bijlage 2 E Begroting RSW 2023
Tekst van het document
Recreatieschap Westfriesland Conceptbegroting 2023
Ter behandeling in de vergadering van het algemeen bestuur van 13 juli 2022
2
Inhoudsopgave
Inleiding ................................................................................................................................................................ 3 Leeswijzer ............................................................................................................................................................. 3 Beleidsbegroting ........................................................................................................................................ 4 Programmaplan .................................................................................................................................................... 4 Programma 1 - Recreatieterreinen .................................................................................................................. 5 Programma 2 - Recreatieve netwerken ........................................................................................................... 5 Programma 3 - Algemeen beheer en beleid .................................................................................................... 7 Programma 4 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien ......................................................................... 9 Wat mag het kosten? .....................................................................................................................................
10 Paragrafen .......................................................................................................................................................... 12 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing .................................................................................. 12 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen ....................................................................................................... 12 Paragraaf Financiering ................................................................................................................................... 16 Paragraaf Bedrijfsvoering .............................................................................................................................. 17 Financiële begroting ................................................................................................................................. 18 Uitgangspunten bij de begroting ....................................................................................................................... 18 Nieuw beleid ...................................................................................................................................................... 18 Overzicht van baten en lasten en de toelichting ...............................................................................................
19 Uiteenzetting financiële positie en de toelichting ............................................................................................. 20 Meerjarenraming ............................................................................................................................................... 22 Geprognosticeerde begin- en eindbalans ......................................................................................................... 23
Bijlagen • Verwachte investeringen • Stand en verloop reserves en voorzieningen • Overzicht baten en lasten per taakveld • Meerjarig geprognosticeerde balans • Recreatieschap in cijfers en kaarten
2
3
Aan de leden van het algemeen bestuur van het Recreatieschap Westfriesland Bovenkarspel, 1 maart 2022 Onderwerp: Aanbieding Begroting 2023
Geachte leden van het algemeen bestuur,
Inleiding 2023 wordt een bijzonder jaar voor het Recreatieschap. Het bestaat dan namelijk al 50 jaar. Hier zijn wij trots op en wij willen hier samen met u en de regio op gepaste wijze bij stilstaan. Zo’n mijlpaal kunnen wij namelijk niet zomaar aan ons voorbij laten gaan. Hoe we dat gaan doen hoort u later van ons. Hierbij bieden wij u de Begroting 2023 en de meerjarenraming 2024-2026 aan. De algemene financiële uitgangspunten zijn door de Regietafel Gemeenschappelijke Regelingen Noord-Holland Noord regionaal bepaald. Voor de gehanteerde uitgangspunten verwijzen wij u naar bladzijde 18. De beleidsmatige uitgangspunten van het Recreatieschap zijn te vinden in het in 2016 vastgestelde Natuur- en Recreatieplan Westfriesland. Tijdens een (kern)takendiscussie in het algemeen bestuur in oktober 2020 is dit opnieuw bekrachtigd. Het Natuur- en Recreatieplan bevat ook een Uitvoeringsprogramma. Door het algemeen bestuur is besloten de financiële gevolgen van het Uitvoeringsprogramma jaarlijks op te nemen in de begroting. De incidentele kosten van het Natuur- en Recreatieplan worden gedekt vanuit de hiervoor ingestelde bestemmingsreserve Natuuren Recreatieplan. Bij de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma is uitgegaan van een dynamische planning. Verschillende oorzaken kunnen ertoe leiden dat projecten anders of later worden uitgevoerd.
Het bestuur zal regelmatig geïnformeerd worden over de voortgang van het Uitvoeringsprogramma. Mutaties in de projecten op het Uitvoeringsprogramma worden verwerkt via de voor- of eindejaarsrapportage.
Zienswijzen Op de Kadernota 2023 is een aantal zienswijzen ontvangen. Het overzicht van de zienswijzen en de besluitvorming hierover zijn te vinden in de bijlage bij het bestuursvoorstel voor het algemeen bestuur van 16 maart 2022.
Leeswijzer Na deze korte inleiding treft u de beleidsbegroting aan. In het programmaplan is per programma aangegeven wat wij met dit programma willen bereiken, wat wij hiervoor doen en wat het mag kosten. Vervolgens is een viertal paragrafen opgenomen, te weten de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Onderhoud Kapitaalgoederen, Financiering en als laatste de paragraaf Bedrijfsvoering. Na de beleidsbegroting treft u de financiële begroting aan. Hierin is ook de meerjarenbegroting opgenomen. Afsluitend vindt u diverse bijlagen. Formeel autoriseert u het dagelijks bestuur uitgaven te doen overeenkomstig de bedragen opgenomen in de programmabegroting. De begroting wordt vastgesteld door vaststelling van de totale lasten en baten. Dagelijks bestuur Recreatieschap Westfriesland,
De secretaris, Karel Schoenaker
De voorzitter, Nico Slagter
3
4
Beleidsbegroting Missie en visie en taken Al bijna 50 jaar (sinds 1973) is het Recreatieschap dé partij in Westfriesland die voor de Westfriese gemeenten het beleid voor de (openlucht)recreatie ontwikkelt en uitvoert. Dit doet het voor zowel de eigen inwoners als toeristen. Missie Westfriesland heeft veel te bieden op het gebied van landschap, natuur en recreatie. Niet alleen voor de eigen bewoners maar ook voor recreanten van buiten de regio. De huidige en toekomstige recreant heeft andere wensen en verlangens dan die van vroeger. Door het behouden, benutten en verbeteren van de kernkwaliteiten van landschap, natuur en recreatie is het Recreatieschap in staat om in te spelen op de eisen, wensen en vragen vanuit een veranderende maatschappij. Dit kan het Recreatieschap niet alleen. Het zoekt daarom verbinding met andere partijen, zowel binnen als buiten Westfriesland. Visie In het Natuur- en Recreatieplan van het Recreatieschap krijgt de visie gestalte. Het Natuur- en Recreatieplan draagt daarbij ook bij aan de ambitie van de regio om tot de top tien van meest aantrekkelijke regio’s te behoren. Het Recreatieschap vervult een regierol voor de realisatie van de ambities uit het Natuur- en Recreatieplan. Voor de uitvoering van het plan is een Uitvoeringsprogramma opgesteld.
Het Recreatieschap voert dit plan samen met de zeven Westfriese gemeenten en andere partijen binnen en buiten de regio uit. Taak Het Recreatieschap geeft hier invulling aan door het beheer en onderhoud van de recreatieterreinen die verspreid door Westfriesland liggen. Deze zijn gevarieerd ingericht en bieden elk wat wils. Ook beheert het Recreatieschap de recreatieve netwerken voor varen, fietsen en wandelen. Naast beheer en instandhouding wordt er ook ingezet op doorontwikkeling van het recreatieve aanbod. Dit gebeurt middels de uitvoering van het Natuur- en Recreatieplan.
Algemeen Ten tijde van het opstellen van de begroting 2023 spelen er twee ontwikkelingen waarvan de impact op de taken en werkzaamheden van het Recreatieschap in 2023 nog onduidelijk zijn. Dit zijn de nadere uitwerking van de acties voortkomend uit de kerntakendiscussie en de coronapandemie. Kerntakendiscussie Eind 2020 heeft het algemeen bestuur een kerntakendiscussie gevoerd. Uitkomst van deze discussie was dat er een verkenning dient te worden uitgevoerd naar kansen voor inverdienen en samenwerking en dat er gekeken wordt naar een aantal nieuwe taken, waaronder het stadsstrand Hoorn. Voor wat betreft het laatste punt zijn de gevolgen verwerkt in deze begroting. Ook de verkenning van samenwerkingsmogelijkheden is grotendeels afgerond en leidt niet tot grote financiële mutaties. Het zoeken naar kansen voor inverdienen is een doorgaand actiepunt. Ten tijde van het opstellen van deze begroting is niet duidelijk of dit gevolgen heeft voor de begroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026. Corona Het coronavirus houdt ons sinds 2020 in zijn greep. Nu, begin 2022, het moment dat deze begroting wordt opgesteld, lijkt het virus af te zwakken en de impact op het dagelijks leven kleiner te worden. Maar dat het virus ook gevolgen heeft voor 2023 lijkt onvermijdelijk. Denk alleen maar aan ‘het nieuwe werken’ dat is ontstaan.
Hoe de gevolgen er precies uit gaan zien en hoe groot de impact daarvan is op het Recreatieschap zal nog moeten blijken. In deze begroting is vooralsnog geen rekening gehouden met de eventuele financiële gevolgen.
4
5
Programmaplan De begroting bevat vier programma’s. Het eerste programma betreft de recreatieterreinen. Het tweede bevat de verschillende recreatieve netwerken. Programma drie beslaat het algemeen beheer en beleid. In dit programma is ook de uitvoering van het Natuur- en Recreatieplan opgenomen. De uitvoering van het Natuur- en Recreatieplan kan indirect invloed hebben op programma’s één en twee omdat investeringen in terreinen en voorzieningen veelal gevolgen hebben voor het beheer en onderhoud ervan. Het laatste programma betreft de algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien. Programma 1 - Recreatieterreinen Wat willen wij bereiken? Het Recreatieschap zet zich in voor gevarieerde recreatieterreinen. Voor de eigen inwoners, dagjesmensen en verblijfsrecreanten. De terreinen bieden ruimte aan verschillende soorten gebruikers: zwemmers, (water)sporters, hondeneigenaren, fietsers en wandelaars, natuurliefhebbers en vele anderen. De inrichting en het beheer van de terreinen zijn primair hierop toegespitst. Maar het Recreatieschap wil daarbij ook een grotere bijdrage aan de natuur en biodiversiteit. De terreinen zijn natuurinclusief waarbij beleefbaarheid van deze natuurwaarden een voorwaarde is. Wat doen wij ervoor? Beheren en onderhouden van de circa 350 hectare aan recreatiegebieden.
Dit houdt in het onderhoud van de stranden, speel- en ligweiden, parken, speelmeubilair, het onderhoud aan wegen, paden en openbare parkeerterreinen, (toilet)gebouwen, bruggen en steigers, duikers en in- en uitlaatplaatsen voor boten en baggeren schouwwerkzaamheden in en langs sloten. Ook het beheer van het zwemwaterlocaties valt hieronder. De meeste recreatieterreinen van het Recreatieschap zijn in de jaren 70 en 80 ontwikkeld. De afgelopen jaren zijn verschillende recreatieterreinen opgewaardeerd. Toch heeft een aantal terreinen nog een typische jaren 80uitstraling. Dit geldt bijvoorbeeld voor De Leijen en de Vooroever Koopmanspolder/Andijk. De recreant van vandaag de dag vraagt om een andere inrichting, kwaliteitsniveau en voorzieningen. De komende jaren wordt er (verder) gewerkt aan de plannen om ook de resterende terreinen aan die wens te laten voldoen. Naast de recreatieve opgave ligt er ook een opgave om de natuurwaarden en biodiversiteit in de terreinen te vergroten. Natuur en recreatie gaan dan ook hand in hand. Dit doet het Recreatieschap door duidelijke keuzes te maken tussen intensief (recreatief) beheerde delen en delen met extensiever (natuurlijker) beheer.
De verandering naar (nog meer) natuurinclusievere recreatieterreinen gebeurt enerzijds in een geleidelijk proces waarbij beheervormen en beplantingkeuze worden aangepast en anderzijds door hier bij terrein(her)inrichting rekening mee te houden. Ook zoekt het Recreatieschap daarbij de samenwerking met de partners om deze doelen te behalen. Als gezegd moet dit geen afbreuk doen aan de kwaliteit en belevingswaarde van de terreinen maar deze zelfs vergroten. Naast de eigen terreinen en voorzieningen beheert het Recreatieschap ook zwemwaterlocaties en (delen van / onderdelen van) recreatieterreinen in opdracht van derden. Vanaf 2023 zal dit ook gelden voor het stadsstrand Hoorn.
5
6 Programma 2 - Recreatieve netwerken Wat willen wij bereiken? Het Recreatieschap wil recreanten en toeristen kwalitatieve routenetwerken bieden waar ontspannen en actief veilig kan worden gewandeld, gevaren of gefietst. De netwerken moeten naadloos aansluiten op de netwerken in de aangrenzende regio’s. Landelijke routes als de LAW- en Streekpaden voor wandelen en LF-Icoonroutes voor fietsen en andere netwerken zijn geïntegreerd in de netwerken zodat deze elkaar aanvullen en versterken. Wat doen wij ervoor? Het Recreatieschap beheert en onderhoudt de bebording van ruim 1.000 kilometer recreatieve netwerken en zeven Toeristische Overstappunten (TOP’s). Het is blijvend bezig met het doorontwikkelen van deze verschillende netwerken om de kwaliteit op peil te houden en waar mogelijk uit te breiden. Het betreft de volgende netwerken: • +/- 535 kilometer wandelnetwerk • +/- 150 kilometer vaarroutenetwerk; • +/- 350 kilometer fietsroutenetwerk. • zeven TOP’s. Wandelnetwerk In Westfriesland ligt sinds 2021 een gebiedsdekkend wandelnetwerk. In het netwerken zijn de LAW-paden Groot Frieslandpad, Zuiderzeepad en het Streekpad Westfriese Omringdijk integraal opgenomen. In 2023 zal de nadruk liggen op beheer en onderhoud van het netwerk. Dit moet ertoe leiden dat de kwaliteit op het gewenste niveau blijft.
Kansen voor uitbreiding of kwaliteitsverbetering worden blijvend gezocht en zoveel mogelijk benut. Hierbij is de grootste uitdaging om meer on- of halfverharde paden en boerenlandpaden toe te voegen aan het netwerk. Fietsroutenetwerk Voor het fietsroutenetwerk ligt de focus op het op peil houden en waar mogelijk verhogen van de kwaliteit van het regionale knooppuntennetwerk in Westfriesland en de landelijke LF-icoonroutes. Laatstgenoemde is in regie bij het Fietsplatform. Het Recreatieschap voert ook het secretariaat van de Beheerstichting Fietsroutenetwerk Noord-Kennemerland en Westfriesland en voert de taken van deze stichting uit. Deze stichting zet zich voor die regio’s in voor de promotie van het fietsroutenetwerk, fietsen in het algemeen en andere aanverwante activiteiten. Dit doet zij met een promotiebudget dat is gevormd bij de realisatie van het knooppuntennetwerk. Dit budget is incidenteel en wanneer het volledig is uitgegeven zal de stichting worden geliquideerd. Vaarroutenetwerk De vaarroutes in Westfriesland zijn onderdeel van het landelijke vaar- of sloepennetwerk. De opgave voor deze netwerken ligt bij instandhouding en kwaliteitsverbetering van de bestaande routes en het op projectbasis werken aan ontbrekende schakels om een regiodekkend vaarnetwerk te krijgen.
De doorontwikkeling richt zich zowel op het netwerk binnen de regio maar anderzijds ook op (de aansluiting op) het landelijke toervaartnetwerk in met name de Kop van Noord-Holland. Daarnaast zet het Recreatieschap structureel in op het verbeteren van het nautisch en vaarbeheer van de vaarroutes. Toeristische Overstappunten (TOP’s) Bij een TOP komen fiets-, wandel- en soms ook vaarroutes samen, zijn er parkeervoorzieningen en is er horeca in de nabije omgeving. Een aantal TOP’s heeft ook een drinkwatertappunt. Op een herkenbare zuil staat een kaart met de recreatiemogelijkheden en algemene informatie over bezienswaardigheden en horeca in de buurt. Er staan zeven TOP’s in Westfriesland.
6
7
Provinciale en landelijke afstemming Recreanten houden geen rekening met een gemeente- of regiogrens. Daarom doen de netwerken dat ook niet. Alle netwerken sluiten naadloos aan op de netwerken in de aangrenzende regio’s. Naast de fysieke aansluiting is het ook van belang om beleidsmatige en praktische aansluiting te zoeken met de overige routebeheerders in de provincie en de provincie zelf. Hiervoor vindt er structureel overleg plaats over verschillende onderwerpen gerelateerd aan de routenetwerken. De netwerken zijn onderdeel van de provinciale en landelijke netwerken Wandelen: www.wandelnetwerknoordholland.nl/ Fietsen: www.nederlandfietsland.nl/fietsrouteplanner Varen: www.sloepennetwerk.nl / www.vaarroutenetwerk.nl TOP’s: www.natuurwegwijzer.nl/tops Programma 3 - Algemeen beheer en beleid Wat willen wij bereiken? Het programma algemeen beheer en beleid bevat de algemene bedrijfsvoering. In dit programma valt ook het beleid dat het Recreatieschap opstelt en de daaruit voortkomende projecten. De uitvoering van deze projecten gebeurt in samenwerking en afstemming met de gemeenten en andere partners. De basis voor het beleid van het Recreatieschap is het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland. De projecten zijn opgenomen in het bij het plan behorende Uitvoeringsprogramma.
Pact van Westfriesland Het Natuur- en Recreatieplan is afgestemd met en geïntegreerd in de structuurschets Westfriesland. Op die manier wordt er niet alleen aan de eigen beleidsdoelen van het Recreatieschap gewerkt, maar ook aan de regionale doelen uit het Pact van Westfriesland. Communicatie Binnen dit programma valt ook de communicatie. Deze richt zich onder andere op de informatievoorziening over de recreatieve faciliteiten van het Recreatieschap in de regio. Primair richt het zich daarbij op de eigen inwoners maar bereikt daarmee ook dagjesmensen of toeristen die langer in Westfriesland willen verblijven. Maar ook richt de communicatie zich steeds meer op de politieke achterban met als doel om deze te informeren over onze werkzaamheden, ontwikkelingen en actuele zaken. Maar ook om deze tijdig mee te nemen in de (besluitvormings)processen. Wat doen wij ervoor? Om het Natuur- en Recreatieplan uit te voeren is een Uitvoeringsprogramma opgesteld. Het Uitvoeringsprogramma bevat verschillende projecten op het gebied van routenetwerken, opwaardering of kwaliteitsverbetering van eigen terreinen en van derden, maar ook zaken als natuur en biodiversiteit. Bij de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma is een bestemmingsreserve Natuur- en Recreatieplan ingesteld. Vanuit deze reserve worden de incidentele kosten van het Uitvoeringsprogramma gedekt.
Het Uitvoeringsprogramma is een dynamisch programma. Kansen die zich voordoen, (grote) projecten of processen waar op kan worden aangehaakt of andere zaken kunnen invloed hebben op zowel de planning als de kosten van de projecten. Wijzigingen kunnen ook ontstaan vanuit de projectpartners waarmee het Recreatieschap bij de uitvoering nadrukkelijk samenwerking zoekt. Het Recreatieschap actualiseert daarom samen met de gemeenten regelmatig het Uitvoeringsprogramma en stelt het waar nodig bij. Het bestuur wordt op de hoogte gehouden van de uitvoering en zal wijzigingen indien nodig vaststellen. De (financiële) mutaties
7
8 worden verwerkt via de voor- en eindejaarsrapportage. Via onze website en onze nieuwsbrieven wordt de achterban op de hoogte gehouden. Uiteraard wordt er voor elk project onderzocht of er subsidie- of andere cofinancieringsmogelijkheden zijn. Pact van Westfriesland Het Pact van Westfriesland en de doelstellingen daaruit zijn belangrijk voor de regio. Het Recreatieschap draagt met al zijn werkzaamheden en activiteiten bij aan die doelstellingen. De terreinen en netwerken die het ontwikkelt en beheert dragen bij aan de thema’s ‘Wonen en Leefbaarheid’ en ‘Vrije tijd (Leisure)’ maar bieden ook kansen voor (toeristische) ondernemers. Met name de netwerken dragen bij aan de regiopromotie. Ook speelt het Recreatieschap een rol bij projecten die bijdragen aan andere doelen zoals de klimaatadaptatie. Dat doet het met de terreinen die als groene ‘buffers’ dienen in een steeds meer bebouwd Westfriesland. Maar ook zouden nieuwe functies als waterberging(sopgaven) in de terreinen van het Recreatieschap ingepast kunnen worden. Of kunnen recreatieve functies worden toegevoegd aan deze gebieden. Naast de uitvoering van het Natuur- en Recreatieplan houdt het Recreatieschap zich bezig met advisering van gemeenten en derden en belangenbehartiging voor zaken als kwaliteit en kwantiteit van de recreatie, (durf)watersport, landschap, biodiversiteit en natuur in Westfriesland.
Daarvoor is het deelnemer in verschillende overleggen en gesprekspartner van partijen als provincie, Hoogheemraadschap, overige terreinbeheerders en verschillende andere partijen. Communicatie De externe communicatie aan recreanten en toeristen verloopt via de Destinatie Marketing Organisatie (DMO) Holland boven Amsterdam. Nieuws dat van belang is voor de Westfriese inwoners loopt via de regionale en lokale kranten en de website van het Recreatieschap. Op de website is toeristische, recreatieve en organisatorische informatie te vinden. Uiteraard worden ook sociale media ingezet. Eén van de PR-activiteiten is RecreActief Westfriesland, een dag waarop het Recreatieschap aan bestuurders, raadsleden en andere belanghebbenden laat zien wat het schap doet. De bestuurs- en raadsleden worden via nieuwsbrieven, het jaaroverzicht en de stukken uit de P&C-cyclus geïnformeerd. Tabel verplichte beleidsindicatoren: Taakveld 0 - Bestuur en ondersteuning Naam indicator Eenheid Formatie Bezetting Apparaatskosten Externe inhuur Overhead
Fte per 1.000 inwoners Fte per 1.000 inwoners Kosten per inwoner Kosten als % van de totale loonsom + totale kosten inhuur externen % van totale lasten
Bron Eigen gegevens Eigen gegevens Eigen begroting Eigen begroting
Indicator Begroting 2023 0,05 0,05 € 2,71 2,2%
Eigen begroting
32%
Toelichting Het Recreatieschap heeft geen eigen personeel. Al het personeel is in dienst bij de gemeente Stede Broec en wordt ingehuurd door het Recreatieschap.
8
9
Programma 4 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien De belangrijkste inkomstenbron voor het Recreatieschap is de bijdrage per inwoner van de deelnemende gemeenten. Voor de doorberekening aan gemeenten wordt uitgegaan van het voorlopige aantal inwoners per 1 januari 2022: 215.423. De percentuele verdeling van de bijdrage (gelijk aan inwonersaantal) en de totale financiële bijdrage per gemeente is in onderstaande tabel weergegeven. De gemeentelijke bijdragen beslaan 84% van de structurele inkomsten. De overige inkomsten komen van huren en pachten (6%) en overige inkomsten (9%). Bijdrage per deelnemer 2023 Deelnemers Gemeente Drechterland Gemeente Enkhuizen Gemeente Hoorn Gemeente Koggenland Gemeente Medemblik Gemeente Opmeer Gemeente Stede Broec Totaal
Aantal inwoners 1-1-2022 19.978 18.620 74.308 23.041 45.450 12.074 21.952 215.423
Bijdrage per inwoner € 6,27 125.000 117.000 466.000 144.000 285.000 76.000 138.000 1.351.000
Onvoorzien De post onvoorzien is vastgesteld op een bedrag van € 25.000. De post onvoorzien is bedoeld voor onvoorziene uitgaven. Overhead Gemeenschappelijke regelingen moeten de overhead centraal begroten en verantwoorden in de begroting en jaarstukken. Onder overhead wordt verstaan het geheel van functies gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Enkele voorbeelden van overhead zijn: leidinggevende primair proces, juridische zaken, facilitaire zaken, communicatie, ICT, huisvesting en financiën, toezicht en controle op de eigen organisatie. Deze werkzaamheden worden voor een gedeelte uitgevoerd door de SED-organisatie. Hiervoor is een dienstverleningsovereenkomst afgesloten. Het is verplicht een overzicht van kosten van overhead op te nemen. In onderstaand overzicht is weergegeven hoe het bedrag voor overhead is opgebouwd. Overhead Omschrijving
Bedrag
Bijdrage dienstverleningsovereenkomst SED Leiding, administratieve ondersteuning en communicatie
154.000 358.000
Totaal
512.000
Vennootschapsbelasting (Vpb) Door de geringe omvang van de activiteiten en opbrengsten wordt verwacht dat er voor 2023 geen Vpb-last betaald hoeft te worden. Derhalve is er ook geen Vpb-last geraamd.
9
10 Wat mag het kosten?
Product
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Lasten Programma 1 – Recreatieterreinen Programma 2 - Recreatieve netwerken Programma 3 - Algemeen beheer en beleid Programma 4 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Overhead Vennootschapsbelasting
772.000 73.000 176.000 0 464.000 0
878.000 25.000 71.000 25.000 453.000 0
1.016.000 35.000 47.000 25.000 489.000 0
Totaal lasten
1.485.000
1.451.000
1.612.000
Baten Programma 1 – Recreatieterreinen Programma 2 - Recreatieve netwerken Programma 3 - Algemeen beheer en beleid Programma 4 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Overhead Vennootschapsbelasting
147.000 17.000 0 1.238.000 0 0
164.000 0 0 1.258.000 0 0
237.000 0 0 1.351.000 0 0
Totaal baten
1.402.000
1.422.000
1.587.000
Totaal saldo van baten en lasten
-83.000
-29.000
-25.000
Mutatie reserves Toevoeging reserves Onttrekking reserves
33.000 116.000
0 45.000
0 43.000
45.000
43.000
16.000
18.000
(voordeel)
(voordeel)
Totaal mutaties reserves
(Geraamd) resultaat
0
Toelichting verschillen tussen begroting 2023 en begroting 2022/rekening 2021 Een groot deel van het verschil tussen de begroting en de rekening komt door de projecten Natuur- en Recreatieplan. De kosten van de projecten worden niet begroot in de primitieve begroting, wel in de gewijzigde begroting. De projectkosten voor het Natuur- en Recreatieplan worden gedekt uit de Reserve Uitvoering Natuur- en Recreatieplan. Als er sprake is van een investering (meerjarig nut) dan worden afschrijvingslasten voor deze projecten gedekt vanuit de Reserve afschrijvingslasten projecten Natuur- en Recreatieplan. De middelen uit deze reserve komen uit de Reserve Uitvoering Natuur- en Recreatieplan. Dit houdt in dat deze mutaties budgetneutraal zijn en geen invloed hebben op het resultaat. In 2023 zullen de projectbudgetten worden vastgelegd middels de reguliere rapportages of via een apart voorstel. Voor het stadsstrand Hoorn is een totaalbudget geraamd. Dit zal nog nader uitgesplitst worden en mogelijk effect hebben op de verschillende programma’s. Hierbij zal het dan slechts gaan om budgettair neutrale mutaties.
10
11
Toelichting afwijkingen tussen de rekening 2021 en de Begroting 2023 Lasten In 2023 hogere lasten door prijsindexatie In 2023 hogere kapitaallasten In 2021 incidentele lasten projecten Natuur- en Recreatieplan In 2021 incidentele lasten locatie Groen- en Recreatiebeheer en onderhoud De Hulk In 2021 incidentele lasten naar aanleiding van de coronapandemie In 2023 hogere personeelskosten (inclusief indexatie) In 2023 hogere brandstofkosten In 2023 hogere kosten onderhoud terreinen (inclusief stadsstrand Hoorn) In 2023 een geraamde post Onvoorzien
-24.000 -2.000 68.000 12.000 20.000 -74.000 -4.000 -144.000 -25.000
N N
Baten In 2023 hogere baten door prijsindexatie In 2023 bijdrage voor onderhoud stadsstrand Hoorn In 2023 geen rentebaten van een uitgezette lening In 2021 een lagere huuropbrengst door korting in verband met corona In 2021 incidentele bijdrage van derden en subsidie voor projecten van het NRP In 2023 een hogere gemeentelijke bijdrage
7.000 69.000 -15.000 13.000 -20.000 129.000
V N N V
Mutaties reserves In 2021 onttrekking aan de Reserve Uitvoering Natuur- en Recreatieplan In 2021 storting in de Reserve uitvoering NRP door subsidie voor project WRN In 2021 storting in de reserve dekking afschrijvingslasten In 2023 een hogere onttrekking aan de Reserve afschrijvingslasten NRP
-90.000 13.000 20.000 19.000
N V V V
V V V N N N N
N V
Overige verschillen
3.000 V
Totaal verschil resultaat
18.000 V
Toelichting afwijkingen tussen begroting na wijziging 2022 en Begroting 2023 Lasten In 2023 hogere lasten door toegepaste prijsindexatie In 2023 lagere kapitaallasten In 2023 lasten onderhoud terreinen (inclusief stadsstrand Hoorn) In 2023 uitvoering Natuur- en Recreatieplan In 2023 hogere personeelslasten (inclusief indexatie)
-12.000 31.000 -144.000 10.000 -29.000
N V N N N
Baten In 2023 hogere baten door toepassing prijsindexatie In 2023 een hogere gemeentelijke bijdrage In 2023 geen rentebaten van een uitgezette lening In 2023 bijdrage voor onderhoud stadsstrand Hoorn
4.000 108.000 -15.000 69.000
V V N V
Totaal verschil resultaat
2.000 V
11
12
Paragrafen In het BBV wordt bij de begroting een aantal verplichte paragrafen voorgeschreven. Voor het Recreatieschap zijn de volgende paragrafen van belang: Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen, Paragraaf Financiering en Paragraaf Bedrijfsvoering. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen is de mate waarin het Recreatieschap in staat is substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar komt. Het weerstandsvermogen is afhankelijk van de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (hoeveel middelen zijn er nodig om alle risico’s op te kunnen vangen). Volgens artikel 3.4 van de Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen geldt als richtlijn voor de hoogte van de Algemene reserve 2,5% van de lasten. Bij zwaarwegende argumenten kan afgeweken worden van dit bedrag. Voor 2023 betekent dit uitgangspunt een hoogte van de Algemene reserve van € 40.000. Op 1 januari 2023 bedraagt de geraamde Algemene reserve ook € 40.000. Hierbij moet worden opgemerkt dat de lasten voor de projecten uit het Natuur- en Recreatieplan in de voor- en eindejaarsrapportages worden verwerkt. De werkelijke lasten in 2023 zullen dus hoger zijn.
Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de vrij aanwendbare middelen, onbenutte inkomstenbronnen en bezuinigingsmogelijkheden. De vrij aanwendbare middelen zijn de reserves en onvoorzien. De reserves maken deel uit van het eigen vermogen. Tot de vrij aanwendbare reserves worden de reserves gerekend waarvan het algemeen bestuur de bestemming nog kan wijzigen. Overzicht vrij aanwendbare middelen Omschrijving Algemene reserve Jaarresultaat Onvoorzien Totaal
1-1-2021 40.000 12.000 25.000
1-1-2022 40.000 0 25.000
1-1-2023 40.000 16.000 25.000
77.000
65.000
81.000
Risico’s Het Recreatieschap heeft in 2017 de beleidsnota ‘Weerstandsvermogen: risicomanagement en weerstandscapaciteit’ vastgesteld. Conform deze beleidsnota is de inventarisatie van de risico’s ook voor 2023 geactualiseerd. In de volgende tabel zijn alle actuele risico’s nader uiteengezet. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in de beschrijving van het risico en de gewenste beheersmaatregel. De kolom daarnaast geeft het maximaal financieel gevolg in duizenden euro’s. Vervolgens de kans en het effect (impact). De laatste kolom geeft inzicht in het financiële gevolg van het risico (bedrag x kans). De verwachting is dat de coronapandemie in 2023 onder controle is en de huidige maatregelen niet meer van kracht zijn of in ieder geval in veel mindere mate. Echter volledige zekerheid is er niet. Wanneer blijkt dat het virus toch opnieuw oprukt en zijn impact zal hebben op 2023 zijn de te verwachten risico’s dezelfde die al als risico’s een en twee genoemd zijn. Het coronavirus wordt daarom niet als specifiek risico opgenomen.
12
13 Beschrijving van het risico
Gewenste beheersmaatregel
Maximaal risico/omvang
Kans op treden risico
Impact
Bedrag x kans
1.
Langdurige afwezigheid Continuering van goed van een werknemer door personeelsbeleid. ziekte
€ 50.000
2=30%
3
€ 15.000
2.
Beëindigen overeenkomst door verhuurders en/of verpachters
Tijdige verlenging van overeenkomsten en contact onderhouden met de huurders en pachters.
€ 80.000
2=30%
3
€ 24.000
3.
Het uittreden van één van de gemeenten uit gemeenschappelijke regeling
Door proactief te handelen zorgen dat het Recreatieschap als meerwaarde wordt gezien voor de regio/gemeenten.
€ 100.000
1=10%
4
€ 10.000
4.
Imagoschade
Alle (potentiele) gebruikers en bezoekers tijdig betrekken bij en informeren over de werkzaamheden, incidenten en calamiteiten.
€ 10.000
5=90%
1
€ 9.000
5.
Gevolgen van klimaatverandering
Door bij de inrichting hier rekening mee te houden wordt hierop geanticipeerd, maar ook door (verplichte) maatregelen zoals de controle van de zwemwaterkwaliteit en voorlichting aan de gasten zodat zij hun eigen maatregelen kunnen nemen.
€ 10.000
3=50%
1
€ 5.000
Totaal
€ 63.000
Benodigde weerstandscapaciteit Uit bovenstaand overzicht blijkt dat het totaalbedrag aan risico’s € 63.000 bedraagt. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit. Wij willen opmerken dat de inventarisatie van risico’s een dynamisch proces is. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt per 1 januari 2023 € 81.000. De benodigde weerstandscapaciteit is € 63.000. Daarmee beschikken wij over een ratio weerstandsvermogen van 1,3 (beschikbaar in relatie tot benodigd). Er zijn voldoende middelen om de risico’s af te dekken. De verwachting is dat de coronapandemie in 2023 onder controle is en de huidige maatregelen niet meer van kracht zijn of in ieder geval in veel mindere mate. Echter volledige zekerheid is er niet. Wanneer blijkt dat het virus toch opnieuw oprukt en zijn impact zal hebben op 2023 zijn de te verwachten risico’s dezelfde die al als risico’s een en twee genoemd zijn. Het coronavirus wordt daarom niet als specifiek risico opgenomen. Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen is er een normtabel ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende ratio. Het weerstandsvermogen valt in de klasse “voldoende”.
13
14 Kengetallen en toelichting kengetallen Om de financiële positie inzichtelijk te maken schrijft het Rijk een verplichte basisset van vijf financiële kengetallen voor. De kengetallen Grondexploitatie en Belastingcapaciteit zijn niet van toepassing. De overige kengetallen worden hierna uitgewerkt. De opgenomen kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel financiële ruimte de gemeenschappelijke regeling beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken en opvangen. Ze geven inzicht in de financiële wend- en weerbaarheid. Onderstaande tabel geeft de berekende kengetallen van het Recreatieschap weer. Kengetallen
1. a Netto schuldquote b Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Structurele exploitatieruimte
Jaarstukken 2021 44% 44%
Begroot 2022 45% 45%
Begroot 2023 42% 42%
Begroot 2024 41% 41%
Begroot 2025 41% 41%
Begroot 2026 32% 32%
53% 3%
62% 1%
62% 1%
63% 1%
66% 1%
69% 0%
Het ministerie van BZK heeft onderstaande signaleringswaarden opgesteld. Hierbij is A het minst risicovol, B gemiddeld en C het meest risicovol.
Specificering kengetal naar categorie
Cat. A
Cat. B
Cat. C
a. zonder correctie doorgeleende gelden
< 90%
90 - 130 %
> 130 %
b. met correctie doorgeleende gelden
< 90%
90 - 130 %
> 130 %
2.
Solvabiliteitsratio
> 50%
20 - 50 %
< 20%
3.
Structurele exploitatieruimte
> 0%
0
<0%
1.
Netto schuldquote:
Toelichting kengetallen: 1. a. Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe hoger de schuld is, hoe meer kapitaallasten er zijn (rente en aflossing) waardoor een begroting minder flexibel wordt. Het kengetal wordt berekend door het totaal van de geleende gelden weer te geven als percentage van de totale baten. Hoe lager het percentage des te gunstiger en minder risicovol. Indeling in categorie A, minst risicovol. b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de
14
15
verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager dit percentage, hoe beter. De indeling voor het Recreatieschap komt in de in categorie A, minst risicovol. 2.
Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeenschappelijke regeling in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeenschappelijke regeling bestaat uit de reserves en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. De gemiddelde solvabiliteit voor alle gemeenten is circa 40% (bron: CBS). Hoe hoger dit percentage is, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeenschappelijke regeling. Indeling in categorie A, minst risicovol.
3.
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeenschappelijke regeling heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Het percentage in 2023 bedraagt 1%. Hieruit blijkt dat de begroting 2023 materieel in evenwicht is.
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Het Recreatieschap streeft naar een goed en maatschappelijk verantwoord kwaliteitsniveau. In 2018 is een nieuw beheerplan 2019-2023 opgesteld. In de vergadering van het algemeen bestuur op 12 december 2018 is het beleidsmatige deel van het beheerplan 2019-2023 vastgesteld. Ter dekking van de lasten is een voorziening ingesteld. Jaarlijks wordt een bedrag van € 50.000 gestort. Overzicht verloop voorziening groot onderhoud kapitaalgoederen 2023 Voorziening groot onderhoud kapitaalgoederen Stand 1 januari 145.000 Vermeerderingen: storting 50.000 Verminderingen 65.000
2024
2025
2026
130.000 50.000 73.000
107.000 50.000 61.000
96.000 50.000 60.000
Stand 31 december
107.000
96.000
86.000
130.000
In 2023 staan de volgende investeringen gepland: Investeringen 2023 bedrag Auto Auto
40.000 30.000 Totaal
70.000
Door het beheer van het stadsstrand Hoorn is een extra medewerker nodig waarvoor ook een auto moet worden aangeschaft.
15
16 Paragraaf Financiering Het Recreatieschap hanteert het treasurybeleid van de gemeente Stede Broec. Het Treasurystatuut is in 2017 geactualiseerd. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt een grens aan de korte financiering. Hiermee kan het renterisico op de korte financiering beperkt worden. De kasgeldlimiet wordt berekend als een bepaald percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. De uitvoeringsregeling FIDO bepaalt het percentage voor de kasgeldlimiet. Deze limiet is vastgesteld op 8,2% met een minimum van € 300.000. Deze norm wordt in 2023 niet overschreden (8,2% x € 1.612.000 = € 132.000). Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij de herfinanciering. Het renterisico op het begrotingstotaal overschrijdt de renterisiconorm niet (artikel 6, lid 1 Wet FIDO). De renterisiconorm wordt berekend door een vastgesteld percentage te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Deze norm is vastgesteld op 20% met een minimum van € 2.500.000. Deze norm wordt in 2023 niet overschreden. EMU-saldo Het EMU-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid.
Decentrale overheden moeten inzicht geven in de berekening van hun aandeel in dit EMU-saldo. Deze informatie wordt middels enquêtes aangeleverd bij het CBS. Voor gemeenschappelijke regelingen vindt een steekproef plaats wanneer deze een exploitatie heeft van € 20 miljoen of meer. Het Recreatieschap valt hierbuiten en is dus niet verplicht deze gegevens te publiceren.
16
17
Paragraaf Bedrijfsvoering Organogram 2023
Personeelsformatie Op 1 januar1 2023 werken er bij het Recreatieschap twaalf personen verdeeld over 11,15 fte. De toegestane formatie is 11,63 fte. Het Recreatieschap kan zelf geen personeel in dienst hebben. De personeelsleden worden daarom ingehuurd via de gemeente Stede Broec. Daarnaast is er een post van € 15.000 voor externe inhuur. Vanuit dit budget wordt er voor de afdeling Groenen Recreatiebeheer ingehuurd om de pieken in het hoogseizoen op te vangen. De inhuur gebeurt (onder andere) bij WerkSaam. Kosten personeel De kosten voor inhuur van het vaste personeel van het Recreatieschap bedragen in 2023 € 653.000. De kosten voor de beleidsmedewerker worden tot en met 2023 gedekt uit de reserve Natuur- en Recreatieplan. In 2024 ontstaat ruimte in de formatie en zullen deze daaruit worden gedekt. Facilitaire organisatie De zogenaamde PIOFAH-taken (personeel, inkoop, organisatie, financiën, automatisering en huisvesting) van het Recreatieschap worden door de SED-organisatie verzorgd. Om die reden is het Recreatieschap gehuisvest in het gemeentehuis van Stede Broec. De kosten voor deze ondersteuning bedragen voor 2023 € 154.000. Leeftijdsopbouw en ziekteverzuim De gemiddelde leeftijd van het eigen personeel bedraagt op 1 januari 2023 43 jaar. Er zijn vier medewerkers ouder dan 50 jaar, waarvan er twee 60 jaar of ouder zijn.
Het Recreatieschap streeft naar een ziekverzuimpercentage lager dan 4%. Stadsstrand Hoorn Voor het stadsstrand Hoorn is een totaalbudget geraamd in 2023. Dit zal nog nader uitgesplitst worden. Deze herverdeling zal zeer waarschijnlijk ook gevolgen hebben op deze paragraaf.
17
18
Financiële begroting Uitgangspunten bij de begroting De begroting is gebaseerd op de uitgangspunten uit de Kadernota 2023. De kadernota is voor een zienswijze naar de deelnemende gemeenteraden gestuurd. Indexering Voor de Begroting 2023 worden de voorgestelde richtlijnen van de Regietafel Gemeenschappelijke Regelingen Noord-Holland Noord gehanteerd. Conform deze richtlijnen hanteren wij 2,3% voor loonontwikkeling en 2,3% voor prijsontwikkeling. Conform de verhouding van loon- en prijsgevoelige elementen (70/30) wordt de gemeentelijke bijdrage met 2,3% geïndexeerd. De bijdrage per inwoner wordt € 6,27. Bij de opstelling van de begroting 2023 is verder rekening gehouden met de volgende uitgangspunten: • besluiten vergaderingen algemeen bestuur zijn tot en met december 2021 verwerkt; • het Recreatieschap Westfriesland beheert het stadsstrand Hoorn; • door indexatie is de bijdrage per inwoner verhoogd met € 0,13; • voor rente op nieuwe investeringen is 0,3% gehanteerd; • het afschrijvingsbeleid is conform het activabeleid; • de kapitaallasten zijn gebaseerd op de verwachte investeringen welke zijn opgenomen in deze begroting (zie bijlagen) en • de Algemene reserve mag niet groter zijn dan 2,5% van de lasten. Nieuw beleid Het maaibeheer vaarroutes (€ 10.000) en het beheer stadsstrand Hoorn (€ 69.000) zijn vanaf 2023 opgenomen in de reguliere werkzaamheden.
Bijstelling reguliere budgetten De budgetten voor onderhoud materieel, bedrijfskleding, opleidingskosten, brandstof en onderhoud terreinen zijn bijgesteld voor een totaal bedrag van € 23.000. Dit komt door toename van personeel, gestegen brandstofprijzen en meer gebruik van de terreinen.
18
19
Overzicht van baten en lasten en de toelichting Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
772.000 73.000 176.000 0 464.000 0
878.000 25.000 71.000 25.000 453.000 0
1.016.000 35.000 47.000 25.000 489.000 0
Totaal lasten
1.485.000
1.452.000
1.612.000
Baten Programma 1 – Recreatieterreinen Programma 2 - Recreatieve netwerken Programma 3 - Algemeen beheer en beleid Programma 4 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Overhead
147.000 17.000 0 1.238.000 0
164.000 0 0 1.258.000 0
237.000 0 0 1.351.000 0
0
0
0
1.402.000
1.423.000
1.587.000
Totaal saldo van baten en lasten
-83.000
-29.000
-25.000
Mutatie reserves Toevoeging reserves Onttrekking reserves
33.000 116.000
0 45.000
0 43.000
Totaal mutaties reserves
83.000
45.000
43.000
0
16.000
18.000
(voordeel)
(voordeel)
Product Lasten Programma 1 – Recreatieterreinen Programma 2 - Recreatieve netwerken Programma 3 - Algemeen beheer en beleid Programma 4 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Overhead Vennootschapsbelasting
Vennootschapsbelasting Totaal baten
(Geraamd) resultaat
Incidentele lasten en baten jaar Lasten Baten Reserves
2023
2024
2025
2026
0 0
0 0
0 0
0 0
0
0
0
0
Presentatie van het structureel begrotingssaldo Saldo baten en lasten Saldo toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo
-25.000 43.000 18.000 0 18.000
19
20 Post Onvoorzien jaar
2023
2024
2025
2026
25.000
25.000
25.000
20.000
Onvoorzien
De kosten voor de projecten Natuur- en Recreatieplan zijn nog niet verwerkt in de begroting. Dit gebeurt via de tussenrapportages en/of een apart voorstel. Structurele toevoegingen en onttrekkingen reserves 2023
2024
2025
2026
Onttrekkingen Pr. 1 - reserve kapitaallasten Streekbos Paviljoen Pr. 1 - reserve afschrijvingslasten Natuur- en Recreatieplan
1.000 42.000
1.000 44.000
1.000 44.000
1.000 44.000
Totaal
43.000
45.000
45.000
45.000
Uiteenzetting financiële positie en de toelichting Jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen Onder arbeidsrechtelijke verplichtingen worden verstaan de aanspraken op toekomstige uitkeringen door het huidige dan wel voormalige personeel. Het personeel van het Recreatieschap is in dienst van de gemeente Stede Broec. Het BBV maakt een onderscheid in arbeidsgerelateerde verplichtingen met en zonder jaarlijks vergelijkbaar volume. Op grond van artikel 44, derde lid BBV, is het niet toegestaan om een voorziening te vormen voor jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen met vergelijkbaar volume. Dit is niet van toepassing voor het Recreatieschap.
Investeringen Voor 2023 staan de volgende investeringen gepland. Investeringen van € 10.000 en hoger worden geactiveerd. Voor de verwachte investeringen voor de komende jaren verwijzen wij u naar de bijlage. Investeringen met economisch nut Auto Auto Totaal
Afschrijvingstermijn 7 jaar 7 jaar
Investeringsbedrag 40.000 30.000 70.000
Afschrijvingstermijn -
Investeringsbedrag -
Investeringen met maatschappelijk nut -
20
21
Financiering In 2023 heeft het Recreatieschap nog een langlopende lening. Naar verwachting moet er voor de investeringen in 2023 nieuwe financiering worden aangetrokken.
Reserves Reserves zijn middelen die onder het eigen vermogen vallen. In onderstaande tabel zijn voor 2022 per reserve de stortingen en onttrekkingen weergegeven. Voor de meerjarige stand en verloop van de reserves verwijzen wij u naar de bijlage. Ontwikkeling reserves 2023 Boekwaarde 1-1-2023 Algemene Reserve Bestemmingsreserves: Reserve Uitvoeringsprogramma Natuur- en Recreatieplan Reserves ter dekking van kapitaallasten: BR dekking kapitaallasten Streekbos Paviljoen BR dekking afschrijvingslasten Natuur- en Recreatieplan Totaal
Toevoeging Onttrekking
Boekwaarde 31-12-2023
40.000
16.000
0
56.000
1.286.000
0
0
1.286.000
17.000
0
1.000
16.000
495.000
0
42.000
453.000
1.838.000
16.000
43.000
1.811.000
Toelichting mutaties reserves: • De begrote boekwaarde van de algemene reserve is wellicht hoger dan de regionaal afgesproken norm van 2,5% van het totaal aan lasten. Als dit ook werkelijk wordt gerealiseerd zal het algemeen bestuur bij de bestemming van het jaarresultaat besluiten hoe hiermee om te gaan. Daarbij zullen de regionale afspraken gehanteerd worden. • BR dekking kapitaallasten Streekbos Paviljoen: onttrekking ter dekking afschrijvingslasten Paviljoen. • BR dekking afschrijvingslasten Natuur- en Recreatieplan: onttrekking ter dekking afschrijvingslasten voor investeringen voortkomende uit het Uitvoeringsplan Natuur- en Recreatieplan.
Voorzieningen Voorzieningen zijn onderdeel van het vreemd vermogen en worden gevormd voor verplichtingen, risico’s of verliezen waarvan de omvang nog onbekend is, maar wel redelijkerwijs te schatten is. Het Recreatieschap Westfriesland heeft een voorziening voor het groot onderhoud kapitaalgoederen. Voor de meerjarige stand en verloop van de voorziening verwijzen wij u naar de bijlage. Ontwikkeling voorziening 2023
Voorziening groot onderhoud kapitaalgoederen
Boekwaarde 1-1-2023
Toevoeging
Onttrekking
Boekwaarde 31-12-2023
145.000
50.000
65.000
130.000
21
22
Meerjarenraming In het onderstaande overzicht is de begroting 2023 inclusief de meerjarenbegroting 2024-2026 weergegeven. Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
2026
1.016.000
1.021.000
1.025.000
1.042.000
Programma 2 - Recreatieve netwerken
35.000
35.000
35.000
35.000
Programma 3 - Algemeen beheer en beleid
47.000
45.000
45.000
45.000
Programma 4 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
25.000
25.000
25.000
20.000
Overhead
489.000
489.000
489.000
489.000
0
0
0
0
1.612.000
1.614.000
1.619.000
1.631.000
237.000
237.000
237.000
237.000
Programma 2 - Recreatieve netwerken
0
0
0
0
Programma 3 - Algemeen beheer en beleid
0
0
0
0
1.351.000
1.351.000
1.351.000
1.351.000
Overhead
0
0
0
0
Vennootschapsbelasting
0
0
0
0
1.587.000
1.587.000
1.587.000
1.587.000
-25.000
-27.000
-32.000
-44.000
Toevoeging reserves
0
0
0
0
Onttrekking reserves
43.000
46.000
46.000
44.000
Totaal mutaties reserves
43.000
46.000
46.000
44.000
Geraamd resultaat
18.000
19.000
14.000
0
(voordeel)
(voordeel)
(voordeel)
Product Lasten Programma 1 - Recreatieterreinen
Vennootschapsbelasting Totaal lasten Baten Programma 1 - Recreatieterreinen
Programma 4 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Totaal baten
Totaal saldo van baten en lasten
Mutatie reserves
Autorisatie In de eerder opgenomen tabel is de begroting 2023 en de meerjarenraming weergegeven. Het algemeen bestuur autoriseert het dagelijks bestuur voor de hierboven genoemde bedragen. De begroting wordt vastgesteld door vaststelling van de totale lasten en baten.
22
23
Geprognosticeerde begin- en eindbalans 2023
Begin en eindbalans (bedragen x € 1.000)
1-1-2023
31-12-2023
2.610
2.511
ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa
0
0
2.610
2.511
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Liquide middelen
200 100
200 100
Overlopende activa
100
100
Totaal vlottende activa
400
400
3.010
2.911
1.854 913
1.801 821
145
130
2.912
2.752
Vlottende passiva Netto vlottende schulden rentetypische looptijd < 1 jaar
24
85
Overlopende passiva
74
74
Totaal vlottende passiva
98
159
3.010
2.911
Totaal vaste activa
Totaal ACTIVA
PASSIVA Vaste passiva Eigen Vermogen Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar Voorzieningen Totaal vaste passiva
Totaal PASSIVA
23
24 Bijlagen: • • • •
Verwachte investeringen Stand en verloop van reserves en voorziening Overzicht baten en lasten per taakveld Meerjarig geprognosticeerde balans
Verwachte investeringen Investeringen 2023-2026 jaar
2023
2024
Bruggen/steigers
2025
2026
afschr.termijn
10.000
20
Auto
40.000
9
Auto
30.000
7
Auto
34.000
10
Auto
30.000
32.000
7
Beschoeiing
12.000
36.000
10
Takkenversnipperaar
7
Maaimachine
70.000
7
Ruig terreinmaaier
13.000
7
Totaal
70.000
76.000
161.000
0
Het huidige beheerplan, inclusief investeringsprogramma, loopt tot en met 2031. Mutaties als gevolg van de actualisatie zullen verwerkt worden in de begroting.
24
Stand en verloop van reserves en voorziening
Ontwikkeling reserves 2023-2026
Al gemene Res erve
Boekwaarde Toevoeging 1-1-2023 40.000 16.000
Onttrekking Boekwaarde Toevoeging 31-12-2023 56.000 18.000
Onttrekking
Boekwaarde 31-12-2024
Toevoeging
74.000
19.000
Onttrekking
Boekwaarde 31-12-2025
Toevoeging Onttrekking Boekwaarde 31-12-2026
93.000
14.000
107.000
Bestemmingsreserves: Res erve Ui tvoeri ngs progra mma Na tuur- en recrea tiepl a n
1.286.000
0
0
1.286.000
0
0
1.286.000
0
0
1.286.000
0
0
1.286.000
Reserves ter dekking van kapitaallasten: BR dekki ng ka pi taa l l a s ten pa vi l joen Streekbos BR dekki ng a fs chri jvi ngs l a s ten Na tuur- en recrea tiepl a n
17.000 495.000
0 0
1.000 42.000
16.000 453.000
0 0
1.000 44.000
15.000 409.000
0 0
1.000 44.000
14.000 365.000
0 0
1.000 44.000
13.000 321.000
1.838.000
16.000
43.000
1.811.000
18.000
45.000
1.784.000
19.000
45.000
1.758.000
14.000
45.000
1.727.000
Aanwending Boekwaarde Toevoeging 31-12-2023
Aanwending
Boekwaarde 31-12-2024
Toevoeging
Aanwending
Boekwaarde 31-12-2025
Totaa l
Ontwikkeling voorziening 2023-2026 Boekwaarde Toevoeging 1-1-2023
Toevoeging Aanwending Boekwaarde 31-12-2026
Groot onderhoud ka pi taa l goederen
145.000
50.000
65.000
130.000
50.000
73.000
107.000
50.000
61.000
96.000
50.000
60.000
86.000
Totaa l
145.000
50.000
65.000
130.000
50.000
73.000
107.000
50.000
61.000
96.000
50.000
60.000
86.000
De begrote boekwaarde van de algemene reserve is wellicht hoger dan de regionaal afgesproken norm van 2,5% van het totaal aan lasten. Als dit ook werkelijk wordt gerealiseerd zal het algemeen bestuur bij de bestemming van het jaarresultaat besluiten hoe hiermee om te gaan. Daarbij zullen de regionale afspraken gehanteerd worden.
Overzicht baten en lasten per taakveld Taakveldenlijst Lasten
Baten
489.000 2.000 25.000 0
0 0 0 43.000
5. Sport, cultuur en recreatie 5.7 Openbaar groen (openlucht)recreatie
1.096.000
1.587.000
Totaal
1.612.000
1.630.000
0. Bestuur en ondersteuning 0.4 Ondersteuning organisatie 0.5 Treasury 0.8 Overige baten en lasten 0.10 Mutaties reserves
27
Meerjarig geprognosticeerde balans 31-122023
31-122024
31-122025
31-122026
Materiële vaste activa
2.511
2.435
2.429
2.261
Financiële vaste activa
0
0
0
0
2.511
2.435
2.429
2.261
Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar
200
200
100
100
Liquide middelen
100
75
75
75
Overlopende activa
100
75
75
75
Totaal vlottende activa
400
350
250
250
2.911
2.785
2.679
2.511
Meerjarig geprognosticeerde balans (bedragen x € 1.000) ACTIVA Vaste activa
Totaal vaste activa Vlottende activa
Totaal ACTIVA
PASSIVA Vaste passiva Eigen Vermogen
1.801
1.759
1.770
1.725
Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar
821
730
639
548
Voorzieningen
130
107
96
86
2.752
2.596
2.505
2.359
Totaal vaste passiva
Vlottende passiva Netto vlottende schulden rentetypische looptijd < 1 jaar
85
89
74
52
Overlopende passiva
74
100
100
100
Totaal vlottende passiva
159
189
174
152
2.911
2.785
2.679
2.511
Totaal PASSIVA
27
28
Het Recreatieschap in cijfers en kaarten
32 bruggen 21 objecten als (aanleg)steigers en strekdammen Ruim 9 kilometer beschoeiing Circa 26,8 kilometer (half)verharde wandel- en/of fietspaden Circa 17,5 kilometer graspaden 13 officiële zwemwaterlocaties (inclusief locaties van derden) 50 Ondergrondse vuilbakken 34 parkeerplaatsen 11 gebouwen 1 schutsluis
28
29
1 spoortunnel Diverse overige objecten en (recreatieve) voorzieningen
29
30
30
31
31