CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Visiedocument Mooi Gaan

gemeenteraad 16 december 2025, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Vaststellen Visiedocument Mooi gaan2.987 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Doelgroep en Zorgvisie Laagdrempelige Steunpunten (Werknaam: Mooi Gaan) Deel 1: Doelgroep 1.1 Voor wie De laagdrempelige steunpunten in Enkhuizen richten zich op een diverse groep inwoners die baat zouden hebben bij ondersteuning en sociale participatie, maar die om verschillende redenen geen gebruik maken van reguliere dagbesteding of andere formele zorgvoorzieningen. Het betreft mensen van alle leeftijden - van jong volwassenen tot ouderen - die zich in een 'grijze zone' bevinden: hun ondersteuningsbehoefte is te licht voor geïndiceerde dagbesteding, maar te groot om volledig zelfstandig te functioneren zonder enige vorm van structuur of begeleiding. Het is bedoeld voor inwoners die behoefte hebben aan meer dan alleen sociaal contact. Denk hierbij aan het aanleren of behouden van vaardigheden, maar ook structuur in de dag. Of je nu wat extra begeleiding nodig hebt bij het vinden van werk, of gewoon op zoek bent naar een goede invulling van je dag. 1.2 Kenmerken van de doelgroep De doelgroep kenmerkt zich door een combinatie van kwetsbaarheid en potentie. Het gaat om mensen die nog veel zelf kunnen, maar tegelijkertijd behoefte hebben aan structuur, sociale contacten en een zinvolle dagbesteding.

Vaak betreft het personen met een -vaak nietgediagnosticeerde- lichte verstandelijke beperking, mensen met een kwetsbare psychische gezondheid, eenzame ouderen, of volwassenen met een complexe achtergrond zoals een geschiedenis van middelengebruik. Een cruciaal kenmerk is dat deze mensen zelden zelf om hulp vragen. Dit kan komen door het stigma dat rust op begrippen als 'dagbesteding' of 'zorgverlening', gevoelens van schaamte rondom eenzaamheid, of eerdere negatieve ervaringen met de zorg. Ze willen niet gezien worden als 'zorgontvangers' maar juist als mensen die kunnen bijdragen aan de samenleving. 1.3 Concrete voorbeelden uit de doelgroep

Denk bijvoorbeeld aan een 45-jarige man met een geschiedenis van middelengebruik die zijn verslaving grotendeels onder controle heeft, maar voor wie een reguliere 9-tot-5 baan niet haalbaar is. Hij ziet zichzelf niet als iemand die dagbesteding nodig heeft en zou zich daar nooit voor aanmelden, maar zou wel willen bijdragen door bijvoorbeeld oude fietsen op te knappen of anderen te helpen. Of een oudere dame die grotendeels zelfstandig functioneert en alleen wat huishoudelijke ondersteuning ontvangt. Ze is eenzaam en wil graag nog betekenen voor anderen, maar zou zich schamen om dit toe te geven of zich aan te melden voor reguliere dagbesteding. Een gewoon buurthuis is te vrijblijvend - ze heeft behoefte aan structuur en verwachtingen. Ook denken we aan een man met beginnende dementie wiens dochter de mantelzorg op zich heeft genomen. Hij komt nog niet in aanmerking voor geïndiceerde dagbesteding omdat zijn problematiek daarvoor nog te licht is, maar de mantelzorger heeft wel dringend behoefte aan ontlasting. 1.4 Positie in het zorglandschap De laagdrempelige steunpunten vullen een belangrijke lacune op in het continuüm van ondersteuning. Ze positioneren zich tussen het buurthuis (volledig informeel) en de algemene voorziening/dagbesteding, als opstap naar meer gespecialiseerde maatwerkvoorzieningen.

Deze positie maakt ze bij uitstek geschikt voor mensen die meer nodig hebben dan een vrijblijvend buurthuis, maar nog niet toe zijn aan of behoefte hebben aan formele dagbesteding.

Deze geleidelijke opbouw zorgt ervoor dat mensen stapsgewijs kunnen groeien in hun ondersteuningsbehoefte, zonder grote drempels te hoeven overwinnen. Voor nu is het dan ook wenselijk om aanbieders te subsidiëren die een contract hebben voor dagbesteding op grond van de Wmo. Dit kan ook een onderaannemerschap zijn. Het voordeel hiervan is dat de aanbieders

gecontroleerd zijn op het aanbieden van kwaliteit. Daarnaast is het voor dit moment fijn als een cliënt achteruit gaat in zijn situatie hij met een indicatie voor dagbesteding gewoon bij de aanbieder dagbesteding kan blijven volgen, maar dan als maatwerk met een indicatie op grond van de Wmo. Door consulenten met enige regelmaat de dagbestedingslokaties te laten bezoeken om de gang van zaken aldaar te monitoren is het mogelijk om gelijk op lokatie een gesprek te voeren met een cliënt waardoor de indicering ook op eenvoudige en laagdrempelige wijze geschiedt. In de visie op de toekomst willen we meer vormen van dagbesteding laten vallen onder de algemene voorziening Mooi Gaan. Dit zal in bijeenkomsten met aanbieders van Mooi Gaan bekeken worden. Bij de pilot Dagbesteding als Algemene Voorziening is hier immers ervaring mee opgedaan. Ook willen we dit monitoren in samenwerking met de gemeenten uit de SED en de rest van de regio Westfriesland. De visie op de langere termijn is dat alleen nog gespecialiseerde dagbesteding als maatwerkvoorziening ingekocht en aangeboden wordt. Hiervan is sprake als cliënten meer ondersteuning nodig hebben vanwege gedragsproblematiek of gespecialiseerde hulp nodig hebben vanwege lichamelijke problematiek danwel een situatie waarbij sprake is van meervoudige problematiek.

Deel 2: Zorgvisie en Werkwijze 2.1 Preventieve functie Door tijdig laagdrempelige ondersteuning te bieden, voorkomen we dat mensen (al dan niet eerder) doorstromen naar zwaardere, duurdere zorgvormen. Voor de man met een geschiedenis van middelengebruik betekent zinvolle dagbesteding en sociale contacten een beschermende

factor tegen terugval in verslavingsgedrag. Voor de eenzame oudere dame voorkomt regelmatige sociale participatie de ontwikkeling van fysieke en psychische klachten die vaak het gevolg zijn van langdurige eenzaamheid. Ook voor mantelzorgers biedt het tijdige ontlasting voordat de zorglast te zwaar wordt. 2.2 Laagdrempelige toegang en nabijheid De fysieke nabijheid van een steunpunt in Enkhuizen is cruciaal. Juist omdat het om mensen gaat die drempelvrees hebben, moet de toegang zo laagdrempelig mogelijk zijn. Mensen kunnen zonder indicatie instromen op basis van eigen behoefte of doorverwijzing. 2.3 Professionele inzet en begeleidingsmodel De steunpunten werken met een lagere professional-cliënt ratio dan reguliere dagbesteding zoals die nu is aanbesteed (1 professional op 10 cliënten versus 1 op 6 en 1 op 8 bij dagbesteding). Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van ervaringsdeskundigen die door hun eigen ervaring een sterke verbinding kunnen maken met de doelgroep. 2.4 Signalerende en verwijzende functie Medewerkers hebben een belangrijke signalerende functie om te herkennen wanneer de steunpunten te lichte zorg bieden of wanneer er aanvullende dan wel andere ondersteuning nodig is. Doorstroming is afhankelijk van de individuele deelnemer en kan variëren van permanente deelname tot afschaling of doorverwijzing naar andere voorzieningen.

Aanleiding voor doorverwijzing naar zwaardere zorg ontstaat wanneer de aanbieder inschat dat het onveilig is om een deelnemer mee te laten doen in een groep met minder begeleiding, bijvoorbeeld bij zich ontwikkelende dementie, leeftijdsgerelateerde achteruitgang (hulp bij toiletgang bijvoorbeeld), of wanneer onduidelijke problematiek (zoals nietgediagnosticeerde LVB) duidelijk wordt. Ook als de aanbieder zelf ingekocht is voor de zwaardere ondersteuning zal een indicatie nodig zijn voor het leveren van deze ondersteuning. De aanbieder kan wel eventueel helpen met de melding en het gesprek. Aanvullende zorg kan worden aangevraagd in overleg met de deelnemer, zoals hulp in het huishouden of formulierenbrigade. Er wordt opgeschaald naar specialistische dagbesteding wanneer dat nodig blijkt. Om dit proces te ondersteunen gaat elke 4-6 maanden een gemeentelijke consulent op bezoek bij de aanbieders. Aanbieders kunnen tussentijds in gesprek met de consulent wanneer zij twijfels hebben over de passendheid van de zorg voor een specifieke deelnemer. Dit is als vervanging van de herindicatie momenten etc.

De consulent kan eventueel ook op locatie een keukentafelgesprek voeren, of een eerste aanzet daartoe. Dat maakt het voor de inwoner minder bureaucratisch en neemt een drempel weg voor het vragen van hulp of het omschrijven van een hulpvraag.

2.5 Wederkerigheid en eigenwaarde Centraal staat het idee van wederkerigheid en eigenwaarde. Deelnemers zijn geen passieve zorgontvangers, maar actieve participanten die zowel geven als ontvangen. Ze ontwikkelen nieuwe vaardigheden, krijgen structuur in hun dag, en voelen zich nuttig en gewaardeerd. Deze benadering behoudt hun eigenwaarde en autonomie. 2.6 Dagstructuur en activiteitenaanbod De steunpunten werken met een flexibele dagstructuur van dagdelen van 3 uur, waarbij er 2 dagdelen per dag mogelijk zijn. Een organisatie kan maximaal 18 dagdelen per week aanbieden, terwijl een individuele deelnemer maximaal 4 dagdelen per week afneemt. Deze structuur biedt voldoende regelmaat zonder te rigide te zijn. Het activiteitenaanbod is ontwikkelingsgericht en vergelijkbaar met dat van reguliere dagbesteding, maar met minder intensieve professionele begeleiding. Activiteiten kunnen bestaan uit kringloopwinkels, diverse werkplaatsen (hout, keramiek, kunst, koken), tuinonderhoud, creatieve activiteiten, kooktrainingen, eetgroepen, en sociale activiteiten. Bij gespecialiseerde aanbieders zoals Wings of Change kunnen activiteiten ook bestaan uit dierenverzorging, educatieve programma's, groenonderhoud en technische klussen.

Het is mogelijk dat deelnemers van de steunpunten en reguliere dagbesteding gemengd deelnemen aan activiteiten, waarbij het verschil zit in de begeleidingsintensiteit en declaratiestructuur. 2.7 Samenwerking tussen aanbieders De verschillende lokale aanbieders hebben elk hun eigen specialisme en sluiten daarmee aan bij verschillende type deelnemers. Onderlinge samenwerking is echter een vereiste: als een deelnemer binnenkomt via een steunpunt maar beter zou gedijen bij een andere aanbieder, is het de verantwoordelijkheid van de eerste aanbieder om de deelnemer te motiveren en te begeleiden naar de meest passende voorziening. Deze samenwerkingsverplichting wordt onderdeel van de eisen aan aanbieders van steunpunten. In Enkhuizen zijn meer aanbieders van dagbesteding. Bij de uitvraag kunnen zij ook uitgenodigd worden om deel te nemen in deze voorziening. Voor het op- en afschalen lijkt het zinvol om alleen aanbieders te

benaderen die ook gecontracteerd zijn voor de Wmo of als onderaannemer functioneren. 2.8 Kwaliteit en evaluatie De kwaliteitseisen voor steunpunten zijn vergelijkbaar met die voor dagbesteding, maar met aangepaste professionaliteitseisen die aansluiten bij het karakter van de voorziening. Succes wordt onder andere gemeten aan de hand van herindicaties: mensen die normaal gesproken dagbesteding zouden krijgen, kunnen dankzij dit laagdrempelige aanbod met een kostenefficiëntere variant ook voldoende geholpen worden.

Deel 3: Lange termijn visie 3.1 Regionale ontwikkelingen De steunpunten zijn onderdeel van een bredere transformatie waarbij de regio werkt aan het omvormen van dagbesteding van een geïndiceerde voorziening naar een Algemene Voorziening. Deze ontwikkeling vormt de stip op de horizon voor de toekomstige zorgstructuur. Voor nu worden de laagdrempelige steunpunten voor Enkhuizen ontwikkeld als een definitief vervolg op de pilot “Dagbesteding als Algemene voorziening”. 3.2 Landelijke ontwikkelingen Deze visie past bij de landelijke ontwikkeling waarin gemeenten experimenteren met dagbesteding als algemene voorziening, waarbij de toegang laagdrempeliger wordt en mensen sneller de juiste ondersteuning krijgen zonder langdurige indicatieprocessen. De laagdrempelige steunpunten vullen daarmee een belangrijke leemte op tussen informele ondersteuning en formele zorgverlening, en bieden een veilige haven voor mensen die ergens tussenin zitten maar wel degelijk ondersteuning kunnen gebruiken om optimaal te kunnen participeren in de samenleving. Scenario 1: Dagbesteding als Algemene Voorziening Wanneer de regio over gaat tot het aanbieden van dagbesteding als algemene voorziening, zullen de laagdrempelige steunpunten functioneren als aanlandplekken.

Hiermee bieden ze deelnemers een plek om te 'landen' in het zorgaanbod, waar aanbieders hen kunnen laten meedraaien totdat duidelijk wordt wat hun precieze zorgbehoefte is of tot er voldoende vertrouwen is opgebouwd om cliënt alsnog te voorzien van een indicatie. Dit voorkomt verkeerde plaatsingen, zorgt voor een meer passende match tussen deelnemer en zorgaanbod en biedt ruimte voor de ontwikkeling van een vertrouwensband. Daarnaast voorziet opgedane ervaring met cliënten die via de laagdrempelige steunpunten zijn ondersteund informatie over de doelgroep en geeft ons houvast voor financiële afspraken met regionale aanbieders. Scenario 2: Dagbesteding blijft op indicatie Wanneer de regio niet over gaat tot het aanbieden van dagbesteding als algemene voorziening, dan blijven de laagdrempelige steunpunten in de vorm zoals in deze visie gehandhaafd en vormen ze een aanvullend onderdeel op het zorgaanbod. Zeer waarschijnlijk zal deze goedkopere variant op de dagbesteding een oplossing bieden waarbij de cliënt pas veel later over zal gaan op de duurdere dagbesteding op indicatie. Wel houden we zicht op het aantal deelnemers wat instroomt en het aantal deelnemers wat een indicatie vraagt. Omdat we vanaf 1 juli geen arrangementen meer verstrekken

maar losse producten is het ook op termijn zichtbaar wat de laagdrempelige steunpunten opleveren versus de geïndiceerde dagbesteding. Deel 4: Financiering Kostprijsberekening Voor de financiële onderbouwing van de laagdrempelige steunpunten wordt uitgegaan van het kostprijsonderzoek van KPMG naar dagbesteding wat gebruikt is bij de regionale aanbesteding 2025. Het basisscenario met een verhouding van 1 professional op 10 cliënten, voornamelijk MBOopgeleid personeel en inzet van vrijwilligers, resulteert in een kostprijs van € 6,00 per uur per cliënt. Aangezien dit prijzen zijn van 2025 kan met enige prijsindexatie geconcludeerd worden dat een prijs van € 6,50 euro per uur op 1 januari 2026 een reële prijs is als minimumvariant. Bij een marktconsultatie in dit project is de prijs besproken met een aanbieder, die aangaf niet voor dit bedrag de gewenste dienst t kunnen leveren. Daarom wordt gerekend met een bedrag van € 8,00 per uur/ € 24,00 per dagdeel en bij de inschrijving moet de aanbieder dan een uitgebreide kostprijsberekening voegen waaruit blijkt dat € 8,00 per uur voor hem reëel is. Doorgerekend naar kosten per jaar resulteert dit in een structureel kostenplaatje van € 222.040.

Kostprijs Dagbesteding Verhouding Profiel Kostprijs per Scenario professional:c medewerke uur per cliënt liënt rs Basisscena rio (laag intensief) Ingekocht Dagbested ing A (gemiddel d intensief) Ingekocht Dagbested ing B (hoog intensief)

Argumentatie

Voornamelijk mbo, € 6,00 vrijwilligers

Grote groepen, lichte ondersteuning, inzet goedkope krachten.

1:8

Mix mbo-hbo € 12,69

Kleinere groep, iets meer ondersteuning, professionele aanwezigheid nodig.

1:6

Vooral hbo€ 16,75 professionals

Kleinere groep, hogere zorgvraag, hogere loonkosten.

1:10

Bron: huidige tarieven Wmo Dagbesteding/Kostprijsonderzoek KPMG

Uitgangspunten berekening De financiële berekening is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:  Aantal cliënten: 50 (gebaseerd op de pilot dagbesteding)  Gemiddeld aantal dagdelen per cliënt: 4 per week  Dagdeel: 3 uur (de ingekochte dagbesteding gaat uit van 4 uur)  Maximum kostprijs: €8,00 per uur per cliënt, mits onderbouwd door de aanbieder  Er wordt een beperkt vervoerscomponent opgenomen omdat we uitgaan van dichtbij-op-de-cliënt als meerwaarde. Indien het echter in het belang van de cliënt is, dan is het mogelijk om vervoer te declareren. Hiervoor is een motivatie benodigd.  Coördinatie/monitoring door beleid en uitvoering (monitoring + inzet vast contactpersoon): € 30.000,00  Overige kosten communicatie, juridische en administratieve ondersteuning, incidenteel vervoer, post onvoorzien): € 12.500  De cliënten regelen in principe zelf het vervoer naar en van Mooi Gaan Berekening jaarbegroting  50 cliënten × 4 dagdelen per week = 200 dagdelen per week  200 dagdelen per week × 52 weken = 10.400 dagdelen per jaar  10.400 dagdelen × 3 uur per dagdeel = 31.200 uur per jaar  31.200 uur × € 8,00 per uur = € 249.600 per jaar  Vaste kosten € 30.000 bij zes aanbieders  Overige kosten € 12.500 

€ 322.100 totaal

Kostenefficiëntie De laagdrempelige steunpunten bieden een kostenefficiënt alternatief voor reguliere dagbesteding. Waar reguliere dagbesteding werkt met een 1:8 professional-cliënt ratio en prijzen van € 12,69 per uur, kunnen de steunpunten met een 1:10 ratio voor een bedrag van € 6,50 - € 8,00 per uur functioneren. Voor vergelijking: dezelfde 50 cliënten in reguliere dagbesteding (prijspeil 2025 € 50,77 per dagdeel ingekochte dagbesteding A) zouden € 546.717 per jaar kosten. De laagdrempelige steunpunten realiseren daarmee een afvlakking van de kosten van maximaal € 224.617 voor een groep die voldoende heeft aan lichtere ondersteuning. Financieringsmodel Het financieringsmodel combineert een basisfinanciering met prestatiegerichte bekostiging:

Basisfinanciering: Voor elke organisatie wordt een minimumbedrag beschikbaar gesteld voor structurele kosten, onafhankelijk van het werkelijke gebruik  Prestatiegerichte bekostiging: Aanvullende financiering op basis van daadwerkelijk geleverde dagdelen Deze opzet waarborgt enerzijds continuïteit voor aanbieders en anderzijds efficiënte besteding van publieke middelen door prestatiegerichte elementen. 

Meerjarige financiële impact De investering in laagdrempelige steunpunten heeft een preventieve werking die op langere termijn tot verdere besparingen leidt door:  Voorkoming van doorstroom naar duurdere zorgvormen  Behoud van zelfredzaamheid van cliënten  Ontlasting van mantelzorgers  Vroege signalering van zorgbehoefte Deze preventieve effecten zijn financieel niet direct meetbaar, maar dragen bij aan de duurzame beheersing van zorgkosten in bredere zin. De laagdrempelige steunpunten vullen daarmee een belangrijke leemte op tussen informele ondersteuning en formele zorgverlening, en bieden een veilige haven voor mensen die ergens tussenin zitten maar wel degelijk ondersteuning kunnen gebruiken om optimaal te kunnen participeren in de samenleving. Daarom wordt gekozen voor het structureel inzetten van deze voorziening en niet als pilot. Uit de pilot dagbesteding als algemene voorziening is immers gebleken dat dit bijdraagt aan de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van mensen. Doordat zij geen aanvraagprocedure hoeven te doorlopen, maar gewoon kunnen “aanlanden” voelen zij zich meer zelfredzaam, wat een doel is van de Wmo. Mocht het zo zijn dat deze voorziening op termijn op kan gaan in een algemene voorziening Dagbesteding, dan kunnen nieuwe afspraken gemaakt worden.

Voor de structurele uitvoering van de Laagdrempelige Steunpunten in de gemeente Enkhuizen is gekozen voor financiering via een gemeentelijke subsidieregeling. In dit hoofdstuk wordt toegelicht waarom deze financieringsvorm passend is bij het karakter van de voorziening en hoe deze vorm bijdraagt aan een effectief en doelmatig gebruik van publieke middelen. Aard van de voorziening De Laagdrempelige Steunpunten zijn bedoeld als algemene voorziening, vrij toegankelijk voor inwoners zonder indicatie. Ze vormen een aanvulling op informele voorzieningen zoals buurthuizen, en een voorliggende

voorziening ten opzichte van reguliere, geïndiceerde dagbesteding. De nadruk ligt op preventie, participatie en laagdrempelige ondersteuning. Er wordt gekozen voor een financiering via subsidieregeling in plaats van een aanbesteding. Geschiktheid van gunning via subsidie De subsidieregeling is passend omdat:  De voorziening een publieke taak dient die aansluit bij het gemeentelijk beleid en lokaal maatwerk vereist.  Er sprake is van beperkte schaal en een overzichtelijk aantal aanbieders met lokale binding.  De aard van het aanbod niet strikt inkoopgericht is, maar samenwerking en continuïteit vraagt.  De gemeente zo invloed houdt op kwaliteit en samenwerking via voorwaarden in de subsidieregeling.  De regeling ruimte laat voor flexibiliteit en innovatie vanuit de aanbieders zelf. Alternatieven afgewogen Een formele aanbesteding is overwogen, maar minder passend geacht vanwege het risico op uitsluiting van kleinschalige, maatschappelijke aanbieders die juist essentieel zijn voor dit type voorziening. Een openhouse constructie zou kunnen, maar vereist complexe juridische borging en kan leiden tot versnippering. Een subsidieregeling biedt daarentegen balans tussen beheersbaarheid, inhoudelijke sturing en rechtmatigheid. Samenvatting en borging De gemeente kiest ervoor om via een subsidieregeling aanbieders te ondersteunen bij het realiseren van Laagdrempelige Steunpunten.

De regeling bevat duidelijke inhoudelijke criteria, transparante beoordelingskaders en verantwoordingsverplichtingen. Deze aanpak sluit aan bij de aard van de voorziening, stimuleert samenwerking en maatwerk, en draagt bij aan een doelmatige inzet van gemeentelijke middelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16258465/2