Afvalbeleidsplan 2022-2025 - raadsVOORSTEL
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:
Afvalbeleidsplan 2022 - 2025 939109
Commissie: Raadsvoorstel:
7 december 2021 9 november 2021
Portefeuillehouder: Programma:
E. Heutink-Wenderich 6: Milieu
Karakter:
Besluitvormend
Bijlagen:
Afvalbeleidsplan 2022 – 2025 (incl. bijlagen) Raadsbesluit Afvalbeleidsplan 2022 – 2025
Voorgesteld besluit: 1. Vaststellen Afvalbeleidsplan 2022 – 2025, waaronder: A. Bijstellen ambitie restafval naar 175 kg per inwoner per jaar B. Niet over te gaan op aparte luierrecycling C. Nascheiding van PBD in de binnenstad; bronscheiding in Noord 2. Verdisconteren eenmalige project en communicatiekosten HVC (€ 105.134) in DVO tarief 3. Eenmalige gemeentelijke kosten voor de implementatie a raison van € 85.000 ten laste brengen van het begrotingsresultaat 2022 4. Beschikbaar stellen eenmalig krediet van € 54.500 voor betonputten en afschrijving ten laste brengen van de afvalstoffenheffing per 2023 5. Mutatie structurele uitgaven (€ 12.170 na verdiscontering eenmalige project- en communicatiekosten HVC) verwerken in de afvalstoffenheffing.
Inleiding Met het oog op de landelijke milieudoelstellingen, verschillende ontwikkelingen in de afvalmarkt en stijgende verwerkingskosten is het van belang een aantal nieuwe stappen te zetten in het afvalbeheer. De eerder door de raad vastgestelde ontwikkelrichting, doelen en uitgangspunten worden in voorliggend Afvalbeleidsplan 2022 – 2025 uitgewerkt. Beoogd effect Het Afvalbeleidsplan is de uitwerking van de door raad op 26 november 2019 behandelde keuzenotitie Gemeentelijk Grondstoffenplan (GGP) en de op 3 maart 2021 behandelde Peilnota Afvalbeleidsplan. Doel van het voorliggende plan is de vuilniszakken uit het straatbeeld te verwijderen, afvalscheiding te verbeteren en te komen tot een betere kostenbeheersing. Omdat het alleen mogelijk is om met een prijsprikkel op restafval (recycle-tarief) te komen tot 100 kg per inwoner per jaar en de raad met de behandeling van bovengenoemde keuzenotitie en peilnota heeft laten weten geen prijsprikkel in te willen voeren, wordt voorgesteld om de ambitie op afvalscheiding aan te passen naar 175 kg. Beleidsvrijheid / -ruimte (wettelijk kader) Het Nederlandse afvalbeleid wordt in belangrijke mate bepaald door het Europese afvalbeleid. De belangrijkste Europese richtlijn op het gebied van afval is de Kaderrichtlijn Afvalstoffen (2008/98/EG).
In deze richtlijn wordt het Europese raamwerk weergegeven voor het beheer van afvalstoffen en aandacht besteed aan duurzaam afvalbeheer, preventie en hergebruik. Landelijk en Europees wordt er steeds meer gekeken naar mogelijkheden voor een circulaire economie. Daarmee staat het afvalbeleid in het kader van het Rijksbrede programma circulaire economie. Landelijke en internationale ontwikkelingen zorgen voor fluctuerende verwerkingskosten op de afvalmarkt. wat betekent dat er doorlopend aandacht gegeven dient te worden aan een goede balans tussen milieu, kwaliteit van dienstverlening (service) en kosten.
1
Op 26 november 2019 heeft de raad de keuzenotitie Gemeentelijk Grondstoffenplan vastgesteld, waarin zij de koers heeft vastgesteld. Uitgangspunt is om te komen tot 100 kg restafval per inwoner per jaar en dit te bereiken door een aantal optimalisaties in de wijze van inzameling door te voeren. Op 3 maart 2021 heeft de raad de Peilnota Afvalbeleidsplan behandeld. Tijdens de behandeling zijn onder meer de mogelijkheden voor het invoeren van een recycle-tarief besproken, evenals het plaatsen van ondergrondse containers en de keuze tussen bron- en nascheiding. Met de beleidsontwikkeling binnen de gemeente wordt rekening gehouden met de landelijke beleidskaders, de afvalmarkt en de ontwikkelingen bij buurgemeenten. Opmeer en Medemblik voeren naar verwachting met ingang van 1 januari 2022 een recycle-tarief in. In Drechterland ligt in november 2021 een recycle-tarief voor. Koggenland heeft voor de eerstkomende jaren gekozen voor het optimaliseren van de inzameling. In Stede Broec en Hoorn worden verschillende scenario’s in beeld gebracht waaronder een recycle-tarief. Argumenten Actueel beleidsplan Tot 2020 lag de verantwoordelijkheid van het afvalbeleid bij het CAW (nu ABWF). Het vigerende afvalbeleidsplan is in regionaal verband opgesteld en gedateerd.
In 2020 heeft het CAW haar beleidsbevoegdheden overgedragen aan de deelnemende gemeenten, waarmee Enkhuizen weer aan zet is om een eigen afvalbeleid te ontwikkelen en vast te stellen. Met het vaststellen van het Afvalbeleidsplan wordt het beleid vastgesteld voor de periode 2022-2025. Meer afvalscheiding leidt tot lagere kosten Door ontwikkelingen op de afvalmarkt, transport- en overslagkosten en regelgeving vanuit de landelijke overheid is de verwachting dat de afvalbeheerkosten bij voortzetting van het huidige beleid verder stijgen. Dit komt grotendeels voort uit de relatief hoge kosten voor de verwerking van restafval en de daarop toegepaste verbrandingsbelasting. Belangrijk sturingsmiddel aan de verwerkingskant is het aandeel restafval. Deze is in vergelijking met de andere stromen duur om te verwerken. Met het toepassen van verbeteringen in de huidige inzameling wordt een tegenwicht geboden aan deze trend Zonder prijsprikkel wordt de eerder vastgestelde ambitie op restafval niet gehaald Voorliggend plan voorziet in een verbetering van de afvalscheiding. Omdat het alleen mogelijk is om met een prijsprikkel op restafval (recycle-tarief) te komen tot 100 kg per inwoner per jaar en de raad met de behandeling van bovengenoemde keuzenotitie en peilnota heeft laten weten geen prijsprikkel in te willen voeren, wordt voorgesteld om de ambitie aan te passen naar 175 kg.
Ondergrondse containers in de binnenstad leiden tot een beter straatbeeld De huidige zakkeninzameling leidt wekelijks tot veel (zwerf)vuil in de straten. Vogels en ratten vreten de zakken aan en de wind zorgt voor verspreiding van het vuil door de straten. Daarnaast is de inzameling lastig door de smalle straten en blijft nog vaak afval achter. Door het plaatsen van ondergrondse containers worden de vuilniszakken en de daaraan gelieerde problemen aangepakt. Omdat het tevens wenselijk is om de zakken voor de plastic, blik en drinkpakken (PBD) uit de straat te krijgen, en daarbij een aparte voorziening met het oog op de ruimtelijke inpassing niet mogelijk is, wordt gekozen om in de binnenstad het restafval en PBD met elkaar te combineren. De PBD stroom wordt na inzameling uit het restafval gescheiden. Dit wordt ook toegepast bij de woningen in de binnenstad die beschikken over containers. Omdat de afvalscheiding in Noord erg goed is en invoering van nascheiding kostenverhogend werkt, wordt de inzameling via bronscheiding aan huis in Noord doorgezet. Verbetering van gft/e inzameling verbetert afvalscheiding Het uitbreiden van de gft/e inzameling in de binnenstad en bij hoogbouw leidt tot meer inzameling van gft/e, waarmee het restafval daalt.
Tarief grof afval en verbreding openingstijden afvalbrengstation leidt tot beter scheiding Grof afval kan in de huidige situatie gratis opgehaald worden. Al hoewel dit niet direct kosten met zich meebrengt voor de persoon die het grof afval aanbiedt, worden de kosten indirect betaald uit de afvalstoffenheffing. Grof afval wordt niet gescheiden opgehaald en komt in de perswagen terecht. Op veel plaatsen in het land wordt met een voorrijtarief gewerkt. Dit leidt ertoe dat inwoners grof afval vaker brengen naar het Afvalbrengstation (in plaats van het laten ophalen), hetgeen tot een kostenbesparing en betere afvalscheiding leidt. Op een Afvalbrengstation zijn er immers meer mogelijkheden om het afval in aparte bakken te deponeren. Voorgesteld wordt een tarief van € 20,- in te voeren voor het aan huis ophalen van
2
grof vuil en de openingstijden van het Afvalbrengstation te verruimen. Het brengen van grof afval naar het Afvalbrengstation blijft gratis.
Luierrecycling leidt niet tot kostenbeheersing Vanuit milieu- en kostenoogpunt is het (nog) niet wenselijk om over te gaan op luierrecycling (zie bijlage 3 Afvalbeleidsplan voor verdere onderbouwing). Om deze redenen wordt afgezien om in te zetten op luierrecycling. De ontwikkelingen op het gebied van deze stroom worden actief gevolgd en opnieuw in kaart gebracht tijdens het evaluatiemoment 2024. Kanttekeningen / alternatieven Autonome ontwikkelingen Kosten en opbrengsten van de afvalverwerking zijn afhankelijk van de o.a. marktvraag, overslag- en transportkosten en de vergoedingen die beschikbaar worden gesteld vanuit de producentenverantwoordelijk. Verschillende stromen die geld kosten (grof restafval, hout, harde kunststoffen) worden duurder en opbrengsten van stromen die geld opleveren (papier, textiel en metaal) fluctueren door wisselende vraag naar secundaire grondstoffen. Verder terugbrengen restafval Zoals onder argumenten aangegeven wordt de ambitie van 100 kg per inwoner niet gehaald. Een prijsprikkel is eventueel (op een later moment) mogelijk om deze ambitie te bewerkstelligen. Draagvlak Om te weten hoe inwoners tegenover het nieuwe beleid staan is in de periode augustus – september een inwonersonderzoek uitgezet. Voor het onderzoek zijn 2350 inwoners van de gemeente Enkhuizen van 18 jaar en ouder benaderd.
Het onderzoek is uitgevoerd door middel van een online enquête. In totaal hebben 845 inwoners de vragenlijst ingevuld. Dit komt neer op een responspercentage van 36%. De helft van de inwoners van de binnenstad vindt inzamelen via ondergrondse containers een goed idee. De vrijheid om op elk moment het afval kwijt te kunnen en de hygiëne worden als grote voordelen gezien. Een derde vindt het acceptabel zolang er aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De nabijheid van de container is hierbij een belangrijke factor. Daarnaast worden zorgen geuit over het straatbeeld en eventuele stijging van de kosten. Als het straatbeeld netjes blijft, de afstand tot de containers niet te groot is en de kosten niet stijgen vinden inwoners de containers acceptabel. Op 15 september 2021 is een inloopavond georganiseerd waar de hoofdpunten uit voorliggend beleidsplan zijn gepresenteerd en de gelegenheid werd gegeven om vragen, opmerkingen en suggesties te geven. Ongeveer 15 inwoners waren aanwezig. Tijdens de avond werden vragen gesteld over de zakken in de binnenstad en het eventueel invoeren van een recycle-tarief (betalen per aanbieding restafval). Ook werd aangegeven dat er aandacht moet zijn voor de loopafstand voor ondergrondse containers en de gemeente tevens moet kijken naar afvalpreventie. Voor meer informatie zie Afvalbeleidsplan hoofdstuk 5.
De bevindingen en suggesties van de enquête en inloopavond zijn betrokken in voorliggende plan en worden meegenomen in de uitvoering. Planning, evaluatie en verantwoording Na vaststelling van voorliggend beleidsplan wordt het locatieplan voor de ondergrondse containers en gft/e cocons, evenals het communicatieplan, uitgewerkt. Het uiteindelijke plan wordt ter vaststelling aan de raad voorgelegd. Financiën Mutaties structurele uitgaven HVC heeft een aanbieding uitgebracht op de maatregelen uit het voorliggend plan. In de aanbieding worden de mutaties op het DVO tarief in kaart gebracht, evenals de kosten eenmalige kosten voor implementatie. Uitgaande van 8733 woningen zien we een daling van € 13.727 op de DVO kosten (prijspeil 2021), of te wel een besparing van € 1.57 per woonhuisaansluiting (wha). De gemeente draagt de kapitaallasten voor de betonputten, waardoor de jaarlijkse besparing op de afvalbeheerkosten neerkomt op € 10.727, of te wel € 1,23 per wha. Voor de kapitaallasten wordt de raad gevraagd eenmalig een krediet beschikbaar te stellen
3
van € 54.500 welke via de afschrijving op de betonputten wordt doorbelast in de afvalstoffenheffing. Voor meer informatie over de verschillende kostenposten en besparing, zie Afvalbeleidsplan, hoofdstuk 8.
Tabel 1: Structurele mutaties afvalbeheerkosten DVO tarief € - 13.727 Kapitaallasten betonputten € 3000 Totaal € -10.727
Incidentele/eenmalige kosten Om het nieuwe beleid mogelijk te maken worden eenmalig kosten gemaakt door HVC en de gemeente. De kosten van HVC bestaan uit project- en communicatiekosten welke worden doorgerekend aan de gemeente. De gemeente stelt een projectleider aan, heeft regie over de ruimtelijke inpassing en is verantwoordelijk voor de het afwerken van de betonputten. De totale incidentele kosten worden geraamd op € 190.134. Zie tabel 2 voor de kosten en hoofdstuk 8 van het Afvalbeleidsplan voor specificatie van de kosten. Tabel 2: Eenmalige kosten Project- en communicatie kosten HVC € 105.134 Projectkosten gemeente € 85.000 Totaal € 190.134
Verdisconteren eenmalige project- en communicatiekosten HVC in DVO tarief Het is mogelijk om de project- en communicatiekosten HVC (€ 105.134) te verdisconteren in het DVO tarief. Hiermee zal het DVO-tarief licht stijgen (€ 9170 per jaar ten opzichte van 2021), maar zijn minder incidentele kosten benodigd (€ 85.000). In tabel 3 wordt weergegeven wat deze versleuteling betekent voor de incidentele kosten en structurele uitgaven. Tabel 3: Verdisconteren project- en communicatie kosten HVC Totaal Structurele Structurele Totaal Incidentele mutatie DVO mutatie DVO structurele kosten kosten kosten per mutatie Wha. uitgaven Geen versleuteling Versleuteling 5 jaar
€ 190.134
€ -13.727
€ -1,57
€ -10.727
Totaal structurele mutatie uitgaven per wha € -1,23
€ 85.000
€ 9170
€ 1,05
€ 12.170
€ 1,39
Geadviseerd wordt de eenmalige project- en communicatiekosten (€ 105.134) te verdisconteren in het DVO tarief, de eenmalige gemeentelijke implementatiekosten (€ 85.000) ten laste te brengen van het begrotingsresultaat 2022 en de mutaties van de totale gemeentelijke uitgaven (DVO tarief en afschrijving kapitaallasten; € 12.170) te verwerken in de afvalstoffenheffing. Hiermee zien de kosten er als volgt uit: Post Implementatie (gemeentelijke kosten) DVO tarief (met versleuteling eenmalige project- en communicatiekosten HVC) Krediet kapitaallasten (betonputten)
Tabel 4: Totale kosten Bedrag € 85.000 € 9170 € 54.500 (Jaarlijkse afschrijving van € 3000)
Dekking Begrotingsresultaat 2022 (Eenmalig) Afvalstoffenheffing (Jaarlijks)
Afvalstoffenheffing (Jaarlijks)
4
Enkhuizen, 9 november 2021 Burgemeester en wethouders van Enkhuizen De secretaris, De burgemeester,
Dhr. A.N. van den Bergh
Dhr. E.A. van Zuijlen
5