6.1 Kadernota 2025 WerkSaam
Tekst van het document
WERKSAAM WESTFRIESLAND
Kadernota 2025
werkt voor iedereen.
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING: WerkSaam Westfriesland Hoofddoelstelling De kerntaak van WerkSaam is het ontwikkelen en aan het werk helpen van werkzoekenden en het goed bedienen van werkgevers die op zoek zijn naar (tijdelijke) arbeidskrachten. Voor mensen voor wie een baan op de arbeidsmarkt (nog) niet haalbaar is, is er werk in de leer-werkbedrijven van WerkSaam. Als werk (nog) niet mogelijk is verstrekt WerkSaam een uitkering. WerkSaam voert de beleidsontwikkeling, -vaststelling en -uitvoering van de volgende wettelijke en daarvan afgeleide regelingen uit: a. Participatiewet b. Wet sociale werkvoorziening (WSW) c. Wet inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW) d. Wet inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) e. Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) f. Aanpak laaggeletterdheid: Wet educatie en beroepsonderwijs (alleen volwasseneneducatie) Daarnaast voeren wij in opdracht van de 7 Westfriese gemeenten de Wet inburgering 2021 uit. Algemeen De missie en visie van WerkSaam is gericht op het ontwikkelen en bemiddelen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Wij leveren maatwerk in werk, ontwikkeling en inkomen: we gaan ervoor dat iedereen meedoet. Het is belangrijk dat werkgevers daarbij betrokken zijn. Zonder werkgevers kunnen wij de doelstellingen niet halen.
Naast werkgevers werkt WerkSaam veel samen met andere ketenpartners als: UWV, WerkgeversServicepunt, gemeenten, hulpverleners en onderwijsinstellingen. WerkSaam staat voor een duurzame, inclusieve samenleving. Wij dragen dit actief uit en zoeken met werkgevers partnerschappen die hieraan bijdragen. Wij stimuleren onze klanten, partners en opdrachtgevers dat zij zich inzetten voor een inclusieve maatschappij. WerkSaam sluit namens de 7 Westfriese gemeenten als Global Goals regio aan bij de Gemeenten4GlobalGoals. Doelstellingen: wat willen we bereiken in 2025 (anders dan bestaand beleid)? Voldoen aan nieuwe wet- en regelgeving: Landelijke ontwikkelingen implementeren Ondanks de val van het kabinet, blijven diverse dossiers in het sociaal domein op de politieke agenda staan. De uitwerking van de voorstellen rondom de hervorming van de Participatiewet gaat door en dat geldt voor ook het wetsvoorstel Handhaving in de Sociale Zekerheid. 1. Participatiewet De hervorming van de wet, Participatiewet in Balans genaamd, moet de balans in de wet terugbrengen. Daarbij komt er meer oog voor de mens achter de uitkering en staat het vertrouwen weer centraal.
Daarmee werkt het Rijk toe naar een wet: • die eenvoudiger is en een toereikend bestaansminimum biedt; • die mensen passende ondersteuning biedt om volwaardig mee te doen in de samenleving (werk of – wanneer en zolang arbeidsinschakeling (nog) niet haalbaar is - een andere vorm van participatie); • met rechten en verplichtingen die zinvol en begrijpelijk zijn en nageleefd kunnen worden door iedere uitkeringsgerechtigde. Als de situatie daar om vraagt kan er proportioneel gesanctioneerd worden. Aansluit bij wat mensen (aan)kunnen; bij hun doenvermogen. • Goed uitvoerbaar is voor de professional. Het verschil wordt uiteindelijk echt gemaakt in het contact met mensen. De wijziging is opgeknipt in drie sporen: Spoor 1 (verwachte ingangsdatum 1 januari 2025, binnen huidige landelijke financiële kaders) De huidige wet wordt op een aantal punten aangepast. Voorbeelden daarvan zijn: • Verruiming en harmonisering van bijverdienmogelijkheden (zonder effect op toeslagen) • Mogelijkheid tot afwijken van de aanvraagdatum is ingangsdatum • De strenge standaard (arbeids)verplichtingen worden vervangen door een generieke verplichting tot participatie; inspannen arbeidsinschakeling, meewerken aan reintegratieactiviteiten of verrichten van maatschappelijk participatie (samenloop WMO).
Nieuw en echt anders ten opzichte van de huidige wet is dat gemeenten de opdracht krijgen om bij verordening regels te stellen voor het ondersteunen bij maatschappelijke participatie. Niet alleen voor die situaties waarin de bijstandsgerechtigde zelf het initiatief neemt, maar ook voor die
2
situaties waarin de gemeente de bijstandsgerechtigde een aanbod doet van maatschappelijke participatie. Er is lokaal beleid nodig voor de ondersteuning van bijstandsgerechtigden die aangewezen zijn op maatschappelijke participatie niet gericht op arbeidsinschakeling. Hier ligt een belangrijke verbinding met het gemeentelijke welzijns- en WMO-beleid1. Spoor 2 gaat over de lange termijn. De aanpassingen van de wet zijn Participatiewet-overstijgend. Daarbij ligt de focus op een realistisch mensbeeld van de Participatiewet-doelgroep, een passend perspectief op participatie, versterking en ondersteuning op intrinsieke motivatie, een toereikend sociaal minimum en een doelmatig, voorspelbaar en begrijpelijk vangnet. Spoor 3 gaat over versterking van vakkundigheid van de professional. Het gaat om het uitvoeren van de wet en het herkennen en toepassen van de ruimte die de wet biedt wanneer de situatie daar om vraagt. Dit spoor zal in aanloop naar ingangsdatum Spoor 1 worden opgestart. 2. Wetsvoorstel vereenvoudiging Banenafspraak Het kabinet heeft in oktober 2023 een wetsvoorstel vereenvoudigde banenafspraak aan de Tweede Kamer aangeboden. De banenafspraak is een instrument om werkgevers te stimuleren om meer mensen met een arbeidsbeperking die een steuntje in de rug nodig hebben aan het werk te helpen (doel 125.000 extra banen in 2026).
Met het wetsvoorstel nemen de mogelijkheden om banen te realiseren via samenwerking op termijn toe. De beoogde ingangsdatum van deze wet is 1 januari 2025. 3. Wetsvoorstel Handhaving Sociale Zekerheid Dit jaar is een wetsvoorstel Handhaving in de Sociale Zekerheid gepresenteerd. Het gaat over de herijking van het handhavingsinstrumentarium. In het wetsvoorstel wordt gekozen voor een uniform handhavingskader voor alle partijen die binnen de sociale zekerheid werken. Zoals uitgevoerd door gemeenten, SVB en UWV. De verwachting is dat de wet 1 januari 2025 in werking treedt. Verwachtingen ten aanzien van 2025 – 2027 (anders dan bestaand beleid)? Blijvend veranderende doelgroep De arbeidsmarkt is al een langere periode zeer krap. Iedereen die aan het werk kan, is dat. De potentiële groep medewerkers voor Beschut is kleiner, omdat werkgevers in het bedrijfsleven sneller bereid zijn een baan aan te bieden. We zien deze ontwikkeling ook terug in de samenstelling van het cliëntenbestand. De groep uitkeringsgerechtigden die nu een beroep op bijstand doet heeft veel begeleiding nodig. Van cliënten die instromen is een klein deel direct bemiddelbaar naar werk. De grootste groep heeft een forse afstand tot de arbeidsmarkt. En zal eerst ontwikkeld moeten worden voordat er naar werk gekeken kan worden. Voor een steeds groter wordende groep is werk waarschijnlijk nooit haalbaar.
We zien daarnaast ook dat er bij uitstroom naar werk meer aandacht moet komen voor nazorg om duurzame uitstroom te realiseren. Uitbreiding arbeidsmarktinfrastructuur Het ministerie kondigde in oktober 2022 een uitbreiding van de arbeidsmarktinfrastructuur aan. De ambitie van het kabinet is om een arbeidsmarktinfrastructuur in te richten waarin niemand verdwaalt en iedereen die dat nodig heeft tijdig toegang krijgt tot passende ondersteuning. De ambitie is meer inzet op preventieve dienstverlening om werkloosheid te voorkomen en om mensen duurzaam inzetbaar te houden. Het kabinet onderzoekt of het mogelijk is het publieke dienstverleningsaanbod te verbreden en beter toegankelijk te maken voor mensen die extra ondersteuning nodig hebben. Eenvoudiger en efficiënter georganiseerd. Meerdere partijen gaan samenwerken, zoals UWV, gemeenten en werkgevers- en werknemersorganisaties. In de praktijk betekent dit waarschijnlijk dat het WerkgeversServicepunt, het Regionale Mobiliteitsteam en het Leer-werkloket via 1 loket toegang tot alle dienstverlening gaan geven. De dienstverlening van de gemeenten (lees: WerkSaam) en UWV blijven hetzelfde. Het was de ambitie van het Ministerie van SZW om in 2024 de nieuwe infrastructuur in te laten gaan. Maar de benodigde aanpassing van de wet is waarschijnlijk per 2024 niet haalbaar.
Bovendien blijken er in de begroting van SZW veel minder middelen beschikbaar om deze verandering te financieren. Ondertussen kijken we in de samenwerking in NHN wel wat er al goed gaat in de samenwerking tussen de partijen en wat beter kan. Deze 'foto’ van NHN geeft input om de dienstverlening verder te verbeteren, ook als het Rijk nog achterblijft met de plannen.
1 Ten tijde van het schrijven van deze Kadernota is er nog veel onzekerheid over de ontwikkelingen van de wet.
We nemen dit ook op in het nieuwe Beleidsplan. Als het belangrijke gevolgen heeft voor bijvoorbeeld de wijze hoe de uitvoering van de wet nu is ingericht, dan komt daar een apart voorstel voor.
Doorontwikkelingen bestaand beleid Menselijke maat en maatwerk De doorvoering van de Participatiewet in Balans zal naar verwachting ook wat vragen van ons eigen beleid. Hoewel WerkSaam altijd al beleid schrijft vanuit het oogpunt van de menselijke maat en daar waar mogelijk maatwerk levert, is het goed ons huidige beleid nog eens langs de meetlat van de Participatiewet in Balans te leggen. Wat gaan we doen? Waarom doen Wat mag het kosten? Planning we dit? Het beleidsplan Bestuursbesluit Binnen de vastgestelde begroting 2022-2025 2022-2025 uitvoeren Doorvoeren van de wetswijzigingen (inclusief verordening maatschappelijke participatie) Bijlage: a. b. c.
Bij wet voorgeschreven
Binnen de financiële kaders zoals opgenomen in de gemeenschappelijke regeling
2025 – 2027
Financiële kengetallen Financiële meerjarenraming Overzicht bijdrage per gemeente
Bijlage a. Financiële kengetallen Weerstandsvermogen De algemene reserve bedraagt op basis van de ‘Financiële Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen’ maximaal 2,5% van de totale lasten. WerkSaam heeft met de deelnemende gemeenten afgesproken dat hiervan mag worden afgeweken als uit een risicoanalyse blijkt dat een hoger weerstandsvermogen noodzakelijk is. Bij een organisatie als WerkSaam past een weerstandsratio groter of gelijk aan 1 (begroot 2024 = 1,10). Dit geeft WerkSaam de mogelijkheid om ondernemend te zijn, wat nodig is om de toegevoegde waarde te realiseren en daarmee de gemeentelijke bijdrage zoveel mogelijk te verlagen. Daarbij voorkomt een gezond weerstandsvermogen dat WerkSaam bij incidentele tegenvallers extra geld moet vragen bij de gemeenten. Kengetallen De inschatting van de kengetallen voor de begroting 2024-2027 is als volgt: Kengetallen BBV
B2024
B2025
B2026
B2027
Zonder correctie doorgeleende gelden
2%
2%
2%
2%
Met correctie doorgeleende gelden
2%
2%
2%
2%
Solvabiliteitsratio
29%
27%
25%
24%
Structurele exploitatieruimte
-1%
-1%
0%
0%
Netto schuldquote
De netto schuldquote laat zien dat WerkSaam geen schulden heeft, de quote is daarom laag. De solvabiliteit is goed, er zijn voldoende reserves om financiële tegenvallers op te vangen. Het kengetal voor de structurele exploitatieruimte geeft bij een stand van nul aan dat tegenover de structurele lasten ook structurele baten staan. Wij financieren op korte termijn een deel van de lasten met reserves waardoor het kengetal licht de min in gaat. Door een goede monitoring zorgen we ervoor dat op de middellange termijn er structureel begrotingsevenwicht is. De provincie houdt hier ook toezicht op.
4
Bijlage b. Financiële meerjarenraming Geldstromen en gemeentelijke bijdrage Vanuit de gemeenten zijn de volgende geldstromen richting WerkSaam te onderscheiden: a. Rijksvergoeding Participatie (90 procent) b. Rijksvergoeding WSW (100 procent) c. Rijksvergoeding BUIG / BBZ d. Beschut werk e. Additionele plekken Beschut werk f. Uitvoeringskosten Participatiewet g. Wet inburgering De rijksvergoedingen zijn gebaseerd op de circulaires gemeentefonds en de voorlopige verdeling BUIG. Op de BUIG / BBZ na zijn alle vergoedingen taakstellend voor WerkSaam. Voor de BUIG / BBZ (punt c) wordt het verschil tussen de rijksvergoeding en uitkeringslasten jaarlijks met de gemeenten verrekend. Bij de punten a en b worden afwijkingen verrekend via de bestemmingsreserve re-integratiemiddelen. De bijdrage in Beschut werk (posten d en e) dekt een deel van de verliezen die hierop worden geleden. Voor de uitvoering van de Participatiewet en de Wet inburgering (posten f en g) wordt de gemeentelijke bijdrage ontvangen. 2025
2026
2027
2028
2029
20.436.000
21.678.888
22.660.242
23.566.063
24.501.845
0
0
0
0
0
Indexatie bruto gemeentelijke bijdrage
797.004
867.156
791.623
821.584
852.662
Verhoging taakstelling beschut werk
84.000
84.000
84.000
84.000
84.000
Compensatie beschut werk Rijk
361.884
30.198
30.198
30.198
30.198
1.242.888
981.354
905.821
935.782
966.860
Nieuw beleid
0
0
0
0
0
Totaal lasten
21.678.888
22.660.242
23.566.063
24.501.845
25.468.705
Toegevoegde waarde
5.973.000
5.973.000
5.973.000
5.973.000
5.973.000
Onttrekking reserves
168.000
168.000
168.000
168.000
168.000
Gemeentelijke bijdrage uitvoering
13.250.896
14.026.572
14.732.437
15.463.007
16.219.147
Gemeentelijke bijdrage beschut werk Gemeentelijke bijdrage beschut werk additioneel Gemeentelijke bijdrage inburgering Totaal dekkingsmiddelen
1.244.875 174.552 867.565 21.678.888
1.408.868 181.534 902.268 22.660.242
1.570.891 187.888 933.847 23.566.063
1.736.842 194.464 966.532 24.501.845
1.906.927 201.270 1.000.360 25.468.705
0
0
0
0
0
Stand primaire begroting 2024 – 2027 Saldo lasten en baten begroting = bruto gemeentelijke bijdrage Totaal wijzigingen nadien Autonome ontwikkelingen
Totaal autonome ontwikkelingen
Dekkingsmiddelen
Stand kadernota voor begroting 2025
Autonome ontwikkelingen Indexatie bruto gemeentelijke bijdrage De bruto gemeentelijke bijdrage voor de uitvoering van de wettelijke taken volgt de indexatie zoals door de Regietafel Gemeenschappelijke regelingen Noord-Holland Noord vastgesteld. Voor 2025 is deze indexatie 3,9%. In de tabel met begrotingsuitgangspunten is de opbouw van dit percentage aangegeven. Begrotingsuitgangspunten Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers Prijs bruto binnenlands product Indexatie
Verhouding
2025
2026
2027
2028
2029
70 30
4,0% 3,7% 3,9%
4,5% 2,7% 4,0%
3,9% 2,5% 3,5%
3,9% 2,5% 3,5%
3,9% 2,5% 3,5%
De hoogte van de netto gemeentelijke bijdrage is mede afhankelijk van het resultaat dat wordt behaald uit de toegevoegde waarde. Dit betreft het saldo van omzet minus directe kosten van de Leer-werkbedrijven. De netto gemeentelijke bijdrage is het bedrag dat de gemeenten uiteindelijk betalen voor de dienstverlening door WerkSaam en in de begroting van de gemeenten is terug te vinden. De opbouw en indexatie van de bruto naar de netto gemeentelijke bijdrage is als volgt: Begroting 2024
Indexering
18.664.000
727.896
769.000
29.991
Bruto gemeentelijke bijdrage Bijdrage gemeenten beschut werk Compensatie beschut werk van het Rijk
0
Bijdrage gemeenten beschut werk additioneel
168.000
6.552
Wet inburgering
835.000
32.565
-/- toegevoegde waarde -/- onttrekking reserves Netto gemeentelijke bijdrage
Autonoom
Begroting 2025 19.391.896
84.000
882.991
361.884
361.884 174.552 867.565
-5.973.000
-5.973.000
-168.000 14.295.000
-168.000 797.004
445.884
15.537.888
Verhoging taakstelling Beschut werk Gemeenten krijgen een taakstelling Beschut werk opgelegd. Deze taakstelling loopt jaarlijks op. De jaarlijkse toenemende kosten die hiermee gepaard gaan, worden vanaf de begroting 2021 structureel vergoed door gemeenten (zie Kadernota 2021). Compensatie Beschut werk Rijk Recent onderzoek laat zien dat gemeenten per beschutte werkplek geld moeten bijleggen vanwege de lagere toegevoegde waarde van deze medewerkers. In de septembercirculaire gemeentefonds is bekend gemaakt dat het Rijk gemeenten gaat compenseren voor de tekorten op Beschut werk voor € 2.157 per fte. De Westfriese gemeenten dragen vanaf de begroting 2021 al structureel bij in de kosten van Beschut werk. Na 2021 zijn de kosten van Beschut werk echter explosief gestegen door de invoering van de cao ‘Aan de slag’ en de verhoging van het minimumloon. Daardoor resteert - met inbegrip van de bijdrage vanuit de gemeenten - een tekort op Beschut werk van € 4.515 per fte (in 2023). Omdat de tekorten op Beschut werk zich bij WerkSaam voordoen gaan wij ervan uit dat de gemeenten de compensatie aan WerkSaam ter beschikking stellen2. Dekkingsmiddelen - Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage is verdeeld in vier posten. De eerste is de bijdrage in de uitvoeringskosten van WerkSaam.
De tweede en derde zijn bijdragen in de meerkosten van de beschut werker ten opzichte van de Wsw-medewerker. De vergoeding die gemeenten betalen is alleen voor de binnen WerkSaam geplaatste beschut werkers. Als laatste is er een bijdrage voor de uitvoeringskosten van de nieuwe Wet inburgering. WerkSaam 2028 Uit diverse onderzoeken blijkt dat de beschikbare financiële middelen voor de Participatiewet tekort schieten. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het verloop van medewerkers binnen de leerwerkbedrijven in combinatie met de verschillen in financiering tussen Sw-medewerkers, Beschut werk medewerkers en medewerkers uit de banenafspraak. Het financieel resultaat (tekort) per dienstverband is landelijk respectievelijk € 1.500, € 14.700 en € 13.000. Ook bij WerkSaam is het effect zichtbaar van de tekort schietende financiële middelen voor de Participatiewet. De bedrijfsresultaten staan onder druk en een lager resultaat heeft direct invloed op de gemeentelijke bijdrage. Met het project ‘WerkSaam 2028’ onderzoeken en realiseren we oplossingsrichtingen die de leerwerkbedrijven financieel gezond houden en een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van cliënten en medewerkers. Een aantal oplossingsrichtingen kunnen eenvoudig geïmplementeerd worden, andere vragen om een verdiepingsslag waarbij fundamentele keuzes moeten worden gemaakt. Hierover zijn wij met u in gesprek.
Wij hebben begrepen dat gemeenten te maken hebben met grote financiële onzekerheden (ravijnjaar) en dat er discussie is over het mee laten bezuinigen door Gemeenschappelijke Regelingen. Dit kan betekenen dat wij als GR te maken krijgen met een bezuinigingstaakstelling op de bedrijfsvoering. Wij kunnen niet bezuinigen op de uitkeringen die wij verstrekken. Deze kunnen daarom geen onderdeel uitmaken van mogelijke bezuinigingen.
2 Nog niet bekend is op welke manier deze compensatie ter beschikking wordt gesteld aan gemeenten. Dit kan via het
gemeentefonds of via de Rijksvergoeding Participatie.
6
Bijlage c. Overzicht bijdrage per gemeente Gemeente Drechterland
Enkhuizen
Totaal gemeentelijke bijdrage 2025
965.175
1.425.696
Gemeentelijke bijdrage 2024 Bruto indexering 2025 Gemeentelijke bijdrage 2025
763.000 44.349
Hoorn
Koggenland
Medemblik
7.487.412
1.092.278
2.688.415
581.536
1.297.376
15.537.888
1.133.000 65.855
6.241.000 362.756
838.000 48.709
2.108.000 122.527
443.000 25.749
997.000 57.950
12.523.000 727.896
807.349
1.198.855
6.603.756
886.709
2.230.527
468.749
1.054.950
13.250.896
Bijdrage beschut werk 2024 Indexatie 2025 Taakstelling beschut werk Compensatie beschut werk Rijk Beschut werk additioneel Bijdrage beschut werk 2025
34.000 1.326
73.000 2.847
381.000 14.859
51.000 1.989
129.000 5.031
28.000 1.092
73.000 2.847
769.000 29.991
3.714 16.000
7.974 34.353
41.618 179.295
5.571 24.000
14.091 60.706
3.059 13.177
7.974 34.353
84.000 361.884
7.198 62.238
16.196 134.370
88.176 704.947
10.797 93.357
28.792 237.620
7.198 52.525
16.196 134.370
174.552 1.419.427
Wet inburgering *)
92.000 3.588 95.588
89.000 3.471 92.471
172.000 6.708 178.708
108.000 4.212 112.212
212.000 8.268 220.268
58.000 2.262 60.262
104.000 4.056 108.056
835.000 32.565 867.565
Indexatie 2025
Bijdrage wet inburgering 2025
Opmeer
Stede Broec Totaal
De bijdrage per gemeente is gebaseerd op de verdeelsleutels in de begroting 2024 en geeft daarmee een indicatie. In de begroting 2025 wordt de verdeling conform de bepalingen in de gemeenschappelijke regelingen geactualiseerd op basis van de aantallen inwoners en uitkeringsgerechtigden op 1 januari 2023. Het effect hiervan is gering. De bijdrage Beschut werk wordt bepaald op basis van de taakstelling Beschut werk per gemeente. Deze taakstelling wordt bekend gemaakt in december van het voorafgaande jaar. De verdeling is voorlopig gebaseerd op de laatst bekende taakstelling, dat is die voor het jaar 2023. De definitieve verdeling zal op basis van de bekendmaking in december 2024 zijn. *) De bedragen voor de wet inburgering zijn gebaseerd op de verwachte aantallen inburgeraars zoals opgenomen in de begroting 2024 en de afgesproken prijzen per deeltaak. Voor de aantallen betekent dit dat de taakstelling over het 1e halfjaar 2023 als norm is genomen. De definitieve afrekening naar gemeenten zal plaatsvinden op basis van de werkelijk gerealiseerde aantallen.