CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

B1. Onderbouwing BOPA Havenweg 29 Enkhuizen (09-12-2025)

gemeenteraad 26 mei 2026, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Bindend advies Havenweg 29 en Paktuinen12.874 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Onderbouwing BOPA Havenweg 29 Enkhuizen Gemeente Enkhuizen

Colofon Gegevens over het project: Plannaam:

Havenweg 29, Enkhuizen

Status:

definitief

Datum:

09-12-2025

Projectnummer Buro SRO:

SR240258

Projectmedewerkers

dhr. van der Made | mw. F.F.L. Zandstra

Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:

Breg + Breg

Gegevens Buro SRO: Bezoekadres:

’t Goylaan 11 3525 AA Utrecht

Telefoon:

030-2679198

E-mail:

utrecht@buro-sro.nl

Internet:

www.buro-sro.nl

pagina 2 van 38

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding

4

1.1

Aanleiding en ambitie

4

1.2

Aanduiding plangebied

4

1.3

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit

5

1.4

Leeswijzer

5

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6

2.1

Intake-/omgevingstafel

6

2.2

Participatie

6

2.3

Bestuurlijk overleg

6

3

Huidige situatie

7

4

Planbeschrijving

8

5

Toetsing aan omgevingsplan

11

5.1

Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden

11

5.2

Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan

11

6

7

Beleid

12

6.1

Rijksbeleid

12

6.2

Provinciaal beleid

13

6.3

Regionaal beleid

15

6.4

Gemeentelijk beleid

17

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

19

7.1

Verkeer en parkeren

19

7.2

Duurzaamheid en gezondheid

20

7.3

Geluid

21

7.4

Activiteiten en milieuzonering

22

7.5

Luchtkwaliteit

24

7.6

Archeologie en cultuurhistorie

24

7.7

Bodem

26

7.8

Trillingen

27

7.9

Omgevingsveiligheid

28

7.10

Natuur

30

7.11

Water

32

7.12

M.e.r.-beoordeling

34

8

Financiële haalbaarheid

36

9

Conclusie

37

pagina 3 van 38

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en ambitie

Voorliggende onderbouwing heeft betrekking op de locatie van het voormalige politiekantoor tussen de Havenweg en de Paktuinen in Enkhuizen. Het initiatief bestaat uit twee onderdelen. De huidige bebouwing van het politiekantoor wordt gesloopt en hier wordt nieuwbouw met drie appartementen gerealiseerd. Aan de noordzijde van het perceel, grenzend aan de Paktuinen, worden drie grondgebonden woningen gerealiseerd. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de regels van het tijdelijke omgevingsplan (omgevingsplan van rechtswege) van de gemeente Enkhuizen. Derhalve dient met een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) van het tijdelijke omgevingsplan afgeweken te worden.

1.2

Aanduiding plangebied

De planlocatie ligt in het centrum van Enkhuizen, omringd door woningen, horecagelegenheden, maatschappelijke voorzieningen en bedrijven. De planlocatie staat kadastraal bekend onder de gemeente Enkhuizen, sectie F, perceelnummer 3370 en betreft een totale oppervlakte van 621 m². Op navolgende afbeeldingen is de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven.

Globale ligging planlocatie, rood omcirkeld (bron: PDOK viewer)

pagina 4 van 38

Globale begrenzing planlocatie, rood omkaderd (bron: PDOK)

1.3

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is. Er zijn twee varianten: 1.

Een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is de vergunning te verlenen.

2.

Een andere activiteit in strijd met het omgevingsplan.

Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend: a.

met het oog op een evenwichtige toedeling van functies (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl);

b.

als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl. Die beoordelingsregels komen overeen met de regels die gelden voor het opstellen van een omgevingsplan. Dat betekent dat ook de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl gelden.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid (o.a. resultaten van de omgevingstafel, de participatie en het bestuurlijk overleg). Hoofdstuk 3 omvat een beschrijving van de huidige situatie waarbij zowel de ruimtelijke aspecten als functionele aspecten aan de orde komen. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 5 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. Aansluitend daarop wordt in hoofdstuk 6 het van toepassing zijnde beleidskader voor de locatie/het gebied verwoord. In hoofdstuk 7 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving, waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 8 komt de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde. Tot slot wordt in hoofdstuk 9 een algehele conclusie getrokken.

pagina 5 van 38

2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Onder de Omgevingswet is het belang van participatie toegenomen. De initiatiefnemer is in veel gevallen verplicht om te participeren met de aanwezigen rondom het plangebied. Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit hoort een beschrijving van de wijze waarop die participatie plaats heeft gevonden en wat daarvan het resultaat was. In beginsel is bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit conform artikel 16.62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is acht weken, die met zes weken verlengd kan worden. In sommige gevallen kan het college echter wel bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten de uitgebreide procedure op basis van afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaren. In beide gevallen bestaat de mogelijkheid voor bezwaar. Bij de uitgebreide procedure bestaat ook de mogelijkheid zienswijzen tegen het ontwerpbesluit in te dienen.

2.1

Intake-/omgevingstafel

De initiatiefnemer is sinds 2021 in overleg met de gemeente. Het vertrekpunt voor de planvorming is het document met een analyse en richtlijnen voor herontwikkeling van de kavels Havenweg 26 - Paktuinen 41/49. Naar aanleiding van beoordelingen/adviezen van de stedenbouwkundige van de gemeente is het plan een aantal keer bijgesteld. Hierbij is het voornemen om het bestaande gebouw aan de Havenweg 29 te transformeren en uit te breiden losgelaten en is gekozen voor nieuwbouw aan de Havenweg. Verder is nieuwbouw aan de zijde van de Paktuinen aan het plan toegevoegd. Het ontwerp van de woningen aan de Paktuinen is tussentijds aangepast. De voorgestelde architectuur komt niet meer overeen met de architectuur die aan de Havenweg wordt voorgesteld. Daarnaast zijn de drie beoogde woningen aan de Paktuinen meer individueel leesbaar gemaakt en is voor verschillende materialisatie gekozen.

2.2

Participatie

Op 24 juli 2024 is een informatiebijeenkomst voor buurtbewoners georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomst is het initiatief gepresenteerd door middel van posters met referentiebeelden van de toekomstige situatie. Tijdens deze bijeenkomst was er ruimte voor omwonenden om hun mening over het plan te geven en vragen te stellen. Het verslag van deze bijeenkomst is opgenomen in bijlage 1.

2.3

Bestuurlijk overleg

In het kader van bestuurlijk overleg zal het plan voorgelegd worden aan de vooroverlegpartners.

pagina 6 van 38

3

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen in het centrum van Enkhuizen, tussen twee havens. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de Paktuinen, met daarachter de evenementenlocatie ‘De Nieuwe Doelen’. Achter deze locatie bevindt zich de Oude Haven. Ten oosten van het plangebied bevinden zich enkele woningen en horecavoorzieningen. Verder oostwaarts ligt het IJsselmeer. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de Buitenhaven en het station van Enkhuizen. Aan de westzijde zijn voornamelijk woningen gesitueerd. Het gebouw binnen het plangebied diende als kantoor voor de havenpolitie en is hierdoor op een prominente locatie in het centrum geplaatst. Het betreft een vrijstaand, langwerpig gebouw dat voor de rooilijn van de belendende bebouwing staat. De bouwstijl van het gebouw wijkt af van die van de omringende panden, wat het een afwijkend karakter geeft in de omgeving. Op het perceel zijn tevens twee bergingen aanwezig. Aan de achterzijde van het perceel was het parkeerterrein van de politie aanwezig, waardoor het terrein aan de zijde van de Paktuinen als een gat in het straatbeeld oogt. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich op loopafstand diverse winkels, restaurants en parken.

Bovendien ligt het plangebied in de nabijheid van het station van Enkhuizen en de provinciale wegen N307 en N505, die zorgen voor een verbinding met de A7 richting het westen en met Lelystad via de Markerwaarddijk. Navolgende afbeeldingen geven een impressie van de voor- en achterkant van het perceel.

Impressie plangebied (bron: Google Streetview)

pagina 7 van 38

4

Planbeschrijving

Het beoogde planvoornemen omvat twee delen: de realisatie van een gebouw met drie appartementen aan de Havenweg en de bouw van drie grondgebonden woningen aan de Paktuinen. De appartementen zullen worden gerealiseerd op de locatie van het voormalige en het te slopen politiekantoor. De nieuwbouw zal bestaan uit twee bouwlagen met een kap. Het dak krijgt een gecombineerde vorm van schilddaken, zowel in de lengte als de breedte van het perceel. In de toekomstige situatie zal de voorgevel van het gebouw enkele meters naar achteren worden geplaatst, waardoor er ruimte ontstaat voor een terras aan de voorzijde van het eerste appartement en het nieuwe volume beter aansluit op het straatbeeld. Het bestaande beeldhouwwerk dat momenteel in de muur is geïntegreerd, zal in de nieuwe situatie herplaatst worden in het bovenste deel van de voorgevel. De appartementen worden in gestapelde vorm langs de lengte van het perceel gerealiseerd. De voorzijde van het gebouw zal circa 8,2 meter breed zijn, terwijl de achterzijde een breedte van circa 6 meter zal hebben. Aan de oostzijde van het gebouw wordt een pad van 2 meter breed aangelegd, waardoor toegang tot de achterzijde van het perceel mogelijk is. De achterkant van het gebouw bestaat uit twee bergingen, met een groendak. Het tweede appartement heeft een terras boven een deel van het appartement op de begane grond.

Het terras van het derde appartement wordt boven het achterste deel van het tweede appartement gerealiseerd. Onderstaande afbeelding geeft een 3D-impressies van de beoogde appartementen weer.

3D-impressies toekomstige situatie appartementen (bron: Breg + Breg)

Op het voormalige parkeerterrein aan de zijde van de Paktuinen worden drie grondgebonden woningen gerealiseerd. Om de continuïteit van de straat voort te zetten, is ervoor gekozen om de gevels direct op de perceelgrens te plaatsen, waardoor er in de rooilijn wordt gebouwd. De woningen zijn ontworpen als drie afzonderlijke volumes, elk met een eigen identiteit en specifieke materialisatie. Dit zorgt ervoor dat de woningen beter aansluiten op de individuele huizen die aan weerszijden van de straat staan.

pagina 8 van 38

Vanaf de Paktuinen gezien heeft de linker woning een schilddak met een dakkapel aan de voorzijde, terwijl de achterzijde van de woning voorzien is van een zadeldak. Deze gecombineerde dakvorm geeft de woning een karakteristieke uitstraling. De middelste woning heeft een uniek ontwerp waarbij de voorkant en achterkant van het dak naar binnen lopen, met rechte zijkanten. Het dak wordt plat afgesneden en binnen de dakranden wordt een terras gerealiseerd. De rechter woning is voorzien van een traditioneel zadeldak. Door deze verschillende dakvormen en de individuele ontwerpen van de woningen wordt een gevarieerd en aantrekkelijk straatbeeld gecreëerd dat aansluit bij de bestaande bebouwing in de omgeving. De woningen aan de zijkanten bestaan uit twee lagen met een kap, waar de tussenwoning bestaat uit twee lagen en een dakterras. De tussenwoning heeft een garagedeur/onderdoorgang, wat de bewoners toegang tot de parkeerplaatsen biedt. De bewoners van de tussenwoning kunnen via de deur links van de garagedeur met de trap omhoog naar hun eigen woning. Omdat deze woning geen begane grond bevat, is deze voorzien van een dakterras met een oppervlakte van ca. 25 m².

3D-impressies toekomstige situatie grondgebonden woningen (bron: Breg + Breg)

Binnen het plangebied is ruimte gecreëerd voor parkeergelegenheid tussen de appartementen en de grondgebonden woningen. De grondgebonden woningen aan de zijkanten beschikken beide over een tuin van circa 15 m², inclusief een aangrenzende berging. Voor de tussenwoning, die geen begane grond heeft, is de achterste berging enkele meters verderop geplaatst, met het groene dak.

pagina 9 van 38

Tegenover de berging van de tweede woning wordt één parkeerplaats gerealiseerd. Daarnaast worden er vier schuinparkeerplaatsen aangelegd tussen de bergingen van de eerste en tweede woning. Boven deze parkeerplaatsen zal een pergola worden geplaatst. Alle parkeerplaatsen worden uitgevoerd met grasbetontegels, wat bijdraagt aan een natuurlijke uitstraling en betere afwatering. Onderstaande afbeelding geeft de situatietekening van de toekomstige situatie weer.

Situatietekening toekomstige situatie (bron: Breg + Breg)

pagina 10 van 38

5

Toetsing aan omgevingsplan

5.1

Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden

Alle voorheen geldende bestemmingsplannen maken thans onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Voor de planlocatie gold het bestemmingsplan ‘Binnenstad en Havens’ (vastgesteld op 20 augustus 2014 door de raad van de gemeente Enkhuizen), waarin de gronden voorzien waren van de bestemmingen ‘Maatschappelijk’ en ‘Wonen’. De bouw en het gebruik van woningen is niet mogelijk binnen deze bestemmingen. Daarnaast bevat het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Beschermd Stadsgezicht’, ‘Waarde Archeologie 2’ en ‘Waterstaat - Waterkering’. De regels van deze dubbelbestemmingen worden besproken in paragraaf 7.6 en 7.11. De voorgenomen ontwikkeling is niet toegestaan binnen het tijdelijk omgevingsplan. Derhalve dient buitenplans afgeweken te worden van het tijdelijke deel van het omgevingsplan middels een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).

Uitsnede bestemmingsplan ‘Binnenstad en Havens’ (bron: omgevingsloket.nl)

5.2

Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan

De gronden waar de beoogde ontwikkeling is voorzien hebben in het voormalige bestemmingsplan de bestemmingen ‘Maatschappelijk’ en ‘Wonen’. Binnen deze bestemming ‘Maatschappelijk’ zijn geen woningen toegestaan. De beoogde woningen worden tevens hoger gebouwd dan is toegestaan conform de bouwregels van de bestemming ‘Maatschappelijk’ ter plaatse. Tot slot wordt een deel van de bebouwing buiten de bestaande bouwvlakken gerealiseerd. Het realiseren van de woningen is daarmee in strijd met het tijdelijke deel van het omgevingsplan.

pagina 11 van 38

6

Beleid

6.1

Rijksbeleid

6.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

2.

duurzaam economisch groeipotentieel;

3.

sterke en gezonde steden en regio's;

4.

toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond.

Planspecifiek Onderhavig initiatief past binnen de derde prioriteit, waarmee het initiatief passend is binnen de intenties van dit rijksbeleid. Gezien de aard en omvang van het initiatief is de NOVI verder niet specifiek van toepassing op het plangebied.

6.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In artikel 5.129g wordt bepaald dat bij een plan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, rekening gehouden moet worden met: a.

de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en

b.

als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien.

Planspecifiek Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan voor wat gezien wordt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wel zijn in uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. Met de beoogde

pagina 12 van 38

ontwikkeling worden 6 woningen gerealiseerd. Derhalve is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en hoeven de ‘treden van de ladder’ niet doorlopen te worden. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling niet getoetst hoeft te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

6.2

Provinciaal beleid

6.2.1 Omgevingsvisie NH 2050 De omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 vastgesteld door de Provinciale Staten. Deze vervangt de structuurvisie voor ruimtelijke ordening, het waterplan, het milieubeleidsplan, het verkeers- en vervoerplan en de ruimtelijke aspecten van de natuurvisie uit de voorziene Wet natuurbescherming. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kúnnen investeren in een prettige leefomgeving. Daarbij wordt er uitgegaan van het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. In de visie zijn vijf bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving: a.

Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend.

b.

Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert.

c.

Sterke kernen, sterke regio’s, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden.

d.

Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie.

e.

Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal.

Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling sluit nauw aan bij de beweging 'sterke kernen, sterke regio's'. Deze beweging streeft ernaar om op duurzame wijze de werkgelegenheid, het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid op peil te houden. Daarnaast richt zij zich op het behouden of ontwikkelen van de karakteristieke identiteit van dorpen, steden en regio’s, met oog voor hun bijdrage aan de circulaire economie. Het is van belang dat regio’s vitaal blijven en zich verder kunnen ontwikkelen, waarbij de lokale kenmerken en kwaliteiten worden versterkt. Binnen de voorgestelde ontwikkeling worden zes woningen gerealiseerd, bestaande uit zowel appartementen als grondgebonden woningen, gelegen in het centrum van Enkhuizen. Dit gebied kenmerkt zich door een diversiteit aan voorzieningen, waaronder een groot aantal woningen. De toevoeging van deze nieuwe woningen draagt bij aan het versterken van de kern van Enkhuizen en ondersteunt de bestaande identiteit van de stad door het voorzien in extra woonruimte binnen het centrum. Daarnaast worden de woningen gasloos en volgens de BENG methode gebouwd, wat bijdraagt aan de duurzaamheid.

pagina 13 van 38

Gezien deze aspecten kan worden geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie NH2050.

6.2.2 Omgevingsverordening NH2022 De laatste versie van de Omgevingsverordening NH2022 is op 1 juli 2024 in werking getreden. De regels en wetten die terugkomen in de Omgevingsverordening NH2022 komen grotendeels overeen met de Omgevingsverordening NH2020, maar zijn omgezet conform de nieuwe eisen die de Omgevingswet stelt. In de Omgevingsverordening NH2022 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Hierdoor is het makkelijker om te zien welke regels waar gelden. In de Omgevingsverordening NH2022 zijn gebieden benoemd waar uitgebreid omschreven staat welke activiteiten mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. Enkele voorbeelden van deze zogeheten ‘werkingsgebieden’ zijn het Landelijk Gebied, het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Provinciale Wegen. Deze gebieden en de bijbehorende regels zijn opgenomen in een digitale kaart (Regels op de kaart). Zo is in een oogopslag duidelijk welke regels waar gelden in Noord-Holland. De omgevingsverordening heeft de volgende doelstellingen:

▪

Het bereiken van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur;

▪

Het behoud en herstel van de biologische diversiteit; en

▪

Het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.

Planspecifiek Volgens de Omgevingsverordening NH2022 valt de Havenweg binnen het gebied dat is aangemerkt als Cultureel Erfgoed - provinciale monumenten. De voorgenomen ontwikkeling omvat geen fysieke ingrepen aan provinciale of rijksmonumenten. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen monumenten. De planlocatie ligt wel binnen het beschermd stadsgezicht. In paragraaf 7.6 wordt hier nader op ingegaan. Er zijn geen monumenten of andere cultuurhistorisch waardevolle elementen die nadelige effecten zullen ondervinden van de voorgestelde ontwikkeling. Artikel 6.13 van de Omgevingsverordening NH2022 stelt dat een omgevingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Voor kleinschalige ontwikkelingen (geen nieuwe stedelijke ontwikkeling) geldt dat er buiten het landelijk gebied geen bijzondere eisen vanuit de verordening van toepassing zijn. In navolgende paragrafen wordt nader ingegaan op het (regionaal) woningbouwbeleid. Risico’s van klimaatverandering In artikel 6.75 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat bij een omgevingsplan rekening gehouden moet worden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering. In de beschrijving wordt in ieder geval betrokken op het risico op: a.

wateroverlast;

b.

overstroming;

pagina 14 van 38

c.

hitte;

d.

watertekort;

e.

verzilting;

f.

verslechtering van de ecologische en chemische waterkwaliteit.

Wateroverlast Uit de Klimaatatlas van de provincie Noord-Holland blijkt dat het plangebied niet gevoelig is voor extreme neerslag. Het plangebied is reeds volledig verhard. Met de voorgenomen ontwikkeling worden enkele vierkante meters groen toegevoegd. Het plangebied grenst aan de haven van Enkhuizen, waardoor gesteld kan worden dat wateroverlast geen belemmering vormt. Overstroming Uit raadpleging van de overstromingskaart van de Klimaatatlas van Noord-Holland blijkt dat ter plaatse van het plangebied geen overstromingskans is. De omgeving van het plangebied heeft een kleine kans op overstroming (1/300 tot 1/3.000 per jaar). Hitte Ter plaatse van het plangebied is op dit moment geen sprake van een hoge temperatuur vergeleken met de omgeving. De hittestress zal nauwelijks toenemen vergeleken met de huidige situatie, omdat in het plangebied in beide gevallen bijna volledig verhard is. Er wordt niet verwacht dat er sprake zal zijn van hittestress. Droogte In het plangebied is droogte op basis van de Klimaatatlas geen probleem. Waar mogelijk wordt water in het groen vastgehouden binnen het plangebied. Daarnaast is er voldoende oppervlaktewater aanwezig rondom het plangebied. Verzilting Verzilting is het geleidelijk toenemen van het zoutgehalte van bodem of water. Dit kan veroorzaakt worden door overstromingen vanuit zee.

Het plangebied bevindt zich niet in de buurt van de zee, waardoor gesteld kan worden dat er geen sprake zal zijn van verzilting. Verslechtering ecologische en chemische waterkwaliteit Binnen het plan worden geen werkzaamheden uitgevoerd die de waterkwaliteit zouden kunnen beschadigen. Verslechtering van de waterkwaliteit zal niet aan de orde zijn. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met de provinciale omgevingsverordening.

6.3

Regionaal beleid

6.3.1 Woonagenda 2020-2025 De Woonagenda 2020-2025 vormt de uitvoeringsagenda van de provincie Noord-Holland voor de periode tot 2025. De provincie heeft als doelstelling dat zij wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Eén van de belangrijkste speerpunten uit de Woonagenda is het aanjagen van de woningbouwproductie. Hierbij zet de provincie vooral in op woningbouw op plekken waar het ruimtelijk goed past

pagina 15 van 38

en waar de voorzieningen goed geregeld zijn. Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de vraag van de verschillende doelgroepen en er wordt ook gekeken naar de bestaande woningvoorraad. De provincie NoordHolland vraagt in haar Woonagenda 2020-2025 aan regio’s om, samen met de provincie, Woonakkoorden op te stellen, met daarin afspraken over woningbouw, nieuwbouw en een overzicht van woningbouwplannen in het landelijk gebied. Het plangebied valt binnen het Woonakkoord Regio Westfriesland. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op de uitgangspunten van dit woonakkoord.

6.3.2 Woonakkoord 2020-2025 Westfriesland De regio Westfriesland heeft samen met de provincie Noord-Holland het Woonakkoord 2020-2025 opgesteld. Hierin is aangegeven welke woonopgaven er liggen, wat de gewenste richting is en welke afspraken daarbij passen. De regio Westfriesland bestaat uit zeven gemeenten: Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec. Het Woonakkoord is een beleidsinstrument van de provincie Noord-Holland met als hoofddoel om voldoende woningen te realiseren. De provincie Noord-Holland vraagt in haar Woonagenda 2020-2025 aan regio’s om, samen met de provincie, woonakkoorden op te stellen, met daarin afspraken over woningbouw, nieuwbouw en een overzicht van woningbouwplannen in het landelijk gebied. De provincie wil ook het verduurzamen van de woningvoorraad stimuleren en inspelen op het veranderde klimaat. De woningbouwproductie dient daarom versneld uitgebreid te worden en er moet een accent gelegd worden op het prijssegment betaalbare koop. Hiervoor is een aantal uitgangspunten benoemd:

▪

zet in op diversiteit in het woningbouwprogramma en benut de binnenstedelijke potentie centrumdorpen en steden;

▪

bouw grootschalig rondom OV-knooppunten (conform provinciaal- en Rijksbeleid);

▪

maak gebruik van laaghangend fruit, voer locaties die tijdens de crisis zijn afgevallen weer op;

▪

benader dit alles regionaal en leg de focus op diversiteit en onderscheidend karakter.

Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling richt zich op diversiteit binnen het woningbouwprogramma door zowel grondgebonden woningen als appartementen te realiseren. Deze ontwikkeling vindt plaats binnenstedelijk, in de stad Enkhuizen, wat volledig in lijn is met het eerste uitgangspunt van het beleid. Hoewel het geen grootschalige ontwikkeling betreft, wordt er wel gebouwd in de nabijheid van een OV-knooppunt; het plangebied ligt namelijk op slechts 120 meter afstand van station Enkhuizen. Aangezien het een kleinschalig initiatief betreft, is het aannemelijk dat de ontwikkeling goed uitvoerbaar is. Daarnaast zullen de nieuwe woningen zich qua karakter onderscheiden van de bestaande woningen in de omgeving. Geconcludeerd kan worden dat het initiatief voldoet aan de uitgangspunten zoals gesteld in het woonakkoord.

6.3.3 Monitor Woningbouw 2023 In november 2023 is de Monitor Woningbouw 2023 van de provincie Noord-Holland gepubliceerd. Het belangrijkste doel van de monitor is het inzichtelijk maken van de voortgang bij het bereiken van woningbouwdoelstellingen, nu en in de toekomst. De basis van de monitor wordt gevormd door de doelstellingen, uitkomsten en de woonakkoorden.

pagina 16 van 38

In 2022 werden in Noord-Holland 14.400 nieuwbouwwoningen opgeleverd en zijn 4.400 woningen toegevoegd aan de woningvoorraad door transformatie en woningsplitsing. Dit geeft een bruto groei van 18.800 woningen. Aan de woningvoorraad werden 3.700 woningen onttrokken, met name door sloop. De netto groei kwam hiermee uit op 15.000 woningen. De bouwopgave in het eerste jaar van de Woondeals (2023-2030) was een bruto groei van 17.800 woningen. Dit doel is gehaald. Op regionaal niveau had Noord-Holland Noord met een bruto groei van 3.600 woningen een kleine achterstand ten opzichte van de opgave van 3.800. In Noord-Holland Zuid lag de bruto groei van 15.200 boven de opgave van 14.000 woningen. Op basis van de toename van het woningtekort kan de inhaalvraag bepaald worden. Het woningtekort geeft de verhouding weer tussen de gewenste woningvoorraad (vraag) en de daadwerkelijke woningvoorraad (aanbod). De inhaalvraag is het aantal woningen dat bovenop de verwachte vraag naar woningen gebouwd zou moeten worden om de druk op de woningmarkt te laten afnemen. Het tekort nam toe van 2008 tot 2019. Van 2020 tot 2022 daalde het woningtekort, vooral door de lagere huishoudensgroei tijdens de coronacrisis maar ook door de toegenomen woningbouwproductie. Begin 2023 is het woningtekort, als gevolg van de hoge huishoudensgroei in 2022, fors gestegen ten opzichte van begin 2022.

De toename van het woningtekort bedraagt bijna 12.000 woningen. Voor alle Noord-Hollandse gemeenten samen bedraagt de bruto plancapaciteit tot 2050 in totaal 427.000 woningen. Dit betreft de capaciteit in alle soorten plannen variërend van plannen die al worden gebouwd tot potentiële plannen waarvoor alleen nog ideeën bestaan. In de (binnenstedelijke) plannen worden naar verwachting 6.400 woningen gesloopt. Totaal resteert een netto plancapaciteit van 420.800 woningen. De harde plancapaciteit (woningbouwplannen in een vastgesteld bestemmingsplan) ligt momenteel rond de 102.000 woningen, waarvan 92.000 tot en met 2030. In vergelijking met 2022 is de harde capaciteit in Noord-Holland gestegen met ca. 8.000 woningen. Het op peil houden of verhogen van de bouwproductie is daarmee cruciaal. Dit betekent dat Noord-Holland een forse bouwopgave heeft. Voor de resterende opgave van de Woondeals in Noord-Holland. 165.000 woningen in de periode 2023-2030, is een plancapaciteit beschikbaar van bijna 241 duizend woningen. Bij ongeveer 92.000 woningen hiervan is de planstatus hard. Bijna alle regio’s hebben nu al ruim voldoende bouwplannen. In de meeste regio’s ligt de plancapaciteit op meer dan 140 procent ten opzichte van de resterende opgave.

Planspecifiek Uit de Monitor Woningbouw 2023 blijkt dat er een groot woningtekort is in de provincie Noord-Holland. Onderhavige ontwikkeling betreft het toevoegen van 6 nieuwe huurwoningen in de vrije sector. Daarmee wordt een (kleine) bijdrage geleverd aan de woningvoorraad in de provincie Noord-Holland. Tevens wordt door het toevoegen van nieuwe woningen een bijdrage geleverd aan de doorstroming van de woningmarkt.

6.4

Gemeentelijk beleid

6.4.1 Stadsvisie Enkhuizen 2030 De Stadsvisie Enkhuizen 2030 is op 2 december 2009 vastgesteld door de gemeenteraad. Centraal in deze stadsvisie staat de identiteit van Enkhuizen in 2030: Gastvrije haven en historische glorie. De gemeente wil dat de stad in 2030 een moderne uitstraling heeft met een zichtbaar rijke geschiedenis als waterstad. Een functionele en overzichtelijke stad, door slimme zonering van gerichte gebieden voor toerisme, wonen en werken. De gemeente

pagina 17 van 38

kijkt vanuit verschillende thema's naar 2030: sociaal, economisch, wonen en bouwen, toerisme en infrastructuur en mobiliteit. De gemeente geeft in het thema ‘wonen en bouwen’ aan dat ze van Enkhuizen een gewilde woonplaats wil maken door de combinatie van kleinschaligheid en levendigheid. Er wordt rekening gehouden met krimp van de bevolking, maar ook met groei. De gemeente heeft vierendertig richtinggevende uitspraken gedaan, waarvan voor deze ruimtelijke onderbouwing de volgende uitspraken relevant zijn:

▪

Enkhuizen gaat uit van haar kernkwaliteiten en benut haar cultuurhistorisch erfgoed en de unieke ligging aan het water.

▪

Enkhuizen streeft naar een balans in sociale woningbouw en koopaanbod.

Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het toevoegen van 6 huurwoningen in het centrum van Enkhuizen. De aanwezige cultuurhistorische waarden worden gehandhaafd met de beoogde ontwikkeling. Er wordt een variatie aan woningen toegevoegd in de vorm van woningen en appartementen in een gemengde omgeving. Daarmee wordt voorzien in de behoefte die de visie beschrijft.

pagina 18 van 38

7

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

7.1

Verkeer en parkeren

7.1.1 Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij ruimtelijke ontwikkelingen, zijn kencijfers verkeersgeneratie ontwikkeld. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de beoogde ontwikkeling toe rijdt en hiervan wegrijdt. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 744 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' kencijfers voor verkeersgeneratie. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen wat de totale verkeersaantrekkende werking bedraagt.

Planspecifiek Met het voorgenomen initiatief worden op de locatie 6 woningen toegevoegd. Dit levert extra verkeersbewegingen op. Voor het plangebied is uitgegaan van ‘matig stedelijk’ en ‘centrum’. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de gemiddelde kengetallen uit publicatie 744 van het CROW. CROW functie

Verkeersgeneratie

Aantal

Totaal

Huur, huis, vrije sector

5,8

3

17,4

Huur, appartement, vrije sector, > 100 m² bvo

4,8

2

9,6

Huur, appartement, vrije sector, 75-100 m² bvo

2,9

1

2,9

6

29,9

Totaal

De beoogde ontwikkeling heeft een verkeersgeneratie van afgerond 30 verkeersbewegingen per etmaal. De ontsluiting van het plangebied geschiedt via de Paktuinen. De verkeersgeneratie zal toenemen als gevolg van de woningbouwontwikkeling, waarbij opgemerkt dient te worden dat de verkeersgeneratie vanwege het politiekantoor komt te vervallen. Naar verwachting is de bestaande infrastructuur in staat om deze verkeersgeneratie te verwerken. Het aspect verkeer vormt derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

7.1.2 Parkeren Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte. Parkeernormen staan voor het aantal vereiste parkeerplaatsen per type bestemming. Op basis van deze parkeernormen wordt parkeerbeleid veelal vormgegeven. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 744 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' richtlijnen voor parkeernormen. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de

pagina 19 van 38

locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen of voorzien wordt in voldoende (auto)parkeerplaatsen. Voorts voorziet de publicatie in minimale voorwaarden voor parkeervoorzieningen.

Planspecifiek In de navolgende tabellen is weergegeven wat de parkeerbehoefte in de huidige en toekomstige situatie is. De gemeente Enkhuizen heeft in haar parkeerbeleid geen parkeernormen opgenomen en verwijst naar de kencijfers van het CROW. Voor het plangebied is uitgegaan van ‘matig stedelijk’ en ‘centrum’. Aangesloten wordt bij publicatie 744 van het CROW en de gemiddelde bandbreedte van de parkeernorm inclusief bezoekers. CROW functie

Norm

Aantal

Behoefte

Commerciële dienstverlening (politie)

0,41 per 100 m² bvo

351 m² bvo

1,44

Totaal CROW functie

Norm

Aantal

Behoefte

Huur, huis, vrije sector

1,0

3

3,0

Huur, appartement, vrije sector, > 100 m² bvo

1,0

2

2,0

Huur, appartement, vrije sector, 75-100 m² bvo

0,7

1

0,7

Bezoekersparkeren

0,1

6

0,6

6

6,3

Totaal

De parkeerbehoefte neemt met de voorgenomen ontwikkeling toe met 6,3 - 1,44 = 4,86 parkeerplaatsen. Binnen het plangebied worden 5 parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarmee wordt voldoende parkeerplaatsen aangelegd om in de toename van de parkeerbehoefte te voorzien. Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

7.2

Duurzaamheid en gezondheid

De aspecten duurzaamheid en de gezondheid van mensen zijn steeds belangrijkere thema’s geworden. Om die reden zijn duurzaamheid en gezondheid in de Omgevingswet verankerd. In artikel 1.3 sub a van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit als een belangrijk maatschappelijk doel opgenomen. In een omgeving die gezond gedrag stimuleert, zijn de bewoners over het algemeen gezonder dan in een omgeving die daar niet op is ingericht. Toetsing aan de aspecten duurzaamheid en gezondheid is sterk afhankelijk van het gemeentelijk beleid op deze thema’s. Het gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid en/of gezondheid in het omgevingsplan, zijn vastgelegd in de vorm van omgevingswaarden. De Rijksoverheid stimuleert duurzaam bouwen vooral op het aspect energie. Sinds 1995 worden in het Bouwbesluit eisen gesteld ten aanzien van de energiezuinigheid van een gebouw, die nu zijn opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). De eisen houden in dat nieuwe woningen (bijna) energieneutraal gebouwd moeten worden.

pagina 20 van 38

Planspecifiek De beoogde appartementengebouwen worden gasloos en volgens de BENG methode gebouwd. Met de realisatie van gasloze woningen wordt de CO2-uitstoot verminderd, wat een positieve impact heeft op de omgeving en de gezondheid van de mens. Verder wordt het terrein (in beperkte mate) vergroend ten opzichte van de huidige situatie. Het aspect duurzaamheid en gezondheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

7.3

Geluid

De regels voor geluid zijn opgenomen in de bruidsschat en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het bevoegd gezag moet bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelig gebouw het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. De kern is dat geluidsgevoelige gebouwen worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. Een geluidgevoelig gebouw (artikel 3.21 Bkl) wordt gedefinieerd als een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een:

Het

▪

woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;

▪

onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;

▪

gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of

▪

gebouw voor kinderopvang met bedden;

▪

bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. beschermen

van

deze

geluidsgevoelige

gebouwen

gebeurt

aan

de

hand

van

vastgestelde

geluidaandachtsgebieden, waarbij instructieregels gelden. De volgende geluidbronsoorten hebben een aandachtsgebied: rijkswegen, provinciale wegen, gemeentewegen, waterschapswegen, hoofdspoorwegen, lokale spoorwegen en industrieterreinen.

Planspecifiek Woningen zijn geluidgevoelige gebouwen zoals bedoeld in artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het plangebied ligt binnen het geluidaandachtsgebied van de lokale wegen in de directe omgeving. Derhalve is akoestisch onderzoek naar wegverkeerlawaai uitgevoerd (S&W Bouwkundig Ingenieurs, d.d. 26 september 2024, zie bijlage 2). Onderstaand zijn de belangrijkste conclusies weergegeven. Resultaten Het gecumuleerde geluid op de voor- en rechter zijgevel aan de Havenweg en de voorgevel aan de Paktuinen is hoger dan de standaardwaarde van 53 dB. De hoogste waarde op de voorgevel aan de Havenweg is 57 dB en de hoogste waarde op de rechter zijgevel is 56 dB. De hoogste waarde op de voorgevel van de Paktuinen is 55 dB. De grenswaarde van 70 dB wordt echter niet overschreden. . Het gezamenlijke geluid is op de voor- en rechter zijgevel aan de Havenweg en de voorgevel aan de Paktuinen hoger dan 53 dB. Dit houdt in dat aangetoond moet worden met welke aanvullende voorzieningen (glas, suskasten, kierdichting, dakisolatie, enz.) aan de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving voldaan wordt voor wat betreft de geluidwering van de gevels.

pagina 21 van 38

Eis geluidwering De karakteristieke geluidwering van de gevels is bepaald. Met behulp van berekeningen is onderzocht of de karakteristieke geluidwering van de gevels in verblijfsruimten en verblijfsgebieden binnen de eisen blijft, zoals gesteld in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Dit rapport is opgenomen als bijlage 3 (S&W Bouwkundig Ingenierus, d.d. 25 november 2024). Uit de berekeningen blijkt dat de geluidwering van de gevels voldoet aan de eisen van het Bbl. Warmtepompen Met de voorgenomen ontwikkeling worden warmtepompen gerealiseerd. Door S&W Ingenieurs is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting die wordt veroorzaakt door installaties die buiten de gebouwen op het maaiveld en op het dak opgesteld worden (zie bijlage 4). In de eerste opzet van het bouwplan is de geluidsbelasting te hoog op sommige locaties ter plaatse van de perceelsgrenzen van de bestaande aangrenzende woningen en op de gevels van het bouwplan zelf. Er is ten opzichte van het eerdere bouwkundig ontwerp een andere positie voorgeschreven voor twee van de zes buitenunits. Verder zullen in ieder geval de vijf buitenunits die op het maaiveld geplaatst worden, voorzien worden van een omkasting die een geluidsreductie van ten minste 5 dB(A) moet geven.

Met deze beschreven voorzieningen en voorwaarden, staat het bouwplan inclusief de buitenunits van de warmtepompen, een evenwichtige toedeling van functies aan locaties niet in de weg. Om de geluidsbelasting in de achtertuinen van Paktuinen 43 en 47 en op het dakterras van Paktuinen 45 ten gevolge van de eigen buitenunit verder te verlagen, kan ervoor gekozen worden om een omkasting toe te passen met een hogere geluidsreductie dan de minimaal vereiste 5 dB. Conclusie Er kan geconcludeerd worden dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.

7.4

Activiteiten en milieuzonering

Het aspect activiteiten en milieuzonering gaat in op de invloed die activiteiten hebben op hun omgeving. In de Omgevingswet wordt in de bijlage bij artikel 1.1 het begrip milieubelastende activiteit (mba) gedefinieerd. Dit gaat feitelijk om alle activiteiten die enig negatief effect op het milieu kunnen hebben. Milieubelastende activiteiten zijn niet in alle gevallen aan de orde. Er moet gecontroleerd worden of het Bkl, Bal of Bbl instructieregels bevatten die relevant zijn voor het project. In het gemeentelijke omgevingsplan wordt het milieuspoor verder geïntegreerd. De ‘Vereniging van Nederlandse Gemeenten’ (VNG) heeft in 2019 de uitgave ‘Milieuzonering nieuwe stijl’ gepubliceerd. Met deze uitgave wordt de toelating van bedrijven gereguleerd op basis van een voor een locatie beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieuwaarden. De uitgave is verder doorontwikkeld tot geïntegreerde staalkaart. De Staalkaart Bedrijventerrein maakt inzichtelijk hoe activiteiten met gebruiksruimte en milieugevolgen inpasbaar kunnen worden gemaakt en welke regeling in het omgevingsplan hiervoor kan worden opgenomen. De staalkaart zal vervangen worden door de VNG-uitgave ‘Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet 2024’. Deze kan ook worden toegepast buiten bedrijventerreinen, in tegenstelling tot de uitgave uit 2019 en de geïntegreerde staalkaart.

Bij milieuzonering gaat het om de milieuthema’s die afstandsgerelateerd zijn en niet op een andere wijze zijn gereguleerd. Afstandsgerelateerd wil zeggen dat de milieubelasting afneemt bij grotere afstand, zoals bij geluid en geur.

pagina 22 van 38

In het stedelijk gebied kunnen grofweg drie soorten gebieden worden onderscheiden:

▪

industrieterreinen, bedrijventerreinen of andere werkgebieden: dit zijn gebieden waar de bedrijfsfunctie (of een andere werkgerelateerde functie) prevaleert;

▪

woongebieden: dit zijn gebieden waar de woonfunctie (en andere milieugevoelige functies) prevaleert;

▪

gemengde gebieden met wonen (functiemenging): dit zijn gebieden met een tussenvorm met zowel milieugevoelige functies als bedrijfsfuncties, maar ook andere milieubelastende functies zoals horeca, detailhandel, etc.

Planspecifiek Wonen is een gevoelige functie, waardoor beoordeeld dient te worden of ter plaatse van deze gevoelige functie sprake is van een goed woon- en leefklimaat en milieubelastende activiteiten in de omgeving niet belemmerd worden als gevolg van de ontwikkeling. In de directe omgeving van het plangebied zijn verschillende bedrijven en maatschappelijke voorzieningen aanwezig. Buitenhaven Enkhuizen Ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich de Buitenhaven van Enkhuizen. In de oude VNG-lijst ‘Bedrijven en milieuzonering’ behoort een jachthaven tot milieucategorie 3.1. Aangezien er in de directe omgeving van het plangebied sprake is van een matige tot sterke functiemenging, kan gesteld worden dat sprake is van een gemengd gebied. De richtafstand voor een jachthaven in een gemengd gebied bedraagt 30 meter. De afstand van het plangebied tot de jachthaven is 34 meter. Daarnaast bevinden zich reeds woningen op een kleinere afstand van de jachthaven. Daarmee kan gesteld worden dat de beoogde ontwikkeling geen belemmering vormt en er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De Nieuwe Doelen Ten noorden van het plangebied bevindt zich de evenementenlocatie De Nieuwe Doelen. In de oude VNG-lijst ‘Bedrijven en milieuzonering’ behoort een evenementenhal tot milieucategorie 2.

Aangezien er in de directe omgeving van het plangebied sprake is van een matige tot sterke functiemenging, kan gesteld worden dat sprake is van een gemengd gebied. Voor een evenementenhal in een gemengd gebied geldt een richtafstand van 10 meter voor geluid en 0 meter voor geur. Op het dak van De Nieuwe Doelen bevindt zich een afvoer, maar deze is niet georiënteerd in de richting van de beoogde woningen. Bovendien bevinden zich in de directe omgeving al bestaande woningen die dichter bij de hal liggen dan de geplande ontwikkeling. De afstand tussen het plangebied en de evenementenhal bedraagt circa 14 meter. Gezien deze afstand en de situering van de afvoer, kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen belemmering vormt en dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bed & breakfast De Houten Uil Ten oosten van het plangebied bevindt zich bed & breakfast De Houten Uil. In de oude VNG-lijst ‘Bedrijven en milieuzonering’ behoort dit tot milieucategorie 1. De afstand van het plangebied tot de bed & breakfast bedraagt 26 meter. Gesteld kan worden dat dit geen beperking vormt voor het woon- en leefklimaat en er is geen sprake van een belemmering voor de bed & breakfast.

pagina 23 van 38

Herberg De Compagnie en Hotel Snouck van Loosen Verder ten oosten van het plangebied bevinden zich een bierbistro en een hotel. Deze vallen beide binnen milieucategorie 1. Gezien de afstand tot het plangebied kan gesteld worden dat deze voorzieningen geen invloed hebben op het voorgenomen initiatief. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De voorgenomen ontwikkeling is niet van invloed op de mogelijkheden van omliggende activiteiten. Het aspect activiteiten en milieuzonering vormt hier geen belemmering.

7.5

Luchtkwaliteit

De overheid toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in en nabij de zogenoemde aandachtsgebieden aan de rijksomgevingswaarden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO 2) of fijnstof (PM10). Soms wordt hier een rijksomgevingswaarde overschreden. Of de achtergrondconcentratie is zo hoog, dat bij toevoeging van een nieuw project alsnog een rijksomgevingswaarde overschreden kan worden. Als de gemeente activiteiten toelaat, die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moet worden voldaan aan de omgevingswaarden. Er is een uitzondering voor activiteiten die weinig bijdragen aan luchtvervuiling: niet in betekenende mate (NIBM). Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1.

Standaardgevallen NIBM, conform artikel 5.54 Bkl.

2.

Op een andere manier zoals de NIBM-tool of detailberekeningen.

Planspecifiek De planlocatie ligt niet in een aandachtsgebied luchtkwaliteit, zoals bedoeld in artikel 5.51 lid 2 Bkl. Daarmee is het project in het kader van het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar. Met behulp van de kaart van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) is gekeken naar de luchtkwaliteit in en rondom het plangebied. Er is gekeken naar het dichtstbijzijnde rekenpunt nabij het plangebied. Hieruit blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse ruim voldoet aan de gestelde grenswaarde van 40 μg/m³ voor zowel fijnstof als stikstofdioxide. De specifieke concentraties over 2022 van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof PM2,5 en fijnstof PM10 en in het plangebied bedragen respectievelijk en 9,8 μg/m³, 7,3 μg/m³ en 14,2 μg/m³. Daarmee worden de wettelijke grenswaarden niet overschreden. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

7.6

Archeologie en cultuurhistorie

In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Een gemeente moet in haar omgevingsplan rekening houden met cultureel erfgoed. Maar er zijn ook algemene rijksregels: in het Besluit activiteiten

pagina 24 van 38

leefomgeving (Bal) staan regels voor erfgoedactiviteiten. Artikel 13.8 Bal geeft aan gemeenten de mogelijkheid om in het omgevingsplan maatwerkregels te stellen ter invulling van de specifieke zorgplicht (13.7 Bal). Gemeenten bepalen zelf of ze voor hun erfgoedbeleid archeologische beleidskaarten en/of cultuurhistorische waardenkaarten (laten) ontwikkelen. De archeologische verwachtingen en cultuurhistorische waarden zijn veelal doorvertaald in archeologische en cultuurhistorische dubbelbestemmingen. Deze dubbelbestemmingen worden opgenomen in het (tijdelijk) omgevingsplan in het gemeentebrede omgevingsplan. Indien het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen, wordt hieraan getoetst. In de bruidsschat is een algemene vrijstelling van het archeologisch onderzoek opgenomen in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid met een oppervlakte van minder dan 100 m². Gemeenten kunnen hier wel van afwijken door een andere oppervlakte op te nemen.

Planspecifiek Archeologie Het plangebied heeft in het tijdelijke deel van het omgevingsplan de aanduiding ‘Waarde – Archeologie 2’. Voor deze aanduiding gelden de vrijstellingsgrenzen van 30 m² en dieper dan 35 cm -Mv. Met de voorgenomen ontwikkeling worden deze vrijstellingsgrenzen overschreden. Derhalve is een archeologische quickscan uitgevoerd (Archeologie West-Friesland, d.d. 18 november 24, zie bijlage 5). Onderstaand zijn de belangrijkste conclusies weergegeven. Het plangebied ligt tussen de Havenweg en de Paktuinen, een zone met een hoge archeologische waarde. In de 16de eeuw is langs de Paktuinen een stadsmuur gebouwd met daarlangs verdedigingstorens en een vestinggracht. Waarschijnlijk liggen resten van de stadsmuur onder de zuidelijke helft van de huidige straat en dus net niet binnen het plangebied. Langs de stadsmuur stonden verdedigingstorens. Mogelijk ligt (een gedeelte) van een van de torens binnen het plangebied. In of kort na 1590 zijn de stadsmuur en verdedigingstorens afgebroken en is de vestinggracht gedempt. In dezelfde periode is de Nieuwe Haven gegraven. Na 1590 lag het volledige plangebied binnen de grenzen van de stad. Binnen het plangebied zijn ophogings- en dempingspakketten aanwezig uit het einde van de 16e eeuw.

Uit onderzoek langs de Paktuinen in 2013 en de Havenweg in 2015 is gebleken dat tussen de Paktuinen en de Nieuwe Haven is opgehoogd met klei en veen dat bij het uitgraven van de Nieuwe Haven vrijkwam. Na het bouwrijp maken van het gebied in de late 16de eeuw zijn percelen uitgezet en huizen gebouwd. Mogelijk zijn toen meerdere huizen gebouwd binnen het plangebied. Op basis van historische kaarten kan worden gezegd dat een van de percelen langs de Nieuwe Haven in ieder geval vanaf de tweede helft van de 17de eeuw in gebruik was als straat en dus onbebouwd was. Deze straat gaf toegang tot een onbebouwd binnenterrein. Mogelijk was hier de werkplaats van een ambachtsman gevestigd of een opslagplaats. Aan het begin van de 19de eeuw was het terrein eigendom van een timmerman. In de 19de eeuw zijn binnen het plangebied enkele huizen gebouwd. De bouw van het politiebureau in de jaren ’60 zal deels hebben gezorgd voor een verstoring van het bodemarchief. Vanuit het gemeentelijk beleid wordt geadviseerd om archeologie-vriendelijk te bouwen, dat wil zeggen de bodem niet te verstoren. Een archeologie-vriendelijk bouwplan kan worden getoetst door Archeologie West-Friesland en dient te worden goedgekeurd door de gemeente. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt dieper dan 35 cm gegraven, waardoor sprake is van bodemverstoring.

pagina 25 van 38

Omdat bij de geplande werkzaamheden de bodem wordt verstoord, is het noodzakelijk om voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden een archeologisch onderzoek uit te voeren. Dit onderzoek moet bestaan uit een vlakdekkende archeologische opgraving, die kan plaatsvinden zodra de bovengrondse opstallen zijn gesloopt. Voorafgaand aan de opgraving dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld. Dit PvE moet ter goedkeuring worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. In de omgevingsvergunning dient als voorwaarde te worden opgenomen dat de opgraving afgerond moet zijn voordat werkzaamheden dieper dan 35 cm en de bouw van de woningen mag starten. Er kan gesteld worden dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Cultuurhistorie Het plangebied ligt binnen de dubbelbestemming ‘Waarde - Beschermd Stadsgezicht’. Deze gronden zijn bestemd voor het behoud, herstel en de uitbouw van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het stadsgezicht, zoals weergegeven in het aanwijzingsbesluit van Enkhuizen als beschermd stadsgezicht. De historische kern van Enkhuizen vormt binnen de begrenzing van de vestinggordel, de Wierdijk en de spoorlijn een dermate hechte stedenbouwkundige eenheid dat dit gebied in zijn geheel binnen het te beschermen gebied valt.

Daarbij dient echter opgemerkt te worden dat de bestaande bebouwing in het plangebied dateert uit 1962 en op zichzelf geen cultuurhistorische waarden vertegenwoordigt. Relatief smalle percelen zijn kenmerkend voor het centrum van Enkhuizen. De breedte van de panden ligt hoofdzakelijk tussen de 5 en 7 meter. De bouwhoogte is over het algemeen twee bouwlagen met een vaak steile kap, waarvan de nok loodrecht op de straat gericht is. De opbouw van de gevelwand uit afzonderlijke gebouwen geeft een afwisselend straatbeeld. Het geknikte beloop van de Oude Haven en de historisch waardevolle bebouwing in de bocht geven de ruimte een bijzondere beslotenheid. Voorts is de hoge, soms uit meer dan twee bouwlagen bestaande bebouwing, die nog uit de bloeiperiode stamt, voor het karakter van deze haven van belang. In de beoogde situatie wordt de bebouwing gerealiseerd met twee bouwlagen en een steile kap, waarbij de nok loodrecht op de straat is gericht. De gevels aan zowel de Havenweg als de Paktuinen zullen zich door hun karakteristieke uitstraling onderscheiden van het overige straatbeeld. In de huidige gevel bevindt zich een historisch beeldhouwwerk, dat in de toekomstige situatie zal worden geïntegreerd in het bovenste deel van de voorgevel aan de zijde van de Havenweg. Hierdoor blijft de cultuurhistorische waarde behouden.

Er kan gesteld worden dat het initiatief geen afbreuk doet aan de waarden van het beschermd stadsgezicht en de nieuwbouw zich voegt binnen de karakteristieken van het beschermd stadsgezicht.

7.7

Bodem

Een omgevingsplan bevat waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. De waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (artikel 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Een bodemgevoelige locatie en een bodemgevoelig gebouw worden als volgt gedefinieerd:

pagina 26 van 38

▪

Een bodemgevoelige locatie is in ieder geval een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend aan een bodemgevoelig gebouw;

▪

Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan 2 uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. Onder een bodemgevoelig gebouw vallen ook een woonschip of een woonwagen. Een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw of een bijbehorend bouwwerk tot 50 m² valt niet onder het begrip bodemgevoelig gebouw.

Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie artikel 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (artikel 5.89k Bkl).

Planspecifiek Tauw heeft op 25 september 2024 een vooronderzoek uitgevoerd. Dit rapport is toegevoegd als bijlage 6. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Op basis hiervan wordt advies gegeven in hoeverre verkennend bodemonderzoek nodig is. Uit recent bodemonderzoek dat in 2020 ter plaatse van de onderzoekslocatie is uitgevoerd, zijn maximaal lichte verontreinigingen in de bodem aangetoond. Deze verontreinigingen zouden volgens de huidige wetgeving (Omgevingswet) worden aangeduid als verontreinigingen die de toetsingswaarde ‘Landbouw/Natuur’ overschrijden. Deze resultaten geven een actueel dekkend beeld van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie en geven geen reden tot het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek of geven geen belemmeringen voor de toekomstige bouw. Sinds 2020 hebben er geen wijzigingen plaatsgevonden binnen het plangebied. Er zijn geen aanwijzingen dat in de tussenliggende periode sprake is geweest van activiteiten die tot bodemverontreiniging hebben kunnen leiden. Gelet hierop kan worden gesteld dat het bodemonderzoek uit 2020 nog actueel en representatief is voor de huidige situatie. Er kan gesteld worden dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16864894/1