CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

* Belastingmaatregelen 2023 raadsVOORSTEL - na amendement van Galen

gemeenteraad 20 december 2022, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Belastingmaatregelen 2023 (akkoordstuk)2.865 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:

Belastingmaatregelen 2023 1003071

Commissie:

december 2022.

Raadsvoorstel:

7 november 2022, nr. wordt ingevuld door de griffie

Portefeuillehouder: Programma:

W. Hoogervorst 1: Bestuur en ondersteuning

Karakter:

Besluitvormend

Bijlagen:

1. Verordening onroerendezaakbelastingen 2023 2. Verordening belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten 2023 3. Verordening afvalstoffenheffing 2023 4. Verordening reinigingsrechten 2023 5. Verordening rioolheffing 2023 6. Verordening begraaf- en grafrechten 2023 7. Verordening forensenbelasting 2023 8. Verordening haven- en liggelden 2023 9. Legesverordening 2023 10. Verordening marktgeld 2023 11. Verordening precariobelasting 2023 12. Verordening nachttoeristenbelasting 2023 13. Verordening vermakelijkhedenretributie 2023

Voorgesteld besluit: Vaststellen van de: 1. Verordening onroerendezaakbelastingen 2023; 2. Verordening belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten 2023; 3. Verordening afvalstoffenheffing 2023; 4. Verordening reinigingsrechten 2023; 5. Verordening rioolheffing 2023; 6. Verordening begraaf- en grafrechten 2023; 7. Verordening forensenbelasting 2023; 8. Verordening haven- en liggelden 2023; 9. Legesverordening 2023; 10. Verordening marktgeld 2023; 11. Verordening precariobelasting 2023; 12. Verordening nachttoeristenbelasting 2023; 13. Verordening vermakelijkhedenretributie 2023. Inleiding Met oog op een uniforme voorbereiding is met ingang van het belastingjaar 2022, het format voor de besluitvorming van de belastingvoorstellen aangepast. Dat wil zeggen dat de raadsvoorstellen voor de drie gemeenten dezelfde opmaak hebben. Het raadsvoorstel is in de huisstijl van de betreffende gemeente en de gemeenteraad behoudt als vanzelfsprekend haar autonome bevoegdheid op het gebied van het vaststellen van het belastingbeleid. Op basis van de uitgangspunten van de begroting 2023, bieden wij met dit raadsvoorstel alle dertien belastingverordeningen ter vaststelling aan. Vanaf 2022 heeft dit raadsvoorstel als vaste naam de Belastingmaatregelen en dan telkens voor het aanstaande belastingjaar.

De belastingverordeningen zijn tekstueel geactualiseerd in relatie tot de modelverordeningen van VNG en de vaste jurisprudentie. Beleidsmatig worden behoudens tariefsverhogingen, geen veranderingen voorgesteld.

1

Beoogd effect Met de gemeentelijke belastingen worden drie verschillende soorten inkomsten gerealiseerd: -voor de algemene middelen (“algemene belastingen zoals onroerendezaakbelastingen) -voor het dekken van de kosten voor het uitvoeren van gemeentelijke zorgplichten (“bestemmingsbelastingen”, zoals afvalstoffen- en rioolheffing) -voor het individueel gebruik van gemeentelijke voorzieningen en/of diensten (bijvoorbeeld leges en marktgeld). Beleidsvrijheid / -ruimte (wettelijk kader) De raad heeft de mogelijkheid om bij de Algemene belastingen de voorgestelde tarieven te verhogen of te verlagen. Een wijziging van de tarieven heeft gevolgen voor de beoogde begrotingsopbrengst. Bij Bestemmingsbelastingen en Rechten mogen de geraamde baten niet hoger zijn dan de geraamde lasten. Anders gezegd, het percentage van de kostendekking mag niet hoger zijn dan 100%. Het percentage van de kostendekking is vastgelegd in de paragraaf lokale heffingen van de programmabegroting. Bij een lager kostendekkingspercentage dan 100%, zullen deze kosten op een andere wijze gedekt dienen te worden. De tarieven worden afgestemd op de uitgangspunten van de begroting 2023. Argumenten verschillende belastingen Met het vaststellen van de uitgangspunten van de begroting 2023, heeft de raad de te realiseren opbrengsten van de verschillende gemeentelijke belastingen vastgesteld.

In de begroting is nog uitgegaan van een inflatiepercentage van 3%. Dit is in de najaarsnota aangepast naar 4,3%. Hierna werken wij uit welke consequenties deze besluitvorming heeft voor de verschillende belastingverordeningen Onroerendezaakbelastingen Bij het bepalen van het tarief wordt een relatie gelegd met de waardeontwikkeling van de onroerende zaken. Voor de aanslagen voor de Onroerendezaakbelastingen in het belastingjaar 2023, is de WOZwaardepeildatum 1 januari 2022. Bij de berekening van de tarieven voor de woningen dient rekeningen gehouden te worden met een gemiddelde stijging van de WOZ-waarden van 21%. De sterke waardestijging bij de woningen heeft tot gevolg dat het tarief iets stijgt. Bij de niet-woningen dient rekening gehouden te worden met een stijging van de WOZ-waarden van circa 2% Voor de Onroerendezaakbelastingen is bij de ombuigingen als uitgangspunt bepaald dat de opbrengst stijgt met 8%. Na het aangenomen amendement van Galen, Van Gangelen, Keesman en Mazereeuw is door de Raad bij vergadering van 8 november 2022 besloten om in 2023 een opbrengststijging van 5% toe te passen en de resterende 3% bij de opbrengst van 2024 te verrekenen. Dit is inclusief de inflatiecorrectie van 4,3% samen een stijging van 9,3% voor 2023.

Daarnaast wordt de te realiseren opbrengst van de OZB structureel verhoogd met € 496.000,- voor het dekken van de kosten die samenhangen met de overdracht van het onderhoud van buitenwegen door het Hoogheemraadschap aan onze gemeente. Dit heeft tot gevolg dat de opbrengst van OZB in 2023 met ruim 21% stijgt ten opzichte van 2022. Hier staat tegenover dat de waterschapsbelastingen voor het aandeel onderhoud buitenwegen met gelijke pas daalt. De kosten voor het onderhoud verplaatsen van het waterschap naar de gemeente. Het verhaal van deze kosten verplaatst daarmee ook. Er is dan ook sprake van een budgettair neutrale wijziging, wat betekent dat de belastingbetaler gemiddeld hetzelfde blijft betalen voor het onderhoud van de buitenwegen. Om de gewenste opbrengst te realiseren worden de onderstaande tarieven voorgesteld::  Eigenaren woningen 0,0942% (was 0,0948%)  Eigenaren niet-woningen 0,4465% (was 0,3911%);  Gebruikers niet-woningen 0,3591% (was 0,2927%). Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten De Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten draagt evenals de OZB bij aan de Algemene middelen. De roerende zaken waar deze belasting in praktijk betrekking op heeft zijn woonboten en drijvende bedrijfsruimten.

2

In de Gemeentewet is bepaald dat de Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten dezelfde belastingplichtigen kennen als bij de OZB; de eigenaren van woningen, alsmede de gebruikers én eigenaren van niet-woningen. Ook dient van dezelfde heffingsmaatstaf als bij de OZB uitgegaan te worden: de WOZwaarde. Als laatste geldt dat de gemeenteraad voor de Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten dezelfde tarieven moet hanteren als bij de OZB. Zoals besloten bij de kadernota en de begroting 2023 worden de onderstaande tarieven opgenomen in de verordening op roerende woon- en bedrijfsruimten 2023:  Eigenaren woningen 0,0942% (was 0,0948%)  Eigenaren niet-woningen 0,4465% (was 0,3911%);  Gebruikers niet-woningen 0,3591% (was 0,2927%). Afvalstoffenheffing De gemeente is wettelijk verplicht om zorg te dragen voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. De gemeente Enkhuizen heeft er voor gekozen om de kosten hiervan te dekken met de Afvalstoffenheffing. Dit is een Bestemmingsbelasting waarbij de baten niet hoger mogen zijn dan de lasten. Voor 2023 worden de lasten voor 100% gedekt met de Afvalstoffenheffing. Zoals besloten bij de uitgangpunten van de begroting 2023, worden de inkomsten voor de Afvalstoffenheffing verhoogd met 6%.

Dit is hoger dan de inflatiecorrectie, wat te maken heeft met het feit dat de totale kosten worden omgeslagen over het aantal éénpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens. Als de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval stijgen, dan stijgt het tarief overeenkomstig mee. Op grond hiervan worden de volgende tarieven voorgesteld:  Eenpersoonshuishouden € 349,20 (was € 330,-);  Meerpersoonshuishouden € 435,00 (was € 410,-). Rioolheffing Naast het transport van het huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater en de zuivering van huishoudelijk afvalwater, heeft de gemeente de zorgplicht voor het hemel- en grondwater. In 2021 is met de kadernota besloten om de kosten van deze zorgplicht voor 100% te dekken vanuit de Bestemmingsbelasting de Rioolheffing. De basis voor de kosten van het rioolbeheer is het GRP. De Rioolheffing wordt geheven bij eigenaren en gebruikers van percelen waarbij de gemeente haar zorgplicht nakomt. Voor 2023 is bij de behandeling van de begroting besloten om de tarieven van de rioolheffing met 6,2% te verhogen, zie daarvoor de verordening rioolheffing 2023. Reinigingsrecht Voor bedrijven in de binnenstad van Enkhuizen draagt de gemeente ook zorg voor het beheer van bedrijfsafval. Dit is geen wettelijk taak.

De gemeente neemt alleen de zorg voor bedrijfsafval op zich, dat voortkomt uit de kantoor-, winkel en dienstensector voor zover dit vergelijkbaar is met huishoudelijk afval. Ook glasafval dat vergelijkbaar is met het glasafval dat gemiddeld voorkomt uit een huishouden valt onder de zorgplicht voor het bedrijfsafval. Dat betekent dat bedrijven met meer glasafval dan gemiddeld in een huishouden ontstaat, dat niet mogen aanbieden bij de gemeente. Met het Reinigingsrecht worden de kosten gedekt die de gemeente maakt voor het beheer van bedrijfsafval. Ondernemers op wiens verzoek of ten behoeve wie de dienst wordt verricht én die gebruik maken van deze gemeentelijke voorzieningen, betalen het Reinigingsrecht. De opbrengsten van het Reinigingsrecht mogen niet hoger zijn dan de kosten daarvan. Zoals besloten bij de uitgangspunten van de begroting 2023, worden de tarieven voor het Reinigingsrecht verhoogd met de inflatiecorrectie van 4,3%:  Voor het aanbieden tot en met 4 vuilniszaken per week € 401,55 (was € 385,--);  Voor het aanbieden van 5 tot en met 9 vuilniszaken per week € 797,90 (was € 765,--);  Voor het aanbieden van glasafval € 133,50 (was € 128,--).

3

Begraaf- en grafrechten Voor de Gemeentelijke begraafplaats te Enkhuizen is de Verordening begraaf- en grafrechten gemeentelijke begraafplaats Enkhuizen vastgesteld. Met deze Rechten worden de kosten van de gemeentelijk begraafplaats gedekt, alsmede de kosten van gemeentelijke diensten zoals het begraven van overledenen. De opbrengsten van deze Rechten mogen weer niet hoger zijn dan de kosten. Zoals besloten bij uitgangspunten van de begroting 2023 worden de tarieven voor de Begraaf- en grafrechten verhoogd met de inflatiecorrectie van 4,3%, zie daarvoor de tarieventabel van de bijgevoegde verordening. Forensenbelasting De gemeente Enkhuizen heft forensenbelasting van natuurlijke personen die meer dan 90 dagen een woning voor zichzelf of voor hun gezin beschikbaar houden. Deze personen hebben geen hoofdverblijf in onze gemeente en dragen op deze bij aan de algemene middelen. Voor deze belasting wordt een vast bedrag per perceel gehanteerd. Voor de forensenbelasting is bij de ombuigingen als uitgangspunt bepaald dat de opbrengst stijgt met 10%, dit is exclusief de inflatiecorrectie van 4,3%, samen een stijging van 14,3%:  Per woning € 648,00 (was € 567,--). Haven- en liggelden Onder de naam Haven- en liggelden heft de gemeente Enkhuizen rechten voor diensten die verleend worden vanuit de gemeentelijke haven als voor het gebruik van de gemeentelijke haven.

Met de Haven- en liggelden worden de kosten van deze dienstverlening en voor het gebruik van deze gemeentelijke voorzieningen gedekt. Haven- en liggelden vallen onder de Rechten, hierbij geldt ook een maximale kostendekking van 100%. Ook voor de Haven- en liggelden is bij ombuigingen besloten om deze met 10% te verhogen, dit is exclusief de inflatiecorrectie van 4,3%, samen een stijging van 14,3%. Voor de nieuwe tarieven verwijzen wij naar de tarieventabel van deze verordening. Leges Ook de Leges zijn Rechten en wel voor verhalen van de kosten voor de dienstverlening. De tarieven van de Leges zijn opgenomen in drie titels: 1. Algemene dienstverlening; 2. Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning; 3. Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn. Binnen deze titels zijn in 38 hoofdstukken Leges opgenomen voor verschillende diensten. Voor bepaalde tarieven zoals voor reisdocumenten, rijbewijzen en kansspelen gelden wettelijke maximum tarieven. Leges vallen ook onder de rechten, daarmee mogen de opbrengsten van alle tarieven samen niet hoger zijn de kosten van al deze diensten samen. Dit betekent ook dat de geraamde opbrengsten van een hoofdstuk van de tabel wel hoger mogen uitvallen dan de geraamde lasten binnen dat hoofdstuk. Met uitzondering van de tarieven in titel 3.

Diensten die vallen onder de Europese dienstenrichtlijn mogen niet meer dan kostendekkend zijn. Deze diensten zijn opgenomen in de verschillende hoofdstukken van titel 3. De kostendekking is van toepassing op de totale verordening, zodat de voor een hoofdstuk te hoog geraamde baten gecompenseerd worden met een hoofdstuk waarbij de baten lager dan 100% geraamd zijn. Zoals besloten bij de uitgangspunten van de begroting 2023, worden de tarieven van de Legesverordening verhoogd met de inflatiecorrectie van 4,3%, zie daarvoor tarieventabel van deze verordening. In titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning, zijn tekstuele aanpassingen doorgevoerd. Deze dienstverlening wordt vanuit de SED-werkorganisatie op een uniforme wijze uitgevoerd voor de drie deelnemende gemeenten. Het is daarom van belang dat de dienstverlening op dezelfde wijze is omschreven in titel 2 van de Legesverordening.

4

Vrijdag 14 oktober 2022 heeft de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in een brief aan Eerste Kamer de invoering van de Omgevingswet en de en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen uitgesteld tot 1 juli 2023. De invoering van deze wetten zal ook consequenties hebben voor de Legesverordening. In het voorjaar van 2023 zullen wij de gemeenteraad voorstellen om de Legesverordening onder de Omgevingswet vast te stellen, zodat deze van kracht kan worden samen met de invoering van de Omgevingswet. Marktgelden Het Marktgeld van de gemeente Enkhuizen geldt voor het innemen van een staanplaats op een week- of jaarmarkt, op respectievelijk het aangewezen markt- of evenemententerrein. Het Marktgeld is een recht waarmee de kosten van gemeentelijke voorzieningen (het markt- en het evenemententerrein), alsmede kosten gemeentelijk dienstverlening (de inzet van de marktmeester) verhaald worden. Ook voor het marktgeld geldt dat de baten niet hoger zijn dan de lasten. Zoals besloten bij de uitgangspunten van de begroting 2023, worden de tarieven voor de Marktgelden verhoogd met de inflatiecorrectie van 4,3%:  Voor een staanplaats op de weekmarkt, per dag, per strekkende meter € 1,75 (was € 1,68); met een minimum van € 7,05 (was € 6,77);  Voor een staanplaats op een evenemententerrein, per dag, per twee strekkende meters € 1,75 (was € 1,68).

Precariobelasting Voor het hebben van voorwerpen boven, op en onder gemeentegrond kan een gemeente Precariobelasting heffen, waarbij voor voorwerpen onder gemeentegrond bepaalde wettelijke beperkingen gelden. De gemeente Enkhuizen heeft er voor gekozen om alleen Precariobelasting te heffen voor terrassen. In de verordening is in de tarieventabel, bij het puntensysteem onder a. toegevoegd, Landje van Top en Venedie. De maatstaf van heffing hiervoor zijn punten gebaseerd op de straat waar het terras ligt, de ligging van het terras ten opzichte van de zon en gebaseerd op de aard van de inrichting. Het tarief per vierkante meter geldt per toegekend punt, waarbij er twee tarieven zijn voor terrassen binnen en buiten de vesting. Voor de Precariobelasting is bij ombuigingen besloten om deze met 10% te verhogen, dit is exclusief de inflatiecorrectie van 4,3%, samen een stijging van 14,3%:  Voor een terras gelegen binnen de vestging, per toegekend punt € 1,30 (was € 1,14);  Voor een terras gelegen buiten de vestging, per toegekend punt € 0,95 (was € 0,83). Nachttoeristenbelasting Onder de naam Nachttoeristenbelasting heft de gemeente Enkhuizen toeristenbelasting voor het tegen betaling (in welke vorm dan ook) overnachten door personen die niet als ingezetene van de gemeente zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen.

Dit geldt niet alleen voor de hotelovernachtingen, maar ook voor overnachtingen in bijvoorbeeld een bed and breakfast. Voor deze belasting geldt een bedrag per persoon per nacht. Ook voor de Nachttoeristenbelasting is bij de ombuigingen besloten dat het tarief met 10% wordt verhoogd én met de inflatiecorrectie van 4,3%, samen 14,3%. Daarnaast is bij de behandeling van de uitvoeringsnota erfgoed besloten om de extra kosten te dekken met een extra verhoging van de Toeristenbelasting met € 0,35 per overnachting. Hiermee zou het tarief uitkomen op € 2,80 per overnachting. Om niet uit de pas te lopen met de hoogte van de Toeristenbelasting in omliggende gebieden, wordt voorgesteld het tarief te maximeren op € 2,60 per overnachting. Met dit tarief in combinatie met het geschat aantal overnachtingen wordt verwacht dat de opbrengsten voldoende stijgen om de bijdrage voor het erfgoed te dekken, alsmede de gewenste dekking voor de nog te ontwikkelen subsidieregeling “Aantrekkelijke winkelstraten”. 

Tarief per persoon per nacht

€ 2,60 (was € 2,15).

Vermakelijkhedenretributie De Vermakelijkhedenretributie wordt geheven op basis van het daadwerkelijk aantal bezoekers, boven de 20.000 bezoekers per kalenderjaar per vermakelijkheid. Deze belasting wordt geheven voor het profijt dat de vermakelijkheden hebben van door het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in stand te houden voorzieningen, waarvoor de gemeente kosten 5

maakt. Ook valt het profijt van het toezicht door de gemeente, onder het gebruik van gemeentelijk voorzieningen. Voor de Vermakelijkhedenretributie geldt het criterium van de 100% kostendekking niet, dit heeft de wetgever bewust uitgesloten. Voor de Vermakelijkhedenretributie geldt er een vrijstelling voor inwoners van de gemeente Enkhuizen, omdat deze via verschillende gemeentelijke belastingen al bijdragen aan de bekostiging van de gemeentelijke voorzieningen en geen profijt hebben van de bijdrage die de gemeente vanuit de opbrengst van de Vermakelijkhedenretributie doet aan de “belangorganisatie ten behoeve van toeristische doeleinden”. Het is aan de exploitant om de vermakelijkhedenretributie wel of niet door te rekenen aan de bezoeker. De Vermakelijkhedenretributie is in 2018 geactualiseerd. Met de belastingplichtigen is afgesproken, om het tarief per bezoeker de eerste zes jaar van heffing niet te verhogen. De raad heeft laatstelijk in december 2020 bij de begroting 2021 dit uitgangspunt onderschreven over het niet toepassen van de inflatiecorrectie. Kanttekeningen / alternatieven Uitgangspunt is de in de kadernota, alsmede de in de begroting 2023 voor de meeste belastingen vastgestelde inflatiecorrectie van 4,3%, samen met de geraamde inkomsten voor de algemene belastingen of geraamde baten en lasten voor Bestemmingsbelastingen en Rechten.

Draagvlak De besluiten vloeien voort uit de verschillende wetten op basis waarvan de raad gemeentelijke belasting kan invoeren, zoals de Gemeentewet, de Wet milieubeheer en de Paspoortwet. Met deze besluiten worden géén nieuwe belastingen ingevoerd. Ook worden er géén wijzigingen voorgesteld op het gebied van de heffingsmaatstaf en de aangewezen belastingplichtigen. Financiën Door het vaststellen van deze verordeningen kunnen de in de kadernota en de in de begroting 2023 geraamde opbrengsten voor de gemeentelijke belastingen gerealiseerd worden. Enkhuizen, 25 oktober 2022 Burgemeester en wethouders van Enkhuizen De secretaris, De burgemeester,

Mw. N. Hellingman-Kuiper

Dhr. E.A. van Zuijlen

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12136824/3