CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

6.3 Rapport bestuurlijke verkenning OD NH Onno Hoes

gemeenteraad 17 februari 2026, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Zienswijzen Kadernota 2027 Gemeenschappelijke Regelingen9.800 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ik adviseer de provincie de expertisecentra te faciliteren met een lichte ‘paraplu’ voor expertise en strategie — gericht op datagedreven werken, ketentoezicht en milieucriminaliteit, energietransitie, stikstof en zeer zorgwekkende stoffen — die alleen zwaarder wordt waar dat daadwerkelijk loont. Naast het (weliswaar in een andere vorm) behouden van de eerdere provinciale natuurtaken stel ik een tijdelijke impuls voor als tweede incentive om het pluspakket in Noord-Holland Noord op sterkte te brengen. De impuls is resultaatgericht en gekoppeld aan mijlpalen: volledige bezetting bedrijfsvoeringstaken voor basistaken door alle deelnemers en plustaken

19

kostendekkend (inclusief uniforme overhead) ingebracht. Deze impuls heeft een duidelijke horizon. Noord-Holland Noord mag in de VTH-keten niet achterblijven.

Sturing en afstemming Voor de dagelijkse operatie adviseer ik een Directietafel in te richten waarin de OD‑directeuren samen met de provincie sturen op capaciteit, prioritering, ICT/gegevens en voortgang. Voor de strategische samenhang adviseer ik een Provinciale Regietafel Gezond & Veilig in te stellen als brug tussen veiligheid en gezonde leefomgeving. Onder voorzitterschap van de CdK, gericht op richting, prioritering en het wegnemen van governance-fricties bij dossiers die meerdere stelsels raken. In deze Regietafel komen de voorzitters van relevante VTH-ketenorganisaties in de provincie op het gebied van gezondheid en veiligheid periodiek (2 × per jaar) samen. Deze tafel verbindt veiligheid en gezondheid, organiseert congruentie in de keten en agendeert gezamenlijke opgaven.

Handhaving en ketenaanpak VTH blijft ongesplitst belegd bij de OD’s. Per OD‑gebied komt een regionaal BOA‑overleg voor vroege signalering, informatie‑uitwisseling en gecoördineerde aanpak van milieucriminaliteit. Waar mogelijk worden ketentoezicht en gecombineerde controles ingezet, met structurele datadeling binnen de wettelijke kaders. De ervaringen van deze gecoördineerde BOA-inzet worden besproken aan de Regietafel en kunnen leiden tot een opdracht aan de Directietafel tot nadere coördinatie.

Samenwerking buiten de OD‑kolom De samenwerking met waterschappen (AGV, HHNK en Rijnland) wordt structureel versterkt waar dit de Omgevingswet‑keten verbetert. De Provinciale Regietafel en Directietafel zorgen ervoor dat de juiste governance aanwezig is zodat OD’s in een opdrachtnemersrol kunnen acteren bij ketenprojecten met gedeelde verantwoordelijkheden (zoals ‘grip op indirecte lozingen’). Om de ketenaanpak te versterken kan in de dagelijkse besturen (DB’s) van de OD’s structureel een portefeuillehouder ‘water’ worden opgenomen om de dossiers waar VTH, waterkwaliteit en natuur elkaar raken te versnellen. Met oog voor verschillen in schaal en opgaven adviseer ik met Flevoland te verkennen hoe de samenwerking een doelgerichte vorm kan worden gegeven. Omdat de OFGV zowel NoordHollandse als Flevolandse deelnemers bedient, raakt de keuze voor expertisecentra, datastandaarden en sturing per definitie de beide provincies. Uit de interviews klinkt behoefte aan één voorkant/één taal richting inwoners en bedrijven, én snelle toegang tot tweedelijns expertise over provinciegrenzen heen. Verken dit samen met Flevoland en maak afspraken over toegang tot de expertisecentra, datasets en bijspringen bij piek/complexiteit. Ik realiseer me dat het enige ‘probleem’ in het Noord-Hollandse deel van de OFGV is dat een deel van de natuurtaken vanuit OD NHN geleverd worden.

Het moet bespreekbaar zijn om te zien of Flevoland die taken evengoed op zich kan nemen. Zo niet, dan is het tweedelijns expertisemodel in staat om, weliswaar vanuit de standplaats OD NHN, via het loket OFGV, gemeenten, burgers en bedrijven te bedienen op dit gebied. Provinciegrenzen zijn in de praktijk geen obstakel gebleken en ik wil voorkomen dat het alsnog als een obstakel verwordt.

Gefaseerde uitvoering Korte termijn (0–12 maanden): organiseer bestuurlijke besluitvorming over de uitgangspunten van het federatief model, maak bestuurlijke afspraken over het uitvoeringsniveau van de basis‑ 20

en plustakenpakket in Noord‑Holland Noord met een gerichte impuls, richt de Directietafel in en formaliseer de Provinciale Regietafel inclusief jaaragenda, versnel de overdracht van plustaken door gemeenten met kostendekkende afspraken, start het regionaal BOA‑overleg per OD‑gebied, bevestig de complexe milieu‑focus bij de OD NZKG door de aanwijzing van het expertisecentrum ‘complexe industrie en ZZS’ en de focus op natuurtaken door het expertisecentrum ‘natuur’ bij OD NHN, start de fusieverkenning tussen ODIJ en OD NZKG en start met de (bestuurlijke) verkenningen met de waterschappen en de provincie Flevoland naar de praktische meerwaarde van structurele afstemming. Middellange termijn (1–3 jaar): borg datagedreven werken en harmoniseer data en minimale datasets met uniforme definities en dashboards (dashboards, vergelijkbare rapportages over doorlooptijden, inspectiedekking, naleving, incidentafhandeling en bezetting kritieke expertise). Richt de Regietafel in. Rond de fusieverkenning af en organiseer een besluitvormingsmoment op basis van effecten (nabijheid, kwaliteit, doorlooptijden, kosten). Parallelle doorontwikkeling van de expertisecentra.

Lange termijn (3–5 jaar): indien positief besloten, realiseer de fusie tussen de ODIJ en de OD NZKG, herijk de specialisaties en de expertisecentra, bestendig de samenwerking met Flevoland en de waterschappen en voer een brede evaluatie uit en stuur bij waar nodig.

Randvoorwaarden, risico’s en mitigaties De voorgestelde aanpak vraagt om duidelijke randvoorwaarden die vooraf zijn belegd. In Noord-Holland Noord is zowel een structurele (financiële) impuls door de deelnemende gemeenten als een tijdelijke provinciale impuls nodig om een gelijk speelveld in de provincie te creëren. Doel, voorwaarden en tijdpad worden vooraf vastgelegd. Op het gebied van personeel en expertise wordt schaarste opgevangen via de expertisecentra, gezamenlijke werving en datagedreven ondersteuning, met behoud van nabijheid voor de gemeenten. Juridisch en qua governance worden de noodzakelijke wijzigingen in de gemeenschappelijke regelingen, de medezeggenschap en de afspraken over privacy en gegevensdeling tijdig voorbereid. Meeliften wordt voorkomen door overal kostendekkende tarieven te hanteren met een uniforme definitie van overhead. Deze route slaagt alleen met zichtbaar leiderschap. Bestuurders spreken dit uit en geven politieke rugdekking om te standaardiseren ook als dat lokaal schuurt. Daarbij houden ze vast aan een volledig en kostendekkende basis- en plustakenpakket (inclusief uniforme overhead) bij de OD’s en dat één set spelregels voor alle deelnemers geldt. De gemeenten vertalen dit naar één jaaropdracht en stoppen parallelle uitvoering binnen de eigen organisatie.

Accountmanagers borgen de nabijheid met één aanspreekpunt, gecoördineerde bezoeken en snelle escalatie. De OD NHN voert daarbij een scherp verbeterprogramma op bedrijfsvoering, taakprogrammering en vakvolwassen uitvoering. Zo komt het vliegwiel op gang: zichtbare verbetering leidt tot bredere en voorspelbare taakbelegging. Zonder die stap blijft versnippering en kwetsbaarheid bestaan.

Indicatoren voor voortgang en effect Voortgang en effect worden gemeten op doorlooptijden voor vergunningverlening en toezicht/handhaving, nalevingseffect en doorbraken in ketendossiers milieucriminaliteit, tevredenheid van burgers en bedrijven, bezetting van kritieke expertises, datakwaliteit en ‑dekking, en de snelheid en kwaliteit van incidentafhandeling in samenhang met veiligheidsregio’s, politie en justitie. 21

BIJLAGEN

Bijlage A: lijst gesprekspartners • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

22

J. Beemsterboer, lid algemeen bestuur ODIJ, OD NHN, OD NZKG en OFGV H. Bellaart, lid algemeen bestuur OFGV N. Bonenkamp, lid algemeen bestuur ODIJ R. Bosma, dijkgraaf Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier S. Dinjens, lid algemeen bestuur ODIJ J. Elsinghorst, directeur Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s bij ministerie IenW Q. Foppe, directeur OD NHN A. Grummel, lid algemeen bestuur ODIJ M. Hegger, lid algemeen bestuur ODIJ A. Helling, lid algemeen bestuur OD NHN S. Klaassen, voorzitter bestuur ODIJ A. Klijn, directeur OFGV J.W. Kradolfer, partner Galan Groep M. Leijen, heemraad Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier S. Lureman, MT-lid Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s bij ministerie IenW L. de Maat, directeur OD NZKG C. van der Meij, algemeen bestuur OD NZKG N. Meijer, lid algemeen bestuur OFGV C. Peetoom, algemeen bestuur OD NHN T. Poppens, voorzitter bestuur OD NZKG A. van Rijn, directeur-generaal Milieu en Internationaal bij ministerie IenW G. Sogelée, Taakveldcoördinator VTH bij ministerie IenW A. Sprong, voorzitter bestuur OFGV B. Tap, voorzitter bestuur OD NHN R. Ulrich, partner Galan Groep M. Versluis, lid algemeen bestuur OD NHN J. Zandhuis, directeur ODIJ

Bijlage B: Scenario’s, conclusies en aanbevelingen rapport Galan

23

24

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16518838/1