Belastingmaatregelen 2025 - raadsVOORSTEL
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:
Belastingmaatregelen 2025 428525
Commissie: Raadsvoorstel:
3 december 2024 19 november 2024, 2024062
Portefeuillehouder: Programma:
W. Hoogervorst 1: Bestuur en ondersteuning
Karakter:
Besluitvormend
Bijlagen:
1. Verordening onroerendezaakbelastingen 2025 2. Verordening belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten 2025 3. Verordening afvalstoffenheffing 2025 4. Verordening reinigingsrechten 2025 5. Verordening riool- en waterzorgheffing 2025 6. Verordening begraaf- en grafrechten 2025 7. Verordening forensenbelasting 2025 8. Verordening haven- en liggelden 2025 9. Legesverordening 2025 10. Verordening marktgeld 2025 11. Verordening precariobelasting 2025 12. Verordening landtoeristenbelasting 2025 13. Verordening vermakelijkhedenretributie 2025 14. Verordening watertoeristenbelasting 2025
Voorgesteld besluit: I.Vaststellen van de: 1. Verordening onroerendezaakbelastingen 2025; 2. Verordening belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten 2025; 3. Verordening afvalstoffenheffing 2025; 4. Verordening reinigingsrechten 2025; 5. Verordening riool- en waterzorgheffing 2025; 6. Verordening begraaf- en grafrechten 2025; 7. Verordening forensenbelasting 2025; 8. Verordening haven- en liggelden 2025; 9. Legesverordening 2025; 10. Verordening marktgeld 2025; 11. Verordening precariobelasting 2025; 12. Verordening landtoeristenbelasting 2025; 13. Verordening vermakelijkhedenretributie 2025; 14. Verordening watertoeristenbelasting 2025 II Voor indexatie van de belasting- en legestarieven als basis uitgaan van de indexatie zoals aangegeven in de Septembercirculaire 2024, te weten 2,7%.
Inleiding Met het oog op een uniforme voorbereiding is met ingang van het belastingjaar 2023 het format voor de besluitvorming van de belastingvoorstellen aangepast. Dat wil zeggen dat de raadsvoorstellen voor de drie gemeenten dezelfde opmaak hebben. Op basis van de uitgangspunten van de begroting 2025, belastingverordeningen ter vaststelling aan..
bieden wij met dit raadsvoorstel alle veertien
1
Harmonisatie De belastingverordeningen zijn zowel qua opzet als begripsomschrijvingen in overeenstemming gebracht met de modelverordeningen van de VNG. Hiermee wordt meer harmonisatie gerealiseerd tussen de drie SEDgemeenten. Daarnaast worden hiermee juridische risico's tot een minimum beperkt en kunnen wettelijke wijzigingen voortaan eenvoudiger naar deze belastingverordeningen worden door vertaald. Beleidsmatig worden behoudens tariefsverhogingen, geen veranderingen voorgesteld. Beoogd effect Met de gemeentelijke belastingen worden drie verschillende soorten inkomsten gerealiseerd: -voor de algemene middelen (“algemene belastingen zoals onroerendezaakbelastingen) -voor het dekken van de kosten voor het uitvoeren van gemeentelijke zorgplichten (“bestemmingsbelastingen”, zoals afvalstoffen- en riool- en waterzorgheffing) -voor het individueel gebruik van gemeentelijke voorzieningen en/of diensten (bijvoorbeeld leges en marktgeld). Beleidsvrijheid /-ruimte (wettelijk kader) De raad heeft de mogelijkheid om bij de Algemene belastingen de voorgestelde tarieven te verhogen of te verlagen. Een wijziging van de tarieven heeft gevolgen voor de begrote opbrengst. Bij Bestemmingsbelastingen en Rechten mogen de geraamde baten niet hoger zijn dan de geraamde lasten. Anders gezegd, het percentage van de kostendekking mag niet hoger zijn dan 100%.
Het percentage van de kostendekking is vastgelegd in de paragraaf lokale heffingen van de programmabegroting. Bij een lager kostendekkingspercentage dan 100%, zullen deze kosten op een andere wijze gedekt dienen te worden. De tarieven zijn afgestemd op de uitgangspunten van de begroting 2025. Argumenten verschillende belastingen Met het vaststellen van de uitgangspunten van de begroting 2025, heeft de raad de te realiseren opbrengsten van de verschillende gemeentelijke belastingen vastgesteld. In begroting is uitgegaan van een inflatiepercentage van 2,3%. In dit voorstel wordt uitgegaan van de inflatiecorrectie van 2,7% op basis van de septembercirculaire Gemeentefonds. Dit is een verhoging van 0,4% ten opzichte van de begroting. Hierna werken wij uit welke consequenties deze besluitvorming heeft voor de verschillende belastingverordeningen Onroerendezaakbelastingen Bij het bepalen van het OZB tarief wordt een relatie gelegd met de waardeontwikkeling van de onroerende zaken. Voor de aanslagen voor de Onroerendezaakbelastingen in het belastingjaar 2025, is de WOZwaardepeildatum 1 januari 2024. Bij de berekening van de tarieven voor de woningen is rekening gehouden met een gemiddelde stijging van de WOZ-waarden van 2,4%; voor de niet-woningen is de gemiddelde stijging van de WOZ-waarde 1,25%.
Naast de waardestijging wordt rekening gehouden met een areaaluitbreiding en een inflatiecorrectie van 2,7%. Na het aangenomen amendement Van der Werf – Keesman – De Jong – Mazereeuw, is door de raad bij vergadering van 12 november 2024 besloten om in 2025 een stijging van de OZB opbrengst toe te passen 16,16% voor woningen een verhoging van de OZB niet-woningen van 4%. Beide boven de inflatiecorrectie van 2,7%. Voor de duidelijkheid: in het Amendement is nog uitgegaan van een inflatiecorrectie van 2,3%.
Om de gewenste opbrengst te realiseren worden de onderstaande tarieven voorgesteld: • • •
Eigenaren woningen Eigenaren niet-woningen Gebruikers niet-woningen
0,1154%(was 0,0990%) 0,4729% (was 0,4555%); 0,4032% (was 0,3775%).
Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten De belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten draagt evenals de OZB bij aan de Algemene middelen. De roerende zaken waar deze belasting in de praktijk betrekking op heeft zijn woonboten en drijvende bedrijfsruimten.
2
In de Gemeentewet is bepaald dat de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten dezelfde belastingplichtigen kennen als bij de OZB; de eigenaren van woningen, alsmede de gebruikers én eigenaren van niet-woningen. Ook dient van dezelfde heffingsmaatstaf als bij de OZB uitgegaan te worden: de WOZwaarde. Als laatste geldt dat de gemeenteraad voor de Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten dezelfde tarieven moet hanteren als bij de OZB. Zoals besloten bij ombuigingen, worden onderstaande tarieven opgenomen in de verordening: • Eigenaren woningen 0,1154% (was 0,0990%) • Eigenaren niet-woningen 0,4729% (was 0,4555%); • Gebruikers niet-woningen 0,4032% (was 0,3775%). Afvalstoffenheffing De gemeente is wettelijk verplicht om zorg te dragen voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. De gemeente Enkhuizen heeft er voor gekozen om de kosten hiervan te dekken met de Afvalstoffenheffing. Dit is een Bestemmingsbelasting waarbij de baten niet hoger mogen zijn dan de lasten. Voor 2025 worden de lasten voor 100% gedekt met de Afvalstoffenheffing. Op grond hiervan worden de volgende tarieven voorgesteld: • •
Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden
€ 360,60 (was € 348,00); € 448,80 (was € 432,00).
Riool- en waterzorgheffing Naast het transport van het huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater en de zuivering van huishoudelijk afvalwater, heeft de gemeente de zorgplicht voor het hemel- en grondwater. De basis voor de kosten van het rioolbeheer is het Programma Stedelijk Water en Riolering (PSWR). De gemeente Enkhuizen heeft ervoor gekozen om de kosten hiervan te dekken met de Riool- en waterzorgheffing. Een Bestemmingsbelasting waarbij de baten niet hoger mogen zijn dan de lasten. De rioolen waterzorgheffing wordt geheven bij percelen waarbij de gemeente haar zorgplicht nakomt. De riool- en waterzorgheffing wordt geheven bij eigenaren van percelen en bij gebruikers van percelen van nietwoningen. Het percentage van de kostendekking is 100%. Met de programmabegroting 2025 is besloten om de tarieven voor de riool- en waterzorgheffing overeenkomstig het vastgestelde PSWR met 1,5% te verhogen en daarbovenop nog de indexatie vanuit de septembercirculaire van 2,7%. Voor de tarieven verwijzen we naar de verordening in de bijlage bij dit voorstel. Rioolheffing niet-woningen wordt geheven op basis van verschillende categorieën niet-woningen waaronder een tarief voor een Wijkgebouw of Onderwijslokaal. In de verordening is hier aan toegevoegd: “per lokaal”, ter verduidelijking. Dit betekent ook dat verwachte opbrengst rioolheffing van scholen hoger uit zal uitvallen dan begroot.
Reinigingsrecht Voor bedrijven in de binnenstad van Enkhuizen draagt de gemeente ook zorg voor het beheer van bedrijfsafval. Dit is geen wettelijk taak. De gemeente neemt alleen de zorg voor bedrijfsafval op zich, dat voortkomt uit de kantoor-, winkel en dienstensector voor zover dit vergelijkbaar is met huishoudelijk afval. Met het Reinigingsrecht worden de kosten gedekt die de gemeente maakt voor het beheer van bedrijfsafval. Ondernemers op wiens verzoek of ten behoeve van aan wie de dienst wordt verricht betalen het Reinigingsrecht. De opbrengsten van het Reinigingsrecht mogen niet hoger zijn dan de kosten daarvan.
De tarieven voor het Reinigingsrecht verhoogd met de inflatiecorrectie van 2,7% uit de septembercirculaire: : • Voor het aanbieden tot en met 4 vuilniszakken per week € 428,45 (was € 417,20); • Voor het aanbieden van 5 tot en met 9 vuilniszakken per week € 851,40 (was € 829,00); 3
Begraaf- en grafrechten Voor de Gemeentelijke begraafplaats te Enkhuizen is de Verordening begraaf- en grafrechten gemeentelijke begraafplaats Enkhuizen vastgesteld. Met deze rechten worden de kosten van de gemeentelijk begraafplaats gedekt, alsmede de kosten van gemeentelijke diensten zoals het begraven van overledenen. De opbrengsten van deze Rechten mogen weer niet hoger zijn dan de kosten. Het is overzichtelijker om het tarief voor de uitgifte (verlening) van een graf en het verlengen van het grafrecht inclusief onderhoud te hanteren, dan dit apart in rekening te brengen. In de praktijk is er niet altijd zicht op of ook gebruik wordt gemaakt van de rijdende baar en/of de geluidsinstallatie. Voorgesteld wordt om één tarief te hanteren voor het begraven van een stoffelijk overschot, waarbij men ook gebruik kan maken van de rijdende baar en de geluidsinstallatie. In de praktijk wordt er nooit apart een graf ingeruimd. Om die reden zijn de tarieven hiervoor uit de tarieventabel gehaald. Het gebruik van een groenraam komt zelden voor. Voorgesteld wordt dit tarief te schrappen. Het tarief voor het bijzetten van een asbus in een urnennis of in een graf, is uit oogpunt van kostendekkendheid meer in overeenstemming gebracht met de kosten voor het bijzetten. De tarieven voor de Begraaf- en grafrechten worden verhoogd met de inflatiecorrectie van 2,7% uit de septembercirculaire.
Zie daarvoor de tarieventabel van de bijgevoegde verordening. Het tarief voor het te laat komen bij een begrafenis, verstrooiing of urn bijzetting is in de tarieventabel geschrapt. In Drechterland en Stede Broec wordt hier ook niets voor in rekening gebracht, omdat hierbij geen sprake is van een gemeentelijke dienst. Forensenbelasting De gemeente Enkhuizen heft forensenbelasting van natuurlijke personen die meer dan 90 dagen een woning voor zichzelf of voor hun gezin beschikbaar houden. Deze personen hebben geen hoofdverblijf in onze gemeente en dragen op deze bij aan de algemene middelen. Voor deze belasting wordt een vast bedrag per perceel gehanteerd. Ook het tarief voor de Forensenbelasting wordt verhoogd met de inflatiecorrectie van 2,7%uit de septembercirculaire, • Per woning € 691,00 (was € 673,00). Haven- en liggelden Onder de naam Haven- en liggelden heft de gemeente Enkhuizen rechten voor diensten die verleend worden vanuit de gemeentelijke haven als voor het gebruik van de gemeentelijke haven. Met de Haven- en liggelden worden de kosten van deze dienstverlening en voor het gebruik van deze gemeentelijke voorzieningen gedekt. Haven- en liggelden vallen onder de Rechten, hierbij geldt ook een maximale kostendekking van 100%.
Ook voor de Haven- en liggelden is besloten om de tarieven voor de Haven- en liggelden te verhogen met de inflatiecorrectie van 2,7% uit de septembercirculaire. De aangenomen motie Keesman, verhoging liggeld met € 1,00 cruiseschepen, wordt via dit voorstel uitgevoerd. Dit bedrag is daarna verhoogd naar € 1,25 Leges De Leges zijn Rechten en wel voor verhalen van de kosten van de dienstverlening. De tarieven van de Leges zijn opgenomen in drie titels: 1. Algemene dienstverlening; 2. Omgevingswet; 3. Europese dienstenrichtlijn. Voor bepaalde tarieven zoals voor reisdocumenten, rijbewijzen en kansspelen gelden wettelijke maximumtarieven.
4
Leges vallen onder de Rechten. Voor deze belastingsoort geldt dat de geraamde opbrengst niet hoger mag zijn dan de geraamde lasten. Binnen de diverse leges van titel 1 en titel 2 mag wel kruissubsidiëring worden toegepast. Dat betekent dat de ene dienst tegen een hoger tarief dan de kosten mag worden aangeboden, om een andere dienst tegen een lagere kostprijs dan de werkelijke kosten aan te kunnen bieden. Als het totaal van de geraamde opbrengsten van de gehele verordening maar niet hoger zijn dan de totale kosten. Voor titel 3 (diensten die vallen onder de Europese dienstenrichtlijn) de geraamde opbrengsten die hier onder vallen mogen per hoofdstuk niet meer dan kostendekkend zijn. De tarieven van de legesverordening worden verhoogd met de inflatiecorrectie van 2,7% uit de septembercirculaire. Dit geldt met name voor titel 1 en 3 van tarieventabel. Titel 2 van de tarieventabel is niet gecorrigeerd met de inflatiecorrectie. Daar zijn een aantal redenen voor.
Zo zijn er een aantal tarieven die 1 op 1 worden doorbelast van externe partners, deze bedragen worden al geïndexeerd door deze partners en zijn reeds opgenomen in de tabel. Daarnaast was dit jaar het eerste jaar dat er gewerkt wordt onder de omgevingswet, hierdoor is er veel geleerd over de legesverordening 2024 en is deze bijgesteld waar nodig. Sommige leges zijn naar beneden bijgesteld omdat er in vergelijking met omliggende gemeenten hoge bedragen worden aanhouden, anderen zijn wel naar boven bijgesteld om kostendekkend te zijn en sommige bleken voldoende kostendekkend te zijn. De verwachting is op basis van de prognoses kostendekkend te zijn met deze tarieven, opnieuw indexeren is dus niet nodig. Deze tarieven zijn wel zoveel als mogelijk gelijk gesteld aan de tarieven van de gemeente Drechterland en Stede Broec. Dit omdat de handeling bij de drie gemeenten gelijk is. Ook zijn diverse tarieven onder titel 3 gelijkgesteld met de tarieven van de gemeenten Drechterland en Stede Broec.
In het ombuigingsvoorstel, vastgesteld door raad op 12 november 2024, wordt een verhoging van het tarief voor een 2e parkeer vergunning met € 15,00. Marktgelden Het Marktgeld van de gemeente Enkhuizen geldt voor het innemen van een staanplaats op een week- of jaarmarkt, op respectievelijk het aangewezen markt- of evenemententerrein. Het Marktgeld is een recht waarmee de kosten van gemeentelijke voorzieningen (het mrkt- en het evenemententerrein), alsmede kosten voor gemeentelijk dienstverlening (de inzet van de marktmeester) verhaald worden. Ook voor het marktgeld geldt dat de baten niet hoger zijn dan de lasten.
De tarieven voor de Marktgelden worden verhoogd met de inflatiecorrectie van 2,7% uit de septembercirculaire: • •
Voor een staanplaats op de weekmarkt, per dag, per strekkende meter met een minimum van Voor een staanplaats op een evenemententerrein, per dag, per twee strekkende meters
€ 1,85 (was € 1,80); € 7,50 (was € 7,30); € 1,85 (was € 1,80).
Precariobelasting Voor het hebben van voorwerpen boven, op en onder gemeentegrond kan een gemeente Precariobelasting heffen, waarbij voor voorwerpen onder gemeentegrond bepaalde wettelijke beperkingen gelden. De gemeente Enkhuizen heeft er voor gekozen om alleen Precariobelasting te heffen voor terrassen. In de verordening is in de tarieventabel, bij het puntensysteem onder a. toegevoegd, Landje van Top en Venedie. De maatstaf van heffing hiervoor zijn punten gebaseerd op de straat waar het terras ligt, de ligging van het terras ten opzichte van de zon en gebaseerd op de aard van de inrichting. Het tarief per vierkante meter geldt per toegekend punt, waarbij er twee tarieven zijn voor terrassen binnen en buiten de vesting. De tarieven van de Precariobelasting worden verhoogd met de inflatiecorrectie van 2,7% uit de septembercirculaire, zie daarvoor de tarieventabel van de verordening. • Voor een terras gelegen binnen de vesting, per toegekend punt € 1,39 (was € 1,35); • Voor een terras gelegen buiten de vesting, per toegekend punt € 1,03 (was € 1,00). Toeristenbelasting
5
Onder de naam landtoeristenbelasting heft de gemeente Enkhuizen toeristenbelasting voor het tegen betaling (in welke vorm dan ook) overnachten door personen die niet als ingezetene van de gemeente zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Dit geldt niet alleen voor de hotelovernachtingen, maar ook voor overnachtingen in bijvoorbeeld een bed and breakfast en mobiele onderkomens. Voor deze belasting geldt een bedrag per persoon per nacht.
De verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting is ten opzichte van 2024 op een paar punten geoptimaliseerd. Zo zijn definities van begrippen die verder niet voorkomen in de verordening, verwijderd. Ook zijn enkele zinnen toegevoegd ter verduidelijking en de leesbaarheid. Ook voor de toeristenbelasting is bij de programmabegroting 2025 besloten het tarief te verhogen met de inflatiecorrectie van 2,7%, afgerond op 0,05 • Tarief per persoon per nacht € 2,75 (was € 2,70). Watertoeristenbelasting Naar aanleiding van de aangenomen motie Keesman is de Verordening toeristenbelasting ‘opgeknipt’ in een Verordening landtoeristenbelasting en een Verordening watertoeristenbelasting. Onder de naam watertoeristenbelasting heft de gemeente Enkhuizen toeristenbelasting voor het tegen betaling overnachten door personen die niet als ingezetene van de gemeente zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Dit geldt alleen voor overnachtingen op accommodaties op het water. De motie Keesman vroeg om een verhoging van € 1,00 voor overnachtingen op riviercruiseschepen. Met indexatie van 2,7% zijn de tarieven uitgekomen op: • Tarief verblijf op riviercruiseschepen per persoon per nacht € 4,00 (was € 2,70) • Tarief verblijf op overige accommodaties op het water pp p nacht € 2,75 (was € 2,70) Het tarief van € 2,70 van 2024 is geïndexeerd met 2,7% afgerond op € 0,05.
Vermakelijkhedenretributie De Vermakelijkhedenretributie wordt geheven op basis van het daadwerkelijk aantal bezoekers (niet ingezetene binnen de gemeente), boven de 20.000 bezoekers per kalenderjaar per vermakelijkheid. Deze belasting wordt geheven voor het profijt dat de vermakelijkheden hebben van de door het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in stand te houden voorzieningen, waarvoor de gemeente kosten maakt. Ook valt het profijt van het toezicht door de gemeente, onder het gebruik van gemeentelijk voorzieningen. Voor de Vermakelijkhedenretributie geldt het criterium van de 100% kostendekking niet, dit heeft de wetgever bewust uitgesloten.
Bij ombuigingen is voorgesteld de vermakelijkhedenretributie te verhogen van € 0,39 naar € 0,50 per bezoeker (niet ingezetene binnen de gemeente) De voorgestelde ombuigingsmaatregelen zijn vastgesteld door de raad op 12 november 2024. •
Tarief per bezoeker
€ 0,50 (was € 0,39)
Kanttekeningen / alternatieven Uitgangspunt is de inflatiecorrectie van 2,7% uit de septembercirculaire Gemeentefonds, samen met de geraamde inkomsten voor de algemene belastingen of geraamde baten en lasten voor Bestemmingsbelastingen en Rechten.
Met betrekking tot het ombuigingsvoorstel, heeft raad heeft ook de keuze om alle parkeervergunningen met € 5,00 te verhogen in plaats van een verhoging voor de 2e vergunning. Draagvlak De besluiten vloeien voort uit de verschillende wetten op basis waarvan de raad gemeentelijke belasting kan invoeren, zoals de Gemeentewet, de Wet milieubeheer, de Omgevingswet en de Paspoortwet. Met deze besluiten worden géén nieuwe belastingen ingevoerd. Ook worden er géén wijzigingen voorgesteld op het gebied van de heffingsmaatstaf en de aangewezen belastingplichtigen. 6
Financiën Door het vaststellen van deze verordeningen kunnen de in de kadernota en de in de begroting 2025 geraamde opbrengsten voor de gemeentelijke belastingen gerealiseerd worden. Enkhuizen, 19 november 2024 Burgemeester en wethouders van Enkhuizen De secretaris, De burgemeester, Dhr. R. van Reijswoud
Dhr. E.A. van Zuijlen
7