Advies participatie en delegatie RAADSVOORSTEL
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:
Delegatie, bindend advies en verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten in het kader van de Omgevingswet 933925/Invoering Omgevingswet
Commissie:
.
Raadsvoorstel:
,
Portefeuillehouder: Programma:
E. Heutink-Wenderich 7: Volkshuisvesting en ruimtelijke ontwikkeling
Karakter:
Besluitvormend
Bijlagen:
Algemene verklaring van geen bedenkingen inzake het projectafwijkingsbesluit (vastgesteld op 2 oktober 2012).
Voorgesteld besluit: 1. Advies met instemming van de raad (bindend advies) is vereist als het college voornemens is een positief besluit te nemen over een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, a. Die niet past binnen een door de gemeenteraad vastgestelde nota van uitgangspunten, stedenbouwkundige visie of een ander ruimtelijke kader; b. Of die de herontwikkeling van een bestaande locatie betreft, waarbij een aanpassing van de ruimtelijke, dan wel stedenbouwkundige structuur plaatsvindt; c. Of als de aangevraagde activiteiten zijn gelegen in het beschermde stadsgezicht en: i. in het geval van een woningbouwproject er sprake is van 4 of meer woningen/wooneenheden of ii. in alle overige gevallen indien de bruto oppervlakte van het projectgebied 1000 m² of meer bedraagt en iii. indien de bouwhoogte van het project 15 meter of meer bedraagt; d. Of als de aangevraagde activiteiten zijn gelegen elders in de bebouwde kom en i. in geval van een woningbouwproject er sprake is van 9 of meer woningen/wooneenheden of ii. in alle overige gevallen indien de bruto oppervlakte van het projectgebied 3000 m² of meer bedraagt en iii. indien de bouwhoogte van het project 10 meter of meer bedraagt. 2.
Voor de onder 1 genoemde categorieën a, b, c en d is participatie, uitgevoerd door de initiatiefnemer van een omgevingsaanvraag, verplicht (zoals beschreven in artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet). 3. De bevoegdheid tot het vertalen van verleende buitenplanse omgevingsvergunningen in het omgevingsplan, verleend na inwerkingtreding van de Omgevingswet, te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. 4. Deze werkwijze gaat in bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 5. De raad elk half jaar te rapporteren over de aantallen en soorten buitenplanse omgevingsvergunningen, waarvoor het adviesrecht niet geldt. 6. Twee jaar nadat de wet inwerking is getreden de werkwijze te evalueren en indien nodig, aan te passen.
1
Inleiding In 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Met deze nieuwe wet zijn 26 bestaande afzonderlijke wetten met het thema ruimtelijke ordening gebundeld in één. Het doel van de Omgevingswet is het creëren van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving voor inwoners, het vereenvoudigen van bestaande wet- en regelgeving en het stimuleren van participatie. De Omgevingswet kent diverse kerninstrumenten, waarvan de omgevingsvisie en het omgevingsplan voor de raad belangrijk zijn in zijn kaderstellende rol. De omgevingsvisie is als het ware de opvolger van de structuurvisie en het omgevingsplan is de opvolger van het bestemmingsplan. De omgevingsvergunning is ook een van de kerninstrumenten. Activiteiten, denk daarbij aan het bouwen van woningen of het realiseren van bedrijfsruimte, het kappen van bomen of het wijzigen van een functie van een gebied, kunnen vergunningplichtig zijn. Dat wil zeggen dat de initiatiefnemer (kan een particulier zijn, een ondernemer, projectontwikkelaar enz.) een vergunningaanvraag zal moeten doen. Activiteiten die niet voldoen aan de regels in het omgevingsplan of helemaal niet zijn opgenomen in het omgevingsplan worden buitenplanse omgevingsplanactiviteiten genoemd. Deze kunnen toch een bijdrage leveren aan de omgevingskwaliteit, iets toevoegen en waardevol zijn. De gemeente zal deze op hun waarde willen beoordelen.
Vergunningverlening is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. In dit raadsvoorstel worden drie onderdelen van de wet uitgewerkt: 1. Adviesbevoegdheid van de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten De Omgevingswet regelt onder meer de adviesbevoegdheid (hierna “het bindend advies”) van de gemeenteraad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Het bindend advies houdt in dat de gemeenteraad het recht heeft om het college van burgemeester en wethouders bindend te adviseren bij het verlenen van een buitenplanse omgevingsvergunning. De raad kan zelf bepalen of en voor welke gevallen, waarin wordt afgeweken van het omgevingsplan, hij een bindend advies wil geven. Onder de huidige wetgeving bepaalt de gemeenteraad wanneer een verklaring van geen bedenkingen wordt afgeven voor een omgevingsvergunning die afwijkt van een bestemmingsplan. Dat besluit heeft de raad in 2012 genomen. In enkele raadsinformatieavonden is het onderwerp van het bindend advies besproken. Uit deze informatieavonden is naar voren gekomen dat het op dit moment lastig is om aan te geven in welke gevallen bindend advies noodzakelijk is. Om deze reden is ervoor gekozen om de huidige situatie, die prima voldoet, vast te leggen zodat er na inwerkingtreding van de Omgevingswet hierin niets verandert.
In de Omgevingswet wordt de reguliere beslistermijn van acht weken de standaard voor Omgevingsvergunningen. In beginsel geldt dit ook voor buitenplanse omgevingsvergunningen. Als bindend advies noodzakelijk is dan zal het moeilijk zijn om deze beslistermijn te halen. 2. Verplichte participatie voor initiatiefnemers bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Bij aanvragen van een omgevingsvergunning moet de initiatiefnemer via het Omgevingsloket diverse vereisten indienen. Denk daarbij aan bouwtekeningen, onderzoek en onderbouwing. De Omgevingswet verplicht de initiatiefnemer bovendien om aan te geven hoe hij/zij de belangen van de omgeving heeft meegewogen in zijn initiatief/plan. Met andere woorden hoe participatie heeft plaatsgevonden en wat deze heeft opgeleverd. De initiatiefnemer moet dit dus doen voordat hij/zij de aanvraag indient. Participatie is, volgens de wet, vormvrij, dat wil zeggen dat de initiatiefnemer de invulling zelf mag bepalen. De gemeente kan initiatiefnemers wel stimuleren en aansporen om hun uiterste best te doen om omwonenden te betrekken bij plannen/initiatieven in de buurt. Het college van burgemeester en wethouders weegt deze informatie mee bij het nemen van een besluit. De gemeenteraad kan bovendien buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanwijzen waarvoor participatie verplicht is.
In dat geval is de aanvrager verplicht om een participatieproces vorm te geven en aan te geven wat met de resultaten is gedaan. De gemeenteraad stelt de kaders. In de uitvoering zal het college van burgemeester en wethouders extra aandacht schenken aan de inspanningen van de initiatiefnemers. 3. Delegatie bevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan
2
Na verlening van een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteiten moet dit besluit worden verwerkt in het omgevingsplan. Als na besluitvorming op de vergunning nogmaals een besluit genomen moet worden over het nieuwe omgevingsplan is er sprake van een dubbele besluitvorming over hetzelfde onderwerp. De Omgevingswet bepaalt dat na de transitieperiode (2030) verleende omgevingsvergunningen binnen vijf jaar verwerkt moeten worden in het omgevingsplan. Het gaat hierbij alleen over buitenplanse vergunningen. De inpassing van de vergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waar de gemeenteraad al over heeft besloten (bindend advies) in het omgevingsplan wordt gedelegeerd aan het college, omdat dit zorgt voor efficiënte besluitvorming. Het voorstel dat hier voor u ligt is om de drie genoemde onderdelen (namelijk bindend advies, verplichte participatie en delegatie wijzigen omgevingsplan aan het college van burgemeester en wethouders) te combineren en op dezelfde categorieën van toepassing te verklaren. Dat is overzichtelijk en consistent. Deze categorieën zijn vergelijkbaar met de huidige, zoals vastgesteld in de “Algemene verklaring van geen bedenkingen inzake het projectafwijkingsbesluit” (2 oktober 2012), echter compacter geformuleerd.
Beoogd effect Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2022 moet het proces van vergunningverlening goed zijn georganiseerd. Dat betekent niet alleen dat het sneller moet, zodat inwoners en ondernemers sneller weten waar ze aan toe zijn en hun plannen kunnen uitvoeren, maar ook dat rollen en bevoegdheden goed zijn geregeld. Door de drie onderdelen (het bindend advies van de gemeenteraad, verplichte participatie en delegatie wijzigen omgevingsplan aan het college van burgemeester en wethouders) in te regelen voldoen we aan de eisen die de Omgevingswet stelt. Door de drie genoemde onderdelen te combineren en op dezelfde categorieën van toepassing te verklaren ontstaat een overzichtelijk en consistent geheel. De gemeenteraad behoudt zeggenschap bij de besluitvorming over aanvragen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, waardoor procedures snel én zorgvuldig worden doorlopen. Beleidsvrijheid/ -ruimte (wettelijk kader) Met het vaststellen van een lijst met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (op basis van artikel 16.15 lid 1 en artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet) behoudt de gemeenteraad haar invloed bij de projecten die een grote impact op de gemeente hebben. De gemeenteraad doet dit door de mogelijkheden van de Omgevingswet te benutten. Het college van burgemeester en wethouders heeft voldoende ruimte om aanvragen van vergunningen af te wegen en erover te besluiten.
Het streven is om voor inwoners en ondernemers snel en zorgvuldig te beslissen over plannen/initiatieven. De nieuwe werkwijze gaat in op de datum dat de Omgevingswet inwerking treedt. Het is niet nodig om het “oude” besluit in te trekken, omdat de wettelijke grondslag (Wet Ruimtelijke Ordening) vervalt. Argumenten a. Met het vaststellen van een lijst met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten voor het bindend advies van de gemeenteraad én verplichte participatie door de initiatiefnemer houdt de gemeenteraad zeggenschap bij de besluitvorming over aanvragen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. b. Door het adviesrecht en verplichte participatie van toepassing te verklaren op dezelfde categorieën activiteiten ontstaat een overzichtelijk en consistent kader. c. Door dit kader hebben initiatiefnemers duidelijkheid en kunnen zij er rekening mee houden bij hun plannen/initiatieven. d. Het vaststellen van één lijst met complexe buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die een grote impact hebben op de omgeving, helpt de gemeenteraad om op de belangrijke ontwikkelingen te focussen die in de gemeenschap leven. e. Door aan te sluiten op de huidige “Algemene verklaring van geen bedenkingen inzake het projectafwijkingsbesluit”, waar de gemeenteraad ervaring mee heeft, is de overgang naar de Omgevingswet minder groot. f.
Het delegeren van de inpassing van de vergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten in het omgevingsplan aan het college van burgemeester en wethouders zorgt voor efficiënte besluitvorming.
3
g. Evaluatie van deze werkwijze, twee jaar nadat de Omgevingswet van kracht wordt, zorgt ervoor dat op basis van ervaringen de werkwijze kan worden aangepast en dat de gemeenteraad -als dat nodig blijktkan bijsturen. Kanttekeningen/ alternatieven 1.
De gemeenteraad kan ook beslissen om geen gebruik te maken van het binden adviesrecht.
Het is op grond van de Omgevingswet niet verplicht om gebruik te maken van het bindend adviesrecht. De gemeenteraad kan er ook voor kiezen om geen categorieën met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten voor bindend advies vast te stellen. Dan krijgt het college van burgemeester en wethouders volledige beleidsvrijheid om te beslissen over buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. De gemeenteraad heeft ook andere raadsinstrumenten om vinger aan de pols te houden. Denk daarbij aan de actieve informatieplicht, schriftelijke/mondelinge vragen enz. 2. De gemeenteraad kan ook beslissen om geen categorieën met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten met verplichte participatie vast te stellen. Participatie is voor initiatiefnemers vormvrij. Participatie is toch al een vereiste bij het aanvragen van een vergunning. De gemeenteraad kan volstaan met het benadrukken van het belang van participatie en initiatiefnemers oproepen om dit serieus op te pakken. Bovendien doen initiatiefnemers er goed aan om omwonenden goed te betrekken bij hun plannen/initiatieven. De bezwaren en problemen komen toch op hun pad later in het proces, bijvoorbeeld als omwonenden zich gaan wenden tot de gemeenteraad. 3. De gemeenteraad kan verschillende categorieën met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten vaststellen voor het bindend advies en verplichte participatie.
De gemeenteraad kan ook verschillende categorieën vaststellen, één voor verplichte participatie (artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet) en één voor het bindend adviesrecht (artikel 16.15 lid 1 van de Omgevingswet). Dat maakt het geheel echter niet overzichtelijk. In de praktijk zijn het juist de plannen/initiatieven die niet binnen de door de raad gestelde kaders passen waar maatschappelijke onrust over is en waar de gemeenteraad zich over zal willen uitspreken. Draagvlak Dit raadsvoorstel betreft de bevoegdheid van de gemeenteraad. Planning, evaluatie en verantwoording De Omgevingswet treedt in 2022 inwerking. Dit raadsvoorstel maakt onderdeel uit van een pakket van besluiten, die voor de invoering van de Omgevingswet geregeld moet zijn. Anders is het niet mogelijk om vergunningen in behandeling te nemen. De gemeenteraad kan beslissen om er geen besluit over te nemen, maar dan gaat de gemeenteraad er niet meer over. Evaluatie van deze werkwijze, twee jaar nadat de Omgevingswet van kracht wordt, zorgt ervoor dat op basis van ervaringen de werkwijze kan worden aangepast en dat de gemeenteraad -als dat nodig blijkt- kan bijsturen. Het college van burgemeester en wethouders zal elk half jaar aan de raad rapporteren over de aantallen en soorten buitenplanse omgevingsvergunningen, waarvoor het adviesrecht niet geldt. Dit besluit wordt op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt.
Financiën Aan het voorgestelde besluit zitten geen financiële consequenties. Enkhuizen, 9 november 2021 Burgemeester en wethouders van Enkhuizen De secretaris, De burgemeester,
4
Dhr. A.N. van den Bergh
Dhr. E.A. van Zuijlen
5