2026-02-12 Technische vragen CDA inzake zienswijze voormalige vuilstort Westwoud
Tekst van het document
Technische vragen (overeenkomstig artikel 40 van het Reglement van Orde) Onderwerp: zienswijze vuilstort te Westwoud Agendapunt en datum bijbehorende raadsvergadering: 10, dinsdag 17 februari 2026. Naam indiener(s) en fractie(s); Jan van der Werf CDA
Vragen CDA, afdeling Enkhuizen, inzake businesscase voormalige vuilstort Westwoud In bijlage 7 (businesscase) wordt als derde conclusie gesteld dat bij samenwerking met Bodemzorg de beheerskosten van het ABWF lager zullen zijn en dat deze kunnen worden gedekt uit de huuropbrengsten van de golfbaan. Dit zou de gemeente over de looptijd van het contract een minimaal financieel voordeel van circa €2 miljoen opleveren. Deze conclusie is tevens als argument opgenomen in het raadsvoorstel. CDA, afdeling Enkhuizen, begrijpt de gehanteerde methodiek in de businesscase om scenario’s onderling vergelijkbaar te maken, maar heeft naar aanleiding daarvan de volgende vragen: 1. Kan het college het verschil aangeven tussen de huidige jaarlijkse beheerskosten, waarbij sprake is van achterstallig onderhoud, en de structureel benodigde jaarlijkse beheerskosten om het beheer op het vereiste niveau te brengen? 2. Kan het college bevestigen dat de benodigde beheerskosten bij uitbesteding aan Bodemzorg op jaarbasis circa €66.700
lager liggen (uitgaande van €2 miljoen gedeeld door een contractduur van 30 jaar)? o Zo ja, is in de businesscase reeds rekening gehouden met indexatie en andere kostenontwikkelingen? o Zo nee, hoe is het genoemde voordeel van circa €2 miljoen exact opgebouwd? 3. Kan het college onze aanname bevestigen dat door de professionaliseringsslag — de overdracht van beheer en nazorg aan Bodemzorg — het financiële risico voor de gemeente aanzienlijk afneemt? 4. Indien sprake is van een lagere risicopositie: heeft dit gevolgen voor het benodigde weerstandsvermogen of de daarvoor aan te houden dekking? Zo ja, op welke wijze is dit in de businesscase of financiële positie van de gemeente verwerkt? 5. Kan het college aangeven of bij uitbesteding nog risico’s voor rekening van de gemeente blijven? Zo ja, welke risico’s betreft dit en hoe zijn deze financieel gekwantificeerd? 6. Kan het college inzicht geven in de belangrijkste aannames in de businesscase (zoals indexatie, looptijd, onderhoudsniveau, huurinkomsten en risicoreserveringen) en aangeven wat het financiële effect is wanneer deze aannames ongunstiger uitvallen?
1. Beantwoording
1. Xxxx