijlagen
Het is verstandig hierover met de aanbieders te overleggen. We horen
van het Normenkader staan. Zodat er aan verwachtingenmanagement
frequent dat wordt gekozen voor afronding per 5 minuten, op kwartier-
kan worden gedaan, omdat de cliënt een beeld krijgt van welke
niveau afronden is zeker ook een optie.
activiteiten nodig zijn voor het resultaat ‘schoon en leefbaar huis’ en welke
Spreek goed af hoe je de afronding met elkaar wilt doen. Indiceer niet op
frequentie gemiddeld genomen verwacht mag worden.
de minuut nauwkeurig, zoals ‘2 uur en 23 minuten’. Het normenkader is
Puur om een idee te hebben van de orde van grootte, kunnen de
niet bedoeld om met zo’n precisie te kunnen indiceren en dit veroorzaakt
consulenten de onderzoektijden uit het rapport van Utrecht een keer
verwarring bij cliënten.
bekijken. We raden niet aan dit op cliëntniveau te doen, laat staan dit samen met de cliënt te doen.
MW/25/0050 | januari 2025 | © Bureau HHM | Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 20 25 | pagina 32
12. Herindicaties
met deze nieuwe indicatie lukt om uw woning schoon en leefbaar te
Gemeenten die het normenkader gaan gebruiken, maken verschillende
houden.’
keuzen ten aanzien van het wel/niet herindiceren van cliënten.
Dit alles laat onverlet: als de situatie van de cliënt het noodzakelijk
1.
maakt juist meer te indiceren, dan moet dat uiteraard ook gebeuren.
Veel gemeenten kiezen bij invoeren van het normenkader voor 4.
geleidelijk herindiceren, bij afloop van indicaties. Er zijn ook
2.
gemeenten die kiezen voor volledige herindicatie of gedeeltelijke
indicaties vooraf met de aanbieder (en de huishoudelijke hulp)
herindicatie van met name de (heel) hoge indicaties. Herindicaties
afstemmen over wat nu echt nodig is bij deze cliënten. En wat de
vergen optimale zorgvuldigheid, zeker als lopende indicaties
hulp allemaal doet in de 5-6-7 uur die beschikbaar is. En of dat
vanwege nieuw beleid worden herzien.
allemaal wel de bedoeling is vanuit de Wmo en of dit in lijn is met het
Wanneer wordt overgegaan op het Normenkader Huishoudelijke
beleid en de inzichten bij de gemeente en de aanbieder. Een indicatie
Ondersteuning 2025 en zeker ook wanneer een herindicatietraject
met veel uren is in voorkomende gevallen ook gewoon heel hard
wordt opgestart, is het noodzakelijk vroegtijdig en uitgebreid met de
nodig, dus zorgvuldigheid is vereist.
gecontracteerde aanbieders van HO de ontwikkelingen te bespreken. 3.
Ook mogelijk en soms noodzakelijk: bij herindicaties van grote
5.
Cliënten kunnen verbonden zijn met hun huishoudelijke hulp. Voor