CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-05-26 Beantwoording technische vragen SP - inzake Groen-Blauw 2035

gemeenteraad 26 mei 2026, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Deelvisie Groen-Blauw 2035729 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsbrief beantwoording technische vragen over bevoegdheden Raadsbrief Zaaknummer: 858677 Bijlage: Technische vragen over bevoegdheden Geachte raad, Naar aanleiding van de technische vragen die zijn gesteld door mevr. Keesman van de SP Enkhuizen, treft u hierbij de antwoorden. Aanleiding De vragen zijn gesteld naar aanleiding van agendapunt 6, Deelvisie Groen-Blauw 2035, in de commissie van 11 mei 2026. Informatieverstrekking 1. Wat is het bestuurlijk verschil tussen een omgevingsvisie, een deelvisie en een omgevingsprogramma? Omgevingsvisie: De omgevingsvisie is het integrale, strategische toekomstbeeld voor de fysieke leefomgeving. Hierin wordt op hoofdlijnen beschreven hoe Enkhuizen zich richting 2040 ontwikkelt, inclusief thema’s als wonen, werken, natuur, water, mobiliteit en ruimtegebruik. De visie is kaderstellend en kan periodiek worden geactualiseerd of herzien. Deelvisie: Een deelvisie betreft een nadere uitwerking van beleid voor een specifiek gebied of thema. Het opstellen en al dan niet ter vaststelling voorleggen aan de gemeenteraad is een bestuurlijke keuze. In lijn met de Omgevingswet zal de omgevingsvisie op termijn het centrale integrale kader vormen en zullen afzonderlijke deelvisies minder als zelfstandig besluitvormingsdocument worden ingezet.

Programma (Omgevingswetinstrument zoals bedoeld onder de Omgevingswet): Het programma vormt het uitvoeringsinstrument. Hierin worden beleidsdoelen uit de omgevingsvisie geconcretiseerd in maatregelen, acties en inzet van middelen. Programma’s zijn tijdgebonden en gericht op realisatie. 2. Welke van bovenstaande documenten vallen formeel onder de bevoegdheid van de raad en welke onder het college? Omgevingsvisie (en deelvisies): De gemeenteraad is bevoegd tot vaststelling. Programma: Dit betreft een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. 3. Klopt het dat een omgevingsprogramma door het college kan worden vastgesteld? Zo ja, op basis van welke wettelijke grondslag en welke invloed heeft de raad hier formeel op? Op grond van artikel 3.4 van de Omgevingswet is het college bevoegd om een programma vast te stellen. De gemeenteraad heeft hierbij geen rechtstreeks vaststellings-, amendements- of instemmingsrecht. De rol van de raad is kaderstellend en indirect: het programma dient te passen binnen de door de raad vastgestelde omgevingsvisie.

Het college kan de raad gedurende het opstellen van een programma informeren en consulteren. 4. Op welke momenten kan de raad sturen op inhoudelijke keuzes binnen een omgevingsprogramma? Zie beantwoording bij vraag 3. 5. Hoe kan de raad het omgevingsprogramma’s bijsturen, wijzigen of evalueren/laten herzien? Zie beantwoording bij vraag 3. 6. In welke gevallen is een omgevingsprogramma feitelijk een beleidsmatige of financiële keuze die moet worden voorgelegd aan de raad? Indien de uitvoering van een programma leidt tot aanvullende financiële consequenties die niet binnen bestaande budgetten kunnen worden opgevangen, wordt dit ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad via de begroting of een afzonderlijk raadsvoorstel. Ook voor het opstellen van een programma kan aanvullend budget nodig zijn en aan de raad worden voorgelegd indien het niet binnen bestaand budget kan worden opgevangen. 7. Hoe verhouden omgevingsprogramma’s zich tot eerder vastgestelde beleidsnota’s, visies en raadsbesluiten? Eerder vastgestelde beleidsnota’s en (deel)visies behouden hun geldigheid totdat deze expliciet worden ingetrokken dan wel worden geïntegreerd in een (herziene) omgevingsvisie of bijbehorende programma’s. 8.

Is het mogelijk om de lijst van adviesrecht aan te passen door een categorie toe te voegen voor omgevingsprogramma’s waarbinnen beleidskaders worden uitgewerkt met instemming van de raad, met als doel de raad te betrekken? Dit is niet mogelijk. Het wettelijk geregelde adviesrecht van de raad (zoals bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, BOPA’s) ziet toe op vergunningverlening. Wel kunnen raad en college bestuurlijke afspraken maken over de betrokkenheid van de raad bij de totstandkoming van (specifieke) programma’s, bijvoorbeeld via consultatie. 9. Welke mogelijkheden heeft de raad om vooraf kaders mee te geven voordat een omgevingsprogramma wordt opgesteld? Via het vaststellen van de omgevingsvisie. 10. Op welke wijze kan de raad controleren of uitvoering van omgevingsprogramma’s nog in lijn is met de door de raad vastgestelde Omgevingsvisie en deelvisies? Het college monitort de voortgang en informeert de raad hierover. De raad kan altijd nadere informatie vragen over de uitvoering en effectiviteit van programma’s in relatie tot de vastgestelde omgevingsvisie. 11. Welke evaluatie- en verantwoordingsmomenten richting de raad zijn voorzien? De planning- en controlcyclus (jaarrekening en begroting): De primaire verantwoording vindt plaats via de planning- en controlcyclus. Hierin legt het college verantwoording af over de realisatie van doelen en de inzet van middelen.

Omgevingsvisie: Zie beantwoording bij vraag 10.

Enkhuizen, 22 mei 2026

Burgemeester en wethouders van Enkhuizen, De secretaris, De burgemeester,

R. van ReijswoudJ. Hoekstra-Sikkema

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16986595/1