CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Advies kwartiermaker 7 januari 2025

gemeenteraad 17 februari 2026, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Doorontwikkeling regionale samenwerking - raadsvoorstel en advies kwartiermaker3.818 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies kwartiermaker Doorontwikkeling regionale samenwerking gemeenteraden Aan:

de gemeenteraden van de zeven Westfriese gemeenten

Van:

Kwartiermaker Fouzia Mahdaoui

Datum: 7 januari 2026

▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂ Geachte leden van de raad,

In april 2025 ontving ik de opdracht om als kwartiermaker een raadsvoorstel voor te bereiden over het vervolg van de doorontwikkeling van de regionale samenwerking tussen de raden in Westfriesland. Op de regionale raadsledenbijeenkomst van 26 november 2025 (en vervolgens ook per e-mail) deelde ik mijn eerste bevindingen met u waarna er gelegenheid was tot het stellen van vragen en het doen van laatste suggesties. Mijn bevindingen leiden tot onderstaand advies ten behoeve van het raadsvoorstel.

Aanleiding De regio Westfriesland kent in de afgelopen tien jaren al een zekere cultuur van regionale samenwerking en dit kent in meer en mindere mate een zeker draagvlak. In 2021 is gestart met het gesprek over de doorontwikkeling van de regionale raadsledenbijeenkomsten die in de bestuurlijke regio Westfriesland worden georganiseerd. De griffiers hebben een aanzet voor die doorontwikkeling gedaan en benadrukten daarbij de noodzaak om regionaal samen te werken op de grote maatschappelijke opgaven en het benodigde eigenaarschap en betrokkenheid van de raden.

Rapport TwynstraGudde 2023 Vervolgens is bureau TwynstraGudde gevraagd om het vervolg van het doorontwikkeltraject te begeleiden. Belangrijk uitgangspunt hierbij was dat lokale autonomie en besluitvorming leidend blijven. In 2023 heeft TwynstraGudde een perspectief op de toekomst geschetst (zie bijlage). Een

1

perspectief waar meer focus wordt aangebracht en een samenwerking wordt ingericht met een echte samenwerkingscultuur. In dit rapport adviseren zij om toe te werken naar een regionale raadscommissie. Omdat duidelijk was dat dat voor velen nog een brug te ver was, is ook een tweede perspectief uitgewerkt. Dit tweede perspectief bevat de volgende elementen: ➢

De regionale raadsledenbijeenkomsten blijven het hart van de samenwerking;

➢

Een agendacommissie waarin regioambassadeurs (ondersteund door een regiogriffier) de invulling van de regionale raadsledenbijeenkomsten meer op maat maken;

➢

Bij een aantal bijeenkomsten wordt specifiek gewerkt aan het verhogen van grip op de gemeenschappelijke regelingen door met rapporteurs meer informatie op te doen over deze samenwerkingsverbanden;

➢

Het versterken van een professionele organisatie, door financiële middelen beschikbaar te stellen voor ondersteuning door een regiogriffier. (Benadrukt werd dat extra middelen ook nodig zijn als wordt besloten de huidige invulling van de regionale raadsledenbijeenkomsten in stand te houden.)

Opdracht aan kwartiermaker 2025 Mij is vervolgens gevraagd om met het rapport van TwynstraGudde in de hand een raadsvoorstel voor te bereiden over het vervolg van de doorontwikkeling. De opdracht aan mij als kwartiermaker luidde als volgt: het faciliteren van de doorontwikkeling van de regionale raadsledenbijeenkomsten in de startfase en de besluitvorming voorbereiden voor de inrichting en structurele ondersteuning van de regionale raadssamenwerking. Of simpeler: werken aan een routekaart met als eindbestemming een raadsvoorstel over het vervolg op de doorontwikkeling.

Het volgende heeft geleid tot dit advies en bijbehorend raadsvoorstel: ➢

Een ronde langs alle presidia, griffiers en burgemeesters over ervaringen en verbeterpunten;

➢

Gesprekken met het Regioteam, de provincie en de Samenwerkingsdriehoek over ervaringen en verbeterpunten;

➢

Deelname aan en voorbereiding van 5 regionale raadsledenbijeenkomsten, waaronder twee bijeenkomsten over het Pact van Westfriesland;

➢

Gesprekken met griffiers, adviseurs en raadsleden uit verschillende regio’s (o.a. Alkmaar en Noordkop);

➢

Deelname aan een regionale raadsledenbijeenkomst in de regio Alkmaar en het online volgen en terugkijken van regionale raadscommissievergaderingen in de Noordkop;

➢

En uiteraard dossieronderzoek.

2

Waarom samenwerken op raadsniveau zo belangrijk is Zoals ook al in het rapport van TwynstraGudde aan de orde kwam, verbreedt en verdiept het takenpakket van gemeenten zich. Daarnaast is de regionalisering van het lokale bestuur een trend in gemeenteland. De ene keer door (verandering van) wetgeving, de andere keer door lokale en regionale overwegingen. Steeds vaker pakt het lokale bestuur opgaven in samenwerking met buurgemeenten op. Dat gebeurt ook in Westfriesland. Daarmee groeit de bestuurlijke maar ook de financiële (steeds groter deel van de gemeentelijke begroting) aandacht die uitgaat naar ‘de regio’. Samenwerking is ook een logisch vervolg voor gemeenten die niet (verder) willen herindelen. De gemeenten zijn simpelweg te klein om alle taken op lokaal niveau op te pakken en daarom is samenwerking op alle niveaus (ambtelijk, college en raad) noodzakelijk.

Democratische legitimiteit Gemeenteraden – onder andere de Westfriese - worstelen met hun rol en de grip die zij kunnen hebben op het aansturen van de diverse regionale samenwerkingsverbanden. Daarnaast zijn steeds meer maatschappelijke opgaven niet meer op lokale schaal op te lossen en kijkt ook het Rijk steeds vaker naar ‘de regio’. De roep om een passende democratische legitimiteit van samenwerkingsverbanden en opgaven waarin men samen optrekt, neemt toe. Anders gezegd: hoe zorgen we ervoor dat gekozen raden hun kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol waar kunnen maken als er intergemeentelijk wordt samengewerkt?

Pact van Westfriesland 2025-2035 De regio Westfriesland kent de ambitie om sociaaleconomisch krachtiger te worden. De individuele gemeenten hebben echter beperkte middelen en capaciteit om hier grootse activiteiten in te ondernemen. Daarvoor zijn focus en gerichte inzet een oplossing. Omdat u dit onderkent en hierop wilt investeren, hebben uw raden zeer recent de herijking van het Pact van Westfriesland voor de periode 2025-2035 vastgesteld. Dit Pact vormt de strategische agenda van de zeven gemeenten in samenwerking met ondernemers, onderwijs en maatschappelijke organisaties. Het Pact geeft richting aan de ontwikkeling van uw regio in de komende tien jaar en heeft als doel het versterken van de brede welvaart langs vier strategische agendapunten en met een stevig fundament. De 4 strategische agendapunten zijn: 1. Koploper innovatieve Agri & Food-sector 2. Dé regio voor ondernemers

3

3. Doordachte ruimtelijke keuzes 4. Westfriesland zorgt voor later

Onder deze agenda ligt een stevig fundament met aandacht voor wonen, energie/ duurzaamheid en mobiliteit. Ook bij dit Pact speelt de vraag hoe de raden hun kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol goed kunnen invullen. Ook tijdens de door mij gevoerde gesprekken en de raadsledenbijeenkomsten over het Pact blijkt dat dit nog steeds als grote uitdaging wordt ervaren. Het is belangrijk dat de raden bij de keuzes in het Pact en de vervolgstappen daarin in positie worden gebracht en (gezamenlijk) actief sturen op opgaven of activiteiten die verbinden.

Gemeenschappelijke regelingen Daarnaast vraagt de complexiteit van de opgaven vaak om bovenlokale samenwerking in gemeenschappelijke regelingen (GR’en). Juist die complexiteit maakt het belangrijk om genoeg kennis te vergaren over de GR’en om als raden de kaderstellende en controlerende rol te vervullen. Door samen op te trekken wordt dit eenvoudiger. Regelmatig is naar voren gekomen dat raadsleden nu het gevoel hebben te ‘tekenen bij het kruisje’ als het gaat om GR’en. Ook heeft Westfriesland – ten opzichte van de andere regio’s in Noord-Holland Noord – geen gelijkluidende boodschap voor de GR’en op dat schaalniveau. De rol die de gemeenteraden hier zelf in kunnen spelen wordt op dit moment onnodig klein(er) gehouden. Als hoogste organen zijn de raden echter wel verantwoordelijk en kunnen de raadsinstrumenten die ze hebben wel degelijk worden ingezet. Door samen te weten waar op te letten, komt een individuele raad beter in positie én kan in gezamenlijkheid een duidelijkere vuist gemaakt worden richting een regionaal samenwerkingsverband dan als individuele raad.

In het rapport van TwynstraGudde werden drie doelstellingen opgesteld voor de samenwerking tussen gemeenteraden die aansluiten bij het belang van de samenwerking en de gewenste doorontwikkeling zoals door de (meeste) raadsleden wordt beleefd. Deze doelstellingen vormen daarmee een gezamenlijke ambitie (het waarom) van de samenwerking: ➢

Het creëren van overzicht en kennis van regionaal belegde taken en ambities;

➢

Het stimuleren van regionale belangenafweging bij lokale besluitvorming door de individuele raden;

➢

Grip hebben op en sturing geven aan de regionale samenwerkingsverbanden.

Samenwerking in de toekomst, hoe? Met deze kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol van de raden en deze

4

doelen van regionale samenwerking voor ogen: hoe kan de samenwerking dan het beste worden vormgegeven en wat is daarvoor nodig?

In het land is te zien dat verschillende vormen van samenwerking de gestelde doelen kunnen dienen én dat ze tegelijkertijd ook eigen uitdagingen met zich meebrengen. Wat buiten kijf staat, is dat het investeren in kundige en adequate ondersteuning en begeleiding randvoorwaardelijk is voor een goede regionale samenwerking.

Hoewel de regionale samenwerking zeker doorontwikkeling vereist, mag ook kort stil worden gestaan bij wat er wel is opgebouwd. Er worden regionale raadsledenbijeenkomsten georganiseerd. Er wordt aansluiting gezocht tussen de bestuurlijke portefeuillehoudersoverleggen en deze bijeenkomsten en er is een basis om verder op te bouwen.

Status quo De regionale raadsledenbijeenkomsten in hun huidige informatieve vorm behouden (de status quo) is echter niet opportuun. Allereerst omdat de vastgestelde doelen voor de samenwerking hier niet mee worden behaald. Er wordt wel wat kennis en overzicht over de taken gecreëerd, maar aan de andere doelen wordt niet tegemoet gekomen. Daarnaast geven raadsleden bijna unaniem aan zeer ontevreden te zijn over de huidige werkwijze. De meeste raadsleden nemen zelden of nooit deel aan de regionale bijeenkomsten. Zij noemen de bijeenkomsten saai, te abstract of teveel herhaling. Dit blijkt ook uit de steeds lagere opkomst bij de regionale raadsledenbijeenkomsten. Inmiddels is het aantal gedaald tot gemiddeld circa 20% (30 raadsleden) van het totaal aantal raadsleden in Westfriesland. Ten tweede is zelfs voor het behouden van de status quo capaciteit voor ondersteuning nodig. Dit lijkt misschien gek, aangezien de bijeenkomsten nu ook worden georganiseerd. Echter vindt dit plaats naast de reguliere uren van de griffiers. Er is eigenlijk geen tijd over om de bijeenkomsten te organiseren. Als de raden willen dat de huidige samenwerking blijft voortduren, dan kan dit alleen als er structurele ondersteuning komt omdat het geen duurzame oplossing is dat de griffiers deze organisatie en voorbereiding blijven doen naast alle andere werkzaamheden die zij lokaal verrichten.

Maar als uw raden bereid zijn daadwerkelijk te investeren in de ondersteuning, dan kan een betere stap vooruit worden gemaakt en blijven we niet in hangen in de status quo waar niemand echt tevreden mee lijkt te zijn.

Regionale raadscommissie Hoewel ze in de Noordkop goede ervaringen met een regionale raadscommissie hebben, ervaren

5

ook zij daar hun eigen uitdagingen. In de Noordkop wordt als zeer positief ervaren dat de regionale raadscommissie een vehikel biedt voor verdere verdieping en verbetering van de samenwerking. Ook wordt enorm gewaardeerd dat de commissie wordt ondersteund door een regionale commissiegriffier. In de Noordkop is echter de uitdaging dat juist de regionale samenwerking op ambtelijk en bestuurlijk niveau nog niet goed is ingericht. Ook is er geen lange termijn agenda en de lokale partijen zijn niet vertegenwoordigd in de regionale raadscommissie. De commissie fungeert vooral voor gezamenlijke beeldvorming en Texel doet alles nog eens dunnetjes over in hun lokale commissies. In de Noordkop zijn ze nu juist aan het investeren in de ambtelijk-bestuurlijke samenwerking.

In Westfriesland is de regionale samenwerking op ambtelijk en bestuurlijk niveau juist verder gevorderd en missen we de structuur om de samenwerking op raadsniveau naar een hoger niveau te tillen. De stap van de huidige situatie naar een regionale raadscommissie lijkt me voor dit moment, zonder goede ondersteuning en voorbereiding, echter nog een stap te ver. Deze stap brengt nog teveel onzekerheden met zich mee. Vooral op het gebied van democratische legitimiteit. Dit standpunt baseer ik op mijn bevindingen en de gesprekken die ik met raadsleden heb gevoerd. Tegelijkertijd sluit ik aan bij het idee van TwynstraGudde om deze mogelijkheid in het vizier te houden en na verloop van enige tijd deze optie te heroverwegen. In de tussentijd zou geëxperimenteerd kunnen worden met een regionale raadsledencommissie voor één specifiek onderwerp, bijvoorbeeld Jeugdzorg1. Dit geeft meer inzicht in wat voor Westfriesland zou kunnen werken, dan wanneer het bij een abstract idee blijft. Een regionale samenwerking blijft altijd in beweging. Het is dan ook belangrijk om mee te blijven bewegen met wat de tijd vraagt. Hiervoor is het belangrijk om een aanjager te hebben in de vorm van eigen regionale ondersteuning van de gezamenlijke raden. Hier kom ik later in dit advies op terug.

Hoe dan wel? Ik zou in mijn advies verder willen aansluiten bij wat TwynstraGudde perspectief 2 noemt. Dit perspectief bevat een duidelijke stap voorwaarts met een agendacommissie met afgevaardigden uit elke raad, een aantal regionale raadsledenbijeenkomsten, een aantal GR bijeenkomsten met afgevaardigden uit elke raad en investering in ondersteuning (TwynstraGudde gaat uit van 0,8 fte). Ik licht hieronder toe waarom ik dit perspectief nog steeds het meest geschikt vind en geef ook aanvullend advies over de invulling hiervan.

1 Motie over de hervormingsagenda jeugd en het belang van regionale samenwerking Opmeer - iBabs Publieksportaal, zie

ook aangenomen motie in Opmeer op 9 november 2023.

6

Agendacommissie en voorzitterschap Om de raden meer eigenaarschap te geven over hun regionale samenwerking, zou ik willen voorstellen om allereerst zelf aan stuur van de regionale raadsledenbijeenkomsten te komen. In de gevoerde gesprekken uiten raadsleden veel klachten over de agendering van onderwerpen op de regionale raadsledenbijeenkomsten. Ze missen onderwerpen, ze krijgen juist teveel onderwerpen aangeboden en/of het onderwerp wordt te abstract behandeld. Het wordt een ‘college-feestje’ genoemd met weinig oog voor wat raadsleden echt nodig hebben om hun rol goed te kunnen vervullen.

In de regio Alkmaar heb ik in positieve zin kunnen ondervinden hoe het is als raadsleden zelf de regie hebben over de regionale raadsledenbijeenkomsten. In deze regio is een agendacommissie ingesteld (ze noemen het daar raadswerkgroep) met 2 afgevaardigden per raad. Ook is geïnvesteerd in ondersteuning voor de organisatie van deze agendacommissie en regionale bijeenkomsten (4 per jaar). Naast het voeren van regie op de agenda, vullen de raadsleden het voorzitterschap op de bijeenkomsten zelf in. Hoewel ook zij daar hun eigen uitdagingen ervaren (zoals een redelijk lage opkomst, weinig relatie met de portefeuillehoudersoverleggen en vooral beeldvormende bijeenkomsten), zijn de raadsleden wel in regie en pakken ze verantwoordelijkheid voor hun rol. Ook daar is een doorontwikkeling gaande.

In de Noordkop wordt ook gewerkt met een agendacommissie met 2 afgevaardigden uit elke raad. Daar wordt aangegeven dat de kwaliteit van de regionale bijeenkomsten staat of valt met een goede voorbereiding in die agendacommissie. Het voorzitterschap wordt afhankelijk van de agenda ingevuld door een burgemeester of een raadslid. Zoals eerder aangegeven is ook hier geïnvesteerd in goede ondersteuning en is ook hier sprake van een doorontwikkeling.

De aankomende verkiezingen bieden een goede kans om met een nieuwe werkwijze te starten. Ik adviseer dan ook om in de nieuwe bestuursperiode te starten met een agendacommissie. Afgevaardigden (1 lid en een plaatsvervangend lid per raad) in de agendacommissie vertegenwoordigen hun raden, denken mee over de (termijn)agenda en halen informatie hiervoor op uit hun eigen raad. Deze afgevaardigden kunnen zich voor deze rol aanmelden net zoals in de andere regio’s en zoals bij andere raadswerkgroepen gebruikelijk is. Ook adviseer ik om het voorzitterschap van de bijeenkomsten in handen te geven van een burgemeester of een raadslid, en de keus per bijeenkomst te baseren op (de aard van) het te behandelen onderwerp (zoals dat nu ook in de Noordkop gaat).

7

Focus en verdieping Aan het advies van TwynstraGudde zou ik daarnaast het advies willen toevoegen om de regionale raadsledenbijeenkomsten aan te laten sluiten op de strategische agendapunten uit het Pact van Westfriesland. Hiermee wordt focus aangebracht en kan worden geïnvesteerd in het eigenaarschap van de raden bij dit Pact en de regionale samenwerking. Door keuzes te maken en niet van alles wat te doen, kan gewerkt worden aan een kwaliteitsslag voor de regionale bijeenkomsten. Voor alle regionale onderwerpen die niet direct aan het Pact raken, zou mijn voorstel zijn daar andere manieren voor te vinden om die onder de aandacht van de raden te brengen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan raadsbrieven en digitale bijeenkomsten. Dit sluit ook aan bij de veel geuite wens van raadsleden dat de doorontwikkeling het liefst geen grotere tijdsinvestering mag vergen dan het nu doet. Waar de bijeenkomsten nu vooral informatief zijn, is het voor het bereiken van de doelen nodig om toe te werken naar bijeenkomsten die beeldvormend en oordeelsvormend zijn. Lokale besluitvorming blijft altijd leidend en vindt plaats in de lokale gemeenteraden.

Door daarnaast periodiek een aantal GR’en (2) te laten prioriteren door de agendacommissie en hier afgevaardigden voor aan te stellen, investeer je als raden verder in verdieping. Deze afgevaardigden per prioritaire GR verdiepen zich in de betreffende GR, signaleren ontwikkelingen en koppelen terug naar hun eigen raden. Raadsleden kunnen zich voor deze rol aanmelden. Afvaardiging en prioritering zorgen ervoor dat er meer kennis en kunde wordt verzameld om zodoende als raden daadwerkelijk meer zicht en grip te krijgen op hun mogelijkheden om te sturen op de GR-en. Bovendien kun je door de inzet van afgevaardigden per prioritaire GR de schaarse tijd van de raad als geheel efficiënter besteden. Tenslotte ondervang je hiermee de vaker geuite klacht van raadsleden dat de bijeenkomsten over de GR-en elk jaar een herhaling van zetten lijkt.

Zowel het deelnemen aan een agendacommissie als het verdiepen in een prioritaire GR vraagt van deze raadsleden dat zij boven hun eigen politieke partij en zelfs boven hun eigen lokale gemeente uitstijgen ten behoeve van het regionale belang. Dat is wellicht wat nieuw in Westfriesland en vergt enige gewenning. Tegelijkertijd zien we in de andere regio’s in Noord-Holland dat het werken met afgevaardigden heel goed lukt zonder dit politiek te maken.

Investering in ondersteuning en begeleiding Het eigenaarschap op de regionale samenwerking door onze raden, verdient meer aandacht en vraagt met name om meer intensieve ondersteuning en begeleiding. De aandacht in de vorm van een regionale raadsadviseur met onder andere de volgende taken:

8

-

Voorbereiden, ondersteunen en adviseren van de agendacommissie, over o.a. een lange termijn agenda en de invulling van de regionale bijeenkomsten;

-

Voorbereiden en ondersteunen 4 tot 6 regionale raadsledenbijeenkomsten;

-

Voorbereiden en ondersteunen 2 GR-bijeenkomsten;

-

Samenwerken met het Regioteam aan informatievoorziening over het Pact aan de raden en aanverwante belangrijke onderwerpen;

-

Ondersteunen van en adviseren over de verdere doorontwikkeling samenwerking op raadsniveau.

TwynstraGudde gaat voor perspectief 2 uit van 0,8 fte aan ondersteuning. Ik onderschrijf vanuit mijn expertise en ervaring dat dit een reële inschatting is. Gedurende mijn kwartiermakerschap (0,5 fte) heb ik voor een deel de taken op me genomen die een regionale raadsadviseur straks ook zou krijgen. Ter vergelijking: In de Noordkop is er 0,5 fte beschikbaar voor de regionale samenwerking tussen 4 gemeenten. Dit is minder dan de genoemde 0,8 fte en ook uitlegbaar. In de Noordkop wordt terecht aangegeven dat hoe meer structuur je aanbrengt in de samenwerking, hoe minder ondersteuning er op termijn nodig is. Die gestroomlijnde structuur is er in Westfriesland echter nog niet. Er zal eerst (veel) geïnvesteerd moeten worden in de opbouw en verdere ontwikkeling. Dat maakt de rol in Westfriesland ook inhoudelijk zwaarder. Daarnaast is het verschil in uren en zwaarte ook te verklaren door het verschil in aantal gemeenten. Hoe meer spelers hoe meer dit vergt van een regionale adviseur.

Op basis hiervan adviseer ik de raden dan ook om per direct middelen vrij te maken voor het aantrekken van een regionale raadadviseur voor minimaal 0,6 fte (maar het liefst 0,8 fte) om opvolging te geven aan de hiervoor genoemde adviezen. Deze regionale raadsadviseur zou net als in de regio’s Alkmaar en in de Noordkop een standplaats kunnen krijgen bij één van de zeven griffies. Het waarborgen van een nauwe samenwerking met het Regioteam is hierbij onmisbaar. De profielschets hiervoor dient verder uitgewerkt te worden maar behelst in elk geval de eerder genoemde taken. Qua inschaling is het advies om aansluiting te zoeken bij de inschaling van de raadsadviseurs en griffiers in de Westfriese gemeenten en op basis van een waardering van het profiel tot een definitieve inschaling komen. Ook adviseer ik om na verloop van tijd (na minimaal een jaar) te evalueren of het aantal uren en de inschaling de juiste zijn of aangepast moeten worden.

Investeren op de relatie Bij succesvolle samenwerkingen zie je tenslotte dat dit vaak ook gestoeld is op goede relaties. Ik

9

zou dan ook willen voorstellen om ook te investeren in het beter leren kennen van elkaars raden en gemeenten. Dat kan o.a. door de locaties van de bijeenkomsten te laten rouleren, maar ook door elke bijeenkomst een raad iets te laten inbrengen over hoe het betreffende thema speelt in hun gemeente. De wijze waarop dit nu al bij bestuurlijke overleggen gebeurt, kan als goed voorbeeld dienen. In de Noordkop kennen ze tenslotte een traditie van jaarlijks iets ‘gezelligs’ met elkaar doen als raden. Dit bevordert de onderlinge samenwerking ook.

Concluderend: -

Investeer in uw eigen ondersteuning;

-

Stel een agendacommissie in en vaardig daar raadsleden voor af;

-

Wissel het voorzitterschap af tussen burgemeesters en raadsleden;

-

Kies twee prioritaire GR’en en vaardig ook daar raadsleden voor af;

-

Breng het aantal algemene bijeenkomsten terug naar 4 tot 6 bijeenkomsten en laat deze inhoudelijk aansluiten op de 4 strategische agendapunten en het fundament uit het Pact van Westfriesland;

-

Wissel de locaties voor de bijeenkomsten af en investeer in de onderlinge relaties.

Rol en verwachtingen Provincie De Provincie is tot nu toe een belangrijke partner in dit proces geweest. Onder andere door het beschikbaar stellen van een subsidie voor het onderzoek van TwynstraGudde en ook in het Pact van Westfriesland heeft de Provincie een belangrijke aanjagende en ondersteunende functie vervuld. De Provincie heeft tenslotte begin dit jaar een financiële bijdrage beschikbaar gesteld voor het aanstellen van een kwartiermaker om de gewenste – en noodzakelijke – doorontwikkeling verder vorm te geven. Met de Provincie is afgesproken dat de Westfriese gemeenten dienen te waarborgen dat het door mij te realiseren resultaat een afgerond en samenhangend geheel vormt opdat een mogelijke opvolger op basis van een intensievere samenwerking en met breed draagvlak aan de slag kan gaan. Ik geloof dat hieraan recht wordt gedaan door opvolging te geven aan mijn adviezen.

Tot slot, probeer het eens uit... Voor al mijn adviezen geldt dat daar uiteraard ook argumenten tegen in te brengen zijn en vele vragen over te stellen zijn. Ik ben uiteraard beschikbaar om mijn advies in uw presidia of raden nader toe te lichten. Tegelijkertijd geef ik graag mee dat het vaak loont om een start te maken en gaandeweg te ervaren wat goed werkt en wat minder goed. U zou dan ook kunnen overwegen om zowel de investering in ondersteuning, als het werken met een agendacommissie en het werken

10

met afgevaardigden als eerst in de vorm van een pilot in te voeren. In deze pilot zou ook geëxperimenteerd kunnen worden met kleinschalige regionale raadsledencommissie voor één specifiek onderwerp (bijvoorbeeld jeugdzorg). Ik zou daarbij adviseren om een periode van minimaal 1 jaar en maximaal 2 jaar aan te houden en dan te evalueren. Bij deze evaluatie kan dan ook de vraag worden betrokken of het op dat moment wel opportuun is om door te groeien naar een regionale raadsledencommissie (voor alle regionale onderwerpen).

Ik heb deze opdracht met veel plezier uitgevoerd en dank u alvast voor de prettige samenwerking. Ik hoop dat mijn adviezen u helpen om een weloverwogen raadsbesluit te nemen en de regionale samenwerking op raadsniveau de zet te geven die nodig is. Raden, u bent aan zet!

Met vriendelijke groet,

Fouzia Mahdaoui Kwartiermaker Doorontwikkeling regionale samenwerking gemeenteraden

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16482820/2