CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

Afvalbeleidsplan 2022-2025

gemeenteraad 21 december 2021, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Afvalbeleidsplan 2022-20256.922 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Afvalbeleidsplan 2022 - 2025

Gemeente Enkhuizen Contact: stadhuis@enkhuizen.nl Schrijver: Timo Linting Bijdragen: Marieke Brieffies (HVC) en Henk Mogezomp (Buiten Organisatieadvies) Datum: 9 november 2021

2 / 27

Inhoudsopgave 0. Samenvatting .............................................................................................................................. 4 1. Inleiding ...................................................................................................................................... 5 2. Beleidskaders en trends.............................................................................................................. 6 2.1 Europees beleid ................................................................................................................. 6 2.2 Landelijk beleid .................................................................................................................. 6 2.2.1 Afvalbeheerplan .............................................................................................................. 6 2.2.2 Programma VANG .......................................................................................................... 6 2.2.3 Nedvang en de Raamovereenkomst Verpakkingen ........................................................ 7 2.3 Regionaal beleid ................................................................................................................ 7 2.4 RKC Rapport Doeltreffendheid Afvalstoffenheffing ............................................................

7 2.5 Trends en verwachte ontwikkelingen ................................................................................. 7 3. Vertrekpunt: Huidige inzameling en resultaten ............................................................................ 9 3.1 Gebieden en wijze van inzameling ..................................................................................... 9 3.2 Huidige prestatie .............................................................................................................. 10 3.3 Kostenontwikkeling bij ongewijzigd beleid ........................................................................ 11 4. Doelen en uitgangspunten ........................................................................................................ 12 4.1 Doelen ............................................................................................................................. 12 4.2 Uitgangspunten................................................................................................................ 12 5. De volgende stap in het afvalbeheer ......................................................................................... 13 5.1 Binnenstad.......................................................................................................................

13 5.1.1 Ondergrondse containers ............................................................................................. 13 5.1.2 Uitbreiden gft/e inzameling............................................................................................ 13 5.2 Noord............................................................................................................................... 14 5.2.1 Huidige inzamelwijze behouden .................................................................................... 14 5.2.2 gft/e voorzieningen uitbreiden ....................................................................................... 14 5.3 Stadsbrede maatregelen (binnenstad en Noord).............................................................. 14 5.4 Samenvattend: hoe ziet de nieuw inzameling eruit? ........................................................ 15 5.5 Verwachte resultaten ....................................................................................................... 16 5.5 Inwonersenquête en inloopavond .................................................................................... 17 7. Overig beleid .............................................................................................................................

18 7.1 Samenwerking ABWF ...................................................................................................... 18 7.2 Zwerfafval ........................................................................................................................ 18 7.3 Afvalvrije scholen ............................................................................................................. 18 8. Investeringen, kosten en baten ................................................................................................. 19 8.1 Mutaties op het DVO tarief en gemeentelijke kosten ........................................................ 19 8.2 Incidentele kosten ............................................................................................................ 20 9. Planning en evaluatie ................................................................................................................ 21 9.1 Planning .......................................................................................................................... 21 9.2 Evaluatie .......................................................................................................................... 21 9.3 Evaluatie criteria ..............................................................................................................

21 Bijlage 1: Lijst met afkortingen ...................................................................................................... 23 Bijlage 2: Onderzoek mogelijkheden Ja/ja sticker ......................................................................... 24 Bijlage 3 : Luierrecycling ............................................................................................................... 26 Bijlage 4: Communicatieplan op hoofdlijnen .................................................................................. 27 Bijlage 5: Inwonersenquête Los bijgevoegd Bijlage 6: Diftar onderzoek IPR Normag Los bijgevoegd Bijlage 7: Notitie voor en nascheiding Los bijgevoegd

3 / 27

0. Samenvatting De wereld van de afvalinzameling- en verwerking is volop in beweging. Was het voorheen zo dat voornamelijk de inzameling belangrijk was, nu speelt eveneens de meest optimale wijze van verwerking een belangrijke rol. Ook de situatie omtrent de vuilniszakken in de binnenstad en de daaraan gelieerde problematiek vraagt om een oplossing. Met het vaststellen van de keuzennotitie Gemeentelijke Grondstoffenplan (GGP) op 26 november 2019 heeft de raad de ontwikkelrichting, uitgangspunten en doelen van het afvalbeleid vastgesteld. Op 3 maart 2021 heeft de raad verder gesproken over het afvalbeleid bij het behandelen van de Peilnota Afvalbeleidsplan. De uitgangspunten en doelen, evenals de uitkomsten van de behandeling van de Peilnota, zijn in voorliggend Afvalbeleidsplan 2022 – 2025 uitgewerkt. De huidige afvalinzameling kent al behoorlijk goede basisvoorzieningen. Hoewel de landelijke doelen nog buiten bereik zijn, is de afvalscheiding de afgelopen jaren gestegen, mede door de invoering van de oranje bak aan huis voor PBD. Daarmee is de hoeveelheid restafval afgenomen. Door het afsluiten van een nieuwe dienstverleningsovereenkomst (DVO) zijn de afvalbeheerkosten in 2020 lager geworden, al leiden landelijke en internationale ontwikkelingen tot stijging van de inzamel- en verwerkingskosten.

Maar er zijn nog stappen te maken: in de binnenstad ontstaat wekelijks nog veel zwerfvuil, omdat het vuil in zakken wordt opgehaald. Ook kunnen afvalscheiding beter en de kosten lager. Met de hierboven genoemde keuzenotitie heeft de raad gekozen voor het verbeteren van de milieuprestatie, verbeteren kostenprestatie en het borgen van het huidige serviceniveau. De hoofdpunten van het nieuwe beleid zijn: -

Plaatsen ondergrondse containers in zakkenwijk (binnenstad) Plaatsen gft/e voorzieningen (binnenstad) Uitbreiden gft/e voorzieningen bij hoogbouw (Noord) Grof afval tegen betaling en verbreding openingstijden ABS (binnenstad en Noord) Bedrijfsmatig afval weren (binnenstad en Noord) Gerichte communicatie en afvalscheiding (binnenstad en Noord)

4 / 27

1. Inleiding De wereld van de afvalinzameling- en verwerking is volop in beweging. Voorheen lag de focus overwegend op een degelijke inzameling, nu speelt eveneens de meest optimale wijze van verwerking een belangrijke rol. Milieudoelen zoals afvalscheiding zijn belangrijker geworden. Daarnaast is het met het oog op de landelijke ontwikkelingen en stijgende verwerkingskosten van groot belang weloverwogen keuzes te maken om de betaalbaarheid van de inzameling en verwerking te borgen, wat betekent dat er doorlopend gekeken moet worden naar een goede balans tussen milieu, kwaliteit van dienstverlening (service) en kosten. Sinds 1 januari 2020 heeft de gemeente weer een rechtstreekse dienstverleningsovereenkomst (DVO) met inzamelaar en verwerker HVC. Daarvoor werd deze namens de zeven Westfriese gemeenten afgesloten door het CAW. Het CAW is intussen omgevormd naar Afvalbeheer Westfriesland (ABWF), waarmee de beleids- en verordende taken ook weer direct bij de gemeenten liggen. Redenen genoeg dus om een nieuw beleidsplan op te stellen. In voorliggend Afvalbeleidsplan schetst de gemeente Enkhuizen haar doelen, uitgangspunten en koers voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval tot en met 2025.

Dit plan is opgesteld op basis van de keuzenotitie Gemeentelijke Grondstoffenplan zoals behandeld op 26 november 2019, de discussie zoals gevoerd tijdens de behandeling van de peilnota Afvalbeleidsplan (3 maart 2021), de uitkomsten van de inwonersenquête (augustus-september 2021) en de inwoners-inloopavond van 15 september 2021. Voorliggend plan begint met het beleidskader, trends en de vertrekpositie. Vervolgens wordt ingegaan op de kaders, zoals besloten in de raadsvergadering van 26 november 2019 bij de behandeling van de keuzenotitie, en de daaruit volgende maatregelen. In het plan zijn de uitkomsten van de inwonersenquête en inloopavond meegenomen. Achtergrondinformatie is te vinden in de bijlagen.

5 / 27

2. Beleidskaders en trends Het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval wordt gezien als een nutsfunctie. Dit betekent dat de overheid de beschikbaarheid, continuïteit en kwaliteit van deze taken moet garanderen. Door de continuïteit en toegankelijkheid voor de inwoner te waarborgen, wordt voorkomen dat afvalstoffen op een maatschappelijk ongewenste manier in het milieu terechtkomen. 2.1 Europees beleid Het Nederlandse afvalbeleid wordt in belangrijke mate bepaald door het Europese afvalbeleid. De belangrijkste Europese richtlijn op het gebied van afval is de Kaderrichtlijn Afvalstoffen (2008/98/EG). In deze richtlijn wordt het Europese raamwerk weergegeven voor het beheer van afvalstoffen en aandacht besteed aan duurzaam afvalbeheer, preventie en hergebruik. 2.2 Landelijk beleid Vanuit de Wet milieubeheer (Wm) hebben gemeenten de wettelijke zorgplicht voor het inzamelen van huishoudelijk afval. De gemeenten zijn verplicht het huishoudelijk afval bij of nabij elk perceel in te zamelen. Voor een doelmatig afvalbeheer kan de gemeente stromen apart inzamelen en afwijken van de eis om nabij elk perceel in te zamelen. Voor grof afval moet zij in ieder geval over een locatie beschikken waar inwoners zich van hun grof afval kunnen ontdoen. Op zowel Europees als landelijk niveau wordt discussie gevoerd over de wijze van inzameling, verwerking en recycling.

De Rijksoverheid stuurt aan op een duurzame afvalverwerking, door onder meer een stortverbod en een belasting op het verbranden van restafval sinds 2014. Laatstgenoemde belasting betrof in 2021 € 33,15 per ton. Alhoewel sterk gestegen, is de verbrandingsbelasting in de afgelopen jaren stabiel. 2.2.1 Afvalbeheerplan Het derde Landelijk Afvalbeheerplan (LAP 3), tweede wijziging, is het belangrijkste kader voor het afvalbeheer in Nederland. Ieder bestuursorgaan houdt rekening met het geldende afvalbeheerplan bij het uitoefenen van bevoegdheden krachtens de Wm. Het LAP 3 geeft een beleidskader waarin onder meer wordt ingezet op een afvalhiërarchie tegen maatschappelijk verantwoorde kosten, omgang met gevaarlijke stoffen, plannen per sector en de doelstellingen voor het Rijksbrede programma Nederland circulair in 2050. 2.2.2 Programma VANG In het kader van een goed grondstoffen- en afvalbeheer is het programma Van Afval naar Grondstof (VANG) opgestart. Hiervoor zijn afspraken gemaakt om het materieel en financieel sluiten van product- en materiaalketens voor verschillende stromen huishoudelijk afval mogelijk te maken. Onderdeel van dit programma zijn onder meer het bevorderen van hergebruik zonder hogere kosten voor de inwoner. Hierbij lag de focus op 100 kilogram restafval per inwoner per jaar met een scheidingspercentage van 75%, te behalen in 2020.

Voor 2025 ligt de ambitie op 30 kg restafval per inwoner per jaar. Momenteel is het programma VANG 2021-2025 in ontwikkeling. Verwacht wordt dat de circulaire ambities worden gecontinueerd. Wel komt er meer aandacht voor de kwaliteit van grondstoffen en het daadwerkelijke hergebruik van ingezamelde grondstoffen.

6 / 27

2.2.3 Nedvang en de Raamovereenkomst Verpakkingen In de Raamovereenkomst 2013-2022 is onder meer afgesproken dat plastic producenten per ton plastic een vergoeding betalen aan Nedvang1 voor de inzameling en verwerking van hun verpakkingen. Recent is de raamovereenkomst gewijzigd. De gemeente ontvangt per 1 januari 2021 een inzamelvergoeding voor PBD. De vergoeding voor verwerking wordt rechtstreeks met de afvalverwerkers afgehandeld, waardoor de gemeente geen kosten meer heeft voor verwerking van deze stroom. Anno 2021 is de inzamelvergoeding € 245,- per ton. De gemeente dient er rekening mee te houden dat de hoogte van de inzamelvergoedingen de komende jaren omlaag gaan en de kwaliteitseisen van de ingezamelde stromen strenger worden. 2.3 Regionaal beleid Tot 2019 was het afvalbeheer bij de Gemeenschappelijke Regeling Centraal Afvalverwijderingsbedrijf Westfriesland (CAW) belegd. Op advies van de rekenkamercommissie en gezien de wens van de Westfriese raden is het CAW omgevormd, waarbij de beleidsmakende en verordende taken weer ondergebracht zijn bij de individuele gemeenten. Het CAW is omgevormd tot “Afvalbeheer Westfriesland”, die beheerorganisatie is voor de stortplaats Westwoud en een intergemeentelijk afstemmingsplatform biedt voor beleid, DVO- en aandeelhouderszaken. Via het ABWF zoeken de zeven gemeenten afstemming en synergie.

2.4 RKC Rapport Doeltreffendheid Afvalstoffenheffing Op 26 november 2018 heeft de rekenkamer haar rapport Doeltreffendheid Afvalstoffenheffing opgeleverd. De aanbevelingen uit het rapport zijn door de raad overgenomen. De belangrijkste aanbeveling zijn: 1. Zorg dat raden meer invloed krijgen op de besturing; 2. Zorg dat beleid continu kan worden aangepast op; externe ontwikkelingen; 3. Zet bij het nieuwe contract in op verlaging van tarieven, en 4. Zorg dat de raden een totaal inzicht in de kosten hebben. Eerder al bij de totstandkoming van de nieuwe DVO met HVC én dit jaar bij het opstellen van voorliggend plan is rekening gehouden met deze adviezen. 2.5 Trends en verwachte ontwikkelingen De afvalmarkt is volop in ontwikkeling. In de aankomende jaren worden de volgende ontwikkelingen verwacht: -

Kosten en opbrengsten van de afvalverwerking zijn afhankelijk van de marktvraag en de vergoedingen die beschikbaar worden gesteld vanuit de producentenverantwoordelijk. Met name de verwerkingskosten van huishoudelijk afval vertonen als gevolg van marktontwikkelingen en toenemende kwaliteitseisen een stijgende trend. De

1

Nedvang monitort en stimuleert de inzameling en recycling van verpakkingsafval in heel Nederland. Zij ontvangt hiervoor, in het kader van producentenverantwoordelijkheid, financiële middelen van de verpakkingsindustrie en geeft garantievergoedingen af voor stromen zoals plastic en drinkpakken.

7 / 27

-

-

afvalstoffenheffing in Nederlandse gemeenten over 2020 is met gemiddeld zo’n 8% gestegen. Met het oog op recycling en daadwerkelijk hergebruik komt de focus in het landelijke beleid, naast de reductie van de hoeveelheid restafval, meer en meer te liggen op de kwaliteit van ingezamelde grondstoffen Er is een discussie gaande over de voordelen van bronscheiding en over de voordelen van nascheiding. Landelijk wordt meer en meer ingezet op een circulaire economie. Gemeenten die de prijsprikkel (diftar/recycle-tarief) en serviceprikkel (omgekeerd inzamelen, restafval op afstand) combineren, laten de beste resultaten zien op het gebied van afvalscheiding en kostenbeheersing. Tegelijkertijd is er ook veel discussie over dit soort systemen (ontwijkgedrag, bijplaatsingen, vervuiling van grondstofstromen).

De kaders en ontwikkelingen geven weer dat in de aankomende jaren een focus op kostenbeheersing gewenst is. Ook ligt er een opgave om de bijdrage aan de circulaire economie te versterken.

8 / 27

3. Vertrekpunt: Huidige inzameling en resultaten Om te bepalen welke maatregelen leiden tot betere resultaten, wordt in dit hoofdstuk de vertrekpositie van de gemeente uiteen gezet. Belangrijkste pijlers zijn de kosten, milieuprestaties en service. 3.1 Gebieden en wijze van inzameling Enkhuizen kenmerkt zich door twee verschillende gebieden: de historische binnenstad en Noord. In de binnenstad worden de stromen restafval en plastic, blik en drinkpakken (PBD) overwegend met zakken ingezameld. Aan de rand van de binnenstad vindt de inzameling van restafval en PBD plaats in bakken aan huis. Op de meeste locaties is het niet mogelijk om groente-, fruit- en tuinafval en etensresten (gft/e) apart aan te bieden. Papier wordt één keer in de twee weken ingezameld door verenigingen. Het glas en textiel worden ingezameld in containers op wijkniveau. In Noord worden het restafval, PBD en gft/e overwegend met containers huis-aan-huis opgehaald. Papier wordt één keer in de twee weken ingezameld door verenigingen. Het glas en textiel worden ingezameld in containers op wijkniveau. In heel Enkhuizen is sprake van een vlaktarief met een differentiatie in eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens. In tabel 3.1 is de huidige inzameling per bouw uiteengezet. Tabel 3.1 Huidige inzameling Enkhuizen

9 / 27

3.2 Huidige prestatie De huidige inzameling kent goede basisvoorzieningen. De afvalscheiding is de afgelopen jaren gestegen, mede door de invoering van de oranje bak aan huis voor PBD. Daarmee is de hoeveelheid restafval afgenomen. Door het afsluiten van een nieuwe DVO zijn de afvalbeheerkosten in 2020 lager geworden, ondanks de landelijke stijging van de inzamel- en verwerkingskosten. In onderstaande figuur staan de belangrijkste cijfers samengevat. Tabel 3.2 Kerngetallen inzameling Hoeveelheid restafval per inwoner per jaar in 2020 (VANG) Rapportcijfer inzameling (2020) Afvalstoffenheffing eenpersoons (2021) Afvalstoffenheffing meerpersoons (2021) Rapportcijfers inzameling

210 kg* 6,8 € 293,28 € 418,08 6.8**

* Er werd in 2020 197 kg aan fijn restafval opgehaald. Het afval in de binnenstad wordt nagescheiden, waardoor de uiteindelijke hoeveelheid restafval 175 kg is. Om tot de VANG doelstelling te komen wordt het grof restafval (35 kg) hierbij opgeteld. ** Uit inwonersenquête I&O 2021

Sorteeranalyse Om de inzameling te verbeteren is het belangrijk te weten bij welke stromen het grootste verbeterpotentieel zit. Jaarlijks voert Eureco in opdracht van HVC een sorteeranalyse uit. Op basis van deze gegevens kan het beleid gericht worden ingezet. In figuur 3.1 is een samenvatting van deze analyse gegeven. We zien dat een gemiddeld persoon in Enkhuizen 197 kg fijn huishoudelijk restafval per jaar weggooit. Hiervan is zo’n 73 kg gft/e en 10 kg textiel. Uiteindelijk kan zo’n 38 kg gezien worden als daadwerkelijk restafval. Figuur 3.1

10 / 27

Inwonersenquête Uit de inwonersenquête (zie onder paragraaf 5.5) blijkt dat inwoners zelf ook aangeven in grote mate aan afvalscheiding te doen, maar dat er nog veel ruimte is verbetering. In totaal zegt 83 procent goed (39%) of redelijk goed (44%) aan afvalscheiding te doen. De rest van de inwoners (17%) zegt dit niet zo goed te doen, zes procent wil dit ook niet veranderen. Figuur 3.2

De inzamelcijfers, sorteeranalyse en inwonersenquête laten een duidelijk potentieel zien om de afvalscheiding een stap verder te brengen. In het volgende hoofdstuk worden de doelen en uitgangspunten beschreven waarbinnen de mogelijkheden worden ingekaderd, waarna, in hoofdstuk 5 en 6, de maatregelen uiteengezet worden. 3.3 Kostenontwikkeling bij ongewijzigd beleid In het land zijn de afvalstoffenheffingen over 2020 gemiddeld met 8% gestegen. Verwacht wordt dat de afvalbeheerkosten bij gelijkblijvend beleid in de aankomende jaren (licht) zullen stijgen door indexeringen op de DVO, hogere transport- en overslagkosten, fluctuerende marktprijzen voor verwerking, eventuele verhoging van de afvalverbrandingsbelasting (afhankelijk van landelijke politieke keuzes) en lagere vergoedingen vanuit Nedvang. HVC heeft een inschatting gemaakt van de afvalbeheerkosten bij gelijkblijvend beleid, deze is te vinden in hoofdstuk 8.

11 / 27

4. Doelen en uitgangspunten Met het vaststellen van de keuzenotitie Gemeentelijk Grondstoffenplan (26 november 2019) heeft de raad de koers voor de komende jaren aangegeven: het verbeteren/optimaliseren van de gescheiden afvalinzameling. Naast deze koers (zie verdere uitwerking in de hoofdstukken 5 en 6) heeft de raad een aantal doelen en uitgangspunten vastgesteld voor het gemeentelijk afvalbeleid. Omdat het materiaalhergebruik zoals vastgesteld in bovengenoemde keuzenotitie met de voorliggende maatregelen niet kan worden behaald en de raad bij de behandeling van de Peilnota heeft aangegeven niet over te gaan op een diftar systeem (recycle-tarief), is het doel aangepast naar 70% afvalscheiding en maximaal 175 kg restafval per persoon per jaar. 4.1 Doelen De volgende doelen voor het afvalbeleid worden gehanteerd: 1. Verbeteren van de milieuprestatie: Zo hoog mogelijk materiaalhergebruik, door middel van:  realisatie van minimaal 70% afvalscheiding en maximaal 175 kg restafval per persoon per jaar  hoge kwaliteit van ingezamelde grondstoffen: minimale afkeur van PBD, textiel en gft en etensresten (streven naar 0%, in ieder geval onder de 5%) 2.   

3.  

Verbeteren van de kostenprestatie: verhogen van kostenefficiëntie in de inzameling en verwerking m.b.t. de tarieven: verbetering van de positie in de landelijke benchmark rekening houdend met prijsinflatie en niet beïnvloedbare ontwikkelingen in verwerkingstarieven liggen de afvalbeheerkosten voor het merendeel van de inwoners op een lager niveau dan in 2019 Borgen van het huidige hoge serviceniveau: inzetten op een inwonertevredenheid van minimaal een “7” optimaliseren van de kwaliteit van de operationele dienstverlening: in de inzameling, op de afvalbrengstations en van de klantenservice

4.2 Uitgangspunten Bij het verwezenlijken van deze doelen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Kwaliteit staat centraal Door het inzetten op communicatie, voorlichting, controle en handhaving verbeteren we de kwaliteit van grondstofstromen en verhogen we het materiaalhergebruik. Bronscheiding blijft de standaard Scheiden aan huis blijft de standaard. Daar waar het voor scheiden aan de bron aan ruimte ontbreekt (bijvoorbeeld bij hoogbouw en in de binnenstad) is nascheiding van PBD een serieuze optie. Afweging en beheersing Bij inzet van maatregelen worden voor- en nadelen afgewogen en eventuele neveneffecten met een concreet plan van aanpak beheersbaar gemaakt. Toegankelijke afvalvoorzieningen De bereikbaarheid en toegankelijkheid van de afvalvoorzieningen blijven geborgd en worden waar mogelijk verbeterd.

12 / 27

5. De volgende stap in het afvalbeheer De raad heeft met de behandeling van de keuzenotitie GGP op 26 november 2019 en de behandeling van de Peilnota op 3 maart 2021 aangegeven de afvalscheiding te willen verbeteren, te komen tot een betere kostenbeheersing en de problematiek omtrent de vuilniszakken in de binnenstad aan te pakken. Om het afvalbeheer betaalbaar te houden en te komen tot zo veel mogelijk afvalscheiding is het belangrijk een consistent systeem te ontwikkelen. In dit hoofdstuk worden de hoofdlijnen van het nieuwe afvalbeleid weergegeven. 5.1 Binnenstad 5.1.1 Ondergrondse containers In een groot deel van de binnenstad wordt het restafval en de stroom plastic, blik en drinkverpakkingen (PBD) nog steeds met vuilniszakken opgehaald. Dit leidt tot vervuiling van de straten en grachten doordat afval wegwaait, vogels en ratten de zakken open scheuren en vuilniszakken niet altijd meekomen in de inzameling. Om het straatbeeld te verbeteren en zwerfafval te voorkomen is het wenselijk om de inzameling met vuilniszakken te stoppen en over te gaan naar een nieuw systeem. Door het gebrek aan ruimte op percelen en in de openbare ruimte is het op de meeste locaties niet mogelijk om huis-aan-huis met bakken (rolcontainers) in te zamelen. Om deze reden wordt een inzameling voorgesteld met ondergrondse containers.

De eerste schetsen laten zien dat, door de beperkte ruimte in de binnenstad, locaties voor de ondergrondse containers beperkt zijn. Hierdoor is het niet mogelijk om een aparte inzameling te organiseren voor PBD. Om deze reden is het wenselijk de stromen restafval en PBD in dezelfde ondergrondse container in te zamelen en vervolgens de PBD-stroom na te laten scheiden. Hiermee kunnen in de binnenstad – gegeven de beperkingen - redelijk goede scheidingsresultaten worden bereikt. Deze wijze van inzameling volgt de aanbevelingen van de Afvalspiegel (zie bijlage), waarin wordt aangegeven dat voor locaties waar ruimtegebrek bestaat op de percelen en in de openbare ruimte, nascheiding van PBD een logische keuze is. Het plaatsen van de ondergrondse containers wordt alleen voorzien in het gedeelte van de binnenstad waar nu met zakken wordt opgehaald. Het overige gedeelte, waar met bakken aan huis wordt ingezameld, blijft ongewijzigd. Bij het evaluatiemoment in 2024 (zie hoofdstuk 9) wordt bekeken of het ook wenselijk om hier over te gaan op ondergrondse containers. 5.1.2 Uitbreiden gft/e inzameling Zoals we in hoofdstuk 3 hebben gezien bestaat een groot deel van het restafval uit gft/e. De reden hiervoor is dat een groot deel van de inwoners niet beschikt over een voorziening voor deze stroom.

Voorgesteld wordt de binnenstad te voorzien van groene cocons (zie afbeelding) zodat de gft/e-stroom zoveel mogelijk uit het restafval gehaald wordt en het restafval daalt.

13 / 27

5.2 Noord 5.2.1 Huidige inzamelwijze behouden Er is een verkenning uitgevoerd om ondergrondse containers te plaatsen in Noord en PBD na te scheiden. Van deze optie wordt afgezien om de reden dat brongescheiden inzameling met verschillende bakken aan huis goed werkt. Een keuze voor ondergrondse containers en nascheiding van PBD leidt naar verwachting tot een verslechtering van het afvalscheidingspercentage en hogere kosten. Dit blijkt uit een globale doorrekening door HVC en uit ervaringen van andere gemeenten in het land. Invoering van ondergrondse containers in Noord vraagt een tevens om een forse investering. 5.2.2 Gft/e voorzieningen uitbreiden Grondgebonden woningen beschikken over een bak aan huis voor gft/e. Bij hoogbouw mist deze voorziening doorgaans. Deze woningen zullen eveneens voorzien worden van een bij de betreffende locatie passende voorziening, zodoende ook bij deze woningen afvalscheiding te verbeteren. 5.3 Stadsbrede maatregelen (binnenstad en Noord) Om binnen het huidige systeem tot verdere afvalscheiding en kostenbeheersing te komen optimaliseren we de inzameling van de bestaande stromen en zorgen voor verbeteringen van de huidige voorzieningen. Deze paragraaf gaat over de gehele gemeente; waar er een verschil zit tussen de Binnenstad en Noord wordt dit expliciet aangegeven.

Bedrijfsmatig afval weren Met name in de binnenstad komt nog veel bedrijfsmatig afval terecht bij het huishoudelijk afval. Aangezien de gemeente per ton verwerkt afval betaalt, worden deze kosten in de huidige situatie doorberekend aan inwoners. Door het plaatsen van ondergrondse containers met toegangscontrole ontstaat de mogelijkheid bedrijfsmatig afval te weren. Geregeld kan worden dat kleinere bedrijven in bijvoorbeeld de binnenstad gebruik kunnen blijven maken van de inzamelvoorzieningen voor huishoudelijk afval. Betaling verloopt dan via het reinigingsrecht. Verbreding openingstijden ABS & ophaal grof afval tegen betaling Grof afval kan in de huidige situatie gratis opgehaald worden. Al hoewel dit niet direct kosten met zich meebrengt voor de persoon die het grof afval aanbiedt, worden de kosten indirect betaald uit de afvalstoffenheffing. Daarnaast komt grof afval ongescheiden in de perswagen terecht. Voorgesteld wordt een tarief van € 20,- in te voeren voor het aan huis ophalen van grof vuil en de openingstijden van het Afvalbrengstation te verruimen. Het brengen van grof afval naar het Afvalbrengstation blijft gratis. Op veel plaatsen in het land wordt dit systeem gebruik en leidt ertoe dat inwoners grof afval vaker gaan brengen naar het Afvalbrengstation (in plaats van het laten ophalen), hetgeen tot een kostenbesparing en betere afvalscheiding leidt.

Papierinzameling De opbrengsten van het oud papier fluctueren sterk en vrijwilligers zijn moeilijker te vinden. Om een efficiëntieslag te maken wordt bekeken of het papier, i.p.v. één keer in de twee weken, een keer in de vier weken opgehaald kan worden. Op korte termijn vinden geen wijzigingen plaats.

14 / 27

Glas en textiel Voor glas en textiel wordt geen nieuw beleid gevoerd; de inzameling blijft ongewijzigd. Onderzocht is of het mogelijk is om extra glascontainers te plaatsen. Los van een enkele nieuwe locatie is dit niet mogelijk gebleken. Ook in de textielinzameling worden op dit moment geen grote optimalisaties voorzien. De niet-gereguleerde textielinzameling door derden is een aandachtspunt. Communicatie & afvalcoaching Door het inzetten van gerichte communicatie en afvalcoaching weten inwoners beter te scheiden en ontstaat minder afkeur van stromen zoals PBD en gft/e. Communicatie en afvalcoaching wordt specifiek ingezet bij de plaatsing van de ondergrondse containers, maar zal ook een groot deel uitmaken van de doorlopende inzameling. Luierrecycling Vanuit milieu- en kostenoogpunt is het (nog) niet wenselijk om over te gaan op luierrecycling (zie bijlage 3 voor verdere onderbouwing). Om deze redenen wordt afgezien van een aparte inzamelstructuur voor luiers. Ontwikkelingen op het gebied van deze stroom worden actief gevolgd en opnieuw in kaart gebracht tijdens het evaluatiemoment 2024. 5.4 Samenvattend: hoe ziet de nieuw inzameling eruit? Binnenstad In de wijken waar nu met zakken wordt ingezameld, vindt de inzameling van restafval en PBD plaats met ondergrondse containers, waarmee de vuilniszak uit het straatbeeld verdwijnt.

In de wijken van de binnenstad waar in de huidige situatie gebruikt wordt gemaakt van containers aan huis, blijft het systeem ongewijzigd met uitzondering van het nascheiden van PBD. In de voormalige zakkenwijken wordt gft/e ingezameld via containers op wijkniveau. Oud papier blijft voorlopig een keer in de twee weken opgehaald worden. De glas inzameling blijft op wijkniveau evenals de inzameling van textiel. Door middel van communicatie en afvalcoaching wordt extra aandacht besteed aan de kwantiteit en kwaliteit van de verschillende afvalstromen. De inzameling van de hoofdstromen ziet er uit als volgt uit: Tabel 5.1 Inzameling binnenstad nieuwe situatie Stroom Restafval gft/e PBD Glas Textiel Papier

Voorziening Ondergrondse containers / bakken Containers op wijkniveau / bakken Bij restafval (in ondergrondse container of bak-aan-huis) Wijkcontainers Wijkcontainers Verenigingen

Aanbieden Doorlopend* / elke 4 weken Doorlopend*/ elke 2 weken Doorlopend* Doorlopend Doorlopend Elke 2 weken

* Wijziging ten opzichte van huidige inzameling Noord De inzameling van restafval, gft/e en PBD via minicontainers wordt gecontinueerd, evenals de inzameling van papier. De glas en textiel inzameling blijft op wijkniveau. Door middel van communicatie en afvalcoaching wordt extra aandacht besteed aan de kwantiteit en kwaliteit van de verschillende afvalstromen. De inzameling van de hoofdstromen ziet er uit als volgt uit:

15 / 27

Tabel 5.2 Inzameling Noord nieuwe situatie Stroom Restafval Gft/e PBD Glas Textiel Papier

Voorziening Overwegend rolcontainers aan huis Overwegend rolcontainers aan huis Overwegend rolcontainers aan huis Containers op wijkniveau Containers op wijkniveau Verenigingen

Aanbieden Elke 4 weken Elke 2 weken Elke 4 weken Doorlopend Doorlopend Elke 2 weken

5.5 Verwachte resultaten Verwacht wordt dat met voorliggende maatregelen het restafval licht wordt gereduceerd. De kostenprestatie wordt licht verbeterd. Voorliggend plan laat overwegend een verbetering in het straatbeeld en zwerfafval zien met een bijbehorend gemak voor inwoners omdat de vuilniszakken doorlopend aangeboden kunnen worden en de gft/e inzameling wordt uitgebreid. In 2024 (zie hoofdstuk 9) wordt het beleid geëvalueerd en beoordeeld of aanvullende maatregelen nodig zijn. In tabel 5.3 en 5.4 zijn de verwachte resultaten opgenomen. Tabel 5.3 Verwachte resultaten Maatregel

Milieu (VANGDoelstelling) 0

Kostenbeheers Service ing* 0/-

-/+

2. Uitbreiden gft/e voorzieningen 3. Weren bedrijfsmatig afval

+ +

+

+ 0

4. Verbreding openingstijden ABS & ophaal grof afval tegen betaling 5. Communicatie & afvalcoaching

+

+

-/+

+

+

+

1. Plaatsen ondergrondse containers voor restafval en PBD

- = lager, 0 = neutraal, + hoger * Een ‘+’ betekent hier dat het positief is voor de kostenbeheersing (goedkoper); een ‘-‘ betekent negatief (duurder)

Tabel 5.4 Verwachte resultaten op afvalscheiding, service en kosten Kerngetallen inzameling Hoeveelheid restafval per inwoner per jaar (VANG) Afvalstoffenheffing Rapportcijfer inzameling

199 kg (-11kg) + 0% tot 5% 7+

16 / 27

5.5 Inwonersenquête en inloopavond Om te weten hoe inwoners tegenover het nieuwe beleid staan heeft I&O in de periode augustus – september in opdracht van de gemeente een inwonersonderzoek uitgezet. Voor het onderzoek zijn 2350 inwoners van de gemeente Enkhuizen van 18 jaar en ouder benaderd. Het onderzoek is uitgevoerd door middel van een online enquête. In totaal hebben 845 inwoners de vragenlijst ingevuld. Dit komt neer op een responspercentage van 36%. De helft van de inwoners van de binnenstad vindt inzamelen via ondergrondse containers een goed idee. De vrijheid om op elk moment het afval kwijt te kunnen en de hygiëne worden als grote voordelen gezien. Een derde vindt het acceptabel zolang er aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De nabijheid van de container wordt hierbij een belangrijke factor. Daarnaast worden zorgen geuit over het straatbeeld en eventuele stijging van de kosten. Als het straatbeeld netjes blijft, de afstand tot de containers niet te groot is en de kosten niet stijgen vinden inwoners de containers acceptabel. Op 15 september 2021 is een inloopavond georganiseerd waar de hoofdpunten uit voorliggend plan zijn gepresenteerd en de gelegenheid werd geboden om vragen, opmerkingen en suggesties te geven. Ongeveer 15 inwoners waren aanwezig.

Tijdens de avond werden vragen gesteld over de zakken in de binnenstad en het eventueel invoeren van een recycle-tarief (betalen per aanbieding restafval). Aanwezigen gaven aan dat de inzamelfrequentie soms als te laag wordt ervaren, er aandacht moet zijn voor de kosten die de afvalinzameling met zich meebrengt. Ook is er aandacht nodig voor preventie, het motiveren van fabrikanten minder verpakkingen te gebruiken, retoursystemen (zoals statiegeld) en informatie over hoe verschillende stormen zoals elektrische apparaten aangeboden kunnen worden. M.b.t. de ondergrondse containers werd aangegeven dat er aandacht moet zijn voor de afstand naar de ondergrondse containers en de mogelijkheden voor bron- en nascheiding. Ook is het van belang dat de gft/e containers schoon worden gehouden en er biologisch afbreekbare zakjes beschikbaar zijn. Voor Noord werd de suggestie gegeven om meer ondergrondse containers te plaatsen. De bevindingen en suggesties van de enquête en inloopavond zijn betrokken in voorliggend plan en worden meegenomen in de uitvoering.

17 / 27

7. Overig beleid In de voorgaande hoofdstukken is de nieuwe insteek van het afvalbeleid uiteengezet. In voorliggend hoofdstuk wordt ingegaan op zaken die niet direct invloed hebben op het nieuwe beleid, maar wel deel uitmaken van het afvaldossier. 7.1 Samenwerking ABWF De gemeente neemt deel aan de gemeenschappelijke regeling Afvalbeheer Westfriesland (ABWF). In deze vorm overleggen de zeven Westfriese gemeenten op bestuurlijk en ambtelijk niveau over het afvalbeleid in de regio. Wanneer mogelijk wordt afstemming gezocht en gebruikgemaakt van de synergie van intergemeentelijke samenwerking. De andere zes Westfriese gemeenten werken eveneens een nieuwe afvalbeleid uit. Opmeer en Medemblik hebben gekozen voor een beleid met recycletarief, dat met ingang van 1 januari 2022 wordt ingevoerd. In Drechterland wordt een vergelijkbaar beleid voorgesteld aan de gemeenteraad. Koggenland heeft voor de eerstkomende jaren gekozen voor het optimaliseren van de inzameling. In Stede Broec en Hoorn zijn/worden verschillende scenario’s in beeld gebracht; in deze gemeenten is op het moment van schrijven de richting nog onbekend. 7.2 Zwerfafval Naast de inzameling en verwerking, is een belangrijk doel van het afvalbeheer te voorkomen dat afval in het milieu terechtkomt. Een onderdeel daarvan is het voorkomen en opruimen van zwerfafval.

De gemeente plaatst en onderhoudt openbare prullenbakken en zorgt voor het opruimen van zwerfafval in de openbare ruimte. Meldingen worden gedaan via de Fixi-app. Ligt de verantwoordelijkheid bijvoorbeeld bij de Provincie, zoals bij de provinciale wegen, dan treedt de gemeente met deze partij in contact. De gemeente ondersteunt inwonerinitiatieven met grijpstokken, vuilniszakken en ander toebehoren en doet jaarlijks mee met de landelijke Opschoondag (Nederland Schoon). 7.3 Afvalvrije scholen Een aantal scholen in Westfriesland laat via HVC haar afval ophalen. Dit heeft als voordeel dat het afval gescheiden kan worden en leerlingen onderwijs krijgen over afvalscheiding. Na een introductiedag met vuilnismannen en een vuilniswagen op het schoolplein, kunnen de kinderen in elke klas afval in verschillende stromen inzamelen. Scholen kunnen zich via de gemeente aanmelden.

18 / 27

8. Investeringen, kosten en baten In voorliggend hoofdstuk wordt ingegaan op de investeringen, kosten en baten. 8.1 Mutaties op het DVO tarief en gemeentelijke kosten Doorgerekend is dat bij de in dit plan genoemde optimalisaties de afvalbeheerkosten licht minder doet stijgen in vergelijking met ongewijzigd beleid. HVC geeft hiervan de inschatting zoals weergegeven in figuur 8.1. Figuur 8.1 : Afvalbeheerkosten optimalisaties vs. ongewijzigd beleid

In tabel 8.1 staan de verschillende kosten en baten opgenomen. Investeringen in onder meer ondergrondse containers en onderhoudskosten leiden enerzijds tot hogere uitgaven. Anderzijds leiden de investeringen en maatregelen tot een besparing op de inzamelkosten, verwerkingskosten, inzameling grof afval en verbrandingsbelasting. We zien we een daling van € 13.727 op de DVO kosten (prijspeil 2021), of te wel € 1.57 per woonhuisaansluiting (wha; uitgaande van 8733 woningen). Worden de kapitaallasten voor de gemeente meegenomen, dan komt de besparing op de jaarlijkse uitgaven op het afvaldossier neer op € 10.727. Dit komt neer op € 1.23 per wha. Tabel 8.1 Mutaties zakkenwijk ondergronds

Inzameling Kapitaallasten Onderhoudskosten Overige kosten Verwerkingskosten Inzamelvergoeding Grof afval tegen betaling Verbrandingsbelasting Subtotaal Kapitaallasten Subtotaal Totaal

Mutaties DVO Tarief € -27.621 € 30.951 € 26.862 € -10.905 € -14.974 € 11.760 € -25.357 € -4.442 € -13.727 Mutaties gemeentelijke uitgaven € 3000 € 3000 € -10.727

19 / 27

8.2 Incidentele kosten Om het nieuwe beleid mogelijk te maken worden eenmalig kosten gemaakt door HVC en de gemeente. De kosten van HVC bestaan uit project- en communicatiekosten welke worden doorgerekend aan de gemeente. De gemeente stelt een projectleider aan, heeft regie over de ruimtelijke inpassing en is verantwoordelijk voor de het afwerken van de betonputten. De totale incidentele kosten worden geraamd op € 190.134, zie tabel 8.2 Tabel 8.2 Eenmalige kosten Eenmalige kosten HVC Uren projectleider € 30.134 Eenmalige kosten middelen € 30.000 Communicatiekosten € 45.000 Subtotaal € 105.134 Eenmalige kosten gemeente Projectleider € 30.000 Werkvoorbereider € 15.000 Meerwerk plaatsing betonputten € 25.000 Communicatie € 10.000 Klantcontact € 5.000 Subtotaal € 85.000 Totaal € 190.134

20 / 27

9. Planning en evaluatie Het ondergronds inzamelen van restafval en PBD in de binnenstad, het plaatsen van de gft/e cocons en het doorvoeren van verdere optimalisaties vragen om een goede voorbereiding en planning. Daarnaast willen we, zowel tussentijds als aan het eind van de looptijd van dit plan, weten of we de juiste richting gevolgd hebben en of we ergens kunnen/moeten bijsturen. Voorliggend hoofdstuk gaat in op planning en evaluatie van het voorgestelde beleid. 9.1 Planning Uitgaande van vaststelling van voorliggend plan in het najaar van 2021 kan begin 2022 gestart worden met de uitwerking van het inrichtingsplan. Eveneens wordt in dezelfde periode gestart met de optimalisaties. Omdat de plaatsing van de ondergrondse containers en gft/e in de historische binnenstad om een degelijke voorbereiding vraagt wordt medio 2022 besluitvorming in de raad voorzien. Na vaststelling wordt overgegaan op implementatie. 2025 staat in het teken van een eindevaluatie van het gevoerde beleid en het opstellen van een nieuw beleidsplan met de koers, doelen en uitgangspunten voor de daaropvolgende jaren. In tabel 9.1 is de planning samengevat. Tabel 9.1 planning activiteiten Afvalbeleidsplan Jaar 2021 2022

2023 2024 2025

Activiteit - Vaststellen beleidsplan - doorvoeren optimalisatie - locatie- en inrichtingsplan ontwikkelen - Inrichtingsplan vaststellen (raad) - Implementatie - Monitoring - Monitoring - Tussentijdse evaluatie en eventuele bijsturing - Monitoring - Evaluatie en opstellen nieuw beleidsplan - Monitoring

9.2 Evaluatie Onderbouwd beleid is meetbaar. Hiermee is het van belang om zowel tussentijds als bij afsluiting van de beleidsperiode te evalueren of de ingezette lijn is geslaagd en waar het eventueel wenselijk is bij te sturen. 9.3 Evaluatie criteria De evaluatiecriteria zijn de doelen en uitgangspunten zoals beschreven in hoofdstuk 4. De expliciete criteria zijn in onderstaand schema te vinden, inclusief de data waarop voorzien wordt dat deze behaald zijn. De indicatoren zijn afkomstig uit de landelijke benchmark, rapportages van HVC en metingen van Eureco. Waar nodig zal aanvullende data worden ingewonnen, denk hierbij bijvoorbeeld aan een inwonersenquête. Aan het eind van de looptijd van het beleidsplan stelt de gemeente een eindrapport op, in samenwerking met HVC en de regio. De SED-gemeenten evalueren gezamenlijk.

21 / 27

Tabel 9.2 Evaluatiecriteria Afvalbeleidsplan

22 / 27

Bijlage 1: Lijst met afkortingen DVO: Dienstverleningsovereenkomst PBD: Plastic, blik en drinkpakken Gft en etensresten: Groente, fruit, tuinafval en etensresten CAW: Centraal Afvalverwijderingsbedrijf West-Friesland (Nu ABWF) ABWF: Afvalbeheer Westfriesland (Voorheen CAW) VANG: Van Afval naar Grondstof (landelijke doelstellingen) Diftar: Staat voor gedifferentieerde tarieven en houdt in dat de afvalstoffenheffing voor huishoudens afhangt van de hoeveelheid restafval die zij aanbieden. Recycle-tarief: Andere naam voor Diftar

23 / 27

Bijlage 2: Onderzoek mogelijkheden Ja/ja sticker In aanloop naar het Afvalbeleidsplan zijn de Ja/Ja sticker (ook wel opt-in systeem voor ongeadresseerd drukwerk genoemd, kortheidshalve opt-in systeem) en de gevolgen van invoering voor verenigingen onderzocht. Eveneens is gesproken met verschillende gemeenten die met de invoering bezig zijn en heeft contact plaatsgevonden met de VNG. Hieronder worden deze punten eerst besproken vanuit de doelen en uitgangspunten zoals vastgesteld door de raad op 26 november 2019. Daarna worden de gevolgen voor verenigingen en ondernemers in kaart gebracht. 1. Doelen Afvalbeleidsplan Milieu Of een opt-in systeem leidt tot de gewenste effectiviteit is niet duidelijk. Gemeenten als Utrecht en Den Haag zien de voordelen, maar o.a. Milieucentraal geeft aan dat er nog geen helderheid bestaat over de milieu impact van online folders enerzijds en de papieren versies anderzijds. Uit ervaringen van gemeenten in het land weten we ook dat er waarschijnlijk een verschuiving plaats vindt van de reclame naar weekbladen, met gevolg dat de gewenste papierbesparing niet wordt behaald. Service Het opt-systeem heeft geen invloed op de service afvalinzameling.

Kosten gemeente Alvorens een opt-in systeem in te voeren, dient onder meer gezocht te worden naar draagvlak onder inwoners en ondernemers, een juridisch kader opgesteld te worden en zal de gemeente vragen van ondernemers en inwoners moeten beantwoorden. M.b.t. de naleving en handhaving moeten meldingen behandeld, controles uitgevoerd en waarschuwingen en boetes uitgeschreven worden. Deze activiteiten vragen financiële middelen van de gemeente. De opstartkosten liggen tussen de € 5000 en € 10.000. De inschatting is dat het systeem vervolgens circa € 7500 tot €10.000 per jaar kost. Deze extra kosten zijn vanuit het kader van de kostenbeheersing niet wenselijk. 2. Ondernemers Ondernemers en brancheverenigingen hebben zich negatief geuit over de invoering van een opt-in systeem. Deze partijen voeren aan dat ongeadresseerd drukwerk enerzijds als onnodig of hinderlijk worden ervaren, maar anderzijds voor zowel lokale bedrijven, als franchisenemers en consumenten waarde toevoegen. Online folders worden niet gezien als vervanging, maar als aanvulling. De verwachting is dat vooral lokale ondernemers negatieve gevolgen ondervinden in hun omzet. 3. Verenigingen Voor verenigingen zal een opt-in systeem op korte termijn leiden tot minder opbrengsten. Naar verwachting zullen na verloop van tijd de ingezamelde tonnages weer stijgen door verschuiving van de reclame naar de weekbladen.

Bij gelijkblijvende vergoedingen, zullen de opbrengsten op korte termijn dalen, maar op lange termijn weer terugkeren op het huidige niveau. Overwogen kan worden om bij teruglopende tonnages de vergoedingen (tijdelijk) te verhogen. 4. Conclusie De verwachte effectiviteit van een opt-in systeem is niet eenduidig en het systeem vraagt om extra handhaving ten nadele van de kostenbeheersing. De verwachting is dat vooral lokale ondernemers

24 / 27

negatieve gevolgen ondervinden in hun omzet. Eveneens is gekeken naar de gevolgen voor verenigingen. Verwacht wordt dat met invoering van het systeem verenigingen aanvankelijk een daling in de opbrengsten zullen zien, maar na verloop van tijd de tonnages, en daarmee de opbrengsten weer, zullen stijgen. Eventueel is het mogelijk om de verenigingen hiervoor te compenseren door een hogere prijs te bieden voor de ingezamelde tonnage. Al hoewel een opt-in systeem op de langere termijn, onder voorwaarden, niet nadelig is voor verenigingen, wordt geconcludeerd dat het systeem niet past binnen de doelen en uitgangspunten zoals beschreven in hoofdstuk 4 van het Afvalbeleid, waarbij kostenbeheersing een belangrijke pijler is.

25 / 27

Bijlage 3 : Luierrecycling Bij de behandeling van de peilnota op 3 maart 2021 heeft de Raad verzocht de recycling van luiers te onderzoeken en dit mee te nemen in het Afvalbeleidsplan. Mogelijk dient dit als alternatief voor de huidige praktijk waarbij luiers verbrand worden via het restafval. Momenteel worden wegwerp luiers verbrand tezamen met het huishoudelijk- en bedrijfsrestafval. Onderzocht is of luierrecycling een beter alternatief is vanuit milieu-, financieel- en dienstverleningsoogpunt. Om tot een goed beeld te komen is informatie opgevraagd bij de gemeente Waterland, HVC en Remondis. Luierrecycling en -inzameling Een aanzienlijk deel van het restafval bestaat uit luiers. In Nederland wordt naar schatting zeker 160 miljoen kilo aan luiers verbrand. De luiers zelf – zonder inhoud - zijn circa ¼ van dit gewicht. In Enkhuizen is de schatting dat circa 8% van het fijn huishoudelijk restafvalgewicht uit luierafval bestaat. Om het restafval te reduceren lijkt deze afvalstroom een groot potentieel te hebben. Er zijn meerdere luierrecyclingsprojecten ondernomen in het land, waarvan er weinig geslaagd zijn. Aangezien maar een relatief klein deel van deze stroom recyclebare materialen bezit (grootste deel is urine en feces) is recycling beperkt mogelijk en wordt vooral ingezet op het omzetten tot biogas. Probleem bij de verwerking is o.m.

de afzetmarkt van vrijkomende stoffen, de benodigde energie voor de hoge temperaturen voor het doden van ziekteverwekkers en medicijnresten en het organiseren van een aparte inzamelinfrastructuur. Er lopen verschillende initiatieven, waaronder bij ARN, Omrin en Renewi. Uit gesprekken met HVC en Remondis blijkt dat de afzetmarkt mist en hoge investeringskosten per deelnemende partij benodigd zijn. Hierdoor zijn de verwerkingskosten van luierrecycling hoog. De gemeente Waterland en HVC geven aan dat ook een aparte inzamelstructuur nodig is om luierrecycling mogelijk te maken. Omdat deze infrastructuur hoge investeringen met zich meebrengt komt de luierrecycling in Waterland op het moment niet van de grond. Luierrecycling past niet bij de doelstellingen Vanuit milieu- en kostenoogpunt (de kosten wegen niet op tegen de beperkte milieuopbrengst) is het (nog) niet wenselijk om over te gaan op luierrecycling. Om deze redenen wordt afgezien om in te zetten op luierrecycling. De ontwikkelingen op het gebied van deze stroom worden actief gevolgd en opnieuw in kaart gebracht tijdens het evaluatiemoment in 2024.

26 / 27

Bijlage 4: Communicatieplan op hoofdlijnen De wijzigingen in voorliggend beleidsplan vragen om een goede voorbereiding, waarbij het essentieel is inwoners goed en tijdig te informeren. Na vaststelling van het Afvalbeleidsplan wordt in samenwerking met HVC een communicatieplan die specifiek op de lokale situatie ingaat. Dit plan zal onder andere de volgende elementen bevatten. Doel en pijlers Doel van het communicatieplan is inwoners tijdig en begrijpelijk te informeren over beleidswijzigingen. Voor dit plan worden de volgende drie pijlers aangehouden: 1. Persoonlijk contact (afvalcoaches, informatiebijeenkomsten, klantcontacten en chauffeurs. 2. Offline communicatie (brieven, flyers, artikelen, FAQ, containerhangers) 3. Online (filmpjes, sociale media, gemeente nieuws). Doelgroepen Alle inwoners van Enkhuizen, toegespitst op de kenmerken van de wijk. Uitgangspunten  In regie van de gemeente  Zoveel mogelijk persoonlijk contact  Lokaal en herkenbaar Planning December 2021: besluitvorming beleidsplan en voorbereiding communicatieplan Eerste kwartaal 2022: start optimalisaties en communicatie Juli 2022: Vaststelling inrichtingsplan door Raad

27 / 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10925818/1