Beleidskader aanpak laaggeletterdheid Westfriesland - raadsVOORSTEL
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:
Beleidskader aanpak laaggeletterdheid Westfriesland 913030
Commissie: Raadsvoorstel:
7 juni 2021. 22 juni 2021,
Portefeuillehouder: Programma:
T.G.C. Luyckx 5: Samenleving
Karakter:
Besluitvormend
Bijlagen:
• • • • •
Notitie beleidskader “Westfriese Aanpak Laaggeletterdheid, 2021 – 2024” Kamerbrief “Samen aan de slag voor een vaardig Nederland 2020-2024” Regionaal Programma Integrale Aanpak laaggeletterdheid Landelijke bestuursafspraken VNG Advies Participatieraad Enkhuizen
Voorgesteld besluit: 1. In te stemmen met het beleidskader “Westfriese Aanpak Laaggeletterdheid, 2021 – 2024”. 2. Het jaar 2022 als financieel overgangsjaar vast te stellen en maximaal een bedrag van € 12.600,-- incidenteel beschikbaar te stellen om financiële risico’s op te vangen. 3. Het college de opdracht te geven, om in regionaal verband, vanaf het jaar 2023 een sluitende meerjarige begroting op te stellen a.d.h.v. een uitwerking van een aantal beheersmaatregelen. 4. De meerjarige begroting uiterlijk het tweede kwartaal 2022 ter besluitvorming aan de Westfriese gemeenteraden aan te bieden, waarbij het uitgangspunt is het regionale beleidskader vanaf 2023 binnen de ontvangen Rijksmiddelen uit te voeren. 5. Het bedrag van € 12.600,-- op te nemen in de Kadernota 2022. Inleiding Met de landelijke bestuurlijke afspraken laaggeletterdheid 2020-2024 “samen aan de slag voor een vaardig Nederland”, kregen gemeenten met ingang van 1 januari 2020 een grotere regierol bij de aanpak van laaggeletterdheid binnen de beleidsterreinen Sociaal Domein en Onderwijs. In dit regionale beleidskader ‘Westfriese aanpak laaggeletterdheid’ worden de kaders geschetst waarbinnen de zeven Westfriese gemeenten de aanpak van laaggeletterdheid verder vormgeven.
Beoogd effect “Iedere inwoner van Westfriesland met onvoldoende basisvaardigheden ontvangt een kwalitatief en goed passend (taal)aanbod, waarmee hij/zij naar eigen vermogen basisvaardigheden kan ontwikkelen om zo volwaardig me te kunnen doen in onze maatschappij”. Beleidsvrijheid / -ruimte (wettelijk kader) Het vaststellen van beleid op dit gebied is een bevoegdheid van de raad en sluit aan op het Pact van Westfriesland 7.1 en de Landelijke bestuursafspraken laaggeletterdheid. Op 17 december 2019 is de raad akkoord gegaan met de nota aanpak laaggeletterdheid Enkhuizen 2020. Ook heeft de raad toen besloten aan te sluiten bij het regionale programmaplan. Argumenten In Nederland hebben 2,5 miljoen mensen moeite met lezen of rekenen. Ze vinden het vaak ook moeilijk een computer of smartphone te gebruiken. Om mee te kunnen doen in onze samenleving, heb je deze vaardigheden wél nodig. Daarom noemen we dit basisvaardigheden. Mensen met weinig basisvaardigheden vinden moeilijker betaald werk. Een betere taal- en rekenvaardigheid versterkt iemands arbeidsmarktpositie en zelfstandigheid. Het is een extra grote uitdaging om rekeningen te begrijpen, toeslagen aan te vragen en de administratie bij te houden. Ze krijgen vaker geldproblemen. En zij hebben vaker last van hun gezondheid. De bijsluiter van een medicijn is moeilijker te begrijpen.
De overheid vindt dat iedereen het recht heeft om mee te kunnen doen. In Westfriesland willen wij meer mensen die moeite hebben met basisvaardigheden helpen. Dit doen wij samen met WerkSaam Westfriesland,
1
Taalhuis Westfriesland, bibliotheken, onderwijsinstellingen, werkgevers, mensen in de zorg en maatschappelijke organisaties. Zo dragen we samen bij aan een vaardiger Westfriesland en dus ook aan een vaardiger Nederland. Via dit voorstel wordt aan u het beleidskader ”Westfriese aanpak Laaggeletterdheid, 2021 – 2024” ter besluitvorming voorgelegd. Kanttekeningen / alternatieven Beslispunt 1: Inhoud Beleidskader Door in te stemmen met het regionale beleidskader worden er op Westfries niveau afspraken gemaakt over hoe de regionale samenwerking bij de aanpak van Laaggeletterdheid is geregeld. De opgenomen ambitie in het beleidskader is: “Iedere inwoner van Westfriesland met onvoldoende basisvaardigheden ontvangt een kwalitatief en goed passend (taal)aanbod, waarmee hij/zij naar eigen vermogen basisvaardigheden kan ontwikkelen om zo volwaardig me te kunnen doen in onze maatschappij” Een ‘kwalitatief en goed passend (taal)aanbod’ biedt een inwoner met een (taal)vraag een onderling samenhangend aanbod waarmee de (taal)vrager op een bij hem/haar passend niveau: basisvaardigheden op het gebied van lezen, schrijven, rekenen en digitaal verwerft om volwaardig mee te kunnen doen in onze maatschappij; hierdoor zelfredzaamheid verwerft op sociaal, economisch, financieel en gezondheidsvlak.
De Westfriese gemeenten zetten in op het integraal verbinden van de beleidsterreinen volwasseneneducatie, inburgering, participatie, onderwijsachterstanden en armoedebeleid en het verlenen van subsidie aan maatschappelijke organisaties om bij te dragen aan het zich kunnen eigen maken van basisvaardigheden door onze inwoners. Een soepel verlopende klantreis voor de inwoner met een taalvraag, waarbij de inwoner de meest optimale route volgt naar het verkrijgen van het, voor deze inwoner, maximaal haalbare niveau basisvaardigheden creëren. Om hier goede sturing aan te kunnen geven is gekozen voor een krachtige regieen coördinatiefunctie bij Taalhuis Westfriesland met sturing vanuit de gemeenten, via het regionaal (beleids)overleg. Om de aanpak van laaggeletterdheid in Westfriesland verder in te richten zijn vanuit de ambitie vier beleidsdoelstelling geformuleerd; 1. Het beleid op basisvaardigheden in de breedste zin is succesvol als er een krachtige (taal)keten staat en de afspraken binnen deze keten in 2021 zijn bekrachtigd in een samenwerkingsconvenant. 2. We dragen zorg voor laagdrempelige taalpunten dicht bij onze inwoners waarmee wij inzetten op een doelgroepbereik in het eerste jaar van 75% oplopend in de volgende jaren naar 95%. 3.
Door efficiënt om te gaan met data en de taalvrager zo min mogelijk te belasten dragen wij tevens bij aan het slim inzetten van middelen, voorkomen we verlies van gegevens en tijd en demotivatie van de taalvrager. 4. De Westfriese gemeenten passen hun communicatie aan, aan voor iedere inwoner begrijpelijke taal. Tevens stellen zijn tools beschikbaar aan de organisatie waarmee personeel laaggeletterdheid kan herkennen, bespreekbaar kan maken en een inwoner of collega kan doorverwijzen naar de juiste begeleiding. Voor het volledige beleidskader verwijzen wij u naar bijlage 1, Laaggeletterdheid, 2021 – 2024”.
Beleidskader “Westfriese Aanpak
Ruimte voor lokale activiteiten Het beleidskader met de Westfriese aanpak geeft kaders voor de aanpak van laaggeletterdheid op regionaal niveau. Deze regionale afspraken zijn de paraplu voor verdere lokale invulling van dit vraagstuk. Iedere gemeente heeft de ruimte om aanvullend aan of voortvloeiend uit deze regionale beleidskaders lokaal verder invulling te geven aan de aanpak van laaggeletterdheid, passend bij de cultuur van een dorp of stad en de doelgroep die zich daar bevindt. Bereikbaarheid van het taalaanbod dichtbij onze inwoners is een belangrijke bestuurlijke wens. Daarom is in het beleidskader opgenomen dat het Taalhuis Westfriesland op meerdere plekken in onze regio (tenminste één plek per gemeente) taalpunten realiseert. In Enkhuizen is de Westfriese Bibliotheek al aan de slag in samenwerking met organisaties als IJsselzand, Pro Biblio, ROC, Taalhuis Westfriesland en de Participatieraad. Er heeft een expertmeeting plaatsgevonden waar ideeën zijn ontstaan en verder worden uitgewerkt, op welke manier laaggeletterden kunnen worden
2
bereikt, wie daarbij nodig is (bijvoorbeeld werkgevers, sleutelfiguren, verenigingen) en op welke manier men kan worden doorverwezen. Raadsbevoegdheid Het vaststellen van beleid is een bevoegdheid van de raad. Om de kaders te laten gelden en volgens de afgesproken structuur te kunnen werken, dienen de zeven gemeenteraden een besluit te nemen op het regionale beleidskader. Het beoogde resultaat: “Iedere inwoner van Westfriesland met onvoldoende basisvaardigheden ontvangt een kwalitatief en goed passend (taal)aanbod, waarmee hij/zij naar eigen vermogen basisvaardigheden kan ontwikkelen om zo volwaardig me te kunnen doen in onze maatschappij”. Bij het niet akkoord gaan met het regionale beleidskader treed een vertraging op in het ontwikkelen van een aanpak ten aanzien van laaggeletterdheid. Dit heeft gevolgen voor de inwoners die vallen binnen de te bereiken doelgroep. Draagvlak Dit voorstel is regionaal afgestemd via het traject Madivosa en in de regionale werkgroep beleidsoverleg basisvaardigheden. In de werkgroep zijn naast de 7 gemeenten ook Werksaam en het Taalhuis vertegenwoordigd. De beleidsnotitie is ter advisering voorgelegd aan de Participatieraad Enkhuizen. Hun advies is als bijlage opgenomen.
Planning, evaluatie en verantwoording Na het besluit van uw raad zal er regionaal worden gewerkt aan een uitvoeringsnotitie een meerjarige begroting vanaf 2023; het opzetten van een communicatieplan, waarin ook aandacht is voor een vertaling van de informatie uit het beleidskader voor de doelgroep. Financiën Beslispunt 2 en 3: In het beleidskader is onderstaand financieel overzicht opgenomen: Omdat de aanpak van laaggeletterdheid door verschillende beleidsterreinen heen loopt, komen middelen die beschikbaar zijn voor deze aanpak, ook uit verschillende budgetten. 1. De (financiële) basis voor de aanpak wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB). 2. Daarnaast heeft het Rijk voor 4 jaar ook de decentralisatie uitkering beschikbaar gesteld. Beide budgetten worden per jaar voor de arbeidsmarktregio NHN uitgekeerd aan centrumgemeente Alkmaar. Op basis van de regionale samenwerkingsovereenkomst gaat 75% van het Rijksbudget (WEB en decentralisatie uitkering NHN) naar het ROC de Kop. De resterende 25% van de decentralisatie uitkering NHN en WEB middelen wordt verdeeld onder de drie subregio’s binnen de arbeidsmarktregio. 3. Naast deze 2 financiële stromen heeft WerkSaam Westfriesland de afgelopen drie jaar € 85.000 vanuit het participatiebudget ingezet om het Taalhuis Westfriesland te financieren. Er zitten twee onzekere factoren in de financiering van deze structuur.
Namelijk de decentralisatieuitkering NHN en de bekostiging vanuit het re-integratiedeel van het participatiebudget. Toelichting onzekerheid Decentralisatieuitkering In 2021 maakt de VNG nieuwe bestuursafspraken met het ministerie over hoe gemeenten hun nieuwe regiefunctie moeten uitvoeren en welke middelen daarvoor beschikbaar gesteld worden. Er waren middelen voor de periode 2020 – 2024, maar met het eenzijdig opzeggen van de bestuursafspraken door de VNG zijn de middelen voor 2022 en 2023 onzeker. De reden dat de VNG is gestopt met het maken van de bestuursafspraken is dat zij vindt wat voorligt te bureaucratisch, te veel gericht is op controle en te weinig op ondersteuning van gemeenten en taalaanbieders . Toelichting onzekerheid Participatiebudget WerkSaam heeft de afgelopen drie jaar vanuit de verkregen subsidie middelen beschikbaar gesteld voor bekostiging van de dienstverlening van Taalhuis. Zij hebben hiervoor de financiële ruimte binnen het reintegratiedeel van het participatiebudget aangesproken en daar een deel van de subsidie aan Taalhuis mee bekostigd. Voor 2022 en verder is deze ruimte binnen dit budget er niet meer of in ieder geval minder. WerkSaam heeft met de gemeenten afgesproken dat dit een tijdelijke oplossing was voor vier jaar.
3
Hoogte financieel risico Er is een financieel risico vanwege de onzekerheid ten aanzien van de decentralisatieuitkering en het participatiebudget. Wij schatten het maximale financiële risico op € 144.777 voor het jaar 2022. Dat risico is als volgt opgebouwd. Subsidieaanvraag Taalhuis 2022 € 304.254 Beschikbaar WEB incl. 25% 2023 € 159.477 Risico € 144.777 Voor de realisatie van de ‘Westfriese aanpak laaggeletterdheid’ is het van belang om de huidige dienstverlening in stand te houden. Wanneer de financiële risico’s zich voordoen, dienen de zeven gemeenten van de regio Westfriesland in het jaar 2022 totaal een bedrag van € 144.777 zelf te financieren. We hebben het dan over een “worst case scenario” waarbij wordt uitgegaan dat de financiële risico’s zich volledig gaan voordoen.
Op basis van de verdeelsleutel inwonersaantallen is in onderstaande tabel weergegeven om welk bedrag per gemeente dit gaat: Benodigde financiering laaggeletterdheid bij voordoen financiële risico's Gemeente inwoners 2020 in % Totaal per gemeente Hoorn 73.261 34,40% € 49.799,79 Drechterland 19.719 9,26% € 13.404,16 Enkhuizen 18.591 8,73% € 12.637,39 Koggenland 22.749 10,68% € 15.463,83 Medemblik 45.101 21,18% € 30.657,79 Opmeer 11.836 5,56% € 8.045,62 Stede Broec 21.726 10,20% € 14.768,43 Totaal WF 212.983 100,00 € 144.777 Wij zien echter wel een aantal mogelijkheden om de hoogte van de financiële risico’s te verminderen. Beheersmaatregelen: 1. Laaggeletterdheid is onlosmakelijk verbonden met het re-integratiebeleid en hangt samen met de wettelijke taal-eis binnen de participatiewet. Daarmee is dit een vast onderdeel van het re-integratiebeleid van WerkSaam. De beheersmaatregel is dan het Dagelijks Bestuur van WerkSaam het besluit laten nemen om hiervoor structureel een bedrag beschikbaar te stellen, mits de consequenties voor de inzet van het reintegratiebudget voor de andere taken aanvaardbaar zijn. 2. WerkSaam Westfriesland verzoeken om de consequenties voor de inzet van het re-integratie budget in kaart te brengen indien de Westfriese gemeenten voor deze inzet structurele financiering wensen voor de aanpak van laaggeletterdheid vanuit dit re-integratiebudget. 3.
Onderzoeken of er vanuit andere beleidsterreinen (financiële en inhoudelijke) een verdergaande aansluiting gevonden kan worden voor de uitvoering van het beleidskader Laaggeletterdheid. De eventuele linken zien we op dit moment met het onderwijsachterstandenbeleid, inburgeringsbeleid, arbeidsmarktbeleid (RPA) en schuldhulpverleningsbeleid. 4. Onderzoeken welke ruimte er is om eventueel de subsidie aan het taalhuis te verlagen. Waarbij we niet hoeven in te boeten op de dienstverlening van het Taalhuis, zoals beschreven in de vast te stellen beleidsnotitie. Wel kan op voorhand gezegd worden dat wanneer de subsidie verlaagd wordt, dit gevolgen heeft voor de andere ambities die vastgelegd zijn in de beleidsnotitie en deze mogelijk niet waargemaakt kunnen worden. 5. Op dit moment voert het Taalhuis voor ROC de Kop de intakes uit. Hiervoor ontvangt het Taalhuis geen middelen van het ROC. Het Taalhuis voert de intakes op dit moment uit binnen de beschikbare Westfriese subsidie die zij via WerkSaam ontvangen. Door deze aanpak heeft het ROC de Kop financiële ruimte gekregen om wachtlijsten binnen Westfriesland weg te werken. Op korte termijn zal WerkSaam in gesprek treden met Centrumgemeente Alkmaar, ROC de Kop en het Taalhuis over hoe dit in de toekomst verder te organiseren, zowel inhoudelijk als financieel.
Met als doel dat het Taalhuis rechtstreeks bekostigd zal worden voor deze dienst. 6. Gemeenten vragen subsidie aan (rijkssubsidie “certificering taalhuizen”) om de toekomstbestendigheid van het Taalhuis Westfriesland te onderzoeken. De uitkomsten van het onderzoek geeft de gemeenten een onderbouwing voor de voortzetting van onze aanpak laaggeletterdheid vanaf 2023. De bovengenoemde zes beheersmaatregelen vergen tijd en zullen in samenhang met elkaar uitgevoerd moeten worden.
4
Daarnaast spelen nog de volgende zaken: 1. Er zijn WEB reserves (Wet Educatie en Beroepsonderwijs) opgebouwd van overgebleven middelen in eerdere jaren. De hoogte van deze reserve wordt op 1 januari 2022 bekendgemaakt door centrumgemeente Alkmaar. Deze reserve kan mogelijk als dekking voor de gemeentelijk bijdrage aan het taalhuis worden ingezet. 2. De regionale werkgroep laaggeletterdheid verwacht dat de decentralisatie uitkering in ere wordt hersteld. De hoogte van deze uitkering is nu niet in te schatten. Wanneer het Rijk besluit deze bijdrage toch voort te zetten, kan deze worden ingezet ter dekking van het financiële risico. 3. Wanneer het DB van WerkSaam besluit om structureel een bijdrage aan deze aanpak te leveren, verlaagt daarmee automatisch het financiële risico voor de gemeenten. Op basis van bovenstaande stellen wij u voor om het jaar 2022 als financieel overgangsjaar te beschouwen, waarin de individuele gemeenten binnen hun eigen begroting financiële dekking bieden voor de mogelijke financiële risico’s. Voor gemeente Enkhuizen gaat dit om een maximaal bedrag van € van € 12.600,-- . Daarnaast stellen wij u voor om het college de opdracht te geven, om in regionaal verband, vanaf het jaar 2023 een sluitende meerjarige begroting op te stellen.
De meerjarige begroting wordt uiterlijk het tweede kwartaal 2022 ter besluitvorming aan de Westfriese gemeenteraden aangeboden. Hierbij is het uitgangspunt de het regionale beleidskader vanaf 2023 binnen de ontvangen Rijksmiddelen wordt uitgevoerd. Risico’s De risico’s zijn vooral financieel van aard maar ook zeker een kans. Het dwingt ons buiten gebaande paden en kaders te denken en beleidsterreinen inhoudelijk en financieel meer aan elkaar te koppelen.
Enkhuizen, 11 mei 2021 Burgemeester en wethouders van Enkhuizen De secretaris, De burgemeester,
Dhr. A.N. van den Bergh
Dhr. E.A. van Zuijlen
5