CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

220530 UWP GWW bijlagenboek regels 2672-110

gemeenteraad 21 juni 2022, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Uitwerkingsplan en Exploitatieplan Gommerwijk West-West5.389 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlagenboek regels Uitwerkingsplan Gommerwijk West-west

Gemeente Enkhuizen 30 mei 2022 Vastgesteld

Gemeente Bestemmingsplan Voorontwerp

Gemeente Enkhuizen Bijlagenboek bij de toelichting van uitwerkingsplan Gommerwijk West-west Vastgesteld 30 mei 2022

Plannummer: NL.IMRO.0388.UWPGommerwijkww-on01 Vastgesteld door de gemeenteraad op ..-..-…. Plan onherroepelijk per..-..-….

Projectnummer 2672-110

bezoekadres

Arnhemseweg 6 3817 CH Amersfoort telefoon

033 2851685 e-mail

info@vp.nl website

www.vp.nl

Bijlagen bij de regels

Bijlage 1

Lijst kleinschalige bedrijfsactiviteiten

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan Gommerwijk West-west, Vollmer & Partners, 18 mei 2022

Bijlage 1 Lijst kleinschalige bedrijfsactiviteiten

LIJST MET TOELAATBARE BEROEPEN EN VORMEN VAN BEDRIJVIGHEID BIJ WONINGEN Uitoefening van (para-)medische beroepen, waaronder: individuele praktijk voor huisarts, medisch specialist, apotheker, psychiater, psycholoog, fysiotherapie of bewegingsleer, voedingsleer, mondhygiëne, tandheelkunde, logopedie, verloskundige, enz. individuele praktijk dierenarts Kledingmakerij (maat)kledingmakerij en kledingverstelbedrijf woningstoffeerderij Kantoorfunctie ten behoeve van bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend, zoals: schoonmaakbedrijf, schoorsteenveegbedrijf, glazenwasserij, maar ook ten behoeve van bijvoorbeeld een groothandelsbedrijf Reparatiebedrijfjes, waaronder: schoen-/lederwarenreparatiebedrijf uurwerkreparatiebedrijf goud- en zilverwerkreparatiebedrijf reparatie van kleine (elektrische) gebruiksgoederen reparatie van muziekinstrumenten In ieder geval zijn autoreparatiebedrijven en las- en montagebedrijven uitgezonderd. Advies- en ontwerpbureaus reclame ontwerp grafisch ontwerp (bouwkundig, interieur- of tuin- en landschaps-) architect stedebouwkundige - ingenieur (Zakelijke) dienstverlening, waaronder: notaris advocaat gerechtsdeurwaarder (register of belasting-) accountant assurantie-/verzekeringsbemiddeling exploitatie en handel in onroerende zaken administratieconsulent organisatie-adviseur Overige dienstverlening kappersbedrijf schoonheidssalon tattooshops

Onderwijs autorijschool onderwijs niet in te delen naar specificatie, mits zonder werkplaats of laboratorium Ateliers ateliers van beeldend kunstenaars ateliers van pottenbakkers, glazeniers e.d. Logiesverstrekking bed and breakfast

Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan Gommerwijk West-west, Vollmer & Partners, 18 mei 2022

Beeldkwaliteitsplan

Gommerwijk West-west

gemeente Enkhuizen 18 mei 2022

Inhoudsopgave

pagina

1. Inleiding

3

2. Stedenbouwkundig plan

7

3. Beeldkwaliteitsplan

15

Beeldkwaliteitsplan Gommerwijk West-west in opdracht van: gemeente Enkhuizen 18 mei 2022 2672-110

2

1. inleiding

3

Foto’s van de locatie en de directe omgeving

4

Luchtfoto plangebied

(bron: Google Earth)

De gemeente Enkhuizen is voornemens om een nieuwe uitbreidingswijk te ontwikkelen: Gommerwijk West-west. Hiervoor is in 2008 het bestemmingsplan Gommerwijk West-west door de gemeenteraad vastgesteld. De woningbouw is geregeld in de bestemming ‘Wonen - Uit te werken’. Om de daadwerkelijke bouw van de nieuwe woningen mogelijk te maken moet de uit te werken woonbestemming omgezet worden naar een rechtstreekse woonbestemming. Dit wordt planologisch-juridisch geregeld in een uitwerkingsplan.

beeldkwaliteitsplan is deze samenhang verder te versterken door het stellen van randvoorwaarden voor de architectuur van de woningen en de inrichting van de buitenruimte.

Voor Gommerwijk West-west is een stedenbouwkundig plan opgesteld waarin een heldere structuur wordt neergelegd met veel ruimte voor water en groen. Het landschappelijke is sfeerbepalend. Water, ontsluiting en woongebieden zijn zorgvuldig met elkaar in verband zijn gebracht. Het doel van het

Het beeldkwaliteitsplan wordt toegevoegd aan het uitwerkingsplan voor Gommerwijk West-west. Uit het beeldkwaliteitsplan zullen criteria worden bepaald die aan de welstandsnota worden toegevoegd.

In het beeldkwaliteitsplan worden landschapselementen en architectuurkenmerken aangereikt, die dienen als leidraad en toetsingskader voor het verdere ontwerptraject. Er wordt ingegaan op algemene kwaliteiten die gelden voor de gehele woonwijk en op de specifieke sfeer en thema’s voor de deelgebieden.

5

6

2. stedenbouwkundig plan

7

Stedenbouwkundig casco 8

Schaal 1:2000

Impressies Gommerwijk West-west (Vollmer & Partners, november 2018)

2.1 Stedenbouwkundig plan Gommerwijk West-west is een nieuw woongebied in een parkomgeving, waar “landschappelijk wonen” het centrale thema is. Doordat het wonen geïntegreerd wordt in een omgeving die rijk is aan water en groen, ontstaat een onderscheidend woonmilieu dat uniek is in de regio. De parkomgeving komt niet alleen toe aan het nieuwe woongebied zelf, maar ook aan de omliggende woningen en woonwijken. De landschappelijke parkomgeving van het Streekbos wordt in het plangebied doorgezet en bepaalt de sfeer en uitstraling van de nieuwe woonwijk. De bijzondere groene omgeving wordt met de ontwikkeling van Gommerwijk West-west dichter bij de bestaande kern gebracht.

9

Planschema 1: Het groenblauwe kader

Planschema 2: Balans tussen park en wonen

2.2 Bouwstenen voor de planopzet Het landschap is een van de bepalende elementen voor het plan van Gommerwijk West-west. GWW valt binnen het provinciale Ensemble West-Friesland Oost. Dit is een oud zeekleilandschap met de karakteristiek van een veenontginningsgebied. Kenmerken zijn de lange veenlinten en opstrekkende kavels haaks op de linten. Waterlopen als de Kadijk en de Gouw zijn enkele relicten van het ooit waterrijke landschap. In Polder het Grootslag is het oorspronkelijke karakter van het gebied door de ruilverkaveling verloren gegaan. De vaarverkaveling is verdwenen en het gebied is nu relatief grootschalig van opzet. Veel sloten zijn gedempt en wegen zijn aangelegd om het gebied te ontsluiten. Alleen de oost-west lopende ecologische zone Natte Cel met de Kadijk en de noord-zuidsloten herinneren aan de originele vaarverkaveling. In het Westfriese landschap zijn de ontginningsstructuren, vaarten en dijkwegen de belangrijkste lokale structuurlijnen. De lintdorpen zijn beeldbepalend

en zijn van oudsher de ruimtelijke dragers van verstedelijking. De visie voor GWW is opgebouwd uit de volgende bouwstenen: Het groenblauwe kader Het plangebied sluit aan op de Natte Cel. In het stedenbouwkundig plan wordt dit, met de belangrijke rol voor water en groen, doorgezet. De basisstructuur bestaat uit een samenhangend geheel van watergangen, bosschages, parkruimtes en natuurlijke oevermilieu ’s. Hierbij wordt aangesloten bij de kenmerkende noordzuidgerichte verkaveling en afwateringssloten in het landschap van de polder Het Grootslag en de bijbehorende lintbebouwing. De sfeer is vergelijkbaar met het Streekbos, de natuurwaarde is hoog. Het groenblauwe casco dooradert het woongebied en bestaat zowel uit een ruime parkruimte in het hart, als brede groen- en waterstructuren aan de randen van de wijk. Tevens bevinden zich her en der dwarsverbanden.

10

Planschema 3: Heldere verbindingen

Planschema 4: Een goede buurt

Een goede balans tussen park en wonen Het noordelijke en het zuidelijke deel hebben de dichtheid van een tuinstad. Daar kan een woonmilieu komen dat rijk dooraderd is met groen en water. Het middendeel kent een lagere dichtheid. Daar is sprake van een gelijkmatige verdeling tussen park en wonen. Beide houden elkaar in evenwicht. GWW vormt daarmee een scharnier tussen het Streekbos en de regulier opgezette woonwijken van Enkhuizen.

naar het Streekbos. De Kadijk met het Weelenpad loopt door het midden van het plangebied en blijft een herkenbare eenheid binnen het plangebied. Daarnaast wordt een tweede vaarverbinding naar het Streekbos gerealiseerd. Een goede buur De nieuwe ontwikkeling wordt zorgvuldig tussen het bestaande gevoegd. Er worden woningen in het lint aan de Haling en aan De Gouw ingepast. Vanaf het Nooder en het Zuider Bolwerk blijft er een mooi uitzicht op groen gehandhaafd, omdat aan die zijde een parkstrook wordt gerealiseerd. Tegenover de bestaande woningbouw komt eveneens een groenzone, met waar mogelijk opgaand groen. Er wordt niet alleen een zorgvuldige overgang gemaakt naar de bestaande woonbuurten aan de oostzijde. Ook de overgangsgebieden aan het Streekbos en aan het Weelenpad krijgen een groen aanzien met een parkachtige uitstraling.

Heldere verbindingen Het noordelijk deel is vanaf de Haling ontsloten en het zuidelijk deel en middendeel vanaf De Gouw. De deelgebieden kennen hun eigen lusstructuur. Overdwars lopen er veel verbindingen voor voetgangers, fietsers en vaartuigen. Iedereen kan zo meegenieten van de landschappelijke kwaliteiten van de locatie. Tevens worden er op deze manier veel goede (recreatieve) verbindingen gemaakt naar zowel de stad als

11

Bosschages en groen in het Streekbos

Groenstructuur

Referentiebeelden groenstructuur

2.3 Groenstructuur In de nieuwe woonwijk is veel ruimte voor groen. De bosschages die in het plan zijn opgenomen bestaan uit een combinatie van inheemse boomsoorten, waaronder enkele snelle groeiers en enkele waardevolle bomen die wat langer de tijd krijgen om tot wasdom te komen. Een groen beeld wordt hiermee snel bereikt en tegelijkertijd wordt toegewerkt naar een waardevolle eindsituatie. De bosranden krijgen her en der een afronding met een mantel- en zoomvegetatie, die een hoge natuurwaarde heeft. Er worden ook enkele open parkruimtes gerealiseerd. Deze bieden ruimte aan gras, bloemenweides, solitaire bomen en boomgroepen. Door de toepassing van uitgekiende zaadmengsels voor de bloemenweides krijgt het gebied een grote meerwaarde voor insecten en vogels en wordt bovendien de belevingswaarde vergroot. De boomsoorten die hier worden gekozen zijn eveneens rijk aan bloei.

Langs de oevers worden natuurlijke oevermilieus gerealiseerd met ruimte voor riet en andere waterplanten. Daarnaast worden delen gerealiseerd met plas-dras. Plas-dras is de aanduiding voor grasland waar de waterstand nagenoeg gelijk is aan die van het maaiveld. In natte periodes, zoals in de winter, zal het eruitzien als een watervlakte; in droge perioden als grasland. De natte periodes zijn relatief kort, zodat het gras zich wel kan ontwikkelen. De parkruimte kan verder eigen worden gemaakt door de omwonenden. In het plan zijn plekken aangewezen waar bewonersinitiatieven een plek kunnen krijgen, bijvoorbeeld de inrichting van een collectieve moestuin, boomgaard, of een theehuis. In de parkzones is ook ruimte opgenomen voor spelen. Daarbij wordt in de eerste plaats gedacht aan de realisatie van natuurlijke speelplaatsen en speelaanleidingen aan de oevers of in de bosrand.

12

Waterstructuur

Bebouwingsstructuur

2.4 Waterstructuur

2.5 Bebouwingsstructuur

De bestaande vaarverbinding langs het Weelenpad wordt druk bevaren. Met het plan wordt een tweede vaarverbinding naar het Streekbos gerealiseerd die direct uitkomt bij het recreatiecentrum. Daarnaast wordt een groot deel van het water in de wijk bevaarbaar, waardoor er veel ruimte is voor spelevaren.

In het zuidelijke deel heeft de wijk de dichtheid van een tuinstad. Daar kan een woonmilieu komen dat rijk dooraderd is met groen en water. In het noordelijke deel ligt een vergelijkbaar woonmilieu, deze heeft een hoger woningaantal doordat hier meer appartementen gerealiseerd worden. Het middendeel kent een lagere dichtheid. Daar is sprake van een gelijkmatige verdeling tussen park en wonen. Beide houden elkaar in evenwicht.

In de woonclusters komen zowel openbare oevers aan het water met ruimte voor een haventje en aanlegplekken, als diverse private oevers van tuinen en waterwoningen. Om het varen mogelijk te maken, zal een deel van de oeververbindingen als brug of als doorvaarbare duiker worden aangelegd. Over het water wordt een zichtlijn gecreëerd tussen het noordelijk en het zuidelijk deel van Gommerwijk West West.

13

14

3. beeldkwaliteitsplan

15

Natuurlijke speelplekken

Natuurlijk oevermileu

Groene straten

Bloemrijk

Groenstructuur

3.1 Openbare ruimte - De aan te planten groenstructuren bestaan uit zowel snel- als langzaam groeiende inheemse soorten, die veelal vruchtdragend en bloeiend zijn; - Bosranden krijgen waar mogelijk een rijke beplantingsrand (mantel en zoom); - In de bosstroken aan de zijde van de bestaande bebouwing (oostzijde van plangebied GWW) moet opgaand groen komen dat ervoor zorgt dat de visuele relatie tussen het plangebied en de bestaande woningen (grotendeels) wordt doorbroken; - Langs oevers worden natuurlijke oevermilieus gerealiseerd; - Speelplekken en spelaanleidingen zijn er voor verschillende leeftijden en zijn zo natuurlijk mogelijk uitgewerkt.

De wijk kenmerkt zich door de relatie tussen bebouwing en groen. Groen ligt niet tussen de bebouwing, maar de bebouwing ligt in het groen. Zo is een natuurlijke uitstraling altijd maatvoerend voor de openbare ruimte. De volgende kaders worden voor de openbare ruimte meegegeven: - De hoeveelheid verharding wordt zoveel mogelijk beperkt (shared space), ten gunste van het groen; - Parkeerplekken en praktische voorzieningen, zoals afvalberging, worden geconcentreerd, zodat het landschap zoveel mogelijk ruimte krijgt; - Voorzieningen worden zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken door beplanting met eenzelfde hoogte of hoger dan de voorziening; - De bermen en plantsoenen zijn rijk aan bloeiende inheemse beplanting;

16

Referentiebeelden bosstrook

Groenstructuur met zonering

3.1.1 Landschappelijke inpassing - Toepassing van boomsoorten die zoals met name: berk, zwarte els, es, iep, wilg, lijsterbes, veldesdoorn; - Toepassing van struiksoorten zoals met name: kornoelje, hazelaar, kardinaalsmuts, meidoorn, hulst, venijnboom, liguster, vuilboom, vlier, gelderse roos, egelantier - Boomvormers worden minimaal aangeplant als veer 200/250. - Overige aanplant is minimaal 80 cm hoog, is minimaal 3-jarig en minimaal 3 tak. - Aanplant in verschoven verband, met een maximale plantafstand in de rij van 1 meter en maximale afstand tussen de rijen van 1,25 meter. - Aanplant van boomvormers niet meer dan 3 per groep en overige aanplant in groepen van 5 tot 9 stuks per groep. - Aanplant van boomvormers in het middengedeelte van de bosstrook.

De overgang naar de bestaande woonwijken aan de oostzijde van Gommerwijk West West vraagt om specifieke aandacht. Het groen en landschappelijke aanzien moet worden geborgd en de bosstrook moet bijdragen aan het streven naar een natuurlijke en duurzame woonomgeving. Voor de realisatie van de groenzone langs de oostzijde geldt een zonering. Per zone is de realisatie van de landschappelijke buffer voorwaardelijk voor de realisatie van de woningen in de betreffende zone. De volgende kaders worden hiervoor meegegeven: - Een minimale breedte van de bosstrook van 8 meter. - Gebruik van inheems plantmateriaal; - Minimaal 25% van het plantmateriaal is boomvormer. - Minimaal 10% van het plantmateriaal is groenblijvend.

17

Afbeelding architectonische eenheden

3.2 Architectonische eenheid De wijk wordt opgebouwd uit woonclusters die een samenhang hebben in architectuur, kleur en materiaalgebruik. Binnen de clusters komt een breed palet aan woningtypes voor, elk met hun eigen uitwerking en thema. In kleur, materiaal en stijl vormt elk buurtje een herkenbare eenheid. - Gebouwen zijn zo ontworpen dat de materialen een zo lang mogelijke levensduur hebben door middel van hergebruik of herbestemming; - Mooie veroudering van de materialen is een uitgangspunt (toepassen van materialen die niet snel verbleken, vervuilen of groen uitslaan); - Gebouwen zijn zorgvuldig op elkaar afgestemd in kleur, materiaal, en vorm.

18

Impressie (Vollmer & Partners, 2018)

Wonen aan de oever

Wonen in het water (kavels)

Wonen in het riet (appartementen en terraswoningen)

Wonen in het water (appartementen)

Wonen aan de bosrand

19

Wonen in een parkomgeving

Wonen aan het lint

3.3 Woonthema’s Het centrale woonthema is “landschappelijk wonen”. Dit is een breed begrip, dat verschillende sferen omvat. Maar kenmerkend voor landschappelijk wonen is dat het landschap de boventoon voert. Private buitenruimte is hieraan ondergeschikt.

De volgende landschappelijke woonomgevingen worden in het plan gerealiseerd: - Wonen aan de oever; - Wonen in het water (appartementen en kavels); - Wonen in het riet (appartementen en terraswoningen); - Wonen aan de bosrand; - Wonen in een parkomgeving; - Wonen aan het lint.

De wijk is opgezet in verschillende clusters. Elke cluster ligt op het raakvlak van verschillende landschappen (park, water, bos). Als de woonwijk straks fasegewijs tot ontwikkeling wordt gebracht, zal er in elke fase een breed aanbod aan woonomgevingen zijn. Zo biedt de woonwijk voor elk wat wils.

Deze landschappelijke woonomgevingen worden op de volgende pagina’s geïllustreerd en verder toegelicht.

20

Wonen aan de oever (met omkaderd architectonische eenheid)

Referentiebeelden oeverwoningen

3.3.1 Wonen aan de oever Kleur- en materiaalgebruik - Gevels zijn uitgevoerd in baksteen en/of hout; - Kleur- en materiaaltoepassing van de woningen aan de oevers is in afstemming met de woonbuurt waartoe ze behoren; - Toegepast hout in gevels, terrassen en vlonders is harmonisch in kleur en verschijningsvorm; - Ter versterking van de beeldtaal zijn accenten in afwijkende kleuren toegestaan; - Kappen zijn uitgevoerd in donkergrijze/ antracieten keramische (of gelijkwaardige) dakpannen.

Kenmerkend voor de woonbuurten is dat ze opgaan in het landschap waarin groen en water beeldbepalend zijn. Kleur- en materiaaltoepassing van de woningen aan de oevers is in afstemming met de woonbuurt waartoe ze behoren. De woonstraten hebben een groene uitstraling door toepassing van groene hagen en bomen. Architectuur - De maximale bouwhoogte is twee lagen met een kap (maximaal 11 m); - Ramen en deuren liggen gerangschikt in een evenwichtige gevelcompositie; - Daken worden uitgevoerd als zadeldak. Een samengestelde kapvorm is mogelijk; - Bergingen zijn in het bouwvolume opgenomen; - De uitwerking van terrassen en erfafscheidingen is onderdeel van het architectonische ontwerp.

Private wateroevers - De tuinen hebben een groene en geleidelijke overgang naar het water. De overgang naar het water wordt gevormd door een flauw aflopende tuin of een tuin met een verlaagd deel aan het water. Er moet een mooie overgang naar het water worden gerealiseerd;

21

Referentiebeelden oeverwoningen

waterrijke karakter van de kavels wordt aangetast; - Geen hoge (zij)erfscheiding tot aan waterkant. De zijkant van de tuin grenzend aan het achterste, lage gedeelte van de tuin heeft een maximale hoogte van 1 meter; - Hekwerken parallel aan het water blijven op minimaal 2 meter afstand van de oever, zijn transparant en/of groen ingepast en maximaal 1 meter hoog; - In samenhang met het vlonder kan een meeontworpen boothuis worden gerealiseerd op de hoeken van de kavel.

- De uitwerking van de oever is onderdeel van het architectonisch ontwerp van de woning. Er kan daarbij sprake zijn van een vlonder of terras aan het water dat wordt opgeleverd met de woning. De oever houdt een groen karakter doordat de vlonder niet breder mag zijn dan de helft van de kavelbreedte; - De vlonder ligt op afstand van de tuin en vlonder van het buurperceel, waarbij een tussenruimte wordt gehandhaafd van minimaal een meter van de rand van de vlonder tot de erfgrens; - Diepte van het vlonder is maximaal 4 meter. De keerconstructie mag niet meer dan 30 cm boven het waterpeil uitsteken; - Een eventuele lage beschoeiing dient te worden uitgevoerd in een duurzaam materiaal (bijv. natuurlijk materiaal als wilgentenen of hergebruikt kunststof in antraciettint); - Het is niet toegestaan de beschoeiing te vervangen door een hogere beschoeiing of damwand, omdat hiermee het groene en

Erfafscheiding - Erfafscheidingen dienen te worden gerealiseerd in natuurlijke materialen; - Langs de voortuin komt een haag van ca. 1 meter hoog als erfafscheiding (bij hoekwoningen om de hoek gezet tot minimaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn).

22

Wonen in het water (kavels) (met omkaderd architectonische eenheid)

De woonboot komt aan land

De waterwoning zoekt het water op Referentiebeelden waterwoningen

3.3.2 Wonen in het water vormgegeven, er is geen betonnen bak of hoge beschoeiing zichtbaar; - De buitenruimte is mee-ontworpen, vormgegeven als terras aan het water, tegen de woning en/of geïntegreerd in de woning; - Er is sprake van eigentijdse architectuur; - Vanuit de waterwoning bestaat op de begane grond een zichtrelatie met de weg; - Een deel van de woning zal direct aan het water grenzen. Hier moet een zorgvuldige overgang ontstaan die langdurig in stand kan blijven. Een bootachtige of doosvormige uitstraling moet voorkomen worden. De onderlaag (betonnen bak) dient uit het zicht te blijven. Mogelijkheden daartoe zijn bijvoorbeeld: het maken van een richel die een schaduwrand laat vallen over het onderste deel, het toepassen van ramen tot vlak boven de waterspiegel, het doortrekken van het terras over de volle lengte van de woning of het doortrekken van het buitenblad van de gevel tot vlak boven de waterlijn.

Kenmerkend voor de woonbuurten is dat ze opgaan in het landschap. Een waterwoning is in feite een “gewone” woning die in of aan het water is gesitueerd, terwijl een woonark aan is komen varen en tijdelijk aan de kant ligt. Het aanleggen van woonarken is hier nadrukkelijk niet de bedoeling. Een waterwoning ligt niet toevallig aangemeerd, maar is zorgvuldig verankerd en ingebed in zijn landschappelijke omgeving. Groen en water zijn beeldbepalend. Per waterkavel zijn woningen en buitenruimte als een eenheid ontworpen. Kleur- en materiaaltoepassing is in afstemming met de woonbuurt waartoe ze behoren. Architectuur - De woning heeft een eenduidig volume; - Indien de woning wordt uitgevoerd met kap, dan ligt de nokrichting haaks op de ontsluitingsweg; - De overgang naar het water is zorgvuldig

23

Referentiebeelden bergingen bij waterwoningen

Referentiebeelden waterwoningen

berging groen ingepast met vegetatiedak

Referentiebeeld terras bij waterwoning

Bergingsruimte - Om verrommeling te voorkomen is voldoende bergruimte van groot belang. Een aparte berging wordt mee-ontworpen met de woning en is geplaatst aan de overzijde van het voetpad. Het voetpad loopt dus tussen de entreezijde van de waterwoningen en de bergingen door. - De bergingen maken onderdeel uit van de landschappelijke inrichting van de oever en worden groen ingepast met hagen of opgaand groen.

Kleur- en materiaalgebruik - Uitgangspunt is het gebruik van natuurlijke materialen en een natuurlijk en gedempt kleurpalet. Eenheid en samenhang tussen de waterwoningen en de woonbuurt waartoe ze behoren staat voorop. Kleuren en materialen passen in het palet van de woonbuurt als geheel. Erfafscheiding - Er zijn geen tuinen toegestaan. Het vlonderterras is de buitenruimte van de woning; - Het terras vormt een architectonisch geheel met de woning, bijvoorbeeld door toepassing van een overstekende kap of een “hap” uit het volume; - Het terras heeft een ranke uitstraling, waarbij het lijkt uit te kragen over het water; - Transparante of semitransparante schermen en borstweringen tot max. 1,20 m. hoogte; - Indien vlonders zijn uitgerust met balustrades, dan zijn ook deze transparant en open en hebben een donker, natuurlijk kleurgebruik.

Parkeerruimte - De waterwoningen maken gebruik van parkeerplaatsen in openbaar gebied.

24

Wonen in het riet (appartementen en terraswoningen) (met omkaderd architectonische eenheid)

Referentiebeelden woningen in het riet

3.3.3 Wonen in het riet Architectuur - De maximale bouwhoogte is drie lagen (maximaal 11m); - Ramen en deuren liggen gerangschikt in een evenwichtige gevelcompositie; - Bergingen zijn in het bouwvolume opgenomen; - De uitwerking van terrassen en erfafscheidingen is onderdeel van het architectonische ontwerp.

Het rietmilieu bepaalt de sfeer bij het wonen in het riet. De woningen zijn als het ware te gast in de landschappelijk ingerichte rietzone. Oeverzone - De groenzone langs het water kent een natuurlijke inrichting met een flauw talud aflopend naar het water; - De oeverzone wordt ingericht met een natuurlijke vegetatie van riet, hoge grassen en (wilgen)struweel; - De oever bestaat uit een lage beschoeiing, voorzien van een kokosrol voor oevervegetatie (of gelijkwaardig); - Bomen als essen, elzen en wilgen worden geplant en zijn losjes gerangschikt in kleine groepjes en als solitair.

Kleur- en materiaalgebruik - Gevels zijn uitgevoerd in baksteen en/of hout; - Uitgangspunt is het gebruik van natuurlijke materialen en een natuurlijk en gedempt kleurpalet. Kleuren en materialen passen in het palet van de woonbuurt als geheel; - Toegepast hout in gevels, terrassen en vlonders is harmonisch in kleur en verschijningsvorm; - Ter versterking van de beeldtaal zijn accenten in afwijkende kleuren toegestaan.

25

Referentiebeelden wonen in het riet

Erfafscheiding en toegangswegen - Er zijn geen tuinen. Buitenruimten worden op maaiveld gerealiseerd als vlonder en liggen volledig ingebed in het rietlandschap; - Toegangswegen zijn verhoogd en volledig ingebed in het rietlandschap. Bergingsruimte - Om verrommeling te voorkomen is voldoende bergruimte van groot belang. Deze dient te worden geïntegreerd in het hoofdvolume. Deze kan via de voordeur of via een aparte deur toegankelijk zijn. De berging moet ruim genoeg zijn voor fietsen, afval en opslag. Parkeerruimte - Parkeerplaatsen zijn voorzien in parkeerkoffers die geïntegreerd zijn in het landschap en die worden omgeven door groen.

26

Appartementen aan het water (met omkaderd architectonische eenheid)

Referentiebeelden appartementen aan het water gevel rijst op uit het water

3.3.4 Appartementen aan het water Architectuur - De maximale bouwhoogte is vier lagen (maximaal 16 m); - Ramen en deuren liggen gerangschikt in een evenwichtige gevelcompositie; - Bergingen zijn in het bouwvolume opgenomen; - De uitwerking van terrassen en erfafscheidingen is onderdeel van het architectonische ontwerp; - Een hoge gesloten plint boven de waterspiegel moet worden voorkomen. De maximale hoogte van de gesloten plint, gemeten vanaf de waterspiegel is 1 m.

De appartementengebouwen aan het water vormen markeringspunten in de wijk. Voor een deel rijst de gevel direct op uit het water, aan de entreezijde loopt het oeverlandschap zoveel mogelijk door tot aan de gevel. Kleur- en materiaaltoepassing is in afstemming met de woonbuurt waartoe ze behoren. Oeverzone - De groenzone langs het water kent een natuurlijke inrichting met een flauw talud aflopend naar het water; - De oeverzone wordt ingericht met natuurlijke vegetatie van riet, hoge grassen en (wilgen) struweel; - De oever bestaat uit een lage beschoeiing, voorzien van een kokosrol voor oevervegetatie (of gelijkwaardig); - Bomen als essen, elzen en wilgen worden geplant en zijn losjes gerangschikt in kleine groepjes en als solitair.

Kleur- en materiaalgebruik - Gevels zijn uitgevoerd in baksteen al dan niet in combinatie met hout; - Uitgangspunt is het gebruik van natuurlijke materialen en een natuurlijk en gedempt kleurpalet. Eenheid en samenhang tussen de appartementen en de woonbuurt waartoe ze

27

Referentiebeelden appartementen oeverzijde

Referentiebeeld groene inpassing pakeerplaats

Referentiebeeld groene inpassing gebouwde parkeervoorziening

Gebouwde parkeervoorziening onder het bouwvolume - Een gebouwde parkeervoorziening onder het gebouw voorziet in stallingsruimte van auto’s en fietsen; - De gebouwde parkeervoorziening mag niet meer dan 1,5 m boven het maaiveld uit komen, horizontaal gemeten; - De toegang tot de parkeergarage sluit zorgvuldig aan op de landschapsinrichting.

behoren staat voorop. Kleuren en materialen passen in het palet van de woonbuurt als geheel; - Toegepast hout in gevels, terrassen en vlonders is harmonisch in kleur en verschijningsvorm; - Ter versterking van de beeldtaal zijn accenten in afwijkende kleuren toegestaan. Erfafscheiding - De uitwerking van terrassen en erfafscheidingen is onderdeel van het architectonische ontwerp; - Groene erfafscheiding van terrassen op de begane grond maken deel uit van de landschappelijke inrichting van de oever.

Parkeervoorziening op maaiveld - De parkeerplaatsen maken onderdeel uit van de landschappelijke inrichting van de oever. Deze parkeerruimte wordt groen ingepast met beplanting die past in de oeverzone.

Bergingsruimte - Bergingsruimte is geïntegreerd in het hoofdvolume.

28

Wonen aan de bosrand (met omkaderd architectonische eenheid)

Referentiebeelden wonen aan de bosrand

3.3.5 Wonen aan de bosrand Kleur- en materiaalgebruik - Gevels worden uitgevoerd in natuurlijke, nietglimmende materialen zoals baksteen, hout of lei. Het kleurenpalet loopt van lichtbruin tot roodbruin en van lichtgrijs tot zwart; - Afwijkende kleuren voor bouwkundige onderdelen zijn mogelijk ter versterking van de architectonische beeldtaal, maar moeten de terughoudende vormgeving niet overstemmen; - Kappen worden uitgevoerd in keramisch materiaal; - Toegepast hout in gevels en terrassen is harmonisch in kleur en verschijningsvorm; - Ter versterking van de beeldtaal zijn accenten in afwijkende kleuren toegestaan.

De bebouwing ligt zo gesitueerd dat het bos de achtergrond vormt. Genesteld in de zoom van het bos, is een terughoudende uitstraling belangrijk. Natuurlijke kleuren en materiaal voeren de boventoon. De bosrand vormt de erfgrens waardoor de woningen een tuin hebben die visueel doorloopt in het bos. Architectuur - Aantal bouwlagen passend bij het bosachtig karakter; - Ramen en deuren liggen gerangschikt in een evenwichtige gevelcompositie; - Gevels maken zachte overgangen naar de omsloten buitenruimte; - Bergingen zijn in het bouwvolume opgenomen; - Daken worden uitgevoerd als zadeldak; - Een samengestelde kapvorm is mogelijk.

29

Referentiebeelden wonen aan de bosrand

Erfafscheiding - Tuinen zijn afgescheiden met hagen of groenblijvende heesters. Als standaard worden hagen van beuk of haagbeuk gehanteerd; - Afscheidingen vormen een duidelijke, maar natuurlijk ogende grens geïnspireerd door de bosrand. Bergingen en garages - Bergingen en garages zijn mee-ontworpen met het bouwvolume.

30

Wonen in een parkomgeving (met omkaderd architectonische eenheid)

Referentiebeelden wonen in een parkomgeving

3.3.6 Wonen in een parkomgeving De woonclusters zijn gesitueerd in een parkomgeving. De buurt kent een variëteit aan woningtypes. Samenhang is er door de vormgeving van het daklandschap en de kleuren materiaaltoepassing. Het dakenlandschap bestaat uit langskappen in gelijke kleurstelling en ranke dakbeëindigingen. Accenten met dwarskappen dragen bij aan een afwisselend straatbeeld.

en op een manier die de gevellengte van rijwoningen nuanceert. Voor woningen in het betaalbare segment (goedkope koop en sociale huur) bestaat geen verplichting tot dergelijke verbijzonderingen; - Ramen en deuren liggen gerangschikt in een evenwichtige gevelcompositie.

Architectuur - De bouwhoogte is twee lagen met een kap (maximaal 11 m); - Daken worden overwegend uitgevoerd als zadeldak (minimale hellingshoek 40 graden); - Met de toepassing van dwarskappen, kapverdraaiingen en accenten met lage (mansarde)kappen wordt het straatbeeld verlevendigd. Dit wordt gedaan in een compositie die reageert op het stratenpatroon

31

Referentiebeelden wonen in een parkomgeving

Kleur- en materiaalgebruik - Gevels zijn uitgevoerd in baksteen, al dan niet in combinatie met andere duurzame materialen. Het kleurenpalet is roodbruin tot lichtbruin; - Ter versterking van de beeldtaal en de verbijzonderingen met dwarskappen zijn accenten in afwijkende kleuren toegestaan; - Kappen zijn uitgevoerd in donkergrijze/ antracieten keramische (of gelijkwaardige) dakpannen. Accenten in rode pannen zijn mogelijk indien de dakvlakken zo georiënteerd zijn dat toepassing van zonnepanelen op deze vlakken niet voor de hand ligt.

Erfafscheiding - Langs de voortuin komt een haag van ca. 1 m hoog als erfafscheiding (bij hoekwoningen om de hoek gezet tot minimaal 1 m achter de voorgevelrooilijn); - Daar waar zijtuinen grenzen aan het openbare gebied wordt zorgvuldig zorggedragen voor een solide groene afscheiding met een haag of een solide hekwerk (van ca. 180 cm hoog).

32

Wonen aan het lint (met omkaderd architectonische eenheid)

Referentiebeelden wonen aan het lint

3.3.7 Wonen aan het lint - Daken zijn uitgevoerd in keramische, antracieten pannen of leien; - Gevels zijn uitgevoerd in natuurlijke, nietglimmende materialen (bij voorkeur donkere houten delen); - Het basiskleurenpalet is antraciet-zwart.

Het lint kadert het plangebied in aan de kopse kanten. Nieuwe woningen sluiten zorgvuldig aan op de bestaande lintbebouwing. Architectuur - De woning heeft een uitstraling in de verlengde van het lint, uitgevoerd in een streekeigen kleur- en materialenpalet; - Daken worden uitgevoerd als stolp- of zadeldak; - Geen toepassing van dakkapellen aan de erfzijde; - Ramen en deuren liggen gerangschikt in een evenwichtige gevelcompositie; - Daken hebben een ruime overstek.

Private wateroevers - De oever heeft een talud van 1:3 langs de waterzijde met lage beschoeiing die uitgevoerd wordt in een duurzaam materiaal (bijv. natuurlijk materiaal als wilgentenen of hergebruikt kunststof in antraciettint); - Over de breedte van de bouwvolumes mag een houten damwand worden aangelegd met daarin een terras. De breedte van dit terras is maximaal de helft van de damwand; - Diepte van het terras is maximaal 4 meter. De damwand mag niet meer dan 30 cm boven het waterpeil uitsteken;

Kleur- en materiaalgebruik - Mooie veroudering van de materialen en/ of mogelijkheden tot hergebruik zijn het uitgangspunt;

33

Referentiebeelden wonen aan het lint

Erfafscheiding - Erfafscheidingen dienen te worden gerealiseerd in natuurlijke materialen; - Langs de voortuin komt een haag van ca. 1 meter hoog als erfafscheiding (bij hoekwoningen om de hoek gezet tot minimaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn).

- De oever dient een open karakter te houden; - Het terras ligt op afstand van de tuin en terras van het buurperceel, waarbij een tussenruimte wordt gehandhaafd van minimaal 1 meter van de rand van het terras tot de erfgrens; - Het is niet toegestaan de beschoeiing te vervangen door een hogere beschoeiing of damwand, omdat hiermee het open karakter van de kavels wordt aangetast; - Geen hoge (zij)erfscheiding tot aan waterkant. De zijkant van de tuin grenzend aan het achterste, lage gedeelte van de tuin heeft een maximale hoogte van 1 meter; - Hekwerken parallel aan het water blijven op minimaal 2 meter afstand van de oever, zijn transparant en/of groen ingepast en maximaal 1 meter hoog.

Bergingsruimte - Bergingruimte is losstaand van, maar meeontworpen met, het hoofdvolume.

34

Mee-ontworpen nestelstenen

Mee-ontworpen technische voorzieningen

Groene daken op vrijstaande bergingen

Waterinfiltratie en spelen in het groen

3.4 Duurzaamheid Bebouwing - Zonnecellen/zonnenpanelen in de gevel zijn alleen mogelijk als ze geïntegreerd zijn in het ontwerp. Geen technische gevel; - Airco´s, buitenunits van (lucht) warmte-pompen, zonnepanelen en andere installatie-elementen worden mee-ontworpen en geintegreerd in de architectuur. Individuele warmtepompen worden geïntegreerd in de bebouwing; - Indien voor een collectieve voorziening wordt gekozen (bijv. collectieve warmtepomp) dan dient deze vanaf de start integraal in het plan te worden geïntegreerd en te worden opgenomen in de bebouwing, dan wel passend worden ingepast in de buitenruimte; - Elementen zoals vogelpannen, neststenen, bijenstenen en vogelvides die bijdragen aan de nestelmogelijkheden van bijen, vogels en vleermuizen maken deel uit van het gevelontwerp; - Groene daken op vrijstaande bergingen;

In de planontwikkeling speelt duurzaamheid op alle schaalniveaus een belangrijke rol. Bestaande kwaliteiten van het landschap, van gebouwen en waar mogelijk van de infrastructuur onder en boven de grond worden zoveel mogelijk benut. De wijk wordt als biotoop met natuurwaarden versterkt. Routes zijn zorgvuldig doordacht, waarbij de verharding tot een minimum beperkt is. De waterinfiltratie is daarbij zorgvuldig in het plan geÏntegreerd. Duurzame materialen worden toegepast in gebouwen en bij de inrichting van de buitenruimte. Zorgvuldige detaillering moet een fraaie veroudering van materialen ondersteunen en anticiperen op toekomstig hergebruik. De landschappelijke kwaliteit wordt duurzaam gewaarborgd door erfafscheidingen integraal in het ontwerp op te nemen. Voor de bebouwing geldt dat groen- en natuurinclusief gebouwd wordt: de natuur wordt waar mogelijk geïntegreerd in de bouw. Sommige duurzame maatregelen kunnen beeldbepalend zijn.

35

Duurzame en mogelijke gerecyclede materialen

Kruidenrijke begroeiing in de parkruimte

Maaibeleid

‘Nectar onder het maaimes’

Locale toepassing snoeihout

Toepassing van grasbermen en halfverharde paden

- Mooie veroudering van materialen is het uitgangspunt bij de toepassing van duurzame materialen. Gerecycled materiaal sluit aan bij de circulaire intenties èn bij de beeldkwaliteit. Landschap - De groene dooradering van de wijk moet de natuurwaarden versterken en waarborgen; - Regenwater wordt in het gebied opgevangen en geïnfiltreerd en wordt daarmee niet afgevoerd op het riool; - Voor de infiltratie worden wadi’s aangelegd; - Erfafscheidingen in de vorm van takkenrillen worden van lokaal snoeiafval samengesteld; - Biodiversiteit wordt bevorderd door begroeiing van taluds met kruidrijke beplanting, door toepassing van een bloemenweide en door bloemenmengsel mee te zaaien met reguliere gazongrasmengsels. Aangepast maaibeleid wordt toegepast, zodat gazons een afwisselende begroeiing hebben.

36

37

adres Arnhemseweg 6 3817 CH Amersfoort telefoon 033 285 1685 e-mail info@vp.nl website www.vp.nl

adres Arnhemseweg 6 3817 CH Amersfoort telefoon 033 285 1685 e-mail info@vp.nl website www.vp.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11598839/1